Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Dares Phrygius - Geschiedenis van de Val van Troje

Bron: www.theoi.com

The Trojan War. The Chronicles of Dictys of Crete and Dares the Phrygian. Translated by R. M. Frazer (Jr.). Indiana University Press. 1966. Vertaald uit het Engels door Maarten Hendriks.

De brief

Cornelius Nepos zendt zijn groeten aan Sallustius Crispus. Terwijl ik in Athene druk aan het studeren was, vond ik het verhaal dat de Phrygische Dares schreef over de Grieken en Trojanen. Zoals de titel van het verhaal aangeeft, werd deze geschiedenis door Dares zelf geschreven. Ik was zeer verheugd toen ik het vond en maakte er direct een exacte vertaling van in het Latijn, niets weglatend of aanvullend, of er mijn persoonlijke draai aan gevend. De duidelijke en eenvoudige stijl van het Griekse origineel volgend, vertaalde ik woord voor woord.

Zo weten mijn lezers precies wat er gebeurd is aan de hand van deze aantekeningen en kunnen zelf oordelen of Dares de Phrygiër of Homerus meer waarheidsgetrouw schreef. Dares, die leefde en vocht in de tijd dat de Grieken Troje bestormden, of Homerus, die werd geboren lang nadat de oorlog voorbij was. Toen de Atheners deze zaak bestudeerden, vonden zij Homerus waanzinnig vanwege zijn beschrijvingen van goden die met stervelingen vochten. Maar laten we het hier bij laten. Laten we ons nu richten op wat ik heb beloofd.

De Argonauten

1
Koning Pelias, die regeerde over de Peloponnesus, was een broer van Aeson, en Aeson was de vader van Iason. Iason stond bekend om zijn moed en goedheid. Hij behandelde iedereen in het rijk als zijn persoonlijke vriend, en daarom hield iedereen van hem. Toen koning Pelias zag dat Iason bij iedereen populair was, vreesde hij dat hij hem moest doden of verdrijven uit zijn koninkrijk. Daarom vertelde hij tegen Iason dat er in Colchis iets was dat waardig was aan zijn dapperheid, de Gouden Vacht van een ram. Als Iason die terug zou brengen, zou hij hem de volledige macht over het koninkrijk schenken. Toen Iason dit hoorde, die de moedigste van alle mannen was, en heel de wereld wilde zien, hoopte door het terugbrengen van de Gouden Vacht uit Colchis met deze daad zijn roem te vergroten, en vertelde de koning dat hij wilde gaan. Hij had echter voorraden en mannen nodig. Koning Pelias beval ambachtsman Argus te komen en het mooiste schip te bouwen waar hij toe in staat was, volgens de specificaties van Iason. Zo ging het gerucht door heel Griekenland dat zij een schip aan het bouwen waren en dat Iason naar Colchis ging om de Gouden Vacht te halen. Vrienden en bekenden kwamen langs en beloofden met hem mee te gaan. Iason was hen dankbaar en drong er bij hen op aan om zich voor te bereiden op de zeiltocht. Toen het schip gereed was en de tijd van uitzeilen was gekomen, zond hij hun bericht per brief. Onmiddellijk verzamelden diegenen die beloofd hadden met hem mee te gaan zich bij het schip, waar de naam Argo aan was gegeven. Koning Pelias, liet de bestelde voorraden in het schip stuwen, spoorde Iason en diegenen die met hem meegingen aan om hun moed te tonen. Zij moesten, zei hij, hun missie vervullen, want dit was een reis die zeker de roem van Griekenland en zichzelf zou verhogen.

Laomedon beledigt de Argonauten

2
Toen Iason in Phrygië aankwam, meerde hij aan in de haven bij de monding van de Simoïs, en iedereen ging aan wal. Snel werd het nieuws naar koning Laomedon gebracht dat een vreemd schip onverwachts de haven van de Simoïs was binnengelopen, en dat zij bemand was door veel jongemannen uit Griekenland. Toen hij dit hoorde, was de koning verstoord. Bang als hij was dat het algemene welzijn in gevaar zou komen als de Grieken begonnen te landen op zijn kusten, zond hij bericht naar de Grieken in de haven om te vertrekken van zijn grenzen. Als zij weigerden om te gehoorzamen, zou hij ze met geweld verdrijven. Iason en zij die met hem waren meegekomen waren diep verontwaardigd over de barbaarse wijze waarop Laomedon hen behandelde, zij hadden hem geen kwaad gedaan. Toch waren zij bang om zich tegen hem te verzetten. Ze waren niet klaar voor strijd en zouden zeker verpletterd worden door de grotere legers van de barbaren. Dus scheepten zij zich in en vertrokken uit Phrygië en zetten koers naar Colchis, stalen daar de Vacht, en keerden terug naar huis.

De verontwaardiging van Heracles

3
Heracles was diep verontwaardigd over de beledigende manier waarop Laomedon hem en zijn reisgenoten die met Iason naar Colchis waren gegaan had behandeld. Hij ging naar Sparta en drong er bij Castor en Polydeuces op aan om hem te helpen met zijn wraak tegen Laomedon, zeggend dat als zij hem hun steun beloofden, vele anderen zouden volgen. Castor en Polydeuces beloofden hem alles wat hij vroeg. Samen met hen vertrok hij en ging naar Salamis. Daar bezocht hij Telamon en vroeg hem om zich aan te sluiten bij de expeditie tegen Troje, om de slechte behandeling te wreken die hij en zijn volk hadden moeten ondergaan. Telamon beloofde dat hij klaar was om alles wat Heracles maar wilde te doen. Hij voer uit van Salamis en ging naar Phthia. Daar vroeg hij Peleus om deel te nemen aan de expeditie tegen Troje. Peleus beloofde te gaan. Vervolgens ging hij naar Pylos om Nestor te bezoeken. Toen Nestor vroeg waarom hij was gekomen, antwoordde Heracles dat hij ziedde van wraak en een leger leidde tegen Phrygië. Nestor prees hem en beloofde hem zijn steun. Heracles, wetend dat hij de steun van iedereen had, maakte zijn schepen gereed en verzamelde een leger. Toen de tijd om uit te zeilen goed was, zond hij brieven naar diegenen die hij gevraagd had en vertelde hen om volledig bewapend te komen. Na hun aankomst zette hij koers naar Phrygië. Ze kwamen ’s nachts bij Sigeüm. Heracles, Telamon en Peleus leidden het leger landinwaarts, Castor, Polydeuces en Nestor achterlatend bij de schepen. Toen het nieuws bij koning Laomedon gebracht werd dat de Grieken bij Sigeüm geland waren, nam hij het commando over de cavalerie op zich en ging naar de kust en opende de vijandigheden. Maar Heracles, die naar Troje was gegaan, begon de nietsvermoedende inwoners van de stad te belegeren. Toen Laomedon hoorde wat er thuis gebeurde, probeerde hij onmiddellijk om te keren. Maar de Grieken stonden hem in de weg, en Heracles doodde hem. Telamon bewees zijn moed door als eerste Troje binnen te vallen. Daarom gaf Heracles hem, Hesione, de dochter van koning Laomedon als prijs. Onnodig om te vertellen dat iedereen die met Laomedon was meegekomen gedood werd. Op dat moment was Priamus in Phrygië, waar Laomedon, zijn vader, hem de leiding over het leger gegeven had. Heracles en zij die met hem meegekomen waren plunderden het land en droegen veel buit naar hun schepen. Toen besloten zij om naar huis terug te keren. Telamon nam Hesione met hem mee.

Priamus herbouwt Troje

4
Toen het nieuws naar Priamus werd gebracht dat zijn vader gedood was, zijn stadgenoten gedecimeerd, zijn land geplunderd, en zijn zuster Hesione als oorlogsbuit meegenomen, was hij erg van streek omdat de Grieken Phrygië met zo’n minachting hadden behandeld. Hij keerde terug naar Troje, samen met zijn vrouw, Hecabe, en zijn kinderen, Hector, Alexander, Deïphobus, Helenus, Troïlus, Andromache, Cassandra en Polyxena. (Hij had andere zonen bij andere vrouwen, maar alleen zij die van wettige getrouwde vrouwen kwamen konden aanspraak maken op een echte koninklijke afkomst.) Aangekomen in Troje, zag hij toe op het maximaal fortificeren van de stad, bouwde sterkere muren, en legerde een groter aantal soldaten vlakbij. Troje mocht niet opnieuw vallen, zoals was gebeurd onder zijn vader, Laomedon, door gebrek aan paraatheid. Hij bouwde ook een paleis, waarin hij een altaar en standbeeld wijdde aan Zeus. Stuurde Hector naar Paeonië, en bouwde de poorten van Troje, de Antenoreaanse, de Dardaanse, de Iliaanse, de Scaeaanse, de Thymbraeaanse en de Trojaanse. Toen hij zag dat Troje veilig was, wachtte hij tot de tijd rijp was om de misstanden die zijn vader waren aangedaan te wreken. Toen riep hij Antenor en vertelde hem dat hij hem als gezant naar Griekenland wilde sturen. Het Griekse leger, zei hij, had hem groot onrecht aangedaan door zijn vader, Laomedon, te vermoorden en Hesione mee te voeren. Desondanks, als Hesione terug werd gegeven, zou hij stoppen met klagen.

Antenor als gezant in Griekenland

5
Gehoorzaam aan de opdracht van Priamus, ging Antenor aan boord van een schip en zeilde naar Magnesia om Peleus te bezoeken. Drie dagen lang ontving Peleus hem gastvrij, en vroeg op de vierde waarom hij was gekomen. Antenor, de instructies van Priamus volgend, zei dat hij naar hem was gekomen om Hesione terug te eisen van de Grieken. Toen hij dit hoorde, was Peleus diep verontwaardigd, en omdat hij inzag dat dit iets betrof die zijn belangen raakte gaf hij Antenor bevel om van zijn land te vertrekken. Antenor, vertrok zonder enige vertraging, ging naar zijn schip, zeilde langs Boeotië, en kwam bij het eiland Salamis. Daar probeerde hij Telamon te overtuigen om aan Priamus zijn zuster Hesione terug te geven. Het is niet goed, zei hij, om een meisje van koninklijke bloede in dienstbaarheid vast te houden. Telamon antwoordde dat hij niets verkeerds had gedaan tegen Priamus. Hij weigerde haar terug te geven die hij als oorlogsbuit had ontvangen en beval Antenor om uit zijn land te vertrekken. Antenor, nadat hij aan boord van zijn schip was gegaan, ging naar Achaea. Daar ging hij naar Castor en Polydeuces en probeerde hen te overtuigen om Priamus schadeloos te stellen door zijn zuster Hesione terug te geven. Castor en Polydeuces ontkenden dat Priamus enig leed was aangedaan en lieten Antenor vertrekken. Toen ging hij naar Pylos en vertelde Nestor het doel van zijn komst. Toen Nestor wist waarom hij gekomen was, begon hij hem uit te schelden. Hoe, vroeg hij, durfde hij deze missie te ondernemen? De Phrygiërs waren de eersten geweest die met de beledigingen waren begonnen. Toen Antenor merkte dat hij niets bereikte, en met minachting werd behandeld, stapte hij in zijn schip en keerde terug naar zijn vaderland. Hij bracht verslag uit aan Priamus, en vertelde wat elk van hen gezegd had en hoe iedereen hem behandeld had, en drong er bij de koning op aan om oorlog te voeren.

Krijgsraad van Priamus

6
Priamus riep onmiddellijk als zijn zonen en vrienden bijeen – Antenor, Anchises, Aeneas, Ucalegon, Bucolion en Lampus – en alle zoons die hij had verwekt bij andere vrouwen. Toen zij aangekomen waren, vertelde hij hen over de mislukte missie van Antenor, hoe deze naar Griekenland was gegaan en genoegdoening had gevraagd voor de dood van Laomedon en de teruggave van Hesione, en hoe de Grieken hem smalend hadden behandeld en met lege handen naar huis hadden gestuurd. Nu, concludeerde Priamus, omdat de Grieken weigerden te doen wat hij wenste, om een leger sturen en hen te laten boeten voor hun misdaden, hen zo te laten wetend dat die barbaren zijn minachting niet waard waren. En hij spoorde zijn zoons aan – speciaal Hector omdat die de oudste was – om het commando over de legers op zich te nemen. Hector reageerde door te zeggen dat hij de wensen van zijn vader zou uitvoeren en de dood van zijn grootvader, Laomedon, wreken en de andere onrechtvaardigheden die de Grieken hadden aangericht tegen de Trojanen. De Grieken, zei hij, moesten betalen voor hun misdaden. Hij vreesde echter dat de Trojaanse expeditie zou mislukken, want Europa had vele oorlogszuchtige mannen voortgebracht die Griekenland zouden komen helpen, terwijl zijzelf, die in Azië leefden, hun tijd hadden doorgebracht in ledigheid en geen schip hadden gebouwd.

7
Toen begon Paris hem te vermanen. Ze moesten een vloot bouwen en naar Griekenland gaan. Als zijn vader dat wenste, zou hij deze onderneming leiden. Hij zou de vijand verslaan en met grote roem uit Griekenland terugkeren. Er was reden om aan te nemen dat de Goden hem zouden helpen, want, terwijl hij op de berg Ida in de bossen aan het jagen was, was hij in slaap gevallen en had het volgende gedroomd: Hermes bracht Hera, Aphrodite en Athena naar hem om over hun schoonheid te oordelen. Toen beloofde Aphrodite hem, wanneer hij haar tot de mooiste uitriep, dat hij de mooiste van alle vrouwen in Griekenland als vrouw zou krijgen. Zo, uiteindelijk, toen hij Aphrodite’s belofte hoorde, riep hij haar uit als mooiste. Deze droom deed bij Priamus de hoop ontstaan dat Aphrodite Paris zou helpen. En Deïphobus keurde alles goed wat Paris gezegd had. Hij geloofde dat de goden Hesione terug zouden brengen en hen schadeloos stellen, en zoals voorgesteld, zonden zij een vloot naar Griekenland. Helenus, begon echter te voorspellen dat wanneer Paris een Griekse vrouw naar huis bracht, de Grieken haar zouden achtervolgen, Troje zouden overmeesteren en – o wrede macht – zijn ouders en broers doden. Maar Troïlus, hoewel de jongste van Priamus’ zoons, maar net zo dapper als Hector, spoorde hen aan tot oorlog en vertelde hen geen angst te hebben vanwege de angstige woorden van Helenus. En zo besloten zij unaniem om en vloot klaar te maken en naar Griekenland te sturen.

Volksvergadering

8
Priamus stuurde Paris en Deïphobus naar Paeonië om een leger te op de been te brengen. Toen riep hij de volksvergadering bijeen. Nadat hij de commandostructuur had opgezet die begon bij zijn oudste en eindigde bij zijn jongste zoon, vertelde hij welk kwaad de Grieken de Trojanen hadden aangedaan. Hoe hij Antenor als gezant naar Griekenland had gestuurd om zijn zuster Hesione terug te krijgen en vergoedingen voor de Trojanen te verkrijgen, maar de Grieken hadden Antenor smalend behandeld en hem met lege handen naar huis gestuurd. Daarom had hij besloten om Paris met een vloot naar Griekenland te sturen. Aldus zou Paris de dood van zijn grootvader wreken en de andere wandaden waaronder de Trojanen hadden geleden. Toen gaf Priamus aan Antenor opdracht om te vertellen hoe hij in Griekenland was behandeld. Antenor omschreef kort zijn missie, drong er bij de Trojanen op aan om geen angst te hebben, en maakte hen enthousiast voor de oorlog tegen Griekenland. Toen vroeg Priamus om andere meningen: ‘Wil iemand iets tegen deze oorlog zeggen?’ Daarop wees Panthous zichzelf aan voor de koning en zijn gasten, en vertelde wat hij had gehoord van zijn vader, Euphorbus. ‘Als Paris een vrouw uit Griekenland thuis bracht, zou Troje totaal vernietigd worden. Het was veel beter, zei hij, één leven te verspillen aan vrede dan de vrijheid te verliezen in een oorlog.’ De toespraak van Panthous riep de minachting op van de bevolking, en zij vroegen de koning wat er gedaan moest worden. Toen hij hen vertelde dat ze schepen moesten bouwen die naar Griekenland moesten en voorraden verzamelen voor het leger, schreeuwden zij dat ze klaar waren en elke opdracht zouden gehoorzamen die hij hen zou geven. Hij bedankte hen uitbundig, en de vergadering werd ontbonden. Kort daarna liet hij mensen naar de bossen op de Ida gaan om daar hout te hakken om schepen te bouwen, en hij stuurde Hector naar opper-Phrygië om een leger te verzamelen. Toen Cassandra hoorde van haar vaders bedoelingen, vertelde ze hoe de Trojanen zouden gaan lijden als Priamus zijn vloot naar Griekenland stuurde.

Paris op weg naar Griekenland

9
De voorbereidingen werden snel getroffen. De schepen werden gebouwd, en het leger dat Paris en Deïphobus in Paeonië hadden verzameld was aangekomen. Toen de tijd rijp was om te gaan zeilen, sprak Priamus het leger toe. Hij benoemde Paris als bevelhebber, en maakte Deïphobus, Aeneas en Polydamas onderbevelhebbers. Eerst, zei hij, moest Paris naar Sparta gaan en Castor en Polydeuces vragen om zijn zuster Hesione terug te geven, en schadeloosstellingen aan de Trojanen te betalen. Dan, als Castor en Polydeuces weigerden, moest Paris onmiddellijk bericht naar huis sturen. Dan zou hij, Priamus, zich in staat voelen om het leger tegen Griekenland op te laten rukken. Met die opdracht, zeilde Paris naar Griekenland, gegidst door dezelfde man die met Antenor was meegegaan. Enkele dagen voordat zij Griekenland bereikten – voordat zij bij het eiland van Cythera aankwamen, passeerden zij Menelaüs, die op weg was om Nestor in Pylos te bezoeken. Menelaüs verwonderde zich over de koninklijke vloot en vroeg zich af waarheen zij op weg waren. In feite vroeg elke groep, verbaasd om de ander te zien, zich af waar de ander naar toe ging. Castor en Polydeuces waren vertrokken om Clytaemnestra in Argos te bezoeken, waar het festival van Hera werd gevierd, en hadden hun nicht Hermione meegenomen, de dochter van Helena. Omstreeks die tijd arriveerde Paris op Cythera en offerde aan Dione op een plek waar de tempel van Aphrodite was. De bewoners van het eiland verbaasden zich over de koninklijke vloot en vroegen de zeelieden wie ze waren en waar ze vandaan kwamen. Zij antwoordden dat koning Priamus Paris stuurde om te overleggen met Castor en Polydeuces.

De ontvoering van Helena

10
Terwijl Paris op Cythera was, besloot Helena, de vrouw van Menelaüs, om daar heen te gaan. Dus ging ze naar de kust, naar de zeehaven van Helaea, met de bedoeling om te bidden in de tempel van Dione en Apollo. Paris, toen hij hoorde dat ze was gearriveerd, wenste haar te zien. Vertrouwend op zijn mooie uiterlijk, begon hij te wandelen in haar zichtveld. Toen Helena vernam dat Paris de zoon van Priamus was die naar Helaea was gekomen, wilde zij hem ook zien. Zo ontmoetten zij elkaar en besteedden enige tijd samen door alleen naar elkaar te staren, getroffen door de schoonheid van de ander. Paris gaf zijn mannen opdracht om gereed te zijn om ’s nachts uit te varen. Ze zouden Helena in de tempel oppakken en haar mee naar huis nemen. Na het gegeven signaal vielen ze de tempel binnen en droegen haar naar buiten – ze was niet onwillig – samen met enkele andere vrouwen die zij gevangen namen. De inwoners van de stad, nadat ze kennis hadden genomen van de ontvoering van Helena, probeerde te voorkomen dat Paris haar wegdroeg. Ze vochten lang en hard, maar werden verslagen door de overmacht van Paris. Na de tempel geplunderd te hebben en zoveel gevangenen als het schip kon dragen, zette hij koers naar huis. Op het eiland Tenedos, waar ze landden, probeerde hij Helena te troosten, die spijt had. En hij zond een bericht over zijn succes naar zijn vader. Menelaüs, die hoorde wat er gebeurd was, verliet Pylos in gezelschap van Nestor, en keerde terug naar Sparta waar hij zijn broer Agamemnon vroeg om uit Argos naar hem toe te komen.

Oproep aan de Grieken voor oorlog

11
Ondertussen kwam Paris thuis met zijn buit en gaf zijn vader een exacte beschrijving van alles wat hij gedaan had. Priamus was verrukt. Hij hoopte dat de Grieken zouden proberen om Helena terug te eisen, en zo zijn zuster Hesione terug kon vragen, en alle andere zaken die ze uit Troje hadden meegenomen. Hij troostte Helena, die spijt had, en gaf haar als vrouw aan Paris. Toen Cassandra Helena zag, begon ze te voorspellen, herhalend wat ze al had gezegd, totdat Priamus opdracht gaf om haar weg te voeren en op te sluiten. Nadat Agamemnon in Sparta was aangekomen, troostte hij zijn broer. Zij besloten om boodschappers door heel Griekenland te sturen om een leger voor een oorlog tegen Troje op de been te brengen. Onder hen die zich verzamelden in Sparta was Achilles, die samen met Patroclus kwam, Euryalus, Tlepolemus en Diomedes. Zij zweerden het onrecht te wreken dat de Trojanen hen hadden aangedaan en een leger en schepen gereed te maken voor dit doel. Agamemnon werd tot legerleider gekozen, en boodschappers werden uitgestuurd om alle Grieken opdracht te geven om naar de haven van Athena te komen met hun schepen en legers. Van daaruit zouden ze gezamenlijk naar Troje zeilen om het onrecht te wreken dat hen was aangedaan. Castor en Polydeuces, hadden onmiddellijk de achtervolging ingezet met een schip nadat zij vernomen hadden dat hun zuster Helena was ontvoerd. Maar, toen ze landden op het eiland Lesbos, ontstond er een geweldige storm en, zie en aanschouw, zij waren nergens meer te bekennen. Dat was het verhaal. Later, dachten de mensen dat zij onsterfelijk waren gemaakt. De bewoners van Lesbos, die de zee opgingen en zelfs tot Troje naar hen hadden gezocht, keerden terug om te melden dat zij geen spoor van Castor en Polydeuces hadden kunnen vinden.

Het voorkomen van enkele Trojanen

12
Dares, de Phrygiër, die dit verhaal schrijft, zegt dat hij in het leger diende tot de verovering van Troje en de onderstaande mensen zag gedurende perioden van vrede of wanneer hij aan het vechten was. Wat Castor en Polydeuces betreffen, hij vernam van de Trojanen hoe zij waren en er uit zagen. Het was een tweeling, blondharig, grote ogen, een mooie huidkleur, goedgebouwd met goedverzorgde lichamen. Helena leek op Castor en Polydeuces. Ze was beeldschoon, ongekunsteld en charmant. Haar benen waren het mooist, haar mond het leukst. Ze had een moedervlekje tussen haar wenkbrauwen. Priamus, de koning van de Trojanen, had een knap gezicht en een plezierige stem. Hij was groot en donker. Hector sprak een beetje lispelend. Hij had een mooie gelaatskleur, en mooi krullend haar. Zijn ogen knipperden aantrekkelijk. Zijn bewegingen waren snel. Zijn gezicht, met baar, was edel. Hij was knap, moedig, en levenslustig, genadig voor de burgers, en was het waard om lief te hebben. Deïphobus en Helenus leken beiden op hun vader, maar hun karakters waren niet hetzelfde. Deïphobus was de man van daadkrachtig optreden, Helenus was de zachtaardige, wijze profeet. Troïlus, een grote en knappe jongen, was sterk voor zijn leeftijd, dapper, en belust op roem. Paris was eerlijk, lang, en moedig. Zijn ogen waren heel mooi, zijn haar zacht en blond, zijn mond charmant, en zijn stem plezierig. Hij was snel, en belust om het commando op zich te nemen. Aeneas had kastanjebruin haar, gedrongen, welsprekend, hoffelijk, vroom en charmant. Zijn ogen waren zwart en twinkelden. Antenor was lang, gracieus, snel, sluw en voorzichtig. Hecabe was mooi, haar gedaante fors, haar gelaatskleur donker. Ze dacht als een man en was vroom en rechtvaardig. Andromache was eerlijk en had stralende ogen, met een lang en mooi lichaam. Ze was bescheiden, wijs, kuis en charmant. Cassandra was van gemiddeld postuur, een ronde mond, en had kastanjebruin haar. Haar ogen schitterden. Ze zag de toekomst. Polyxena was mooi, lang, en beeldschoon. Haar nek was slank, haar ogen mooi en had lang blond haar, haar lichaam was goed geproportioneerd, haar vingers liepen taps toe, haar benen recht, en haar voeten het mooist. Hoewel ze alle anderen in schoonheid overtrof, ze een volledig ongekunstelde en goedhartige vrouw.

Het voorkomen van enkele Grieken

13
Agamemnon was blond, groot en krachtig. Hij was welsprekend, wijs en edel, een man met vele rijkdommen. Menelaüs was van gemiddeld postuur, kastanjebruin haar, en knap. Hij was een aangename persoonlijkheid. Achilles had een brede borst, een mooie mond, en sterke armen en benen. Zijn hoofd was bedekt met lang golvend kastanjebruin kleurig haar. Hoewel normaal gesproken mild in omgang, was hij zeer fel in de strijd. zijn gezicht straalde het plezier uit van een man die vele rijkdommen bezit. Patroclus was knap en krachtig gebouwd. Zijn ogen waren grijs. Hij was bescheiden, betrouwbaar, wijs, een man die rijkelijk was bedeeld. Ajax, de zoon van Oileus, was gedrongen, krachtig gebouwd, donker, een plezierige persoon, en moedig. Ajax, de zoon van Telamon. Was sterk. Zijn stem helder, zijn haar zwart en krullend. Hij was perfect wilskrachtig en niet aflatend tijdens de aanval in de strijd. Odysseus was taai, slim, vrolijk, van gemiddelde lengte, welsprekend, en wijs. Diomedes was gedrongen, dapper, waardig en sober. Niemand was feller in de strijd. Hij bezat een luide oorlogskreet, was heetgebakerd, ongeduldig en uitdagend. Nestor was groot, breed en eerlijk. Hij had een grote lange haakneus. Hij was een wijze raadgever. Protesilaus had een mooie huid, en was waardig. Hij was snel, vol zelfvertrouwen, en roekeloos. Neoptolemus was groot, robuust, en gemakkelijk geïrriteerd. Hij lispelde een beetje, en zag er goed uit, met een hoekneus, ronde ogen en ruige wenkbrauwen. Palamedes was lang en slank, grootmoedig, en charmant. Podalirius was stevig, sterk, trots en humeurig. Machaon was groot en moedig, betrouwbaar, behoedzaam, geduldig en barmhartig. Meriones was kastanjebruin van haarkleur, van gemiddelde lengte, met een goed geproportioneerd lichaam. Hij was robuust, snel, onbarmhartig, en snel boos. Briseïs was beeldschoon. Ze was klein en blond, met zacht blond haar. Haar wenkbrauwen kwamen samen boven haar mooie ogen. Haar lichaam was goed geproportioneerd. Ze was charmant, vriendelijk, zedig, ongekunsteld en vroom.

Griekse leiders en hun aantal schepen

14
Onderstaand is een lijst van Grieken en de schepen die zij naar Athene voerden. Agamemnon kwam van Mycene met 100 schepen. Menelaüs van Sparta met 60. Archesilaus en Prothoënor van Boeotië met 50. Ascalaphus en Ialmenus van Orchomenus met 30. Epistrophus en Schedius van Phocis met 40. Ajax, de zoon van Telamon kwam samen met Teucer, zijn broer, van Salamis, en ook Amphimachus, Diores, Thalpius, en Polyxenus van Boeprasion, met 40 schepen. Nestor kwam van Pylos met 80 schepen. Thoas van Aetolië met 40. Nireus van Syme met 53. Ajax de zoon van Oileus uit Locris met 37. Antiphus en Phidippus van de Calydnische eilanden met 30. Idomeneus en Meriones van Kreta met 80. Odysseus van Ithaca met 12. Eumelus van Pherae met 10. Protesilaus en Podarces van Phylace met 40. Podalirius en Machaon, de zoons van Asclepius, van Tricce met 32. Achilles, vergezeld door Patroclus en de Myrmidonen, van Phthia met 50. Tlepolemus van Rhodos met 9. Eurypylus van Ormenion met 40. Antiphus en Amphimachus van Elis met 11. Polypoetes en Leonteus van Argissa met 40. Diomedes, Euryalus en Sthenelus van Argos met 80. Philoctetes van Meliboea met 7. Guneus van Cyphus met 21. Prothous van Magnesia met 40. Agapenor van Arcadië met 40. En Menestheus van Athene met 50. Er waren 49 Griekse leiders, en zij brachten een totaal van 1130 schepen.

De vloot vaart uit

15
Toen ze waren aangekomen in Athene, riep Agamemnon de leiders bijeen in een raadsvergadering. Hij prees ze en spoorde hen aan de wandaden die hen waren aangedaan zo snel mogelijk te wreken. ‘Laat een ieder,’ zo zei hij, ‘vertellen hoe hij zich voelde.’ Toen adviseerde hij, voor ze zouden wegzeilen, dat zij het orakel van Apollo in Delphi moesten raadplegen. De raadsvergadering ging unaniem akkoord met dit voorstel en benoemde Achilles tot leider van deze missie. En zo ging deze, samen met Patroclus, naar Delphi. In de tussentijd zond Priamus, toen hij te weten was gekomen dat de Grieken een oorlog voorbereidden, mannen door heel Phrygië om de steun van naburige legers te verwerven. Hij zelf mobiliseerde ijverig zijn eigen troepen thuis. Toen Achilles in Delphi was aangekomen, ging hij naar het orakel. De reactie, gegeven door die uiterst heilig plaats, was dat de Grieken Troje in het tiende jaar zouden verslaan en veroveren. Toen voerde Achilles zijn religieuze plichten uit zoals voorgeschreven. De ziener Calchas, zoon van Thestor, kwam daar op dezelfde tijd aan, gezonden door zijn mensen, de Phrygiërs, om geschenken aan Apollo te brengen. Hij raadpleegde het orakel namens zijn koninkrijk en zichzelf. Het antwoord dat van het heiligdom kwam luide dat de Grieken naar Troje zouden zeilen en het beleg zouden volhouden totdat het was gevallen, en dat hij met hen mee zo gaan en hun adviezen zou geven. Zo ontmoette Achilles en Calchas elkaar in de tempel, en na elkaars antwoorden met elkaar vergeleken te hebben, verheugden zij zich in elkaars vriendschap en gingen samen op weg naar Athene. In Athene bracht Achilles verslag uit aan de raad. De Grieken waren verheugd. En zij accepteerden Calchas als een van hun zelf. Zo voeren ze uit, maar er ging een storm waaien die voorkwam dat zij vooruitgang boekten. Daarop interpreteerde Calchas de voortekens, en zei dat ze moesten omkeren en naar Aulis gaan. Bij aankomst in Aulis, verzoende Agamemnon de godin Artemis. Daarna beval hij zijn volgelingen om naar Troje te zeilen. Philoctetes, die met de Argonauten naar Troje was gegaan, fungeerde als gids. Toen landden zij bij een stad die werd geregeerd door koning Priamus. Zij bestormden en veroverden die en namen veel buit mee. Nadat ze bij het eiland Tenedos waren aangekomen, doodden zij heel de bevolking, en Agamemnon verdeelde de buit.

Dood van koning Teuthras

16
Toen, na een vergadering van de raad, zond hij afgezanten naar Priamus om over de teruggave van Helena te praten en de buit die Paris had meegenomen. Diomedes en Odysseus werden aangewezen om deze taak uit te voeren. Gelijktijdig werden Achilles en Telephus uitgezonden om Mysië te plunderen, het gebied dat werd geregeerd door koning Teuthras. Nadat ze in die regio aangekomen het land begonnen te plunderen kwam Teuthras met zijn leger aan. Daarop joeg Achilles de vijand op de vlucht, en verwondde ook de koning. Hij zou hem afgemaakt hebben als Telephus hem niet in de weg had gestaan. Telephus kwam Teuthras te hulp en beschermde hem onder zijn schild, want hij herinnerde zich hun vriendschap, vanuit de tijd in zijn jeugd toen Teuthras zich een genereuze gastheer had betoond. Teuthras voelde zich verplicht aan Telephus vader, Heracles, want Heracles, zo zeiden ze, had Diomedes gedood, de vorige koning van Mysië, van wie Teuthras het koninkrijk had geërfd. (Diomedes had zijn dood ontmoet terwijl hij aan het jagen was met zijn wilde en sterke paarden.) Echter, Teuthras besefte nu dat hij niet veel langer meer zou leven, en benoemde Telephus tot erfgenaam van de troon en koning van Mysië. Telephus verzorgde een prachtige begrafenis voor Teuthras. Toen drong Achilles er bij hem op aan om achter te blijven en te zorgen voor zijn nieuw verworven koninkrijk. Telephus, zei hij, zou de Grieken veel meer tot steun zijn door voorraden te sturen dan naar Troje te gaan. Zo bleef Telephus achter in zijn koninkrijk, en Achilles, die veel buit meevoerde, keerde terug naar het leger op Tenedos. Zijn verslag van de gebeurtenissen kreeg de goedkeuring en lof van Agamemnon.

Afgezanten naar Troje

17
Intussen waren de gezanten bij Priamus aangekomen, en Odysseus deelde de eisen van Agamemnon mede. Als Helena en de buit, zei hij, werden teruggegeven en passende schadeloosstellingen werden gegeven, zouden de Grieken in vrede vertrekken. Priamus antwoordde door een overzicht te geven van de misstanden die de Argonauten hadden uitgevoerd. De dood van zijn vader, de vernietiging van Troje, en de gevangenneming van zijn zuster Hesione. Hij eindigde met een beschrijving over hoe minachtend de Grieken Antenor hadden behandeld toen hij werd uitgezonden als gezant. Hij verwierp daarom de vrede. Hij verklaarde de oorlog en gaf bevel dat de gezanten van de Grieken uit zijn land gezet moesten worden. Zo keerden de gezanten terug naar hun kamp op Tenedos en brachten verslag uit van wat Priamus had geantwoord. En de raad besprak wat er vervolgens moest gebeuren.

Trojaanse bondgenoten

18
Dit lijkt een goed moment om een overzicht te geven van de leiders die met hun legers koning Priamus steunden tegen de Grieken en te vertellen uit welk land zij kwamen. Pandarus, Amphius en Adrastus kwamen van Zelia. Mopsus van Colophon. Asius van Phrygië. Amphimachus en Nastes van Carië. Sarpedon en Glaucus van Lycië. Hippothous en Cupesus van Larissa. Euphemus van Ciconië. Peirus en Acamas van Thracië. Pyraechmes en Asteropaeus van Paeonië. Ascanius en Phorcys van Phrygië. Antiphus en Mesthles van Maeonië. Pylaemenes van Paphlagonië. Perses en Memnon van Ethiopië. Rhesus en Archelochus van Thracië. Adrastus en Amphius van Adrastia. Epistrophus en Odius van Alizonië. Priamus stelde Hector als oppercommandant aan van deze leiders en hun legers. Tweede in commando waren Deïphobus, Paris, Troïlus, Aeneas en Memnon. Terwijl Agamemnon zijn plannen voltooide, kwam Palamedes, de zoon van Nauplius, met dertig schepen aan van Argos. Hij kon door ziekte niet naar Athene komen en vroeg hen om vergeving. Zij bedankten hem voor zijn komst toen hij klaar was en vroegen hem deel te nemen aan hun raadsvergaderingen.

De vijandelijkheden beginnen

19
De Grieken debatteerden of zij hun aanval in het geheim ’s nachts of gedurende de dag zouden doen. Palamedes spoorde hen aan om het overdag te doen, want zou zouden zij de vijandelijke legers uit de stad lokken. Zijn advies werd unaniem aangenomen. Toen besloten ze om Agamemnon het commando te geven, en werden er gezanten aangewezen om voorraden in Mysië en andere plaatsen te verzamelen: Anius en de twee zoons van Theseus, Demophon en Acamas. Agamemnon, nadat hij de soldaten bijeen had geroepen, prees hen en eiste van hen absolute en totale loyaliteit. Nadat het teken gegeven was, zeilden de schepen weg en landden bij Troje, met inzet van de totale vloot. De Trojanen verdedigden moedig hun land. Hector trof en versloeg Protesilaus en veroorzaakte grote verwarring onder de rest van de Grieken. (Protesilaus was landinwaarts gegaan, de Trojanen op de vlucht jagend onder achterlating van een spoor lijken.) Maar overal waar Hector zich terugtrok, vluchtten de Trojanen. De verliezen aan beide zijden waren zwaar totdat Achilles aankwam en alle Trojanen naar Troje terugvluchtten. Het invallen van de duisternis maakte een einde aan de slag, Agamemnon leidde zijn leger naar het land en zette een kamp op. De volgende dag leidde Hector zijn leger de stad uit en maakte zich gereed voor de strijd. Agamemnon stelde zijn troepen tegenover hem op, terwijl zij hun oorlogskreten slaakten. De strijd die ontstond was zwaar en hevig. In de voorhoede vielen de dappersten van hen die vochten. Hector versloeg Patroclus. Hij probeerde hem van zijn wapenrusting te ontdoen maar Meriones griste het lichaam uit het strijdgewoel weg. Toen achtervolgde Hector Meriones en doodde hem. Deze keer echter, terwijl hij probeerde het lichaam te beroven, werd hij in zijn been gewond door Menestheus, die was gekomen om zijn kameraad te helpen. Hector, hoewel gewond, versloeg een groot aantal vijanden en zou geslaagd zijn om de Grieken op de vlucht te jagen als Ajax, de zoon van Telamon, hem niet in de weg had gestaan. Onmiddellijk, nadat hij Ajax ontmoet had, herinnerde Hector zich dat zij verwanten waren. Ajax’ moeder was Hesione, de zuster van Priamus. Daarom gebood hij de Trojanen om te stoppen met de schepen in brand te steken. En de twee mannen gaven elkaar geschenken en gingen in vriendschap uit elkaar.

Wapenstilstand

20
De volgende dag verkregen de Grieken een wapenstilstand. Achilles rouwde om Patroclus, en de Grieken om hun doden. Agamemnon hield een prachtige begrafenis voor Protesilaus en zag toe dat de anderen netjes werden begraven. En Achilles hield begrafenisspelen ter ere van Patroclus. Tijdens dit bestand riep Palamedes constant op tot opstand, Agamemnon, zei hij, was niet capabel om het leger te leiden. Palamedes schepte openlijk op over talloze eigen prestaties, vooral zijn aanvalstactiek, zijn verdediging van het kamp, zijn organisatie van de bewaking, zijn uitvindingen van series signalen, en zijn oefeningen van het leger voor de strijd. Deze dingen waren door hem volbracht, en daarom was het niet terecht, zei hij, dat Agamemnon, die slechts door enkelen was verkozen als leider, het bevel voerde over al diegenen die zich later bij de campagne hadden gevoegd. Iedereen had recht op een man die briljant en moedig was in het gevecht op die positie. Na twee jaar, waarin de Grieken debatteerden wie hen moest aanvoeren, werd de oorlog hervat. Agamemnon, Achilles, Diomedes en Menelaüs voerden hun legers aan. De legers van Hector, Troïlus en Aeneas deden aan de overkant hetzelfde. Er ontstond een grote slachtpartij, en vele dappere mannen sneuvelden aan beide zijden. Hector doodde Boetes, Archesilaus en Prothoënor. Toen de duisternis een eind maakte aan de strijd, riep Agamemnon de leiders in een raadsvergadering bijeen en spoorde hen aan de slag in te gaan en vooral Hector te doden, want Hector had enkele van hun moedigste aanvoerders gedood.

De strijd gaat door

21
Toen de ochtend begon, leidden Hector, Aeneas en Paris hun legers voorwaarts. En alle Griekse leiders naderden met hun legers. Er ontstond een grote slachting, en aan beide zijden werden talloze aantallen naar Hades gezonden. Menelaüs begon Paris te achtervolgen die, zich omdraaiend, hem met een pijl in zijn been trof. Niettemin, hoewel gepijnigd door zijn wond, bleef Menelaüs hem achtervolgen, en Locrische Ajax vergezelde hem. Hector zag wat er gebeurde, en hij en Aeneas kwamen onmiddellijk hun broeder te hulp. Terwijl Aeneas, zijn schild gebruikend, bescherming bood, leidde Hector Paris uit het gevecht naar de stad. De duisternis bracht een eind aan de slag. De volgende dag leidden Achilles en Diomedes hun legers voorwaarts. De legers van Hector en Aeneas namen tegenovergestelde posities in. Er ontstond een grote slachtpartij. Hector doodde de leiders Orcomeneus, Ialmenus, Epistrophus, Schedius, Elephenor, Diores en Polyxenus. Aeneas versloeg Amphimachus en Nireus. Achilles doodde Euphemus, Hippothous, Pylaeus en Asteropaeus. En Diomedes doodde Antiphus en Mesthles. Toen Agamemnon zag dat zijn dapperste leiders waren gevallen, riep hij zijn leger terug, en keerden de Trojanen, verheugd, naar hun stad terug. Agamemnon was bezorgd. Riep de leiders in vergadering bijeen, en drong er bij hen op aan om moedig te vechten en niet te wijken. Meer dan de helft van hun leger was gesneuveld, en elke dag kon er nu een leger uit Mysië komen.

Wederom wapenstilstand

22
De volgende dag herschikte Agamemnon het leger, en al hun leiders, om de strijd weer te beginnen. De Trojanen stelden zich op. En weer ontstond er een grote slachting, met aan beide zijden felle gevechten en ontelbare verliezen aan mannen, zonder enige pauze in de strijd, die tachtig opeenvolgende dagen woedde. Agamemnon, de gestaag stijgende aantallen gewonden ziend, voelde dat het tijd was om de doden te begraven. Daarom zond hij Odysseus en Diomedes als afgezanten naar Priamus om een bestand van drie jaar te bepleiten. Gedurende deze periode zouden de Grieken in staat zijn om hun gewonden te genezen, schepen te herstellen, hun leger te versterken, en voorraden bijeen te brengen. Odysseus en Diomedes, die in de duisternis op weg waren naar Priamus, ontmoetten een Trojaan genaamd Dolon. Toen deze hen vroeg waarom zij naar de stad kwamen, gewapend en in de nacht, vertelden zij hem dat ze gezanten waren voor Priamus van Agamemnon. Toen Priamus van hun komst hoorde en vernam wat zij wilden, riep hij al zijn leiders in vergadering bijeen. Daar maakte hij bekend dat zij gezanten waren van Agamemnon en om een bestand van drie jaar vroegen. Hector vermoedde dat er iets niet in de haak was. Zij wilden, zei hij, een bestand voor een veel te lange periode. Niettemin, toen Priamus de leden van de raad om hun mening vroeg, stemden zij in met een bestand van drie jaar. Gedurende het bestand repareerden de Trojanen hun muren, genazen hun gewonden, en verbrandden hun doden met grote eer.

Opnieuw strijd en bestand

23
Na drie jaar, werd de strijd hervat. Hector en Troïlus voerden hun legers aan. Agamemnon, Menelaüs en Diomedes leidden de Grieken. Er ontstond een grote slachting, met Hector in de voorhoede die veel leiders doodde, Phidippus en Antiphus, en Achilles Lycaon en Phorcys doodde. Talloze aantallen vielen aan beide zijden, terwijl de strijd dertig achtereenvolgende dagen voortwoedde. Priamus, ziend dat veel van zijn mannen waren gesneuveld, zond gezanten uit om een vrede te vragen van zes maanden. Dit stond Agamemnon, de wil van zijn raadsvergadering opvolgend, toe. Toen de vijandigheden werden hervat, duurde de strijd twaalf dagen. Aan beide zijden sneuvelde veel van hun dapperste leiders, en veel meer raakten er gewond, van wie de meerderheid stierf tijdens hun behandeling. Daarom stuurde Agamemnon gezanten naar Priamus om een bestand van dertig dagen te vragen om de doden te begraven. Priamus, na overleg met zijn raad, stemde in met het verzoek.

Dood van Hector

24
Toen de tijd om te vechten weer was aangebroken, had Andromache, de vrouw van Hector, een droom die Hector verbood om aan de strijd deel te nemen. Hij, echter, verwierp deze droom als echtelijke bezorgdheid. Zij, diep verontrust, zond bericht naar Priamus om hem die dag buiten de strijd te houden. Daarom verdeelde Priamus het commando over zijn troepen tussen Paris, Helenus, Troïlus en Aeneas. Hector, toen hij dit hoorde, maakte Andromache bittere verwijten en vertelde haar om zijn wapenrusting te brengen. Niets, zei hij, kon hem uit de strijd weg houden. Ze probeerde vergeefs om hem te vermurwen, voor zijn voeten op de grond vallend, als een vrouw die rouwt, haar haren los hangend, haar baby, hun zoon Astyanax, in haar handen houdend. Toen, door het paleis rennend, klonk haar gejammer door de stad terwijl ze voortging, ze vertelde koning Priamus hoe ze gedroomd had dat Hector gretig naar de strijd ging. En, Astyanax vasthoudend, knielde ze voor hem en smeekte hem om dit niet toe te staan. Bijgevolg stuurde Priamus alle anderen naar de strijd maar hield Hector thuis. Toen Agamemnon, Achilles, Diomedes en de Locrische Ajax zagen dat Hector niet op de vlakte was, vochten zij nog feller, vele leiders van de Trojanen dodend. Maar Hector, toen hij het tumult hoorde en wist dat de Trojanen het zwaar te verduren hadden, ging naar de strijd. Hij versloeg onmiddellijk Idomeneus, verwondde Iphinous, sloeg Leonteus neer, en wierp een speer in het been van Sthenelus. Achilles, die zag dat de leiders sneuvelden en wilde voorkomen dat andere Grieken eenzelfde lot moesten doorstaan, was vastbesloten om het tegen Hector op te nemen en hem te doden. Maar tegen de tijd dat hij bij hem aankwam, de strijd woede constant voort, had de laatste Polypoetes al gedood, de dapperste der aanvoerders, en probeerde hem zijn wapenrusting af te nemen. De strijd die ontstond was verschrikkelijk, net als het rumoer uit stad en legers. Hector verwondde Achilles’ been. Maar Achilles, hoewel gepijnigd, drong steeds zwaarder aan totdat hij had gewonnen. Vanwege de dood van Hector sloegen de Trojanen op de vlucht naar hun poorten, hun aantallen sterk verminderd. Alleen Memnon bood weerstand. Hij en Achilles streden fel, en geen van hen was zonder verwondingen. Toen duisternis een eind maakte aan de strijd, keerde gewonde Achilles terug naar het kamp. De Trojanen treurden om Hector, en de Grieken om hun doden.

Wisseling van legerleider

25
De volgende dag leidde Memnon de Trojanen tegen de Grieken. Agamemnon, die het leger bijeen had geroepen, drong aan op een wapenstilstand van twee maanden om de doden te begraven. Dus werden er gezanten naar Troje gestuurd, en daar, nadat ze Priamus verteld hadden wat zij wilden, kregen ze een wapenstilstand van twee maanden. Toen begroef Priamus, de tradities van zijn bevolking volgend, Hector voor de poorten en hield als eerbetoon aan hem begrafenisspelen. Tijdens het bestand, bleef Palamedes klagen over het Griekse leiderschap, en zwichtte Agamemnon voor zijn opruiende woorden. Hij zij dat de Grieken wie zij maar wilden als aanvoerder zelf mochten kiezen, wat hem betrof. De volgende dag riep hij de mannen in vergadering bijeen en ontkende dat hij hen ooit had willen aanvoeren. Hij was klaar om iedereen die zij kozen te accepteren. Hij trok zich vrijwillig terug. Alles wat hij wilde was de vijand straffen, en het maakte niet uit hoe dat werd gedaan. En, omdat hij nog steeds koning van Mycene was, gebood hij hen te spreken zoals zij wilden. Toen kwam Palamedes naar voren en, zijn kwalificaties tonend, kreeg de bijval van de Grieken. Zij maakten hem legerleider, een positie die hij dankbaar aanvaardde en begon te besturen. Achilles, echter, keurde de verandering af.

Het kamp en de stad worden versterkt

26
Toen het bestand voorbij was, maakte Palamedes, zijn troepen herschikkend en hen aansporend, het leger gereed voor de strijd. Deïphobus leidde de Trojanen, die dapper tegenstand boden. De Lycische Sarpedon, zijn mannen aanvoerend, viel aan en veroorzaakte een grote slachting en verwoesting. De Rhodesische Tlepolemus trof en bood weerstand aan Sarpedon, maar viel uiteindelijk zwaar gewond. Toen kwam Pheres, de zoon van Admetus, naar voren en werd, na een lang handgemeen met Sarpedon, gedood. Maar Sarpedon was ook gewond en was gedwongen zich uit de strijd terug te trekken. De gevechten duurden verscheidene dagen, en aan weerskanten werden vele aanvoerders gedood. Het aantal Trojaanse slachtoffers was echter groter. Toen zij gezanten zonden voor een bestand om hun doden te begraven en hun gewonden te genezen, stond Palamedes hen een bestand van een jaar toe. Beide kampen begroeven hun doden en verzorgden hun gewonden. Het bestand stond hen toe om naar elkaars gebieden te gaan. De Trojanen gingen naar het scheepskamp, de Grieken naar de stad. Palamedes zond Agamemnon naar Acamas en Demophon, de zoons van Theseus, in Mysië, die Agamemnon opdracht had gegeven om voorraden en graan van Telephus te brengen. Bij zijn aankomst in Mysië, vertelde Agamemnon hen van de opstand van Palamedes. Toen hij echter zag dat zij ontevreden waren gaf hij toe dat hij had ingestemd met de verandering. Ondertussen maakte Palamedes de schepen gereed en versterkte het kamp met muren en torens. De Trojanen oefenden hun leger, repareerden hun muren, voegden een wal en een gracht toe, en zwoegden ijverig om alles in gereedheid te brengen.

Achilles verliefd

27
Op de eerste verjaardag van Hector’s begrafenis, gingen Priamus, Hecabe, Polyxena en andere Trojanen naar zijn graf. Daar troffen zij Achilles aan, die, getroffen door de schoonheid van Polyxena, waanzinnig verliefd werd. Die brandende liefde benam hem al het plezier in zijn leven. (Het knaagde ook aan zijn hart dat de Grieken hadden toegestemd in de afzetting van Agamemnon en de benoeming tot legerleider van Palamedes in plaats van zichzelf.) Vervolgens, gedwongen door zijn verliefdheid, zond hij een vertrouwde Phrygische slaaf om zijn voorstel bij Hecabe te brengen. Als zij hem Polyxena als vrouw zou schenken, zou hij met zijn Myrmidonen naar huis vertrekken, en zo een voorbeeld stellen dat de andere aanvoerders zouden volgen. Toen de slaaf bij Hecabe kwam en het voorstel overbracht, antwoordde zij dat ze bereid was, mits Priamus ermee instemde, maar dat ze het hem eerst moest vragen. Toen keerde de slaaf, in opdracht van Hecabe, terug naar Achilles en vertelde hem haar antwoord. Agamemnon, met een grote groep volgelingen, kwam op dat moment in het kamp aan. Toen Hecabe tegen Priamus sprak over het voorstel van Achilles, weigerde Priamus hiermee in te stemmen. Toegevend dat Achilles een goed familielid zou zijn, was het niet juist om je dochter aan een vijand uit te huwelijken. En zelfs als Achilles naar huis zou gaan, dan zouden de andere Grieken niet volgen. Daarom, als Achilles dit huwelijk wenste, moest hij een duurzame vrede beloven, een verdrag met heilige eden bezegeld, en de Grieken moesten vertrekken. Op deze condities, wilde Priamus hem welwillend zijn dochter ten huwelijk schenken. De slaaf van Achilles, zoals afgesproken met Hecabe, keerde naar haar terug om te vernemen wat Priamus had gezegd. Toen vertelde hij alles wat hij had gehoord tegen zijn meester. Daarop klaagde Achilles, bij alles en iedereen, dat vanwege één vrouw, Helena, heel Europa en Griekenland in oorlog waren, en, gedurende lange tijd, er duizenden mannen waren gestorven. Hun vrijheid, zei hij, stond op het spel, en daarom moesten zij vrede sluiten en hun leger mee naar huis nemen.

Dood van Palamedes

28
Toen het jaar voorbij was, leidde Palamedes het leger en trok op. En de Trojanen aan de andere kant werden geleid door Deïphobus. (Achilles weigerde echter om deel te nemen vanwege zijn woede.) Palamedes greep een kans om Deïphobus aan te vallen en slachtte hem af. Er ontstond een felle strijd, er werd aan beide zijden fel gestreden, en er waren talloze aantallen gewonden. Palamedes, actief in de voorste gelederen, spoorde zijn mannen aan om moedig te vechten, viel aan en versloeg de Lycische Sarpedon. Maar terwijl hij in de voorhoede bleef rondsluipen, aangemoedigd door het succes, jubelend, snoevend over zijn dapperheid, doorboorde Paris zijn nek met een pijl. Toen zagen de Phrygiërs hun kans, en wierpen hun speren om hem af te maken. Koning Palamedes was dood. Hierdoor vielen alle Trojanen aan. Zij achtervolgden de Grieken, en de Grieken trokken zich terug en vluchtten naar het kamp. Het kamp werd belegerd, de schepen in brand gestoken. Achilles, die verteld werd wat er gebeurde, koos ervoor om te doen of alles in orde was. Ajax, de zoon van Telamon, leidde de verdediging totdat duisternis een eind maakte aan de strijd. Toen treurden de Grieken over het verlies van Palamedes’ wijsheid, gerechtigheid, barmhartigheid en goedheid, terwijl de Trojanen treurden over de dood van Sarpedon en Deïphobus.

Herbenoeming van Agamemnon

29
Die nacht riep Nestor, omdat hij de oudste was, de Griekse leiders bijeen voor een raadsvergadering en, met tact sprekend, spoorde hen aan om een nieuwe aanvoerder te kiezen. Hij had het gevoel, als zij het er mee eens waren, dat de herbenoeming van Agamemnon de minste onenigheid zou veroorzaken. Hij bracht hen in herinnering dat terwijl Agamemnon hun aanvoerder was de zaken goed waren verlopen en het met het leger voorspoedig was gegaan. Als iemand echter een beter idee had, drong hij er op aan om dat te vertellen. Maar iedereen, met hem instemmend, maakten Agamemnon weer legerleider. De volgende dag kwamen de Trojanen weer opzetten. En aan de andere kant leidde Agamemnon de Grieken. De strijd begon, en de twee legers botsten op elkaar. Tegen de avond naderde Troïlus het front en, een spoor van verwoesting en slachtpartijen achterlatend, joeg de Grieken vliegensvlug terug naar hun kamp. De volgende dag kwamen de Trojanen weer opzetten. En de legers van Agamemnon stelden zich teweer. Er ontstond een afschuwelijke slachtpartij. Beide legers vochten fel, Troïlus slachtte vele Griekse leiders af, terwijl de strijd zeven dagen duurde. Toen hield Agamemnon, nadat hij een bestand van twee maanden had verkregen, een schitterende begrafenis ter ere van Palamedes. Beide zijden keken naar de begrafenis van alle leiders en soldaten die waren gestorven.

De wrok van Achilles

30
Gedurende het bestand, zond Agamemnon Odysseus, Nestor en Diomedes naar Achilles om hem te vragen weer deel te nemen aan de gevechten. Maar Achilles, nog steeds humeurig, weigerde om terug te komen op zijn beslissing om niet meer deel te nemen aan de strijd. Hij vertelde over zijn belofte aan Hecabe en zei dat hij zonder meer slecht zou vechten vanwege zijn gepassioneerde liefde voor Polyxena. Toen waren degenen die Agamemnon had gestuurd niet meer welkom. Een duurzame vrede, dat was de behoefte. Vanwege de zaak van één vrouw, zei hij, riskeerden de Grieken hun leven, brachten hun vrijheid in gevaar, en verspilden een groot deel van hun tijd. Zo eiste Achilles vrede, en weigerde om weer deel te nemen aan de strijd. Toen Agamemnon de koppige weigering van Achilles vernam, riep hij alle leiders bijeen in een raadsvergadering en vroeg hen wat zij dachten dat er gebeuren moest. Menelaüs verzocht Agamemnon om het leger in de strijd te leiden en zich geen zorgen te maken over de weigering van Achilles. Hij zou zelf proberen om Achilles van mening te doen veranderen, maar als hij zou falen, zou hij niet ontmoedigd zijn. Bovendien, zei hij, hadden de Trojanen niemand om de plaats van Hector over te nemen, niemand die zo dapper was. Diomedes en Odysseus antwoordden dat Troïlus de dapperste van alle mannen was en gelijkwaardig aan Hector. Maar Menelaüs ontkende dit en drong er in de raad op aan om de oorlog voort te zetten. Calchas, die de voortekens bestudeerde, vertelde hen dat zij moesten doorvechten en geen angst moesten hebben voor de recente successen van de Trojanen.

Wederom strijd en wapenstilstand

31
Toen het moment van vechten weer was aangebroken, voerden Agamemnon, Menelaüs en Ajax het leger aan. De Trojanen stelden zich tegenover hen op. Er ontstond weer een grote slachting, een felle en hevige strijd aan weerskanten. Troïlus, die Menelaüs verwond had, drukte door, vele vijanden dodend en anderen plunderend. Duisternis maakte een einde aan de strijd. De volgende dag leidden Troïlus en Paris de Trojanen voorwaarts. En alle Grieken stelden zich teweer. De strijd was fel. Troïlus verwondde Diomedes, en in de loop van zijn slachtpartij, viel hij ook Agamemnon aan die hij verwondde. De strijd woedde verscheidene dagen voort. Talloze aantallen sneuvelden aan beide zijden. Toen vroeg Agamemnon, ziend dat hij elke dag meer van zijn mannen verloor, en wist dat zij dit niet vol konden houden, om een wapenstilstand van zes maanden. Priamus, riep een vergadering bijeen, en meldde het verzoek van de Grieken. Troïlus vond dat zij om een te lange periode vroegen. Hij drong er bij de Trojanen op aan om door te vechten, en de schepen in brand te steken. Maar, toen Priamus de leden van de raad om hun mening vroeg, werd er unaniem voor het verzoek van de Grieken gestemd, en zo werd er een bestand van zes maanden overeengekomen. Agamemnon begroef zijn doden met eer en zag toe op de verzorging van de gewonden, zoals Diomedes en Menelaüs. De Trojanen begroeven ook hun doden. Tijdens het bestand, het advies van zijn raad opvolgend, ging Agamemnon naar Achilles om hem weer tot de strijd op te wekken. Maar Achilles, nog steeds somber, weigerde om dat te doen. Hij vond dat de koning vrede moest nastreven. Desondanks, klagend dat het onmogelijk was om Agamemnon iets te weigeren. Zei hij dat hij zijn leger de strijd in zou sturen als de vijandelijkheden werden hervat, maar dat hij zelf niet zou deelnemen. Hiervoor bedankte Agamemnon hem.

Wederom strijd en begrafenissen

32
Toen de tijd voor hervatting van de strijd weer was aangebroken, stelden de Trojanen hun legers weer op. En de strijdkrachten van de Grieken stonden weer klaar. Achilles, zijn Myrmidonen oproepend, stuurde ze klaar voor de strijd naar Agamemnon. Een grootste strijd ontstond, vel en razend. Troïlus, vechtend in de voorste gelederen, slachtte de Grieken af en joeg de Myrmidonen op de vlucht. Hij drong met zijn aanval zelfs door in het kamp, de meeste van degenen die hem in de weg stonden dodend en verwondend totdat Ajax, de zoon van Telamon, hem stopte. De Trojanen keerden zegevierend naar hun stad terug. De volgende dag leidde Agamemnon zijn leger samen met de Myrmidonen en al zijn leiders. De Trojanen stelden zich tegenover hem op, popelend om te vechten. De strijd begon weer. Verscheidene dagen werd er aan beide zijden fel gevochten, en talloze aantallen verloren het leven. Troïlus, de Myrmidonen aanvallend en hun gelederen verbrekend, joeg hen op de vlucht. Toen Agamemnon zag dat veel van zijn mannen waren gesneuveld, vroeg hij om een wapenstilstand van dertig dagen om hun begrafenissen te regelen. Dit werd toegestaan door Priamus, en zo begroeven de Grieken en Trojanen hun doden.

Achilles trekt weer ten strijde

33
Toen de tijd voor strijd weer was aangebroken, stelden de Trojanen hun leger op. En Agamemnon en al zijn leiders stelden zich tegenover hen op. De strijd begon weer. Een verwoede strijd, fel en woedend, ontstond. Toen de ochtend voorbij was, kwam Troïlus naar de voorhoede, de Grieken dodend en hen op de vlucht jagend met luide kreten en in totale verwarring. Toen was het dat Achilles, deze gekte en woestheid overziend – De Grieken werden verpletterd en de Myrmidonen meedogenloos afgeslacht – terugkeerde in de strijd. Maar hij moest zich bijna onmiddellijk terugtrekken, verwond door Troïlus. De anderen streden zes dagen constant door. Op de zevende dag, de strijd woedde nog steeds, stelde Achilles (die tot dan toe vanwege zijn verwonding niet in actie was gekomen) zijn Myrmidonen op en drong er bij hen op aan om moedig aan te vallen en Troïlus aan te vallen. Tegen het eind van de dag naderde Troïlus op een paard, jubelend, en joeg de Grieken met luide kreten op de vlucht. De Myrmidonen, echter, kwamen hen te hulp en vielen Troïlus aan. Troïlus doodde vele mannen, maar, midden in het verschrikkelijke gevecht, raakte zijn paard gewond en viel, en wierp hem verstikt van zijn rug. Achilles was snel ter plaatse om hem af te maken. Toen probeerde Achilles om het lichaam weg te slepen. Maar Memnon verdedigde hem succesvol, verwondde Achilles en drong hem achteruit. Toen Memnon Achilles met zijn volgelingen echter begon te achtervolgen, hoefde deze zich slechts om te draaien om hem te stoppen. Nadat Achilles wond was verzorgd en hij enige tijd gevochten had, doodde hij Memnon, hem vele slagen toedienend. Toen, nadat hij zichzelf verwond had, trok hij zich opnieuw terug uit de strijd. De rest van het Trojaanse leger, wetend dat de koning van de Ethiopiërs dood was, vluchtte naar de stad en vergrendelden de poorten. Duisternis bracht een eind aan de slag. De volgende dag zond Priamus gezanten naar Agamemnon en verzocht om een wapenstilstand van twintig dagen. Dit keurde Agamemnon onmiddellijk goed. Vervolgens hield Priamus een prachtige begrafenis ter ere van Troïlus en Memnon. En beide kampen begroeven hun doden.

Dood van Achilles

34
Hecabe, treurend om het verlies van Hector en Troïlus, haar twee dapperste zonen, beiden door Achilles gedood, bedacht, zoals een vrouw dat kon doen, een verraderlijke wraak. Ze ontbood haar zoon Paris, en smeekte hem dringend om Achilles te doden, en zo de eer van hem zelf en zijn broers hoog te houden. Dit moest hij uitvoeren in een hinderlaag, zijn slachtoffer vangend zonder bewakers. Zij zou Achilles ontbieden, namens Priamus, om naar de tempel van de Thymbraeaanse Apollo te komen voor de poort, om een overeenkomst te sluiten waarin ze hem Polyxena als vrouw beloofde. Toen Achilles naar de plek kwam, kon Paris hem verraderlijk doden. Achilles’ dood zou overwinning genoeg zijn voor haar. Paris beloofde te doen wat zij vroeg. Die nacht koos hij de dapperste van de Trojanen en positioneerde hen in de tempel met de instructie om op zijn teken te wachten. Hecabe, zoals ze beloofd had, zond een bericht naar Achilles. En Achilles, vanwege zijn liefde voor Polyxena, stemde verheugd in om de volgende ochtend naar de tempel te komen. Vervolgens ging Achilles de volgende dag, samen met Antilochus, de zoon van Nestor, naar de ontmoeting. Toen hij de tempel naderde, werd hij verraderlijk aangevallen. Van alle kanten werden speren geworpen, terwijl Paris zijn mannen aanspoorde. Achilles en Antilochus deden een tegenaanval, hun linkerarmen gewikkeld in hun mantels als bescherming, hun rechterarmen zwaaiend het hun zwaarden. En Achilles doodde velen. Maar uiteindelijk sloeg Paris Antilochus neer en daarna Achilles, hem vele slagen uitdelend. Zo was de dood van de held, een verraderlijke dood en een die niet paste bij zijn dapperheid. Paris gaf opdracht om de lichamen als voer voor de honden en vogels te gooien maar dit werd herroepen door Helenus die hen uit de tempel droeg en aan de Grieken overhandigde. Zo ontvingen de Grieken hun doden en droegen hen terug naar het kamp. Agamemnon verzorgde schitterende begrafenissen voor hen. Hij kwam een bestand met Priamus overeen om Achilles te begraven, en hield ter eren van hem vervolgens begrafenisspelen.

Dood van Paris

35
Toen riep hij een vergadering van de Grieken bijeen, waar hij hen toesprak. Er werd unaniem besloten om het commando van Achilles aan Ajax te geven, die de neef van Achilles was. Maar Ajax wierp tegen dat Neoptolemus, Achilles’ zoon, nog steeds leefde, en dus de eerste voorkeur moest zijn. Daarom moesten zij Neoptolemus naar Troje halen en hem het bevel over de Myrmidonen geven en als zijn vaders voorrechten. Agamemnon en de rest van de raad stemden hiermee in en kozen Menelaüs om deze opdracht uit te voeren. Toen Menelaüs aankwam op het eiland Scyros, verzocht hij koning Lycomedes (Neoptolemus’ grootvader) dringend om Neoptolemus naar de strijd te sturen. De koning willigde verheugd het verzoek van de Grieken in. De wapenstilstand liep ten einde, en Agamemnon stelde zijn troepen weer op, hen aansporend, en leidde hen naar de strijd. Aan de andere kant kwamen de Trojanen uit hun stad. De strijd werd hervat, met Ajax strijdend in de voorhoede, die geen wapenrusting droeg. Het rumoer dat ontstond was groot, en er stierven aan beide zijden velen. Paris, die met veel succes zijn boog gebruikte, doorboorde het onbeschermde lichaam van Ajax. Ajax, echter, hoewel gewond, achtervolgde en doodde uiteindelijk zijn aanvaller. Toen, nadat de wond zijn krachten had uitgeput, werd hij terug gedragen naar het kamp. En daar, hoewel ze de pijl verwijderden, stierf hij. De Trojanen, die het lichaam van Paris gered hadden, vluchtten terug naar de stad, uitgeput, door de verwoestend felle aanval van Diomedes. Diomedes achtervolgde hen tot aan de muren. Toen gaf Agamemnon opdracht om de hele stad te omsingelen, bleef de hele nacht klaar voor de strijd, zijn wachters altijd alert. De volgende dag, in de stad, begroef Priamus Paris. Helena nam met luid gejammer deel aan de begrafenis. Paris, zei ze, had haar vriendelijk behandeld. En zo was ze een dochter van Priamus en Hecabe geworden, die haar altijd verwelkomden in Troje en haar nooit aan haar thuisland lieten denken.

Penthesilea

36
De volgende dag stelde Agamemnon zijn leger op voor de poorten en daagde de Trojanen uit om naar buiten te komen en te vechten. Maar Priamus bleef in de stad, verhoogde zijn versterkingen en wachtte op Penthesilea die met haar Amazonen zou komen. Toen Penthesilea aankwam, stelde ze haar leger op tegenover dat van Agamemnon. Er ontstond een enorm gevecht. Het duurde verscheidene dagen, en toen vluchtten de Grieken, overweldigd naar hun kamp. Diomedes kon amper voorkomen dat Penthesilea de schepen in brand stak en alle Griekse strijders vernietigde. Na deze strijd, hield Agamemnon zijn leger in het kamp. Penthesilea, voor de zekerheid, kwam elke dag naar voren, de Grieken dodend, en probeerde hen tot een gevecht naar buiten te lokken. Maar hij, op advies van de raad, versterkte het kamp, verdubbelde de bewaking, en weigerde om naar buiten te komen en te strijden – totdat Menelaüs was aangekomen. Toen, op Scyros, Menelaüs aan Neoptolemus de wapenrusting van zijn vader, Achilles, had gegeven, nam hij hem mee om zich met de Grieken in Troje te verenigen. Daar weende en jammerde Neoptolemus boven het graf van zijn vader. Penthesilea, volgens haar gewoonte, verzamelde haar leger en trok zo ver als ze kon op naar het kamp van de Grieken. Neoptolemus, die de Myrmidonen aanvoerde, leidde zijn troepen naar buiten. Ook Agamemnon voerde zijn troepen aan naar buiten. Grieken en Trojanen vielen zwaar op elkaar aan. Neoptolemus richtte een grote slachting aan. Penthesilea, die zich in de strijd mengde, bewees haar dapperheid opnieuw en opnieuw. Zij vochten verscheidene dagen fel, en velen werden gedood. Uiteindelijk verwondde Penthesilea Neoptolemus, viel daarna door zijn handen, ondanks zijn verwonding, en stak haar neer. Door de dood van Penthesilea, de koningin van de Amazones, keerden alle Trojanen om en vluchtten naar hun stad. Daarop omsingelden de Grieken de muren met hun leger en voorkwamen zo dat iemand die kon verlaten.

De Trojanen in het nauw

37
Toen de Trojanen hun hachelijke situatie inzagen, gingen Antenor, Polydamas en Aeneas naar Priamus en vroegen hem een vergadering van de raad bijeen te roepen om over de toekomst van Troje en haar bewoners te praten. Priamus ging akkoord, en de vergadering werd bijeengeroepen. Antenor sprak als eerste, hij en de andere twee kregen toestemming om hun advies te geven. De Trojanen, zei hij, hadden hun voornaamste verdedigers verloren, Hector en de andere zonen van de koning, samen met de leiders uit andere landen. Maar de Grieken hadden nog steeds hun dapperste aanvoerders, Agamemnon, Menelaüs, Neoptolemus, die niet minder moedig was dan zijn vader, Diomedes, de Locrische Ajax, en daarnaast nog vele anderen, als Nestor en Odysseus, die zeer scherpzinnige mannen waren. Bovendien waren de Trojanen omsingeld en uitgeput van angst. Daarom, drong hij er op aan om Helena terug te geven en de zaken die Paris en zijn mannen samen met haar hadden meegenomen. Ze moesten vrede sluiten. Toen zij enige tijd over het sluiten van vrede hadden gesproken, stond Amphimachus op, zoon van Priamus, een zeer dappere jongeling, en riep vervloekingen af over Antenor en zijn medestanders, terwijl hij hen de manier verweet waarop zij acteerden. Hij vond dat de Trojanen hun leger naar buiten moesten leiden en het kamp aanvallen en nooit opgeven totdat zij werden verslagen of stierven voor hun land. Nadat Amphimachus had gesproken, stond Aeneas op die hem probeerde te overtuigen. Kalm en rustig maar met overtuiging sprekend, hij drong er bij de Trojanen op aan om vrede te sluiten met de Grieken. Daarna pleitte Polydamas voor de zelfde koers als Aeneas.

38
Na deze rede stond Priamus met grote ergernis op en riep vele vervloekingen af over Antenor en Aeneas. Zij waren de reden, zei hij, waardoor de oorlog was ontstaan, want zij waren de gezanten geweest die naar Griekenland waren gezonden. Antenor, die nu voor vrede pleitte, pleitte toen voor oorlog, bij zijn terugkeer uit Griekenland, had hij verteld hoe smadelijk hij was behandeld. En Aeneas had Paris geholpen om Helena en de buit weg te voeren. In het licht van deze gebeurtenissen, had hij, Priamus, zijn oordeel gevormd. Er zou geen vrede komen. Hij gaf iedereen opdracht om voorbereid te zijn. Wanneer het teken werd gegeven, moesten zij zich uit de poorten haasten en hetzij overwinnen of sterven. Zijn besluit stond vast. Na hen zo enige tijd vermaand te hebben, liet Priamus hen gaan. Toen, terwijl hij Amphimachus meenam het paleis in, vertelde hij hem dat diegenen die voor vrede pleitten gedood moesten worden. Hij vreesde dat zij de stad zouden verraden. Ook hadden ze veel steun onder de bevolking voor hun mening verkregen. Wanneer zij eenmaal gedood waren, zou hij, Priamus, toezien op de verdediging van zijn land en de nederlaag van de Grieken. Amphimachus smekend om zijn trouw en oprechtheid, vertelde hij een groep gewapende mannen te verzamelen. Dit kon zonder enige verdachtmaking plaatsvinden. En hijzelf, wanneer hij de volgende morgen zoals gewoonlijk naar de citadel was gegaan om te bidden, zou die mannen dan uitnodigen om met hem te ontbijten. Dan moest Amphimachus, samen met die groep, naar binnen stormen en hen vermoorden. Amphimachus stemde met dit plan in en beloofde het uit te voeren. Daarna verliet hij Priamus.

Verraad

39
Diezelfde dag ontmoetten Antenor, Polydamas, Ucalegon en Dolon elkaar in het geheim. Zij waren verbaasd over de koppigheid van de koning, die, omringd door de vijand, er de voorkeur aan gaf om te sterven in plaats van vrede te sluiten, en zo de vernietiging van zijn land en bevolking veroorzaakte. Antenor had een plan om hun probleem op te lossen dat hij, als de anderen hem trouw zouden zweren, zou onthullen. Toen ze allen hadden gezworen zoals hij vroeg, sprak hij eerst tegen Aeneas en vertelde hem zijn plan. Zij moesten, zei hij, hun land verraden, en wel op zodanige wijze dat zij zichzelf en hun gezinnen konden redden. Iemand moest – iemand die niemand zou verdenken – naar Agamemnon gaan en het hem vertellen. Zij moesten snel handelen. Hij had gemerkt dat Priamus, toen hij de raad verliet, woedend was omdat hij hem had aangespoord om vrede te sluiten. En hij vreesde dat de koning een verraderlijk plan aan het uitwerken was. Iedereen beloofd zijn hulp en kozen onmiddellijk Polydamas – hij zou de minste argwaan wekken – om in het geheim te vertrekken en Agamemnon te ontmoeten om hem het plan te vertellen.

40
Die nacht riep Agamemnon alle aanvoerders naar een geheime vergadering van de raad, en vertelde hen het nieuws, en vroeg hen om advies. De raad besloot unaniem om de verraders te vertrouwen. Maar wat het plan aanging, zeiden Odysseus en Nestor dat zij bang waren om het plan uit te voeren. Neoptolemus sprak echter zijn vertrouwen uit. Zo ontstond er onenigheid die werd opgelost door een wachtwoord af te spreken met Polydamas dat Sinon zou kunnen testen bij Aeneas, Anchises en Antenor. Zo ging Sinon naar Troje en testte het wachtwoord (Amphimachus had zijn wachters nog niet bij de poorten gestationeerd), en keerde terug waar hij Agamemnon vertelde dat Aeneas, Anchises en Antenor het juiste contrasein hadden gegeven. Toen beloofden de leden van de raad, zichzelf met een eed bindend, dat als Troje de volgende nacht werd verraden, Antenor, Ucalegon, Polydamas, Aeneas en Dolon geen kwaad zou worden aangedaan, of één van hun ouders, of hun kinderen, vrouwen, familieleden, vrienden en medewerkers, of iets van hun bezittingen. Toen zij dit hadden gezworen, gaf Polydamas hen instructies. ’s Nachts, zei hij, moesten zij het leger naar de Scaeaanse Poort leiden – degene die aan de buitenkant met een paardenhoofd was versierd. Antenor en Aeneas zouden daar die nacht de leiding hebben over de bewakers, en zij zouden de poort ontgrendelen en een fakkel omhoogsteken als teken voor de aanval.

Troje valt

41
Toen alle zaken van hun plan tot in detail besproken waren, keerde Polydamas terug naar de stad en rapporteerde het succes van zijn missie. Antenor, Aeneas en al hun mede samenzweerders, zei hij, moesten ’s nachts naar de Scaeaanse poort gaan en die ontgrendelen, een fakkel omhoog steken, en zo de Grieken verwelkomen. Die nacht stonden Antenor en Aeneas klaar bij de poort en lieten Neoptolemus binnen. Na het wegschuiven van de grendel en het omhoog houden van de fakkel, zochten ze naar een weg om samen met hun verwanten te ontsnappen. Antenor, met Neoptolemus als bescherming bij zich, leidde de weg naar het paleis, naar het punt waar de Trojanen een wachtpost hadden opgesteld. Toen achtervolgde Neoptolemus Priamus, nadat hij in het paleis was binnen gedrongen en de Trojanen had afgeslacht, en doodde hem voor het altaar van Zeus. Hecabe, vluchtend met Polyxena, trof Aeneas en vertrouwde haar dochter aan hem toe. Hij verborg haar in het huis van zijn vader Anchises. Andromache en Cassandra verborgen zich in de tempel van Athena. De hele nacht gingen de Grieken door met het afslachten van Trojanen en het wegvoeren van de buit van plunderingen.

Gratie voor enkele Trojanen

42
Bij het aanbreken van de dag, riep Agamemnon al zijn aanvoerders bijeen voor een vergadering in de citadel. Na de goden bedankt te hebben, prees hij het leger en gaf opdracht om alle buit te verzamelen en eerlijk te verdelen. Gelijkertijd vroeg hij wat zij wilden doen met Antenor en Aeneas en al degenen die geholpen hadden om Troje te verraden. Iedereen antwoordde met een luide schreeuw dat zij de aan hen gegeven beloften wilden vasthouden. Zo bevestigde Agamemnon, nadat hij alle verraders had opgeroepen, al hun rechten. Antenor begon, nadat Agamemnon hem verlof tot spreken had gegeven, de Grieken te bedanken. Toen verzocht hij hen om zich te herinneren hoe Helenus en Cassandra altijd bij Priamus hadden gepleit voor vrede, en hoe Helenus succesvol had aangedrongen op de teruggave van Achilles’ lichaam om te begraven. Vervolgens gaf Agamemnon, het advies van de raad opvolgend, Helenus en Cassandra hun vrijheid. Toen deed Helenus, zich herinnerend hoe Hecabe en Andromache hem altijd hadden liefgehad, een goed woordje voor hen. En opnieuw gaf Agamemnon, op advies van de raad, hen hun vrijheid. Toen verdeelde hij de buit eerlijk en dankte de goden met een slachtoffer als offer. De raad besliste dat zij op de vijfde dag zouden terugkeren naar hun vaderland.

Dood van Polyxena

43
Toen de tijd om uit te zeilen was aangebroken, stak er een zware storm op die verscheidene dagen aanhield. Calchas vertelde hen dat de geesten van de doden ontevreden waren. Toen uitte Neoptolemus, zich herinnerend dat Polyxena, de oorzaak van zijn vaders dood, niet in het paleis gevonden was, zijn klacht. Hij beschuldigde het leger en eiste van Agamemnon dat hij haar toonde. Agamemnon riep Antenor en gaf hem opdracht om Polyxena te vinden en haar bij hem te brengen. Bijgevolg ging Antenor naar Aeneas en smeekte hem hevig om Polyxena uit te leveren, opdat de Grieken naar huis zouden zeilen. En zo, nadat hij had gehoord waar ze zich had verscholen, nam hij haar mee naar Agamemnon. En Agamemnon gaf haar aan Neoptolemus. En Neoptolemus sneed haar keel door boven het graf van zijn vader. Agamemnon was boos op Aeneas omdat hij Polyxena had verborgen en gaf hem opdracht om onmiddellijk met al zijn genoten uit hun land te vertrekken. Dus vertrok Aeneas met al zijn volgelingen. Na enkele dagen voer Agamemnon uit, Helena, thuiskerend met Menelaüs, haar echtgenoot, was dieper bedroefd dan toen ze was aangekomen. Helenus ging naar Thracië, vergezeld door Cassandra, zijn zus, en Andromache, de vrouw van zijn broer Hector, en Hecabe, zijn moeder.

Einde van de oorlog

44
Dit en niets meer schreef Dares de Phrygiër, want hijzelf, als een trouwe volgeling van Antenor, bleef in Troje. De oorlog tegen Troje duurde tien jaar, zes maanden en twaalf dagen. Het aantal Grieken dat sneuvelde, volgens het journaal dat Dares schreef, was 866.000. Het aantal Trojanen was 676.000. Aeneas vertrok met de 22 schepen die Paris gebruikte toen hij naar Griekenland ging. Hij had ongeveer 3.400 volgelingen, mensen van verschillende leeftijd. Antenor had ongeveer 2.500 volgelingen en Helenus ongeveer 1.200.

© 2017 Maarten Hendriksz