Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Euripides - Iphigenia in Aulis

Bron: Koxkollum.nl

Vertaald door Michel Buijs

Betoog

Het verhaal van Iphigenia in Aulis behelst de periode, vlak voor de Trojaanse Oorlog, dat het Griekse leger op het punt staat om naar Troje uit te zeilen. Agamemnon heeft echter de godin beledigd bij het neerschieten van een hert. Op dat moment zei hij namelijk: ‘Zelfs Artemis had het niet beter gekund’. Bovendien had Atreus het gouden lam niet aan haar geofferd. De godin is hierover zeer verbolgen en zorgt dat er geen goede wind waait voor de schepen om uit te varen, waardoor zij in de haven van Aulis moeten blijven liggen. De ziener Calchas openbaart dit verhaal en orakelt dat Artemis alleen verzoend kan worden als Agamemnon zijn dochter Iphigenia aan haar offert.

Personages

Agamemnon, koning van Mycene
Oude man, knecht van Agamemnon en Clytaemnestra
Koor, van jonge vrouwen uit Chalcis op het eiland Euboea
Menelaus, broer van Agamemnon, echtgenoot van Helena
Koor, van Grieken
Clytaemnestra, echtgenote van Agamemnon
Iphigenia, dochter van Clytaemnestra en Agamemnon
Achilles, jonge prins der Myrmidonen
Bode, van Agamemnon

Scene

Het is laat in de nacht. In het Griekse scheepskamp bij Aulis, waar de vloot wacht om naar Troje uit te varen, loopt Agamemnon heen en weer voor zijn tent.

01. Proloog; regel 1;1-163

Agamemnon
Oude man, kom naar buiten.

Oude man
Ik kom. Wat voor nieuw plan overweegt u, vorst Agamemnon?

Agamemnon
Je zult het vernemen.

Oude man
Ik kom al. Op mijn oude dag kan ik goed zonder slaap en mijn ogen zien nog scherp.

Agamemnon
Welke ster is dat dan, die daar overschiet?

Oude man
Sirius in volle vaart, nog midden aan de hemel, dichtbij de Pleiaden met de zeven banen.

Agamemnon
Wel, geen geluid van vogels of zee. Het is windstil hier aan de Euripus.

Oude man
Waarom bent u buiten de tent in de weer, vorst Agamemnon? Er heerst nog rust hier in Aulis en de muurwacht verroert zich niet. Laten we naar binnen gaan.

Agamemnon
Oude, je bent een gelukkig man. Gelukkig prijs ik hem, die een risicoloos leven doorloopt, onopvallend, zonder reputatie. Wie openbare functies bekleedt, benijd ik minder.

Oude man
Het goede van het leven ligt juist daarin, zou ik zeggen.

Agamemnon
Dat goede is wel gevaarlijk; prettig, maar een reden tot zorg wanneer het bereikt is. Soms brengen de goden ons tegenspoed, die ons leven omkeert; soms vegen de mensen je weg, met hun talrijke opinies, waar moeilijk aan te voldoen is.

Oude man
Dat zijn geen woorden voor iemand van uw positie! Atreus bracht u niet voort om louter succes te hebben: als sterfelijk mens kent u vreugde en verdriet. Ook al wilt u het niet, het geschiedt zoals de goden het willen. U zet de lamp hoger, schrijft de brief, die u nog in uw hand houdt; u maakt die tekst weer onleesbaar; u verzegelt en maakt weer los; u gooit hem op de grond, vergiet een dikke traan; dat u radeloos bent is aan alles te zien. U bent uzelf niet meer. Waarmee hebt u het moeilijk? Wat is het dat u zo plotseling kwelt? Stel mij gerust op de hoogte. U kunt het me vertellen, ik ben een goed man en bovendien te vertrouwen: Tyndareus gaf mij ooit mee aan uw vrouw als rechtschapen hulp bij haar huwelijk.

Agamemnon
'Ik stuur je, telg van Leda, nog een brief, waarin ...'

Oude man
Vertel het me, licht me in. Mijn woorden moeten kloppen met wat u geschreven hebt.

Agamemnon
'... ik vraag jouw dochter níet te sturen naar de plaats in Euboea's kromme vleugel, naar Aulis in de luwte; je dochter trouwt nog niet; dat feest vieren we later'.

Oude man
Achilles zal luid briesen nu dat huwelijk hem ontgaat. Hij zal zijn woede richten op u en op uw vrouw. Ook daarin schuilt een risico; bent u dat met mij eens?

Agamemnon
Ik gebruikte slechts zijn naam, Achilles weet van niets. Hij weet van geen bruiloft, en niet wat wij beramen, en ook niet dat ik hem mijn dochter heb beloofd om mee te trouwen en vervolgens te omarmen.

Oude man
Vorst Agamemnon, wat had u verschrikkelijk veel lef om uw kind te laten komen, om te slachten voor de Grieken, het kind dat u de zoon van de godin als vrouw had beloofd.

Agamemnon
Ach! Ik was buiten zinnen. Ik verval weer in verblinding. Vooruit, schiet op, ga sanel op pad. Laat je door je ouderdom daar niet van weerhouden.

Oude man
Ik ga al, vorst.

Agamemnon
Ga niet zitten bij de bronnen in het bos; laat je niet door slaap verrassen.

Oude man
U hebt gelijk.

Agamemnon
Let overal goed op waar je een kruising oversteekt. Kijk uit dat er geen wagen die sneller is dan jij jou ongemerkt passeert met mijn dochtertje aan boord en haar hierheen vervoert, naar de schepen van de Grieken.

Oude man
Ik zal het doen.

Agamemnon
En als je haar onderweg ontmoet met haar gevolg; stuur haar weer terug. Leid de teugels naar de heilige stad der Cyclopen.

Oude man
Hoe krijg ik dit geloofwaardig van uw dochter en vrouw gedaan?

Agamemnon
Hier op de brief zit een zegel, houd dat goed in de gaten. Ga nu maar snel, de dageraad gloort. Het vuur der zonnewagen maakt dat het langzaam licht wordt. Help mij uit de nood. De oude man vertrekt. Geen sterveling is tot het einde toe fortuinlijk en gelukkig. Er was nog niemand zonder verdriet.

Agamemnon verdwijnt in de tent

02. Eerste Koorlied; regel 2;164-302

Koor - strofe
Ik kwam naar het strand rond de baai van Aulis. Over de stroom van de zeestraat ging ik aan land, vanuit Chalcis, mijn stad, die dicht bij de zee Arethusa’s prachtige waterbron koestert – om het Griekse leger te aanschouwen, de Griekse riemen, de halfgodenvloot, door Menelaüs, de blonde vorst, en de edele Agamemnon, zoals onze mannen vertellen, met sparren voor duizend schepen, uitgerust tegen Troje, voor Helena, die bij het riet van de Eurotas door koeherder Paris ontvoerd werd, als gift van de liefdesgodin die bij een koele bron met Athena en Hera een strijd, een strijd over schoonheid uitvocht.

antistrofe
- van jeugdige schaamte steeg bloed naar mijn wang – om de wal van schilden vol wapens te zien, en de paardenmassa. Ik ontwaarde daar, naast elkaar, Ajax van Oileus en Telamon’s Ajax, Salamis’ trots. Ik zag Palamedes, verwekt door een zoon van Poseidon, met Protesilaüs op zetels genieten van grillige dambordpatronen, en ook Diomedes, die vrolijk in het spel met de discus opging, met Meriones bij zich, geschapen voor de oorlog, een wonder voor het menselijke oog, en van het eilandgebergte Odysseus, samen met Nireus, de mooiste held van de Grieken.

nazang
De razende renner Achilles, met voeten zo snel als de wind, door Thetis gebaard en door Chiron gevormd, zag ik bij het kiezelstrand rennen, gewapend: als hardloper mat hij zijn kracht met een vierspan en stormde vooruit naar de zege, hoezeer de Thessalische menner Eumelus ook schreeuwde. Ik zag hem zijn paarden opzwepen, met gouden bit, prachtig getooid, in het midden de jukdieren, witgevlekt, de buitenpaarden aan de lijn, tegenover elkaar bij het keren, rossig, en bont aan de enkels. Daarnaast stoof Achilles, geharnast, het wiel van de wagen voorbij.

strofe
Ik kwam bij de rijen van schepen, een onbeschrijflijk schouwspel, om mijn vrouwenoog te onthalen op een honingzoet genot. De rechtervleugel van de vloot werd met vijftig onstuimige schepen door Achilles’ legermacht bezet. Hoog rezen gouden beelden op van Nereus’ zeegodinnen, het Myrmidoonse teken op de achtersteven.

antistrofe
Met evenveel riemen lag Argo’s eskader daarnaast, geleid door de zoon van Mecisteus, die Talaüs grootbracht als vader, en Sthenelus, zoon van Capaneus. De zestig Attische schepen die Theseus’ zoon bracht namen de volgende ankerplaats in, met Athena, godin, in haar strijdwagen achter gevleugelde paarden, hoopvol signaal voor matrozen.

strofe
Boeotië’s oorlogsvloot zag ik, een vijftigtal schepen, met vlaggen versiert. Zij hadden Cadmus met een gouden draak rond hun hoge achterplecht. De reus Leitus was hun commandant. Uit Phocis’ land ……. Evenveel Locrische schepen bracht Oileus’ zoon uit zijn beroemde stad Thronium mee.

antistrofe
Atreus’ zoon zond zeesoldaten uit de Cyclopenstad Mycene, op honderd roeischepen verzameld. Hij deelde het commando met zijn broer als met een vriend zodat Hellas de vrouw die voor een oosters huwelijk diens huis was ontvlucht haar daad kon vergelden. Uit Pylos aanschouwde ik Gerenië’s Nestor ….. op de achterplecht was als hun teken, met de poten van een stier, de Alpheusgod te zien, naast wie hij woont.

nazang
Twaalf schepen waren er door de Enianen uitgerust, geleid door koning Guneus, daarop volgden dan de machthebbers van Elis, die ‘Epeeërs’ heetten in de krijgsmacht, onder Eurytus, hun vorst. Over Taphos’ vloot met witte riemen voerde Meges, Phyleus’ zoon bevel, die van de Echinaden kwam, voor zeelui onbenaderbare eilanden. De rechtervleugel werd door Ajax van het eiland Salamis verbonden met de linker, want hij ankerde dichtbij en sloot zich met zijn twaalf zeer licht te wenden schepen bij hun laatste riemen aan. Zo heb ik zelf de oorlogsvloot waarover ik gehoord had nu gezien: wie dáármee zijn barbaarse bodems slaags laat raken, komt nooit meer weerom, zo was de scheepsmacht die ik hier aanschouwde. En ik bewaar nog de herinnering aan wat ik thuis over het verzamelde leger hoorde.

03. Eerste akte; regel 3;303-542

Menelaus pakt de brief van Agamemnon af van de oude man

Oude man
Menelaus, uw lef gaat alle perken te buiten.

Menelaus
Ga weg! Je bent aan jouw meesters veel te loyaal.

Oude man
Zo'n verwijt siert mij juist.

Menelaus
Je zult het berouwen, als je doet wat je niet moet doen.

Oude man
U had de brief die ik u bracht niet open mogen maken.

Menelaus
En jíj had geen ongeluk aan alle Grieken mogen brengen.

Oude man
Betwist dat maar met anderen; geef mij die brief.

Menelaus
Geen sprake van!

Oude man
Ook ík laat niet los.

Menelaus
Met mijn scepter sla ik je zó de hersens in!

Oude man
Het bezorgt je een goede naam, te sterven voor je meesters.

Menelaus
Laat los. Voor een slaaf heb je veel te veel praatjes.

Oude man
Heer! Ons wordt onrecht aangedaan. Agamemnon! Deze man trok hardhandig uw brief uit mijn handen; het deert hem niet dat hij te ver gaat.

Agamemnon
Hé! Wat is dat voor rumoer en ruzie voor mijn tent?

Menelaus
Ik heb hier meer recht van spreken dan hij.

Agamemnon
Menelaus, waarom maak je ruzie met hem en gebruik je geweld?

Menelaus
Kijk me aan; daarna zal ik je antwoord geven.

Agamemnon
Je denkt toch niet dat ik, de zoon van Atreus, uit vrees mijn ogen niet opsla?

Menelaus
Zie je deze brief, die een verfoeilijke inhoud dient?

Agamemnon
Jazeker, en laat hem nu eerst maar eens los.

Menelaus
Nee, eerst laat ik aan alle Grieken zien wat er in staat.

Agamemnon
Ah, je hebt het zegel verbroken en weet nu wat je nog niet mocht weten?

Menelaus
Tot jouw verdriet heb ik ontdekt wat voor kwade plannen jij stiekem hebt gesmeed.

Agamemnon
Met welk recht heb jij hem gepakt? Goden, schaamteloos ben je!

Menelaus
Ik was in afwachting van de komst van je dochter in het kamp, vanuit Argos.

Agamemnon
En waarom moest je dan op mijn zaken letten? Is dat niet schaamteloos?

Menelaus
Omdat de wil daartoe mij bekroop. Ik ben je slaaf niet.

Agamemnon
Is het niet verschrikkelijk? Mag ik mijn eigen zaken niet meer regelen?

Menelaus
Nee, want jouw gedachten zijn niet te vertrouwen; nu niet, vroeger niet, in de toekomst niet.

Agamemnon
Fraai bedacht! Ik haat een knappe tong in de mond van wie kwaad wil.

Menelaus
Het is juist een slechte zaak als je beschikt over een wankele geest. Daar kunnen vrienden niet op bouwen. Dit zal ik je bewijzen. Jij moet je niet uit kwaadheid van de waarheid afwenden; ik zal niet al te veel van je vergen. Toen je je best deed de leiding te krijgen over de expeditie van het Griekse leger naar Troje, streefde je daar niet openlijk naar, maar wilde je niets liever. Je weet dat je toen nederig was: je schudde ieders hand; je deuren hield je open voor de eerste de beste burger; aan ieder om de beurt gaf jij gelegenheid tot spreken, al wilde men dat niet. Op die manier wou jij het erebaantje kopen. Maar toen je aan de macht was, stelde jij je anders op en was jij voor je vrienden niet de vriend die jij eens was. Moeilijk te bereiken zat jij onzichtbaar binnen. Een man van aanzien moet zich niet anders gaan gedragen, wanneer hij succes kent. Juist dan moeten zijn vrienden weten wat ze aan hem hebben, wanneer hij door zijn voorspoed bij uitstek in staat is hen bij te staan. Als eerste verwijt ik je dit: daar zag ik jouw laagheid het eerst. Toen je in Aulis was, en met jou het Griekse leger, stelde je niets voor; je was zelfs in paniek door het lot dat de goden je zonden: dat jij geen gunstige wind had. De Grieken kondigden aan de vloot maar te ontbinden en zich niet tevergeefs moeite te getroosten in Aulis. Wat keek je ongelukkig, wat was je in verwarring, of je nog wel als heerser over duizend schepen in het land van Priamus oorlog zou voeren. Mij riep je toen bij je: 'Wat moet ik doen? Waar vind ik nog een uitweg?', om te vermijden dat jouw opperbevel ten eind was, en jij je naam besmeurde. Toen Calchas bij de plechtigheid jou zei jouw dochter aan Artemis te offeren, en dat de grieken dan konden gaan varen, beloofde je maar al te graag het offer van jouw kind. Uit eigen wil berichtte jij je vrouw - zeg niet dat men je daartoe dwong - dat zij jouw kind hierheen moest zenden. Als voorwendsel gaf jij: een huwelijk met Achilles. Vervolgens kwam je er op terug en schreef je een andere brief, wat ons niet is ontgaan. Jij wilt niet langer de moordenaar zijn van jouw dochter! Jazeker! Dit is dezelfde hemel die jou dit hoorde zeggen! Al duizenden ondervonden dit: zij spannen zich in voor zaken, vervolgens stappen zij jammerlijk terug op grond van een dom oordeel van burgers; soms ook terecht omdat ze zelf hun stad niet kunnen beschermen. Het meest heb ik te doen met het arme Griekenland. Het wilde iets groots verrichten; het laat een stel barbaren gaan waar niemand veel mee op heeft maar die nu om ons lachen, door jou en door jouw dochter! Aan het hoofd van een land of een leger zou ik nooit iemand zetten op basis van zijn moed; verstándig moet de veldheer zijn zoals een ieder die verstandig is een stad besturen kan.

Koor
Ik vind het vreselijk dat er onenigheid en strijd ontstaat, wanneer broers met elkaar in conflict komen.

Agamemnon
Ik wil je goed de waarheid zeggen, maar op een nette manier. Ik zal kort zijn, niet al te veel uit de hoogte, nee - discreet: je bent mijn broer. Een man van eer kent schroom. Zeg me, waarom bries je zo vreselijk en zijn je ogen bloeddoorlopen? Wie doet je onrecht? Waar kom je aan te kort? Je verlangt naar een eerbaar huwelijk? Dat kan ik je niet geven. dat wat je had, heb je slecht beheerd. Moet ík, die geen fout maakte, nu voor jouw fouten opdraaien? Is het mijn ambitie die je steekt? Een mooie vrouw in je armen, dat is wat jij wil! Berekening en waardigheid laat je varen. Slecht de man - slecht zijn genot. Als ik na rijp beraad een eerdere, verkeerde beslissing terugdraai, ben ik dan gek? Eerder jij, die een slechte vrouw verloor en haar nu weer terug wil halen. Het lot is jou juist goed gezind. De huwelijkskandidaten waren niet bij zinnen, toen zij de eed van Tyndareus zwoeren. De Hoop is, naar ik meen, een goddelijke macht en zíj heeft dit tot stand gebracht - niet jij of jouw overwicht. Verzamel hen en trek ten strijde. In hun krankzinnigheid zijn zij bereid. De goddelijke macht begrijpt dat wel: zij heeft begrip voor een eed die niet correct en onder dwang is gesloten. Mijn eigen kind zal ik niet doden, en jij zult niet door wraak op die sloerie van je tegen alle regels gelukkig zijn, waarbij ik dag en nacht in tranen wegkwijn, omdat ik mijn kind iets wetteloos en onrechtmatigs aandeed. Dat is het, kort, helder, eenvoudig. Al wil jij je verstand niet gebruiken, ik zal mijn zaken goed regelen.

Koor
Dit zijn heel andere woorden dan daarnet. Ze zijn goed: je moet je kinderen sparen.

Menelaus
Ach! Helaas! Ik merk dat ik geen vrienden heb.

Agamemnon
Toch, tenzij je ze wilt vernietigen.

Menelaus
Je denkt toch niet dat ik nog geloof dat jij mijn broer bent?

Agamemnon
Ik wil met jou in verstand delen, niet in gekte.

Menelaus
Naasten moeten leed samen delen.

Agamemnon
Moedig mij aan wanneer het om iets goeds gaat, niet als ik er leed van ondervind.

Menelaus
Je bent niet van plan je met Griekenland hiervoor in te zetten?

Agamemnon
Griekenland en jij zijn ziek; een god heeft dit veroorzaakt.

Menelaus
Wees maar trots op je scepter, al heb je je broer verraden. Ik vind wel een andere oplossing, bij andere vrienden.

Bode
Heer van alle Grieken, Agamemnon, ik kom u uw dochter brengen, die u de naam Iphegenia gaf in uw huis. Haar moeder vergezelt haar, uw Clytaemnestra, en kind Orestes, opdat u blij zou worden, wanneer u hen zag, u die lange tijd van huis weg bent, omdat u ... Maar omdat zij een lange weg hebben afgelegd, verfrissen zij bij een rijkelijk stromende bron hun vrouwelijke voeten, zij zelf en de paarden; wij lieten hen omlaag gaan naar het jonge groen van weiden, opdat zij voedsel zouden eten. Ik kom als bode ter wille van uw voorbereiding; want het leger is er van op de hoogte - want snel heeft het gerucht zich verspreid - dat uw dochter is aangekomen. Een hele menigte komt in draf om te kijken, om jouw dochter te zien; want de gelukkigen zijn bij alle mensen beroemd en rondom bekeken. En ze zeggen: Een huwelijk, of wat gebeurt er? Heeft heer Agamemnon uit verlangen naar zijn dochter zijn kind laten komen? Van anderen had je dit kunnen horen: ze wijden het meisje aan Artemis, heerseres van Aulis. Wie gaat er dan met haar trouwen? Maar vooruit, maak de mandjes voor deze plechtigheid klaar, zet een krans op je hoofd, en u, heer Menelaus, bereid het bruiloftslied voor en in alle huizen moet de fluit klinken en moet er gestamp van voeten zijn; want dit daglicht komt, deze dag is gelukzalig voor het meisje.

Agamemnon
Ik dank je. Ga nu maar naar binnen. Wanneer het lot zijn loop heeft komt de rest vanzelf goed. De bode vertrekt Wat een ellende! Wat moet ik zeggen? Waar zal ik beginnen? Wat ben ik verstrikt geraakt in de netten van het lot! Een god nam mij te pakken. Zijn truukjes zijn veel slimmer dan de mijne. Hoe nuttig is het om van lage komaf te zijn. Dan kun je gewoon huilen, en zeggen wat je denkt. Op dat gebied is iemand met een hoge status ongelukkig: onze waardigheid is de leidraad van ons leven; wij zijn de slaaf van de heffe. Ik schaam mij om te huilen.  Ik schaam mij helaas ook om níet te huilen nu ik in de grootste ellende verzeld ben geraakt. Dat zij zo, maar wat moet ik mijn echtgenote zeggen? Hoe zal ik haar verwelkomen? Hoe zal ik haar onder ogen komen? Mijn ellende was al groot; haar onaangekondigde komst brengt mij wel heel erg in problemen. Het is niet onredelijk dat zij met haar dochter meekwam om haar die haar het liefste is ten huwelijk te geven om vervolgens te ontdekken dat ik te laken ben. Wat heb ik medelijden met het arme meisje - wat meisje?! Zoals het er nu voor staat zal zij spoedig Hades' bruid zijn! Ze zal mij smeken en zeggen: 'Vader, zul je me doden? Jijzelf en wie jou nastaat mag van mij zo'n huwelijk sluiten!' Orestes zal erbij staan en al zal hij het begrijpen, hij zal onbegrijpelijk schreeuwen; hij is nog jong. Ach, Priamus' zoon Paris heeft mijn leven verwoest door een huwelijk met Helena te sluiten! Hij heeft dit veroorzaakt.

Koor
Ook ik heb medelijden, voorzover een vreemdelinge de ellende van koningen kan betreuren.

Menelaus
Broeder, laat me je rechterhand nemen.

Agamemnon
Goed. Je wint het helaas van mij.

Menelaus
Ik zweer bij Pelops, de vader van jouw en mijn vader, en bij onze vader Atreus: ik zal je duidelijk zeggen, echt, wat mij van het hart moet. Ik zal je niet misleiden, maar zeggen wat ik denk. Toen ik je zag huilen had ik met je te doen. Ook mijn gemoed schoot vol. Wat ik daarstraks gezegd heb, trek ik nu weer in. Je hebt mij niet te vrezen. Ik sta nu naast je. Ik adviseer je je kind niet te doden en mijn belang niet voor te laten gaan. Het is niet billijk dat jij treurt terwijl het mij goed gaat en dat jouw kinderen sterven, terwijl de mijne leven. Wat wil ik namelijk? Ik zou geen ander huwelijk kunnen kiezen, als ik wilde trouwen? Moet ik dan mijn broer diep ongelukkig maken - toch wel de laatste - en voor Helena kiezen, het goede voor het slechte ruilen? Ik was jong en onbezonnen, tot ik de zaak eens goed bekeek. Ik zag in wat het is om je kinderen te doden. Daarnaast kreeg ik medelijden met het ongelukkige meisje toen ik onze verwantschap besefte, dat zij zou worden geofferd omwille van mijn huwelijk. Wat heeft jouw kind met Helena te maken? Ontbind het leger en laat het vertrekken vanuit Aulis! Jij, broer, droog de tranen in je ogen, zet mij niet meer aan tot huilen. Als jij nog iets van doen hebt met de orakels over jouw dochter, ik wil er niets meer mee van doen hebben: je krijgt mijn deel. Na mijn boze woorden ben ik omgeslagen. Begrijpelijkerwijs. Broederliefde heeft mijn mening veranderd. Een goed man handelt zo: hij kiest steeds het beste.

Koor
Nobele woorden sprak u. U hebt Tantalus, de zoon van Zeus, rechtgedaan. U hebt uw voorouders niet beschaamd.

Agamemnon
Ik dank je, Menelaus, je gaf een goed advies tegen mijn verwachting. Jouw woorden zijn jou waardig. Ruzie tussen broers ontstaat door liefde en eigenbelang. Ik spuug op zo'n familieband. Niemand schiet daar iets mee op. Toch staan wij nu voor de bittere noodzaak mijn dochter bloedig om te brengen.

Menelaus
Wat? Wie zal jou dwingen jouw dochter te doden?

Agamemnon
De voltallige vergadering van het Griekse leger.

Menelaus
Niet als je haar weer naar Argos stuurt.

Agamemnon
Dit zou ik ongemerkt kunnen doen. Maar dat zou ik niet kunnen verbergen ...

Menelaus
Wat bedoel je? Wees toch niet zo bang voor de grote massa.

Agamemnon
Calchas zal het orakel vertellen van het Griekse leger.

Menelaus
Niet als hij tevoren sterft; en dat is niet zo moeilijk ...

Agamemnon
Al die zieners zijn zo verdomd ambitieus.

Menelaus
Aan hun aanwezigheid heb je niets.

Agamemnon
Ben je niet bang voor wat me te binnen schiet?

Menelaus
Hoe kan ik begrijpen wat jij niet zegt?

Agamemnon
De zoon van Sisyphus weet hier alles van!

Menelaus
Odysseus zal ons echt niet in de problemen brengen.

Agamemnon
Hij weet met elke situatie raad en staat aan de kant van de massa.

Menelaus
Hij wordt door ambitie geleid - een kwalijke zaak.

Agamemnon
Denk je niet dat hij zich onder de Grieken zal begeven en hun het orakel zal meedelen, dat Calchas heeft verwoord en dat hij zal vertellen hoe ik mijn belofte brak om een offer te brengen aan Artemis? Zal hij het leger niet meekrijgen? Zal hij de Grieken niet opdragen jou en mij te vermoorden, en mijn dochter te slachten? Ook als ik naar Argos vlucht zullen zelfs de Cyclopenmuren bij hun komst geen bescherming kunnen bieden - ze zullen het land verwoesten. Dat is wat ik doormaak. Ach wat een ellende. Ik weet bij god niet wat ik met de huidige situatie aanmoet. Pas voor één ding op, Menelaus, wanneer je je onder het leger begeeft, dat Clytaemnestra dit niet te weten komt, voordat ik mijn dochter aan Hades gegeven heb. Deze ellendige taak moet zo weinig mogelijk tranen kosten. U, vreemdelingen, denk erom dat u zwijgt.

04. Tweede koorlied; regel 4;543-589

Koor - strofe
Gelukkig wie liefde met mate beleeft. Geen lust in een teugelloos bed, wie windstille rust vindt van razende prikkels. Want Eros met zijn gouden lokken heeft twee pijlen op de boog van zijn genot. De één gericht op groot geluk, de ander op vernietiging. Die weer ik, mooie Aphrodite, uit mijn slaapkamer. Geef míj evenwichtige vreugde en reine verlangens. Laat mij delen in de liefde, maar haar overmaat vermijden.

antistrofe
Bont is de aard van mensen, bont ook hun gedrag, maar echte adel spreekt steeds voor zichzelf. De geest waarin een kind opgroeit draagt veel bij tot zijn vorming, want eerbied kan men leren, met de uitzonderlijke vreugde welbewust je plicht te zien. Dan schenkt erkentelijkheid een leven onvergankelijke roem. Het streven goed te zijn is groots, bij vrouwen door verborgen liefdespijn, en bij de mannen maakt de orde hun leven in ontelbaar vele vormen dat hun land groeit en gedijt.

nazang
Jij, Paris bent gekomen zoals men je had opgevoed, als koeherder bij Ida’s witte runderen, oosterse melodieën fluitend, blazend op je riet Olympus’ Phrygische hobo nabootsend. Vette koeien graasden daar waar jou de keus tussen godinnen wachtte die je bracht naar Hellas. Zo verscheen je voor een zetel, met ivoor versiert, en keek haar in de ogen: Helena. Begeerte wek je op, begeerte sleep je mee, waardoor nu strijd, hartstochtelijk strijd, Hellas met schepen, speren naar de vesting Troje voert.

05. Tweede akte; regel 5;590-750

Clytaemnestra, met Iphigenia en Orestes, verschijnen in een koets op het toneel.

Koor van Grieken - recitatief
Hoera, hoera. Groot is het geluk van de groten. Daar is mijn vorstin, prinses Iphigenia, met Clytaemnestra, Tyndareus’ dochter. Hoog is hun afkomst en groots hun bestemming. De machtigen, rijk en gezegend, zijn goden voor de arme sterveling.

Koor - recitatief
Dochters van Chalcis, blijf staan. Laat ons met zachte hand en vriendelijk hart de koningin zonder wankeling uit de koets op deze grond ontvangen. Het beroemdste kind van Agamemnon, dat zojuist bij ons is aangekomen, mag niet schrikken. Laat rumoer niet onze vrouwelijke gasten, die uit Argos zijn gekomen, in verwarring brengen.

Clytaemnestra
Uw prettige houding en woorden vat ik op als een gunstig voorteken. Ik verwacht dat ik de bruid naar een gelukkig huwelijk leid. Tegen de knechten Haalt de geschenken die ik voor mijn dochter meenam uit de wagen en brengt ze voorzichtig naar binnen. Jij, m'n kind, kom uit het rijtuig sierlijk en licht. U, jonge vrouwen, neemt haar in uw armen en draagt haar uit de wagen. Laat iemand ook mij even ondersteunen zodat ik zonder problemen van mijn zitplaats opsta. Gaan júllie maar even aan de voorkant van het span staan. De paarden zijn weerspannig, hun oog is schichtig. Hier is de zoon van Agamemnon, Orestes. Neemt hem aan - hij is nog jong. M'n kind, slaap je? Ben je door het ritme van de wagen in slaap gesust? Word wakker voor de bruiloft van je zusje waar ook jij blij om kunt zijn: je krijgt een zwager van dezelfde rang en status als jijzelf hebt: de goddelijke zoon van de Nereide. Kom hier bij mijn voeten zitten, kind. Iphegenia, kom dicht bij je moeder staan en maak me gelukkig, ten overstaan van deze vreemdelingen. En begroet jouw vader - daar komt hij aan.

Iphigenia
Moeder, wees niet boos. Ik ga vast naar vader toe en ga hem innig omhelzen.

Clytaemnestra
Agamemnon, meest geëerde vorst, hier zijn wij; wij hebben aan het verzoek gehoor gegeven.

Iphigenia
Ik wil je omhelzen vader, na lange tijd. Ik wil je aankijken. Wees niet boos.

Clytaemnestra
Maar kind - ga je gang. Je hield altijd al het meest van je vader van alle kinderen die wij hebben.

Iphigenia
Vader, na zo lang ben ik blij je te zien!

Agamemnon
En jouw vader jou! Wat je zegt geldt voor ons allebei.

Iphigenia
Hallo! Wat goed om me hierheen te halen, vader!

Agamemnon
Ik weet niet hoe ik dat moet bevestigen of ontkennen, kind.

Iphigenia
Hè, wat zie je er ongemakkelijk uit. Je bent toch blij me te zien?

Agamemnon
Een koning en veldheer heeft veel zorgen ...

Iphigenia
Houd je gedachten nu bij mij; laat je zorgen varen.

Agamemnon
Ik ben nu helemaal bij jou.

Iphigenia
Doe die frons dan weg en kijk mij eens vriendelijk aan.

Agamemnon
Kijk, ik ben zo blij als ik kan je te zien, kind.

Iphigenia
En toch moet je een traan wegpinken?

Agamemnon
Het aanstaand afscheid zal voor lange tijd zijn.

Iphigenia
Ik weet niet wat je bedoelt, ik weet het niet, allerliefste vader.

Agamemnon
Het is begrijpelijk wat je zegt. Daardoor voel ik mij nog ellendiger.

Iphigenia
Dan zal ik onzinnige dingen zeggen, als ik je daarmee een plezier doe.

Agamemnon
In zichzelfO, dit zwijgen houd ik niet vol. Tegen IphigeniaJe bent een lieve meid.

Iphigenia
Vader, blijf thuis bij je kinderen.

Agamemnon
Dat wil ik wel, maar ik heb niet te willen, en dat steekt me.

Iphigenia
Weg met die wapens en problemen van Menelaus!

Agamemnon
Wat mijn leven heeft verwoest, zal eerst anderen verwoesten ...

Iphigenia
Hoe lang ben je nu al niet hier in de baai van Aulis?

Agamemnon
En ook nu is er iets dat mij weerhoudt de vloot op weg te sturen.

Iphigenia
Waar ligt Phrygië, vader?

Agamemnon
Waar Priamus' zoon Paris nooit had mogen leven.

Iphigenia
Als je weggaat, ga je dan een lange reis maken?

Agamemnon
M'n kind, je bent in dezelfde situatie als je vader.

Iphigenia
Wat was het mooi geweest voor ons allebei als ik met jou mee kon varen.

Agamemnon
Ook jij zult varen. Je zult nog aan je vader denken ...

Iphigenia
Zal mijn moeder meevaren, of ga ik alleen?

Agamemnon
Alleen, zonder je vader en moeder.

Iphigenia
Je zorgt toch niet dat ik bij iemand anders in huis kom, vader?

Agamemnon
Hou op! Een meisje hoort dat niet te weten.

Iphigenia
Stel daar orde op zaken, vader, en kom snel terug uit Phrygië.

Agamemnon
Eerst moet ik hier een offer brengen ...

Iphigenia
We moeten bij dit offer in het oog houden wat ons te doen staat.

Agamemnon
Je zult het weten. Je zult dicht bij het water staan.

Iphigenia
Komen de koren dan rond het altaar te staan?

Agamemnon
Ik prijs jou meer dan mijzelf gelukkig, omdat je niets in de gaten hebt. Ga nu het huis binnen - gezien worden is voor meisjes onaangenaam - nadat je mij een kus en een hand hebt gegeven, jij die lange tijd ver weg van je vader zal wonen. Je borsten en wangen, je blonde haren, wat een last voor jullie werd de stad van de Phrygiërs en Helena. - Ik stop met praten; want snel komt er vocht in mijn ogen bij me op, nu ik je heb aangeraakt. Ga het huis in. Ik vraag je om excuus hiervoor, dochter van Leda, als ik al te erg jammerde, nu ik mijn dochter zal uithuwelijken aan Achilles. Want een dochter weggeven is gelukzalig, maar toch doet het de ouders pijn, wanneer een vader na hard gezwoegd te hebben zijn kinderen overgeeft aan een ander huis.

Clytaemnestra
Denk niet dat ik dat niet begrijp. Ik denk dat ik dit ook zelf zal ervaren als tijdens de plechtigheid het bruiloftslied klinkt. Ik zal je niets verwijten! Mettertijd went het wel. Ik ken de naam van de jongen aan wie je haar hebt beloofd -  Ik wil nu wel eens weten uit wat voor familie hij komt en waar hij geboren is.

Agamemnon
Asopus had een dochter: Aegina.

Clytaemnestra
Wie van de mensen of goden trouwde met haar?

Agamemnon
Zeus. Uit deze verbintenis werd Aeacus geboren, de koning van Oenone.

Clytaemnestra
Welke zoon volgde Aeacus op?

Agamemnon
Peleus. En Peleus trouwde met de dochter van Nereus.

Clytaemnestra
Met toestemming van de goden of niet?

Agamemnon
Zeus gaf daarvoor toestemming, en verbond hen.

Clytaemnestra
Waar trouwde hij met haar? In de golven van de zee?

Agamemnon
Waar Cheiron woont, in de heilige tempels van het Peliongebergte.

Clytaemnestra
Daar leven toch de Centauren?

Agamemnon
Daar vierden de goden de bruiloft van Peleus.

Clytaemnestra
Was het Thetis of zijn vader die de opvoeding van Achilles verzorgde?

Agamemnon
Chiron. Zo werd vermeden dat hij aan verkeerde mensen een voorbeeld nam.

Clytaemnestra
Het inzicht van zijn opvoeder is groot en van wie hém het kind gaf nog groter.

Agamemnon
dat is de man die jouw dochters echtgenoot wordt.

Clytaemnestra
Niets op aan te merken. Waar in Griekenland woont hij?

Agamemnon
Bij de Apidanusrivier, in Phthia.

Clytaemnestra
Neemt hij ons kind daar mee naar toe?

Agamemnon
Wie de hare wordt mag dat beslissen ...

Clytaemnestra
Als ze maar gelukkig zijn. Op welke dag vindt de bruiloft plaats?

Agamemnon
Bij volle maan - dat brengt geluk.

Clytaemnestra
Zijn de offerdieren voor het offer aan de godin voor de bruiloft van jouw dochter al geslacht?

Agamemnon
Het zal zo gebeuren; dat is wat ik nu moet doen.

Clytaemnestra
Het huwelijksfeest vindt daarna plaats?

Agamemnon
Ja. Eerst moet ik het offer brengen, dat ik de goden brengen moet.

Clytaemnestra
Waar geef ik het feestmaal voor de vrouwen?

Agamemnon
Daar bij de mooie schepen van de Grieken.

Clytaemnestra
Men moet van de nood een deugd maken. Als alles maar goed gaat.

Agamemnon
Maar weet je wat je moet doen? Luister.

Clytaemnestra
Zeg me wat je bedoelt en ik zal het doen, zoals altijd.

Agamemnon
Ik zal hier bij de bruidegom ...

Clytaemnestra
Wat? Ga jíj doen wat mijn taak als moeder is?

Agamemnon
... met behulp van de Grieken het huwelijk voltrekken.

Clytaemnestra
En waar ben ik dan wel op dat moment?

Agamemnon
Ga naar Argos en zorg voor je dochters.

Clytaemnestra
En mijn dochter hier achterlaten? Wie zal dan de fakkel dragen?

Agamemnon
Ik zal de traditionele vlam over het bruidspaar laten schijnen.

Clytaemnestra
Dat hoort niet, al denk jij daar licht over.

Agamemnon
Het is niet juist dat jij je in het legerkamp ophoudt.

Clytaemnestra
Maar wel dat ik als moeder mijn kind uithuwelijk.

Agamemnon
Ook dat jij je dochters thuis niet alleen laat.

Clytaemnestra
Hun kamers zijn veilig; zij lopen geen risico.

Agamemnon
Luister naar me!

Clytaemnestra
Bij de godin die heerst over Argos! Jouw taken liggen buitenshuis, binnenshuis die van mij! Clytaemnestra gaat naar binnen

Agamemnon
Ach, vergeefse moeite. De hoop is vervlogen mijn vrouw hier weg te krijgen. Ik probeer het slim te spelen, wie mij het liefst is probeer ik te misleiden maar ik schiet in alle opzichten tekort. Toch ga ik samen met de offerpriester Calchas onderzoeken wat de godin het liefste is tot mijn eigen ongeluk, en ellende voor Griekenland. Wie slim is heeft thuis een goede vrouw die achter hem staat - en anders geen.

06. Derde koorlied; regel 6;751-800

Koor - strofe
Bij Simoïs’ zilveren kolken zal het verzamelde leger van Hellas gewapend op schepen naar Ilion komen, naar Troje, Apollo’s domein, waar ik hoorde dat Cassandra het blonde haar schudt, met een frisgroene krans van laurierblad getooid, als orakelgeweld van de god haar bezielt.

antistrofe
Dan staan zij op de transen, rond de muur van Troje, de Trojanen, als de bronzen oorlogsgod uit zee Simoïs’ bedding roeiend nadert met zijn sterke stevens, om de zuster van Zeus’ goddelijke tweeling, Helena, met schild en lans van Grieken, zwoegend in de strijd, uit Priamus’ vesting naar Hellas te halen.

nazang
Hij zal Pergamus’ torens van steen omringen met bloedig geweld, hoofden en kelen afsnijden en Troje’s stad tot de grond toe verwoesten, haar bruiden en Priamus’ vrouw tot luide weeklachten brengen. Ook Helena, dochter van Zeus, zal weeklachten slaken omdat zij haar man in de steek liet. O, ik bid dat mij en de mijnen, mijn nageslacht nooit het vooruitzicht wacht van de schatrijke Lydische, Phrygische vrouwen, wanner zij elkaar aan het weefgetouw vragen: ‘O, wie zal mij nu aan mijn stevige vlechten huilend meesleuren, als bloem uit mijn dode vaderland plukken?’ dat alles om jou, het jong van de zwaan met zijn lange hals, als het waar is dat Leda die vogel een kind schonk, toen Zeus zijn gedaante aannam. Of brachten verhalen in bundels van dichters dit onder de mensen, zomaar, zonder zijn?

07. Derde akte; regel 7;801-1035

Achilles
Waar kan ik hier de Griekse opperbevelhebber vinden? Kan iemand van zijn dienaren hem even melden dat de zoon van Peleus, Achilles, hem zoekt? Hij moet niet denken dat het wachten hier aan de Euripos voor iedereen hetzelfde is. Sommigen van ons zitten namelijk niet door een huwelijk gebonden hier op het strand: zij hebben thuis niemand. Anderen hebben vrouw en kinderen. Griekenland wilde ineens zo vreselijk graag deze campagne ondernemen, dat de goden er wel achter moeten zitten. Mijn eigen belang moet ik verwoorden: ieder ander die dat wil zal voor zichzelf spreken. Ik verliet Pharsalos, mijn land, en Peleus en zit aan de Euripos te wachten. Er is nauwelijks wind. De Myrmidonen probeer ik rustig te houden. Zij dringen steeds weer bij mij aan, en zeggen: 'Achilles, waarom wachten we? Hoelang moeten we hier nog blijven voor we naar Troje gaan? Doe iets, als je kunt. Wacht anders niet op wat de Atriden zullen doen en laat het leger naar huis gaan'. 

Clytaemnestra
Zoon van de goddelijke Nereïde, ik ving uw woorden op en ben naar buiten gekomen.

Achilles
Machtige Schroom! Wie is die prachtige vrouw die ik hier zie?

Clytaemnestra
Het is niet verwonderlijk dat u mij niet kent. Wij hebben elkaar nooit ontmoet. Ik waardeer het dat zelfbeheersing bij u hoog aangeschreven staat.

Achilles
Wie bent u? Waarom bent u naar de vergadering der Grieken gekomen als vrouw tegenover mannen die met schilden zijn gepantserd?

Clytaemnestra
Ik ben de dochter van Leda, mijn naam is Clytaemnestra, mijn echtgenoot is koning Agamemnon.

Achilles
Kort en goed zei u wat ik weten wil; ik schroom echter om met een vrouw te praten.

Clytaemnestra
Blijf hier! Waarom tracht u te ontkomen? Geef mij uw hand, als begin van een gelukkig huwelijk.

Achilles
Wat zegt u? Mijn hand? Wat zal Agamemnon zeggen, als ik aanraak wat mij niet is toegestaan?

Clytaemnestra
Het is u zeker toegestaan; u zult immers met mijn dochter trouwen, zoon van de Nereïde, godin van de zee.

Achilles
  Over welk huwelijk hebt u het? Ik ben met stomheid geslagen, mevrouw. Is er iets met u? Wat u zegt is ongehoord!

Clytaemnestra
Dat zie je bij iedereen, dat men terughoudend is ten overstaan van de nieuwe familieleden, juist wanneer zij over het huwelijk beginnen.

Achilles
Ik heb nog nooit interesse in uw dochter getoond, mevrouw, en ook de Atriden spraken mij nooit over een huwelijk.

Clytaemnestra
Wat moet dit voorstellen? Verbaast ú zich over mijn woorden? Wat u zegt verbaast mij niet minder!

Achilles
Stelt u zich toch voor! Wij moeten ons hier beiden een voorstelling van maken. We moeten niet van elkaar denken, dat we de waarheid niet spreken.

Clytaemnestra
Wat denkt u dat mij overkomt? Ik zit achter een huwelijk aan waarvan geen sprake is, zo lijkt het. Daarvoor geneer ik mij.

Achilles
Wellicht heeft iemand met u en mij de spot gedreven. U moet zich daar niet druk om maken, trek het u niet aan.

Clytaemnestra
Ik groet u. Ik kan u niet meer recht in de ogen kijken, nu ik mijn geloofwaardigheid heb verloren, en heb ondervonden wat ik niet verdien.

Achilles
Van mijn kant geldt hetzelfde. Ik ga hier binnen uw echtgenoot zoeken.

Oude man
Vreemdeling, u die van Aiakos afstamt, wacht! U bedoel ik, godinnezoon, en u, dochter van Leda.

Achilles
Wie roept daar door de half open deur? Wat klinkt hij verschrikt.

Oude man
Ik ben een slaaf - niet dat ik mij daarop voorsta: dat staat mijn lot niet toe.

Achilles
Wiens slaaf? Niet die van mij. Wat van mij is en van Agamemnon is strikt gescheiden.

Oude man
Ik behoor toe aan deze vrouw. Haar vader Tyndareus gaf mij aan haar.

Achilles
Goed. Zeg me eerst maar eens waarom je me tegenhield.

Oude man
Jullie zijn hier toch wel alleen bij de poort?

Achilles
We zijn alleen; steek van wal, maar kom uit het verblijf van de koning.

Oude man
Lot en mijn voorzienigheid, redt hen die ik wil redden!

Achilles
Jij spreekt over later. Dat belooft niet veel goeds.

Clytaemnestra
Wees gerust en wacht niet langer als je me iets te zeggen hebt.

Oude man
U weet waarschijnlijk wel hoe toegewijd ik u en uw kinderen altijd ben geweest?

Clytaemnestra
Ik weet dat jij van oudsher een slaaf van mijn familie bent.

Oude man
En dat ik deel uitmaakte van uw bruidsschat die koning Agamemnon kreeg?

Clytaemnestra
Je kwam met mij naar Argos. Je behoorde mij altijd al toe.

Oude man
Zo is het. En ú ben ik toegewijd - uw echtgenoot minder.

Clytaemnestra
Onthul mij nu toch eens waar je het over hebt!

Oude man
Uw dochter ... Haar eigen vader is van plan haar eigenhandig om te brengen.

Clytaemnestra
Wat? Ik spuug op wat je zegt! Je bent niet goed wijs!

Oude man
Met zijn zwaard wil hij de blanke hals van het arme kind bloedrood kleuren.

Clytaemnestra
O! O! O! Is mijn echtgenoot nu gek geworden?

Oude man
Integendeel, hij is bij zinnen, voor zover het niet over u en uw dochter gaat.

Clytaemnestra
Wat zit daar achter? Welke kwade geest zet hem daartoe aan?

Oude man
Een orakel ... Als we Calchas moeten geloven: om het leger te laten vertrekken.

Clytaemnestra
Waarheen? Wat vind ik dit verschrikkelijk dat haar vader haar wil doden!

Oude man
Naar het paleis van Dardanus om Menelaus Helena terug te laten halen.

Clytaemnestra
De terugkeer van Helena is dus gekoppeld aan Iphegenia?

Oude man
U weet nu alles. Haar vader gaat haar aan Artemis offeren.

Clytaemnestra
Onder voorwendsel van een huwelijk ben ik hierheen gehaald?

Oude man
U moest met genoegen uw dochter aan Achilles uithuwelijken

Clytaemnestra
M'n dochter, dat jij en je moeder hierheen gekomen zijn wordt onze ondergang.

Oude man
Wat u beiden overkomt is beklagenswaardig. Verschrikkelijk waar Agamemnon het lef voor heeft!

Clytaemnestra
O, ik ga eraan kapot. Ik kan mijn tranen niet meer inhouden.

Oude man
Huilt u gerust. Het verlies van je kinderen is niet te verdragen.

Clytaemnestra
Jij, oude man, hoe kom jij aan die informatie?

Oude man
Ik moest u een tweede brief brengen.

Clytaemnestra
Om te verhinderen dat ik mijn dochter naar haar dood zou brengen, of om er juist op aan te dringen?

Oude man
Om haar niet te brengen. Uw echtgenoot was toen bij zinnen.

Clytaemnestra
Als je dan een brief voor me hebt, waarom geef je die dan niet aan mij?

Oude man
Menelaus nam hem mij af. Hij is de aanstichter van dit kwaad.

Clytaemnestra
Zoon van de Nereide en van Peleus, hoort u dit?

Achilles
Ik hoorde hoe ongelukkig u bent, maar mijn kant van de zaak onderschat ik ook niet.

Clytaemnestra
Het huwelijk met u was een list. Nu gaan ze mijn kind doden.

Achilles
Ook ik vind dat uw echtgenoot de fout is ingegaan. Ik zal het er niet zomaar bij laten zitten.

Clytaemnestra
Ik zal mij niet generen, u voor de voet te vallen. Ik ben een mens, u de zoon van een godin. Wat heb ik nog aan waardigheid? Er is toch zeker niets waarvoor ik mij meer moet inspannen dan voor mijn kind? Godinnezoon, help mij in mijn ellende en sta haar bij van wie men zei dat zij uw echtgenote was, ten onrechte - maar toch ... Ik tooide haar voor u en leidde haar naar haar huwelijk, maar nu begeleid ik haar naar de slachtbank. U zult te laken zijn als u haar niet beschermt. Al bent u niet aan haar gebonden door een huwelijk, toch was u althans in naam de liefhebbende echtgenoot van het ongelukkige meisje. Ik smeek u bij uw kin, uw rechterhand, uw moeder: uw naam heeft mij kapot gemaakt, terwijl u mij juist had moeten bijstaan. Geen altaar biedt mij nog bescherming, mij rest slechts uw knie. Er is niemand in mijn omgeving op wie ik terug kan vallen. U hebt de drieste en onbeschaamde bedoelingen van Agamemnon gehoord. Zoals u ziet ben ik hier in een kamp van zeelui zonder leiding, die tot alles in staat zijn, en slechts luisteren als zíj dat willen. Ons behoud hangt ervan af of u de moed hebt ons onder uw hoede te nemen, of niet.

Koor
Iets vreemds is toch het moederschap, het heeft iets zeer mystieks. Want alle vrouwen zijn bereid te vechten voor hun kind.

Achilles
Mijn hoogmoedige hart verheft zich nog verder; ik weet met mate boos te zijn om kwade dingen en ook met mate blij te zijn met voorspoed. Want dergelijke mensen zijn tot de conclusie gekomen het leven op de juiste wijze door te leven met verstand. Dat je op de juiste manier leeft, wanneer je je verstand gebruikt. Er is een tijd waarop het aangenaam is niet te veel te denken, maar ook een tijd dat het goed is een verstandige mening te hebben. Ik, opgevoed in het huis van een zeer plichtsgetrouw man, Chiron, heb geleerd eerlijk gedrag te hebben. Wij zullen dan ook de zonen van Atreus, als zij goed heersen, gehoorzamen, maar wanneer zij dat niet doen, zal ik niet gehoorzamen. Maar ik zal hier en in Troje mijn vrije natuurlijke aanleg laten zien en Ares waar het mij betreft eren met mijn speer. U, die door uw naasten schandelijk bent behandeld, kunt op mijn medeleven rekenen, ik zal uw zorgen wegnemen, voorzover iemand van mijn leeftijd daartoe in staat is. Nooit zal uw dochter, die mijn vrouw zou worden, door haar vader worden afgeslacht. Ik laat mijzelf niet gebruiken voor het bedrog dat uw man beraamt. Ook al zou ik het zwaard niet heffen, in naam zou ik toch de moordenaar zijn van uw kind. Aan uw echtgenoot is het te wijten - maar ook ik draag de schuld als door míj en door een huwelijk met mij het meisje om zal komen. Wat zij al een leed moest verdragen is onacceptabel; zij is buitengewoon onwaardig behandeld. Ik zou dan ook de lafste Griek zijn, niets zou ik zijn - Menelaus daarentegen zou  hoog in aanzien staan - ik zou geen zoon van Peleus zijn, maar van een kwade geest, als uw man mijn naam gebruikt om tot moord over te gaan. Bij Nereus, zoon van de golven van de zee, de vader van Thetis, mijn moeder, koning Agamemnon zal uw dochter niet aanraken! Of Sipulos, dat ver van de beschaafde wereld ligt, het plaatsje waaruit de legerleiding oorspronkelijk komt, zal een stád zijn, en de naam van Phtia zal nergens meer vallen. Calchas de ziener zal het offer beginnen met bittere gerst en water - maar wat is een ziener meer dan iemand die weinig waarheden en vele leugens spreekt als hij geluk heeft; zit hij er naast - dan is hij nergens. Ik zeg dit niet vanwege het huwelijk - meisjes genoeg die mijn bed willen delen - nee - koning Agamemnon is wat mij betreft te ver gegaan. Hij had mij moeten vragen of hij met mijn naam zijn dochter hierheen mocht lokken. Clytaemnestra stemde met het huwelijk van haar dochter in juist omdat ík haar echtgenoot zou worden. De Gríeken had ik daar wel toestemming voor gegeven als dat het was waardoor de tocht naar Troje gefnuikt werd. Ik zou mijn medestrijders niet weigeren het gemeenschappelijk belang te dienen. Maar nu ben ik een nul en de legerleiders kunnen mij behandelen zoals ze willen. Mijn zwaard zal weten waarvoor het gemaakt is. Nog voor we in Troje zijn zal ik er vlekken op maken, want er zal bloed vloeien als iemand mij uw dochter zal afnemen. Weest u gerust; u ziet in mij een machtige god; ik ben het niet maar zal het niettemin worden.

Koor
Zoon van Peleus, wat u zei deed recht aan uzelf en aan de grote godin van de zee.

Clytaemnestra
Ach! Hoe kan ik u in een paar woorden prijzen zonder te weinig te zeggen en uw welwillendheid te verspelen? Mensen van uw positie hebben op een of andere manier een hekel aan wie hen te overdadig prijst. Verder schroom ik te klagen over de ellende waar alleen ik door lijd; u wordt er niet door geraakt. Toch - het is een goede zaak dat een respectabel man mensen uit de problemen helpt ook als hij een buitenstaander is. Trekt u zich mijn lot aan: dat heb ik wel verdiend. Aanvankelijk veronderstelde ik dat u mijn schoonzoon werd. Het bleek een loze verwachting. De dood van mijn kind zou toch zeker een kwalijk teken zijn, mocht u ooit nog trouwen. U moet dat niet vergeten. Het was juist wat u zei, van begin tot eind: als u het wilt, is mijn kind gered. Moet zij als een smekeling uw knie omarmen? Voor een meisje is dat ongepast. Maar als het moet, dan komt ze bij u, beschroomd, maar met open ogen. Maar als u zonder meer akkoord gaat, moet zij thuis blijven. Ze is nogal gereserveerd. Toch - schroom moet men hebben, althans zolang dat mogelijk is.

Achilles
Jij moet jouw dochter niet onder mijn ogen brengen, en wij moeten ook niet in dom verwijt terechtkomen, vrouw; want een dicht op elkaar gedrongen leger, vrij zijnde van de dingen thuis, houdt van lastige en kwaadsprekende roddels. In elk geval zullen jullie hetzelfde bereiken als jullie twee mij smeken en als jullie niet smeken; want voor mij is één inspanning de belangrijkste: jullie te bevrijden van de ellende. Want hoor en weet dit ene, dat ik niet leugenachtig zal spreken; als ik leugens zeg en zomaar scheld, moge ik dan sterven; moge ik niet sterven, als ik het meisje red.

Clytaemnestra
Het ga u goed voor eeuwig vanwege uw hulp aan mensen in nood.

Achilles
Luistert u nu, om te zorgen dat alles goed gaat.

Clytaemnestra
Hoe bedoelt u dat? Ik moet wel naar u luisteren.

Achilles
Laten we nog eens proberen haar vader tot betere gedachten te brengen.

Clytaemnestra
Hij is een lafaard. Hij is veel te bang voor het leger.

Achilles
Maar woorden kunnen woorden omverwerpen.

Clytaemnestra
Vergeefse hoop; maar zeg me wat ik moet doen.

Achilles
Smeek hem eerst om uw kind niet te doden. Als hij weerstand biedt, moet u naar mij komen; geeft hij gehoor aan uw verzoek, dan is mijn hulp niet nodig, want daarin ligt dan uw behoud, en ik zal een beter figuur slaan tegenover mijn naaste. Ook het leger zou mij niets kunnen verwijten als ik meer met berekening dan kracht de situatie aanpak. Als dit alles goed afloopt, dan gebeurt dit tot genoegen van uzelf en uw familie, ook als ik daar geen deel aan heb.

Clytaemnestra
Uw woorden zijn verstandig; dit is wat ik moet doen. Maar als het niet verloopt zoals ik wil, waar tref ik u dan weer? Waar moet ik met mijn ellende naar toe om uw hand te vinden, die mij daartegen beschermt?

Achilles
Ik zal over u waken waar dat nodig is. Ik zorg dat niemand u angstig door de Griekse troepen ziet gaan. Heb eerbied voor uw vaders huis. Tyndareus heeft een grote naam onder de Grieken; die moet niet in diskrediet worden gebracht.

Clytaemnestra
U heeft gelijk. Zegt u het maar. Ik moet mij onderdanig opstellen. Als er goden bestaan dan zal het een rechtschapen man als u zeker goed gaan. Zo niet, waar spannen wij ons dan voor in?

08. Vierde koorlied; regel 8;1036-1097

Koor - strofe
Welk bruiloftslied hieven zij toch bij de Libyïsche fluit, de dansende citer en klanken van herdersriet aan, toen bij het godenfestijn, hoog op de Pelion, de prachtige Muzen, hun gouden sandalen op de aarde stampend, naar Peleus’ huwelijk kwamen? In Melodieuze gezangen roemden zij op de Centaurentoppen en diep in Pelion’s bossen Thetis en Aeacus’ zoon. De Trojaanse prins die Zeus als lieveling koestert in bed, schepte uit mengvaten drank in gouden bokalen, Dardanus’ zoon Ganymedes. Aan het stralend wit blinkende strand draaiden de vijftig dochters van Nereus hun kringen, kringen in de huwelijksdans.

antistrofe
Met sparrentakken en kransen van groen kwam de paardenstoet van Centauren omhoog voor het godenfestijn en het wijnvat van Dionysus. Luid schreeuwden zij: ‘Dochter van Nereus, een zoon, een groot licht voor Thessalië, zult u eens baren, sprak Chiron, profeet die orakels kent. Hij zal met lansen en schilden van Myrmidoonse soldaten in Priamus roemrijke land de aarde komen verschroeien, gehuld in een rusting van goud, door Hephaistus gesmeed, een geschenk van zijn moeder, van Thetis, godin die hem baarde.’ Toen hebben de goden het huwelijk van de edele prins van de zee, de bruiloft van Peleus gezegend.

nazang
Maar op jouw hoofd met het prachtige haar zetten de Grieken een krans, als bij een bontgevlekt kalf, ongerept uit de berggrot meegekomen, de hals van een mens besmeurd met bloed, van een jong dat niet bij de rietfluit opgroeide, bij koeherderskreten, maar thuis bij haar moeder als bruid voor de adel van Argos. Waar heeft schaamte of goedheid nog kracht, wanneer het misdadige heerst, de mens alle normen de rug toekeert, wetteloosheid het wint van de wet, en geen sterveling zich inspant de goddelijke woede te ontkomen.

09. Vierde akte, 1e scene; regel 9;1098-1337

Clytaemnestra
Ik ben naar buiten gekomen omdat ik uitzie naar mijn man. Hij is al geruime tijd hier weg. Mijn arme kind is in tranen, zij klaagt in alle toonaarden sinds zij heeft gehoord dat haar vader overweegt haar ter dood te brengen. Maar kijk, ik maak nog geen melding van Agamemnon of hij komt er al aan. Hij zal spoedig betrapt worden op de goddeloze daad tegen zijn eigen kind.

Agamemnon
Dochter van Leda, het komt goed uit dat ik je buiten tref. Ik wil je zonder dat onze dochter erbij is spreken. Het is beter dat zij dat als aanstaande bruid niet hoort.

Clytaemnestra
Waarvoor is het nu voor jou het goede moment?

Agamemnon
Laat je dochter naar buiten komen en met haar vader meegaan. Het water staat klaar en ook gerst, om in het reinigende vuur te werpen en de vaarzen die voor het huwelijk voor Artemis moeten vallen; zwart bloed zullen zij opgeven.

Clytaemnestra
Mooie woorden zijn dat! Maar wat je doet ... Ik weet niet hoe ik daar de juiste woorden voor moet vinden. Dochter, kom naar buiten. Je bent volledig op de hoogte van de plannen van je vader. M'n kind, pak je broertje Orestes, en draag hem in je jurk. Kijk, daar is ze; ze luistert naar je. Maar voor de rest voer ik het woord, voor haar en voor mezelf.

Agamemnon
Kind, waarom huil je? Waar is je vrolijke uitstraling? Waarom sla je je ogen neer en vanwaar die sluier?

Clytaemnestra
Ach! Waar moet ik het verhaal van mijn ellende beginnen? Alles is even geschikt; aan het begin, aan het eind, in het midden, overal.

Agamemnon
Wat is er aan de hand? Het vergaat jullie beiden hetzelfde: jullie zijn in verwarring, jullie ogen zijn onrustig.

Clytaemnestra
Geef oprecht antwoord op wat ik je vraag.

Agamemnon
Je hoeft mij niet te bevelen. Ik ben bereid op je vragen te antwoorden.

Clytaemnestra
Ben jij van plan ons kind te doden?

Agamemnon
Zo, jij durft! Je haalt je dingen in je hoofd! Dat moet je niet doen.

Clytaemnestra
Hou je gemak! Geef eerst maar eens antwoord op mijn vraag.

Agamemnon
Als jij mij een redelijke vraag stelt, krijg je een redelijk antwoord.

Clytaemnestra
Ik stel geen andere vraag en jij moet mij niets anders zeggen.

Agamemnon
Machtig Noodlot - o, mijn god!

Clytaemnestra
En de mijne, en die van haar: één godheid maakt drie mensen ongelukkig.

Agamemnon
Wat is er jou dan aangedaan?

Clytaemnestra
Dat wil je van mij horen? Zie hier een geest die zelf geen verstand heeft!

Agamemnon
Ik ben er geweest; het is uit met mijn geheim.

Clytaemnestra
Ik weet alles; ik heb gehoord wat jij me aan wilt doen. Het feit alleen al dat jij geen antwoord geeft en de ene zucht na de andere slaakt zegt mij genoeg. bespaar me je woorden.

Agamemnon
Goed, ik houd mijn mond. Waarom moet ik door schaamteloze leugens mijn ellende nog vergroten?

Clytaemnestra
Luister dan nu naar me. Mijn woorden zullen onverhuld zijn, niet meer vaag en raadselachtig. Ten eerste - dat verwijt wil ik je als eerste maken - trouwde je met me tegen mijn wil; je nam mij met geweld: je doodde mijn vorige man Tantalus, je rukte ruw de baby van mijn borst en smeet hem nog levend te pletter op de grond. Mijn broers Castor en Polydeuces, de zoons van Zeus, vielen jou vervolgens aan op hun glanzende paarden. Mijn vader, de oude Tundareus, bood jou bescherming aan: je was zijn smekeling. Zo won je mij weer terug. Ik verzoende me met jou en met je familie, en je zult moeten toegeven dat ik een vrouw was waar niets op aan te merken viel. Ik beheerste me in de liefde, deed alles om jouw huis in aanzien te doen stijgen. Of je nu thuiskwam of wegging, je was een gelukkig man. Slechts zelden weet een man zo'n vrouw te strikken. het tegendeel is veel vaker het geval. Naast drie dochters kreeg jij bij mij ook nog deze zoon hier, en nu besta jij het om er eentje van mij af te nemen. Als iemand je zal vragen waarom je haar wilt doden, zeg me, wat zul je antwoorden? Moet ik soms het antwoord geven? Om te zorgen dat Menelaus Helena terug krijgt! Mooi is dat, om met je kinderen de prijs te betalen voor die sloerie. Het meest gehate kopen wij met wat ons het liefste is! Als je naar de oorlog gaat en mij thuis achterlaat en als je daar dan lange tijd van ons vandaan zult zijn, hoe denk je dan dat ik mij thuis zal voelen, wanneer ik al haar stoelen en haar kamer leeg zal aantreffen? Wanneer ik daar alleen zit met mijn tranen en aan een stuk door om haar rouw: 'M'n kind, jouw vader heeft jou omgebracht; het was je eígen vader, die jou heeft verwekt, in eigen persoon, hij deed het eigenhandig, en de familie moet de prijs betalen ...'. Er is maar weinig voor nodig om te zorgen dat ik en de dochters die je hebt overgelaten jou de ontvangst geven die je verdient. Mijn god, dwing me alsjeblieft niet jou iets aan te doen, en doe zelf anderen ook niets aan. En? Je gaat je kind offeren? Hoe zul jij je tot de goden richten? Wat heb je van hen nog voor goeds te verwachten wanneer je je kind slacht? Een desastreuze terugkeer, nu je vol schande vertrekt? Is het soms billijk dat ik om iets goeds vraag voor jou? We moeten dan wel denken dat de goden niets begrijpen, als we moordenaars welgezind zijn. Val jij je kinderen weer om de hals wanneer je terugkeert in Argos? Daar heb jij het recht niet toe! Wie van je kinderen zul je trouwens nog aan durven kijken, wanneer je hen naar je toe laat komen om er vervolgens een te doden? Heb je daar al aan gedacht, of heb je slechts oog voor het behoud van je scepter en het opperbevel? Je had er goed aan gedaan tot de Grieken te zeggen: 'Jullie willen naar Phrygië varen? Loot er maar om wiens kind er moet sterven': dat was eerlijk geweest - niet dat jij jouw kind als slachtoffer uitkoos en aan de Grieken beschikbaar stelde. Menelaus had Hermione moeten doden voor haar moeder. Het gaat toch zeker om hem? Nu zal ik, die jou trouw blijf, mijn kind kwijtraken, terwijl zij, die zich bezondigt, bij haar terugkeer in Sparta voor haar dochter zal zorgen en gelukkig zal zijn. Reageer hierop, als je vindt dat er iets niet klopt. Maar als dit zo is, bedenk je dan en dood ons kind niet. Dan zul je verstandig zijn.

Koor
Luister naar haar, Agamemnon. Het siert u uw kind ook te redden. Geen mens die dat tegen zal spreken.

Iphigenia
Als ik de gave van het woord van Orpheus had, vader, om betoverend zingend te overtuigen, zodat daardoor rotsen mij volgen, en met mijn woorden hen te betoveren, die ik wilde, dan zou ik daar mijn toevlucht tot genomen hebben; maar nu, wat van mijn kant slim is, zal ik tranen geven; want dat kan ik denk ik wel. Als een smekelinge klem ik mijn lichaam vast aan jouw knieën, mijn lichaam, dat deze vrouw hier jou heeft gebaard, opdat je mij niet te vroeg doodt; want het is fijn om het (dag)licht te zien; dwing me niet de dingen onder de aarde te zien. Als eerste noemde ik jou vader en jij mij kind; als eerste gaf ik mijn lichaam aan jouw knieën en gaf en kreeg ik lieve kusjes. Jouw woord was toen dit: "Ach, zal ik jou, mijn kind, gelukkig zien in het huis van een man, levend en bloeiend op een manier, mij waardig?" En mijn woord was dan weer dit, terwijl ik hing om jouw kin, die ik nu vast houd met mijn hand: "En hoe zal ik jou zien? Zal ik jou dan als oude man opnemen in de lieve ontvangst van mijn huis, vader, en jou voor je inspanningen het verzorgend grootbrengen terugbetalen?" Ik heb van die woorden de herinnering, maar jij bent ze vergeten en wil mij doden. Nee, smeek ik je bij Pelops en bij je vader Atreus en deze moeder, die mij eerst met pijn baarde en nu deze tweede hevige pijn krijgt. Wat heb ik te maken met het huwelijk van Alexandros en Helena? Waarom kwam hij tot mijn ondergang, vader? Kijk naar ons, geef je blik en een zoen, opdat ik in ieder geval dat als ik gestorven ben heb als herinnering aan jou, als je niet overtuigd wordt door mijn woorden. Broertje, al kun je maar weinig doen om mij te helpen, huil desondanks met me mee, en smeek je vader je zusje niet te doden. Ook kinderen merken het wanneer er iets niet in de haak is. Kijk vader, hij smeekt het u zonder iets te zeggen. Heb oog voor mijn situatie en wees mijn leven welgezind. Ja, twee van je kinderen smeken je bij je kin, hij nog piepjong, ik al wat ouder. Als ik dit alles samenvat, dan luidt het sterkste argument: het licht hier te aanschouwen is het fijnste voor een mens; beneden is er niets meer. Wie vraagt om te sterven is niet bij zinnen. Een ellendig leven is beter dan een mooie dood.

Koor
Helena, o Helena, door u en door uw huwelijk zijn de Atriden met hun kinderen in felle strijd.

Agamemnon
Ik weet heel goed wat te betreuren is en wat niet. Ik houd van mijn kinderen. Ik zou wel gek zijn als dat niet zo was. Ik vind het vreselijk om dit op mij te nemen, vrouw, maar ook om het niet te doen. Ik moet het wel doen. Jullie zien hoe groot de zeemacht is - hoeveel helden zijn er niet in het Griekse leger met hun harnassen van brons? Zij kunnen niet op weg naar de torens van Troje, als ik jou niet ten offer breng - zoals de ziener Calchas zegt. Zij zullen dan niet in staat zijn om het beroemde Troje tot de bodem te verwoesten. Een hevige begeerte raast er door het Griekse kamp om zo snel mogelijk naar die barbaren toe te varen en een eind te maken aan de roof van Griekse echtgenotes. Zij zullen mijn dochters in Argos doden en jullie en mij, als ik aan het orakel van de godin geen gehoor geef. Ik ben geen slaaf van Menelaus, kind; het is niet zíjn wil waaraan ik gehoorzaam. Nee - het is Griekenland waarvoor ik of ik nu wil of niet, jou moet offeren. Daar kunnen wij niet tegenop. Griekenland moet vrij zijn, kind, dat hangt van jou en mij af; er moet geen Griek meer zijn die door een buitenlandse aanval zijn echtgenote kwijtraakt. Agamemnon gaat weg

Clytaemnestra - zang
O kind! O vrouwen uit den vreemde! O! Jouw dood kan ik niet verdragen. Jouw vader laat je staan en stuurt je naar de Hades.

Iphigenia - zang
O moeder, deze klacht geldt voor jou en mij; ons trof hetzelfde lot. Geen licht meer voor mij, geen zonnestralen. O, dat besneeuwde Trojaanse ravijn in het Idagebergte, waarin koning Priamus eens een tere baby wegwierp, ver van de moeder vandaan, voor een dodelijk lot: Paris, die Ida’s zoon heette, Ida’s zoon heette in Troje. Ach, had het maar nooit de jongen bij koeien geherbergd, als koeherder opgroeiend, hoog, bij het heldere water, waar bronnen van nimfen zijn, bloeiende weiden, groen en vol bloemen, vol rozen en hyacinten, geplukt door godinnen. Want eens kwam Pallas Athena en de listige liefdesgodin, en Hera en Hermes, Zeus’ bode, - de een, Aphrodite, pronkte met liefdesverlangen, de ander, Athene, met wapengeweld, en Hera, Zeus’ vrouw, met het koninklijke bed van haar heer – voor een oordeel, afschuwelijk, een wedstrijd in schoonheid die míj de dood, en Griekenland roem brengt, vrouwen.

Koor - zang
Artemis kreeg u als offer voor Troje.

Iphigenia - zang
En hij die mijn vader was, ach, O, moeder, O, moeder, gaat weg en laat mij alleen. O bittere, bittere dag waarop ik de ellendige Helena zag, ongelukkig wordt ik nu vermoord, omgebracht, door een misdadige vader, misdadig geslacht. O, had Aulis maar nooit de bronzen stevens van schepen hier in zijn baaien ontvangen. Sparrenhout dat hen naar Troje leidt. Had Zeus in de zeestraat maar nooit tegen hun koers in geblazen, hij die de wind voor iedereen anders laat draaien, tot vreugde om het zeil, verdriet voor de één, voor de ander nood: reven, zee kiezen of tijd verliezen. O, zwaar moet het mensdom, zwaar moet een sterveling lijden. Een mens is bestemd om onheil te vinden. Groot is het leed, groot is het verdriet dat Helena Hellas bezorgt.

Koor
Ik heb met jou te doen om wat jou overkwam; een lot als dit had jou nooit mogen overkomen.

10. Vierde akte, 2e scene; regel 10;1338-1531

Iphigenia
Moeder, daar komt een groep mannen aan.

Clytaemnestra
En Achilles, de godinnezoon, voor wie jij hierheen kwam.

Iphigenia
Dienaren, doe open, ik wil mij verbergen.

Clytaemnestra
Waarom vlucht je, kind?

Iphigenia
Ik wil Achilles hier maar liever niet zien.

Clytaemnestra
Wat is er dan?

Iphigenia
Dat ellendige huwelijk ... ik schaam me zo.

Clytaemnestra
In de huidige situatie heb je geen keus. Blijf hier; verlegenheid is niet aan de orde, als wij in staat zijn ...

Achilles
Ongelukkige vrouw, dochter van Leda ...

Clytaemnestra
Het is waar wat u zegt.

Achilles
Vreselijk klinkt het geschreeuw onder de Grieken ...

Clytaemnestra
Wat voor geschreeuw? Licht me in.

Achilles
... over uw dochter ...

Clytaemnestra
Uw woorden beloven niet veel goeds.

Achilles
... dat zij moet worden geslacht!

Clytaemnestra
Zegt iedereen dat?

Achilles
Ook zelf liep ik gevaar ...

Clytaemnestra
Waarvoor?

Achilles
... te worden gestenigd!

Clytaemnestra
Toch niet omdat u mijn dochter wilt redden?

Achilles
Jawel, dat is de reden.

Clytaemnestra
Wie zou er de moed hebben een vinger naar u uit te steken?

Achilles
Alle Grieken!

Clytaemnestra
Stond het Myrmidonenleger niet aan uw kant? 

Achilles
Dat was het eerste om zich tegen mij vijandig op te stellen.

Clytaemnestra
Dan is het met ons gedaan, kind.

Achilles
Slaaf van het huwelijk noemden ze me.

Clytaemnestra
Wat was uw antwoord?

Achilles
Dat zij het meisje dat mijn vrouw zou worden niet moesten doden.

Clytaemnestra
Zeker.

Achilles
Dat haar vader haar aan mij had toegezegd ...

Clytaemnestra
... en uit Argos had laten komen.

Achilles
Maar hun geschreeuw overstemde mij.

Clytaemnestra
De massa is te duchten.

Achilles
Toch zal ik u helpen ...

Clytaemnestra
... en in uw eentje strijden tegen vele tegenstanders?

Achilles
Kijk, mijn wapens worden al gebracht.

Clytaemnestra
Moge uw moed beloond worden.

Achilles
Daar ben ik zeker van.

Clytaemnestra
Mijn kind zal dus niet meer ter dood gebracht worden?

Achilles
Nee, wat mij betreft niet.

Clytaemnestra
Zal men mijn dochter komen grijpen?

Achilles
Bij duizenden, en als eerste Odusseus.

Clytaemnestra
De zoon van Sisyphus?

Achilles
Ja, hij.

Clytaemnestra
Uit eigen beweging, of in opdracht van het leger?

Achilles
Naar eigen keuze.

Clytaemnestra
Een slechte keus, om een moord te begaan.

Achilles
Ik zal hem tegenhouden.

Clytaemnestra
Zal hij haar meesleuren, ook als zij niet wil?

Achilles
Ongetwijfeld, aan haar blonde haar.

Clytaemnestra
En wat moet ik dan doen?

Achilles
Houd uw dochter vast.

Clytaemnestra
Als het daarvan afhangt, zal zij niet gedood worden.

Achilles
Toch zal hij daartoe komen, ben ik bang.

Iphigenia
Zich tot beiden richtend Moeder, luister naar mijn woorden; want ik zie, dat jij tevergeefs boos wordt op je man; het is niet gemakkelijk voor ons het onmogelijke vol te houden. Het is dus wel rechtvaardig de vreemdeling te prijzen voor zijn bereidwilligheid; maar jij moet ook dat zien, dat hij niet de vijand wordt van het leger, en wij niets méér bereiken, maar deze man in ongeluk terecht komt. Luister wat bij mij opkwam, moeder, toen ik nadacht: door mij is besloten te sterven; juist dat wil ik eervol doen, en wat bij iemand van lage afkomst hoort opzij zetten. Kijk samen met mij hierheen, moeder, hoe goed ik spreek: Naar mij kijkt nu heel het grootste Griekenland, en van mij hangen af de oversteek van de schepen en de vernietiging van de Phrygiërs, en het niet meer toestaan, dat, als de barbaren iets ondernemen, deze de toekomstige vrouwen roven uit het welvarend Griekenland, nadat ze geboet hebben voor de ondergang van Helena, die Paris ontvoerde. Dat alles zal ik, als ik gestorven ben = door mijn dood beschermen, en mijn roem, dat ik Griekenland heb bevrijd, zal buitengewoon worden. Want het is echt niet nodig, dat ik te zeer aan het leven gehecht ben; want jij baarde mij als een gemeenschappelijk bezit voor alle Grieken, niet voor jou alleen. Maar zullen talloze mannen, beschut door schilden, en talloze mannen, roeiriemen vasthoudend, omdat het vaderland onrecht is aangedaan, zullen diehet wagen iets te ondernemen tegen de vijanden en voor Griekenland te sterven, en mijn leven, dat er maar één is, zal dit alles tegenhouden? Wat is daar het rechtvaardige van? Zou ik een woord kunnen tegenspreken? En laten we ook naar het volgende punt gaan: deze man hier moet niet slaags raken met alle Grieken wegens een vrouw en moet niet sterven. Eén man is beter dan talloze vrouwen om het licht te zien. Het is beter dat één man in leven blijft. Als Artemis vast besloten is mijn lichaam te nemen, zal ík me dan verzetten, terwijl ik sterfelijk ben, tegen een godin? Nee, dat is onmogelijk; ik geef mijn lichaam aan Griekenland. Zich tot alle Grieken richtendBreng het offer, vernietig Troje. Want dat zijn gedenktekens van / voor mij voor lange tijd, en dat zijn mijn kinderen en huwelijk en mijn roem. Het is logisch, dat Grieken heersen over barbaren, maar niet dat barbaren, moeder, heersen over Grieken; want het één is slaaf, de anderen zijn vrij.

Koor
Wat edelmoedig van je, kind. Het lot is ziek, de godheid ook.

Achilles
Kind van Agamemnon, een god zou mij gelukkig maken, mocht ik met je trouwen. Om jou ben ik jaloers op Griekenland, om Griekenland op jou. Want wat je zei was goed en siert je vaderland. De strijd tegen de godheid heb je opgegeven; die is je te machtig. Je hebt daarbij afgewogen wat goed en wat noodzakelijk is. Maar mijn verlangen om met je te trouwen wordt alleen maar groter als ik naar jouw karakter kijk. Je bent zo nobel van aard. Denk erover na; want ik wil goed voor je zijn en je mee naar mijn huis nemen. En ik zal het betreuren - Thetis moet dat weten - als ik niet met de Grieken zal vechten en je niet zal kunnen redden. Bedenk: de dood is te duchten.

Iphigenia
Ik zeg dit zonder iemand te ontzien. Het is voldoende dat Helena's persoon de mannen dodelijke strijd bezorgt. U, vreemdeling, moet niet om mij sterven, niet iemand anders doden. Laat míj voor het behoud van Griekenland zorgen, als ik daartoe in staat ben.

Achilles
Je besluitvaardigheid is enorm. Ik heb niets meer te zeggen nu je dat besloten hebt. Het zijn hoogstaande overwegingen. Waarom zou iemand de waarheid niet zeggen? Toch, mocht je nog van mening veranderen, weet wat ik heb gezegd: deze wapens ga ik bij het altaar leggen, niet om je te laten sterven, maar om dit te verhinderen. Mijn woorden komen je misschien nog van pas, wanneer je het zwaard op je keel af ziet komen. Ik zal dan niet toestaan, dat jij door jouw onnadenkendheid sterft. Met deze wapens ga ik naar de tempel van de godin, en zal daar wachten op jouw komst. Achilles vertrekt

Iphigenia
Moeder, wat ben je stil. Waarom heb je tranen in je ogen?

Clytaemnestra
Ik heb redenen genoeg om mij beroerd te voelen.

Iphigenia
Houd daarmee op; straks durf ik het niet meer. Je moet doen wat ik je vraag.

Clytaemnestra
Zeg het maar, kind. Van mij heb je niets te vrezen.

Iphigenia
Knip geen lok uit je haar en kleed je niet in het zwart.

Clytaemnestra
Wat zeg je daar, kind? Wanneer ik jou heb verloren ...

Iphigenia
Nee, moeder, ik ben gered en door mij zul je beroemd zijn.

Clytaemnestra
Wat zeg je? Mag ik niet om je rouwen?

Iphigenia
Zeker niet, want er zal voor mij geen grafheuvel worden opgeworpen.

Clytaemnestra
Wat? Het gaat om het sterven, niet om het graf.

Iphigenia
Het altaar van Artemis is mijn monument.

Clytaemnestra
Kind, ik zal doen wat je zegt - je hebt gelijk.

Iphigenia
Ik ben gelukkig, nu ik Griekenland een dienst bewijs.

Clytaemnestra
Wat moet ik je zusjes zeggen?

Iphigenia
Kleed hen ook niet in het zwart.

Clytaemnestra
Moet ik hun nog een boodschap van jou overbrengen?

Iphigenia
Wens hun het allerbeste. En maak van Orestes een man.

Clytaemnestra
Omhels hem, nu je hem voor het laatst ziet.

Iphigenia
Lieveling, je hebt je zusje geholpen zoveel je kon.

Clytaemnestra
Wil je dat ik in Argos nog iets voor je doe?

Iphigenia
Wees niet haatdragend jegens mijn vader, jouw man.

Clytaemnestra
Vanwege jou zal hij het nog zwaar te verduren krijgen.

Iphigenia
Hij wil mij ook niet laten sterven ... Het is voor Griekenland ...

Clytaemnestra
... door een lage list, ja, Atreus onwaardig.

Iphigenia
Wie gaat mij wegbrengen, voordat ze mij aan mijn haar meesleuren?

Clytaemnestra
Ik zal met jou ...

Iphigenia
Nee moeder, jij niet!

Clytaemnestra
Ik zal me aan jouw jurk vasthouden.

Iphigenia
Alsjeblieft moeder, blijf hier. Dat is beter voor ons allebei. Een van vaders dienaren moet mij naar de weide van Artemis brengen, waar ik zal worden gedood.

Clytaemnestra
Ga je, kind?

Iphigenia
Ja; ik kom niet meer terug ...

Clytaemnestra
Je laat je moeder achter?

Iphigenia
Zoals je ziet; je verdient dit niet.

Clytaemnestra
Blijf staan! Laat mij niet in de steek!

Iphigenia
Ik wil tranen voorkomen. Jullie, jonge vrouwen, zing een lied over mijn lot ter ere van Artemis, dochter van Zeus. De Grieken moeten zwijgen. Het offer kan beginnen: iemand moet gerst uit de manden halen; het vuur moet branden met de reinigende gerst. Mijn vader moet rond het altaar gaan, want ik ga om de Grieken het behoud te geven dat de overwinning brengt. Zang Leid mij, de veroveraar van Troje en Trojanen. Geef mij, breng mij ronde kransen – hier, bekrans mijn lokken – en wijwaterstromen. Draai uw kringen rond de tempel, rond het altaar, draaien en dans voor Artemis, voor Artemis, gezegende vorstin, want als het lot dat wil voldoe ik met het offer van mijn bloed aan het orakel.

Koor
O, machtige, machtige moeder, u tonen wij geen tranen. Bij een offer past dat niet.

Iphigenia
Kom, jonge vrouwen, kom, zing met mij voor Artemis, godin tegenover uw stad, in Aulis’ nauwe baai waar door mijn naam de vloot van strijdlust blaakt. O, moederland, Pelasgenland, O, Mycene, mijn thuis …

Koor
Roept u Perseus’ vesting aan, het werk van de Cyclopen?

Iphigenia
… U hebt mij grootgebracht om Griekenland te redden. Ik aanvaard de dood

Koor
Nooit zal uw roem vergaan.

Iphigenia
O, O, fakkel van de dag, schijnsel van Zeus, een ander leven, ander lot zal ik nu vinden. Vaarwel, geliefd licht.

Iphigenia wordt weggeleid

Koor
Hoera, hoera. Zie haar gaan, de veroveraar van Troje en Trojanen, met kransen op haar hoofd, en wijwaterstromen, voordat zij het altaar bespat met het bloed dat vloeit als haar prachtige hals wordt opengesneden. Uw vaders koele wijdingswater wacht u, en het Griekse leger dat naar Troje wil vertrekken. Laat ons Artemis, Zeus’ dochter, de vorstin der goden, roemen en haar zegen vragen. O, machtige, machtige, weest u verheugd over het menselijke offer. Leid de Griekse vloot naar het Trojaanse land, naar Troje, zetel van bedrog. Geef dat Agamemnon met zijn speren voor Hellas een prachtige krans van onvergetelijke roem om zijn hoofd legt.

11. Slotakte; regel 11;1532-1629

Bode
Dochter van Tyndareus, Clytaemnestra, kom naar buiten en luister naar wat ik te zeggen heb.

Clytaemnestra
Ik heb je gehoord; hier ben ik. Ach, ik ben bang, zo verschrikkelijk bang dat je mijn ellende nog komt vergroten.

Bode
Wat ik over uw dochter wil melden is hoogst wonderlijk.

Clytaemnestra
Wacht niet langer; schier op, steek van wal.

Bode
Beste vorstin, u zult alles duidelijk vernemen, vanaf het begin, tenzij ik mij vergis en in de loop van mijn verhaal verwarrend word. Want toen wij het heilig woud en de bloemendragende weiden van Zeus' dochter Artemis bereikt hadden, waar de verzamelplaats was van het leger van de Grieken, jouw kind brengend, verzamelde zich meteen een grote menigte van Grieken. Toen heer Agamemnon zijn dochter zag gaan naar het heilig woud om geofferd te worden, jammerde hij luid, en zijn hoofd naar achteren draaiend liet hij zijn tranen de vrije loop, nadat hij zijn mantel voor zijn ogen had gedaan. En zij, neergezet vlak bij haar vader, zei het volgende: "Vader, hier ben ik voor je. Vrijwillig geef ik / sta ik toe, dat zij mijn lichaam voor mijn vaderland en voor het hele Griekse land naar het altaar van de godin brengen en offeren, aangezien dit door de goden bepaald is. En mogen jullie voor zover het van mij afhangt succes hebben en het geschenk van de overwinning verkrijgen en het vaderland (weer) bereiken. Daarvoor moet / hoeft niemand van de Grieken mij aan te raken; want in stilte zal ik mijn hals moedig aanbieden." Zo[veel] sprak zij; iedereen was verbaasd, toen hij de dapperheid en de voortreffelijkheid van het meisje hoorde. Talthybios, voor wie dit de taak was, ging in het midden staan en kondigde eerbiedige stilte en zwijgen af voor het leger. Calchas de ziener trok het scherpe zwaard met de hand uit de schede en plaatste het in de uit goud gemaakte mand, en legde een krans op het hoofd van het meisje. De zoon van Peleus liep rondom het altaar van de godin, na gepakt te hebben = met de mand en het heilig water tegelijk, en zei: "Dochter van Zeus, doder van wilde dieren, jij die het stralend licht in de nacht laat draaien, ontvang dit offer dat wij jou schenken, het leger van de Grieken en heer Agamemnon tegelijk, het vlekkeloos bloed van de hals van een mooi meisje, en geef, dat de vaart van de schepen zonder schade wordt, en dat wij de burcht van Troje innemen met de lans." De Atriden en heel het leger stond(en) naar de grond te kijken. De priester pakte het zwaard, sprak een gebed uit en bekeek de keel, waar hij moest toeslaan; voor mij drong een niet klein = groot verdriet binnen in mijn geest, en ik stond (met mijn hoofd) gebogen; opeens was er een wonder te zien. Want iedereen had het geluid van een klap duidelijk kunnen horen, maar weet niet waar het meisje in de aarde is gegaan. De priester schreeuwt, het hele leger beantwoordde het geschreeuw, omdat zij een onverwacht wonder afkomstig van een van de goden gezien hadden, wat zelfs de mensen die het zagen niet konden geloven; want een hert lag stuiptrekkend op de grond, zeer groot om te zien en schitterend om te zien, met het bloed waarvan het altaar van de godin helemaal werd besproeid. En op dat moment sprak Calchas - je kunt het je nauwelijks voorstellen - blij: "Heersers van dit gemeenschappelijk leger van de Grieken, zien jullie dit offerdier, dat de godin openlijk bij het altaar heeft neergelegd, een over de bergen lopend hert? Dat verwelkomt zij meer dan het meisje, opdat zij het altaar niet bezoedelt met haar edel bloed. Graag heeft zij dat ontvangen, en een vaart met gunstige wind geeft zij ons en de toegangsweg van = naar Troje. Laat daarom iedere zeevaarder moed vatten, en naar zijn schip gaan; want op deze dag moeten wij de holle kloven van Aulis verlaten en de Aegaeïsche zee oversteken." Nadat het hele offer in de vlam van Hephaistos verbrand was, bad hij de passende gebeden, dat het leger een behouden terugkeer mocht krijgen. Agamemnon stuurt mij om jou dit te vertellen en te zeggen, wat voor een lot zij van de goden krijgt en wat een onvergankelijke roem zij heeft gekregen overal in Griekenland. Ik spreek als iemand die er bij was en de zaak zag; jouw dochter is duidelijk naar de goden toe weg gevlogen. Bevrijd jezelf van verdriet en laat je woede jegens je man varen; onverwacht voor stervelingen zijn de dingen van de goden, zij redden diegenen die zij beminnen. Want deze dag zag jouw dochter gestorven en levend.

Koor
Wat ben ik blij met het bericht dat deze bode bracht: uw kind, zegt hij, is levend en verblijft onder de goden.

Clytaemnestra
M'n kind, van welke god ben jij de buit? Hoe moet ik mij tot jou richten? Hoe kan ik ontkennen dat deze woorden mij slechts moeten troosten, om te zorgen dat ik ophoud om jou te treuren en te rouwen?

Koor
Daar komt vorst Agamemnon aan, hij kan het u vertellen.

Agamemnon
Vrouw, wij mogen gelukkig zijn om onze dochter. Zij verkeert werkelijk onder de goden. Pak het nobele ventje op en ga naar huis. De vloot is klaar om uit te varen. Tot ziens. Het zal lang duren voor ik je bij mijn terugkeer uit Troje groet. Het ga je goed.

Koor
Kom veilig aan in Phrygië, kom veilig thuis, Atride, en neem de mooiste wapenbuit uit Troje voor ons mee.

© 2017 Maarten Hendriksz