Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Antoninus Liberalis - Metamorphosen

Bron: Metamorphoses of A. Liberalis

Translated by Francis Celoria 1992. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz 2013

Vers 01 t/m 05

01. Ctesylla

Ctesylla, geboren op het eiland Ceos , was de dochter van Alcidamas en kwam van een familie uit Iulis . Op het Pythische feest in Carthaea zag de Athener Hermochares haar dansen rond het altaar van Apollo en werd verliefd op haar. Hij schreef een bericht op een appel en wierp deze in het heiligdom van Artemis. Ctesylla raapte die op en las wat er op geschreven stond.
Er was een eed op geschreven: ‘Ja, bij Artemis, ik zal met de Athener Hermochares trouwen.’ Ctesylla wierp toen de appel weg, blozend, overstuur en boos omdat zij bang was net zo bedrogen te worden als Acontius dat had gedaan bij Cydippe.
Hermochares ging naar haar vader om haar hand vragen en kreeg toestemming voor het huwelijk. Haar vader zwoer hierover een eed bij Apollo, terwijl hij een lauriertak vasthield. Maar toen de tijd van het Pythische festival over was, vergat Alcidamas de eed die hij had gezworen en gaf zijn dochter als verloofde aan iemand anders.
Het meisje nam al deel aan de huwelijksoffers in de tempel van Artemis. Boos omdat hij werd gedwarsboomd in zijn huwelijk, spoedde Hermochares zich naar het heiligdom van Artemis. Toen zij hem zag, werd het meisje smoorverliefd op hem, zoals goddelijk was bedoeld. Met hulp van haar min werden zij het samen eens en, haar vader ontvluchtend, zeilde ’s nachts weg naar Athene waar zij met Hermochares trouwde.
Toen Ctesylla van een kind beviel, kreeg ze een miskraam – op goddelijk bevel – en stierf omdat haar vader meineed had gepleegd. Maar een duif vloog van de baar op en het lichaam van Ctesylla verdween.
Hermochares ging naar het orakel om dit te raadplegen en de god verklaarde dat hij in Iulis een tempel moest oprichten ter ere van Ctesylla. Hetzelfde bevel gaf hij ook aan de bevolking van Ceos. Tot aan de dag van vandaag brengt de bevolking van Iulis offers, zowel Ctesylla als Aphrodite aanroepend, terwijl anderen haar Ctesylla Hecaerge noemen.

02. De Meleagriden

Oeneus, de zoon van Portheus, de zoon van Ares, was koning van Calydon. Zijn vrouw Althaea, dochter van Thestius, schonk hem als zoons Meleager, Pheres, Agelaus, Toxeus, Clymenus en Periphas, en als dochters Gorge, Eurymede, Deïanira en Melanippe.
Eens, toen hij de eerste oogst namens zijn land aan het offeren was, vergat hij Artemis. In haar boosheid stuurde zij een wild everzwijn op hem af die het land verwoestte, velen dodend. Toen verzamelde Meleager en de zoons van Thestius de bloem van Griekenlands jeugd om het zwijn te weerstaan. Zij kwamen daar aan en doodden het beest.
Meleager verdeelde het vlees van het everzwijn onder de helden, en behield de kop en huid als zijn voorrecht. Omdat zij een everzwijn hadden gedood dat haar heilig was, werd Artemis nog bozer en veroorzaakte tweedracht onder de mannen. Dus grepen de zoons van Thestius en de andere Cureten de huid en verklaarden dat zij recht hadden op de helft ervan als hun rechtmatige aandeel.
Meleager pakte die met geweld weer van hen af en doodde de zoons van Thestius. Hierdoor ontstond er oorlog tussen de Cureten en de Calydoniërs. Maar Meleager nam niet deel aan de oorlog, vol verwijten omdat zijn moeder hem had vervloekt vanwege het doden van haar broers.
Omstreeks die tijd stonden de Cureten juist op het punt om de stad te veroveren toen Cleopatra, zijn vrouw, Meleager overhaalde om de Calydoniërs te verdedigen. Hij weerstond het leger van de Cureten maar stierf zelf omdat zijn moeder het houtblok had verbrand dat haar geschonken was door de Moiren. Want deze hadden hem een levensspanne toegewezen dat zou eindigen als het houtblok werd verbrand.
De andere zoons van Oeneus stierven ook in de strijd. Een grote droefheid overviel de Calydoniërs vanwege Meleager. Zijn zusters rouwden voortdurend bij zijn graf totdat Artemis hen aanraakte met haar staf en in vogels veranderde die zich vestigden op het eiland van Leros, en noemde hen Meleagriden. Er wordt verteld dat zij tot op de dag van vandaag rouwen om Meleager wanneer het verschuldigde seizoen van het jaar aanbreekt.
Twee van de dochters van Althaea, Gorge en Deïanira, werden niet veranderd, zo wordt gezegd, vanwege de inmenging van Dionysus die Artemis deze eer gunde.

03. Hiërax

In het land van de Mariandyniërs leefde Hiërax, een rechtvaardige man van groot aanzien. Hij bouwde tempels voor Demeter en ontving een rijke graanoogst van haar.
Maar toen de Teucriërs het achteloos achterwege lieten om in het daarvoor bestemde seizoen offers aan Poseidon te brengen, werd de god boos en vernietigde het gewas van de godin. En hij stuurde een ontzaglijk monster op hen af dat uit de zee kwam.
Niet in staat om het monster en de hongersnood te verdragen, zonden de Teucriërs een boodschap naar Hiërax en smeekten hem om hen van de hongerdood te redden. Hij stuurde hen gerst evenals tarwe en ander voedsel.
Poseidon, razend op Hiërax omdat deze zijn voorraden weggaf, veranderde hem in een vogel die tot aan vandaag nog Hiërax (havik) wordt genoemd. Door zijn gedaante te veranderen veranderde hij ook zijn karakter. Hij die zo werd geliefd door de mensheid werd de meest gehate onder de dieren. Hij die zoveel mensen van de dood had gered werd veranderd in een moordenaar van vele vogels.

04. Cragaleus

Cragaleus, zoon van Dryops, woonde in het land van de Dryopen vlakbij de Baden van Heracles die, zoals schrijvers van mythen vertellen, begonnen op te borrelen toen Heracles met zijn knots op de afgevlakte bergtoppen sloeg.
Deze Cragaleus was in zijn tijd al een oude man en werd door zijn landgenoten als rechtvaardig en wijs beschouwd. Terwijl hij zijn vee hoedde, kwamen Apollo, Artemis en Heracles naar hem toe omdat zij een beslissing wilden over Ambracia in Epirus.
Apollo zei dat de stad hem toebehoorde omdat Melaneus – zijn zoon – koning van de Dryopen was geworden door tijdens een oorlog heel Epirus in te nemen. Melaneus had als zoons Eurytus en Ambracia, naar wie de stad Ambracia is vernoemd. Apollo zelf had een grote gunsten aan deze stad verleend.
In zijn opdracht hadden de Sisyphiden de Ambracianen geholpen de oorlog te winnen die zij waren begonnen tegen de Epirianen. Vanwege zijn orakeluitspraken leidde Gorgus, broer van Cypselus, een groep kolonisten van Corinthe naar Ambracia. Ook vanwege zijn orakeluitspraken kwamen de Ambracianen in opstand tegen Phalaecus, tiran van de stad. En als gevolg hiervan, verloor Phalaecus vele van zijn mannen. Alles bij elkaar, hoewel Apollo vele malen de aanstichter was van een burgeroorlog, en er tweedracht en partijvorming in de stad heerste, had hij ook, in tegenstelling, orde, wetten en gerechtigheid ingesteld, waarvoor hij tot aan vandaag wordt geprezen door Ambracianen als de Pythische Redder tijdens feesten en ceremoniën.
Artemis wilde haar geschil met Apollo binnen de perken houden, maar claimde dat zij met zijn toestemming Ambracia eerlijk had verworven. Op basis van het volgende argument wilde zij de stad hebben. Toen Phalaecus als tiran over de stad heerste, kon niemand hem doden omdat zij bang voor hem waren. Maar zij was het die op een dag een leeuwenjong voor Phalaecus liet verschijnen toen deze aan het jagen was. Op het moment dat hij het beest in zijn handen nam, stormde diens moeder uit het bos, viel op hem aan en scheurde zijn borst open. De Ambracianen, ontsnapt aan zijn onderwerping, offerden zoenoffers aan haar als Artemis de Koningin en richtten een beeld op van de Jageres waar zij een bronzen beeld van het dier bij plaatsen.
Heracles op zijn beurt bracht het argument in dat Ambracia en heel Epirus aan hem toebehoorde. Alle volkeren die oorlog met hem hadden gevoerd, Kelten, Chaoniërs, Thesproten en alle Epirianen, waren door hem verslagen nadat zij een bondgenootschap hadden gevormd om de kudde van Geryon te stelen. Enige tijd later, verdreef een groep kolonisten van Corinthe de oorspronkelijke bewoners en stichtte Ambracia. Alle deze Corinthiërs waren afstammelingen van Heracles.
Cragaleus hoorde al deze argumenten tot het eind aan en bevestigde dat de stad aan Heracles toebehoorde. Apollo werd woedend, raakte Cragaleus met zijn hand aan en veranderde hem in een rots op de plek waar hij stond. De Ambracianen offerden aan Apollo als de Redder, maar erkenden dat de stad van Heracles en zijn zoons was. Tot aan de dag van vandaag brengen zij offers aan Cragaleus na het feest van Heracles.

05. Aegypius

Antheus, zoon van Nomion, had een zoon Aegypius, die woonde aan de uiterste grenzen van Thessalië. De goden hielden van hem vanwege zijn vroomheid en stervelingen omdat hij zo gul en rechtvaardig was.
Toen hij Timandra zag werd hij verliefd op haar. Nadat hij erachter kwam dat ze een weduwe was en er geen man in haar leven bestond, won hij haar met geld voor zich en bezocht haar huis regelmatig om de liefde te bedrijven. Neophron, zoon van Timandra, keurde deze affaire af – hij was van dezelfde leeftijd als Aegypius – en bedacht een val voor hem.
Vele geschenken aan Bulis, de moeder van Aegypius, gevend, verleidde hij haar en nam haar met zich mee naar huis om met haar te slapen. Hij had uitgezocht op welk tijdstip Aegypius gewend was om naar Timandra te komen en vond een voorwendsel om zijn eigen moeder uit haar huis weg te houden, in haar plaats bracht hij de moeder van Aegypius in het huis, zeggend dat hij later bij haar zou terugkeren, beiden bedriegend.
Aegypius, die geen flauw idee had dat Neophron een val voor hem aan het opzetten was, bedreef de liefde met zijn moeder, denkend dat zij Timandra was. Toen hij in slaap viel, herkende Bulis haar eigen zoon. Ze pakte een zwaard en stond op het punt zijn ogen uit te steken en daarna de hand aan zichzelf te slaan toen, door de wil van Apollo, Aegypius wakker werd. Zich realiserend welke val Neophron voor hem had opgezet, keek hij op naar de hemel en bad dat hij zou verdwijnen – en iedereen met hem.
Zeus veranderde hen in vogels. Aegypius en Neophron werden gieren, elk met dezelfde naam maar verschillend in afmeting en kleur. Neophron werd het kleinere soort van de gier. Bulis werd een reiger en Zeus beval dat zij niets mocht eten dat uit de grond groeide en daarvoor in de plaats de ogen van vissen, vogels en slangen moest eten, omdat zij van plan was geweest de ogen van haar zoon Aegypius uit te steken. Timandra veranderde hij in een mees. En sindsdien verschijnen deze vogels nooit meer samen op dezelfde plek.

Vers 06 t/m 10

06. Periphas

Er was in Attica eens een zekere Periphas, één van de aardgeborenen, die daar woonde voor Cecrops, zoon van de Aarde, en deze op de voorgrond trad. Hij heerste over de mensen van destijds en was rechtvaardig, rijk en vroom. Hij offerde veelvuldig aan Apollo en zijn eerlijke beslissingen waren talloos. Niemand kon hem iets verwijten.
Zijn leiderschap werd door iedereen gaarne aanvaard. Vanwege de uitzonderlijkheid van zijn goede daden, namen de mensen afstand van de eer die men aan Zeus verplicht was en besloot dat deze aan Periphas toebehoorde. Zij richtten altaren en heiligdommen voor hem op en gaven hem de naam Zeus de Verlosser, de Heerser over Allen en de Genadige.
Zeus, verontwaardigd, wilde het hele huishouden van Periphas met een bliksem platbranden, maar Apollo vroeg om hem niet volkomen te vernietigen omdat hij voortdurend door Periphas vereerd was. Zeus gunde dit aan Apollo en hij ging naar het huis van Periphas waar hij hem aantrof toen deze de liefde aan het bedrijven was met zijn vrouw. Hij raakte hem met beide handen aan en veranderde hem in een vogel, een adelaar. Zijn vrouw vroeg Zeus om haar ook in een vogel te veranderen zodat zij een gezellin voor Periphas kon zijn. En haar veranderde hij in een gier.
Zeus gunde Periphas een bepaald eerbetoon voor de vroomheid die hij had getoond toen hij nog menselijk was. Hij maakte hem tot koning van alle vogels en gaf hem als taak om over zijn koninklijke scepter te waken, samen met het recht om voor zijn troon te verschijnen. Aan de vrouw van Periphas, die hij in een gier had veranderd, gunde hij het voorrecht om als een goed voorteken in de lucht te verschijnen in alle zaken van de mensheid.

07. Anthus

Autonous, zoon van Melaneus, en Hippodamia, hadden als zoons Erodius, Anthus, Schoeneus en Acanthus, en een dochter Acanthis aan wie de goden grote schoonheid hadden geschonken.
Autonous verwierf vele kuddes paarden die werden geweid door zijn vrouw Hippodamia en hun kinderen.
Omdat hij de veeteelt verwaarloosde, groeiden er geen gewassen op de uitgebreide landerijen van Autonous maar alleen biezen en distels. Om deze reden vernoemde hij zijn kinderen naar deze planten: Acanthus, Schoeneus en Acanthis, en zijn oudste zoon Erodius, omdat zijn landerijen geërodeerd waren.
Deze kuddes paarden waren zeer dierbaar aan Erodius die hij weide in de graslanden. Toen Anthus, zoon van Autonous, de merries verdreef uit de graslanden, hen weghoudend van hun weidegebieden, werden zij woedend en kwamen tegen Anthus in opstand. Zij begonnen hem te verslinden terwijl hij vele kreten naar de goden riep om hem te redden.
Zijn wankelende vader, in paniek door verdriet, faalde – als de dienaar van de jeugd – om de merries te verdrijven. De moeder ging door met de merries te bestrijden, maar was vanwege haar zwakke lichaam niet in staat om de slachting te voorkomen.
Terwijl deze mensen om Anthus jammerden die bijna dood was, voelden Zeus en Apollo medelijden met hen en veranderden allen in vogels. Autonous werd een kwartel omdat, hoewel vader van Anthus, hij de moed had laten zakken bij het verdrijven van de paarden. De moeder werd veranderd in een leeuwerik met een gekuifde kop omdat zij de merries had weerstaan toen zij voor haar zoon opkwam.
Zij veranderden Anthus zelf, net als Erodius, Schoeneus, Acanthus en Acanthis in vogels die dezelfde naam hadden als die zij droegen voordat zij van gedaante wisselden. Ze veranderden de bediende die Anthus had geholpen in een reiger – hetzelfde dat Erodius overkwam gebeurde met de broer van de jongen, Anthus – maar niet dezelfde soort reiger. Want hij was beduidend kleiner dan de donkere soort. Deze reiger komt niet in de buurt van de Anthusvogel net als de Anthusvogel niet in de buurt van paarden komt, omdat Anthus zoveel geleden had vanwege paarden.
Tot aan de dag van vandaag, als hij een paard hoort naderen, vliegt deze vogel weg terwijl hij zijn kreten imiteert.

08. Lamia of Sybaris

In het voorgebergte van de Parnassus, richting het zuiden, bevindt zich een berg die Cirphis genoemd wordt, vlakbij Crisa. Daarbinnen bevindt zich tot op de dag van vandaag een grote grot waar een groot en wonderbaarlijk dier in leeft. Sommigen noemen het Lamia, hoewel anderen het weer Sybaris noemen.
Elke dag zorgt dit monster weer voor problemen, kuddes in de velden weggrissend, en ook mensen. De inwoners van Delphi dachten er al een poosje over na om te emigreren en vroegen het orakel naar welk land zij toe moesten gaan. De god vertelde hen dat zij van deze bedreiging verlost zouden worden als zij bleven en bereid waren om bij de grot een jeugdige te offeren die was uitgekozen door de bewoners.
Zij deden wat de god hen gevraagd had. Door het lot werd Alcyoneus, zoon van Diomus en Meganira, verkozen. Als enige zoon van zijn vader, bezat hij schoonheid in zowel aanzien als karakter.
De priesters kroonden Alcyoneus en leidden hem naar de grot van Sybaris. Door goddelijke ingeving kwam Eurybatus, zoon van Euphemus, een afstammeling van de rivier Axius, een jongeman maar moedig, toevallig van Curetis en trof de jongeling terwijl hij naar de grot werd gevoerd.
Getroffen door liefde voor hem, terwijl hij vroeg waarom zij zo voortgingen, bedacht hij dat het verschrikkelijk was om hem niet tot het uiterste te verdedigen en zomaar toe te staan dat de jongeling jammerlijk zou sterven.
De kransen van Alcyoneus afrukkend, hing hij die om zijn eigen hoofd en gaf opdracht dat hij zelf naar de grot geleid moest worden in plaats van de jongen.
Zodra de priesters hem naar de grot gevoerd hadden, rende hij naar binnen en trok Sybaris uit haar hol, droeg haar naar de open lucht en smeet haar van de rotsen.
Naar beneden buitelend, sloeg zij met haar kop tegen de grond van Crisa. Vanwege deze wond vervaagde zij uit het zicht. Vanuit die rots ontsprong een bron die de bevolking Sybaris noemde. En de Locriërs stichtten een stad in Italië, die zij naar haar Sybaris noemden.

09. Emathiden (Piëriden)

Zeus bedreef de liefde met Mnemosyne in Piëria en werd vader van de Muzen. Rond die tijd was Pierus koning van Emathia, ontsproten aan haar eigen bodem. Hij had negen dochters. Zij waren het die een koor vormden tegenover de Muzen. En er werd een muziekwedstrijd gehouden op de Helicon.
Telkens als de dochters van Pierus begonnen te zingen, werd heel de wereld donker en iedereen weigerde om te luisteren naar hun zangprestaties. Maar als de Muzen zongen, stonden de hemel, sterren, zee en rivieren stil, terwijl de berg Helicon, bedrogen door het plezier van dit geheel, opzwol tot de hemel totdat, door de wil van Poseidon, Pegasus de top raakte met zijn hoeven.
Nadat deze stervelingen het op zich genomen hadden om te wedijveren met de godinnen, veranderden de Muzen hen in negen vogels. Tot aan de dag van vandaag noemen de mensen hen de fuut, de draaihals, de ortolaan, de gaai, de groenvink, de goudvink, de eend, de specht en de slangenduif.

10. Minyaden

De dochters van Minyas, zoon van Orchomenus, waren Leucippe, Arsippe en Alcathoe. Zij bleken verrassend intelligent te zijn. Zij bekritiseerden andere vrouwen zeer omdat zij de stad verlieten om als Bacchananten de heuvels in te gaan, totdat Dionysus de gedaante van een meisje aannam en er bij de Minyaden op aandrong niets te missen van de geheimzinnige riten van de god.
Maar zij schonken geen aandacht aan hem. Hierover was Dionysus – niet verassend – boos over en veranderde van een meisje in een stier, toen werd hij een luipaard. Van de balken van hun weefgetouwen vloeiden daar melk en nectar voor hem.
Door deze tekens kreeg angst de meisjes in hun macht. Zonder aarzelen wierpen zij lootjes in een pot en schudden die. Het lot viel op Leucippe en zij zwoer om haar eigen zoon Hippasus aan de god te offeren die ze aan stukken scheurde met de hulp van haar zusters.
Hun vaderlijk huis verlatend, trokken zij als Bacchananten de bergen in, knabbelend aan klimop, kamperfoelie en laurier, totdat Hermes hen met zijn staf aanraakte en veranderde in vliegende gedaanten. Eén van hen werd een vleermuis, een ander een uil en de derde een adelaarsuil. En alle drie vermijden voortdurend het licht van de zon.

Vers 11 t/m 15

11. Aedon of Nachtegaal

Pandareus woonde in de landstreek van Ephese op de rotsachtige landkaap vlakbij de stad. Aan hem gunde Demeter de gave om nooit een gevoel van een volle maag te hebben na het eten, ongeacht hoeveel hij at.
Pandareus had een dochter Aedon. De timmerman Polytechnus, die woonde in de stad Colophon in Lydië, trouwde met haar. Lange tijd was hun leven een verrukking voor hen beiden. Ze hadden één kind Itys.
Terwijl zij de goden vereerden waren zij gelukkig, maar op een dag flapten zij de nodeloze opmerking eruit dat zij meer van elkaar hielden van Hera en Zeus. Hera vond het onverdraaglijk wat zij hadden gezegd en stuurde de godin van de tweedracht, Eris, om onenigheid tussen hen te veroorzaken. Polytechnus stond op het punt om planken voor een rijtuig af te werken en Aedon om het weefsel dat ze aan het weven was af te ronden. Zij kwamen overeen dat degene die het eerste klaar was aan de ander een dienstmeid zou geven.
Aedon was sneller met het afwerken van haar weefsel (Hera had haar geholpen met haar taak). Polytechnus was woedend door de overwinning van Aedon en ging naar Pandareus onder het voorwendsel dat hij door Aedon was gestuurd om haar zuster, Chelidon, op te halen. Pandareus, geen kwaad vermoedend, gaf haar aan hem mee om mee terug te nemen.
Polytechnus, toen hij haar eenmaal in handen had, misbruikte haar schaamteloos in het kreupelhout. Daarna gaf hij andere kleding en knipte het haar op haar hoofd kort, en bedreigde haar met de dood als zij ooit het incident aan Aedon zou vertellen.
Thuis teruggekeerd gaf hij haar aan haar zuster Aedon als een dienstmeid, in overeenstemming met de afspraak. Aedon overlaadde haar met werk totdat Chelidonis op een dag, terwijl zij haar waterkruik vasthield, vele weeklachten uitte bij een bron en Aedon hoorde wat ze zei. Nadat zij elkaar herkend en omarmd hadden, maakten zij een plan om wraak te nemen op Polytechnus.
Zij hakten de zoon van Aedon in stukken, stopten zijn vlees in een ketel en kookten het. Toen nodigde Aedon een buurman uit om samen met Polytechnus van het vlees te komen smullen. Zij ging samen met haar zuster weg en togen naar hun vader Pandareus en vertelden welke problemen zij hadden doorstaan. Toen Polytechnus er achter kwam dat hij het vlees van zijn zoon had gegeten ging hij achter het tweetal aan, naar hun vader. De bedienden van Pandareus grepen en bonden hem vast met onverbrekelijke boeien omdat hij zo’n mensonterende daad had gepleegd tegen het huis van Pandareus. Zij smeerden zijn lichaam in met honing en wierpen hem in een schaapskooi.
Vliegen kwamen op hem af en begonnen hun verschrikkelijke werk te doen. Aedon kreeg vanwege hun oude liefde medelijden met hem en hield de vliegen bij Polytechnus weg. Toen haar ouders en broer zagen wat zij deed, werden zij overmand door grote haatgevoelens en gingen op weg om haar te doden.
Zeus, voordat een nog erger kwaad over het huis van Pandareus zou komen, had medelijden met hen en veranderde iedereen in vogels. Sommigen vlogen weg naar zee terwijl anderen naar de hemel vlogen. Pandareus werd een zeeadelaar en de moeder van Aedon een ijsvogel. Zij wilden zich onmiddellijk in de zee werpen, maar Zeus voorkwam dit.
Deze vogels werden gunstige voortekens voor degene die op zee zeilden. Polytechnus werd, toen hij van gedaante wisselde, een specht omdat Hephaistus hem een bijl gegeven had voor zijn werk als timmerman. Deze vogel is een goed voorteken voor timmerlieden. De broer van Aedon werd een hop, als deze verschijnt is dat een goed voorteken, voor zowel zeelieden als reizigers over land, en in het bijzonder als zij in gezelschap verschijnen van de zeeadelaar en nog meer met die van de ijsvogel.
Wat Aedon en Chelidonis betreft, de eerste rouwt bij rivieren en kreupelhout om haar zoon Itys terwijl de laatstgenoemde, op bevel van Artemis, de woonplaatsen van de mensen deelt. Wan zij had door geweld haar maagdelijkheid verloren en vele hulpkreten aan Artemis geuit.

12. Cycnus of Zwaan

Apollo en Hyria , dochter van Amphinomus, hadden een zoon die Cycnus werd genoemd. Hij was een mooie verschijning, maar lomp en boers van karakter. Hij was bijzonder gek op de jacht en woonde in het land tussen Pleuron en Calydon. Vanwege zijn schoonheid waren er velen die gek op hem waren. Er velen werden zijn minnaar om zijn schoonheid.
Door zijn minachtende houding kweekte Cycnus bij niemand begrip. Zijn bewonderaars kregen al snel een grondige hekel aan hem waardoor zij hem verlieten. Alleen Phylius bleef bij hem. Maar Cycnus behandelde hem met buitensporige arrogantie. Omstreeks die tijd verscheen er onder de Aetoliërs een grote monsterlijke leeuw die de inwoners en hun kudden doodde.
Cycnus gaf Phylius opdracht om de leeuw zonder wapen te doden. Hij beloofde dat te doen en ging het dier te lijf met de volgende list. Wetend op welk tijdstip de leeuw op de loer lag, vulde hij zijn buik met veel voedsel en wijn. Toen het beest er aan kwam, braakte Phylius dat voedsel uit.
De leeuw, hongerig, at het voedsel en werd dronken van de wijn die er doorheen was gemengd. Phylius, sloeg zijn arm rond de leeuw, en blokkeerde zijn muil met de kleding die hij droeg. Nadat hij het beest gedood had, lag hij hem op zijn schouders en droeg hem naar Cycnus. Hij vergaarde grote roem voor deze prestatie.
Cycnus gaf toen opdracht voor een nog grotere prestatie. Er waren in het land sommige gieren verschenen, monsterlijk en enorm groot. Zij doodden vele mensen. Cycnus gaf opdracht om ze levend te vangen en dan naar hem toe te brengen, ongeacht op welke manier.
Phylius vroeg zich af hoe hij deze taak moest uitvoeren toen, door goddelijke inspiratie, een adelaar die een haas had gevangen deze halfdood liet vallen voordat hij deze kon meenemen naar zijn nest. Phylius scheurde de haas open, smeerde zichzelf in met het bloed en ging op de grond liggen. De vogels vlogen op hem af als op een kadaver. Phylius greep er twee bij hun poten en, ze stevig vasthoudend, droeg ze naar Cycnus.
Cycnus gaf hem toen, zo mogelijk, een nog moeilijker taak op. Hij droeg hem op om een stier bij zijn kudde vandaan te halen, waarbij hij alleen zijn handen mocht gebruiken, en hem daarvandaan naar het altaar van Zeus te slepen. Phylius, die niet wist hoe hij deze opdracht moest volvoeren, bad tot Heracles om hem hierbij te helpen. Als antwoord op zijn gebed kwamen er twee stieren in zijn gezichtsveld, bronstig vanwege een koe. Zij stootten met hun hoorns opeen en smeten elkaar op de grond. Toen hij de stieren hulpeloos zag spartelen, greep Phylius er een bij de poten en sleepte die naar het altaar. Heracles hoefde aan die jongeling geen aandacht meer te schenken.
Cycnus voelde zich bang en onverwachts te schande gemaakt. In deze neerslachtige bui wierp hij zich in het meer dat Conope genoemd werd en werd nooit meer gezien. Na zijn dood, wierp zijn moeder, Hyrie, zich in hetzelfde meer. Door de wens van Apollo werden zij beiden vogels van het meer.
Na hun verdwijning, werd de naam van het meer veranderd in Zwanenmeer. Tijdens de ploegtijd verschijnen daar veel zwanen. Het graf van Phylius staat daar vlakbij.

13. Aspalis

Zeus en de nimf Othris hadden een kind, Meliteus. Uit vrees voor Hera, vanwege haar gemeenschap met Zeus, lag zijn moeder hem te vondeling in een bos. In opdracht van Zeus werd het kind niet uit het oog verloren maar werd gevoed door bijen en begon te groeien. Terwijl hij zijn schapen aan het hoeden was gebeurde het dat Phagrus, zoon van Apollo en Othris de nimf (dezelfde als de moeder van deze baby in het bos), zijn pad kruiste.
Verbaasd dat de baby zo weldoorvoed was, en nog meer dat het bijen waren, pakte hij hem op en nam hem mee naar huis. Hij bracht hem met veel zorg groot en gaf hem de naam Meliteus omdat hij door bijen gevoed was. Hij herinnerde zich ook het orakel dat de god hem eens verteld had, dat hij degene was die iemand uit zijn eigen familie zou redden die door bijen gevoed was.
De jongen, zodra hij de volwassen was geworden, groeide uit tot een man van adel en werd heerser over veel mensen in het gebied en stichtte een stad in Phthia die hij Melite noemde. Maar in ditzelfde Melite stond een gewelddadige tiran op waarvan de inwoners het niet konden opbrengen om zijn naam te nomen. Door buitenlanders werd hij Tartarus genoemd. Wanneer een meisje uit de omgeving naam begon te krijgen vanwege haar schoonheid, liet hij haar ophalen en dwong haar tot gemeenschap voor het huwelijk.
Zo gebeurde het dat hij op een dag zijn mannen opdracht gaf om Aspalis te halen, dochter van Argaeus, een van de notabelen. Toen het meisje van dit bevel hoorde, hing zij zich op voor de aankomst van degene die haar mee moesten voeren. Dit was nog maar net gebeurd toen haar broer, Astygites, zwoer om de tiran te doden nog voordat het lichaam van zijn zuster begraven zou zijn.
Hij deed snel de kleding van Aspalis aan en verborg een zwaard aan zijn linkerzijde dat bij een onderzoek niet gemakkelijk ontdekt zou worden, omdat zij nog een jong meisje was. Het huis binnenkomend, doodde hij de tiran die onbewaakt en ongewapend was.
De Meliteanen zetten een festivalkroon op het hoofd van Astygites en droegen hem met lofzangen rond tijdens een processie. Het lichaam van de tiran werd in een rivier gegooid en zonk naar beneden. Sinds die tijd wordt de rivier de Tartarus genoemd. Zij deden veel moeite om het lichaam van Aspalis te vinden om het met prachtige geschenken te begraven, maar zij konden het niet vinden. Want het was op goddelijk bevel verdwenen. In plaats van het lichaam, lieten zij haar standbeeld verschijnen naast dat van Artemis.
Door de plaatselijke bevolking wordt dit beeld Aspalis Ameilete Hecaerge genoemd. Elk jaar hangen jonge meisjes er geitenvellen aan op, niet aangeroerd door een bok, omdat Aspalis een maagd was toe zij zich ophing.

14. Munichus

Munichus, zoon van Dryas en koning over de Molossiërs was een uitstekende ziener en een rechtvaardig mens. Bij zijn vrouw Lelante had hij de kinderen Alcander, een betere ziener dan hijzelf, Megaletor en Philaeus, en een dochter Hyperippe.
Het waren allen goede en rechtvaardige mensen en de goden hielden van hen. Op een nacht toen zij eens in de velden waren kwamen enkele rovers die hen gevangen probeerden te nemen. De familie schoot op hen vanaf hun torens (niet in staat om hen te verslaan in een gevecht) maar de rovers schoten brandpijlen in de gebouwen. Zeus, vanwege hun vroomheid, kon niet toestaan dat hun levens zouden eindigen in een beklagenswaardige dood. Hij veranderde hen allen in vogels.
Hyperippe, die aan de vlammen was ontvlucht door in het water te duiken, werd veranderd in een pijlstormvogel. De anderen die uit de vlammen opvlogen waren Munichus die een buizerd werd en Alcander die veranderde in een winterkoninkje. Megaletor en Philaeus ontsnapten aan de vlammen door de palissade op de begane grond, veranderd in twee kleine vogels. De eerstgenoemde werd een sluipwesp terwijl Philaeus een hondsvogel werd.
Hun moeder werd een insectenetende specht. De adelaar en de reiger strijden altijd met haar omdat zij hun eieren openbreekt wanneer zij in bomen hakt op zoek naar insecten. De rest van deze vogels voederen zich in bomen en holten uitgezonderd de pijlstormvogel die leeft bij het meer en de zee.

15. Meropis

Eumelus, zoon van Merops, had kinderen die zeer hooghartig en arrogant waren: Byssa, Meropis en Agron. Zij woonden op Cos, het eiland van Merops. Het land leverde overvloedige oogsten omdat men haar godinnen vereerde en ijverig de grond bewerkte.
Zij wilden niets met de andere mensen te maken hebben en gingen niet naar de stad voor plechtige feestmaaltijden of festivals voor de goden. In plaats daarvan, als iemand aan Athena wilde offeren en de meisjes uitnodigde, wees hun broer de uitnodiging af. Hij zei dat hij geen genegenheid voelde voor een godin met grijze ogen omdat deze meisjes zwarte ogen hadden – en hij een uitzonderlijke hekel had aan de uil. Als er uitnodigingen kwamen voor een feest ter ere van Artemis, zei hij dat hij een hekel had aan een godin die rondzwierf in de nacht. Als er gevraagd werd om plengoffers aan Hermes te brengen, zei hij dat een god die diefstallen pleegde niet respecteerde.
Zij gingen zich vaak te buiten aan dit soort beledigingen. Hermes, Athena en Artemis waren woedend en op een nacht gingen zij op weg naar hun huis. Athena en Artemis in de gedaante van meisjes terwijl Hermes de kiel van een schaapsherder droeg. Hij sprak Eumelus en Agron aan, hen uitnodigend om naar een feestmaal te komen, om samen met andere herders offers aan Hermes te brengen. Hij drong er ook bij hem op aan om Byssa en Meropis met anderen meisjes van hun leeftijd naar de heilige grot van Athena en Artemis te sturen.
Zo sprak Hermes. Toen Meropis de naam van Athena hoorde sprak zij haar verachting uit. De godin veranderde haar in een kleine uil. Byssa is nu de vogel van Leucothea, net zo genaamd als vroeger. Toen Agron dit alles te weten kwam greep hij een spies en rende naar buiten maar Hermes veranderde hem in een kievit. Eumelus beschimpte Hermes omdat deze zijn zoon had veranderd, dus veranderde de god hem in een langorige uil, voorteken van onheil.

Vers 16 t/m 20

16. Oenoe

Onder het volk dat wij de Pygmeeën noemen werd een meisje geboren dat Oenoë genoemd werd en een vlekkeloze schoonheid bezat maar lomp en aanmatigend van karakter. Ze gaf geen zier om Artemis en Hera.
Ze was met een van de inwoners getrouwd, Nicodamas, een goede en verstandige man, en beviel van een kind dat Mopsus genoemd werd. En alle Pygmeeën, die er van hielden om vriendelijkheid ten toon te spreiden, brachten haar vele geschenken om de geboorte van haar kind te vieren. Maar Hera vond het fout van Oenoë dat zij haar niet vereerde en veranderde haar in een kraanvogel, haar nek uitrekkend, en verordende dat zij een vogel zou zijn die hoog in de lucht vliegt. Ze zorgde er ook voor dat er oorlog ontstond tussen haar en de Pygmeeën.
Smachtend van verlangen naar haar kind Mopsus, vloog Oenoë over de huizen en wilde niet weggaan. Maar alle Pygmeeën wapenden zich en joegen haar weg. Vanwege deze gebeurtenis ontstond er een staat van oorlog zowel toen als nu tussen de Pygmeeën en de kraanvogels.

17. Leucippus

Galatea, dochter van Eurytius, die de zoon was van Sparton, trouwde in Phaestus op Kreta met de zoon van Pandion, Lampus, een man uit een goede familie maar zonder inkomsten.
Toen Galatea zwanger werd, bad Lamprus om een zoon en zei ronduit tegen zijn vrouw dat zij haar kind te vondeling moest leggen als het een dochter was. Toen Lamprus was vertrokken om zijn kudde te verzorgen, beviel Galatea van een dochter.
Medelijden hebbend met haar baby, rekende ze op de eenzaamheid van hun huis en – ondersteund door dromen en zieners die haar vertelden het meisje op te voeden als jongen – bedroog zij Lampus door te zeggen dat ze van een jongen was bevallen en bracht hem als jongen groot, hem de naam Leucippus gevend.
Toen het meisje opgroeide werd ze een onuitsprekelijke schoonheid. Omdat het niet langer mogelijk was om dit te verbergen, vluchtte Galatea, Lamprus vrezend, naar de tempel van Leto en richtte vele gebeden tot haar dat het kind een jongen mocht worden in plaats van een meisje, net zoals was gebeurd met Caenis, de dochter van Atrax, die op bevel van Poseidon Caeneus de Lapith werd.
Ook Tiresias veranderde zo van een man in een vrouw omdat hij twee slangen trof en had gedood die lagen te paren op een kruispunt. Hij veranderde opnieuw van vrouw naar een man door een andere slang te doden. Hypermnestra had haar lichaam vaak voor een vergoeding verkocht in de gedaante van een vrouw, om een man te worden wanneer zij voedsel bracht naar haar vader, Aethon. De Kretenzer Siproites, was ook in een vrouw veranderd omdat hij Artemis had zien baden toen hij aan het jagen was.
Leto kreeg medelijden met Galatea vanwege haar aanhoudende en ellendige gebeden en veranderde het geslacht van het kind in dat van een jongen. Als herinnering aan deze verandering brengen de inwoners van Phaestus nog steeds offers aan Leto de Zwendelaar omdat ze de organen van het kind had veranderd en gaven haar festival de naam Ecdysia (afstropend) omdat het meisje van haar meisjesgedaante was ontdaan. Het is tegenwoordig een voorschrift bij huwelijken om vooraf te gaan liggen naast het standbeeld van Leucippus.

18. Eeropus of Bijeneter

Eumelus, zoon van Eugnotus, woonde in Thebe in Boeotië en had een zoon die Botres heette. Deze Eumelus vereerde Apollo, en schonk hen gulle offers.
Op een dag toen hij aan het offeren was, at zijn zoon Botres, die erbij aanwezig was, de hersens van het schaap voordat dit op het altaar geofferd was. Zich realiserend wat er gebeurde, pakte Eumelus boos een brandend stuk hout van het altaar en sloeg de jongen daarmee op zijn hoofd. De jongen viel, zwaar bloedend, hevig stuiptrekkend neer.
Toen zijn moeder dit zag, net als zijn vader en de bedienden, uitte zij hevige jammerklachten. Apollo kreeg medelijden omdat Eumelus hem had vereerd en veranderde de jongen in een bijeneter die tot aan de dag van vandaag zijn eieren ondergronds legt en daar altijd druk in de weer boven vliegt.

19. De dieven

Er wordt verteld dat er in Kreta een heilige grot vol met bijen is. Daarbinnen, zoals schrijvers van mythen vertellen, schonk Rhea het leven aan Zeus. Het is een heilige plek en niemand mag daar in de buurt komen, of diegene nu god of mens is. Elk jaar is er op bepaalde tijd een grote vlam te zien die uit de grot schiet.
Hun verhaal gaat verder door te vertellen dat dit gebeurt als het bloed van Zeus begint te koken. De heilige bijen die de verzorgsters van Zeus waren bezetten deze grot. Laïus, Celeus, Cerberus en Aegolius waren zo brutaal om de grot te naderen en een grote hoeveelheid honing te verzamelen. Hun lichamen geheel bedekt met brons, verzamelden zij de honing van de bijen en staarden naar de zwachtels van Zeus. De bronzen wapenrusting werd hun lichamen gescheurd.
Zeus donderde en zwaaide met zijn bliksem, maar de Moiren en Themis hielden hem tegen. Het was voor iedereen goddeloos om daar te sterven. Dus veranderde Zeus hen allen in vogels. Van hen stammen de voorspellende vogels af, blauwe rotslijsters, spechten, waakhond- en nachtuilen. Hun verschijning voorspelt daadwerkelijk veel goeds, beter dan andere vogels, omdat zij het bloed van Zeus gezien hebben.

20. Clinis

In het land Mesopotamië, vlakbij de stad Babylon, woonde een rijke man die Clinis genoemd werd en de goden eerbiedigde. Hij had veel koeien, ezels en schapen. Apollo en Artemis voelden een grote genegenheid voor hem en hij bezocht samen met deze goden veelvuldig de tempel van Apollo in het land van de Hyperboreanen waar hij de inwijding zag van de te offeren ezels aan de god.
Teruggekeerd in Babylon, wilde hij de god net als de Hyperboreanen vereren en regelde een offer van honderd ezels bij het altaar. Apollo verscheen en bedreigde hem met de dood als hij niet van dit offer afzag en hem de gewoonlijke geiten, schapen en koeien offerde.
Want dit offer van ezels was voor de god alleen bron van plezier als dit werd uitgevoerd door de Hyperboreanen. Doodsbang door dit dreigement, joeg Clinis de ezels weg bij het altaar en gaf aan zijn kinderen de woorden door die hij gehoord had. Bij zijn vrouw Harpe had hij drie zoons, Lycius, Ortygius en Harpasus, en een dochter Artemiche.
Lycius en Harpasus hoorden hun vader aan maar hielden vol dat hij de ezels moest offeren en van het festival genieten. Maar Ortygius en Artemiche drongen er bij hem op aan om Apollo te gehoorzamen. Hoewel Clinis meer door de laatste twee overtuigd werd, deden Harpasus en Lycius de halsters van de ezels af en dreven hen naar het altaar.
De god liet de ezels waanzinnig worden en zij begonnen de kinderen, Clinis en hun bedienden op te eten. Terwijl zij omkwamen schreeuwden zij de goden om hulp. Poseidon kreeg medelijden met Harpe en Harpasus en veranderde hen in vogels die met dezelfde naam werden aangeroepen als voorheen. Leto en Artemis vonden het passend dat Clinis, Artemiche en Ortygius gered zouden worden omdat zij niet de oorzaak van deze goddeloosheid waren geweest.
Apollo gunde deze dienst aan Leto en Artemis en veranderde hen allen in vogels voordat zij gedood konden worden. Clinis werd een hupaietos , een onderklasse van de adelaar. Hij komt na de adelaar en is niet moeilijk te herkennen. De eerste, een moordenaar van reekalven, is donker, groot en sterk. De hupaietos is zwarter en kleiner.
Lycius werd veranderd in een witte raaf maar werd later, door de wil van Apollo, zwart van kleur, omdat hij de eerste was die het huwelijk van Coronis bekend maakte, dochter van Phlegyas, met Alcyoneus.
Artemiche werd een leeuwerik, een vogel waar goden en mensen dol op zijn. Ortygius werd een mees omdat hij er bij zijn vader op had aangedrongen dat hij bokken in plaats van ezels aan Apollo zou offeren.

Vers 21 t/m 25

21. Polyphonte

Thrassa was de dochter van Ares en Tirine, dochter van Strymon. Hipponoüs, zoon van Triballus, trouwde met haar en zij kregen een dochter die Polyphonte werd genoemd. Zij minachtte de activiteiten van Aphrodite en trok als metgezel van Artemis de bergen waar zij deelnam aan de jacht.
Aphrodite, wier activiteiten Polyphonte had verzuimd om te vereren, liet haar verliefd worden op een beer en dreef haar tot waanzin. Door kwade voorspellingen werd ze opgehitst en lag samen met deze beer. Artemis die haar bezig zag walgde enorm van haar en zette alle beesten tegen haar op.
Polyphonte, die vreesde dat de beesten een eind aan haar leven zouden maken, vluchtte en bereikte het huis van haar vader. Ze baarde twee kinderen, Agrius en Orius, groot en enorm sterk, zij vereerden god noch mens en verachtten hen allen. Als zij een vreemdeling troffen sleepten zij die naar huis om op te eten.
Zeus verfoeide hen en stuurde Hermes op hen af om hen te straffen op elke manier die hij maar wilde. Hermes koos ervoor om hun handen en voeten af te hakken. Maar Ares, omdat de familie van Polyphonte van hem afstamde, griste haar zoons weg van dit lot. Met de hulp van Hermes veranderde hij hen in vogels.
Polyphonte werd een kleine uil wier stem ’s nachts te horen was. Ze eet en drinkt niet en houdt haar hoofd naar beneden gebogen en de punten van haar poten omhoog. Ze is een voorbode van oorlog en opstand voor de mensen. Orius werd een adelaarsuil, een vogel die wanneer hij verschijnt weinig goeds voor iemand voorspelt. Agrius werd in een gier veranderd, de vogel die het meest wordt veracht door goden en mensen. Deze goden gaven hem een enorm verlangen naar menselijk vlees en bloed.
Hun vrouwelijke bediende werd veranderd in een specht. Terwijl zij van gedaante veranderde bad zij tot de goden om haar niet te veranderen in een vogel die slecht was voor de mensheid. Hermes en Ares verhoorden haar gebed omdat zij uit noodzaak had gedaan wat haar meesters haar hadden opgedragen. Deze vogel is een goed voorteken voor diegene die gaat jagen of feesten.

22. Cerambus

Cerambus, zoon van Eusirus, die de zoon was van Poseidon en Eidothea de nimf van Othrys, woonde in het land van de Meliërs op de uitlopers van de berg Othrys. Hij bezat talloze kudden en hoedde die zelf.
Nimfen hielpen hem omdat wanneer hij in de bergen zong hen in verrukking bracht. Van hem wordt gezegd dat hij de beste zanger in die dagen was en beroemd om zijn landelijke liederen. In die heuvels bedacht hij de herdersfluit en was de eerste der mensen die op de lier leerde spelen, en daarop vele prachtige liederen componeerde.
Er wordt gezegd dat de nimfen hierdoor op een dag voor Cerambus zichtbaar werden en dansten op zijn getokkel op de lier. Pan, in goede stemming, gaf hem dit advies: Om Othrys te verlaten en zijn kudden op de vlakten te weiden, want de komende winter zou buitengewoon en ongelooflijk streng worden.
Cerambus, met de arrogantie van de jeugd, besloot – alsof hij geslagen was door een god – om zijn kudden niet van de Othrys naar de vlakte te drijven. Hij zei ook lompe en nonchalante dingen tegen de nimfen, bewerend dat zij niet van Zeus afstamden, en dat Dino hem had gebaard, met de rivier Spercheius als de vader. Hij zei ook dat Poseidon, uit lust voor één van hen, Diopatra, haar zusters wortel had laten schieten en in populieren had veranderd totdat hij, nadat zijn lust bevredigd was, hen weer in hun oorspronkelijke gedaanten veranderde.
Zo hoonde Cerambus de nimfen. Een korte periode later viel er een plotselinge vorst in en bevroor de rivier. Er viel veel sneeuw op de kudden van Cerambus en zij verdwenen uit het gezicht net als de bomen en paden. De nimfen, boos op Cerambus vanwege zijn kwaadsprekerij, veranderden hem in een houtetende Cerambyx kever.
Hij kan gezien worden op boomstronken en heeft hoektanden, altijd zijn kaken bewegend. Hij is zwart, lang en heeft stevige vleugels als een grote mestkever. Hij wordt de os die hout eet genoemd en, onder de Thessaliërs, Cerambyx. Jongens gebruiken hem als speelgoed, zijn hoofd eraf trekkend, om als hanger te dragen. De kop lijkt op de hoorns van een lier die gemaakt is uit het schild van een schildpad.

23. Battus

Argus, zoon van Phrixus en Perimele, dochter van Admetus, hadden een zoon, Magnes. Hij woonde vlakbij Thessalië en de mensen noemden dit land naar hem Magnesia. Hij had een zoon, Hymenaeus, door iedereen bewonderd vanwege zijn verschijning.
Apollo zag de jongen, werd verliefd op hem, en wilde het huis van Magnes niet verlaten. Vanwege dit feit beraamde Hermes een plan om de kudde van Apollo te stelen die samen met die van Admetus in de wei stond. Eerst maakte hij de honden die hen bewaakten slaperig en bezorgde hen ook keelpijn. Zij vergaten de kudden en verloren hun vermogen om te blaffen.
Toen dreef hij twaalf vaarzen en honderd ossen weg die nog nooit het juk hadden gevoeld, evenals een stier om de koeien te bespringen. Hij bond takken aan de staart van elk dier zodat het spoor van het vee uitgewist zou worden. Hij dreef ze als groep door het land van de Pelasgen, door Achaeaans Phthiotis, Locris, Boeotië, Megara en vandaar naar de Peloponnesus, door Corinthe en Larissa naar Tegea. Daarvandaan passeerde hij de bergen Lycaeus en Maenalus totdat hij bij de plek kwam die tegenwoordig de uitkijkpost van Battus word genoemd.
Deze Battus woonde op de top van een berg. Toen hij het geluid van de vaarzen hoorde terwijl zij werden voortgedreven, liep hij zijn huis uit. Hij zag dat het vee was gestolen en vroeg om smeergeld zodat hij aan niemand over het gebeuren zou vertellen. Hermes ging akkoord met de voorwaarden en Battus zwoer om niemand over het vee te vertellen.
Hermes verborg toen de beesten op een kaap bij de berg Coryphasium, en dreef hen in een grot die uitkeek op Italië en Sicilië. Toen keerde hij vermomd terug naar Battus, hem testend om te onderzoeken of hij zich aan zijn eed zou houden. Hem een wollen mantel als smeergeld aanbiedend, vroeg hij hem of hij gestolen vee voorbij had zien komen.
Battus nam de mantel aan en vertelde alles over het vee. Hermes, verontwaardigd omdat hij met twee tongen sprak, sloeg hem met zijn staf en veranderde hem in een rots. Sindsdien heeft hij het nooit meer warm of koud. Tot aan de dag van vandaag wordt die plek de uitkijkpost van Battus genoemd.

24. Ascalabus

Demeter, toen ze op zoek naar haar dochter over heel de wereld zwierf, stopte voor een rustpauze in Attica. Misme Nam haar mee naar binnen toen ze uitgedroogd in de grote hitte zat. Ze gaf haar water te drinken met muntblad en gerstekorrels erin.
Vanwege haar dorst dronk Demeter het drankje in één teug op. Toen hij dit zag, barste Ascalabus, de zoon van Misme, in lachen uit en gaf opdracht om haar een grote kruik te brengen.
Woedend goot Demeter wat er over was van haar drankje over hem uit. Hij werd veranderd in een veelkleurige gekko die door de mensen en goden gehaat wordt. Hij brengt zijn leven door in greppels. Wie hem doodt wordt gekoesterd door Demeter.

25. Metioche en Menippe

In Boeotië had Orion, zoon van Hyrieus, als dochters Metioche en Menippe. Nadat Artemis hem uit het zicht van de mensheid had genomen, werden zij grootgebracht door hun moeder. Athena leerde hen te weven op het weefgetouw en Aphrodite schonk hen schoonheid.
Toen een plaag heel Aonië teisterde en velen stierven, werden er boodschappers gestuurd om het orakel van Apollo in Gortyne te raadplegen. De god antwoordde dat zij een beroep op de twee goden van de onderwereld moesten doen. Hij zei dat deze zouden afzien van hun woede als twee welwillende meisjes werden geofferd aan de twee.
Uiteraard onderwierp geen van de meisjes in de stad zich aan het orakel totdat een vrouwelijke bediende verslag uitbracht over het orakel aan de dochters van Orion. Zij waren aan het werk aan hun weefgetouw en, zodra zij het verhaal hoorden, accepteerden vrijwillig de dood namens hun stadgenoten voordat de epidemische plaag hen ook zou grijpen. Zij riepen driemaal naar de goden van de onderwereld dat zij welwillende offers waren. Zij staken hun rijgnaalden in zichzelf bij de schouders en sneden hun kelen door.
Zij vielen beiden op de grond. Persephone en Hades kregen medelijden met de meisjes en lieten hun lichamen verdwijnen, en stuurden hen in plaats daarvan als hemelse lichamen naar boven, waar zij door de lucht werden gedragen. En men noemde hen kometen. Alle Aoniërs bouwden in Orchomenus in Boeotië een opmerkelijke tempel voor deze twee meisjes. Elk jaar brengen jonge mannen en vrouwen zoenoffers aan hen. Tot aan de dag van vandaag noemt het volk van Aeolië hen de Coronische Meisjes.

Vers 26 t/m 30

26. Hylas

Toen Heracles met de Argonauten uitvoer werd hij erkend als hun leider. Hij nam ook Hylas met zich mee aan boord, weeskind van Ceyx, een jonge en knap uitziende knaap.
Toen zij de engte van de Zwarte Zee bereikten en langs het voorgebergte van de Arganthone zeilden, begonnen de golven aan te zwellen door een storm. Zij lieten het anker vallen en het schip op de golven rijden. Ondertussen bereidde Heracles een maaltijd voor de helden.
De jongen Hylas vertrok met een emmer naar de rivier Ascanius om water te halen voor de aanvoerders. Toen de nimfen, die de dochters van deze rivier waren, hem zagen en verliefd op hem werden, trokken zij hem erin, sleepten hem naar beneden naar de bron.
Nadat Hylas was verdwenen, zag Heracles dat hij niet bij hem terugkwam en verliet de helden, overal zoekend in het struikgewas, eindeloos ‘Hylas’ roepend. De nimfen, vrezend dat Heracles zou ontdekken dat zij de jongen tussen zich in verstopt hadden, veranderden hem in een Echo die telkens weer de kreten van Heracles weerkaatste. Na zijn vruchteloze pogingen om Hylas te vinden, keerde hij terug naar het schip en zeilde weg met de helden. Hij liet Polyphemus op de plek achter om te zoeken en, als hij kon, Hylas voor hem te vinden. Maar Polyphemus stierf voordat hij kon slagen. Tot aan de dag van vandaag brengt de lokale bevolking bij de bron offers aan Hylas. De priesters roepen hem driemaal bij zijn naam en een echo weerkaatst driemaal hetzelfde.

27. Iphigenia

Theseus en Helena, dochter van Zeus, hadden een dochter, Iphigenia. Helena’s zuster Clytaemnestra bracht haar groot en zei tegen Agamemnon dat zij haar had gebaard. Want Helena had tegen haar broers gezegd die haar ondervroegen dat zij nog steeds een maagd was toen zij Theseus verliet.
Toen het leger van de Achaeërs in Aulis werd opgehouden vanwege gebrek aan wind, voorspelden de zieners dat het alleen mogelijk was om uit te zeilen als zij Iphigenia aan Artemis zouden offeren aan Artemis. Op aandringen van de Achaeërs, gaf Agamemnon haar over om met het mes geslacht te worden en werd zij naar het altaar gesleept. Maar de aanvoerders konden het niet verdragen om er naar te kijken en keken de andere kant op.
Artemis liet bij het altaar een stierkalf verschijnen in plaats van Iphigenia die ze ver van Griekenland droeg, naar de zee van Pontus met zijn gastvrije naam Euxine, naar Thoas de zoon van Borysthenes. Zij noemde daar de stam van de nomaden Tauriërs omdat een stier (tauros) bij het altaar was verschenen in plaats van Iphigenia. Zij noemden haar ook Tauropolos.
Na verloop van tijd, bracht Artemis Iphigenia naar wat de Witte Eilanden genoemd wordt om samen te wonen met Achilles en veranderde haar in een leeftijdloze onsterfelijke godin, haar Orsilochia noemend in plaats van Iphigenia. Ze werd daar de metgezel van Achilles.

28. Typhon

Typhon was de zoon van Aarde, een goddelijk monster vanwege zijn kracht, en een zonderlinge verschijning. Er groeiden aan hem ontelbare hoofden, handen en vleugels, terwijl vanuit zijn dijen grote slangenlijven kronkelden. Hij stootte allerlei soorten gebrul uit en niets kon zijn macht weerstaan.
Hij voelde de drang om de heerschappij van Zeus aan te vallen en geen enkele van de goden kon hem weerstaan toen hij aanviel. In paniek vluchtten zij naar Egypte, allen uitgezonderd Athena en Zeus, die alleen achterbleven. Typhon ging hen achterna, terwijl zij vluchtten. Tijdens hun vlucht veranderden zij zichzelf bij voorbaat in dierlijke gedaanten.
Apollo werd een havik, Hermes een ibis, Ares werd een vis, de lepidotus, Artemis een kat, Dionysus nam de vorm van een geit aan, Heracles een reekalf, Hephaistus een os en Leto een spitsmuis. De rest van de goden namen elk de gedaante aan die zij kenden. Toen Zeus Typhon met een bliksem raakte, verborg Typhon, in vlammen, zichzelf en doofde de vuurzee in zee.
Zeus stopte niet maar wierp de hoogste berg, Etna, op Typhon en plaatste Hephaistus op de top als bewaker. Nadat deze zijn aambeelden had geplaatst, werkte hij met een rode gloed op de nek van Typhon.

29. Galanthis

In Thebe had Proetus een dochter Galanthis. Dit meisje was een speelkameraad en gezelschap voor Alcmene, dochter van Electryon. Toen de geboorteweeën bij Alcmene op het hoogtepunt waren, hielden de Moiren en Eileithyia, als een gunst aan Hera, Alcmene in een constante barensnood.
Ze bleven zitten, elk met hun armen over elkaar geslagen. Galanthis, bang dat de barensweeën Alcmene tot waanzin zouden drijven, rende naar de Moiren en Eileithyia en verkondigde dat door de wil van Zeus Alcmene een jongen had gebaard en dat hun voorrechten waren afgenomen.
Dit veroorzaakte grote opschudding bij de Moiren en zij lieten direct hun tegenwerking varen. Alcmene’s weeën zetten door en onmiddellijk werd Heracles geboren. De Moiren waren hierover zeer bedroefd en namen de vrouwelijke vormen van Galanthis weg omdat zij, een stervelinge, de goden had bedrogen. Zij veranderden haar in een bedrieglijke wezel, lieten haar leven in spleten en gaven haar een groteske manier van paren. Ze wordt bevrucht door de oren en baart de jongen door haar keel.
Hecate had spijt over deze gedaanteverandering en wees haar een heilige bediende toe. Heracles, toen hij opgroeide, herinnerde zich de dienst zij hem had verleend en maakte van haar een beeld dat hij bij zijn huis neerzette en bracht haar offers. De Thebanen houden zelfs nu dit eerbetoon nog vol en, voor het festival van Heracles, offeren als eerste aan Galanthis.

30. Byblis

Op Kreta kregen Apollo en Acalle, dochter van Minos, een kind genaamd Miletus. Uit angst voor Minos, lag Acalle hem te vondeling in een bos. Door de wil van Apollo kwamen er wolven om het te bewaken en melk te geven. Toen ontdekten enkele herders hem die hem meenamen naar hun hutten waar zij hem grootbrachten.
Toen de jongen groeide, knap en actief wordend, voelde Minos de noodzaak om hem met geweld te pakken te nemen. Dus, op advies van Sarpedon, ging Miletus op een nacht aan boord van een schip en ontsnapte naar Carië. Daar bouwde hij de stad Miletus en trouwde met Eidothea, dochter van Eurytus, koning van Carië. Ze werd de moeder van een tweeling, Caunus en Byblis naar wie tot op de dag van vandaag de twee Carische steden Caunus en Byblis zijn vernoemd.
Byblis trok veel lokale vrijers aan, vanwege haar roem, en ook van steden uit de buurt. Ze schonk hen niet veel aandacht omdat een onbeschrijflijk verlangen naar Caunus haar tot waanzin dreef. Omdat ze er alles aan deed om deze passie verborgen te houden, hield ze die verborgen voor haar ouders. Maar elke dag kwam ze meer en meer in de greep van dit verlangen en op een nacht besloot ze zich van een rots te werpen.
Ze ging naar een berg in de buurt en stond op het punt zich naar beneden te werpen. Maar Nimfen, die medelijden met haar hadden, hielden haar tegen. Haar in een diepe slaap brengend veranderden zij haar gedaante van een stervelinge naar een godheid, in een Hamadryade Nimf die Byblis werd genoemd. Zij maakten haar tot hun gezelschap en deelnemer aan hun manier van leven. De rivier die van die rots stroomt wordt tot aan de dag van vandaag door de lokale bevolking de ‘Tranen van Byblis’ genoemd.

Vers 31 t/m 35

31. De Messapiërs

Lycaon, ontsproten aan de bodem, had als zoons Iapyx, Daunius en Peucetius. Zij verzamelden een leger en arriveerden aan de Adriatische kant van Italië. Zij verdreven de Ausoniërs die daar woonden en, vestigden zich daar zelf.
Het grootste gedeelte van hun leger bestond uit Illyrische kolonisten die door Messapius werden geleid. Toen het leger en het land in drieën was gedeeld, namen zij de elk de namen van hun aanvoerders aan, Dauniërs, Peucetiërs en Messapiërs. Het land van Tarentum tot aan de punt van Italië werd van de Messapiërs, waar de stad van Brentesium ligt. Het land aan de andere kant van Tarentum werd van de Peucetiërs en, verderop, kregen de Dauniërs het grootste gedeelte van de kust. De hele natie werd die van de Iapygiërs genoemd.
Dit gebeurde lang voor de campagne van Heracles. In die dagen leefden zij van dieren in de weiden. Verhalenvertellers zeggen dat in het land van de Messapiërs, vlakbij de zogenaamde Heilige Rotsen, het koor van de Epimeliadische nimfen verscheen. Jonge Messapiërs verlieten hun kudden om hen te zien, en verklaarden dat zijzelf beter konden dansen.
Toen zij dit zeiden irriteerde dit de nimfen en de rivaliteit steeg sterk tijdens het dansen. Omdat de jongelingen niet wisten dat zij met goden wedijverden, dansten alsof zij een wedstrijd hielden met stervelingen van hun eigen leeftijd. Hun manier van dansen, die van de herders, was zonder franje, terwijl die van de nimfen geheel opgedragen was aan de schoonheid.
Met hun dans overtroffen zij de jongelingen en zeiden tegen hen: ‘Jongemannen, willen jullie wedijveren met Epimeliadische nimfen? Dus, domme jongens, nu jullie zijn verslagen, worden jullie gestraft.’ De jongemannen, terwijl zij bij het heiligdom van de nimfen stonden, werden in bomen veranderd. Zelfs nu hoor je ’s nachts nog het geluid van gekreun uit de stammen komen. De plek wordt die van de ‘Nimfen en de Jongemannen’ genoemd.

32. Dryope

Dryops was een zoon van de rivier Sperchius en Polydore, één van de dochters van Danaüs. Hij was koning in Oeta en had één dochter, Dryope. Zij hoedde de kudden van haar vader. De Hamadryadische nimfen waren erg aan haar gehecht en namen haar op in hun gezelschap, en onderwezen haar hoe zij de goden moest bezingen en te dansen.
Apollo, die haar zag dansen, voelde een grote drang om met haar te paren. Hij veranderde zich eerst in een schildpad. Dryope, samen met de andere Nimfen, waren er door geamuseerd en speelden met de schildpad. Ze zette hem aan haar boezem. Hij veranderde van een schilpad in een slang.
De verschrikte nimfen lieten Dryope alleen. Apollo bedreef de liefde met haar en zij rende angstig naar het huis van haar vader, maar zei niets tegen haar ouders. Toen Andraemon, zoon van Oxylus, later met haar trouwde, beviel zij van Amphissus, de zoon van Apollo. Zodra hij volwassen werd bewees hij een sterkere man te zijn dan alle anderen en stichtte neen stad bij de berg Oeta die de naam van de berg kreeg. Hij werd koning van de plaatsen daar in de buurt.
In Dryopis vestigde hij een heiligdom van Apollo. Op een dag, toen Dryope die tempel naderde, namen de Hamadryadische Nimfen haar liefdevol mee en verborgen haar in de bossen. In haar plaats lieten zij een populier uit de grond groeien. Daarnaast lieten zij een bron ontspringen. Dryope was veranderd van een stervelinge in een Nimf.
Amphissus, ter ere van de gunst die zijn moeder was betoond, bouwde een heiligdom voor de Nimfen en was de eerste die daar een hardloopwedstrijd hield. Tot aan de dag van vandaag handhaaft de lokale bevolking deze wedstrijd. Het is niet heilig voor vrouwen om daar aanwezig te zijn omdat twee meisjes de lokale bevolking vertelden dat Dryope door de Nimfen was ontvoerd. De Nimfen waren hier zeer boos over en veranderden de meisjes in dennenbomen.

33. Alcmene

Nadat Heracles uit het zicht der mensheid was verdwenen, verdreef Eurystheus zijn kinderen uit hun vaderlanden en nam de heerschappij daarvan over. De Heracliden vluchtten naar Demophon, zoon van Theseus, en woonden in de Vier Steden van Attica. Eurystheus zond een boodschapper naar Athene en dreigde met oorlog met de Atheners als zij de Heracliden niet verdreven.
De Atheners weigerden de oorlog niet en Eurystheus viel Attica binnen en, nadat het strijdperk was bepaald, stierf tijdens de oorlog. De meeste Argivers werden op de vlucht gejaagd. Nu dat Eurystheus dood was, vestigden Hyllus en de andere Heracliden met hun bondgenoten zich opnieuw in Thebe.
Omstreeks die tijd stierf Alcmene op hoge leeftijd en de Heracliden verzorgden haar begrafenis. Zij woonden bij de Poort van Electra waar Heracles zijn openbare leven leidde. Zeus stuurde Hermes, gaf opdracht om het lichaam van Alcmene te stelen en naar het Eiland van de Gelukzaligen te brengen om haar als vrouw aan Rhadamanthys te geven. Gehoorzamend, stal Hermes Alcmene en liet in plaats van haar een steen in de doodskist achter.
Toen de Heracliden de kist droegen, vonden zij die veel te zwaar. Zij zetten die op de grond en namen het deksel weg. Zij vonden een steen in plaats van Alcmene. Zij namen die en zetten deze overeind in het bos waar nu de hërõon van Alcmene in Thebe staat.

34. Smyrna

Op de berg Lebanon hadden Thias, zoon van Belus, en Orithyia, één van de nimfen, een dochter Smyrna. Vanwege haar schoonheid kwamen er vele vrijers uit vele steden naar haar toe. Zij bedacht talloze uitvluchten om haar ouders te misleiden om de dag van de beslissing uit te stellen, omdat een verschrikkelijke lust, voor haar vader, haar gek van waanzin had gemaakt.
Aan het begin verborg ze deze koorts door schaamte. Maar toen haar passie haar voortdreef, bekende ze het hele verhaal aan haar verzorgster Hippolyte die haar beloofde een remedie tegen deze buitensporige passie te vinden. Ze ging naar Thias met de boodschap dat een meisje van verheven afkomst verlangde om met hem samen te liggen, maar in het geheim.
Thias, die geen idee had wat er tegen hem beraamd werd, verwelkomde het voorstel. In het duister van de nacht wachtte hij op zijn bed op het meisje. Toen leidde de verzorgster Smyrna naar binnen die omhuld was met kleding. Lange tijd werd deze schandelijke en onwettige activiteit begaan en niet ontdekt.
Toen Smyrna zwanger werd, wilde Thias weten wie de moeder van zijn kind was. Hij verborg een lamp in zijn kamer en, toen Smyrna naar hem toe kwam, werd zij ontdekt toen de lamp plotseling werd aangestoken. Smyrna beviel vroegtijdig van haar kind, hief haar armen op en bad dat zij nooit meer gezien zou worden onder de levenden, noch tussen de doden.
Zeus veranderde haar in een boom die net als zij Smyrna werd genoemd. Er wordt verteld dat de boom elk jaar van de takken tranen huilt als vruchten. Thias, vader van Smyrna, pleegde zelfmoord vanwege de onwettige daad. In opdracht van Zeus werd het kind grootgebracht en werd Adonis genoemd. Aphrodite werd hevig verliefd op hem vanwege zijn schoonheid.

35. De herders

Leto, nadat zij bevallen was van Apollo en Artemis op het eiland Asteria, ging naar Lycië, haar kinderen met zich meenemend, naar de baden van Xanthus. Zodra ze in dat land aankwam, kwam ze eerst bij de bron van Melite en wilde daar heel graag haar kinderen wassen voordat ze naar de Xanthus ging.
Maar sommige herders joegen haar weg zodat hun eigen vee kon drinken uit de bron. Leto vertrok en verliet Melite. Wolven kwamen naar buiten om haar te ontmoeten, kwispelend met hun staarten, en wezen de weg, en leidden haar naar de rivier Xanthus.
Ze dronk van het water, waste de baby’s, en wijdde de Xanthus aan Apollo terwijl ze het land dat Tremilis genoemd werd nu Lycië noemde (wolvenland) naar de wolven die haar de weg gewezen hadden.
Toen keerde zij terug naar de bron om een straf op te leggen aan de herders die haar weggejaagd hadden. Zij waren nog steeds hun vee aan het drenken naast de bron. Leto veranderde hen allemaal in kikkers wier ruggen en schouders zijn bekrast met een ruwe steen. Hen allen in de bron werpend liet ze hen leven in water. Tot aan de dag van vandaag kwaken zij nog bij rivieren en vijvers.

Vers 36 t/m 41

36. Pandareus

Toen Rhea, bang voor Cronus, Zeus in een grot op Kreta verborg, bood een geit haar uiers aan en gaf hem voeding. Op bevel van Rhea bewaakte een Gouden Hond de geit.
Nadat Zeus de Titanen verdreven had en Cronus de macht ontnomen, veranderde hij de geit in een onsterfelijke. Er staat tot de dag van vandaag een afbeelding van haar tussen de sterren. Hij gaf de Gouden Hond opdracht om deze heilige plek op Kreta te bewaken. Pandareus, zoon van Merops stal de hond en voerde die af naar de berg Sipylus. Hij gaf hem aan Tantalus, zoon van Zeus en Pluto, om te bewaken.
Na een tijdje ging Pandareus naar de berg Sipylus en vroeg naar de hond. Tantalus zwoer dat hij die nooit had ontvangen. Om Pandareus te straffen voor de diefstal veranderde Zeus hem ter plekke in een rots. Tantalus, omdat hij terugkwam op zijn eed, sloeg hij neer met een bliksem en plaatste de berg Sipylus op zijn hoofd.

37. De Doriërs

Na de verovering van Troje, arriveerde Diomedes in Argos en sprak zijn vrouw Aegialia aan over haar gedrag toen ze onder invloed van Aphrodite verkeerde. Hij ging naar Calydon in Aetolië waar hij Agrius en zijn zoons verdreef. Hij gaf de macht over het paleis aan zijn grootvader Oeneus.
Daarna zeilde hij naar Argos maar werd de Ionische Zee ingedreven door een storm. Toen Daunius, koning van de Dauniërs, zag wie er aangekomen was, smeekte hij hem om hem te steunen in de oorlog tegen de Messapiërs, voor een deel van het land en een huwelijk met zijn dochter.
Diomedes stemde in met het voorstel, stelde zijn mannen op en joeg de Messapiërs op de vlucht. Hij nam zijn land in bezit dat hij toewees aan de Doriërs, zijn volgers. De dochter van Daunius schonk hem twee zoons, Diomedes en Amphinomus.
Hij stierf op hoge leeftijd in het land van de Dauniërs en de Doriërs begroeven hem met groot eerbetoon op het eiland dat zij naar hem Diomedia vernoemden. Zij brachten het land in cultuur dat hen toegewezen was en grensde aan dat van de koning. Het schonk hen veel opbrengst omdat zij ervaren waren in de landbouw.
Na de dood van Daunius, begeerden de barbaarse Illyriërs hun land en smeedden plannen tegen hen. Zij verschenen plotseling op het eiland en de Illyriërs slachtten alle Doriërs af toen zij slachtoffers offerden. In opdracht van Zeus verdwenen de lichamen van de Grieken en hun zielen werden in vogels veranderd.
Zelfs tot aan de dag van vandaag als een schip in de haven aankomt, gaan vogels op hen zitten, maar zij vluchten voor een Illyrisch schip en verdwijnen allen van het eiland.

38. Wolf

Aeacus, zoon van Zeus en van Aegina, dochter van Asopus, had als zoons Telamon en Peleus en een derde, Phocus, geboren uit Psamathe, dochter van Nereus. Aeacus was bijzonder gesteld op zijn derde zoon omdat deze net zo knap was als dat hij goed was.
Peleus en Telamon benijdden hem en doodden hem in het geheim. Hiervoor joeg Aeacus hen weg en zij verlieten het eiland Aegina. Telamon vestigde zich op het eiland Salamis terwijl Peleus vertrok naar Eurytion, zoon van Irus, en hem smeekte en reiniging kreeg voor de moord. Later, tijdens het jagen, richtte hij op een beer en doodde onbedoeld Eurytion.
Opnieuw vluchteling, ging hij naar Acastus van wie het amoureuze gedrag van zijn vrouw ertoe leidde dat hij alleen werd achtergelaten op de berg Pelion. Tijdens zijn omzwervingen kwam hij de centaur Chiron tegen, vroeg om zijn hulp en werd in zijn grot ontvangen.
Peleus bracht toen vele schapen en koeien bijeen en leidde die naar Irus als bloedgeld voor het doden van zijn zoon. Irus wilde deze prijs niet accepteren en dus leidde Peleus hen weer weg en liet hen vrij in overeenstemming met het orakel van de god.
Een wolf, die zonder dat de herders er erg in hadden op de dieren afging, at hen allen op. Door goddelijke beschikking werd deze wolf veranderd in een rots die lange tijd tussen Locris en het land van de Phociërs stond.

39. Arceophon

Arceophon, zoon van Minnyrides, uit de stad Salamis op Cyprus, kwam niet uit een vooraanstaande familie (zij kwamen van Phoenicië) maar zij blonken uit in rijkdom en alle vormen van welvaart. Toen hij de dochter zag van Nicocreon, koning van Salamis, werd hij verliefd op haar.
De familie van Nicocreon stamde af van Teucer die Agamemnon had geholpen om Troje in te nemen. Hierom wilde Arceophon des temeer een huwelijk met het meisje en hij beloofde haar vele geschenken, meer dan alle andere vrijers. Nicocreon weigerde het aanzoek omdat de familie van Arceophon schaamtevol verachtelijke was, en zijn voorouders Phoeniciërs waren.
Arceophon, falend met zijn huwelijksaanzoek, werd nog verliefder en bezocht elke avond het huis van Arsinoë waar hij een nachtserenade bracht in gezelschap van jongemannen van zijn eigen leeftijd. Omdat deze bezigheid niets hielp, vleide hij de verzorgster van het meisje om hem te helpen met een poging haar te verleiden, door vele geschenken te sturen. Hij wilde op de een of andere manier met haar vrijen zonder dat haar ouders het merkten.
Nadat de verzorgster het voorstel had overgebracht, verklapte het meisje dit aan haar ouders. Zij sneden de punt af van de tong van de verzorgster evenals al haar vingers. Na deze verminking verdreven zij haar zonder medelijden uit het paleis. Deze daad wekte de woede van de godinnen op.
Arceophon, in uiterste nood over de manier waarop zijn huwelijk was geminacht, stierf vrijwillig door uithongering. Zijn mede stadgenoten hadden medelijden met zijn dood en rouwden om hem. Op de derde dag bracht zijn familie zijn lichaam onbedekt naar buiten.
Terwijl zij de laatste rituelen aan het uitvoeren waren, voelde Arsinoë een onbedwingbare behoefte om uit het raam te hangen en naar het lichaam van Arceophon te kijken dat werd gecremeerd. Toen ze hem in haar blikveld ving, veranderde Aphrodite, walgend van haar karakter, haar gedaante van een mens in een steen met haar voeten vastgeworteld in de grond.

40.Britomartis

Cassiopea, dochter van Arabius, en Phoenix, zoon van Agenor, hadden een dochter Carme. Zeus beminde haar en werd vader van Britomartis die het gezelschap van mannen meed en ernaar verlangde om voor eeuwig maagd te blijven.
Ze kwam vanuit Phoenicië eerst in Argos aan, en zocht het gezelschap van de dochters van Erasinus , Byze, Melite, Maera en Anchiroe. Toen ging ze van Argos naar Cephallenia. De Cephallenen gaven haar de naam Laphria en offerden haar als een god.
Toen ging ze naar Kreta. Toen Minos haar zag overviel hem een hevige lust waarna hij het meisje achtervolgde. Ze zocht bescherming onder enkele vissers die haar verborgen in hun netten. Hierdoor noemden de Kretenzers haar Dictyna, Zij van de Netten, en brachten offers aan haar. Ontsnapt aan Minos, arriveerde Britomartis in Aegina op de boot van de visser Andromedes.
Maar hij begeerde haar en probeerde haar te overweldigen. Britomartis sprong van de boot en vluchtte in een bos, op de plek waar tegenwoordig een tempel van haar staat. Sindsdien verdween zij uit het zicht en noemt men haar Aphaea, Degene die Verdween. Haar standbeeld verscheen in de tempel van Artemis. De mensen van Aegina wijdden de plek in waar Britomartis verdween, noemden haar Aphaea en offeren aan haar als een god.

41. De Vos

Cephalus, zoon van Deïon, trouwde in Thoricus in Attica met Procris, dochter van Erechtheus. Cephalus was een knappe en brave jongeling en de godin van de Dageraad werd verliefd op hem vanwege zijn schoonheid. Zij ontvoerde hen, en hield hem bij haar thuis als haar minnaar…..
Toen stelde Cephalus Procris op de proef om te zien of zij trouw aan hem bleef. Hij deed of hij op jacht ging en stuurde een van zijn bedienden die zij niet kende op haar af, met een grote hoeveelheid goud. Hij kreeg opdracht om te zeggen dat een vreemde man verliefd op haar geworden was en dit goud aanbood als zij het bed met hem wilde delen.
In eerste instantie weigerde Procris het goud maar toen de man een dubbele hoeveelheid stuurde, stemde zij in en accepteerde het voorstel. Toen Cephalus haar het huis zag naderen om met de vreemdeling samen te liggen, ontstak hij een toorts en betrapte haar slapend.
Vol schaamte verliet Procris Cephalus en ging als vluchteling naar Minos de koning van Kreta. Ze ontdekte bij aankomst dat hij door kinderloosheid werd geplaagd en beloofde genezing, en toonde hem hoe hij kinderen moest krijgen. Minos ejaculeerde slangen, schorpioenen en duizendpoten, en doodde zo de vrouwen met wie hij gemeenschap had.
Maar zijn vrouw Pasiphaë, dochter van de Zon, was onsterfelijk. Uiteindelijk bedacht Procris het volgende plan om Minos vruchtbaar te maken. Ze plaatste de blaas van een geit in een vrouw en Minos stootte eerst de slangen uit in die blaas. Daarna ging hij naar Pasiphaë en drong bij haar binnen. Toen hij kinderen kreeg, gaf Minos haar een speer en zijn hond. Geen dier kon aan deze twee ontsnappen en zij bereikten altijd hun doel.
Nadat ze die in ontvangst genomen had, ging Procris naar Thoricus in Attica, waar Cephalus woonde, en werd samen met hem een jager. Ze had haar kleding veranderd en haar haren geknipt als een man. Niemand die haar zag herkende haar. Toen Cephalus zag dat hij nooit iets ving tijdens de jacht, terwijl alles de kant van Procris op ging, wilde hij de speer voor zichzelf hebben. Procris beloofde hem eveneens de hond te geven, als hij ermee instemde om van haar jeugdige charmes te genieten.
Cephalus accepteerde het voorstel en toen zij samen lagen, onthulde Procris wie zij was en verweet hem dat hij een veel schandelijker daad had gepleegd. Maar Cephalus kreeg de hond en de speer. Amphitryon, die de hond nodig had, ging naar Cephalus en vroeg deze of hij hem wilde vergezellen, met de hond, om achter de Vos aan te gaan. Hij beloofde hem een deel van de buit te geven die hij zou veroveren op de Teleboën.
Want in die tijd was er in het land van het volk van Cadmus een Vos verschenen, een monsterlijk creatuur. Met als resultaat dat deze regelmatig Cadmeeërs uit Teumessos ving. Elke dertig dagen kozen zij een kind voor dit doel uit en de Vos nam die dan mee om op te eten.
Amphitryon had Creon en de Cadmeeërs gevraagd om hem te helpen in de oorlog tegen de Teleboën. Zij weigerden tenzij hij hen hielp om van de Vos af te komen. Amphitryon accepteerde deze voorwaarden van de Cadmeeërs en ging naar Cephalus en vertelde hem over de afspraak en drong er bij hem op aan om samen met de hond mee naar Thebe te gaan. Cephalus accepteerde het voorstel en ging op weg om op de Vos te jagen.
Maar het was verordend dat de Vos niet door een jager gevangen kon worden, en dat niets aan de hond kon ontsnappen als deze op jacht ging. Zeus zag hen toen zij de vlakte van Thebe bereikten en veranderde beiden in stenen.

© 2017 Maarten Hendriksz