Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Alcman - Lyrische Dichters

Bron: www.theoi.com

Oorspronkelijke tekst vertaald naar het Engels door J.M. Edmonds, Loeb Classical Library Volume 28. Cambridge, MA, Harvard University Press; London, William Heinemann Ltd. 1922. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz, 2015.

Vroeg Griekse Dichters, inclusief:
1. Olympus, half mytisch, waarschijnlijk laat 8e eeuw v. Chr.;
2. Eumelus van Corinthe, ook bekend om zijn epische gedichten, waarschijnlijk 8e eeuw v. Chr.;
3. Terpander van Antissa, vroeg 7e eeuw v. Chr.;
4. Thaletas of Thales van Kreta, waarschijnlijk 7e eeuw v. Chr.;
5. Polymnastus, 7e eeuw v. Chr.;
6. Alcman van Sparta, 7e eeuw v. Chr;
7. Arion van Methymna, laat 7e eeuw v. Chr;
8. Sappho van Lesbos, laat 7e eeuw voor Chr tot vroeg 6e eeuw v. Chr. ;
9. Alcaeus, laat 7e eeuw tot vroeg 6e v. Chr.
Van hen resteren ons alleen nog enkele fragmenten van Alcman, Sappho en Alcaeus

Het leven van Olympus

Lyra; Alcman; 1

Plutarch over Muziek 5:
Alexander verklaart in zijn Verzamelingen over Phrygië dat instrumentale muziek in Griekenland werd geïntroduceerd door Olympus en door de Idaeaanse Dactyli of priesters van Cybele. Volgens hem was de eerste fluitspeler Hyagnis, die werd opgevolgd door haar zoon Marsyas, die weer werd opgevolgd door Olympus.

Lyra; Alcman; 2

(Bij de lier gezongen ‘fluitgedichten’). Er is ons verteld dat de Olympus waarover we zojuist spraken, een fluitspeler uit Phrygië, een fluitgedicht componeerde voor Apollo dat bekend staat als de veelhoofdige. Van deze Olympus wordt echter door sommige autoriteiten gezegd dat hij een afstammeling is van de eerste Olympus, zoon van Marsyas, die fluitgedichten componeerde voor de goden. - Deze vroegere Olympus was in zijn jeugd een favoriet van Marsyas, en leerde van hem het spelen op de fluit, introduceerde de muzikale fluitgedichten in Griekenland, waar zij nu worden gebruikt tijdens de festivals ter ere van de goden. – Volgens een ander verhaal is het Veelhoofdige Blaasgedicht het werk van Crates, een pupil van Olympus, hoewel Pratinas verklaart dat dit het werk van de tweede Olympus is. Het Harmatiaanse fluitgedicht, zoals het wordt genoemd, wordt beschouwd als het werk van de eerste Olympus, de pupil van Marsyas … en dit standpunt wordt ondersteund door Glaucus in zijn Verhaal van de Oude Dichters. Door sommige schrijvers wordt echter gesteld dat het Harmatiaanse fluitgedicht een Mysische uitvinding was, die veel fluitspelers voortbracht in de oudheid.

Lyra; Alcman; 3

Volgens Aristoxenus schrijven muzikanten de uitvinding van de disharmonische toonladders (EE’FABB’CE) toe aan Olympus. Voor zijn tijd waren de Diatonische en de Chromatische toonladders de enige. Men veronderstelt dat de uitvinding op de volgende manier is ontstaan. Tijdens het spelen van de Diatonische toonladder springt de melodie veelvuldig van B of van A naar F, met weglating van de G. Zich de schoonheid van dit effect realiserend, accepteerde Olympus dit tot zijn verbazing als het beginsel voor een heel systeem, en componeerde het in de Dorische ‘modus’, wees alle intervallen af die eigen zijn aan de Diatonische of Chromatische toonladders, en hield zich alleen nog met die vorm bezig. Dit was de herkomst van zijn Onharmonische toonladder. Het is duidelijk dat Olympus een echte stap voorwaarts maakte door een nieuwigheid te introduceren, en werd de vader van goede muziek in Griekenland.

Lyra; Alcman; 4

Ons wordt door Aristoxenus, in zijn eerste boek Behandeling der Muziek, verteld dat de eerste fluitspeler die de Lydische toonladders gebruikte Olympus was in zijn klaagzang voor de slang Python.

Lyra; Alcman; 5

De Olympus, die bekend staat als uitvinder van kunstmuziek in Griekenland, wordt geacht niet alleen de Onharmonische toonladders te hebben uitgevonden, maar ook de twee ritmes die bekend staan als de Prosodiaanse welke het fluitgedicht is van Ares, en de Choreaanse die vaak voorkomt in de liederen die gebruikt worden tijdens de aanbidding van Cybele. De Bacchantische wordt soms ook aan hem toegeschreven. Deze uitspraken worden elk bevestigd door de oude melodieën.

Lyra; Alcman; 6

Neem bijvoorbeeld de Onharmonische toonladder die wordt gebruikt door Olympus met de Phrygische blaasgedichten en de Epibatische Paeon, de combinatie die karakter geeft aan de opening van het blaasgedicht aan Athena. Zowel melodie als ritme dragen bij, alleen de versmaat is op een slimme manier veranderd om als het ware trocheïsch te worden in plaats van Paeonisch, en het effect is compleet met het gebruik van de Onharmonische toonladder van Olympus.

Lyra; Alcman; 7

Bovendien, hoewel de oude dichters soms alleen de ‘fluitgedichten’ gebruiken, kenden ze die allemaal. Het is niet door onwetendheid dat ze zich beperkten tot het gebruiken van zo weinig snaren, of dat componisten als Olympus en Terpander en hun volgelingen zichzelf het gebruik van meerdere snaren niet toestonden en de variëteit die dat met zich meebrengt. Dit blijkt helder uit de werken van Olympus en Terpander en de componisten die tot dezelfde school behoorden. Hoewel ze vrij eenvoudig zijn, en geschreven voor maar een paar snaren, blinken ze ver boven de uitgebreide werken uit die voor velen zijn geschreven, waardoor de stijl van Olympus onnavolgbaar blijft en de exponenten van het tegenovergestelde principe de tweede plaats in moeten nemen.

Lyra; Alcman; 8

Aristoteles Politiek 8.5
(Over muziek) Dit zou duidelijk zijn als we kunnen aantonen welk effect muziek op onze karakters heeft. En dit kunnen we, in veel gevallen, in het bijzonder door de muzikale composities van Olympus, die ons welwillend wegdragen, een effect dat een voorwaarde is voor het karakter van de ziel.

Lyra; Alcman; 9

Suidas woordenboek
Olympus: een Phrygiër, de jongste met die naam, een fluitspeler die floreerde in de tijd van Midas, de zoon van Gordius.

Lyra; Alcman; 10

Hesychius woordenlijst
Naam van Olympus: een van de componisten voor de fluit.

Lyra; Alcman; 11

Aristophanes ridders
Demosthenes: Mijn goede oude vriend, hoe voel jij je? Nicias: Slecht, net zo slecht als jij. Demosthenes: Kom dan hier, en laten we van ellende Olympus’ fluitgedicht als concert brengen. (vervolgens brommen zij een paar regels).

Lyra; Alcman; 12

Scholiast over een passage:
Olympus was een muzikant, een pupil van Marsyas. Hij schreef treurzang fluittonen voor de fluit.

Het leven van Eumelus

Lyra; Alcman; 13

Pausanias’ Beschrijving van Griekenland
Het district van Corinthe, dat onderdeel is van het district Argos, heeft zijn naam gekregen van Corinthus, die naar mijn stellige overtuiging serieus een zoon van Zeus genoemd wordt, dat luidruchtig wordt onderschreven door de lokale bewoners. Eumelus, de zoon van Amphilytus, die bekend staan als het huis van de Bacchananten, de vermeende auteur van het epische gedicht (Corinthiaca), verklaart in de Corinthische Geschiedenis; Als deze titel inderdaad niet vals is, dan werd dit land als eerste bewoond door Ephyre, dochter van Oceanus.

Lyra; Alcman; 14

Scholiast over Apollonius van Rhodos – Argonautica 1.146
(Aetolische Leda): Ze werd tot dochter van Sisyphus en Panteiduia gemaakt door Eumelus in de Corinthiaca

Lyra; Alcman; 15

Scholiast over Pindar – O. 13.74
Ons is dit verteld door een historische dichter die Eumelus werd genoemd.

Lyra; Alcman; 16

Clement van Alexandria - Gemengde Werken 6.267
Wat Hesiodus schreef werd veranderd in proza en gepubliceerd als hun eigen werk door de historici Eumelus en Acusilaüs.

Lyra; Alcman; 17

Idem. 1. 151
Bovendien werd het beeld van Apollo in Delphi op een pilaar getoond met de woorden van de dichter Europia….

Lyra; Alcman; 18

Scholiast over de Ilias 6.131
Dit verhaal (over Dionysus) wordt door vele schrijvers verteld, maar komt het eerst voor in de Europia van de dichter Eumelus.

Lyra; Alcman; 19

Pausanias’ Beschrijving van Griekenland 9.5.8.
Volgens de auteur van het gedicht over Europa, was Amphion de eerste speler op de lier, die dat door Hermes was geleerd.

Lyra; Alcman; 20

Athenaeus dokters aan het diner 7. 277d
De dichter van de Titanenstrijd, Eumelus van Corinthe, Arctinus, of wie de goede man ook mag zijn.

Lyra; Alcman; 21

Eusebius Kronieken Ol. 4.4
Het vierde jaar van de vierde Olympiade. Bloeide Eumelus, de dichter van de Bugonia en Europa.

Lyra; Alcman; 22

Clement van Alexandria - Gemengde Werken 1.144
Eumelus van Corinthe … was een tijdgenoot van Archias de grondvester van Syracuse.

Fragmenten van Eumelus

Lyra; Alcman; 23

Pausanias’ Beschrijving van Griekenland
(Over Messenië) Tijdens de regeerperiode van Phintas, zoon van Sybotas, stuurden de Messeniërs eerst een offer en een mannenkoor naar Apollo in Delos. Eumelus was hun trainer in het zingen voor de goden tijdens de processie, en van de epische regels die zij zongen wordt verondersteld dat die het enige echte werk van Eumelus zijn dat nu nog bestaat.
Idem. 4. 33. 3
(Over Ithome) De Messeniërs houden een jaarlijks festival (voor Zeus Ithomatas) dat de Ithomaea genoemd wordt. In de oudheid hielden zij ook een muzikale wedstrijd, zoals onder andere blijkt, uit de regels van Eumelus, die in zijn Processie naar Delos schreef: Want hij van Ithome neemt bezit van een Muze die een zuivere lier heeft en de sandalen der vrijheid draagt.

Lyra; Alcman; 24

Idem. 5.19.10
(Op de borst van Cypselus) De inscriptie op de borst kan, uiteraard, het werk van een andere man zijn, maar mijn indruk is dat het geheel verwijst naar Eumelus van Corinthe, en dan vooral naar zijn Processie naar Delos.

Het leven van Terpander

Lyra; Alcman; 25

Athenaeus Dokters aan het diner 14. 635d
Wanneer Poseidonius dit zegt, realiseert hij zich niet dat de magadis een oud instrument is, omdat Pindar duidelijk stelt dat Terpander de barbitos of lier uitvond als contra-instrument voor de Lydische pectis van de luit, in de tekst: ‘Welke Terpander van Lesbos in de oudheid uitvond om als tegeninstrument te vibreren op de laagtonige luit tijdens de feesten van de Lydiërs’, en de pectis en de magadis zijn hetzelfde. Het is duidelijk dat Terpander eerder leefde dan Anavreon vanwege de volgende overwegingen. Volgens Hellenicus zijn er zowel metrische en formele lijsten van Slachtoffers op het Festival van Carnei, de eerstgenoemde naam is van Terpander. En we weten van Sosibus’ Chronologie dat het festival is ingesteld tijdens de 26e Olympiade. (676-673 v. Chr.) Terwijl Hieronymus’ verhandeling Zangers bij de Lier, welke het vijfde boek vormt van zijn Verhandeling over de Dichters, hem plaatst in de tijd van de wetgever Lycurgus, die samen met Iphitus van Elis door iedereen wordt gerekend tot de lijst van deelnemers aan de eerste Olympische Spelen. (776 v. Chr.)

Lyra; Alcman; 26

Pariaanse Kroniek 34
Vanaf het moment toen Terpander, zoon van Derdenes uit Lesbos … de ‘blaasgedichten’ … en de stijl van musiceren 381 jaar veranderde, in het ‘schalkse stuk’ van Dropides in Athene.

Lyra; Alcman; 27

Eusebius Kroniek Ol. 33.2
Olympiade 33.2: Floreerde Terpander als zanger bij de lier.

Lyra; Alcman; 28

Timotheus Perzië 234
In het begin kreeg Orpheus, zoon van Calliope, het bontgekleurde schild op de berg Piëria, en na hem kwam de beroemde Terpander, geboren op het Aeolische Lesbos in Antissa, en spoorde toen de Muzen tot gedichten aan. En zie! Nu blies Timotheus de lier nieuw leven in met akkoorden en maten voor elf snaren.

Lyra; Alcman; 29

Aristoteles Problemen 19.32
Waarom is het octaaf beschreven als diapason of ‘met een interval van elk’, in plaats van numeriek ‘met een interval van acht’, of zoals wij zeggen ‘met een interval van vier’ of ‘van vijf’? Komt dit omdat er in de oudheid zeven snaren waren, en Terpander de ‘derde’ verwijderde toen hij de ‘thenete’ of ‘hoogste’ toevoegde’, aldus het aantal op zeven houdend en niet verhogend naar acht?

Lyra; Alcman; 30

Plutarch Over Muziek 28
De historici over muziek schrijven de Dorische nete of octaafnoot aan Terpander toe, omdat musici voor hem die niet gebruikten.

Lyra; Alcman; 31

Idem. 30
(Over Timotheus) In de tijd van Aristocleides had de lier zeven snaren. Timotheus verdeelde de wijze van spelen van Terpander in een groter aantal noten.

Lyra; Alcman; 32

Suidas Woordenboek
Terpander: Afwisselend omschreven als van Arne, een Lesboaan uit Antissa, en van Syme. Volgens sommige deskundigen een afstammeling van Hesiodus, of van Homerus, met als stamboom Homerus – Euryphon – Boeus of Phocis – Terpander. Een lyrische dichter die de lier met zeven snaren uitvond en, voorbijgaand aan degenen die dit toeschrijven aan Philammon, de eerste schrijver van lyrische ‘blaasgedichten’

Lyra; Alcman; 33

Plutarch over Muziek 18
Bovendien, hoewel oude dichters soms slechts enkelen van de ‘blaasgedichten’ gebruikten, kenden zij ze allemaal. Het is niet door onwetendheid dat zij zich beperkten tot het gebruiken van zo weinig snaren, of dat componisten als Olympus en Terpander en hun volgelingen zichzelf het gebruik van meerdere snaren niet toestonden en de variëteit die dat met zich meebrengt. Dit blijkt helder uit de werken van Olympus en Terpander en de componisten die tot dezelfde school behoorden. Hoewel ze vrij eenvoudig zijn en geschreven maar voor een paar snaren, blinken ze ver boven de uitgebreide werken uit die voor velen zijn geschreven, waardoor de stijl van Olympus onnavolgbaar blijft en de exponenten van het tegenovergestelde principe de tweede plaats in moeten nemen.

Lyra; Alcman; 34

Idem. 3
Volgens Heracleides’ Collectie van Muzikanten, waren de kunst van het zingen bij de lier en het soort gedichten die er bij hoorden een uitvinding van Amphion, zoon van Zeus en Antiope, die waarschijnlijk werd onderwezen door zijn vader. Zijn autoriteit is bewaard gebleven in het register van Sicyon, waaraan hij zijn lijst van de priesteressen van Argos aan ontleent, de dichters, en de muzikanten. Van dezelfde generatie, volgens hem, waren Linus…, Athena…., Pierus …., Philammon …., Thamyris …., Demodocus …., en Phemius… Deze geschriften van dichters waren niet in proza, maar leken op die van Stesichorus en de oude lyrische dichters die epische regels schreven en hen op muziek zetten. Zelfs Terpander, verklaart hij, wiens sterke kant de citharoedische of bij de lier gezongen blaasgedichten waren, en aan wie hij de benaming van deze blaasgedichten toeschrijft, zet in elk ervan zijn eigen Homerische epische regels op muziek om te zingen tijdens de Spelen. Op dezelfde wijze gebruikte Clonas, de eerste componist van bij de fluit gezongen blaasgedichten en de grondlegger van processiezang, elegische en epische verzen…. De blaasgedichten van de fluitdichters, mijn beste Onesicrates, werden bij de fluit gezongen, en er zijn deze … de bij de lier gezongen blaasgedichten, die al veel eerder werden uitgevonden, namelijk in de tijd van Terpander, die als eerste door hem worden genoemd, en de volgende zijn: Boeotische, Aeolische, Trochaïsche, Hoogtonige, Cepioaanse, Terpandreaanse en Kwartetzang. Terpander schreef ook de lyrische Preluden in epische metrums. En het werd duidelijk dat de oude Lyrisch gezongen blaasgedichten werden gecomponeerd vanuit epische regels, als we bedenken dat Timotheus, toen hij de dithyrambische stijl gebruikte zijn eerdere blaasgedichten afwisselend met hen gebruikte, om de schijn van breken met de regels van de oude muziek te voorkomen. Er is reden om aan te nemen dat Terpander oppermachtig was in de kunst van het zingen bij de lier. Het is vastgelegd dat hij de prijs viermaal achter elkaar won tijdens de Pythische Spelen. En de tijd waarin hij leefde moet zeer vroeg zijn geweest, omdat Glaucus de Italiaan in zijn Geschiedenis van de Oude Dichters en Muzikanten hem laat verschijnen voor Archilochus, hem zo iets later neerzettend dan de eerste componisten op de fluit.

Alexander, in zijn Verzamelingen over Phrygië, verklaart dat instrumentale muziek in Griekenland werd geïntroduceerd door Olympus, en ook door de Idaeaanse Dactyli of priesters van Cybele, en dat terwijl de eerste fluitspeelster Hyagnis was, die werd opgevolgd door haar zoon Marsyas, en deze weer door Olympus. Terpander (de lierspeler) wedijverde in zijn verzen met Homerus en in zijn muziek met Orpheus, die volledig oorspronkelijk geweest lijkt te zijn … Er wordt gezegd dat sommigen van de citharoedische of bij de lier gezongen blaasgedichten het werk moeten zijn van Terpander die in werkelijkheid zijn gecomponeerd door de oude Delphische componist Philammon.

Uiteindelijk, om het eenvoudig te vertellen, duurden lyrische liederen uit de tijd van Terpander voort tot die van Phrynis. Dichters werd in die dagen niet toegestaan om liederen voor de lier te componeren als zij het slagritme, melodie of ritme niet kenden. Zij hielden in de blaasgedichten het juiste ritme aan dat erbij hoorde, wat inderdaad de reden van die naam is, deze composities worden ‘blaasgedichten’ of ‘wetten’ genoemd omdat het niet was toegestaan om af te wijken van het juiste ritme. Zodra de componist zijn plicht voor de goden had gedaan, gaf hij de poëzie van Homerus en andere poëtische dichters door. Dit wordt bewezen door de Preluden van Terpander. Wat de vorm van de lier betreft, die werd vastgesteld in de tijd van Cepion, de pupil van Terpander, en werd Aziatisch genoemd omdat die werd gebruikt in Lesbos dat grenst aan Azië. De laatste Lesboaanse lierspeler die een prijs won tijdens de Spartaanse Carneia was Pericleitus. Zijn dood maakte een eind aan de voortdurende opeenvolging van Lesboaanse zangers bij de lier.

Lyra; Alcman; 35

Suidas Woordenboek
Blaasgedicht: De lyrische stijl van gezongen muziek gecomponeerd volgens strikte vormregels en ritme. Er werden zeven blaasgedichten gecomponeerd door Terpander, de Orthiaanse, het Vierstemmige, de Hoogtonige ….

Lyra; Alcman; 36

Idem
De Boeotische (melodie), zoals die wordt genoemd, en de Phrygische zijn uitgevonden door Terpander.

Lyra; Alcman; 37

Idem
Orthiaanse en Trochaiaanse Blaasgedichten: die twee worden zo door Terpander genoemd vanwege hun ritme. Ze waren hoogstemmig en van een krachtig karakter …

Lyra; Alcman; 38

Plutarch over Muziek 28
Verder, Pindar vertelt ons dat Terpander de uitvinder was van scolia of drinkliederen.

Lyra; Alcman; 39

Idem 12
Er moet ook iets verteld worden over ritmes. Want er zijn vernieuwingen geweest in de vorm en soort van ritmes, en zelfs de methoden van tempo en ritme. Terpander deed baanbrekend werk door in de muziek een prachtige stijl van ritme te introduceren die naar hem Terpanders genoemd werd. Polymnastus die hem volgde ontwierp net als hij een nieuw ritme, maar behield geheel dezelfde prachtige stijl.

Lyra; Alcman; 40

Idem 9
Het eerste gebruik van muziek in Sparta was het werk van Terpander.

Lyra; Alcman; 41

Idem 42
Er kunnen veel omstandigheden worden aangehaald om aan te tonen dat goede muziek een kwestie van zorg is geweest voor de goed georganiseerde staten, en niet in de laatste plaats vanwege het dempen van een oproer in Sparta door Terpander.

Lyra; Alcman; 42

Aeliaanse historische varia 12.50
De Spartanen, wier voorkeur uitging naar lichamelijke oefeningen en wapenfeiten, hadden geen vaardigheden in muziek. Maar als zij ooit de hulp van de Muzen nodig hadden in geval van algemene ziekten van lichaam of geest of enige andere openbare gebeurtenis, was het hun gewoonte om vreemdelingen te sturen, op bevel van het orakel in Delphi, om als genezers of reinigers op te treden. Zo riepen zij bijvoorbeeld Terpander, Thales, Tyrtaeus, Nymphaeus uit Cydonië en Alcman op.

Lyra; Alcman; 43

Suidas Woordenboek
Naast de dichters van Lesbos, wordt er spreekwoordelijk gesproken over personen die als tweede kwamen. De zangers bij de lier die als eersten door de Spartanen werden opgeroepen kwamen van Lesbos. Toen hun stad verscheurd werd door verschillende groeperingen was er een orakel dat zij een dichter van Lesbos moesten laten komen, en daarom lieten zij Terpander van Antissa komen, die door verbanning in Sparta woonde vanwege een moord, en luisterden naar zijn muziek tijdens hun openbare maaltijden, en legden hun strijd bij. Een ander verhaal hierover is het volgende. De Spartanen stuurden tijdens een periode van interne strijd een bode naar Lesbos voor de muzikant Terpander, die de harmonie van hun geesten herstelde en een eind maakte aan de strijd tussen de verschillende partijen. En sinds die tijd luisteren de Spartanen naar een muzikant, en ging het spreekwoord rond ‘Vervolgens naar de dichter van Lesbos’. Dit spreekwoord is genoemd door Cratinus in zijn Chiron.

Lyra; Alcman; 44

Aelius Dionuysus geciteerd door Eurtathius Il. 1. 129
Aristoteles verklaart in zijn Wetboek van Sparta dat met het gezegde 'Vervolgens naar de dichter van Lesbos' wordt gerefereerd aan Terpander, en er wordt gezegd dat de Spartanen gewend waren om over zijn ereplek te roepen: ‘eerst zijn afstammelingen, dan enige andere dichter van Lesbos, en dan pas de rest die erna kwam’, ‘na de dichter van Lesbos,’ betekent na enig andere dichter die van Lesbos kwam.

Lyra; Alcman; 45

Palantijn bloemlezing 9. 488
Trypon over de lierspeler Terpes…: Toen Terpes op de Spartaanse Plek van Ontmoeting een lied aan het zingen was bij het zoemen van zijn zoete lier, stierf hij om nooit meer terug te keren, niet door een zwaard, of door een pijl, maar door het eten van een vijg. Helaas! De dood lijdt geen gebrek aan smoesjes.

Lyra; Alcman; 46

Plutarch Het leven van Lycurgus 28
Zo wordt er verteld dat gedurende de Thebaanse invasie van Laconië de Helleense gevangenen weigerden om de liederen van Terpander of Alcman te zingen voor aanbidding van hun ontvoerders, onder het betoog dat hun meesters dat nooit zouden toestaan.

Fragmenten van Terpander

Lyra; Alcman; 47

Clement van Alexandrië
Dus de toonaard en toonladder van de barbaarse dertiensnarige harp (van David), is plechtig en zeer oud, en levert een voorbeeld van de vooruitgeworpen schaduw van Terpander die aldus de lof van Zeus bezingt in de Dorische toonladder: Zeus, het begin van alles, de leider van iedereen. Zeus, aan u breng ik dit geschenk aan het begin van de hymnen.

Lyra; Alcman; 48

Suidas, woordenboek
Amphinaktixein: Om het blaasgedicht van Terpander te zingen dat het Orthiaanse of Hoogstemmige wordt genoemd, waarvan de prelude begint met: Kom de verwerpende Heer bezingen, o mijn ziel.

Lyra; Alcman; 49

Keil, Grammaticale uittreksels 6.6
(Over de versvoeten): Dit ritme wordt zo genoemd vanwege de liederen die bij de fluit worden gezongen als atspondau of ‘plengoffer,’ zoals: Laat ons plengen aan de Dochters van het Geheugen en hun Heer, de zoon van Leto.

Lyra; Alcman; 50

Dionysius van Halicarnassus, Compositie 17
(Op ritme): Het ritme dat geheel bestaat uit lange lettergrepen – door de schrijvers molossus op metrum genoemd – is verheven en waardig en neemt lange stappen. En dit is er een voorbeeld van: O (zoons) van Zeus en Leda, meest prachtige redders.

Lyra; Alcman; 51

Strabo, Geografie 13. 618
(Op Methymna): Arion was een zanger bij de lier. En in overeenstemming met de traditie was dezelfde tak van muziek aanwezig bij een exponent van een inwoner van hetzelfde eiland, Terpander, die de eerste was die een lier met zeven snaren gebruikte in plaats van vier, zoals is vastgelegd in de epische regels die aan hem zijn toegeschreven: Voor u willen we nieuwe hymnen bezingen op een lier met zeven snaren, en zullen niet langer genieten van de uitingen op vier snaren.

Lyra; Alcman; 52

Plutarch, Het leven van Lycurgus
Als de lezer inderdaad de Laconische poëzie wil overwegen waarvan nog steeds stukken bestaan en het marsritme dat de Spartanen gebruikten op de tonen van de fluit wanneer zij ten strijde trokken, dan zal hij concluderen dat zowel Terpander als Pindar goede redenen hebben om moed en muziek met elkaar te verbinden zoals de eerste doet wanneer hij over Sparta zegt: Waar zowel de speer van de jongemannen als de heldere zoete Muze bloeit, en zo ook die verzorger van edele daden, Gerechtigheid, die voortgaat in brede straten…

Lyra; Alcman; 53

Johannes Lydus, Over de Maanden 72
Volgens Terpander van Lesbos, werd Dionysus, die soms Sabazius wordt genoemd, verzorgd door Nysa. Hij was de zoon van Zeus en Persephone en werd uiteindelijk in stukken gescheurd door de Titanen.

Het leven van Thaletas of Thales

Lyra; Alcman; 54

Diogenes Laertius, Het leven van Thales de filosoof 1.1.11
Volgens Demetrius van Magnesia in zijn Mannen van Same, zijn er vijf anderen met deze naam, van wie … de derde tot de oudheid behoort, namelijk die van Hesiodus, Homerus en Lycurgus.

Lyra; Alcman; 55

Plutarch, het leven van Lycurgus 4
Als één van de mannen op Kreta die beroemd waren om hun wijsheid en staatsmanschap voerde Lycurgus de boventoon die vanwege gunsten en vriendschap naar Sparta ging. Dit was Thales, die ogenschijnlijk een componist van liederen bij de lier was maar ook uitstekend werk als een wetgever deed. Want zijn liederen waren aansporingen tot gezagsgetrouwheid en eendracht door middel van melodieën en ritmes die zich kenmerkten door orde en rust.

Lyra; Alcman; 56

Ephorus geciteerd door Strabo, Geografie 10.48
(Over de Kretenzers): Ook de ritmen die zij gebruiken in hun liederen zijn Kretenzisch, de sombere en ernstige zijn uitgevonden door Thales, aan wie zij bovendien de Paeanen toeschrijven en andere inheemse nummers evenals vele van hun gebruiken.

Lyra; Alcman; 57

Aeliaanse historische varia 12.50 De Spartanen, wier voorkeur uitging naar lichamelijke oefeningen en wapenfeiten, hadden geen vaardigheden in muziek. Maar als zij ooit de hulp van de Muzen nodig hadden in geval van algemene ziekten van lichaam of geest of enige andere openbare gebeurtenis, was het hun gewoonte om vreemdelingen te sturen, op bevel van het orakel in Delphi, om als genezers of reinigers op te treden. Zo riepen zij bijvoorbeeld Terpander, Thales, Tyrtaeus, Nymphaeus uit Cydonië en Alcman op.

Lyra; Alcman; 58

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 1.14.1
Thales die bleef tijdens de plaag in Sparta … was een inwoner van Gyrtone volgens Polymnastus van Colophon, die enkele epische regels over hem componeerde voor de Spartanen.

Lyra; Alcman; 59

Plutarch, Over Muziek 9
De eerste muzikale uitvoering in Sparta was te danken aan Terpander. De tweede is meest waarschijnlijk toe te schrijven aan Thaletas van Gyrtone, Xenodamus…, Xenocritus…, Polymnastus…, en Sacadas. Want wij hebben gehoord dat het feest van de Naakte Jongelingen in Sparta … te danken was aan drie muzikanten … Thaletas, Xenodamus en Xenocritus die componisten van de Paeanen waren.

Lyra; Alcman; 60

Idem. 42
Er kunnen veel omstandigheden worden aangehaald om aan te tonen dat goede muziek een kwestie van zorg van de goed georganiseerde staten is geweest, en niet in de laatste plaats vanwege het dempen van een oproer in Sparta door Terpander… En volgens Pratinas, is de Kretenzer Thaletas degene waarvan verteld wordt dat deze werd uitgenodigd, op aanzegging van het orakel van Delphi, om de Spartanen te genezen met zijn muziek, en hun stad te ontdoen van de plaag die haar teisterde.

Lyra; Alcman; 61

Idem. 10
En wat Thaletas van Kreta betreft, wordt er aan getwijfeld of hij Paeonisch componeerde. Glaucus, die hem later plaatst dan Archilochus, verklaart dat hij deze dichter imiteerde met dit verschil dat zijn liederen langer waren en hij de Paeonische en Kretenzische ritmes gebruikte. Die waren niet gebruikt door Arsilochus, en evenmin door Orpheus of Terpander, maar, zo wordt verteld, waren verkregen van Thaletas, die zich aldus een groot dichter betoonde, bij de fluitmuziek van Olympus.

Lyra; Alcman; 62

Porphyrius, Leven van Pythagoras
Hij was gewoon om zich ’s morgens alleen in zijn eigen huis te vermaken door het zingen van oude Paeanen van Thales als eigen begeleiding op de lier.

Het leven van Polymnastus

Lyra; Alcman; 63

Strabo, Geografie 14. 643
Volgens Pindar was Polymnastus een van de beroemde musici. Want hij zegt: ‘U kent het wereldwijde gezegde van de man uit Colophon, Polymnastus.’

Lyra; Alcman; 64

Plutarch, over Muziek 3
Wat Terpander deed op het gebied van de lier deed Clonas met de fluit, de eerste componist van de bij de fluit gezongen blaasgedichten en processieliederen. Hij gebruikte elegische en epische verzen. Zijn opvolger, Polymnastus uit Colophon volgde zijn voorbeeld. De blaasgedichten van deze fluitdichters, mijn beste Onesicrates, werden gezongen bij de fluit, en bij Klaagzangen, de Comarchius of Koorleider, het Schoenieuze of touwlied, het Cepische of Tuinlied, de Treurzang, en het Driestemmige stuk. Aan deze werden later de Polymnastische Liederen toegevoegd, zoals ze worden genoemd.

Lyra; Alcman; 65

Idem 5
De opvolger van Terpander en Clonas wordt Archilochus genoemd. Maar sommige historici stellen dat Ardalus uit Troezen muziek voor fluit stem componeerde voor de tijd van Clonas, en dat de dichter Polymnastus, zoon van Meles uit Colophon, voordien bloeide en de Polymnastische blaasgedichten componeerde. De aanspraak van Clonas dat hij de auteur van het Speciale blaasgedicht en het Touwlied is wordt bevestigd door de samenstellers van de registers, en Polymnastus wordt genoemd door twee van de lyrische dichters, Pindar en Alcman.

Lyra; Alcman; 66

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 1.14.4 De Thales die tijdens de plaag in Sparta bleef …. volgens Polymnastus uit Colophon, die enkele epische regels over hem componeerde voor de Spartanen, was een inwoner van Gyrtone.

Lyra; Alcman; 67

Plutarch, over muziek 8
Er werden drie manieren uitgewerkt door Polymnastus en Sacadas, de Dorische, de Phrygische, en de Lydische …

Lyra; Alcman; 68

Idem 9
De eerste uitvoering van muziek in Sparta werd door Terpander veroorzaakt. De tweede kan het beste toegeschreven worden aan Thales van Gyrtone, Xenodamus van Cythera, Xenocritus van Locrië, Polymnastus van Colophon en Sacadas van Argos. Want ons is verteld dat de instelling van het Feest van de Naakte Jeugd in Sparta, op basis van de bewijzen in Arcadië, en van het Feest van de Kleding zoals het wordt genoemd in Argos, het gevolg was van deze muzikanten. Thales, Xenodamus en Xenocritus waren componisten van Paeaanse, Polymnastus van de zogenaamde Orthiaanse of Hoogstemmige Liederen, en Sacadas van Elegieën ... Polymnastus componeerde ook blaasgedichten die bij de fluit gezongen konden worden. Maar of hij, zoals de schrijvers over theorie van muziek verklaren, zijn muzikale talenten richtte op de Orthiaanse, kunnen we door afwezigheid van getuigenissen niet met zekerheid zeggen.

Lyra; Alcman; 69

Idem 29
Aan Polymnastus wordt de uitvinding toegeschreven van datgene dat nu de Hypolydiaanse wijze wordt genoemd, en waarvan wordt gezegd dat hij het gebruik van de driekwarttoon verlaging, en vijfkwarttoon verhoging, van noten op de toonladder, sterk heeft doen toenemen.

Lyra; Alcman; 70

Aristophanes, Ridders 1281
… die schurk Ariphrades … en doende, niet zingend, de ‘Polymnastische’ en omging heeft met Oenichus. En degene die niet volstrekt walgt van zo’n man, zal nooit uit dezelfde beker als ik drinken.

Lyra; Alcman; 71

Hesychius, Woordenlijst
De Polymnastische zang: dit was een soort muzikaal werk. Polymnastus was een lyrische dichter uit Colophon, en was een zeer vrolijk type.

Lyra; Alcman; 72

Suidas, Woordenboek
Polymnastus: … de Polymnastische zijn liederen van Polymnastus die, net als hierboven, die belachelijk gemaakt werd vanwege zijn obsceniteiten. Vergelijk Cratinus: ‘En leerde muziek en zong de Polymnestische liederen.’

Het leven van Arion

Lyra; Alcman; 73

Herodotus, Geschiedenissen 1.23
Periander was despoot over Corinthe. Tijdens zijn leven, volgens de Corinthiërs – en ook de Lesboanen - vond iets zeer wonderlijks plaats, namelijk de redding uit zee bij Taenarum van Arion uit Methymna door een dolfijn. Deze Arion was destijds de beste zanger bij de lier die toen bekend was, en was de eerste componist van dithyramben, die hij zo noemde en Corinthische koren oefende om deze te zingen. Het lijkt er op dat hij het grootste deel van zijn leven spendeerde aan het hof van Periander. Maar op een dag ontstond er bij hem een verlangen om Italië en Sicilië te bezoeken, dat hij deed, en enige tijd later, nadat hij daar grote sommen geld had verdiend, was hij vastbesloten om terug te keren naar Corinthe. Daarom zette hij zeil in Tarentum, een schip hurend dat bemand was met Corinthiërs, een volk waarvan hij dacht, van alle mensen, dat hij die kon vertrouwen. Maar toen hij open zee bereikte spande de bemanning samen om zijn geld te stelen door hem overboord te gooien. Hij trok al zijn artiestenkleding aan en greep zijn lier, nam zijn plek in bij de zeilen aan de achtersteven, en voerde van begin tot het eind de Orthiaanse of Hoogstemmige blaasgedichten uit. Toen wierp hij zich, gekleed en al, in zee. De bemanning vervolgde hun reis naar Corinthe. Maar ondertussen nam een dolfijn, zo lijkt het, Arion op zijn rug en droeg hem naar de kust bij Taenarum. Daar staat een klein bronzen offerbeeld van Arion op de kaap van Taenarum, een man die op de rug van een dolfijn zit uitbeeldend.

Lyra; Alcman; 74

Proclus, Antologie p. 320
Volgens Pindarus werd het dithyrambijn uitgevonden in Corinthe, en ons werd door Aristocles verteld dat de initiator van deze liederen Arion was, de eerste beoefenaar van het cyclische- of reikoor.

Lyra; Alcman; 75

Eusebius, Kronieken Ol. 40.4
Vierde jaar van de 40e Olympiade: Arion van Methymna floreerde, die door een dolfijn bij Taenarum werd gered.

Lyra; Alcman; 76

Scholiast over Aristophanes, Vogels 1403
(rei-koor-leider): Antipater en Euphronius verklaren dat cyclische- of reikoren het eerst werden ingevoerd door Lasus. Eerdere autoriteiten, namelijk Hellanicus en Dicaerchus, wijzen echter hun oorsprong toe aan Arion van Methymna, de eerste in zijn Lijst van Carneaanse Slachtoffers en de laatste in zijn Verhandeling over de Muzikale Wedstrijden.

Lyra; Alcman; 77

Suidas, woordenboek
Arion: Van Methymna, lyrische dichter, zoon van Cycelus, floreerde in de 38e Olympiade. Volgens sommige autoriteiten was hij een pupil van Alcman. Hij componeerde liederen, namelijk twee Boeken met Preludes voor epische Gedichten. Van hem wordt ook gezegd dat hij de uitvinder is van de tragische stijl, en de eerste die een koor samenstelde, om een dithyrambijn te zingen, om die naam aan het lied van het koor te geven, en Satyrs die in metrische vorm spraken introduceerde.

Het leven van Alcman

Lyra; Alcman; 78

Suidas, woordenboek
Alcman: een Laconiër uit Messos, ten onrechte door Crates een Lydiër uit Sardis genoemd, een lyrische dichter, de zoon van Damas of, volgens sommige autoriteiten, van Titarus. Hij floreerde in de 37e Olympiade, toen Ardys, vader van Alyattes, koning van Lydië was. Hij was een had een zeer romantische aard en was de uitvinder van liefdesgedichten, maar van geboorte een slaaf. Hij schreef zes boeken lyrische gedichten, en was de eerste die het tot een gewoonte maakte om hexameters niet in de muziek te gebruiken. Als Spartaan was hij gewend om het Dorische dialect te gebruiken.

Lyra; Alcman; 79

Aelisch, Historische wetenswaardigheden 12.50
De Spartanen, die liefhebbers waren van lichaamsoefeningen en wapenfeiten, kenden geen vaardigheden in muziek. Maar als ze de hulp van de Muzen nodig hadden vanwege een algemene ziekte van het lichaam of de geest of enige ander publieke kwelling, was het hun gewoonte om vreemdelingen te laten halen, op bevel van het orakel in Delphi, om als genezers en reinigers op te treden. Zo lieten zij bijvoorbeeld Terpander, Thales, Tyrtaeus, Nympheus van Cydonië en Alcman komen.

Lyra; Alcman; 80

Velleius Paterculus, Romeinse Geschiedenis 1.18.2
De Spartaanse aanspraak op Alcman is onjuist.

Lyra; Alcman; 81

Palatine, Anthologie 7.709
Alexander van Aetolië; Het oude Sardis, woonplaats van mijn vaderen, als ik in jou was opgegroeid dan zou ik een aanbidder van Cybele zijn geweest of net als één van haar vergulde eunuchen op mooie trommels hebben geslagen. Maar in plaats daarvan heet ik Alcman en staat mijn huis in Sparta, stad van de trotse drievoeten, en de kennis die ik heb komt van de Muzen van de Helicon, die me tot een betere koning hebben gemaakt dan Gyges, de zoon van Dasyclus.

Lyra; Alcman; 82

Idem. 7.18
Antipater van Thessaloniki over Alcman: Beoordeel de man niet bij zijn grafsteen. Het graf dat je ziet is klein, maar bevat de beenderen van een grote man. U moet het volgende over Alcman weten, hij was een uitstekende speler op de Laconische lier, iemand die bezeten was van de negen Muzen. En twee continenten discussiëren of hij nu uit Lydië of uit Laconië komt. Want de minstreel kent vele moeders.

Lyra; Alcman; 83

Heracleides van Pontus, constituties
Alcman was de zalver van Agesidadas, maar kreeg zijn vrijheid omdat hij een man met talent was.

Lyra; Alcman; 84

Eusebius Kronieken 403
42e Olympiade: volgens enkele autoriteiten was dit de bloeitijd van Alcman.

Lyra; Alcman; 85

Athenaeus, Dokters aan het diner 15.678b
(Over bloemenkransen): ‘Thyreateis’: Dit is, volgens Sosibius in zijn traktaat over ‘Offers’, de naam van een soort bloemenkransen in Sparta, gemaakt van palmbladeren, die tegenwoordig aspsilinos worden genoemd. Deze bloemenkransen, zegt hij, werden gedragen ter herinnering aan de slachtoffers bij Thyrea door de leiders van koren die dansten op het festival van deze overwinning, dat samenvalt met de Gymnopaidiae of het Feest van de Naakte Jeugdigen. Deze koren bestaan uit drie delen, de jeugdigen vooraan, de oude mannen aan de rechterkant , en de mannen aan de linkerkant. En zij dansen naakt, liederen zingend van Thaletas en Alcman en de paeanen van de Spartaanse Dionysodotus.

Lyra; Alcman; 86

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 3.15.1
(Over Sparta): Achter de colonnade die langs het Bos van Planes loopt bevinden zich de heiligdommen van Alcimus en Enarophorus en, dichtbij, dat van Dorceus, en daar weer aan grenzend dat van Sebrus, waarvan wordt gezegd dat zij allen zoons van Hippocoön waren. De bron in de buurt van één van hen wordt de Dorceaanse genoemd naar Dorceus, en in de buurt van die plek naar een ander, de Sebriaanse naar Sebrus. Aan de rechterkant van de plek staat een monument voor Alcman ‘wiens gedichten niet minder zoet waren omdat hij de Spartaanse taal gebruikte.’ Geen welluidend dialect. Van de tempels van Helena en Heracles ligt één er in de buurt van het graf van Alcman, de ander dicht bij de muur. Van de laatste staat daar een gewapende Heracles, dit heeft hij verdiend, zo wordt verteld, aan het gevecht dat hij had met Hippocoön en zijn zoons.

Lyra; Alcman; 87

Aristoteles, Geschiedenis van de Dieren 557 a1
(Over de kwaal pedicularis): De mensheid is aan deze ziekte onderworpen wanneer het lichaam teveel vocht bevat, en meerdere slachtoffers er aan ten prooi zijn gevallen, met name de dichter Alcman en de Syriër Pherecydes.

Lyra; Alcman; 88

Athenaeus, dokters aan het diner 14.638e
De auteur van de komedie ‘De Heloten’ zegt: ‘Het is ouderwets om van Stesichorus, of Alcman, of Simonodes te zingen. We kunnen luisteren naar Gnesippus…’

Lyra; Alcman; 89

Suidas, woordenboek
Philochorus … schreef … een verhandeling over Alcman.

Lyra; Alcman; 90

Athenaeus, dokters aan het diner 14.646a
Net als Sosibius in het derde boek van zijn ‘Verhandeling over Alcman’.

Lyra; Alcman; 91

Stephanus van Byzantium, Woordenboek
… zoals Alexander Cornelius zegt in zijn traktaat ‘Over de tegenwoordige zinspelingen over Alcman’

Lyra; Alcman; 92

Hephaestion 138 Over Grafische Tekens
De buitenwaarts gerichte diplè komt veelvuldig voor in het werk van komische- en tragische schrijvers, maar niet vaak in dat van de lyrische. Het komt voor in dat van Alcman, die tijdens het schrijven van een gedicht van veertien coupletten de eerste zeven allen éénzelfde versmaat gaf, en de rest allen een andere. In die gedichten wordt de diplè geplaatst waar het tweede deel begint, om aan te geven dat het gedicht in twee verschillende versmaten is geschreven.

Fragmenten van Alcman
- Boek 1 en 2, Meisjesliederen

Lyra; Alcman; 93 Fragment 1

Scholiast over Clement van Alexandrië 4. 107 Klotz
Er was eens een Spartaan Hippocoön wiens zoons, die naar hem Hippocoöntiden werden genoemd, in woede Oeonus, de zoon van Licymnius, doodden, een kameraad van Heracles, omdat hij een hond van hen had gedood. Heracles voerde als wraak oorlog met hen, hij doodde vele van hen en raakte zelf aan zijn hand gewond. Het verhaal wordt door Alcman verteld in zijn eerste Boek.

Uit een 1e eeuwse papyrus, de Mariette papyrus:
….. Polydeuces. Het is waar dat ik Lycaeus niet kan ontdekken onder de doden, maar ik zie wel Enarosphorus en de snelle Sebrus, Alcimus de machtige en Hippothoüs de gehelmde, Eutiches en aanvoerder Areïus, en de nobelste van de halfgoden Acmon. En kunnen we Scaeus vergeten, die formidabele kapitein van het leger, en Eutiches en Acmon die de beste van de helden tijdens het tumult van de slag waren? Werden zij allemaal niet zo overwonnen door de oudsten van de goden, namelijk door het Lot (Aisa) en het Devies (Poros), omdat hun kracht geen partij was voor hen. Nee, de sterfelijke man mag niet naar de hemel opstijgen, noch proberen om de koningin van Paphos te trouwen of één van de zilverstralende dochters van Phorcus tot vrouw te nemen. Ongeschonden is ook de kamer van Zeus waar de Gratiën wonen wier ogen altijd liefde …….. ging. En zij stierven de één na de ander, door een pijl en de ander door een molensteen van harde rots, totdat iedereen in de onderwereld was aangekomen. Door hun eigen dwaasheid zochten zij hun noodlot, en hun kwade verbeelding bracht een lijden over hen om nooit te vergeten.

Voorwaar is er wraak vanuit de hoogte, en gelukkig is hij die vrolijk een dag van weven doorbrengt zonder tranen. En dus, wat mij betreft, zing ik over het licht van Agido. Ik zie het even helder als de zon welke dezelfde Agido nu aanroept om op ons neer te schijnen. En toch kan ik hen geen lof of blaam toekennen zoals aan haar zonder onze prachtige leidster te beledigen, die zelf vooraanstaand verscheen als een goed gevormd paard met ratelende hoeven dat de wedstrijd wint, en daarna te grazen wordt gezet tussen het onstoffelijke vee van onze dromen die kunnen vliegen.

Zie je niet als eerste dat het renpaard van Enetisch bloed is, en ten tweede dat de lokken die bloeien op het hoofd van mijn nicht Hagesichora van het zuiverste goud zijn? En wat haar zilveren gezicht betreft, hoe moet ik je dat in beeldende taal vertellen? Zo is Hagesichora. En toch, met haar schoonheid op de tweede plaats na Agido komend, dingt zij als Colaxeaanse schoonheid naar het zuivere Ibeniaanse ras. Want als wij haar mantel meedragen naar Orthia, zullen onze duiven opvliegen om voor haar te vechten temidden van de ambrozijnen nacht, niet als de hemelse duiven maar helderder, ja stralend als Sirius zelf. Voor geen van beiden is de overvloed aan paarse verdediging genoeg, noch de gespikkelde slangen van puur goud, of de de Lydische kap die de zoete en zachtogige meisje sieren, noch de lokken van onze Nanno, nee, noch de op een godin gelijkende Areta, noch Thylacis en Cleësithera, noch zult u opnieuw naar Aenesimbrotha gaan en zeggen: ‘Geef me Astaphis en toon me Philylla, en Damareta en de mooie Ianthemis.’ Daar is geen noodzaak toe, want ik ben veilig met Hagesichora.

Want is het niet de hier aanwezige mooibenige Hagesichora die zwaar onder Agido lijdt om onze Thosteris te bevelen? Neem dan hun gebeden in ontvangst, gij goden. Want aan de goden behoort de uitvoering. En voor het eind van mijn lied wil ik je een buitengewoon vreemd iets vertellen. Mijn eigen gezang stelt niets voor. Als meisje krijs ik als een uil op de nok van een huis. Hoewel hetzelfde meisje een verlangen kent om Aotis zoveel als binnen haar vermogen ligt te plezieren, wetend dat de godin de genezer is van onze ellende, is het Hagesichora die het doet, zij alleen, die de meisjes zo ver heeft gekregen om naar vrede te verlangen.

Want het is waar dat de anderen net als paarden naast een renpaard hebben meegelopen. Maar net als aan boord van een schip moet de stuurman een luide stem hebben, en Hagesichora – zij mag niet beter zingen dan de Sirenen, want dat zijn goden, maar ik wil haar hoger plaatsen dan enig ander kind van menselijke afstamming. Ja, zij zingt als een zwaan naast de gele stroom van Xanthus, en zij die na haar komt naar die knot van geel haar ……

Lyra; Alcman; 94 Fragment 2A: Aan de Dioscuren

Stephanus van Byzantium, Woordenboek
Erysiche: Een stad in Acarnanië … het bijvoeglijk naamwoord is ‘Erysichaeaans’, waarover veel discussie is onder de oude schrijvers. Want Heriodian zegt dat Erusichaius is gemarkeerd in onze teksten omdat deze met een proparaxytone is geacentueerd hoewel het een etnisch bijvoeglijk naamwoord is. En misschien daarom in werkelijkheid een chaios ‘een herdersstaf’ en de toekomstige tijd van eruo ‘te trekken’ bevat. Het is dan net zo dubbelzinnig, als dat het duidelijk is, bij het begin van Alcman in zijn tweede ‘Meisjesliederen’ waarin hij zegt:‘Je bent geen vlegel of een lompe kerel, noch een houder van varkensttallen, ook niet Thessalisch van geboorte, of Erysichaeaans, noch een hoeder van schapen, maar een man uit het hoogstaande Sardis. Want als het wordt samengevoegd met ‘Thessalië-geborene’ is het een etnisch bijvoeglijk naamwoord en dient dan te worden geaccentueerd met een circumflex op de voorlaatste letter’ – volgens Herodian, in zijn Universele Prosody, en Ptolemaeus: ‘maar als het verbonden is met ‘schapenhoeder’ is het duidelijk dat het accent op de laatste twee moet worden geplaatst, en dat het ‘koeherder’ of ‘geitenhoeder’ betekend, een benaming die correct wordt gevolgd door ‘schapenhoeder.’

Lyra; Alcman; 95 Fragment 2b: Aan de Dioscuren

Herodian over Gramatikale cijfers 61
Het Alcmanische ‘getal’ is dat waarbij meervoudige of tweevoudige zelfstandige naamwoorden of werkwoorden tussen twee enkelvoudige zelfstandige naamwoorden worden geplaatst die samengaan. Het komt vier maal voor in Homerus …. Maar het komt vaker voor bij de lyrische dichter Alcman. Vandaar de naam. Men hoeft maar tot zijn tweede ode te zoeken om het te vinden: O Castor – jij temmer van snelle paarden, jij vaardige ruiter – en nobele Polydeuces.

Lyra; Alcman; 96 Fragment 2c: Aan de Dioscuren

Hephaestion 3 Handboek voor Versregels
(Over lettergrepen die door hun positie lang zijn): Want het woord moet eindigen in twee medeklinkers, bijvoorbeeld …. en markeert ‘gezegende’ in het volgende: En leunt veelvuldig ginds voldaan achterover onder de ‘gezegenden’ ….

Lyra; Alcman; 97

Fragment 3: Aan de Dioscuren of de Lycaeaanse Zeus

Scholiast Bern. Over Vergilius Georgics 3.89Fragment 2b: Aan de Dioscuren (Dat was Cyllarus toen hij boog naar de teugels van Polydeuces): … Volgens de lyrische dichter Alcman, hadden de paarden die door Poseidon aan Hera werden gegeven de volgende namen, Cyllarus (of snelbenige) en Xanthus (voskleurige). Cyllarus werd aan Polydeuces gegeven en Xanthus aan zijn broer.

Lyra; Alcman; 98 Fragment 4: Aan de Dioscuren of de Lycaeaanse Zeus

Aelian Over dieren 12.3
Homerus, die een dichter was, verdient onze vergiffenis omdat hij het paard Xanthus liet spreken. En Alcman mag niets worden verweten omdat hij Homerus in deze gevallen immiteerde.

Lyra; Alcman; 99 Fragment 5: Aan de Dioscuren of de Lycaeaanse Zeus

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 1.41.5
(over Alcathoüs): In een lied over de Dioscuren vertelt Alcman ons hoe zij Aphidnae innamen en de moeder van Theseus gevangen namen, maar zegt dat Theseus zelf daar niet aanwezig was.

Lyra; Alcman; 100 Fragment 6: Aan de Dioscuren of de Lycaeaanse Zeus


Hesychius Woordenlijst

Stad van de Atheners: Dat is Aphidnae

Lyra; Alcman; 101 Fragment 7: Aan de Dioscuren of de Lycaeaanse Zeus

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 3.25.2
(Over Pephnus): Twintig stadiën van Thalamae is een plek bij de zee die Pephnus wordt genoemd, waar een stapel stenen staat van aanzienlijke afmetingen, die onder dezelfde naam bekend staat. Dit is volgens de inwoners van Thalamae de geboorteplek van de Dioscuren, en hun getuigenis, weet ik, stemt overeen met een lied van Alcman. Want ze zeggen dat zij daar wel geboren zijn maar niet grootgebracht werden, en dat het Hermes was die ze naar Pellana bracht.

Lyra; Alcman; 102 Fragment 8: Aan de Lycaeaanse Zeus

Maximus Planudes over Hermogenes Rh. Gr. Wals 5.510
Het metrische systeem van lyrische gedichten bestaat uit strofen, antistrofen en epoden. Van deze komt de strofe als eerste, en bestaat uit twee of meer gelijksoortige of ongelijksoortige regels, zoals in de volgende van Alcman, welke is samengesteld uit drie dactylische regels van dezelfde versmaat, en in deze, welke is samengesteld uit ongelijksoortige regels: Hierheen, Muzen, zoete heldere Muze van de vele deuntjes en eeuwigdurende liederen, die een nieuwe richting geven aan meisjes om te zingen.

Lyra; Alcman; 103 Fragment 9: Aan de Lycaeaanse Zeus

Het leven van Aratus Buhle 2.437
Zij zijn zich niet bewust dat Pindar, ook van deze regel gebruik maakt, wanneer hij zegt ‘Wat de kinderen van Homerus ook mogen doen, wanneer zij het gedicht aan Zeus opdragen’, en Alcman: Maar het begin van mijn lied zal met Zeus beginnen.

Lyra; Alcman; 104 Fragment 10: Aan de Lycaeaanse Zeus

Apollonius, De voornaamwoorden 109.23
Dit wordt vaak onder andere schrijvers aangetroffen. Bij voorbeeld, spheteron patera in plaats van humeteron patera, ‘je vader’ … en opnieuw bij dezelfde auteur (Hesiodus) wordt spheteron gebruikt voor sphôiteron. Alcman zegt: U en uw paarden.

Lyra; Alcman; 105 Fragment 11: Aan de Lycaeaanse Zeus

Scholiast over Euripides, Trojaanse Vrouwen 210
Zij noemen Therapne de woonplaats van de Dioscuren omdat zij onder het land van Therapne verkeren wanneer zij dood zijn, zoals Alcman zegt.

Lyra; Alcman; 106 Fragment 12 en 13: Aan de Lycaeaanse Zeus

Priscian Versvoeten van Terence 3.428 Keil
Bovendien gebruikt Alcman in zijn eerste boek soms een onvolledig kwart en soms zonder een jambus in de vierde voetregel op de volgende wijze .... en de zuivere tempel van het ommuurde Therapnae; heeft hij hier een bed in het vierde boek. Evenzo: …. valt sprakeloos neer in de verwarde massa op de kust; ook hier geeft hij de vierde versregel een spondeus, want de eerste lettergreep van phukessi is lang.

Lyra; Alcman; 107 Fragment 14: Aan de Lycaeaanse Zeus

Aristides 2.508 Over de Onvoorbereide Aanvulling Je hoort de Laconiër ook tegen zichzelf en het koor zeggen: ‘De Muzen’ enz. Merk hierbij op dat hij aan het begin de Muze zelf vraagt om hem te inspireren, dan lijkt hij van gedachten te veranderen en zegt dat het koor, dat het lied zingt, dit zelf heeft gedaan in plaats van de Muze. Bijvoorbeeld: De Muze zong luid, die Sirenen helder en zoet. Maar het had geen nut, zo leek het, om haar hulp in te roepen, merkend dat jullie zelf, meisjes, mij met een luide stem geïnspireerd hebben.

Lyra; Alcman; 108 Fragment 15: Aan de Lycaeaanse Zeus

Scholias over Apollonius van Rhodos, Argonautica 1.146
(Aetolische Leda): Het is waar dat Pherecydes in zijn tweede boek zegt dat Leda en Althaea dochters waren van Thestius bij Laophonte, dochter van Pleuron. Maar dat Leda de dochter van Glaucus was wordt aldus door Alcman gesteld: … zijn zoons bij de gezegende dochter van Glaucus.

Lyra; Alcman; 109 Fragment 16: Aan Hera

Athenaeus, Doktoren aan het diner 15. 680f
(Over de helichryse of cassidony): Alcman zei hier het volgende over: Ook tot u bid ik met een bloemenslinger van kassieplanten en mooi bedstroo voor een offer.

Lyra; Alcman; 110 Fragment 17: Aan Artemis

Oude Etymologische Magnum Miller Div. 263
Aanspanner: O Artemis, spanner aan boogpezen.

Lyra; Alcman; 111 Fragment 18: Aan Artemis

Apollonius, De Voornaamwoorden 75.12
Het voornaamwoord seo veranderd van s in t in Doris. Vergelijk hierbij Alcman: Ik die eveneens een koorleider ben voor u als voor de zoon van Leto.

Lyra; Alcman; 112 Fragment 19: Aan Artemis

Scholiast over de Ilias 21.485
Want Artemis gaat gekleed in huiden van reekalven. Vergelijk hiervoor Alcman: Gekleed in de huiden van de beesten van het veld.

Lyra; Alcman; 113 Fragment 20: Aan Artemis

Etymologische Magnum 486.39
Kala, ‘mooi’: het woord wordt weergegeven als kalla in Alcman: liederen van zo’n schoonheid.

Lyra; Alcman; 114 Fragment 21: Aan Artemis

Apollonius, Voornaamwoorden 50.25
Dezelfde Doriërs zeggen agôna en egônnê voor ‘ik’. Vergelijk hiervoor Alcman: Ik was nooit, O koningin die uit Zeus geboren is.

Lyra; Alcman; 115 Fragment 22: Aan Artemis

Choeroboscus over Hephaestion 13 Handboek over versvoeten
(Over de Paeonische): Heliodorus zegt dat de voet-bij-voet beëindigingen normaal is bij paeonische, met als bijvoorbeeld: noch van Cnacalus noch uit Nyrsylas.

Lyra; Alcman; 116 Fragment 23: Aan Artemis

Athenaeus, Doktoren aan het diner 14.646a
(Over ‘pangebakken’ broden): Volgens Apollodorus is dit hetzelfde soort baksel als in Alcman. En hetzelfde als Sosibius die in zijn derde boek van zijn traktaat Over Alcman, verklaart dat zij gevormd zijn als vrouwenborsten en in Sparta gebruikt worden tijdens vrouwenfeesten, waar zij worden rondgedeeld vlak voordat de bedienden in het koor het lijklied zingen dat zij hebben voorbereid ter ere van het Meisje.
Idem. 3. 114f
(Over bladeren): De thridakiskai van Alcman is dezelfde als de Attische thridakinai of lettuces. De passaga van Alcman gaat als volgt: Het maken van een stapel lettuces en pangebakken broden.

Lyra; Alcman; 117Fragment 24: Aan Aphrodite

Strabo 8.340
(Over Elis): Ze zeggen dat Homerus, door een poëtische figuur, de delen stukje voor stuke in het geheel plaatst, zoals ‘In geheel Griekenland en het midden van Argos’ … en ook Alcman die zegt: Vanuit het lieflijke Cyprus en het zee-omspoelde Paphos.

Lyra; Alcman; 118 Fragment 25

Athenaeus, Doktoren aan het diner 9.390a Patrijzen worden door sommige schrijver caccabai genoemd, vooral door Alcman, die zegt: Ja, en Alcman voegde de gesproken uitingen van de caccabis samen, om zijn woorden en muziek aaneen te smeden.

Lyra; Alcman; 119 Fragment 26

Antigonus van Carystus Wonderen 27
De halcycon hanen worden ceryls genoemd, en wanneer ze oud en zwak worden en niet meer in staat zijn om te vliegen, dragen hun partners hen op hun vleugels. En dit sluit aan op passage van Alcman waarin hij zegt dat de leeftijd hem zwak maakt en niet meer in staat om rond te wervelen met het koor en het dansen van de meisjes: O meisjes met honingzoete stem zo luid en helder, mijn benen kunnen mij niet meer dragen. Ik wilde, o god, ik wilde maar dat ik een ceryl was, die onverschrokken met de halyconen over de dansende golven vliegt, de vogel van het voorjaar die paars is als de zee!

Lyra; Alcman; 120 Fragment 27

Aristides 2.40 Over Rethoriek
En wat zegt de lofprijzer en vertrouwenspersoon van de meisjes, de dichter van Sparta? Laat de naam van de man Veelsprakig zijn, en die van de vrouw Blij-met-alles. Waarmee hij bedoelt: ‘Laat de man spreken en de vrouw tevreden zijn met wat zij te horen krijgt.’

Lyra; Alcman; 121 Fragment 28

Athenaeus, Doktoren aan het diner 9.373e
(Over pluimvee): Dat zij orneis zeggen voor ornithe ‘vogel’ in het meervoud blijkt duidelijk uit de bovenstaande getuigenis van Menander. Maar Alcman zegt ook ergens: Het jonge meisje zonk hulpeloos naar beneden, als vogels onder een rondcirkelende havik.

Lyra; Alcman; 122 Fragment 29

Apollonius, De Voornaamwoorden 58.13
Maar Alcman, zegt ook in zijn eerste boek: Gezegend is hij.

Lyra; Alcman; 123 Fragment 30

Idem. 366c
Het voornaamwoorde se, ‘u’ …. De Doriërs gebruiken de vorm in t. Vergelijk Alcman, en dan in ik, en ook de normale vorm in s: Want ik sta vol ontzag voor u.

Lyra; Alcman; 124 Fragment 31

Scholiast over de Odyssee 6.244
(Ik wilde dat zo’n man mijn echtgenoot zou zijn die hier woonde, en blij zou zijn om zich hier met mij te verpozen): Aristarchus verbindt deze twee regels, maar is twijfelachtig over de eerste omdat Alcman deze heeft aangenomen, door enkele meisjes te laten zeggen: O Vader Zeus! Dat hij mijn echtgenoot zou zijn!

Lyra; Alcman; 125 Fragment 32

Apollonius, De Voornaamwoorden 109.23
Dit wordt vaak aangetroffen onder andere schrijver. Bijvoorbeeld spheteron patera in plaats van humeteron patera ‘jouw vader’ …. Alcman: ik val voor jou op mijn kniën.

Lyra; Alcman; 126 Fragment 33

Cyrillus in Cramer’s, Inedita (Paris) A.P. 4.181.27
Eikô ‘zich terugtrekken’ … zoals Alcman: en de huisvrouw gaf haar plaats op voor hem.

Lyra; Alcman; 127 Fragment 34

Cramer Inedita A.O. 1.343.11
En plêtron ‘roer’, en in de verkleinende vorm zegt Alcman plêtrion ‘helmstok’.

Lyra; Alcman; 128 Fragment 35

Eustathius over Homerus Illias 110.25
Cheir ‘hand’ is in bijzonder onder vrouwen en kan op twee manieren worden afgeleid, beiden met een e en met een ei, volgens Herodia, met een verandering naar ê, waarvoor hij Alcman citeert: gelet op zijn linkerhand.

Lyra; Alcman; 129 Fragment 36

Apollonius, Woordenboek van Homerus
Sommige schrijvers geven de naam van beesten aan leeuwen, luipaarden of wolven, en alle andere soortgelijke dieren, en die van kruipende dingen aan alle soorten slangen, die van monster aan walvisachtigen zoals walvissen. Waarover het onderscheid door Alcman gemaakt wordt in de regels: De bergtop en het bergdal slapen, en de bergrug en het ravijn. De kruipende dingen die uit de donkere aarde komen, de beesten wier leger op de heuvelhellingen is, de generatie bijen, de monsters in de diepte van het paarse zeewater, allen slapen, en met hen, de stammen der gevelugelde vogels.

Lyra; Alcman; 130 Fragment 37

Apollonius, Voornaamwoorden 95.9
Het voornaamwoord hamôn is dorisch, en vertoont een articulaire tweede naamval die overeenkomt met hamos. Maar het oorspronkelijke ameôn ‘ons’, onderscheidt zich van het bezittelijke voornaamwoord, amôn, ‘onze’, door een trema … Alcman: Ieder van ons dat een meisje is prijst onze lierspeler.

Lyra; Alcman; 131 Fragment 38

Eustathius over de Illias 1147.1
Lêdos ‘katoenen jurk’ … die de Doriërs lados noemen, zoals Alcman: en zij ging gekleed in een mooie katoenen jurk, dat wil zeggen, gekleed in een mooie zomerjurk.

Lyra; Alcman; 132 Fragment 39

Eustathius over de Illias 1618.23
En ook, volgens de instantie die door Herodian wordt geciteerd uit Alcman, Artamitos voor Artemidos ‘van Artemis’, als: priester van Artemis; Net als Themis, Themitos.

Lyra; Alcman; 133 Fragment 40

Achilles Tatius, Introductie op Artatus’ Phaenomea 2.166
Er zijn vier ringen en die door de ouden stoicheia worden genoemd omdat elk van hen op rij ligt, net als Alcman die ergens, meisje op een rij, noemt wat meisjes zijn die in een rei dansen.

Lyra; Alcman; 134 Fragment 41

Suidas, Woordenlijst
Psileus, ‘Gevleugelde’: iemand die aan de buitenkant van een koor zangers staat. Vandaar Alcman’s liefhebber van de vleugels, ‘zij die graag aan de rand van het koor staat.’

Lyra; Alcman; 135

Fragment 42

Bekker Inedita 2.855
Het verkleinwoord of koosnaampje is een uitdrukking van kleinheid en geschikt voor meisjes. Het wordt om de volgende regen gebruikt, bijvoorbeels, door Alcman …. Want de spreeksters zijn meisjes.

- Boek 3, Meisjesliederen

Lyra; Alcman; 136 Fragment 43

Hephaestion 43 Handboek voor versnoten
(op de dactylus): Alcman die hele coupletten van deze versnoten heeft: Kom, Muze Calliope, dochter van Zeus, begin met uw mooie regels, en maak een hymne naar onze smaak en een dans waar men blij van wordt.

Lyra; Alcman; 137 Fragment 44

Scholiast over de Odyssee 3.171
Psyria, een klein eilandje met een ankerplaats voor twintig schepen … vergelijk Alcman: Naar de heilige rots, naar Psyria.

Lyra; Alcman; 138 Fragment 45

Aristides 2.509 Over de Onvoorbereide toevoeging
Op een andere plaats werd Alcman zo door de goden geïnspireerd dat je kunt zeggen dat hij niet alleen enthousiast werd in de gewone zin van het woord maar de actuele woorden van god spreekt als een god uit de machine, deux ex machina: Vertel mij dit, gij sterfelijke mensen.

Lyra; Alcman; 139 Fragment 46

Athenaeus, doktors aan het diner 10.416c
(Over vraatzucht): En in zijn derde boek verhaalt de dichter Alcman dat hij een veevraat is, aldus: En dan geef ik je een fijne grote kookpot waarin je een groot diner kunt klaarmaken. Maar het is nog niet gekookt, maar zal binnenkort vol zijn met een heerlijke soep waar de alles verslindende Alcman van houdt wanneer de dagen weer beginnen te lengen. Hij wil niets van jouw lekkere snoepgoed, niet hij. Want, net als het volk, is hij op zoek naar het gemeenschappelijke voedsel.

Lyra; Alcman; 140 Fragment 47

Idem 11.498
(Over de beker): Asclepiades van Myrlea, in zijn verhandeling over de beker van Nestor, zegt dat de scyphus of ‘beker’ en de cissybium of ‘houten beker’ nooit gebruikt werden door stedelingen en mensen van belang, maar alleen door zwijnenhoeders, schaapherders en boeren … en Alcman zegt: Telkens weer temidden van de bergtoppen, wanneer de goden genieten van het met fakkels verlichte festival, droeg je een grote kan van de soort dat herders hebben, maar geheel van goud en door jouw mooie hand gevuld met de melk van een leeuwin, en daarbij een grote kaas gemaakt had, ongebroken met een stralend witte kleur.

Lyra; Alcman; 141 Fragment 48

Plutarch Eettafelproblemen 3.10.3
Tijdens een smeltende lucht druppelt de meeste dauw bij een volle maan, zoals de lyrische dichter Alcman beweert wanneer hij zegt dat Dauw de dochter is van de Lucht en de Maan: Zoals zij wordt verzorgd door Dauw die de dochter is van Zeus en de goddelijke Maan.

Lyra; Alcman; 142 Fragment 49

Natalis, comes Mythologie 3.255
Sommige autoriteiten zijn van mening dat de Maan de vrouw was van de Lucht, en bij hem de moeder van de Dauw. Vergelijk de lyrische dichter Alsman in zijn welbekende gedicht: De Dauw die de zoon is van Maan en Zeus en het hertengras laten groeien.

Lyra; Alcman; 143 Fragment 50

Scholiast over de Illiade 13.588
De beëindiging –phi wordt door Homerus in drie gevallen gebruikt, geniatief, datief en accusatief ... Want de lyrische dichter Alcman gebruikt het in de vocatieve wijze, aldus: Muze, dochter van Zeus, hemelse Muze, zoet en helder zal ik zingen. Want ôraniaphi staat voor ourania ‘hemels’.

Lyra; Alcman; 144 Fragment 51

Scholiast over de Illiade 13.588
(‘Maar dingen gedaan hebbend die beroemd zullen zijn bij hen die nog geboren moeten worden’): Er is een onmissie in het woord ‘goed’ als in Alcman: Buren zijn een groot goed voor buren.

Lyra; Alcman; 145 Fragment 52

Apollonius Voornaamwoorden 83.3
Het voornaamwoord se, ‘u’, verschijnt in alle dialecten – in het Dorische in de vorm van te …, zoals Alcman zegt, en in de vorm tei: Uw nederlaag zal aan het lot van Paris gevallen.

Lyra; Alcman; 146 Fragment 53

Scholiast over de Illiade 3.39
Duspari: Dat betekent, ‘riep Paris voor het kwaad, kwade Paris’. Vergelijk Alcman: De kwade Paris, Angstige Paris, en slecht voor Griekenland, de verzorgster van helden.

Lyra; Alcman; 147 Fragment 54

Idem. 16.236
(Zelfs toen je mijn stem eens in gebed hoorde): Hij herkent het gebed van zijn moeder als dat van zichzelf. Want het was Achilles die Thetis naar Zeus stuurde en het gebed aan het doorgaf. Op dezelfde manier zegt Alcman: En Circe zalfde eens, nadat zij de oren van de kameraden van de moedige Odysseus …., Hoewel ze die niet zelf zalfde maar Odysseus opdracht gaf om dat te doen.

Lyra; Alcman; 148 Fragment 55

Apollonius, bijwoorden 2.566.11
Vervolgens moeten we het bijwoord rha behandelen. Vergelijk Alcman: En bidt die met gemak de geest van een ander kan lezen?

Lyra; Alcman; 149 Fragment 56

Ammonius, Dezelfde Woorden maar Verschillend
Ipes …. Maar ikes zijn wezens die eten aan de knoppen van wijnstokken. Vergelijk Alcman: en de sluwe worm die de knoppen vernietigt.

Lyra; Alcman; 150 Fragment 57

Herodian over Peculiarites 44.10
In Alcman krijgt het woord peizô, ‘drukken op’ de vorm piazô. Vergelijk: En de godin nam, en drukte met haar hand op de lokken van zijn voorhoofd.

Lyra; Alcman; 151 Fragment 58

Apollonius, Voornaamwoorden 365A
(Over het voornaamwoord soi): toi ‘aan u’ wordt door Alcman geaccentueerd, in overeenstemming met het Dorische idioom: Ik bid dat mijn dans voor Zeus aanvaardbaar is en zijn hart zal verheugen, O Heer, aan u.

Lyra; Alcman; 152 Fragment 59

Idem 112.20
Nogmaals, Alcman heeft spheas ‘hen’ gebruikt in plaats van het enkelvoud (possessief), en ook het adjectief sphois ‘hun’, voor ‘zijn’: De dood en doodsgeest van de kinderen van zijn broer.

Lyra; Alcman; 153 Fragment 60

Oud etymologicum Magnum
Megas ‘groot’ is voor mêgas, ‘datgene wat niet aanwezig is in de aarde (mê gê) maar er zich boven uitstrekt’. Alcman gebruikt de vorm me: Zie! De illustere Ajax pochte.

Lyra; Alcman; 154 Fragment 61

Athenaeus, Doktoren aan het diner 15.682a
(Over de bloem calcha): Deze bloem werd door Alcman aldus genoemd: Droeg een gouden ketting van sierlijke blaadjes van calchabloemen.

Lyra; Alcman; 155 Fragment 62

Plutarch, Het leven van Lycurgus
Deze citaten tonen aan dat de Spartanen plotsklaps muzikaler werden en zeer oorlogszuchtig. Want om de lier goed te bespelen luistert net zo precies als het staal, zoals de Spartaanse dichter heeft gezegd.

Lyra; Alcman; 156 Fragment 63

MS. In Gaisford’s Etymologicum Magnum p.327
Want de Laconische vorm is aeidên of aeiden, ‘zingen’: Noch blijf om voor me te zingen.

Lyra; Alcman; 157 Fragment 64

Scholiast over Sophocles O.C. 1248
(Van de nachtomhulde Rhipa): … en hij noemt hen nachtomhulden omdat zij in het westen liggen. En Alcman noemt hen ook als volgt: De met bossen bebloemde berg van Rhipè is de borst van de duistere nacht.

Lyra; Alcman; 158 Fragment 65

Bekker Inedita 2.490
In Alcman: Dan moet ik van Phoebus gedroomd hebben?

Lyra; Alcman; 159 Fragment 66

Plutarch, Het fortuin van Rome 4
Want het Foruin is niet ingewikkeld zoals Pindar zegt …, maar eerder een zus van Orde en Overreding, en dochter van Vooruitziendheid, dat haar stamboom is volgens Alcman.

Lyra; Alcman; 160 Fragment 67

Scholiast over Pindar I.1.56
(Want hij die geleden heeft, getuigt daarvan met een vooruiziende blik): De geest van een man krijgt een vooruiziende blik of voorzichtigheid door ervaring. Vergelijk Alcman: Onderzoek is het begin van wijsheid.

Lyra; Alcman; 161 Fragment 68

Eustathius over de Odyssee 1787.43
Het Aeolische gebruik van philô ‘ik hou van’ als deelwoord, phileis … het is dus mogelijk dat het optionele ein, ‘zou worden’ een Aeolisch wordt is dat werd afgeleid van het deelwoord eis, ‘zijn’, de verbuiging waarvan Heracleides zegt, dit is waargenomen door de dichters, en hij geeft daarvan het volgende voorbeeld van Alcman: Herinnering behoort aan degenen die daar aanwezig waren.

Lyra; Alcman; 162 Fragment 69

Apollonius, Voornaamwoorden 93.5
Ames ‘wij’ is Dorisch. Vergelijk Alcman: Als we de mooie korte liedjes met een refrein ….. en het accentuerende hames niet worden gecencureerd.

Lyra; Alcman; 163 Fragment 70

Athenaeus, Doktoren aan het diner 9.374d
(Over het pluimvee): De Doriërs, die ornix zeggen voor ornis, ‘vogel’, gebruiken het genitieve ornichos met ach, hoewel Alcman de s-vorm gebruikt in de nominatief…. en de ch-vorm in het genitief. Vergelijk: Ik ken de liedjes van alle vogels.

Lyra; Alcman; 164 Fragment 71

Choeroboscus in Bekker’s Inedita 3.1182
Bovendien vinden we Aias, ‘Ajax’ gemarkeerd in de tekst van Alcman met de korte …. Ajax gaat met een glanzende speer tekeer, en Memnon dorst naar bloed. …. Want het komt op de vijfde plaats, waarin spondeus niet te vinden zijn in de trochaïsce dichtmaat.

Lyra; Alcman; 165 Fragment 72

Scholiast over de Illias 1.222
Hij noemt de goden demonen hetzij dat …. of omdat zij de arbiters over het toebedelen aan de mensen zijn, zoals de lyrische dichter Alcman zegt: Die hen hun eigen lot heeft toebedeeld en verdeeld in hun eigen twee gedeelten. Dat wil zeggen, splitsingen.

Lyra; Alcman; 166 Fragment 73 en 74

Atheaneus, Doktoren aan het diner 4.140c
Bovendien zegt Polemo (in zijn traktaat over de Wereld Kanathron in Xenophon) dat voor deiphon ‘avondmaal’ de Spartanen aiklon gebruiken…. Alcman zegt in ieder geval: om hem wordt bij de molen gerouwd, hij wordt beweend in de eetzaal. Hier wordt bedoeld bij de sunaikliai, de openbare maaltijden. En opnieuw: Alcman heeft voor zichzelf een avondmaaltijd ‘aiklon’ bereid.

Lyra; Alcman; 167 Fragment 75

Cramer Inedita A.O. 1.159.30
En Homerus verkort de klinker van de eerste lettergreep in het woord esken ‘was’, maar Alcman gebruikt het lang: Er was eens een landarbeider koning.

Lyra; Alcman; 168 Fragment 76

Apollonius, Bijwoorden (Bek. An. 2.563)
Prosthe, ‘voor’, verschijnt als prostha, en de elisie dient uit Alcman genomen te worden: Voordat Lycische Apollo.

Lyra; Alcman; 169 Fragment 77

Oud Etymologicum Magnum
Aphthonestaton "meest overvloedig". . . en de overtreffende trap aidoiestaton "meest dienbare ', zoals in Alcman, bijvoorbeeld: Uiterst dienbaar aam goden en mensen.

Lyra; Alcman; 170 Fragment 78 en 79

Apollonius, voornaamwoorden 96.23
Het voornaamwoord hamin ‘aan ons’ zoals in het Dorisch verbogen, verkort de i wanneer deze is voorzien van een circumflex op de voorlaatse lettergreep: Zijn dit onze zaken! En ook op de laatste wordt een duidelijk accent gelegd: Hij zal ons lied met de fluit begeleiden, zoals Alcman zegt.

Lyra; Alcman; 171 Fragment 80

Strabo, Geografie 12.580
Er is sprake van sommige Phrygische stammen die niet getraceerd kunnen worden, zoals de Berecyntiërs. En Alcman zegt: Hij blies een Phrygisch deuntje uit Cerbesië.

Lyra; Alcman; 172 Fragment 81

Hephaistion 71, Handboek voor de versmaten
(Over de lonieum a minore): en inderdaad zijn complete gedichten geschreven in deze versmaat, zoals in Alcman: de safraankleurig gemantelde Muzen dit aan de verwerpende Zoon van Zeus.

Lyra; Alcman; 173 Fragment 82

Oud Etymologicum Magnum
Klonk opnieuw het heldere getokkel (op de lier). In Alcman: ligukorton ‘helder getokkel’, in plaats van ligukroton door de methathese van r.

Lyra; Alcman; 174 Fragment 83

Plutarch, Over muziek 14
Niet alleen de lier behoort toe aan Apollo, maar hij is ook de uitvinder van het fluitspel als het lierspel. Anderen vertellen dat hij zelf de fluit bespeelde, bijvoorbeeld de grote lyrische dichter Alcman.

Lyra; Alcman; 175 Fragment 84

Scholiast over Theocritus 5.83
(Het Carneïsche Festival): Praxilla zegt dat dit festival zo heet naar Carnus, de zoon van Zeus en Europa. Maar Alcman dat het is vernoemd naar een Trojaan genaamd Carneüs.

Lyra; Alcman; 176 Fragment 85 en 86

Hephaistion 86, Handboek van de versmaten
Het epionische trimester, een kleiner acatalectic, komt voor bij Alcman. Het eerste deel omvat een jambische maat van zes of zeven slagen, en de rest twee pure Ionische zeskwartsmaten, zoals: Te veel, want als Lycische Apollo, en, en zeekoningin Ino, die vanuit haar borst.

Lyra; Alcman; 177 Fragment 87

Strabo, Geografie 10.482
(Over Kreta): Ephorus zegt dat de openbare eetzaal andreia wordt genoemd of ‘de eetzaal der mensen’ in Kreta, maar dat deze in Sparta obsolete wordt genoemd, hoewel het bij Alcman als volgt voorkomt: Tijdens feesten en in het gezelschap der mensen’s in de eetzaal is het de gewoonte om naast elkaar te zitten, van het vlees te eten, en de Paean te zingen.

Lyra; Alcman; 178 Fragment 88

Strabo, Geografie 10.482
Athenaeus, Doktoren aan het diner 2.39a (Over nectar): Ik weet dat Alexandrides zegt dat nectar geen drank van de goden is maar hun voedsel. En Alcman zegt: Deden niets anders dan van de nectar eten.

Lyra; Alcman; 179 Fragment 89

Scholiast over Pindar O.1.91
(Wee … die zijn vader op hem lag, die machtige steen): Alcaeus en Alcman zeggen dat er een steen boven Tantalus hing. Alcaeus zo, en Alcman aldus: Hij zat, een slechte man, temidden van plezierige dingen, op een zetel onder een uitkragende rots, denkend dat hij die zag maar die niet ziend.

Lyra; Alcman; 180 Fragment 90

Cramer Inedita A.O. 1.418
(Over hupaitha): dit woord wordt ook gebruikt zonder lettergreep tha door Alcman, en het betekent proteron, ‘vroeger’: het was lang geleden dat Hippolochus viel, maar hij verwierf een roem die hem zelfs nu nog niet verlaten heeft. In plaats van proteron, heeft hij het accent op de eerste lettergreep gelegd.

Lyra; Alcman; 181 Fragment 91

Apollonius Syntax 212
De optatief, zoal het in Alcman vookomt: en moge de beste winnen!

Lyra; Alcman; 182 Fragment 92

Etymologicum Magnum 506.20
Kerkun, ‘Corcyraeaans’ : Vergelijk Alcman : En leidt de Corcyareanen. Van het nominatieve Kerkur, dat echter niet voorkomt.

Lyra; Alcman; 183 Fragment 93

Idem 620.35
Vergelijk Alcman: (zou dat,) als ik een volwassen vrouw ben. Het dialect gebruikt hoka voor hote ‘wanneer’, en dan verdubbeld de k (door verbuigingen).

Lyra; Alcman; 184 Fragment 94

Eustathius over de Odyssee 1547.60
En Alcman zegt: Ge zult naar de Muzen schreeuwen, in plaats van ‘naar luisteren’

Lyra; Alcman; 185 Fragment 95

Scholiast over de Illias 12.66
Steinos ‘een smalle plek’: Zo ook het adjectieve kleitios, ‘beroemd’, wanneer het een zelfstandig naamwoord wordt, wordt daat geaccentueerd op de eerste lettergreep, zoals in Alcman: door wiens roem in Thessalië.

Lyra; Alcman; 186 Fragment 96

Oud Etymologicum Magnum
Hulakonôroi (bijnaam van een hond): genoemd naar het drukke blaffen, of, volgens een andere mening, scherpgestemde, als egchesimôros, vanwege de scherpte van de speren (egchê), want moros betekent in het Cyprische dialect scherp. Maar het is beter om te spreken over het gezwoeg (moreô) van hun geblaf, omdat zij voortdurend wakker blijven. Of misschien het luidere blaffen, dat een schril keffen veroorzaakt. Vergelijk Alcman: hef voor mij zijn onverzadigbare deuntje aan.

Lyra; Alcman; 187 Fragment 97

Scholiast over Aristophanes Pac. 457
(Niet aan Ares? Nee. Ook niet aan Enyalius? Nee): Dit verwijst naar de jongere generatie die Ares vereenzelvigen met Enyalius. Van Alcman wordt gezegd dat hij ze soms onderscheidt en soms niet.

Lyra; Alcman; 188 Fragment 98

Pausanias, Beschrijving van Griekenland 3.18.6
(Over Amyclae): Op weg daar naar toe van Sparta bevindt zich de rivier Tiasa .. en daar vlakbij is een heiligdom van de Gratiën Phaënna en Cleta, zoals Alcman hen noemt in een gedicht.

Lyra; Alcman; 189 Fragment 99

Athenagoras’ Missie namens de Christenen 14
Alcman en Hesiodus verheffen Medea tot een godin.

Lyra; Alcman; 190 Fragment 100

Aelian, Historische Wetenswaardigheden 12.36
De ouden lijken het niet eens te zijn over het aantal kinderen van Niobe. Alcman zegt dat het er tien waren.

Lyra; Alcman; 191 Fragment 101

Plutarch, Kwaadaardigheid van Herodotus 14
En toch onder de oude schrijvers wisten noch Homerus, Hesiodus, Archilochus, Peisander, Steschorus, Alcman, of Pindar, iets van een Egyptische of Phoenicische Heracles, maar allen kenden deze ene Heracles die zowel van Boeotië als van Argos was.

Lyra; Alcman; 192 Fragment 102

Tzetes over de Illias 65 Herm.
Thales, Pythagoras, Plato en de Stoa, bekend door hun onderscheid tussen demonen of ‘geesten’ en helden of ‘halfgoden’. Maar Orpheus, Homerus, Hesiodus, Alcman de lierspeler, en de andere dichters maken soms wel en soms niet een onderscheid tussen hen.

Lyra; Alcman; 193 Fragment 103

Eustathius over de Illias 1154.25.
De ouden verklaren dat de zoons van de Hemel Acmoniden waren of ‘zoons van Acmon’, en door Alcman wordt gezegd dat Acmon de Hemel is.

Lyra; Alcman; 194 Fragment 104

Athenaeus, Doktoren aan het diner 14.624b
(Over de Phrygische ‘toonsoort’): deze toonsoort is uitgevonden en voor het eerst gebruikt door Phrygiërs, en daarom hebben fluitspelers in Griekenland Phrygische namen als van slaven, bijvoorbeeld Sambas, Adon, en Teleus, in Alcman.

Lyra; Alcman; 195 Fragment 105

Scholiast over de Ilias 3.250
(Zoon van Laomedon): De naam van Priamus’ moeder, zoals ons wordt verteld door Porphyrius in zijn boek Over Namen, werd door Homerus weggelaten, maar was volgens de lyrische dichter Zeuxippe, maar volgens Hellanicus Strymo.

Lyra; Alcman; 196 Fragment 106

Plutarch, Over Muziek 5
Polymnastus wordt geneomd door de lyrische dichters Pindar en Alcman.

Lyra; Alcman; 197 Fragment 107

Aristides 2.272 De Vier Grote Atheners
Maar ik wil dit ten voordeel van Plato erkennen, de toegekende ‘brakke (of bittere) buurman’, zoals hij het noemt.
Scholiast ad loc
Brakke buurman: Van Alcman de lyrist, betekent ‘het is een slecht ding om de zee als buurman te hebben.’
Arsenius, Violetkleurig bed 43
Kijk vanuit de verte naar een brakke buurman.

Lyra; Alcman; 198 Fragment 108

Aristides 2.508 Over Toevoegingen voor de vuist weg.
In een andere passage, om een manier om de grootsheid van zijn eigen roem weer te geven, maakt Alcman zo’n belachelijke opsomming van de volkeren, dat de ongelukkige geleerde tot aan de dag van vandaag probeert uit te vinden waar deze zich in de wereld bevinden, en het zou hem beter staan, denk ik, door op zijn schreden terug te keren dan zijn tijd te besteden aan de Sciapoden of Schaduwvoetigen.

Lyra; Alcman; 199 Fragment 109

Strabo, Geografie 1.43
Men kan nauwelijks Hesiodus van onwetendheid beschuldigen omdat hij spreekt van Halfhonden, noch Alcman omdat hij de Steganopoden of Schaduwvoetigen noemt.

Lyra; Alcman; 200 Fragment 110

Diodorus van Sicilië, Historische Bibliotheek 4.7
Want de meeste kenners van de mythologie, en de meeste erkennen die, zeggen dat de Muzen de dochters van Zeus en Geheugen zijn, maar een paar dichters, onder wie Alcman, stellen hen voor als de dochters van Hemel en Aarde.

Lyra; Alcman; 201 Fragment 111

Hesychius Woordenlijst
Aantha: Een soort oorbel in het boek van Alcman, volgens Aristophanes.

Lyra; Alcman; 202 Fragment 112

Cramer Inedita A.O. 1.55.7
Agazô ... ‘zich afvragen’, van agô, dat voorkomt in Alcman. Vergelijk: Verwondert zich over hem. Hiervan komt agêmi en agamai.

Lyra; Alcman; 203 Fragment 113

Eustathius over de Ilias 314.41
Ze zeggen dat het woord agerôchoi aldus gebruikt ‘de trotse’ betekent, zoals Alcman het bedoelde.

Lyra; Alcman; 204 Fragment 114

Stephanus van Byzantium
Aigialos: Het ethnische bijvoeglijke naamwoord is Aigialeus, met vrouwelijk Aigialeia en in Alcman Aigialis, vrouw van Aegialus.

Lyra; Alcman; 205 Fragment 115

Argument aan Theocritus 12
En Alcman roept geliefde meisjes aitiai ‘lievelingen’.

Lyra; Alcman; 206 Fragment 116

Hesychius, Woordenlijst
In zee gedoopt: Een paarse vogel, Alcaeus en Alcman.

Lyra; Alcman; 207 Fragment 117

Stephanus van Byzantium, Woordenboek
Annichorum: Genoemd door Alcman. De inwoners zijn Annichori of Annichoren en worden gesitueerd in de buurt van Perzië.

Lyra; Alcman; 208 Fragment 118

Idem
Araxe of Araxi: Een ras uit Illyrië, volgens Alexander Cornelius in het traktaat over ‘Plaatstoespelingen’ van Alcman.

Lyra; Alcman; 209 Fragment 119

Idem
Arrhyba: het bijvoeglijk naamwoord is Arrubas , Arrhyban, want zo staat het in Alcman.

Lyra; Alcman; 210 Fragment 120

Idem
Assus: Maar Alexander Cornelius, in zijn traktaat over de ‘Plaatstoespelingen’ van Alcman, zegt dat het een Mytilenaeaanse kolonie is in Mysië, waar zij de sarcophaag aantreft van vleesverterend steen.

Lyra; Alcman; 211 Fragment 121

Idem
Gargara: een stad in de Troad. Alcman maakt het vrouwelijk met Gargarus.

Lyra; Alcman; 212 Fragment 122

Idem
Graikos, ‘Graecus’: Hellen, de zoon van Thessalus, naar wie de Hellenen Grieken werden genoemd. En Graeca is in Alcman de moeder van Hellen.

Lyra; Alcman; 213 Fragment 123

Idem
Issedonen: Een volk van Scythië. Alcman in het bijzonder noemde hen Essedoniërs. De tweede lettergreep wordt met een korte e gevonden bij andere schrijver.

Lyra; Alcman; 214 Fragment 124

Etymologicum Gudianum
Mnêmê, ‘Herinnering’: Alcman noemt haar ‘Zij die kijkt met de geest’. Want we kijken naar het verleden met het oog van het verstand.

Lyra; Alcman; 215 Fragment 125

Cramer Inedita A.O.1.55.21
Het woord karcharos ‘scherp’is in onze tekst gemarkeerd. En het is als vrouwelijk gevonden bij Alcman. Te vergelijken met scherpe stemmen.

Lyra; Alcman; 216 Fragment 126

Zonarus, Woordenboek 1190
Kerkolura: Alcman gebruikt deze vorm in plaats van krekolura. Het betekent ‘klinkende lier’, krekè-krekè is het geluid van de cithara.

Lyra; Alcman; 217 Fragment 127

Stephanus van Byzantium
Pityussae: Verschillende eilanden, Pityoden genoemd door Alcman.

Lyra; Alcman; 218 Fragment 128

Etymologicum Magnim 663.54
Periers, van Periêrês, ‘Perieres’ zonder e. Als je het in deze vorm moet toepassen volgens Alcman, weiger dat dan om te doen. Want de uitgang van het woord, indien het Periêrous in de genitief wordt, komt niet overeen met het nominatieve Periêrs.

Lyra; Alcman; 219 Fragment 129

Suidas Woordenboek
Chthonia ‘aardse, hel’: En in Alcman, wanneer hij spreekt over Strijd, het helse monster, vertalen sommige commentatoren het in de zin van ‘weerzinwekkend’, en anderen in de zin van ‘groot’, omdat hij haar benoemt.

- Boek 4, Liefdesliederen

Lyra; Alcman; 220 Fragment 130

Athenaeus, Doktoren aan het diner
(Over liefde): Archytas de schrijver over muziektheorie houdt volgens Chamaeleon vol dat de initiatiefnemer van liefdesliederen Alcman was, en dat hij de eerste was die liederen aan koren gaf welke losbandig waren in zaken over vrouwenaangelegenheden, en andere gedichten van dat soort, en daarover zegt hij in een van zijn nummers: Zie, op bevel van de Cyperse, brand de zoete Liefde in mij en smelt mijn hart. En hij zegt ook dat hij hevig verliefd werd op Megalostrata, die zowel een dichteres was en de kracht had om minnaars aan te trekken door haar spraak. Over haar sprak hij als volgt: Aan haar die de zoete gave van de Muzen heeft gzien en gelukkig is onder de meisjes, namelijk de stroblonde Megalostrata.

Lyra; Alcman; 221 Fragment 131

Hephaestion 82, Handboek van de Versmaat
(De cretic): En het zal de catalectische hexameter worden – namelijk die door Alcman genoemd is – geheel bestaande uit cretics, zoals: Het is niet Aphrodite, maar de wilde Liefde, als van een kind, dat raak-me-niet-aan-met-je-staf speelt, terwijl zij zachtjes op haar tenen loopt.

Lyra; Alcman; 222 Fragment 132

Apollonius, Voornaamwoorden 83.3
Het voornaamwoord se, ‘u’, komt in alle dialecten voor – in het Dorisch in de vorm te. Vergelijk Alcman: Ik bezweer u door onze vijanden.

Lyra; Alcman; 223 Fragment 133

Etymologicum Magnum 622.44
De vocatief van oloos, ‘destructief’, is oleo of door onmacht ole, of als alos wordt genomen als nominatief dan is er geen syncope, zoals: Ik heb pijn, gij destructieve geest. Dit komt uit ‘Over Verbuigingen’ van Herodian.

Lyra; Alcman; 224 Fragment 134

Prisciaanse Principes over Grammatica 2.17.11
Om hiaten te voorkomen, voegden zij digamma in, zoals de dichters tonen die Aeolisch gebruiken, bijvoorbeeld Alcman: En storm en vernietigend vuur.

Lyra; Alcman; 225 Fragment 135

Crame Inedita A.O.1.287.4
En eika, dat ‘te zijn als’ betekend, zoals in Alcman: Gij zoudt graag rijp als vlas zijn.

Lyra; Alcman; 226 Fragment 136

Athenaeus, Doktoren aan het diner 3.81f
(Over appels): Alcman bedoelt waarachtig de appel wanneer hij zegt: Zo klein als een codymalon, hoewel Apollodorus en Sosibus het een kweepeer noemen.

- Boek 5, Drinkliederen

Lyra; Alcman; 227 Fragment 137

Athenaeus, Doktoren aan het diner 10.416d
(Over de vraatzucht van Alcman): En in zijn vijfde boek toont hij ons zijn vraatzucht aldus: En seizoenen verdeelde hij in drieën, zomer en winter en als derde herfst, en ook een vierde, de lente, wanneer dingen bloeien en groeien maar iemand zich niet vol kan vreten.

Lyra; Alcman; 228 Fragment 138

Idem 3 110f
Opiumkoeken worden door Alcman in zijn vijfde boek aldsu genoemd: Zeven banken en evenzovele tafels stonden vol met opiumkoeken met lijn- en sesamzaad, en onder de schenkkannen waren bekers gezet van roodkleurig goud. Het is een lekkernijn die van honing en lijnzaaf is gemaakt.

Lyra; Alcman; 229 Fragment 139

Athenaeus, Doktoren aan het diner 1.31c
(Over wijn): Alcman zegt: Ik denk: ‘Dat die niet opgewarmde wijn van de beste kwaliteit van de Vijf Heuvels komt, die ongeveer op een mijl afstand ligt van Sparta, en die van Denthiades, een grenspost, en uit Carystus, dat vlak bij Arcadië ligt, en die van Eoneus, Onogli en Stathmus, die allen in de buurt van Pitane liggen.

Lyra; Alcman; 230 Fragment 140

Hesychius Woordenlijst
Klepsiamboi, ‘ verborgen jamben’: Volgens Arisoxenus zijn dit bepaalde lyrische gedichten in de werken van Alcman.

Lyra; Alcman; 231 Fragment 141

Athenaeus, Doktoren aan het diner 14.648b
Pap wordt door Alcman aldus genoemd: Je zult onmiddellijk rozenpap krijgen, met tarwep, en de wassen vruchten van de bijen. En dit soort pap, volgens Sosibus, is geheel gekookt in wijn van rozijnen, tarwepap is gekookt met tarwekorrels, en de wassen vruchten zijn honing.

Lyra; Alcman; 232 Fragment 142

Cramer Inedita A.O. 60.24
Maar als ze met een e beginnen vindt de verandering van ê naar lang niet plaats, bijvoorbeeld elatos hippêlatos. Vergelijk Alcman: De dreiging is klein en de noodzaak meedogenloos. Want nêleês ‘meedogenloos’ is afgeleid van eleeinê, ‘zielig’.

Lyra; Alcman; 233 Fragment 143

Athenaeus, Doktoren aan het diner 14.636f
(Over het muziekinstrument dat magadis wordt genoemd): En ook Alcman zegt: leg de luit naast u neer.

Lyra; Alcman; 234 Fragment 144

Etymologicum Magnum 171.7
Ausion ‘ijdel, nutteloos’: lbycus gebruikt deze vomr. Maar Alcman tausios. Vergelijk: ik zal slapen op een nutteloos bal.

- Boek 6, Diverse Fragmenten

Lyra; Alcman; 235 Fragment 145

Apollonius Voornaamwoorden 107.11
De Aeoliërs gebruiken de digammavorm in elke situatie en geslacht. En Alcman wordt regelmatig Aeloisch in: zijn eigen problemen.

Lyra; Alcman; 236 Fragment 146

Scholiast over Aristides, Namens de Vier Grote Atheners 3.490
De Kretenzers en de zee: Spreekwoordelijk voor diegenen die weten maar pretenderen dat zij dat niet doen. Het betekent ‘de eilander kent de zee niet.’ Het spreekwoord kent ook deze vorm: ‘De Siciliaan en de zee.’ Het wordt genoemd door de lyrische dichter Alcman.

Lyra; Alcman; 237 Fragment 147

Etymologicum Magnum 22.23
Azô. Herodian verklaart in zijn verhandeling ‘Over Verbuigingen’ dat het is afgeleid van agos, ‘schuld of boete’, - agizô door syncope azô…. En waarom hij dat doet is duidelijk door Alcman in zijn toepassing van agisdeo voor azeo. Staat gij met ontzag.

Lyra; Alcman; 238 Fragment 148

Hesychius, Woordenlijst
Blêr bait. Em eem amder woord daarvoor is aithma. Dit woordkomt voor in Alcman.

Lyra; Alcman; 239 Fragment 149

Etymologicum Magnum 228.25
Gergura: ondergrond. Bezit dat regenwater draagt. Zie de toelichting over gorgura. Maar Alcman gebruikt de e-vorm, gergura.

Lyra; Alcman; 240 Fragment 150

Bekker Inedita
Het woord doan, voor lange tijd, in Alcman ligt het accent op de laatste lettergreep, en bereikt deze vorm zo: dên, dan, doan.

Lyra; Alcman; 241 Fragment 151

Oud Etymologicum Magnum 126
De vorm zatrapa ‘weldoorvoed’ in Alcman dient te worden aangemerkt als een metaplasma van zatrophon.

Lyra; Alcman; 242 Fragment 152

Etymologicum Magnum 420.28
Hêdumos, ‘prettig’. Alcman maakt gebruik van de overtreffende trap hadumestaton, ‘prettigste’.

Lyra; Alcman; 243 Fragment 153

Eustathius over de Odyssee 1892.44
Het moet ook duidelijk zijn dat de derde persoon enkelvoud ên neemt van de vorm ês. ‘hij was’’, in Alcman door de Dorische verandering van n naar s.

Lyra; Alcman; 244 Fragment 154

Cramer Inedita A.O. 1.190.20
Alcman maakt gebruik van de vorm êti, ‘zegt’ in plaats van êsi.

Lyra; Alcman; 245 Fragment 155

Eustathius over de Ilias 11.756.30
Door de verandering van n naar l, een vervanging welke de Doriërs maken door te zeggen phintatos forphiltatos ‘liefste’. Kento voor keleto, ‘bad hij’ in Alcman.

Lyra; Alcman; 246 Fragment 156

Athenaeus, doktoren aan het diner 3.81d
Cydonische appels of kweeperen worden genoemd door Stesichorus en Alcman.

Lyra; Alcman; 247 Fragment 157

Scholiast over de Odyssee 23.76
Alcman noemt de ‘kaken’ mastakes, van masaomai ‘kauwen’.

Lyra; Alcman; 248 Fragment 158

Scholiast over de Ilias 17.40
Vrouwelijke lettergrepen eindigen in –tis, welke geen bijnamen zijn en waarvan de voorlaatste lettergreep een o bevat of een eenvoudige tweeklank, hebben het accent aigu op de laatste lettergreep, bijvoorbeeld koitis, en outis, het dier, in Alcman.

Lyra; Alcman; 249 Fragment 159

Oud Etymologicum Magnum
Peirata: ‘eindigt’, en in Alcman in de vorm perasa. (Over Verbuigingen)

Lyra; Alcman; 250 Fragment 160

Scholiast over de Ilias 12.137
Auas: misschien is het op het eerste gezicht samengetrokken zoals nauos voor naos ‘tempel’, en phauos voor phoas, ‘licht’ in Alcman.

Lyra; Alcman; 251 Fragment 161

Scholiast over Lucian Ancah. 32
Gerron. Alcman gebruikt het woord als ‘pijlen’.

Lyra; Alcman; 252 Fragment 162

Oud Etymologicum Magnum
Bale ‘zou dat’: Alcman gebruikt de vorm abala, ‘O zou dat’. Bijvoorbeeld ‘O zou dat zowel discreet…’.

Lyra; Alcman; 253 Fragment 163

Herodian, Woorden zonder Parallellen 9.31
Europôn ‘schuinvoetige’. Vergelijk Alcman: Maar zij die schuinvoetig zijn.

Lyra; Alcman; 254 Fragment 164

Scholiast over Theocritus 5.92
(Windbloem, Anemoon): Volgens Sosibius wordt de anemoon of windbloem door de spartanen aangeroepen met ‘helderstralende’.

Lyra; Alcman; 255 Fragment 165

Uit een manuscript geciteerd door Reitzenstein.
Holkas: Een schip, een handelsschip. En in alcman ‘verleidelijke’ van de nachtegaal en de Sirenen.

© 2017 Maarten Hendriksz