Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Claudianus - De Phoenix

Bron: www.theoi.com

Claudian. Translated by Platnauer, Maurice. Loeb Classical Library Volumes 135 en 136. Cambridge, MA. Harvard Univserity Press. 1922. Vertaald uit het Engels door Maarten Hendriksz 2016.

Woonplaats van de Phoenix

1-22
Er is een lommerrijk bos dat grenst aan de verste oevers van de Oceaan voorbij de Indus in het Oosten waar de hijgende Dageraad aan haar dagelijkse tocht begint. Je hoort vlakbij de branding, waar de natte vloedlijn in de bedauwde wagen wordt weerkaatst, en de rozekleurige Dageraad tevoorschijn komt terwijl de Nacht, verlicht door de van verre stralende raderen van vuur, haar zwarte mantel afwerpt en minder donker wordt. Dit is het koninkrijk van de gezegende vogel van de zon waar zij in eenzaamheid woont, beschermd door de onherbergzame natuur van het land en immuun voor ziekten die andere levende wezens overvallen, noch lijdt aan de infecties uit de wereld der mensen. Net als de goden en de sterren is die vogel onsterfelijk en is haar lichaam moe van de voorbij gegleden eeuwen. Zij heeft geen voedsel nodig om haar honger te stillen noch enige drank om haar dorst te lessen. Haar voedsel zijn de heldere stralen van de zon, de dunne nevel van de zee is haar drank – uitwasemingen zoals deze zijn haar voeding. Een geheimzinnig vuur flitst uit haar ogen, en een vlammend aureool hangt om haar kop. Haar kuif schittert met het licht van de zon en vermorzelt de duisternis met zijn kalme glans. Haar benen zijn van Tyrisch paars, sneller dan die van Zephyrus, en haar vleugels van bloemachtig blauw bespikkelt met rijk goud.

22-35
Deze vogel werd nooit zwanger of uit sterfelijk zaad geboren, zij was zowel moeder als dochter, en had niemand nodig om zich te herscheppen, zij vernieuwde haar versleten ledematen door te verjongen bij haar dood, en na elk overlijden een nieuw lichaam aan te nemen. Want wanneer duizend zomers voorbij waren gegaan, en duizend winters, werden duizend veren aan landlieden geschonken die de schaduw leverden waar zij in de herfst van beroofd waren, en uiteindelijk, versleten door vele jaren, slachtoffer worden vanwege de last van een hoge leeftijd. Als een grote dennenboom op de top van de Kaukasus, vermoeid door stormen, overhangend door zijn eigen gewicht valt hij eindelijk om en dreigt te pletter te slaan op de grond. Een gedeelte valt vanwege de niet aflatende wind, anderen breken rottend door de regen af, weer anderen verteren door het verval der jaren.

Dood van de Phoenix

De Phoenix

36-44
Nu dimmen de heldere ogen van de Phoenix en de pupillen verlammen door de vele jaren, net als de maan die achter wolken verscholen gaat en haar hoorns in de mist verdwijnen. Nu kunnen de vleugels, die gewoonlijk de wolken in de hemel doorklieven, haar nauwelijks nog van de aarde optillen. Dan, zich realiserend dat haar levenspanne ten einde is en zich moet voorbereiden op de vernieuwing van haar pracht en praal, verzamelt zij droge kruiden in de zonverwarmde heuvels, en maakt met ineengeweven takken van de edele boom van Saba een brandstapel die tegelijk haar graf en wieg zal worden.

45-54
Zij gaat er bovenop zitten en groet met lieflijke stem de zon wanneer zij zwakker wordt. Gebeden en smekingen uitroepend vraagt zij dat deze vuurdood haar weer nieuwe kracht zal bezorgen. Apollo, haar van verre ziend, controleert zijn teugels en op koers blijvend troost hij zijn geliefde kind met deze woorden. ‘Jij die op het punt staat om je leven te verliezen op de brandstapel, bent voorbestemd om door deze schijndood nieuw leven te ontdekken. Jouw dood betekent slechts het vernieuwen van het leven en door die zelfvernietiging vind jij je verloren jeugd weer terug. Het lichaam stopt en moet sterven, maar door verandering van gedaante kom je weer schitterender dan ooit weer tevoorschijn.’

55-64
Zo sprak hij, schudde zijn hoofd, wierp een van zijn gouden haren, en trof de gewillige Phoenix met zijn levenbrengende glans. Nu, om haar wedergeboorte veilig te stellen, verdroeg zij het om te verbranden in haar haast om de dood met plezier te ontmoeten en opnieuw geboren te worden. Door de hemelse vlam getroffen vloog de geurige brandstapel in brand en verbrandde het oude lichaam. De Maan controleerde verbaasd haar melkwitte koeien en de hemel stopte haar draaiende cirkels, terwijl de brandstapel nieuw leven ontving. De natuur zorgde ervoor dat de onsterfelijke vogel niet verloren ging, en riep de zon, bewust van de belofte, om haar onsterfelijke glorie voor de wereld te herstellen.

Wedergeboorte van de Phoenix

65-71
Onmiddellijk stroomde haar geest weer door de verspreid liggende ledematen. Vernieuwd bloed vulde de aderen. De as vertoonde tekenen van leven. Ze begon te bewegen hoewel er niemand was om het te verplaatsen, en veren bekleedden de sintels. De dochter en opvolgster van zij die eens was maar nu de moeder kwam voort uit de brandstapel. Tussen dood en leven lag het korte moment waarop de brandstapel brandde.

Dankoffer

72-88
Haar eerste vreugde was om de geest van haar moeder te zegenen bij de oevers van de Nijl en de verbrandde massa waaruit zij was geboren naar Egypte te brengen. Met alle snelheid die haar vleugels konden opbrengen vloog zij naar die buitenlandse oever, de overblijfselen dragend in een omhulsel van gras. Ontelbare vogels vergezelden haar, grote scholen verdrongen elkaar in de lucht. Hun machtige groep verduisterde de lucht waar zij passeerden. Maar niemand uit die menigte durfde de leider voorbij te vliegen. Allen volgden met respect in het troostrijke zog van hun koning. Noch de felle havik of adelaar, Zeus’ eigen wapendrager, begonnen te vechten. Ter ere van hun gezamenlijke meester werd er door iedereen een wapenstilstand in acht genomen. Zo leidde de Parthiaanse vorst zijn leger langs de gele oevers van de Tigris, zijn tiara glorieus bedekt met juwelen, rijke ornamenten en koninklijke guirlandes. De teugels van zijn paard bedekt met goud. Borduurwerk uit Assyrië verfraaide zijn scharlaken gewaden, en met soevereine trots heerste hij over zijn talloze slaven.

89-100
Er is in Egypte een bekende stad geroemd om haar vrome offers en de toegewijde verering van de zon. De tempels rusten op honderden kolommen uit de steengroeven van Thebe. Hier, zoals het verhaal vertelt, is de Phoenix gewend om de as van haar moeder op te slaan, het beeld van de god aanbiddend, haar meester, om zijn kostbare last aan de vlammen toe te vertrouwen. Zij plaatst ze op het altaar waaruit zijzelf is voorgekomen en nog steeds delen van haar in zich bergt. De schat schittert stralend. Het geurige heiligdom is gevuld met heilige rook van het altaar en de geur van Indiase wierook, die zelfs tot in de Pelusiaanse moerassen doordringt, de neusgaten van mensen vult, hen doorspoelt met haar vriendelijke invloed en een geur heeft die zoeter is dan parfumachtige geur van de zeven monden der donkere Nijl.

101-109
Gelukkige vogel, erfgenaam van jezelf! De dood die ondergang bewijst herstelt uw kracht. Uw as schenkt u leven en u sterft niet ondanks uw hoge leeftijd. U hebt alles gezien wat er te zien was, hebt het voorbijglijden van de eeuwen aanschouwd. U weet wanneer het was dat de golven van de zee stegen en de rotsen overspoelden, in welk jaar Phaëthon een fout maakte en in de vlammen omkwam. Toch heeft geen enkele ramp u overweldigd. Als enige overlevende leefde u om te zien hoe de aarde werd bedwongen. Tegen u uitten de Moiren geen dreigementen, machteloos om u schade te berokkenen.

© 2017 Maarten Hendriksz