Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Colluthus - De schaking van Helena

Bron www.theoi.com

Colluthus and Tryphiodorus. Translated by Mair, A. W. Loeb Classical Library Volume 219. London: William Heinemann Ltd, 1928. Vertaald uit het Engels door Maarten Hendriksz.

De bruiloft van Peleus en Thetis

1-40
Gij nimfen van Troje, kinderen van de rivier Scamander, die vaak op het zand van hun vader de spelden die jullie lokken bijeenbinden en de snuisterijen van je handen achterlaten, en je uitdossen voor de dans op de Ida, kom hierheen, verlaat de luid klinkende rivier, en verklaar mij het besluit van de herderrechter : vertel vanwaar hij uit de heuvels kwam, zeilend over de ongastvrije zee, ofschoon onbekend met de gevaren van de zee; en wat de aanleiding was voor de schepen die het begin waren van de ellende, hoe een koeherder zowel de hemel als de aarde in opschudding bracht; en wat het allereerste begin was van de vete, de herder die over onsterfelijken een oordeel moest vellen: hoe verliep het proces: toen hij de naam van de nimf uit Argos hoorde? Want gij kwam zelf en zag, onder de driepiekige klip van Phalacra , Paris op zijn herderskruk zitten en de koningin van de Gratiën, zelfs Aphrodite, de roemvolle. Daar onder de hooggepiekte heuvels van de Haemoniërs , werd het huwelijkslied van Peleus gezongen terwijl, in opdracht van Zeus, Ganymedes de wijn inschonk.

De bruiloft van Peleus en Thetis

En het gehele ras der goden haastten zicht om hun eerbetuigingen te brengen aan de witarmige bruid , de zuster van Amphitrite: Zeus vanaf de Olympus en Poseidon vanuit de zee. Uit het land van Melisseus , van het geurige Helicon, kwam Apollo die het helder gestemde koor van de Muzen leidde. Aan beide zijden, wapperend met gouden lokken, werden de ongeknipte haartrossen door de westenwind bewogen. Na hem volgde Hera, zuster van Zeus; noch talmden de koningin van de harmonie, evenals Aphrodite, om naar de bossen van de Centaur te komen. Ook Overreding kwam, die een bruidskrans had gemaakt, en de pijlenkoker van de boogschutter Eros droeg. En Athena nam de machtige helm van haar hoofd en kwam naar de bruiloft, ofschoon ze onbekend was met het huwelijk. Noch Letos’ dochter Artemis, zuster van Apollo, versmaadde het om te komen, godin van de wildernis die ze dacht te zijn. En ijzeren Ares, kwam eveneens, zonder helm of zijn in de hand gehouden oorlogsspeer, naar het huis van Hephaistus, zo zonder borstharnas en zonder geslepen zwaard glimlachend dansend. Maar Twist liet Chiron onuitgenodigd en Peleus gaf haar geen gehoor.

Eris niet uitgenodigd

41-58
En zoals een vaars dwaalt door de weiden in het dal en zwerft tussen het eenzame groen, geplaagd door de bloedige horzel, de plaag der koeien: zo ook Twist, overmant door de pijn van boze jaloezie, zwierf rond op zoek naar een manier om de feestmaaltijd van de goden te verstoren. Vaak sprong zij op van haar stoel, bezet met edelstenen, en ging daarna weer zitten. Ze sloeg met haar hand op de boezem van de aarde en spaarde daarbij de rotsen niet. Ze zou graag de grendels van de duistere diepten verwijderen om de Titanen te wekken in de onderwereld en de hemel vernietigen, de zetel van Zeus, die in de hoogte regeert. Ze zou graag met de brullende bliksemschichten zwaaien, maar liet dit over, met al haar wijsheid, aan Hephaistus, houder van onblusbaar vuur en van ijzer. En ze dacht erover om het geraas van zwaar botsende schilden op te wekken, waardoor ze wellicht verschrikt op zouden springen van dat geluid. Maar bij nader inzien, liet ze dit plan varen uit angst voor ijzeren Ares, de gepantserde krijger.

De twist om de gouden appel

59-77
Toen dacht ze aan de gouden appels van de Hesperiden. Daar haalde ze de vrucht welke de voorbode van de oorlog zou worden, hoewel slechts een appel, en bedacht een plan van buitengewone ellende. Met haar wervelende arm smeet ze dat oerzaad van onrust in de feestzaal en verstoorde het koor van godinnen. Hera, de roemvolle echtgenoot die het bed van Zeus deelde, stond verbaasd op, en wilde die graag bemachtigen. En Aphrodite, de meest voortreffelijke van allen, begeerde de appel, want die is de schat van de Liefde. Maar Hera wilde hem niet opgeven en Athena wilde hem niet afstaan. En Zeus, die de ruzie van de godinnen zag, riep zijn zoon Hermes, die onderaan zijn troon zat, en sprak tegen hem: ‘Als het goed is, mijn zoon, ken jij de zoon van Priamus, ene Paris, een prachtige jongeling, die zijn kuddes hoedt op de heuvels van Troje, geef hem de appel; en verzoek hem om de godinnen te oordelen betreffende hun schoonheid. En laat degene die hij prefereert de beroemde vrucht krijgen om mee te nemen als de prijs voor de mooiste en sieraad van de Liefde,’

Aphrodite bereid zich voor

78-85
Zo beval de Vader, zoon van Cronus, Hermes. En deze luisterde naar de opdracht van zijn vader en leidde de godinnen op weg en verzaakte niet om te gehoorzamen. En elke godin zocht naar een manier om er begeerlijker en mooier uit te zien. Aphrodite van listige adviezen ontvouwde haar haarnetje en verwijderde de welriekende haarspeld uit het haar en omwikkelde haar lokken met goud, met goud haar vloeiende vlechten. En ze zag haar kinderen de Liefde en riep hen bij zich.

86-101
De wedstrijd is op handen, lieve kinderen! Omarm je moeder die jullie verzorgde. Vandaag zal ik op schoonheid beoordeeld worden. Ik ben bang aan wie die herder deze appel zal schenken. Ze noemen Hera de heilige verzorgster van de Gratiën, en ze zeggen dat zij soevereiniteit hanteert en de scepter in haar hand houdt. En Athena noemen ze altijd de koningin van de strijd. Allen ik, Aphrodite, ben geen strijdbare godin. Ik ben geen koningin van de goden, hanteer geen oorlogszuchtige speer, en schiet ook niet met een boog. Maar waarom ben ik zo bang, want in plaats van een speer heb ik, als het ware, een snelle lans, de honingzoete gordel van de Liefde! Ik heb mijn gordel, ik gebruik mijn prikkels, ik hef mijn boog: en die gordel, wanneer vrouwen door de steek van mijn verlangen geraakt worden, en veelvuldig baren, maar niet tot in de dood.’ Zo sprak Aphrodite met de roze vingers en volgde. En de zwervende Liefde hoorden het lieve verzoek van hun moeder en spoedden zich achter hun verzorgster aan.

Paris de herder

102-121
Ze hadden net de top van de Ida gepasseerd, waar onder een door rotsen gekroonde klip de jonge Paris de kudden van zijn vader hoedde. Aan weerszijden van de bergstromen verzorgde hij zijn kudden, de kudde met zich volvretende stieren apart in de gaten houdend, naast de drommen van zich voedend vee. Op zijn rug wapperde de huid van een berggeit, die tot zijn dijen reikte. Maar zijn herdersstaf, aanjager van koeien, lag naast hem: en op zijn gebruikelijke weeklagende wijze, produceerde hij schrille tonen op zijn rustieke rietfluit. Vaak vergat hij zijn stieren en keek niet meer naar de schapen als hij zong in zijn schapenweiland. Samen met zijn fluit, in die eerlijke herdershutten, maakte hij muziek voor Pan en Hermes. De honden blaften niet, en de stier loeide niet. Alleen de winderige echo met haar kinderlijk gehuil, beantwoordde zijn stem uit de heuvel op de Ida; en de stieren op het groene gras, als zij hun buiken vol hadden gegeten, gingen liggen rusten op hun zware flanken.

De opdracht aan Paris

122-131
Dus toen hij zijn muziek maakte onder een hoge luifel van bomen, zag hij van verre de boodschapper Hermes. Van angst sprong hij op en probeerde de blik van de god te vermijden. Hij liet zijn muzikale fluiten tegen een eik leunen en controleerde zijn werk dat nog niet ver was gevorderd. En de buitengewonde Hermes zei tegen hem in zijn angst aldus: ‘Smijt uw melkemmer weg en laat uw mooie kudde achter en kom hier en spreek een oordeel uit over deze godinnen uit de hemel. Kom hier en beslis wie van hen de mooiste is, en geef aan de mooiste deze prachtige appel'.

De godinnen praten op Paris in

132-145
Zo riep hij. Paris gunde hen een vriendelijke blik en probeerde rustig de schoonheid van een ieder te beoordelen. Hij keek naar de glinstering van hun grijze ogen, hij keek naar hun met goud versierde nekken, hij bekeek van elk de zwierigheid; de vorm van hun hiel, ja zelfs hun voetzolen. Maar voordat hij zijn oordeel gaf, pakte Athena hem, glimlachend, bij de hand en zei tegen Paris: ‘Kom hier, zoon van Priamus! Vergeet de echtgenoot van Zeus en luister niet naar Aphrodite, koningin van het bruidsprieel, maar beloon uw Athena die de dapperheid van mannen steunt. Ze zeggen dat het een zware opgave is om koning en houder van de stad Troje te zijn. Kom hier, en ik zal je de redder maken van de stad en haar mensen die zwaar worden belast: omdat eens Enyo van de pijnlijke woede zwaar op je zult leunen. Luister naar mij en ik zal je onderwijzen in oorlog en dapperheid.

Paris beoordeelt de godinnen

146-153
Zo sprak Athena van de vele raadgevingen, waarna vervolgens witarmige Hera aldus het verhaal overnam: ‘Als je mij kiest en de appel voor de mooiste schenkt, zal ik je heer van heel mijn Azië maken. Veracht de werken der strijd. Wat heeft een koning te maken met de oorlog? Een prins leidt zowel de moedige als de vredelievende. De schildknapen van Athena zijn niet altijd de eersten. Snel is de straf en de dood voor de dienaren van Enyo!

154-166
Deze heerschappij bood Hera, die de hoogste troon heeft, aan als geschenk. Maar Aphrodite tilde haar diep uitgesneden mantel op en ontblootte haar borsten en toonde geen enkele schaamte. En terwijl ze met haar handen de honingzoete gordel der Liefde optilde liet ze hem haar volle boezem zien en verschool haar borsten niet. En glimlachend sprak ze tegen de herder: ‘Neem mij en vergeet oorlogen: neem mijn schoonheid en vergeet de scepter en Azië. Ik ken de bezigheden van de strijd niet. Wat heeft Aphrodite te maken met schilden? Door schoonheid munten vrouwen veel beter uit. In plaats van mannelijke dapperheid zal ik je een mooie bruid geven, en, in plaats van koningschap, zal ik je naar het bed van Helena voeren. Lacedaemon zal je, na Troje, als bruidegom te zien krijgen.’

Aphrodite bespot Athena en Hera

167-189
Ze was nog niet uitgesproken of hij gaf haar de prachtige appel, schoonheid aanbiedend, de grote schat van Aphrodite, een oorlogsvrucht, van oorlog en kwaad zaad. En zij, de appel in haar hand houdend, verhief haar stem en sprak spottend tot Hera en de mannelijke Athena: ‘Gun mij dit, gewend als jullie zijn aan oorlog, gun mij deze zege. Ik hou van schoonheid en schoonheid volgt me. Men zegt dat gij, moeder van Ares, na een zware bevalling het heilige koor van de mooigelokte Gratiën hebt gebaard. Maar vandaag hebben ze je allemaal genegeerd en je hebt er geen gevonden om je te helpen. Koningin maar niet van schilden of verzorgsters en ook niet van vuur, Ares heeft u niet geholpen, hoewel Ares woedt met de speer: de vlammen van Hephaistus hebben u niet geholpen, hoewel hij de adem van het vuur tot leven brengt. En hoe ijdel is uw gepoch Athena, die het huwelijk mijdt en niet door een moeder is gebaard, maar ontstaan is door die klievende bijlslag zonder kraambed uit het hoofd van uw heer. En hoe, uw lichaam bedekt met bronzen mantel, ontvlucht u de liefde en streeft de levenswijze van Ares na, onbekend met harmonie en onbekend met eendracht. Weet gij niet dat dergelijke Athena’s zoals u minder moedig zijn – jubelend in roemrijke oorlogen, bij de lichaamsdelen van verslagen vijanden, noch mannen noch vrouwen?

190-201
Aldus sprak Aphrodite en bespotte Athena. Zo kreeg ze de schoonheidsprijs die een stad zou ruïneren, Hera afstotend en Athena beledigend. En de ongelukkige Paris, smachtend van liefde en verlangend naar iemand die hij nog niet had gezien, verzamelde mannen die waren geschoold door Athena, koningin van het handwerk, en leidde hen naar een donker bos. Daar werden eiken van de Ida met vele boomstronken omgehakt en geveld door de uitstekende vaardigheid van Phereclus , bron van ellende; die toen, zijn waanzinnige koning een plezier doend, schepen met zijn houtsnijdende brons voor Paris vervaardigde. Op dezelfde dag gemaakt als dat deze door hem gevraagd werden: schepen die Athena niet gepland of gemaakt had.

Paris op weg naar Griekenland

202-230
Nadat hij de heuvels van de Ida had verlaten en bij de zee aankwam, smeekte hij Aphrodite, na vele offers op de kust, om hem te helpen bij zijn huwelijk. Op de brede rug van de zee bezeilde hij de Hellespont, toen hem een teken verscheen van zijn zware inspanningen. De donkere zee steeg omhoog en omringde de hemel met een keten van zwarte kronkelingen en onmiddellijk stroomde er regen uit de donkere lucht, en de zee was in beroering terwijl de roeiers roeiden. Toen hij Dardanië en het land van Troje gepasseerd was, langs de kust varend, de monding van het Meer van Ismarus achter hem latend, snel, na de bergen van het Thracische Pangaeüm , zag hij het graf van Phyllis in zicht komen die van haar echtgenoot hield en de negen gangen van haar zwervende pad, waar je wachtte en huilde, Phyllis, wachtend op de veilige terugkeer van uw echtgenoot Demophon, wanneer deze zou terugkeren uit het land van Athena. Toen tegenover het rijke land van de Haemoniërs verscheen plotseling in zijn gezichtsveld het bloemrijke Achaëische land, Phthia, voedster van mannen, en Mycene met haar brede straten. Dan langs de moerassen waar Erymanthus uitkomt, merkte hij Sparta van de mooie vrouwen op, de geliefde stad van de zoon van Atreus, liggend op de oevers van de Eurotas. En daar dichtbij, in de schaduw van een bos, keek hij naar haar buurman, lieflijk Therapne. Van daar hoefden zij niet ver meer te zeilen, noch hoefden zij nog lang te luisteren naar het geluid van de riemen roeiend in de kalme zee, toen zij de trossen op de oevers van een mooie inham wierpen en daar aanmeerden, zelfs zij die gewoonlijk de zee bevoeren. 231-235

Hij waste zich in een besneeuwde rivier en ging op pad, met voorzichtige passen lopend, opdat zijn mooie voeten niet bevuild zouden worden door het stof; of, wanneer hij meer haast maakte, de wind harder tegen zijn helm zou waaien en zijn haarlokken in de war zouden raken.

Aankomst van Paris bij Helena

236-248
Hij onderzocht nauwkeurig de hooggebouwde huizen van de gastvrije inwoners en de naburige tempels, en bekeek de pracht van de stad; nu eens kijkend naar het gouden beeld van de inheemse Athena, dan weer naar het schathuis van Apollo, zelfs de schrijn van Hyacinthus van Amyclae, die eens toen hij als jongen met Apollo speelde het volk van Amyclae verbaasde omdat Leto hem had gebaard aan Zeus zonder door hem zwanger gemaakt te zijn. Maar Apollo wist niet dat hij de jeugd bewaarde voor de jaloerse Zephyrus. En de Aarde, de huilende koning een plezier doend, bracht een bloem voort om Apollo te troosten, de bloem die dezelfde naam draagt als die prachtige jongeling.

Helena en Paris ontmoeten elkaar

249-267
Uiteindelijk stond hij bij de zalen van de zoon van Atreus, stralend van prachtige gratie. Zelfs de zoon die Semele aan Zeus baarde was niet zo mooi: vergeef me, Dionysus zelfs al ben je van het zaad van Zeus, ook hij was mooi, en zijn gezicht wonderschoon. En Helena ontgrendelde de gastvrijheid van haar huis en ging direct naar de ontvangstruimte van het huis, en, bij de deur naar buiten kijkend, zodra ze hem zag, riep ze hem snel om binnen te komen, en vroeg hem te gaan zitten op een nieuw gemaakte stoel van zilver. En ze kon niet ophouden met naar hem staren, ze dacht dat ze naar de gouden jeugd keek die Aphrodite begeleidde – even later erkende ze dat het Eros niet was; ze zag geen pijlenkoker of pijlen – en vaak dacht ze door de schoonheid van zijn gezicht en ogen te kijken naar de koning van de wijnstok: maar op zijn gracieuze voorhoofd zag ze geen vruchten van de wijnstok bloeien. En na lange tijd, verwonderd, was ze tot spreken in staat en zei:

268-277
Vreemdeling, vanwaar komt u? Verklaar direct uw schone afkomst aan ons. Qua schoonheid lijkt u op een glorieuze koning, maar onder de Argivers ken ik uw familie niet. Ik ken alle afstammelingen van de onberispelijke Deucalion. Niet in het zanderige Pylos, het land van Neleus, hebt gij uw woning: Antilochus ken ik, maar uw gezicht heb ik nog nooit gezien; niet in het sierlijke Phthia, verzorgster van de stamhoofden; ik ken heel het beroemde ras van de beroemde zoons van Aeacus, de schoonheid van Peleus, de prachtige roem van Telamon, de tederheid van Patroclus en de dapperheid van Achilles.

Paris vraagt Helena tot vrouw

278-304
Zo, verlangend naar Paris, sprak de vrouw met de zoete stem. Hij antwoordde met honingzoete woorden en zei tegen haar: ‘Wellicht hebt u gehoord van een stad binnen de grenzen van Phrygië, wellicht van Ilium, waarvan Poseidon en Apollo de muren bouwden: wellicht hebt u gehoord van een zeer rijke koning in Troje, afstammeling van het vruchtbare ras van Cronus: van hen ben ik een prins en voer de taken van mijn ras uit. Ik, vrouwe, ben de lieve zoon van Priamus die veel goud bezit, ik stam uit het geslacht van Dardanus, en Dardanus was de zoon van Zeus. En de goden van Olympus, gezellen van de mensheid, waren vaak zijn bedienden , hoewel ze onsterfelijk waren: van wie Poseidon en Apollo de muren van ons vaderland bouwden. En ik, o koningin, ben de rechter van de godinnen. Want ik, de uitspraak vaststellend in een geschil tussen de gekrenkte dochters van de hemel, prees de schoonheid van Aphrodite en haar prachtige vormen. En zij beloofde mij een waardige beloning voor mijn werk, een verrukkelijke en lieve bruid, die ze Helena noemde, zuster van Aphrodite; en omwille van haar heb ik het gewaagd om de gevaarlijke zeeën over te steken. Kom, laten we trouwen, omdat Aphrodite het gebiedt. Veracht me niet, maak mijn liefde niet te schande. Ik zal niet zeggen – waarom zou ik het u die zoveel weet vertellen? Want u weet dat Menelaüs niet uit een moedig ras stamt. Er zijn geen vrouwen zoals u geboren onder de Argivers; want zij gedijen met mindere lichamen en hebben het uiterlijk van mannen en zijn slechts bastaardvrouwen.’

Helena stemt in

305-316
Zo sprak hij. En de vrouwe staarde met haar mooie ogen naar de grond, verbaasd gaf zij lange tijd geen antwoord. Maar uiteindelijk verhief ze haar stem en zei verbaasd: ‘Is het zeker, o vreemdeling, dat Apollo en Poseidon vroeger de fundamenten voor uw vaderland bouwden? Ik zou graag deze slimme werken van die onsterfelijken willen zien en de schel blazende graslanden van de herder Apollo, waar bij de door goden gebouwde voorportalen van de poorten Apollo vaak de koeien met hun schuifelende gang volgde. Kom nu, breng me van Sparta naar Troje. Ik zal volgen, zoals Aphrodite, koningin van het huwelijk, gebiedt. Ik vrees Menelaüs niet, als Troje mij wil ontvangen.

Vertrek van Paris en Helena

317-327
En de vrouw met de mooie enkels bleef haar belofte trouw. ’s Nachts, uitrustend van de arbeid na de reis van de zon, bracht een verfrissende slaap het begin van de rondreizende dageraad; en gingen de twee poorten der dromen open: één poort met de waarheid – die straalde met de glans van hoorn - van waar de onfeilbare boodschappen van de goden voorwaarts sprongen; de ander de poort van bedrog, verzorger van lege dromen. En die voerde Helena vanuit het huis van de gastvrije Menelaüs naar de banken van zijn zeevarende schepen; en uitzinnig jubelend vanwege de belofte van Aphrodite haastte hij zich naar Ilium om daar zijn oorlogsvracht te brengen.

De weeklacht van Hermione

328-334
En Hermione wierp haar sluier in de wind toen de ochtend gloorde, en jammerde met vele tranen. Haar huismeiden uit haar kamer meevoerend, en schrille kreten slakend verhief zij haar stem en riep: ‘Meisjes, waar is mijn moeder heengegaan en liet mij in smartelijk verdriet hier achter, zij die gisteravond de sleutel van de slaapkamer nam en samen met mij in één bed stapte en in slaap viel? '

335-347
Zo sprak ze huilend en de meisjes huilden met haar mee. En de vrouwen verzamelden zich aan weerskanten in het voorhof om Hermione te steunen bij haar klaagzangen: ‘Treurend kind, schort uw klaagzangen op; uw moeder is verdwenen, maar zij zal terugkeren. Hoewel je nog steeds huilt, zul je haar weerzien. Zie je dat niet? Uw ogen zijn verblind door tranen en uw blozende wangen zijn ontsierd door het vele huilen. Misschien is ze vertrokken voor een bijeenkomst met vrouwen en, afdwalend van het rechte pad, zoekt ze gekweld de terugweg, of is ze naar de weide gegaan en zit daar op de bedauwde vlakte van de Uren, of is ze naar de rivier gegaan om zich te wassen in de rivier van haar vader en talmt bij de rivier Eurotas.

348-364
Toen sprak het bedroefde meisje huilend: ‘Ze kent de heuvels, de loop van de rivier is haar niet onbekend, ze kent de paden naar de rozen, naar de weide. Wat zeggen jullie tegen mij, vrouwen? De sterren slapen en zij rust tussen de rotsen; de sterren verschijnen en zij komt niet thuis. Moeder, waar ben je? In welke heuvels zwerf je? Hebben wilde dieren je gedood tijdens je zwerftocht? Maar zelfs de wilde dieren beven voor de nakomelingen van de hoge Zeus. Ben je van je wagen op de stoffige grond gevallen, en is je lichaam in het eenzame struikgewas achtergebleven? Maar ik heb tussen de bomen van de veelstammige bossen in het schaduwrijke bos gekeken, ja, zelfs tussen de bladeren, maar je gedaante heb ik niet gezien; en het bos treft geen blaam. Hebben de goede rivieren u in de diepte bedekt, zwemmend in de natte stroom van de murmelende Eurotas? Maar zelfs in de rivieren en in de diepte van de zee leven de Najaden die geen vrouwen doden.

365-377
Zo jammerde zij, en viel met haar hoofd gebogen in Slaap die samenspant met Dood; want het was voorspeld dat beiden alles gemeenschappelijk zouden hebben en samen het werk van de oudere broer moeten uitoefenen. Daarom vallen vrouwen veelvuldig, gebogen met zorgelijke ogen, terwijl zij klagen, in slaap. En zwervend temidden van de bedrieglijke dromen dacht ze haar moeder te zien; en, verbaasd, riep het meisje, in haar verdriet: ‘Tot mijn verdriet vluchtte u gisteren van mij weg uit het huis en liet mij slapend op het bed van mijn vader achter. Welke berg ben ik vergeten? Welke heuvel heg ik genegeerd? Volgt u zo de liefde van de mooigelokte Aphrodite?

378-381
Toen sprak de dochter van Tyndareus tegen haar en zei: ‘Mijn verdrietig kind, neem mij niet kwalijk, die verschrikkelijke moet lijden. De bedrieglijke man die gisteren kwam heeft me meegenomen!

Het zaad van de oorlog gezaaid

382-388
Zo sprak ze met vele tranen, en het meisje sprong op, en haar moeder niet ziende, slaakte een nog doordringender kreet en jammerde: ‘Vogels, gevleugelde kinderen van har kroost van de lucht, ga naar Kreta, en zeg tegen Menelaüs: Gisteren kwam een wetteloze man naar Sparta en heeft de glorie van uw huis verwoest!

389-392
Zo sprak ze met veel tranen tegen de lucht, en zwierf vergeefs zoekend naar haar moeder rond. En de bruidegom bracht zijn bruid naar de steden der Ciconen, de straten van de Aeolische Helle, tot in de havens van Dardanië. En Cassandra op de Acropolis, toen ze de nieuwkomer zag, rukte haar haren uit en wierp haar gouden sluier af. Maar Troje ontgrendelde de deuren van haar hooggebouwde poorten en ontving bij zijn terugkeer haar die de bron van veel leed zou worden.

© 2017 Maarten Hendriksz