Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Bion - Gedichten

Bron: www.theoi.com

The Greek Bucolic Poets. Translated by Edmonds, J M. Loeb Classical Library Volume 28. Cambridge, MA, Harvard University Press; London, William Heinemann Ltd. 1912. Vertaald uit het Engels door Maarten Hendriksz.

01 Klaagzang voor Adonis

1
Ik huil van verdriet vanwege Adonis en zeg dat de mooie Adonis dood is. En ook de Liefde huilt van verdriet en zegt dat Adonis dood is.

3
Slaap niet meer, Aphrodite, onder uw paarse deken, maar ontwaak tot uw ellende. Trek uw zwarte gewaad aan en beuk op uw borst, vertel het aan de wereld, de mooie Adonis is dood.

Ik huil voor Adonis en ook de Liefde huilt van verdriet.

8
De mooie Adonis ligt neer in de heuvels, zijn dijbeen doorboord met een slagtand, de witte met de witte, en Aphrodite is woedend vanwege het zachte heengaan van zijn adem. Want het rode bloed druipt langs zijn sneeuwwitte vlees, en de ogen onder zijn voorhoofd vervagen. Het roze verdwijnt van zijn lippen, en de kus van Aphrodite zal nooit meer zoals vroeger zijn, die kus sterft en is verdwenen. Aphrodite is gaarne bereid de dode te kussen. Maar Adonis, hij weet niet dat zij hem heeft gekust.

Ik huil voor Adonis en de Liefde huilt opnieuw van verdriet.

17
Wrede, O wrede wond in dat dijbeen, maar de wond in haar hart is groter. Luid jammerden zijn vertrouwde honden, en luid wenen nu de nimfen van de heuvels. En Aphrodite, ze maakt haar haren los en gaat radeloos rond, onverzorgd, ongeschoeid in het wilde bos, en alle doornen mogen schrammen en scheuren en genieten van haar heiligde bloed, ze vliegt heftig krijsend over de lange open plekken, huilend om haar Assyrische heer, de jongen aanroepend vanwege haar liefde. Intussen vloeit het rode bloed in een plas om zijn navel, zijn borst neemt het paars aan dat van zijn dijbeen komt, en de borst die voordien sneeuwwit was geweest wordt nu bloedrood.

De Liefde huilt opnieuw van verdriet ‘Wee voor Aphrodite.’

29
Haar mooie heer is verloren, en met hem haar heilige schoonheid. Toen Adonis nog leefde was ook Aphrodite prachtig om te zien, maar toen Adonis stierf, stierf ook haar lieflijkheid. Alle heuvels rouwen voor Aphrodite en alle valleien rouwen voor Adonis. De rivieren wenen over het leed van Aphrodite, de bronnen van de bergen vergieten tranen voor Adonis. De bloempjes vergieten rode tranen, en elke uitloper en elk bergdal van Aphrodite’s eiland zingt jammerlijk zijn rouw voor Aphrodite, de mooie Adonis is dood, en telkens weerkaatst Echo huilend zijn naam terug, de mooie Adonis is dood. Wie zou van rouw niet gehuild hebben over het verschrikkelijke verhaal van Aphrodite’s liefde?

40
Zij zag, zij zag zijn in het oog lopende en onweerstaanbare wond, ze zag zijn dijbeen vervagen in een poel van bloed, ze hier haar armen omhoog en verhief haat stem voor de jammerklacht: ‘Blijf, mijn Adonis, blijf, ongelukkige Adonis, totdat ik voor de laatste keer naar je toekom, tot ik je omarm en onze lippen zich samenvoegen. Wordt wakker Adonis, wordt wakker voor even, en geef mij een laatste kus. Kus me zolang de kus in leven blijft, totdat jij je laatste adem uitblaast in mijn mond en jouw geest in mijn hart overgaat, totdat ik al jouw liefde in mij heb opgenomen. En die kus van Adonis zal ik bewaren alsof hij het was die hem gaf, nu je mijn bent ontvlucht, arme ellendige, vlieg ver en lang bij mij vandaan, Adonis, en ga naar de Acheron en de wrede norse koning, terwijl ik helaas blijf leven omdat ik een godin ben en jou niet mag volgen. O Persephone, neem mijn echtgenoot, neem hem als je wilt. Want jij bent sterker dan ik, en neemt je aandeel in alles dat mooi is. Maar voor mij, is de eeuwige smart, is de onverteerbare pijn en het verdriet, en ik huil omdat mijn Adonis dood is en bang ben wat jij gaat doen. O liefste en zoetste en beste, jij stierf, en mijn lieveling is vervlogen als een droom. Aphrodite is nu weduwe, de Liefde is werkeloos in haar slaapkamer, en de gordel van de Liefdesvrouwe is verloren gegaan met haar geliefde. Waarom ging je zo overhaast en onbezonnen op jacht? Waarom was je zo gek om een wild beest te weerstaan terwijl jij zo mooi was?’ Dit was de weeklacht van Aphrodite, en nu huilt de Liefde opnieuw, huilend voor Aphrodite, de mooie Adonis is dood.

64
De Paphische weent en Adonis bloedt, druppel voor druppel, en het bloed en de tranen worden bloemen op de grond. Uit het bloed ontstaat de roos, en uit de tranen de Anemoon.

Ik huil voor Adonis, de mooie Adonis is dood.

68
Rouw niet langer in de bossen om uw echtgenoot, lieve Aphrodite. De eenzame bladeren zijn geen goede ligplaats voor zo iemand als hij. Laat Adonis liever net zoals tijdens zijn leven en net zo in de dood uw bed krijgen, Aphrodite, hij is nu nog mooi, mooi in de dood alsof hij slaapt. Leg hem neer op de zachte dekens waarin hij gewend was te slapen, op dat bed van massief goud welke hij gebruikte om de heilige nachten met u door te brengen, want het bed verlangt naar Adonis, totaal ontredderde Adonis. Werp bloemenkransen en bloemen over hem heen. Nu hij dood is laat hen dan ook sterven, laat elke bloem sterven. Giet zalven uit Syrië over hem uit, parfum van Syrië. Laat Vernietig nu alle parfums, want hij die uw parfum was is omgekomen en verdwenen.

79
Daar ligt hij, de fijngevoelige Adonis, in paarse doeken, en de huilende Liefdes verheffen hun stemmen in een jammerklacht. Zij hebben hun haren geschoren vanwege Adonis. De een werpt hem pijlen toe, die een boog, deze een veer, weer een ander de pijlenkoker. Eén heeft Adonis’ schoen uitgedaan, anderen halen water uit een gouden bekken, een andere wast zijn dijbenen, en weer een ander staat naast hem en waait hem koelte toe met haar vleugels.

De Liefde huilt opnieuw en zegt: ‘Wee voor Aphrodite.’

87
De huwelijksgod (Hymenaeus) heeft een toorts voor elke deur gezet, en verspreidt de huwelijkskrans op de grond. De last van zijn lied is niet meer ‘Stop het huwelijk’. Er is nu meer ‘Wee’ en ‘Adonis’ te horen dan tijdens de huwelijksceremonie. De Gratiën huilen om de zoon van Cinyras, met elkaar sprekend. De mooie Adonis is dood, en als zij hun verdriet uitkrijten is dit schriller dan het gekrijs tijdens een dankgebed. Nee, zelfs de Lotsgodinnen huilen en jammeren om Adonis, zijn naam roepend. Bovendien zingen zij een spreuk om hem weer terug te brengen, maar hij besteedt er geen aandacht aan. Het is niet door gebrek aan wil, maar meer dat het Meisje hem niet wil laten gaan.

96
Stop nu met uw gejammer, Aphrodite, en stop met op uw borst te slaan. Als je weer behoefte voelt om te jammeren en te huilen, kom dan een ander jaar.

02 Myrson and Lycidas

Op verzoek van Myrson zingt Lycidas voor hem het verhaal van Achilles op Scyros

MYRSON
101
Ik bid u, Lycidas, zing voor mij een mooi lied uit Sicilië, enige leuke lieve liedjes over de liefde zoals de Cycloop zong voor Galatea aan het zeestrand.

LYCIDAS
Ik wil graag wat muziek maken, Myrson. Dus wat zal het zijn?

MYRSON
Het zoete en benijdenswaardige liefdesverhaal van Scyros, de gestolen kussen door het kind van Peleus en de gestolen verloving van dezelfde, hoe een jongen in vrouwenkleren de schelm speelde met zijn uiterlijke vertoon, en hoe de roekeloze Deïdamia in de vrouwenkamer Achilles vond tussen de dochters van Lycomedes.

LYCIDAS sings
Eens op een dag, en een kommervolle dag voor de vrouw die van hem hield, kaapte de koeherder mooie Helena en ontvoerde haar naar de valleien van de Ida. Sparta was boos en riep heel Achaea onder de wapens, Mycene, Elis, Sparta. Geen Griek kon veracht wegblijven uit de woestheid van de oorlog. Maar één was verborgen tussen de meisjes, het was de geëerde Achilles. In plaats van te oefenen met het zwaard leerde hij te spinnen en met bleke hand over de rest te zegevieren, Zijn wangen waren sneeuwwit met rood opgemaakt, hij droeg een hoofddoek om zijn hoofd, en vrouwelijk was zijn tred, geheel een meisje om te zien. Maar hij was een man in zijn hart, en een man in de liefde. Van de dageraad tot het donker zat hij aan de voeten van Deïdamia. Vaak wilde hij haar hand vermoorden, haar weefboom omhoog zetten en het werk prijzen dat zij weefde. Als het etenstijd was, ging hij naast het bord zitten aan haar zijde, en deed zijn best om met woord en daad haar te winnen als zijn bruid. ‘De anderen delen tafel en bed’ was hij gewend te zeggen, ‘Ik slaap alleen en jij ook, hoewel we vrije meisjes zijn, meisjes en mooie meisjes, we slapen op twee verschillende bedden. Het is het wrede Nysa dat jou en mij scheidt ….’

03 Uit een herderslied

CLEODAMUS
127
Welke heb je het liefst, Myrson, lente, winter, zomer of herfst? Welke zie je het liefst komen? Zomer, wanneer al ons werk is gedaan, of de zoete herfst wanneer wij de minste honger hebben, of de winter wanneer geen man kan werken – want de winter kent vele heerlijkheden met haar warme haarvuur avonden en veel vrije tijd – of past de heerlijke lentetijd jou het beste? Zeg op, wat is de keuze van jouw hart? Opdat je het weet, we hebben tijd in overvloed om te praten.

MYRSON
Voor stervelingen is het ongepast om de werken van de Hemel te beoordelen, en al deze vier zijn heilig, en elk van hen is heerlijk. Maar omdat je het mij vraagt, zal ik je vertellen welke ik zoeter vind dan de rest. Ik wil jouw zomer niet hebben, omdat de zon mij dan verbrandt. Ik wil ook jou herfst niet hebben, omdat die tijd van het jaar ziekten uitbroedt. En wat jouw winter betreft, ik heb niets met vorst en sneeuw. Wat mij betreft, geef mij maar het hele jaar door die heerlijk lieve lente, wanneer de koude je niet doet rillen of de zon je verbrandt. In de lente is heel de wereld een broedplaats, in de lente is heel de wereld vol met zoete knoppen, zijn onze dagen even lang als onze nachten en onze nachten even lang als onze dagen...

04 Liefde en de vogelaar

137
Op een dag was een vogelaarsjongen o zoek naar vogels in het kreupelhout, toen hij de verlegen Liefde op een boomstronk zag zitten rusten. Verheugd dat hij gevonden had wat hem een mooie vogel leek, pakte hij al zijn lijmstokken en ging op de loer liggen voor die rond hippende prooi. Maar al snel ontdekte hij dat er geen eind aan kwam, en barstte in woede uit, smeet zijn stokken neer, en ging naar de oude boer, die hem alles geleerd had over zijn vak. Hij vertelde hem wat er gebeurd was en liet zien waar de prille Liefde was gaan zitten. Op dat punt aangekomen glimlachte de oude man en schudde zijn wijze hoofd, en antwoordde: ‘Hou je handen thuis, mijn jongen, en ga niet achter deze vogel aan. Ontvlucht hem, het is een gevaarlijk spel. Je zult niet gelukkig zijn zolang je hem niet te pakken hebt, maar zodra je de gestalte van een man krijgt, zal degene die nu hipt en hopt plotseling uit zichzelf op je afkomen en snel op je hoofd gaan zitten.’

05 Liefde’s scholing

151
Ik droomde en zie! De grote Cyprische stond voor me. Haar mooie handen leidden hem naar mij, met hangend hoofd, die kleine dwaze Liefde, en ze zei tegen mij: ‘Ik bid je, lieve herder, neem dit kind en leer het om te zingen en te spelen.’ waarna ze was verdwenen. Zo werd ik de onderwijzer van Liefde, dwaas die ik was, die iemand iets graag wilde leren. En ik leerde hem alles wat ik wist van over de traditionele muziek van het land, hoe Pan de dwarsfluit uitvond en Athena de fluit, Hermes de lier en mooie Apollo de harp. Maar ja, het kind sloeg geen acht op alles wat ik vertelde. Hij zong liever liefdesliedjes van zichzelf, en leerde mij alles over het reilen en zeilen van zijn moeder en de verlangens van goden en mensen. En wat de kennis betreft die ik de meeste Liefde had onderwezen, ben ik alles totaal vergeten, maar de liefdesliedjes die meester Liefde mij heeft geleerd, weet ik allemaal nog.

06 Een liefdesgedicht

169
De Muzen kennen geen angst voor de wrede Liefde, doch zij sluiten hem liever in hun harten en volgen hem dicht op de hielen. Laat iemand die geen liefde in zijn ziel kent een lied zingen, en zij zullen onmiddellijk wegsluipen en hem niet kunnen beroeren. Maar als er door hem mooie muziek wordt gemaakt, dan zullen zij allen voor hem warmlopen. En als je mij vraagt hoe ik weet dat dit de zuivere waarheid is, zeg ik je dat ik over iedereen de lof kan zingen, of hij nu god of mens is, en mijn tong zal zich besluiteloos bewegen en weigeren haar best te doen, maar als mijn muziek over de liefde en Lycidas gaat, dan vloeit mijn stem juichend over mijn lippen.

07 De levensfilosofie van de dichter

180
….weet ik niet, en het is ongepast om je voor iets in te spannen waar we niets over weten. Als mijn armzalige liederen goed zijn, zal ik roem vergaren uit die dingen die het lot mij heeft al heeft geschonken – zij zullen voldoende zijn. Maar als we ons slecht gedragen, wat baat het mij dan om verder te zwoegen? Als het ons mannen was gegeven, zij het van de Zoon van Cronus of de wispelturige Moiren, om twee levens te leiden, de een voor plezier en vrolijkheid en de ander om te zwoegen, dan zal de één waarschijnlijk eerst kiezen voor het zwoegen en de goede dingen later doen. Maar door het besluit van de Hemel, leeft de man maar één keer, en slechts voor even om alles te doen wat hij wil, O, hoelang zullen we dan doorgaan met jammerlijk zwoegen en sloven, en hoeveel tijd zullen wij verspillen met rijkdommen te verzamelen, in een verterend verlangen naar meer en meer weelde? Dit is het waarom we allemaal vergeten dat we sterfelijk zijn en het lot ons zo’n korte levenspanne heeft toebedeeld? …..

08 Beloonde liefde

199
Geliefden zijn gelukkig als hun liefde wordt beloond. Theseus, die uiteindelijk alleen de onverzoenlijke Hades vond, was blij omdat Pirithous met hem mee ging. En Orestes was gelukkig onder de wrede ongastvrijen, omdat Pylades ervoor had gekozen om samen met hem rond te zwerven. Achilles was ook gelukkig toen zijn lieve vriend nog leefde, en stierf gelukkig, toen hij zag dat hij diens wrede lot zo verschrikkelijk gewroken had.

09 Aan Hesperus

206
Avondster, die het gouden licht is van het lieflijke Schuimkind , lieve Avondster, die het heilige juweel is van de blauwe, blauwe nacht, die zoveel zwakker schijnt als de Maan maar helderder dan enige andere ster die schijnt, wees gegroet, lieflijke vriend, en terwijl ik een serenade aan mijn herdersliefde breng besprenkel mij dan met jouw licht in plaats van dat van de Maan, voordat ze vol wordt en gisteren te snel onderging. Ik ben geen dief of struikrover – daarom ben ik ’s nachts niet buiten –, maar een minnaar. En alle minnaars verdienen steun.

10 Aan Aphrodite

217
Lieve vrouwe van Cyprus, mooiste kind van Zeus, en kind van de zee, vertel me alstublieft waarom u zo onaardig was voor goden en mensen – nee, sterker nog, waarom zo hatelijk tegen uzelf, als u zo’n groot en universeel kwaad als de Liefde voortbrengt, zo wreed, zo harteloos, zo ondoorgrondelijk in haar wegen en daden? En waarom deze vleugels en pijlen waaraan we niet kunnen ontsnappen wanneer deze ons in het nauw brengt.

11 Van Hyacinthus

225
…was Apollo sprakeloos toen hij jouw pijn zag. Hij zocht overal naar genezing, deed een beroep op alle slinkse kunsten, en zalfde de wond, zalfde die met ambrosia en met nectar. Maar alle geneesmiddelen zijn krachteloos om de wonden van het Lot te genezen...

12 Galatea's minnaar

231
… maar ik zal naar die heuvel ginds gaan, mijn smeekbede voor de wrede Galatea zingen tegen het zand en de kust. Want ik zal mijn lieve hoop niet opgeven voordat ik oud en grijs zal zijn.

13 Doe het zelf

234
… het is niet goed, mijn vriend, om voor alles naar een vakman te gaan, noch om voor elk wissewasje je toevlucht te zoeken bij een andere man, maar is het beter om zelf een fluit te maken. En ‘geloof’ is niet zo moeilijk, evenmin …..

14 Liefde en gezang

240
Laat Liefde de Muzen oproepen, en de Muzen liefde veroorzaken. En laat de Muzen mij altijd een lied schenken als ik dat nodig heb, lieve melodieuze liederen, het liefste geneesmiddel in de wereld.

15 Hardnekkigheid

244
…wordt gezegd dat een voortdurend druipen zelfs een gat in een steen zal slijten…

16 Zijn loon waardig

245
…bid ik u om mij niet zonder enige beloning achter te laten. Want zelfs Apollo wordt betaald voor zijn muziek, en een prijs vergoed alle dingen beter ….

17 Naar hun aard

248
…de heerlijkheid van een vrouw is haar schoonheid, de kracht die van een man…..

18 Als god het wil

250
…alle dingen worden bereikt als de Hemel dat wil. Alles is mogelijk, ja, alles is zeer wel mogelijk als de Gezegenden dat wensen…

© 2017 Maarten Hendriksz