Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Fulgentius - Mythologieën

Bron: theoi.com

Fulgentius. Vertaald door Leslie George Whitbread. Ohio State University Press.1971. Naar het Nederlands vertaald door Maarten Hendriksz 2015.

Boek 1

Proloog

I; 0-01
Hoewel een onderwerp zonder direct doel weinig enthousiasme zal opleveren, omdat er geen materieel voordeel uit valt te halen, kan dit toch om praktische redenen nagestreefd worden. Dat wil zeggen, een dergelijk onderwerp nodigt in de huidige, ellendige en rampspoedige tijd niet uit om dat aan het papier toe te vertrouwen, en men slechts medelijden voelt voor een zwoeger die geen deel heeft aan de poëtische roem maar alleen dienstbaar is aan de persoonlijke verrijking van zijn geest. Ik neem nu het onderwerp op waarvan het verlies ervan je mogelijk later zal spijten, de verklaring die je mogelijk nodig hebt om de noodzaak te ontdekken, een onderwerp dat in dit tijdperk van ons zinloos is voor diegenen die aan de macht zijn om te onderdrukken, of onze leiders kunnen opeisen, of particulieren om te vernietigen, of de onderdrukten om te bejammeren.

I; 0-02
Want u, meester, bent gewend om die trieste treurzangen van mij met toegevendheid te behandelen die zo vaak belachelijk zijn gemaakt door satirische grappen welke Thalia, de Muze van de komedie, die met haar humor gedijt in theatrale puntdichten, gewoonlijk parmantig uitspreekt. Bovendien, zo zult u zich herinneren, probeerde u me onlangs nog met overeenkomstig gemurmel te kalmeren tijdens uw momenten van ontspanning. Want u luisterde, toen, een kort moment terwijl ik een verhaal ontvouwde, gerimpeld als de groeven in het gezicht van een oude vrouw, die, zich vertonend bij een nachtlampje, spotte met het uiterlijk vertoon van de slaap, dat ik juist verzonnen en met een zout Attisch sausje overgoten had. Hierin zag u geen dichter die door waanzin overmand was, maar dreigde in slaap te vallen door de dromerige onzin die spottend werd vertolkt. In deze boeken van mij zult u geen bij kaarslicht geschreven voorstellingen tegenkomen zoals in Ovidius’ Heldinnen, waarin of de schaamteloosheid van iemand als Sulpica of de exotische gevoelens van Psyche worden geopenbaard, noch datgene dat Theseus onder dwang leidde, de echtgenoot van Phaedra, in de ondergrondse grot of Leander wegvoerde toen hij zwom. Het zullen onderwerpen worden zoals die waarvan onze geleerde redenaar Cicero een levendig verslag heeft gedaan, de slapende Scipio bijna een burger van de hemel makend – maar wat Cicero bereikte in zijn eigen Republiek laat zien.

I; 0-03
Ondertussen, daar de rust van het landelijke leven mij van u vervreemd, Meester, en tot een vorm van verbanning van stadsaangelegenheden leidt, kon ik in ieder geval deze rampzalige omwentelingen en rampen voorkomen waardoor openbare gebeurtenissen eindeloos verstoord worden en ik mijn landelijke rust meende zeker te stellen, zodat, ver van de stormen en spanningen waar de maalstroom van het stadsleven turbulent huishoudt, ik mij kan wijden aan de kalme vrede van mijn kleine halcyonnest, in de rust en beslotenheid van een landgoed. Met die luid klinkende woordenwisselingen en conflicten sluimerend in de as van stilte, conflicten die mij vanwege de barbaarse en woeste aanvallen met geweld verstoorden, hoopte ik een leven van gezuiverde stilte te leiden; maar zelfs daar werd ik achtervolgd door de perverse dolksteken van herinneringen, en mijn tegengestelde toestand van geluk, die altijd enige bitterheid veroorzaakt bij menselijke aangelegenheden, overschaduwende mij als een trouwe slaaf. Want de belastingaanslag, nieuwe en gedenkwaardige soorten van verzet producerend, hadden de drempel van mijn voordeur uitgesleten vanwege de voeten van hen die mij elke dag wilden aanklampen, zodat, net zoals koning Midas zijn menselijke vorm transformeerde in een wezen dat rijkdom achtervolgde en alles tot goud verstijfde wat hij aanraakte, ik waarlijk geloof dat ik de stroom van Pactolus zelf kan laten opdrogen door de menigte bezoekers die ik noemde.

I; 0-04
Maar het was nog niet genoeg ellende. Voeg daar de agressieve aanvallen aan toe die hun voetstappen in mijn huis brachten, zodat niemand de grendels van onze deuren kon zien, geblokkeerd als zij waren met spinnenwebben. Want deze mensen hadden de controle over landgoederen overgenomen, zoals wij hadden gedaan met onze huizen: we konden naar onze gewassen kijken, maar hadden niet het vruchtgebruik ervan; het zou een nobele beloning geweest zijn als zij de plaatsen gesloten hadden achtergelaten voor een ieder die achterbleef. Maar, voor sterfelijke mensen, is kwaad eeuwig, uiteindelijk werden mijn angsten verdreven door het plezier over de terugkeer van mijn heer de koning, en werden door de eerste stralen van de zon die op de aarde vielen de schaduwen verdreven. Na deze verlammende aanvallen kwam er rust vanwege de door de oorlog opgelegde beperkingen, kon men over de velden kijken en langs de grenzen ervan lopen. We liepen naar buiten op de wijze van zeelieden die de lang gekoesterde kust verwelkomden nadat zij waren geteisterd door het geweld van stormen; en, na onze opsluiting in het huis, leerden we weer buiten te lopen als verschoppelingen uit de stad. Net als die regel van Vergilius, ‘Eindelijk vrij, bereikt de hengst de open vlakte,’ staren we naar de velden, waar voetstappen van soldaten, zoals zij die noemen, nog steeds in onze bemuurde paden staan. En met de angst nog steeds niet uit ons geheugen gewist, huiveren we als we die sporen van onze vijanden zien; in onze herinnering aan hen hebben de soldaten angst als erfenis achtergelaten.

I; 0-05
Op de wijze van Aeneas’ Trojanen wezen we anderen de plaatsen aan waar de duidelijke bewijzen van vernielzucht en plundering hun sporen hadden achtergelaten. En zo, tussen de doornige distels op de open plekken, die vroeger in toom werden gehouden door de boer (uit angst waren ze hier mee gestopt en hadden het lang verwaarloosd, de ploegen zagen er erbarmelijk uit bedekt met roet, en waren aan de muren opgehangen; en op de ossennekken, eens geschikt om zwaar te zwoegen, was de door het juk getaande huid veranderd in een koeachtige zachtheid), lag daar het verwaarloosde land met overwoekerde voren en dreigden toppen van de olijfbomen gewurgd te worden door de dikke distels. De wilde wijnstok was overwoekerd met zijn takken, kronkelend, en kruipende begroeiing, alsof de aarde haar neergebogen hield met zijn matte wortels en koppig de tand van Triptolemus weigerde.

I; 0-06
Op deze manier dwong ik mijn voeten over de velden door de oprukkende doornen en begon te wandelen over de klare heuvels en hun verspreid liggende bosjes, mijn enthousiasme om te wandelen begon te verdwijnen, en gretigheid maakte plaats voor gezwoeg. Ik sloeg af, vooruitlopend op de beschutting van een schaduwrijke boom met bladerrijk loof dat de zwerver beschermt tegen de vurige blikken van Helius, en onder de verstrengeling van zijn gebogen takken verwierf ik de beschaduwde plek die de wortels me boden en lieten delen. Waarop een zekere levendigheid van de vogels, die met een soort delicate zachtheid een snel fluiten van gehoornde snavels voortbrachten, en mij terug lokten naar mijn huidige opdracht, en de onverwachtse onderbreking van het gezwoeg mij inspireerde tot een soort melodieus lied:

I; 0-07
Thespische maagden, gij die, bevochtigd met het schuim van klinkende nevels, Hippocrene’s dronk verversen, van uw berg gekomen, haast u om de grasrijke heuvels te verlaten, waar elke ochtend de ijzige dauw, adem van de sterren op onbewolkte nachten, haar druppels van sprankelend blauw achter laat; open uw manden voor mij, gevuld met bloemen en teksten van liederen. Heel de stroom van Tempe draagt, te midden van grasrijke vloeiende hellingen, reinigend wat de hoef van het oorlogspaard wegtrapte, hinnikend door de lucht, alles dat de Ascreaanse herder zo verklaarde aan de harteloze rotsen, alle rijkdommen vergarend uit uw leeggeroofde schatkamer, alles dat Mantuaanse Vergilius zong in de grot van de herder, alles waarover de Maeonische Homerus lachte bij de strijd van de kikkers, alles wat de Arcadische lier met zijn glanzende plectrum ten gehore kan brengen – moge de rijkdom van alle eeuwen samenvloeien in mijn lied.

I; 0-08
Dit voorgedragen lied, lokte de dochters van Piëra, de Muzen, vochtig van het water uit de Gorgonenbron en huilend in de bron van het gevleugelde paard. De meisjes stonden in groepjes van drie, glanzend in hun lange, ragfijne mantels, ruimschoots omgord met klimop; en onder hen de vriendelijke Calliope, de epische Muze, die het arme hart van mij verwarmde door een speelse aanraking met haar palmtak, zo de heerlijke kriebels van poëzie beroerend. Bij haar verschijning keek zij ernstig, haar haren ongedwongen bijeengehouden door een kroontje die glansde door de parels, toen ze haar tweekleurige gewaad ter hoogte van de enkel greep, ik veronderstel vanwege haar reis en om te vermijden dat die fijngeweven stof zou scheuren door het stekelige zwiepen van het gras. Ze stond dicht bij me; en, mij ter aarde werpend, aanbad ik de koningin van de welsprekendheid, in het verleden heel vertrouwd voor mij door het getuigenis van dichters en gedenkwaardig door de woordenrijke verhalen die ik met gezwollen handen doorgaf vanwege de vele pakken slaag die ik kreeg tijdens mijn eerste schooljaren. Maar, omdat het niet volledig duidelijk voor me was wie zij was, vroeg ik waarom ze was gekomen.

I; 0-09
Ze antwoordde, zeggende: ‘Ik ben een van de meisjes uit de groep op de berg Helicon, uit het gezin van Zeus; en als inwoonster van Athene, werd ik eens verwelkomd door de besturen der Romeinen, waar ik verse klimopranken bracht, met de uitlopers daarvan kon ik de hoogste sterren inprenten, zo een erfenis van levenslange roem nalatend, waardoor zij wellicht welwillender een beroemde dood konden vergaren. Maar de opmars van de oorlog beroofde mij van de bijeenkomst in de citadel van Romulus, en in ballingschap nam ik mijn plaats in bij de vergadering van Alexandrië, de verlichte harte van de Grieken vullend met verschillende filosofische begrippen. Na de strengheden van de Cato, de barse scheldpartijen van Cicero, en de wijsheden van Varro, koesterde ik mijn verlichte geest onder het volk van Pella met satirische toneelstukken, afgewisseld met fantastische komedie, dook in serieuze tragediën, of bond korte epigrammen aan elkaar. Mijn gevangenschap beviel me, en ik ben blij dat de nijvere arbeid van ons tweeën nu in een vakantiestemming verkeert, want de geest heeft zaken gevonden die zelfs de kwaadaardigen laten lachen, ware het niet dat ik werd buitengesloten door iets wreders dan oorlogen, namelijk de vergadering van de Galen, die zijn gekoppeld aan bijna alle nauwe straten van Alexandrië, waar meer heelkundige slagers gevonden kunnen worden dan er huizen zijn. Want tenzij iemand aan dat gilde wordt voorgeleid, sturen zij iedereen waarvan zij zeggen dat Charon binnenkort omgang mee zal hebben naar een gewelddadige dood.’

I; 0-10
Deze toespraak eindigde met een aangename glimlach, en ik ging uit mijn dak, terwijl zij overwoog om te blijven. Toen zij ze: ‘Wees niet bang om de leer van de Muzen in je eigen huis te ontvangen, want ik heb gehoord van de gewoonte van de barbaren om literatuur uit hun woningen te verbannen, waarbij zij die zelfs hun onuitgesproken naam opschrijven bij de eerste letters kunnen rekenen op een gewelddadige ondervraging en de martelkamer.

I; 0-11
Toen zei ik: ‘Het klopt niet wat je hebt gehoord, maar het verslag luidt zo, want onze liederen dienen even goed, O Muze, onder de wapens van Ares, om iemands dorst te lessen aan een beekje met zoet opspattend water.’ Om haar vriendschap nog meer aan te moedigen, voegde ik toen deze regel van Terence toe: ‘Zodra het keur der mensheid handel dreef, een generatie of wat geleden.’ Nu dan, literatuur, als … … schenken haar urnen wat zich ook maar in de pakhuizen bevindt aan woorden die de Helicon bezit om voortdurend door te geven.

I; 0-12
Blij met mijn regels, alsof ze de oude Homerus had gezien die regels citeerde, streek ze mijn haren glad met een bemoedigende aanraking van haar palmtak, en, mijn nek strelend met meer tederheid dan betamelijk was, zei ze: ‘Goed, Fabius, je bent nu een nieuwe rekruut van de heilige riten van Anacreon; en opdat er niets zal ontbreken voor mijn jonge beginner, ontvang lof voor je compositie en, voorzover mijn Satire jou besproeid heeft met een moedwillige dauw van woorden en de allure van liefde je gevangen houdt, vertel wat je veranderd in woorden als je slaapt, en alles dat je plezier schenkt om op papyrus van de Nijl te schrijven, en knoop mijn woorden in je open oren. Ooit zal er vraag zijn naar je verhaal of emotie waarvan je vraagt om uit je ingewanden geperst te worden.’

I; 0-13
Ik antwoordde: ‘De titel van mijn kleine werk heeft u misleid, edele spreekster. De gehoornde overspelige zal niet door mij getroffen worden, of het meisje Danaë, misleid door een onechte regenbui, gevierd in liederen, zoals de god Zeus door eigen keuze haar rijkdom toonde en iemand met goud bedroog die hij niet kon bedriegen met geweld. Ik schrijf niet over het dijbeen van een jonge minnaar dat gevoerd wordt aan slagtanden van everzwijnen, noch is in mijn kleine werk de jeugdige baldadigheid beschreven onder een vals uiterlijk. Ik ben niet begaan met hem die als een overspelige rondwaart in het verenkleed van een zwaan, zijn eieren aan meisjes verkopend terwijl hij kinddragend zaad in hun lichamen giet, of met die lampdragende meisjes, Hero en Psyche, als iemand in zulke dwaasheden van dichters wenst rond te zwerven, zoals, bijvoorbeeld, de eerste van hen treurde over een licht dat faalde en de tweede over een dat brandde, Psyche verlangend om Hero te zien en Hero omdat hij het niet zag. Ik vertel ook niet over het meisje Aricina, misleid door een schijn van maagdelijkheid toen Zeus haar zocht, terwijl hij grootser wilde zijn dan hij in werkelijkheid was. Wat ik wil doen is veranderingen die ons van de waarheid afleiden ontmaskeren, niet verbergen wat duidelijk is door het zelf te veranderen, zodat deze oude god door kan gaan met zijn neigingen en de zon, liggend naast het vuur van zijn stralen, er de voorkeur aan geeft om door rimpels gegroefd te worden in plaats van stralen; en ik kijk naar de ware effecten van dingen, waarbij, nadat de fictieve uitvinding van liegende Grieken is afgestoten, ik kan afleiden welke allegorische betekenis met moet toekennen aan zulke zaken.’

I; 0-14
Zij antwoordde: ‘Uit welke bron, kleine man, haal jij deze kennis van onwetendheid, en die met redenen omgeven visie vandaan wat slechts aan weinigen bekend is? Want als je op zoek gaat naar zaken die eeuwenlang onaangeraakt zijn gebleven, geef je blijk goed met iets bekend te zijn wat je nauwelijks kan weten.’

I; 0-15
Ik antwoordde: ‘Als iemand toevallig enige kennis van zaken heeft waar een zekere mate van onwetendheid wordt verwacht, hoeveel bevredigender is het dan om niet onderworpen te zijn aan zulke zaken, dat liever dan aan al hun nutteloosheid onderworpen te zijn. Want ik denk me dat ik me bewust ben van een nieuwe drempel van kennis die jou ontzegd is.’

I; 0-16
Ze antwoordde: ‘Indien zulke verborgen en mystieke zaken krachtig bestudeerd worden, moet de volledige goedkeuring van de autoriteiten worden gevraagd; want er wordt geen kleinigheid nagestreefd, waarbij we correcte stijlen van liederen samenvoegen met enkele frivole regels. Dit werk vergt een retorisch vermogen, opdat de opbouw van zo’n prachtig werk, eenmaal in gang gezet, niet verloren gaat tijdens dit machtige streven en temidden van de inspanningen der inspiratie gewoon verdwijnt. Daarom, Filosofie en Urania zullen mijn helpers zijn bij het ontleden van dit werk, en deze vrolijke vriendinnen van u zullen aanwezig zijn om u te troosten; en wanneer deze mystieke kunsten gehijg en gepuf bij u veroorzaken als u er aan werkt, zal Satire u amuseren.

I; 0-17
Ik antwoordde: ‘Ik smeek u, rijke geest van vrijgevigheid, vertrouw op geen enkele wijze deze Satire van u aan mijn huis toe, vanwege de liefde waar u me lang geleden tot gevangene van hebt benoemd. Want ik heb een vrouw die razend van jaloezie zou worden vanwege haar, dat geeft geen pas, als zij haar in huis ontdekt terwijl ze op een lichtzinnige wijze doet of ze mijn minnares is, zou ze zich verplicht voelen om haar terug te sturen naar de Helicon en haar wangen openkrabben, in een zodanige toestand dat het water van de Gorgonenstroom volledig ontoereikend zou zijn om haar wonden te reinigen.’

I; 0-18
Schuddend van het lachen terwijl ze met de palm van haar hand twee of driemaal op haar dijen sloeg, zei ze: ‘Je realiseert je niet, Fulgentius, jij onbehouwen minnaar van de Muzen, hoezeer wij edele dames Satire vrezen. Hoewel zelfs advocaten wijken voor de woordenstroom van een vrouw, en onderwijzers niet eens mompelen, de redenaar zwijgt en de veilingmeester zijn kreten controleert, veroorzaakt dit alleen enige terughoudendheid bij hun woede – maar Petronius’ karakter van Albucia komt in mijn geest op. want met dit soort grappen werd de zweephand van Saurea in Plautus gebroken, en de langdradigheid van Sulpicilla in Ausonius verwoest, en in Sallust die van Sempronia, hoewel Catiline een deel van het lied met een hese stem overnam.’

I; 0-19
Aarde’s grondgebied doorkruisend, de koude wereld verwarmend met zijn wagenwielen, gaf de wagenmenner zijn vuurspuwende paarden de vrije teugels, verwijderde de gouden teugels van hun nekken. Phoebus spant zijn paarden uit, terwijl Cynthia haar span klaarmaakt. De broer laat het water kalm worden met zijn voet waar zijn zus opkomt. Met een besterde mantel de aarde bindend, gebiedt nacht de hemel te rusten op bedauwde vleugels, terwijl de maan met een glans, haar tweeledige kroon versierd met sterren, de tweeling stieren samen ingespannen, de nieuwe hemel beklimmen, en geestbedriegende vormen, schaduwen in vormeloze gedaanten, zachte paletten vullen met leugenachtige beelden.

I; 0-20
En, zoals ik in een paar woorden kan verklaren, het was nacht. Het woord nacht was ik al lang vergeten, daar ik als een waanzinnige zanger aan het genieten was over deze regels toen de vrouw die ik eerder als gast had gezien, plotseling verscheen, ruw mijn slaapkamer binnenkwam en, mij tot haar verbazing aantrof in een diepe slaap met gesloten ogen, op mij afkwam, haar gezicht met een prikkelende en verbazingwekkende gloed – want zij was lang ten opzichte van de gemiddelde lengte van een mens. Toen, met trillende neusvleugels, onderbrak zij dit toonbeeld van vredige rust, en bracht door het gewelddadige rammelen van de deur de snurker in verwarring. Haar maagdelijke temperament kwam op mij af, een aroma van bloemen, versierd met veel klimop, vastbesloten en met een groot aantal beledigingen, haar ironische blik sprong rond met zo’n doordringende scherpte dat deze zelfs de diep verborgen gedachten van haar geest toonde en de geschriften van een dronken feestvierder. De twee kanten van de Muze wedijverden met elkaar, want op haar meer statige zijde, geholpen door een zekere majesteit, toonde ze parels met een sterachtige witheid boven haar hoge voorhoofd; een maanvormige halve maan, de punten bezaaid met zeldzame edelstenen, op hun plaat gehouden door een witgepunt kroontje, en, bedekt met een azuurblauwe mantel, ze draaide een glazen dat naar beneden taps toeliep in een klein stukje bot. Mijn gezichtsvermogen was geroerd door deze verheven beschouwing van dit hemelse visioen toen zij, groot als zij was met haar penetrerende blik, zij nauwelijks haar duim tegen de deur drukte. Door zich delicaat aan een kant terug te trekken vermeed het ongrijpbare gezelschap mijn menselijke blik achter een half verborgen sluier. Haar zilveren haren glansden wit als nu, en de frons op haar gerimpelde voorhoofd betekende dat ze iets onsmakelijks had vernomen. Haar entree was langzaam en ontzagwekkend vanwege gewichtige beraadslagingen.

I; 0-21
Toen verplaatste Calliope zich naar het gebied van de spraak, en zei: ‘Ik beloofde, Fulgentius, dat je rijkelijk bevoordeeld zou worden door deze wakende geesten; als je ze toegewijd dient, zullen zij, in één snelle overrompeling, je veranderen van een gewone sterveling in een hemels wezen, en je tussen de sterren plaatsen, niet zoals Nero met zijn gezongen lofredes, maar net als Plato met zijn diepgaande gedachten. Verwacht van hen niet de hulpmiddelen die de sieraden van de poëzie zijn, de bron van klaagzangen in tragediën, welluidende welsprekendheid, het luide lachen om satire, of de spot van komedie, maar die waaruit het bittere brouwsel van Carneades, de gouden welsprekendheid van Plato, en de syllogistische beknoptheid van Aristoteles wordt gedistilleerd. Nu dan, nu je deze boodschap in je geest hebt opgenomen, ontgrendel de verborgen kamers van uw geest en sta toe dat uw oren dit doorlaten; maar laat de sterfelijke natuur die je eigen is vervagen, zodat de volledige omvang van wat is geconcentreerd in strikt filosofische stellingen kan gaan wonen in deze kamers. Laat me nu eerst de natuur van de goden uitleggen, waardoor de plaag van zondig bijgeloof in dwaze geesten groeit. Hoewel er mensen zijn die, de edele bronnen van het intellect afwijzend, alleen hun domme en saaie zintuigen laten knabbelen aan een klein stukje en hun slaperige hersenen duizelig laten worden in een nevel van grote onwetendheid, maar fouten van de menselijke geest worden niet gemaakt behalve wanneer dat door toevallige krachten wordt gemotiveerd, zoals Chrysippus opmerkt: ‘Bedrieglijke aanvallen worden gedaan onder bedrieglijke dwang.’ Goed, de uitleg is gegeven, laat me dan nu de oorsprong van de afgoden uitleggen.’

Oorsprong van afgoden

I; 1-01
De auteur Diophantus van Sparta schreef veertien boeken over de oudheid, waarin hij verteld dat Syrophanes van Egypte, rijk aan slaven en bezittingen, een zoon kreeg. Hij was verknocht aan deze zoon, erfgenaam van een enorme rijkdom, met een niet te beschrijven liefde, meer dan van een vader verwacht mag worden; en toen deze zoon hem ontnomen werd door een bittere slag van het lot, liet de aankondiging van een dubbel verlies de vader wreed getroffen achter, daar de eeuwigdurende ondersteuning van kinderen hem ontzegd was en hij een onverwachtse grens aan de verdere expansie van zijn rijkdom gesteld zag. Welk nut bood zijn welvaart als vader hem nu nog, tot onvruchtbaarheid veroordeeld, of heerlijke bezittingen, nu zijn erfopvolging beperkt was? Niet alleen zou hij niet bezitten wat hij had, maar hij kon ook degene niet zijn die wat hij verloren had terug moest winnen. Toen, in de greep van het verdriet dat altijd streeft om haar behoeften te bevredigen, richtte hij een beeltenis van zijn zoon op in huis; maar toen hij tevens naar een remedie zocht voor zijn verdriet, vond hij het eerder een hernieuwing van zijn verdriet, en realiseerde zich niet dat vergeten de ware genezer is van ellende: hij had iets gemaakt waardoor zijn verdriet dagelijks hernieuw werd, en vond er geen troost bij. Dit heet een afgod, dat wil zeggen idos dolu, wat we in het Latijns het verschijnsel van verdriet noemen. Want om hun meester te vleien, was het hele huishouden gewend om bloemenkransen te binden, bloemen te plaatsen of zoetruikende kruiden te branden voor de beeltenis. Ook maakten sommige slaven zich schuldig aan wangedrag, en om de toorn van hun meester te vermijden, scholen zij bij het beeld om daar vergeving veilig te stellen, en vanwege een zeker gunstige behandeling plaatsten zij daar kleine geschenken van bloemen of wierook, eerder uit angst dan verering. Zo ook Petronius, die aan zulke praktijken herinnert zegt: ‘Vrees op aarde eerst de uitgevonden goden.’ En Mintanor, de muzikant in de Crumatopoion, het boek dat hij schreef over de kunst van muziek, die spreekt over ‘de god van verdriet die het lijden van de mensheid als eerste invoerde.’ Vandaar, een diepgewortelde fout, van lieverlee door menselijke toewijding opgenomen, dat dit naar voren is gekomen als een put van perverse goedgelovigheid.

De mythe van Cronus

I; 1-02
De naam van de zoon van Coeus (Pollus), en de echtgenoot van Rhea (Ops), is Cronus (Saturnus), een oudere man, met een bedekt hoofd, die een zeis draagt. Zijn mannelijkheid werd afgesneden, en in de zee geworpen, die het levenslicht schonk aan Aphrodite. Laat ons horen hoe de filosofie dit interpreteert. Ze zegt daarover het volgende: Cronus stelde eerst zijn heerschappij zeker in Italië; en nam van de mensen het voorrecht van de oogst af, hij werd Cronus genoemd, van overvoering (saturando). Zijn vrouw werd ook Rhea genoemd omdat ze hulp (opem) voor de hongerigen bracht. Hij is de zoon van Coeus, ofwel door zijn enorme kracht (pollendo) of vanwege de weelde van zijn hoge levensstandaard (pollucibilitate), die we de menselijke staat noemen. Waarover Plautus in de komedie Epidicus zegt: ‘Drink op, we leven even weelderig (pollucibiliter) als de Grieken.’ Hij wordt met een bedekt hoofd afgebeeld omdat alle gewassen met hun bedekking van bladeren zijn beschermd in een schaduwrijke beschutting. Er wordt gemeld dat hij zijn eigen zoons verslond omdat elk seizoen verslindt wat er geproduceerd wordt; en vanwege een goede reden draagt hij een zeis, hetzij omdat elk seizoen terugkeert naar zichzelf door de gebogen bladen van zeisen of vanwege de gewassen; daarom wordt ook gezegd dat hij gecastreerd is, omdat alle kracht van de gewassen wordt omgehakt en in de vloeistof van de buik worden geworpen als in de zee, net als Aphrodite die is ontstaan uit deze omstandigheden omdat zij noodzakelijkerwijs begeerte produceren. Apollophanes schrijft ook in zijn episch gedicht dat Cronus voor sacrum nun staat, omdat nus in het Grieks verstand betekent, of voor for satorem nun, voor goddelijke intelligentie die alle dingen schept. Samen met hem voegden zij vier kinderen toe, als eerste Zeus (Jove), als tweede Hera (Juno), derde Poseidon (Neptunus) en tenslotte Hades (Pluto). Coeus verklaren zij als poli filium, de vader van de vier elementen.

De mythe van Zeus en Hera

I; 1-03
Als eerste, Zeus (Jove), voor vuur, daarom wordt hij in het Grieks Zeus genoemd, want Zeus kan door de interpretatie van het Grieks ofwel leven genoemd worden, of verklaard worden omdat ze zeggen, zoals Heraclitus beweert, dat alles bezield wordt door het levenbrengende vuur, of omdat dit element warmte produceert. Als tweede Hera (Juno), voor lucht, vanwaar ze Hera wordt genoemd in het Grieks. Hoewel ze lucht mannelijk noemen, maar ze is ook de zuster van Zeus, omdat de twee elementen waarlijk verwant zijn; en zij is de vrouw van Zeus, omdat er lucht bij het vuur moet komen om heet te worden. Over beiden verklaren Theopompus in zijn Cyprisch gedicht en Hellanicus in de Dios polita die door hem geschreven is dat Hera met gouden kettingen door Zeus vastgebonden is en verzwaard met ijzeren boeien, waarmee ze niets anders bedoelen dan dat lucht die zich verenigt met hemels vuur een vereniging van de twee elementen voortbrengt hier beneden, dat zijn aarde en water, wat twee dichtere elementen zijn dan hun tegenhangers hierboven.

De mythe van Poseidon

I; 1-04
Het derde element, van water, verklaren zij als Poseidon (Neptunus), die de Grieken ook Poseidon noemen, want pion idonan, betekent in het Latijns het maken van vormen, omreden dat alleen dit element voor zichzelf vormen maakt van de dingen die het in bezit heeft, iets dat niet mogelijk is bij geen van de andere vier elementen. Hij wordt afgebeeld terwijl met een drietand omdat zijn waterige bezigheden zich ontladen met drievoudige kracht – dat wil zeggen, mobiliteit, productiviteit, en het belang als drinkwater. Zij kennen aan deze Poseidon Amphitrite als vrouw toe (in het Grieks noemen we amphi overal in het rond), omdat water door alle drie de elementen wordt beperkt, dat wil zeggen, zowel door de lucht, door haar atmosfeer en de wolken, en aarde – zoals bijvoorbeeld bronnen en putten.

De mythe van Hades

I; 1-05
Ze zeggen ook dat Hades (Pluto) heerser was over een kwart van de aarde (want Plutos betekent in het Grieks rijkdom), gelovend dat rijkdommen alleen aan de aarde waren toegewezen. Ze zeggen ook dat hij naar de onderwereld verbannen was omdat de producten van de aarde meer verborgen waren dan de andere elementen. Hij droeg een scepter in zijn hand omdat zijn heerschappij zich alleen over de aarde uitstrekte.

De mythe van Cerberus met de drie koppen

I; 1-06
Aan Hades’ voeten plaatsen zij de driekoppige hond Cerberus omdat afgunst van menselijke twisten op een drievoudige manier voor het voetlicht wordt gebracht, dat wil zeggen, door natuur, oorzaak, en toeval. Haat is natuurlijk, zoals tussen honden en hazen, wolven en schapen, mensen en slangen; de passie en jaloerse liefde, bijvoorbeeld, zijn oorzakelijk; wat zich terloops voordoet is toeval, bijvoorbeeld, een woordenwisseling tussen mannen of een in de buurt plaatsvindende levering van veevoeder voor muilezels. Cerberus is vernoemd naar creoboros, hoge leeftijd, waarop de dood in de wereld komt.

De mythe van de Erinyen (Wraakgodinnen)

I; 1-07
Van de drie Erinyen (Furiën) wordt gezegd dat zij ook Hades toegewijd dienden, de eerste van hen is Alecto (de tweede Tisiphone, de derde Megaera). Want Alecto betekent niet meer te stoppen, terwijl Tisiphone staat voor tuton phone, dat wil zeggen, de stem van dezelfde, en Megaera voor megale eris, dat wil zeggen, grote strijd. De eerste fase betekent daarom, het creëren van een onophoudelijke woede; de tweede, om in woorden uit te barsten; de derde, om een ruzie op te wekken.

De mythe van de Moiren (Lotsgodinnen)

I; 1-08
Ze wijzen ook de drie Moiren toe aan Hades, de eerste van hen heet Clotho, de tweede Lachesis en de derde Atropus. Want clitos is in het Grieks dagvaarding, Lachesis wordt het lot genoemd, en Atropus heeft geen kenmerk, gelet op de interpretatie betekent de eerste, oproep tot geboorte; de tweede, iemands levenslot, hoe hij zal leven; en de derde, de wijze van sterven zoals is beschikt.

De mythe van de Harpijen

I; 1-09
Vergilius plaatst de drie Harpijen in de onderwereld, de eerste van hen is Aello, de tweede Ocypete en de derde Celaeno. Want arpage betekent in het Grieks plundering; en het zijn maagden omdat alle plundering onvruchtbaar en zinloos is; zij zijn bedekt met veren omdat het alle plunderingen verbergt; en in staat zijn om te vliegen omdat alle plundering snel is om weg te vliegen. Aello in het Grieks is edon allon, dat wil zeggen, afvoeren van andermans bezittingen; Ocypete is snel om er mee te ontsnappen; en Celaeno is Grieks voor zwart, daarom schrijft Homerus in zijn eerst boek van de Ilias: ‘Uw donkere bloed zal over mijn speer vloeien.’ Zij bedoelen hiermee aan te tonen dat dit de eerste stap is naar het begeren van andermans eigendom, de twee om in beslag te nemen wat begeerd wordt, en de derde om te verbergen wat in beslag is genomen.

De mythe van Persephone

I; 1-10
Ze kozen er ook voor om Persephone (Prosperine), de dochter van Demeter (Ceres), te laten trouwen met Hades; want Demeter (Ceres) staat in het Grieks voor vreugde, en zij verkozen haar ook tot de godin van het graan, want als er volop groei van de gewassen is, moet er vreugde in overvloed zijn. Zij zagen Persephone als het gewas, dat wil zeggen, voorwaarts kruipend (proserpentem) door de aarde met wortels, daarom wordt ze in het Grieks ook wel Hecate genoemd, want hecaton is het Griekse woord voor honderd; en haar naam verklaarden zij eveneens omdat het gewas een honderdvoudige oogst aan vruchten voortbrengt.

De mythe van Demeter

I; 1-11
Er wordt ook verteld dat haar moeder naar haar zocht, toen ze geschaakt was, met toortsen, daarom wordt de dag van Demeter gevierd met toortsen, duidelijk om reden dat op die tijd de gewassen vreugdevol bezocht worden met toortsen om te oogsten, dat wil zeggen, met de warmte van de zon.

De mythe van Apollo

I; 1-12
Ze gaven de naam Apollo aan de zon, want appolon betekent in het Grieks verliezen, want door haar warmte verdwijnt op een vernietigende manier alle sappen uit de groene planten. Ze kozen hem ook als de god van de voortekenen, ofwel omdat de zon alles in een helder licht stelt wat duister is, of omdat door het opkomen en ondergaan van de bol gevolgen heeft voor vele dingen. Want de zon (sol) wordt zo genoemd vanwege zijn uniekheid (solus) of omdat deze gewoonlijk (solite) elke dag opkomt en ondergaat. Ze geven hem een vierspan, omdat hij door de cyclus van het jaar reist tijdens de vier veranderingen van de seizoenen of omdat hij de dag in vier kwartieren verdeelt. Om deze reden gaven zij deze paarden passende namen: Erythraeus, Actaeon, Lampus en Philogeus. Erythraeus is het Griekse woord voor blozend rood, omdat hij verschijnt op de drempel van de dageraad; Actaeon betekent schitterend, omdat hij helderder straalt wanneer deze onstuimig naar het draaipunt van zijn spoor streeft; Lampus betekent brandend, omdat hij het spoort beklimt richting het middelpunt van de dag; en Philogeus betekend aardeminnaar, omdat hij voorover buigt naar het negende uur, hij neigt naar zijn ondergang.

De mythe van de kraai

I; 1-13
Ze kozen er voor om ook de kraai onder de bescherming van Apollo te plaatsen, ofwel omdat deze in tegenstelling tot de natuur alleen zijn jongen produceert door eieren in het zonlicht te leggen, zoals ook Petronius stelt: ‘Dus de kraai, in tegenstelling tot de welbekende producerende wijzen der natuur, legt zijn eieren als het graan hoog bloeit,’ of omdat volgens Anaximander in zijn boek over Orneoscopics, of volgens Pindar, als enige van alle vogels een naam heeft die op vierenzestig manieren kan worden uitgelegd.

De mythe van de laurier

I; 1-14
Ze stellen de laurier ook onder de bescherming van Apollo, waarbij ze ook zeggen dat hij verliefd werd op Daphne, de dochter van de riviergod Peneus. En hoe kan een laurier anders wortel schieten dan bij het water van een rivier? Dit komt voornamelijk omdat gezegd wordt dat de oevers van deze rivier Peneus overvloedig begroeid zijn met laurierbomen. Het wordt wel de geliefde van Apollo genoemd omreden dat zij die over de interpretatie van dromen hebben geschreven, zoals Antiphon, Philochorus, Artemon, en Serapion uit Ascalon, in hun boeken uiteenzetten dat als je laurier bij het hoofd van een slapend iemand neerlegt, de dromen die zij beleven zullen uitkomen.

De mythe van de negen Muzen

I; 1-15
Ze wijzen ook de negen Muzen aan Apollo toe en zien hem zelf als tiende Muze, omdat er tien organen zijn om met de menselijke stem te articuleren, daarom wordt Apollo ook afgebeeld met een lier die tien snaren heeft. Ook de Bijbel spreekt over een psalterium van tien snaren. Spraak wordt geproduceerd met de vier tanden, dat wil zeggen, die aan de voorkant zijn geplaatst, waar de tong langs strijkt, en als één van hen ontbreekt ontstaat er eerder een fluittoon dan spraak; twee lippen als cimbalen, geschikt om woorden te vormen; de tong, die met wat lenigheid als een plectrum de ademhaling van de stem regelt; het gehemelte, de koepel die het geluid projecteert; de keelbuis, die een spoor vormt voor de adem wanneer die is verdreven; en de longen, als een zak lucht, die in- en uitademen voor datgene wat gezegd wordt. Daar heb je de uitleg voor de negen Muzen en Apollo zelf zoals die wordt gegeven door Anaximander van Lampsacenum en Zenophanes uit Heracles. Anderen, zoals Pisander, de meester der geneeskunde, en Euximenes in zijn boek Theologumena, bevestigen deze uitleg. Maar ik verklaar dat de negen Muzen ook de stadia van leren en kennis zijn, als volgt. Als eerste Clio, die staat voor de opvatting over het leren, want cleos staat in het Grieks voor roem, vanwaar Homerus: ‘We hoorden slechts een gerucht’; en elders, ‘Hij hoorde in Cyprus vanuit de verte het machtige gerucht.’ Want niemand zoekt kennis uitgezonderd wanneer hij daardoor zijn naam en faam kan verbeteren, Clio wordt als eerste genoemd, omdat het de eerste stap is tijdens de zoektocht naar kennis. De tweede is Euterpe, die we in het Grieks welgevallig noemen, omdat het de eerste stap is om kennis te zoeken, en ten tweede om plezier te scheppen in wat je zoekt. Ten derde Melpomene, want melenpieomene, dat wil zeggen, het aanwenden van volhardende gedachten, omdat het de eerste stap is om de noodzaak te vinden; ten tweede, om vreugde te scheppen in wat je noodzakelijk vindt; en ten derde, om de studie te achtervolgen waar je genoegen in schept. Als vierde Thalia, dat wil zeggen, groei, omdat ze tithonlia werd genoemd, dat wil zeggen, scheuten voortbrengende, waarvan Epicharmus, de schrijver van komediën, zegt in zijn komedie Dipholus: ‘Als hij geen scheuten ziet verschijnen wordt hij verteerd door honger.’ De vijfde is Polymnia, want polymnemen, zoals we zeggen, vormt veel geheugen, want na de groei is geheugen noodzakelijk. De zesde is Erato, dat wil zeggen, euronchomoeon, dat we in het Latijns hetzelfde vinden noemen, want na de kennis en het geheugen is het juist dat iemand hetzelfde vind over zichzelf. De zevende is Terpsichore, wat aangename vervulling betekent, waar Hermes in zijn boek Opimandra over zegt: ‘zowel uit een voedingrijke maaltijd als een leeg lichaam’ – omdat je na het vinden ook moet onderscheiden en beoordelen wat je hebt gevonden. De achtste is Urania, dat wil zeggen, hemels, want na het oordelen, bepaal je wat te zeggen en wat te verwerpen: het nuttige te kiezen en het hemelse te verwerpen is een hemels vermogen. De negende is Calliope, dat wil zeggen, zij met de uitstekende stem, waar Homerus ook over zegt: ‘De stem van de godin spreekt.’ Dit is dus de volgorde: als eerste, de behoefte aan onderwijs; ten tweede, genieten van datgene wat noodzakelijk is; ten derde, nastreven van datgene waar je genoegen aan beleeft; ten vierde begrijp wat je nastreeft; ten vijfde, onthoud wat je te pakken hebt; ten zesde, ontdek iets in jezelf dat lijkt op wat je herinnert; ten zevende, beoordeel wat je ontdekt; ten achtste, maak een onderscheid in wat je beoordeelt; ten negende, maak wat je kiest in een aantrekkelijke vorm bekend.

De mythe van Phaëthon

I; 1-16
Apollo heeft, zo wordt verteld, door de nimf Clymene te beminnen, Phaëthon verwekt, die, door zijn wens om het rijtuig van zijn vader te besturen, vernietiging voor zichzelf en de aarde ontketende. Zo geeft de zon die zich verenigt met water altijd aanleiding aan bepaalde wezens om te verschijnen die, omdat zij verbonden aan de aarde tevoorschijn komen, verschijningen (fanontes) worden genoemd, want fanon betekent in het Grieks verschijnen. En hoewel alle dingen worden verteerd in het vernietigende vuur, moeten deze creaturen de warmte van de zon opzoeken om te groeien. Zijn zusters zijn Arethusa en Lampethusa, die, vanwege de vernietiging door het vuur, met tranen in de vorm van glanzende juwelen om hun broer rouwen, en gouden amber plengen dat zij van boomschors losrukken; want een zuster is een uitvloeisel van het volledige gewas, de familie, en ook zij zijn ontstaan door het enkele samengaan van hitte en vloeistof. Dus deze bomen die amber uitstoten wanneer de zon heet schijnt – want hun vruchten rijpen in de verzengende maanden juni en juli – strekken zich uit naar het teken van de Kreeft en de Leeuw, en met een machtig zieden door hun gespleten boomschors gieten deze bomen hun vloeibare sap in de rivier Eridanus, om te stollen in zijn water.

De mythe van de drievoet, de pijlen, en de Python

I; 1-17
Ze associëren Apollo ook met de drievoet omdat de zon kennis heeft van het verleden, het heden ziet, en de toekomst kent. Ze geven hem een boog en pijlen, hetzij omdat de stralen van zijn bol wegspringen als pijlen, of omdat op het moment dat hij zijn stralen toont door alle duisternis van onzekerheid snijdt. Er wordt verteld dat Python door zijn pijlen is gedood, en in Griekenland goedgelovigheid pithos wordt genoemd. Ze zeggen dat hij de Python doodde omdat bijgeloof als slangen wordt vertrapt wanneer het ware licht verschijnt. Daarom wordt hij baardloos afgebeeld, hoewel hij Vader wordt genoemd. Omdat door zijn dood en hergeboorte zijn jeugd eeuwig wordt hernieuwd, of omdat zijn kracht nooit verflauwt zoals de maan, die wast en afneemt.

De mythe van Hermes

I; 1-18
Toen de goden diefstal tot zich namen, was er geen behoefte aan een rechter voor hun misdaden, omdat zij de hemelse scheppers van wangedrag waren. Ze zeggen dat Hermes (Mercurius) de leiding had over handel, een staf of Hermesstaf dragend die met slangen was omwikkeld, voorzien van vleugels aan zijn voeten, en de goddelijke tussenpersoon met dieven. Laat me uitleggen wat zijn naam en uiterlijk betekenen. Ze kozen Hermes (Mercurius) vanwege mercium-curum, want Hermes (Mercurius) kan de totale handelaar genoemd worden.

Waarom vleugels

Zijn voeten zijn voorzien van vleugels omdat de voeten van zakenlieden zich altijd gehaast voortsnellen alsof ze gevleugeld zijn.

Waarom een staf

Ze voegen een staf omwikkeld met slangen toe omdat handel soms de controle en een scepter oplevert, en soms een wond zoals die van slangen.

Waarom een hoodkap en een haan

Hij wordt afgebeeld met zijn hoofd verborgen in een hoofdkap omdat handel altijd in het geheim wordt gevoerd. Ze stellen de haan onder zijn bescherming, ofwel omdat elke ondernemer altijd op de loer ligt of omdat zijn gekraai aanleiding is om hun zaken af te handelen.

Waarom Hermes

In het Grieks wordt hij ook Hermes genoemd, dat wil zeggen, ermeneuse, dat we in het Latijns vertalen noemen, omdat welbespraaktheid in talen noodzakelijk is voor een handelaar. Men zegt dat hij door beide rijken reist, de boven- en ondergrondse, omdat hij nu eens door de winden omhoog komt, en dan weer tijdens stormen naar beneden gaat in de onderwereld.

Waarom een dief

Ze noemen deze god ook de beschermheer van de dieven omdat er in de handel voor een dief geen verschil is tussen roof en woordbreuk of tussen winst en heiligschennis. De ster die Stilbus in het Grieks wordt genoemd, en die de heidenen met hem associëren, waarbij ze zijn naam ook gebruiken voor één van de dagen, streven een snellere omloop dan alle andere planeten na in de zin dat deze zijn cyclus op de zevende dag voltooit, iets dat Saturnus alleen in achtentwintig jaar kan en Jupiter in twaalf; waarover Lucan zegt: ‘En Mercurius behield zijn snelle beweging.’

Waarom doodde hij Argus

Er wordt ook gezegd dat hij Argus heeft gedood, degene omringd met een groot aantal ogen, die hij met een enkele wond om het leven bracht, met één steek van het gebogen blad van de zeis die hij droeg, deze grote groep van ogen in één lichaam, glanzend alsof ze vrolijke opgewektheid bezaten. Wat zou een degelijk fantastisch denkbeeld van de Grieken anders kunnen betekenen dan dat, uitgezonderd de sluwe slag van de zeis, de sluwheid van iemand die zowel dief als handelaar is het grootste voordeel behaald over zelfs een honderdtal bewakers en hetzelfde aantal aan doortrapten, maar nutteloos is zonder ruilhandel, daarom is Argus het Grieks woord voor vergeefs? Dit is de gebruikelijke manier waarop Griekenland en haar dichters met praatjes, altijd in het geheim en toch liegend met goede bedoelingen, naar dergelijke verzinsels verwijzen.

De mythe van Danaë

I; 1-19
… zoals Danaë werd verleid door een gouden regen, geen regen maar munten, …

De mythe van Ganymedes

I; 1-20
En Ganymedes werd ontvoerd door een adelaar, niet een echte vogel maar als buit tijdens een oorlog. Want Zeus, zoals de vroegere auteur Anacreon heeft geschreven, toen hij een oorlog tegen de Titanen begon – dat wil zeggen, de zoons van die Titan welke de broer van Cronus was – en een offer in de hemel had gebracht, vlakbij een teken van overwinning zag in de gunstige vlucht van een adelaar. Vanwege dit gunstige voorteken, vooral omdat er daarop een overwinning volgde, ontwierp hij een gouden adelaar voor zijn oorlogsvaandels en wijdde diens macht tot zijn bescherming, waardoor ook bij de Romeinen, vaandels van dit soort werden gedragen. Hij ontvoerde Ganymedes in de oorlog toen deze vaandels voor hem uit gedragen werden, net zoals verteld wordt dat Europa werd weggevoerd op een stier, dat wil zeggen, op een schip dat de afbeelding van een stier voerde, net als Io (Isis) op een koe, op een schip met eenzelfde soort afbeelding. Bijgevolg, wat u zeker als feit zult herkennen, vereren de Egyptenaren het schip van Io (Isis).

De mythe van Perseus en de Gorgonen

I; 1-21
Ze zeggen dat Perseus de moordenaar van de Gorgoon Medusa was. Ze meenden dat er drie Gorgonen waren – de eerste van hen Stheno; de tweede Euryale; de derde Medusa – en omdat hun verhaal door Lucian en Ovidius is beschreven, dichters die goed bekend zijn met de eerste beginselen van onderwijzers, vind ik het onnodig om het volledige verhaal hier te vertellen. Theocnidus, de historicus over de oudheid, vertelt dat er een koning Phorcys was, die zijn drie dochters in grote rijkdom achterliet. Van hen verhoogde deze Medusa, die de meest krachtdadige was, haar rijkdom door haar heerschappij en vanwege cultivatie en veehouderij; hierdoor wordt zij Gorgo genoemd, van georgigo, want in het Grieks is georgi de naam voor boeren. Ze wordt beschreven met een slangachtig hoofd omdat ze de slimste was. Perseus, die haar rijkdom begeerde, doodde haar (hij wordt gevleugeld genoemd omdat hij met schepen kwam); en nam haar hoofd met zich mee, dat wil zeggen, haar vermogen, en werd daardoor nog rijker omdat hij haar enorme landerijen bemachtigde. Vervolgens viel hij het koninkrijk van Atlas binnen, en dwong hem de bergen in te vluchten, waarover wordt gezegd dat hij in een berg veranderde, als het ware, door het hoofd van de Gorgo, dat wil zeggen, door haar vermogen. Maar laat me uitleggen wat de Grieken, geneigd als zij zijn om alles aan elkaar te haken, voor betekenis gaven aan dit fijn geweven verhaal. Zij bedachten de drie Gorgonen, dat wil zeggen, drie soorten van verschrikking: de eerste verschrikking is inderdaad datgene wat de geest verzwakt; de tweede, vervult de geest met angst; de derde, die niet alleen zijn doel oplegt aan de geest is ook op het gezicht te zien. Vanuit dit denkbeeld kregen de drie Gorgonen hun namen: ten eerste, Stheno, want stenne is het Griekse woord voor verzwakking, vanwaar we astenian ziekte noemen; ten tweede, Euryale, dat wil zeggen, weidse omvang, waar Homerus over zei: ‘Troje met haar brede straten.’; dan Medusa, van meidusam, omdat men haar niet kan aankijken. Dus vernietigde Perseus met hulp van Athena, dat wil zeggen, voornamelijk geholpen door wijsheid, deze verschrikkingen. Hij vloog met afgewend gezicht weg omdat mannelijkheid nooit angst in overweging neemt. Er wordt ook verteld dat hij een spiegel droeg, omdat alle angst niet alleen door het hart wordt weerspiegeld maar ook door de uiterlijke verschijning. Volgens de verhalen werd Pegasus uit haar bloed geboren, gemaakt in de vorm van roem; waarbij wordt verteld dat Pegasus vleugels had, omdat roem gevleugeld is. Daarom zegt ook Tiberianus: ‘Zo hinnikt Pegasus in de bovenlucht.’ Vervolgens wordt ook beschreven hoe hij een bron voor de Muzen uit de grond trapte met zijn hoef, omdat de Muzen ofwel hun eigen manier hebben over het omschrijven van roem van helden of dat vanuit de oudheid aanwijzen.

De mythe van Admetus en Alcestis

I; 1-22
Als er niets edeler is dan een trouwe echtgenote, dan is er niets wreder dan een agressieve. Want een verstandige offert haar eigen ziel als belofte van trouw aan de veiligheid van haar man, in dezelfde mate als een kwaadwillende haar eigen leven niet telt in vergelijking met zijn dood; dus de wettelijk getrouwde vrouw kiest ofwel voor de honingzoete heerlijkheid van plezierige wegen of die van de gal der slechtheid en is ofwel een permanente troost of een eindeloze kwelling. Admetus, koning van Griekenland, vroeg Alcestis ten huwelijk; haar vader had een bevel uitgevaardigd dat wie twee verschillende wilde dieren voor zijn rijtuig kon inspannen met haar mocht trouwen. Deze Admetus smeekte daarop Apollo en Heracles, en die spanden een leeuw en een wild zwijn voor zijn rijtuig in, en zo trouwde hij met Alcestis. Toen Admetus ziek werd en ontdekte dat hij stervende was, probeerde hij dit te voorkomen door Apollo te smeken, die zei dat hij niets aan zijn ziekte kon doen tenzij hij iemand binnen zijn familie vond die vrijwillig de dood in zijn plaats zou accepteren. Hiertoe was zijn vrouw bereid; en zo bevrijde Heracles, toen hij naar beneden ging om de driekoppige hond Cerberus weg te slepen, ook haar uit de onderwereld. Zij hebben Admetus uitgelegd als de stijlfiguur van de geest, en hij wordt Admetus genoemd als iemand die angst (metus) kan aangrijpen (adire). Hij verlangde ook Alcestis als vrouw, omdat alce in het Attisch dialect van Griekenland het woord is voor hulp, waar Homerus over zegt: ‘Er is geen andere kracht van de geest en geen andere hulp.’ Dus de geest die op hulp hoopt spant twee wilde dieren voor zijn wagen – dat wil zeggen, twee krachten aannemend, van geest en lichaam – de leeuw voor een sterke geest en het wilde zwijn voor een krachtig lichaam. Toen vroeg hij om hulp bij Apollo en Heracles, dat wil zeggen, wijsheid en kracht. In plaats van hulp voor zijn ziel stelde hij zich bloot aan de dood in de gedaante van Alcestis, en kracht redt hulp van de schaduwen hoewel deze zwakker wordt bij de nadering van de dood, zoals Heracles deed met Alcestis.

Boek 2

Proloog

II; 00
Gedienstig uw vereerde opdracht, meester, heb ik in mijn berooide toestand deze dwaasheid van mij aan uw oordeel opgedragen, opgehangen aan de hoorns van een dilemma die een lezer ofwel zal roemen over hetgeen ik bijeen heb gebracht of zal vernietigen waar ik aan gewerkt heb. Maar omdat deze zaken op geen enkele manier mijn reputatie verbeteren of mijn tekortkomingen verhullen (in de zin dat wanneer de lezer zijn kennis erdoor verrijkt, hij dit voor god kan erkennen door de verbetering aan hem toe te schrijven; maar als hij er slechts dwaasheid in ziet, hij dit kan afschuiven op degene die erbij betrokken was), deze zaken komen, daarom, niet van ons, maar zijn Zijn geschenk, en de verbeteringen die daarvan het resultaat kunnen zijn, zijn het geschenk van God, niet van de mens. Net zoals het een teken van boze opzet is om te zwijgen over wat ik weet, en het dus niet fout is om uit te leggen wat ik heb begrepen. Prijs daarom, als je meer te weten komt over deze onderwerpen, de oprechtheid van een geest die niet achterhield wat hij wist; en als je voordien niets van deze onderwerpen wist, heb je nu op zijn minst een strijdperk waarin de eigen mentale talenten geoefend kunnen worden.

De mythe over het oordeel van Paris

II; 01
Filosofen hebben voor de mensheid een drievoudig leven onderscheiden, als eerste noemen zij de bespiegeling; als tweede de praktische; en als derde de sensuele – of zoals we die in het Latijns noemen, de beschouwende, de actieve, de wellustige – zoals de profeet David verklaarde, ‘Gezegend is de man die niet luistert naar de raad van goddelozen, noch in de weg van zondaars staat, noch zit op de stoel van minachtenden,’ dat wil zeggen, niet gaat, niet staat, niet zit. Want het eerste of beschouwende leven is datgene wat te maken heeft met de zoektocht naar kennis en waarheid, het leven dat in deze tijd geleefd wordt door bisschoppen, priesters en monniken, en in vroegere dagen door filosofen. Onder hen heerst geen hebzucht naar winst, of krankzinnige woede, geen giftige wrok, geen stank van lust; en als de zorg voor het opsporen van de waarheid en mediteren over datgene wat goed is hen mager houdt, worden zij gesierd met hun goede naam en gevoed door hun hoop. De tweede manier van leven is de actieve, begerig naar voordeel, hebzuchtig naar uiterlijke sier, onverzadigbaar naar bezit, sluw om het te grijpen, en ijverig in het bewaken ervan; want het begeert liever wat het krijgen kan dan te zoeken naar kennis, en denkt niet na over datgene wat goed is wanneer het kan grijpen wat in de buurt is; het kent geen stabiliteit omdat het niet over eerbare zaken gaat; vroeger leefden bepaalde despoten zo’n leven, en thans leeft heel de wereld om ons heen zo. Het leven is plezier, volledig gewijd aan begeerte, en van het zondige soort dat eervolle dingen niet de moeite waard vindt, maar alleen op zoek gaat naar de verdorven manier van leven ofwel verwijfd is gemaakt vanwege lust of bloederige moord of opgebrand door diefstal en verzuurd door afgunst. Volgens de ouden is dit leven van een Epicurist of plezierliefhebber, wat onder ons een natuurlijke manier van leven lijkt, geen strafbaar feit: omdat niemand het goede nastreeft, of er iets goeds wordt voortgebracht. De dichters verklaren in termen als deze de wedstrijd van de drie godinnen – dat wil zeggen, Athena, Hera en Aphrodite – rivalen vanwege de uitmuntendheid van hun schoonheid. Ze vertelden dat Zeus niet tussen hen kon beslissen, wellicht omdat zij zich niet realiseerden dat het oordeel van zijn wereld voorbeschikte grenzen kende, omdat zij geloofden dat de mens met een vrije wil geboren was; daarom, als Zeus als god had geoordeeld, zou hij door het veroordelen van twee levens de wereld aan één soort hebben toegewezen. Maar zij gaven de beslissing door aan de mens, aan wie de vrije keus gegeven was. Maar de herder Paris, die niet recht als een pijl was noch zeker als een speer en ook niet knap van gezicht of verstandig van geest, deed een onnozel en stom iets, op de wijze van wilde beesten en vee, en richtte zijn slangenogen liever op begeerte dan op uitgelezen deugd of rijkdom. Maar laat me uitleggen wat deze drie godinnen zelf over de drie manieren van leven te vertellen hebben.

Over Athena

Het eerste of intellectuele leven noemen we ter ere van beschouwende wijsheid; dus zeggen ze dat zij werd geboren uit het hoofd van Zeus, omdat het intellect gelegen is in de hersenen; zij gewapend was, en omdat ze vindingrijk is. Ze associëren haar met de Gorgo, op haar borst gedragen als een symbool van angst, net zoals de wijze man eerbied uitstraalt om hem te beschermen tegen zijn vijanden. Ze gaven haar een pluim en helm, want de geest van een wijze man is zowel gewapend als edel; vandaar dat Plautus in zijn Tirnummus verklaart: ‘Het heeft zeker een hoofd als een paddenstoel, het bedekt haar helemaal.’ Ze gaat ook gekleed in een mantel met drie wikkelingen, hetzij omdat alle wijsheid veelzijdig is of omdat deze verborgen wordt gehouden. Ze draagt ook een lange speer, omdat wijsheid over een lange afstand doel treft met haar uitspraken. De mantel heeft ook drie wikkelingen omdat alle wijsheid verborgen wordt gehouden voor de buitenwereld en zelden zichtbaar is. Ze dragen ook de uil aan haar op, omdat wijsheid zelfs in duisternis haar heldere stralen toont. Waardoor ze ook beweren dat zij de grondlegster van Athene was, en Athena (Minerva) wordt in het Grieks Athena genoemd, want atbanate parthen betekent, onsterfelijke maagd, en wijsheid is onsterfelijk en kan niet worden verleid.

Over Hera

Ze plaatsen Hera aan het hoofd van het actieve leven, want Hera (Juno) wordt genoemd om aan de leiding te komen (a iuuando). Zij wordt geacht te heersen over gebieden, omdat deze manier van leven zo zeer begaan is met rijkdommen; ze is ook afgebeeld met een scepter, omdat rijkdom en gebied nauw verwant zijn. Ze zeggen dat het hoofd van Hera met een sluier bedekt was, omdat alle rijkdommen altijd verborgen zijn; zij wijzen haar aan als de godin van de geboorte, omdat rijkdommen altijd productief en zelden vruchteloos zijn. Ze plaatsen ook de pauw onder haar beschreming, omdat het hele hebzuchtige leven van macht altijd op zoek is om haar verschijning te verfraaien; en zoals de pauw aan de voorkant zijn aanzien opsiert door de met sterren bespikkelde staart in een boog uit te spreiden, en daarbij zijn achterkant schaamteloos blootgeeft, zo is het streven naar roem en rijkdom aanlokkelijk voor een kort ogenblik maar geeft dat zich uiteindelijk bloot; daarom verklaart Theophrastus in zijn morele geschriften: ‘Ga behoezaam om met wat je achterlaat.’; en Solomon: Aan het eind van een mens komt de onthulling van zijn daden.’ Zij verbinden haar met Iris als de regenboog van vrede, omdat net als de man die verschillende versierselen kleurt voor het moment zijn heil zoekt in de bocht van de regenboog, zo is het fortuin, dat bij de eerste aanblik fel gekleurd lijkt, maar kort daarop snel verdwijnt.

Over Aphrodite

Ze hebben Aphrodite als derde genomen, als symbool voor het plezierige leven. Zij verklaarden Aphrodite ofwel als de goede dingen van het leven volgens de Epicuristen, of als de leegheid van het leven volgens de Stoïcijnen, want de Epicuristen loven plezier maar de Stoïcijnen veroordelen het: de eersten cultiveren losbandigheid; de anderen wensen er geen deel aan te hebben. Ze wordt Aphrodite genoemd, omdat in het Grieks afros het woord is voor schuim, ofwel omdat lust op komt zetten als schuim en er niets van over blijft, of omdat geëjaculeerd zaad schuimachtig is. Vervolgens vertellen de dichters dat toen Cronus’ (Satrunus) genitaliën werden afgesneden met een zeis en in zee werden geworpen, hier Aphrodite uit werd geboren – een poëtische dwaasheid die niets anders betekent dat dat Cronus in het Grieks Chronus wordt genoemd, en chronos is het Griekse woord voor tijd. De opbrengsten van de seizoenen, dat wil zeggen de gewassen, worden volledig afgesneden met de zeis, en in de vloeistoffen van de maag geworpen, alshetware de zee, die wellust moet produceren. Want overvloed creëert wellust, zoals Terence zegt: ‘Aphrodite verdorde zonder Demeter en Dionysus.’ Zij beelden haar ook naakt uit, ofwel omdat ze haar toegewijde naaktheid tentoonstelt of omdat de begeerte naar wellust nooit bedekt wordt of omdat dit alleen de naakten past. Ze stellen ook de roos onder haar bescherming, want rozen zijn rood en hebben doornen, zoals wellust bloost bij de verontwaardiging van zedigheid en met de prikkel der zonde steekt; en zoals de roos plezier schenkt, maar wordt weggevaagd door het snelle passeren van de seizoenen, zo is wellust ook een kort ogenblik aangenaam, maar verdwijnt dan voor eeuwig. Ook duiven worden onder haar bescherming geplaatst, omdat dit soort vogels onstuimig wellustig zijn tijdens het minnekozen; ze associéren ook de drie Gratiën (Chariten) met haar, twee zijn naar ons toegekeerd en één van ons af, omdat gratie alleen vertrekt maar tweevoudig terug keert; de Gratiën zijn naakt omdat gratie geen deel heeft aan subtiele versieringen. Ze beelden haar ook zwemmend in de zee uit, omdat wellust door alle affaires schipbreuk leidt, vandaar dat ook Porfyrius in zijn Epigrammen verklaart: ‘De schipbreukeling van Aphrodite in zee, naakt en berooid.’ Ze wordt ook afgebeeld met een zeeschelp, omdat organismes van dit soort, zoals Juba in zijn fysiologische geschriften noteert, altijd door een open kanaal verbonden is met zijn hele lichaam.

De mythe van Heracles en Omphale

II; 02
Matig u, smeek ik, rechters, met de werkzaamheden die u aan mannen opdraagt. Want welke jongensachtige of verwijfde gevoelens ook bij zijn liefde betrokken waren, de deugd van Heracles vocht hevig in de strijd tegen de begeerte. Want de verlokking van vrouwen is groter dan de wereld, omdat de grootsheid van de wereld niet kan winnen van hem die begeerte kort houdt: het valt zijn deugdzaamheid aan via de slechtheid van een vrouw die door de natuur niet veilig gesteld kan worden. Want Heracles werd verliefd op Omphale, die hem overhaalde om delen van de tere draden ineen te draaien en uiteindelijk met zijn duim op de spoel te wikkelen. Want Heracles (Hercules) wordt in het Grieks Heracles genoemd, dat wil zeggen, eroncleos, wat we in het Latijns de roem van sterke mannen noemen, waar Homerus over zegt: ‘We hoorden slechts een gerucht.’ Er wordt ook gezegd dat hij de kleinzoon van Alcaeus is, want alce wordt in het Grieks vertaald als de aanname van kracht; hij had Alcmene als moeder, want almera betekent in het Grieks zout. Dus wat kon er anders uit het vuur van de geest, van Zeus, de aanname van kracht, van zijn grootvader Alcaeus, en de zoutheid van wijsheid, van Alcmene, voortkomen dan roemvolle moed? Toch werd hij door begeerte verslagen, want in het Grieks betekent onfalon de navel, want begeerte wordt beheerst door de navel van vrouwen, zoals het Heilig Schrift zegt: ‘Uw navel werd niet afgesneden,’ oftewel: ‘Uw zonde werd niet weggesneden.’ Want de baarmoeder is er stevig mee verbonden, waarbij de navelstreng op dezelfde plek gesitueerd is om de boreling veilig te stellen. Dit toont aan dat begeerte zelfs deugd kan overwinnen die nog nooit verslagen is.

De mythe van Cacus en Heracles

II; 03
Als dieven rook voortbrengen, kan iedereen de rover zien, zelfs als hij dit ontkent. Dus verspreidt hij duisternis of rook om niet gezien te worden, en de eigendommen die door diefstal verkregen werden in de rook te laten verdwijnen. Van Cacus wordt gezegd dat hij vee uit de kudden van Heracles wegdreef, die hij verborg door ze aan hun staart zijn grot in te slepen; maar Heracles wurdge hem tot hij stierf. Want cacon is het Griekse woord voor datgene wat wij slechtheid noemen. Dus alle slechtheid brengt rook voort, dat wil zeggen, brengt alles naar boven dat is strijd is met de waarheid, dat wil zeggen, aan het licht, of aanstotelijk is voor diegenen die het zien zoals rook voor de ogen, of wat donker is en scherts verbergt. En zo kent slechtheid in zijn vele gedaanten twee gezichten, en is niet oprecht: slechtheid doet ook op drie manieren kwaad, hetzij agressief als het wordt warrgenomen of subtiel als een verraderlijke vriend of steels als een onzichtbare dief. Zo dreef hij het vee weg, hen aan hun staart voorttrekkend zodat hun sporen omgekeerd liepen, omdat elk slecht persoon, om andermans eigendommen te kunnen bemachtigen, voor zijn bescherming vertrouwt op het omkeren van zijn sporen. Zo begeerde hij het bezit van Heracles, omdat alle slechtheid tegengesteld is aan deugd. Uiteindelijk verborg hij ze in zijn grot omdat slechtheid nooit oprecht of openhartig is; maar deugd doodt de kwaadaardigen en haalt zijn eigen bezittingen terug.

De mythe van Antaeus en Heracles

II; 04
Antaeus wordt verklaard als een vorm van wellust, vanwaar we in het Grieks zeggen antion, het tegendeel; hij werd uit de aarde geboren omdat wellust zwanger is van het vlees. Hij kon hij zich beter oprichten door contact met de aarde te houden, want wellust komt boosaardiger naar boven als het contact houdt met het vlees. Ook hij werd door Heracles overwonnen door de kracht van roem, want hij stierf toen hem het contact met de aarde ontzegd werd en hoog opgetild waardoor hij geen beroep kon doen op de hulp van zijn moeder; waarbij hij het duidelijk legendarische karakter van zijn daden toonde. Want wanneer deugd de geest omhoog drijft en het de aanblik van vlees onthoudt, is deze direct de overwinnaar. Er wordt dan ook gezegd dat hij lang en hevig zweette tijdens zijn worsteling, omdat het een zware strijd is als het geschil over wellust en ondeugden gaat, zoals Plato in zijn filosofische geschriften zegt: ‘Wijze mannen voeren een grotere oorlog met ondeugden dan met menselijke vijanden.’ Dat zegt ook Diogenes de Cynicus toen hij door pijn in zijn longen werd gekweld en zag dat mensen zich naar het amfitheater haastten: ‘Welk een dwaasheid valt de mensen ten deel: zij spoeden zich voort om mensen met wilde beesten te zien vechten, en passeren mij die worstelt met de pijn welke door de natuur geschonken wordt.’

De mythe van Tiresias

II; 05
Tiresias zag twee slangen paren; toen hij met zijn staf naar hen sloeg, werd hij in een vrouw veranderd. Na verloop van tijd zag hij ze opnieuw paren, en op dezelfde manier naar hen slaand werd hij weer in voormalige geslacht veranderd. Dus toen Hera en Zeus ruzieden wie het meest genoot van de liefdesdaad, vroegen zij hem om hun scheidsrechter te zijn. Hij zei dat een man drietwaalfde van het liefdesplezier kreeg, en een vrouw, negen. Van woede beroofde Hera hem van het zicht, maar Zeus schonk hem goddelijkheid. Hoewel dit een monsterlijk Griekse verzinsel is, kan het worden verklaard. Want zij kozen Tiresias als een allegorie voor de tijd, zoals voor teroseon, wat de eeuwige zomer betekent. Dus werd hij in de lente, dat mannelijk is omdat zich in dat seizoen de vereniging en onbeweeglijkheid van planten voordoet, toen hij de parende dieren voor zich zag, en hen met zijn staf sloeg – dat wil zeggen, in de hitte van zijn gemoedstoestand, in een vrouwelijk wezen veranderd, dat wil zeggen, in de hitte van de zomer. Zij kozen ervoor om de zomer vrouwelijk te laten zijn omdat in dat seizoen alle dingen opbloeien met hun bladeren. En omdat er twee seizoenen zijn voor het paren, voorjaar en herfst, waarin het vermogen om zwanger te worden stopt, veranderde hij weer in zijn oude gedaante. Want het najaar ontdoet alle dingen van hun vrouwelijke voorkomen zodat, met de aderen van het levenbrengende sap in de bomen opnieuw krachtig ingetoomd en het strakgetrokken netwerk van de bladeren, het zijn neerhangende kaalheid bezegelt. Toen werd hij als rechter tussen twee goden gevraagd – dat wil zeggen, de twee elementen, vuur en lucht – toen deze ruzieden over de ware betekenis van liefde. Hij gaf een eerlijk oordeel, want voor de bloei van planten is tweemaal zoveel lucht nodig als vuur; want lucht in combinatie met de bodem helpt bladeren te produceren en maakt de scheuten zwanger, maar de zon dient alleen om het graan te laten rijpen. Als bewijs hiervoor, werd hij door Hera blind gemaakt, omdat ten tijde van de winter de hemel duister wordt met donkere wolken, maar Zeus toekomstige groei helpt concipiëren door innerlijke krachten te schenken, dat wil zeggen vooruitziendheid; daarom wordt januari afgebeeld met twee gezichten, zodat het zowel datgene wat voorbij is als datgene wat komen gaat kan zien.

De mythe van Prometheus

II; 06
Er werd geen bescherming in de landen van de aarde gezocht totdat uiteindelijk diefstal de hemel bereikte; daar, er was geen zilver of goud, kon vuur gestolen worden. Ze zeggen dat Prometheus mensen uit klei creëerde, maar hen zonder ziel of gevoel maakte. In haar bewondering nam Athena deze taak op zich, zodat wanneer hij een hemelse gift nodig had, hij dit kon vragen om hem bij zijn taak te helpen; als het mogelijk was zou zij hem tot aan de goden en daar voorbij brengen, als hij iets zag dat geschikt was voor zijn aardewerk winkel, het zou voor hem beter zijn geweest als hij een scherp onderscheidingsvermogen in deze zaak had ontwikkeld. Ze bracht de arbeider weg, hem tussen de plooien van haar schild met zeven lagen in de lucht tillend; en toen hij zag hoe de hemelse substantie van al het leven in vlammende dampen opgewekt werd, bevestigde hij stiekem een venkelstok aan de wielen van Phoebus’ rijtuig en stal iets van dat vuur; en implanteerde dit in de nietige borst van de man die hij het lichamelijke leven had geschonken. Op deze manier beschrijven ze hoe hij werd vastgebonden en zijn lever eindeloos werd blootgesteld aan een gier. En hoewel Nicagorus, in zijn boek Distemistea, beschrijft hoe hij eerst het beeld laat ontstaan en vervolgens de blootstelling van zijn lever aan de gier verklaart als een voorstelling van wrok, vergelijk dan ook Petronius Arbiter, die zegt: De gier pikt naar zijn lever terwijl deze in de borst en ingewanden doordringt; Maar dit is niet degene die dichters onverschillig noemen, maar wrokkend en losbandig van ziel; Zo doet ook Aritoxenus in het boek Lindosecemarium dat hij schreef een soortgelijke suggestie. Maar ik stel mij Prometheus toch voor als pronianeu dat we in het Latijns goddelijk vooruitziende blik noemen. Door dit goddelijk vooruitzien, en Athena als hemelse wijsheid, werd de mens gemaakt en met het goddelijke vuur verklaarden zij ons dat de ziel goddelijk was geïnspireerd, dat volgens de heidenen uit de hemel werd gestolen. De lever die Prometheus blootstelt aan de gier is wat wij het hart noemen, omdat geen geringe hoeveelheid filosofen verklaard heeft dat wijsheid in het hart leeft, waar Juvenal over zegt: ‘De landelijke jongeling voelt geen opwinding in zijn linkerborst.’ Zo verklaren zij de gier als een allegorie van de wereld, omdat de wereld zowel gedreven wordt door een plotselinge snelle vlucht en wordt gevoed door een eindeloze stroom van lijken en nieuwgeborenen. Zo wordt de goddelijke voorzienigheid gevoed en ondersteund, die op zich geen doel hebben, noch kan de wereld op enige manier dit voedsel stopzetten. Daarna wordt verteld hoe Pandorra gemaakt werd, want Pandorra is Grieks voor het geschenk aan iedereen, want de ziel is universeel aan iedereen geschonken.

De mythe van het overspel van Aphrodite

II; 07
De Zon onthult fraai het overspel van Aphrodite, terwijl de Maan gewend is om het geheim te houden. Aphrodite sliep met Ares, en de Zon, haar ontdekkend, verraadde haar aan haar echtgenoot Hephaistus, die ijzersterke ketens maakte en, beide goden ketenend, hen tentoonstelde terwijl zij daar in hun schande lagen. Zij, in haar verdriet, liet de vijf dochters van de Zon in liefde ontbranden – te weten, Pasiphaë, Medea, Phaedra, Circe en Dirce. Laten we kijken wat de wauwelende dichters ons hierover willen laten denken. In onze huidige tijd is er zeker voldoende bewijs over deze mythe achtergebleven, want moed besmet met wellust wordt duidelijk door het getuigenis van de zon, waar Ovidius in zijn vijfde boek Metamorfosen over zegt: ‘Deze god was de eerste die zichtbaar was.’ En deze met wellust besmette moed wordt schaamtevol vastgehouden door de wurgende greep van hartstocht. Dus liet zij de vijf dochters van de Zon in liefde ontbranden, dat wil zeggen, de vijf menselijke zintuigen die zijn gewijd aan licht en waarheid en als het ware verduisterd werden met deze besmetting door de kinderen van de Zon. Om deze reden kozen zij ook dit soort namen voor de vijf dochters van de zon: als eerste, die als Pasiphaë werd gezien, want pasinfanon, dat in we in het Grieks voor iedereen duidelijk noemen, want zicht kijkt naar de vier andere vier zintuigen omdat het die ene ziet die uitlatingen doet, ziet wat aangeraakt kan worden, kijkt naar hetgeen is aangeraakt, en aanwijst wat geroken kan worden; de tweede, Medea, voor datgene gehoord is, dat wil zeggen, mendenidean, dat we in het Latijns geen zicht noemen, want de stem is leeg in het lichaam; ten derde, Circe, voor aanraking, dat wil zeggen, zoals iemand in het Grieks cironcrine zegt, dat we in het Latijns de uitspraak van de handen noemen; ten vierde, Phaedra, of geurige, zoals iemand feronedon zou zeggen, voor drager van zoetheid; ten vijfde, Dirce, oordelaar over smaak, dat wil zeggen, voor drimoncrine, dat we in het Latijns oordelend over bitterheid noemen.

De mythe van Odysseus en de Sirenen

II; 08
De Sirenen worden in het Grieks bedriegsters genoemd, want het verleiden van de liefde wordt op drie manieren geïnterpreteerd, door zang, aanblik of uit gewoonte: sommige wezens worden bemind vanwege het plezier van hun lied, sommigen door schoonheid of verschijning, en anderen door aangename gewoontes. De metgezellen van Odysseus (Ulysses) passeerden hen met dichtgestopte oren, en hijzelf ging er goed vastgebonden langs. Want Ulysses in het Grieks is olonxenos, dat wil zeggen, vreemdeling voor iedereen; en omdat wijsheid een vreemdeling voor alle dingen op deze wereld is, wordt Odysseus listig genoemd. Dan hoort en ziet hij beiden, dat wil zeggen, herkent en schat hen naar waarde in maar gaat toch langs de Sirenen, dat wil zeggen, de verleiding van genot. En zij stierven omdat zij het gehoord hadden, in de zin dat alle genotzuchtige gevoelens van een wijze man afsterven. Het waren ook gevleugelde wezens, omdat zij snel het verstand van minnaars veroverden; waarbij ze de poten van een kip; hebben, omdat toegeven aan wellust alle bezittingen laat verdwijnen. En tenslotte worden ze Sirenen genoemd, omdat sirene het Griekse woord is voor verraden.

De mythe van Scylla

II; 09
Ze zeggen dat Scylla een uiterst mooi meisje was dat bemind werd door Glaucus, de zoon van Anthedon. Circe, de dochter van de Zon, dacht veel aan hem, en steeds jaloerser wordend op Scylla, wierp magische kruiden in het zwemwater waarin zij gewend was te zwemmen. Toen deze zich er in onderdompelde werd haar lichaam gevuld met wolven en wilde zeehonden. Want Scylla staat in het Grieks voor exquina, wat we in het Latijns geweld noemen. En wat is geweld anders dan wellust? Glaucus beminde deze wellust, want Glaucus is Grieks voor eenogig, waarbij we blindheid glaucoom noemen. Want iedereen die van losbandigheid houdt is blind. En naar verluidt is hij de zoon van Anthedon, omdat anthedon in het Grieks staat voor antiidon, dat we in het Latijns het tegenovergestelde ziend noemen; dus een ontsteking van de ogen wordt veroorzaakt door tegenstrijdig zicht. En Scylla wordt uitgelegd als het symbool voor een hoer, omdat haar wellustige lies gevuld moet worden met honden en wolven; ze is dan waarlijk gevuld met wolven en honden, omdat zij haar intieme delen niet kan bevredigen met penetraties van een ander soort. Maar er wordt gezegd dat Circe haar haatte. Circe, zoals hierboven beschreven, is vernoemd naar cironcrine, oordeel van de hand of vaardig werkende, zoals Terence zegt: ‘Van gezwoeg naar genot, nam ze het aanbod aan, en begon later in de handel. Ook Odysseus zeilde ongedeerd langs haar heen, want wijsheid minacht wellust; hij had de kuise Penelope als vrouw, omdat alle kuisheid is gekoppeld aan wijsheid.

De mythe van koning Midas en de rivier Pactolus

II; 10
Koning Midas smeekte Apollo om alles wat hij aanraakte te veranderen in goud; omdat hij het verdiende, werd de zegen omgezet in een straf, en van lieverlee gekweld door de effecten van zijn eigen wens, want alles dat hij aanraakte werd direct veranderd in goud. Dit was daarom een gouden behoeftigheid en een rijke armoede, want zowel eten als drinken verstijfde en verhardde tot een gouden substantie. Dus smeekte hij Apollo om zijn kwade keuze te veranderen en kreeg als antwoord dat hij zijn hoofd driemaal moest onderdompelen in het water van de rivier Pactolus. Ten gevolge van deze daad wordt gezegd dat de Pactolus voortdurend goud zand afvoert. Het is duidelijk dat dichters hier scherpzinnig hebben ingespeeld op hebzucht, omdat een strever naar hebzucht van honger zal sterven wanneer hij alles fixeert op een prijs, en zo was koning Midas; maar de grootste bijdrage aan zijn rijkdom, zoals Solicrates van Cycicus in het boek over zijn geschiedenis vertelt, was dat, met al die inkomsten van hem, koning Midas verstrooid werd in de Pactolus, die naar zee liep, door ontelbare irrigatiekanalen in het gebied en de rivier vruchtbaar maakte door de hebzucht die hij verspreidde. Midas staat in het Grieks voor medenidon, dat is onwetend, want een vrek is zo dom dat hij zichzelf niet kan helpen.

De mythe van Athena en Hephaistus

II; 11
Toen Hephaistus de bliksems voor Zeus maakte, accepteerde hij een belofte van Zeus dat hij alles mocht nemen wat hij wenste. Hij vroeg Athena (Minerva) ten huwelijk; Zeus beval Athena om haar maagdelijkheid met kracht en wapens te verdedigen. Toen zij het huwelijksbed naderden, morste Hepahaistus zijn zaad op de vloer, en daar werd Erichthonius uit geboren met de voeten van een slang, want eris staat in het Grieks voor strijd, en ctonus is de naam voor de aarde. Athena verborg hem in een mand en vertrouwde hem, met een slang als bewaker in de buurt, toe aan de twee zussen, Aglaurus en Pandrosus. Hij was de eerste die het rijtuig uitvond. Zij verklaarden Hephaistus als het vuur van de razernij, waarbij Hephaistus wordt genoemd als de hitte van het verlangen; hij maakte de bliksems voor Zeus, dat wil zeggen, hij wakkerde de woede aan. Zij kozen ervoor om hem de man van Athena te laten worden omdat zelfs woede door de wijzen een beetje wordt uitgeput. Ze verdedigde haar maagdelijkheid met het geweld van wapens, dat wil zeggen, wijsheid beschermt de integriteit van eigen gewoonten met de kracht van de geest tegen woede. Vandaar dat Erichthonius werd geboren, want eris staat in het Grieks voor strijd, en tonos is niet alleen aards, maar kan ook afgunst betekenen, waarover Thales van Miletus zegt: ‘Afgunst is de verslinder van aardse roem.’ En wat anders dan afgunstige strijd kan de verzwakkende woede van wijsheid produceren? Wijsheid, dat wil zeggen, Athena, verborg het in een mand, dat wil zeggen, verborg het in haar hart, want elke wijze man verbergt zijn woede in zijn hart. Athena plaatste er een slang als bewaker in de buurt, dat wil zeggen, vernietiging, die ze toevertrouwde aan de twee meisjes, Aglaurus en Pandrosus. Want Pandrosus wordt het geschenk van allen genoemd, en Aglaurus staat voor acouleron, dat wil zeggen, het vergeten van verdriet. Want de wijze man vertrouwt zijn verdriet ofwel toe aan die goedhartigheid welke het geschenk aan iedereen is of aan de vergetelheid, zoals werd gezegd door Caesar: ‘Jij die niets vergeet uitgezonderd het onrecht dat je aangedaan is.’ Waarvan wordt gezegd dat hij heeft uitgevonden, toen Erichthonius opgroeide? Niets minder van de renbaan, waar altijd de strijd der afgunst heerst, zoals Vergilius zegt: ‘Erichthonius durfde als eerste een wagen met vier paarden te combineren.’ Neem kennis van het feit welke verdienste erin schuilt als kuisheid met wijsheid wordt verbonden, want daar kon zelfs de god van het vuur niet over zegevieren.

De mythe van Dionysus

II; 12
Zeus lag samen met Semele, waardoor Vader Dionysus (Liber) werd geboren; hij brulde toen hij met zijn bliksems tegenover haar kwam te staan; waarbij de vader de jongen bij haar wegnam en hem in zijn eigen dijbeen plaatste en later aan Maro gaf om te verzorgen. Er werden vier zusters genoemd, inclusief Semele, namelijk Ino, Autonoë, Semele en Agave. Laten we onderzoeken wat deze mythe symboliseert. Er zijn vier stadia van dronkenschap – te weten, als eerste, een overdaad aan wijn; ten tweede, dingen vergetend, als derde, wellust; als vierde, waanzinnigheid – waarbij deze vier de naam Bacchanten kregen: de Bacchanten worden zo genoemd vanwege hun waanzin door wijn. Als eerste Ino, want inos is het Griekse woord dat we kennen voor wijn; Ten tweede, Autonoë staat voor autenunoe, dat wil zeggen, van zichzelf onwetend; als derde, Semele, want somalion, wat we in het Latijns het bevrijde lichaam noemen, omdat wordt gezegd dat zij Vader Dionysus heeft gebaard, dat wil zeggen, uit een wellustige roes geboren; als vierde, Agave, die vergelijkbaar is met waanzin omdat ze in haar waanzin het hoofd van haar zoon afsneed. Zo wordt hij Vader Dionysus genoemd omdat de woede van wijn de menselijke geest bevrijdt; van hem wordt gezegd dat hij de bevolking van India heeft veroverd omdat dat ras nauw verbonden is met wijn, in twee opzichten, ten eerste omdat de felle hitte van de zon hen tot drinkers maakt, ten tweede omdat wijn in dat deel van de wereld gelijk is aan die van Falernum of Meroë, waar zo’n kracht in huist dat zelfs een gevestigde dronkaard hiervan nauwelijks een pint in de maand zal drinken; waar Lucan over zegt: ‘Falerniaan, waar Meroë aan wordt toegevoegd, dwingt haar koppige natuur tot gisten,’ want het kan op geen enkele manier verzwakt worden door water. Dionysus werd overgedragen aan Maro om te verzorgen, een vorm van Maro, want door merum wordt alle dronkenschap gesteund. Er wordt ook verteld dat hij op tijgers reed, omdat alle dronkenschap samengaat met wreedheid; en door wijn benevelde geesten zwakker worden, daarom wordt hij ook Lyaeus genoemd, aanzienlijk in zachtheid. Dionysus wordt afgebeeld als een jongeling, omdat dronkenschap nooit volwassen is; en hij wordt naakt afgebeeld, ofwel omdat elke wijnzuiper wordt blootgesteld aan diefstal of omdat dronkaards de geheimen van hun geest onthullen.

De mythe van de zwaan en Leda

II; 13
Hoewel liefde voor wellust bij alle mensen beschamend is, is het nooit erger dan wanneer het bij eer wordt betrokken. Want wellust in relatie met eer, niet wetend waardoor het in beweging wordt gezet, is altijd tegengesteld aan waardigheid. Hij die op zoek gaat om iets goddelijks te worden moet oppassen dat hij niet wordt wat hij niet was. Want als zwaan vermomd sliep Zeus met Leda, die een ei legde waaruit de volgende drie werden geboren, Castor, Polydeuces (Pollux) en Helena van Troje. Deze mythe heeft de geur van een allegorische interpretatie, want Zeus wordt voorgesteld als het symbool van macht, en Leda staat voor lide, dat we in het Latijns ofwel belediging of scheldwoord noemen. Zo raakte alle macht betrokken bij beledigingen die het aanzien van grootmoedigheid veranderden. Hij zou in een zwaan veranderd zijn omdat de naturalisten, in het bijzonder Melistus van Euboea die de betekenissen van alle natuurwetenschappers uiteen heeft gezet, verklaart dat dit soort vogels zo van laster zijn vervuld dat wanneer deze vogel schreeuwt de rest van de vogels in de buurt stil worden. Om deze reden wordt hij ook wel een olor genoemd, afgeleid van oligoria, noodzakelijk betrokken bij beledigingen. Maar laten we eens bekijken wat er uit deze affaire is voortgekomen, niet minder dan een ei, want, net als in een ei, is al het vuil dat bij de geboorte weggewassen moet worden binnen het ei gebleven, zo is ook alle laster onzuiver. Maar uit dit ei werden de volgende drie geboren, Castor, Polydeuces en Helena, niets minder dan een voedingsbodem voor schandalen en strijd, zoals ik ooit schreef: ‘En de overspelige vrouw jaagt beide werelden uiteen door verdriet.’ Want zij verklaren Castor en Polydeuces als symbolen van vernietiging, daarom leggen zij de Wielen (Castors) van de zee uit als het creëren van gevaar; ze zeggen dat beiden afwisselend opkomen en weer ondergaan, omdat hoogmoed altijd voor de val komt; waarbij het Griekse woord iperefania staat voor trots. Iperefania is strikt genomen de term voor de naam voor het erboven verschijnen, omdat, in de twee sterrenbeelden die zij de naam van de broers hebben gegeven, de een boven de ander verschijnt terwijl de ander ondergaat, net als de Morgenster en de Avondster; want in het Grieks is Pollux apo tu apollin, dat wil zeggen, op zoek naar vernietiging, en Castor is cacon steron, dat wil zeggen, uiteindelijk kwaad.

De mythe van Ixion

II; 14
Hij die op zoek is naar meer dan hij zou moeten hebben zal kleiner worden dan hij nu is. Zo streefde Ixion naar een huwelijk met Hera, zij maakte een wolk die op haar leek, en Ixion bedreef er de liefde mee waardoor hij vader werd van de Centauren. Als er niets aantrekkelijkers is dan Romeinse waarheid, dan is er niets grilligers dan Griekse leugens. Zij verklaren Ixion als in Axion, omdat in het Grieks axioma verdienste wordt genoemd. Hera is de godin van de heerschappij, zoals ik eerder verklaarde; daarom verdient het waardig nastreven van heerschappij een wolk, dat wil zeggen, het louter nastreven van waarde. Want heerschappij duurt eeuwig, maar vluchtige tijdelijke macht is hier jaloers op en grijpt gehaast vleugels, waardoor eerder de illusie van een kortstondig succes ontstaat dan de waarheid ervan, en neemt net als de wind een lege vorm aan. Zo was de ziener Vatinius gewend om te zeggen dat de eer van verschillende steden als een stadsklucht werd uitgebeeld in een droom; en hoewel iedereen verklaarde dat het er niets mee te maken had, werd de eer van Rome als uitstekend gezien omdat het voor een gedeelte ware eer was, terwijl de rest belachelijk en vluchtig was. Want ik geloof dat hij de gedachten van de filosoof Cleobulus had gelezen toen hij zei: ‘Het leven is een klucht.’ Welnu, laten we de mythe onderzoeken. In zijn Theologia schrijft Dromicrites dat Ixion in het begin naar de roem van een koninkrijk in Griekenland streefde, en dat hij als eerste van alle mensen voor dit doel honderd ruiters bijeen bracht, vanwaar deze honderd gewapend mannen Centauren werden genoemd (ze zouden centippi genoemd moeten worden, omdat zij worden afgebeeld als deels paarden), maar ook als honderd gewapende echte mannen. Dus deze Ixion, die in korte tijd een opportunistische heerschappij veroverde, was een gevolg van zijn bewind; daarom zeggen ze dat hij tot het rad werd verdoemd, omdat de volledige cirkel onder brengt wat eerst boven was. Hiermee willen zij aan iedereen aantonen dat degen die met wapens en geweld naar heerschappij streeft het ene moment in hoog aanzien staat en het volgende moment weer neergehaald wordt, net als een wiel dat op geen enkele moment een vast hoog punt heeft.

De mythe van Tantalus

II; 15
De gigant Tantalus, die de bovennatuurlijke krachten van de goden wilde testen, zette zijn zoon Pelops als een gerecht voor hen op tafel; hiervoor werd hij zwaar gestraft. Ze zeggen dat hij in de onderwereld in een poel stond, het bedrieglijke water prikkelde zijn lippen met een vluchtige aanraking, en voor zijn gezicht hingen er vruchten, maar op zijn aanraking veranderden die in as. Zo leek hij in voorspoed te leven maar was in feite straatarm: het bedrieglijke water maakte hem dorstig en het fruit dwong hem om honger te lijden. Petronius legt dit verhaal kort uit wanneer hij zegt: Arme Tantalus, hoewel gedreven door zijn eigen hunkeringen, kan niet drinken van het water om hem heen of de vruchten grijpen. Dit zal het beeld van de grote en rijke man zijn, die alles in overvloed bezit, en toch stikt vanwege een hongerige droge mond.

De mythe van de Maan en Endymion

II; 16
Zo kozen de maan als Persephone (Prosperine) in de onderwereld, ofwel omdat deze ’s nachts schijnt of omdat zij in een lagere baan gaat en over de landen van de aarde heerst, in die zin dat niet alleen de aarde maar ook de rotsen of de geesten der levende wezens, en – wat nog moeilijker te geloven is – zelfs uitwerpselen die over tuinen worden geworpen bij het opkomen van de maan kleine wormen produceren, allen reagerend op haar opkomen en ondergaan. Ze kiezen ook voor Artemis (Diana), de maan, om te heersen over de bossen, omdat zij de groei stimuleert van het sap in bomen en vruchten. Dan verrot ook het hout dat omgehakt is bij het licht van de wassende maan door het boorsel uit wormgaten van larven. Naar verluidt werd zij om twee redenen verliefd op de herder Endymion, ofwel omdat Endymion de eerste man was die de sporen van de maan ontdekte, waardoor hij dertig jaar sliep, omdat hij tijdens zijn leven niets anders onderzocht na deze ontdekking (zoals Mnaseas heeft verteld in zijn eerste boek van zijn werk over Europa), of omdat gezegd wordt dat zij verliefd werd op de herder Endymion omdat het vocht van de nachtelijke dauw, waardoor de uitademingen van sterren en de leven schenkende maan diep in het sap van gras dringen, goed is voor een rijke kudde schapen.

Boek 3

Proloog

III; 00
De verlegen blik van onwetendheid bedelt altijd om excuses voor zichzelf, zodat, alle fouten die door gebrek aan kennis gemaakt worden, iemand die kritische aanvallen verdient vrijgepleit kan worden met een pleidooi van inschikkelijkheid dat fouten altijd afdekt. Maar omdat geschriften die aan een vriendelijke rechter gestuurd worden nooit kwaad over zichzelf denken, heb ik mijn eenvoudige werkzaamheden, Meester, aan uw uiterst openhartiger oordeel opgedragen, vertrouwend dat welke absurduteit dan ook is doorgegeven, niet om door u met uw ongenade geminacht te worden, maar voor u om recht te zetten met uw grote kennis.

De mythe van Bellerophon

III; 01
Koning Proetus had een vrouw Antia, die verliefd werd op Bellerophon. Toen ze hem vroeg om overspel te plegen, weigerde hij; waarna ze hem bij haar echtgenoot beschuldigde. De laatste, vanwege de band met zijn schoonvader, stuurde hem op pad om de Chimaera te doden; en Bellerophon versloeg het ondier, gezeten op het paard Pegasus dat uit het bloed van de Gorgo geboren was. Zij verklaren Bellerophon uit buleformuni, waar Homerus over zegt: ‘Het past een raadgever van mannen niet om de hele nacht te slapen.’ Ook Menander, in zijn komedie Disexapaton, zegt: ‘Je hebt Demeas al beschreven, ons idee van een raadgever.’ En om het bewijs volledig te maken, zegt Homerus in zijn relaas over Bellerophon het volgende: ‘Een zeer wijze raadsman, bedenkt ware gedachten.’ Hij verwerpt wellust, dat wil zeggen, Antia, want antion betekent in het Grieks tegengesteld aan, zoals we evantion tou christou zeggen voor Antichrist, dat wil zeggen, in tegenstelling tot Christus. Merk ook op dat Antia wordt beschreven als niemand minder dan de vrouw van Proetus. In de Pamphylische taal betekent pritos zwaar, zoals Hesiodus in zijn Eclogen schrijft: ‘Zwaar van de bloedgekleurde dauw van druiven die met de voeten wordt getreden.’ En zijn vrouw is niets anders dan onverkwikkelijke wellust. En ook Bellerophon, dat wil zeggen, goede raad, rijdt op niemand minder dan het paard Pegasus, want pegason betekent niets anders van eeuwige bron. De wijsheid van goede raad is een eeuwige bron. Zo is Pegasus ook gevleugeld, omdat hij neerkijkt op de gehele natuur van de wereld met een snelle gewaarwording van haar ontwerpen. Dan wordt ook verteld dat hij met zijn hoeven de bron van de Muzen heeft geopend, want de Muzen worden met een bron van wijsheid voorzien. Hij is geboren uit het bloed van de Gorgo omdat de Gorgo wordt uitgelegd als angst: ze is verbonden met het hart van Athena, zoals Homerus in zijn dertiende boek schrijft: ‘Waarop in reliëf de wrede blik van de Gorgo is afgebeeld, verschrikkelijk woest kijkend.’ Deze interpretatie kan op twee manieren worden uitgelegd: ofwel wijsheid ontstaat wanneer angst is overwonnen, zoals Pegasus uit de dood ontstaat uit het bloed van de Gorgo, omdat dwaasheid altijd bang is, of ‘angst het begin is van wijsheid,’ omdat wijsheid groeit uit angst voor zijn meester, en iemand wijs wordt als hij roem vreest. Vervolgens doodde hij de Chimaera, waarbij Chimaera voor cymeron staat, dat wil zeggen, het aanzwellen van liefde, waar Homerus van zegt: ‘De donkere golven tillen hun golfkammen op.’ Zo wordt de Chimaera afgebeeld met drie hoofden, omdat er drie stadia van liefde zijn – dat wil zeggen, het begin, de voortzetting en het einde. Want als de liefde komt, doet het net als een leeuw een sterfelijke aanval, vanwaar Epicharmus, de auteur van komedies, zegt: ‘Wellust is een heerser sterker dan de kracht van een leeuw’; en Vergilius zinspeelt hierop wanneer hij zegt: ‘Haar welpen vergetend, zwierf de leeuwin wreder dan op andere tijden door de velden.’ En de geit welke is afgebeeld in het midden van de Chimaera is de ware belichaming van wellust, omdat dit soort dieren de grootste neiging tot wellust hebben, zoals Virgilius in de Eclogues zegt: ‘Dartelende jonge geiten.’ Zo worden ook Saters afgebeeld met geitenhoorns, omdat die hun wellust nooit kunnen bevredigen. En wanneer de Chimaera ‘na een slang’ genoemd wordt, legt men dit op deze manier uit, dat men haar na voltooiing uit berouw en het vergif der zonde de doodssteek kan geven. Daarom wordt in deze volgorde van beschrijven gesteld dat liefde eerst aanvalt; ten tweede, die voltooit; en ten derde spijt heeft van de dodelijke wond.

De mythe Van Perdix

III; 02
Een familierelatie, op zichzelf plezierig, leidt altijd tot vooroordelen wanneer er zware arbeid bij betrokken is, en vaardigheden die geleidelijk zijn aangeleerd een verbittering veroorzaken als iets wat je niet wilt dat dit gebeurt: het is voor de leerling beter om onderwezen te worden in een sfeer die zulke omstandigheden niet kent dan onverwachts door angst te worden aangegrepen vanwege familiebanden. Ze zeggen dat Perdix een jager was; ze beschrijven hem als weggerukt van moederlijke liefde toen hij van ongebreidelde wellust ziedde en door schaamte werd overvallen over deze nieuwe schurkenstreek, en hierdoor verteerd en onderdrukt werd als bij een extreme ziekte. Hij vond als eerste de zaag uit, zoals Vergilius zegt: ‘De mannen sneden het deelbare hout voor het eerst met punten.’ Maar zoals Fenestella schrijft in zijn Oudheden, was hij eerst jager. Toen bloederige vernietiging betrokken werd bij het doden van wilde dieren en de jager het plezier in de eenzaamheid van de zwervende jacht verloor, en hij terdege besefte dat zijn jachtgezellen (contiroletas), dat wil zeggen, Actaeon, Adonis en Hippolytus, gedood waren door de vernietigingsdrang van de ellendige dood, besloot hij te stoppen met de uitoefening van zijn vroegere vaardigheden, en begon hij aan landbouw. Om die reden wordt verteld dat hij net zoveel van zijn eigen moeder hield als van de aarde, de voortbrengster van alle dingen. Er wordt gezegd dat vanwege zijn obsessie voor dit werk hij zeer arm en mager werd. En omdat hij alle jagers wegsleurde bij de smet van hun vroegere vaardigheden, wordt verteld dat hij de zaag heeft uitgevonden, alsof het een slecht woord was. Hij had Polycastes als moeder, zoals policarpen, dat we in het Latijns rijk aan vruchten noemen, dat wil zeggen, de aarde.

De mythe van Actaeon

III; 03
Nieuwsgierigheid, dat verwant is aan gevaar, zal voor zijn volgelingen altijd letsel teweegbrengen in plaats van plezier. Zo wordt over de jager Actaeon verteld dat hij Artemis bespioneerde toen zij een bad nam, en veranderd in een hert niet door zijn eigen honden herkend werd die hem met hun tanden aan stukken scheurden. Anaximenes, die in zijn tweede boek over oude kunsten spreekt, zegt dat Actaeon van jagen hield, maar toen hij volwassen was geworden, de gevaren van de jacht overwoog, dat wil zeggen, de naakte gevaren van zijn vaardigheden beschouwde, en bang werd. Hij had het hart van een hert, zoals Homerus schrijft: ‘Beneveld door de wijn, met de ogen van een hond en het hart van een hert.’ Maar terwijl de spanning van de jacht hem verliet, hield hij niet van de aard der honden, want door hen doelloos te behagen verloor hij heel zijn wezen; om deze reden wordt verteld dat hij door zijn eigen jachthonden verslonden werd.

De mythe van Hero en Leander

III; 04
Liefde is vaak dicht in de buurt van gevaar; en als het alleen oog heeft voor datgene wat het prijst, ziet het nooit of het raadzaam is. Eros is het Griekse woord voor liefde, terwijl Leander kan worden uitgesproken als lisiandrom, dat wil zeggen, de bevrijding van mannen: want vrijlating produceert liefde in een man. Hij zwemt ’s nachts, dat wil zeggen, hij riskeert gevaar in het donker. Hero wordt ook afgebeeld als de gelijkenis van liefde. Ze draagt een lantaarn, en wat is liefde anders dan het dragen van een toorts om het gevaarlijke pad voor de geliefde te verlichten? Maar deze wordt snel gedoofd, omdat jeugdige liefde niet lang duurt. Hij zwemt ook naakt, want liefde kan zijn volgelingen uitkleden en hen naakt in gevaar brengen zoals in de zee. Want de dood op zee wordt voor hen beiden veroorzaakt door het doven van het licht, en dit betekent duidelijk dat voor beide geslachten het verlangen sterft met het doven van het vuur van de jeugd. Want door het sterven op zee worden zij weggedragen zoals de tranen van ouderdom: het kleine vuur van de hartstochtelijke jeugd wordt koud wordt tijdens het verval van de verdovende saaiheid.

De mythe van Berecynthia (Cybele) en Attis

III; 05
De Grieken stelden hun valse geloof in demonen nergens anders meer in een kwader daglicht dan toen zij hun slapende oude moeder niet alleen tot een jeugdige minnares maakten maar ook nog een gepassioneerde. Deze jaloerse oude vrouw, ontstoken in passie, opvlammend, spaarde in woede haar eigen diensten niet, zodat, toen zij op de vruchten van wellust hoopte, de oude onder haar eigen gewicht tenonder ging. En hoewel wellust in de hoofden van vrouwen de zeggenschap kan hebben, krijgt passie de controle over onbevredigde wellust. Laat ons daarom verklaren wat de Grieken bedoelden met deze zaken. Zij wezen Cybele (Berecynthia) aan als de koningin van de bergen; zij noemden haar de moeder van de goden omdat zij wensten dat de goden trots genoemd zouden worden; dus noemden zij de bewoners van de Olympus de hoogste en de trotse; maar zo noemen zij demonen ook volgens Homerus wanneer deze zegt: ‘Aan de andere goden,’ want demos is het Griekse woord voor mensen, en is betekent één; en zij werden demomen genoemd omdat zij de mensen wilden onderwerpen om als enige over hen te regeren. Dus voor de Romeinen waren zij de autochtonen (indigetes) aan wie het niets ontbrak (nibil indigentes). Dus zeggen zij dat Cybele op de bergen gedijde als lentebloemen (uerniquintos), want in de Attische spraak wordt een bloem quintos genoemd, vandaar staat de hyacinth voor bioscintos, wat we in het Latijns de eenzame bloem noemen omdat die mooier is dan alle anderen. Want ook Epicharmnus zegt: ‘Geavanceerde Chrysalis, bedekt met bloemen en dronken van de wijn.’ Zo snijdt iedereen die van bloemen houdt deze af, zoals Cybele deed bij Attis, want antis betekent in het Grieks bloem. Zoals de Griek Sosicles schrijft in zijn boek dat Teologumenon genoemd wordt, de moedergodin wenste in een machtspositie geplaatst te worden, waardoor zij Cibebe genoemd wordt, naar cidos bebeon, oftewel, vastberaden roem; en waar Homerus over zegt: ‘Aan wie Zeus roem schonk.’ Ze wordt samen met torens afgebeeld, want alle verheffing van macht zetelt in het hoofd; ze rijdt in een wagen die door leeuwen wordt getrokken, want alle macht heerst over kracht; ze draagt ook een koninklijke scepter, want alle macht is verbonden met de koninklijke staat. De moeder wordt een god genoemd, omdat zij, of het nu goden of autochtonen zijn, precies tot uitdrukking willen brengen dat zij door de ouden als goden worden aangeduid. Dus de moeder is de macht van de goden; waar Homerus, sprekend over Agamemon, van zegt: ‘Gelukkige zoon van Atreus, kind van het geluk, gezegend door de goden.’; en Euripides, Tantalus met Zeus vergelijkend in zijn Tragedie Electra, die zegt: ‘De eens gelukkige Tanatalus, hoewel ik zijn geluk niet bespot, wordt gelijk gesteld aan Zeus.’ Dus staat de roem van macht altijd in brand van liefde en wordt het verscheurd door afgunst, en snijdt datgene waar het zich over verrukt snel weg, terwijl het ook dient wat het haat. Uiteindelijk kan alle macht, voor nu en later, bij zijn volgelingen geen genegenheid van dag tot dag behouden, en datgene waar het van houdt wordt binnenkort door passie afgesneden of gevreesd uit afkeer. Dus bedoelden zij met Attis eton, want etos is het Griekse woord voor gewoonte. Welke liefde er ook onder machtigen heerst, het kan nooit stabiel zijn.

De mythe van de godin Psyche en Cupido (Eros)

III; 06
Apuleius heeft in zijn boek over Metamorfosen dit verhaal duidelijk verteld, dat in een bepaald land een koning en een koningin leefden die drie dochters hadden, de oudste twee zagen er matig uit, maar de jongste bezat zo’n overtreffende schoonheid dat men dacht dat zij een aardse Aphrodite was. Het huwelijk kwam voor de oudste twee met hun matige uiterlijk, maar niemand waagde het om zijn liefde te verklaren aan iemand die er als een godin uitzag, bang om haar te aanbidden en haar vijanden te mishagen. En dus verzocht Aphrodite, aangetast in haar gevoel van waardigheid over haar heerschappij en brandend van jaloezie, haar zoon Eros om de koppige Psyche zwaar te straffen. Zich haastend om zijn moeder te wreken werd hij verliefd op het meisje zodra hij een blik op haar wierp; de straf werd in feite omgedraaid, en het was alsof de trotse boogschutter doorboord was met een pijl van zichzelf. Door de strenge uitspraak van Apollo, werd bevolen het meisje naar de top van een berg te brengen; waar zij naar toe werd gedragen als in een rouwstoet, en een gevleugelde slang zou krijgen als haar bestemde echtgenoot. Vol moed, het meisje werd in een rijtuig over de berghellingen gevoerd en, alleen achtergelaten, dreef zij naar beneden, zachtjes zwevend op de adem van Zephyrus, en werd meegenomen naar een gouden huis, dat ver boven alle gedachten aan prijs en roem verheven was. Daar, via stemmen van bedienden, werd haar de beschikking gegeven over dit geheimzinnige huis van haar man. ’s Nachts kwam deze bij haar, en de strijd van Aphrodite vond in het donker plaats, maar zoals hij ’s avonds ongezien kwam, zo vertrok hij ongezien bij de dageraad. Zo had ze bedienden die alleen uit stemmen bestonden, macht die slechts uit wind bestond, nachtelijke liefde, en een onbekende echtgenoot. Maar haar zusters kwamen om over haar dood te huilen, en smeekten met trieste stemmen in zusterlijke woorden op de top van de berg die zij hadden beklommen; en hoewel haar echtgenoot die het licht schuwde haar met bedreigingen verbood om naar haar zusters te kijken, sloeg zij het verbod van haar man in de wind vanwege de onbedwingbare liefde voor bloedverwanten. Zo, gedragen op de hijgende adem van Zephyrus, werden haar bezorgde zussen naar haar toe gedragen; en drongen er met hun giftige adviezen op aan dat zij moest proberen om het uiterlijk van haar echtgenoot te achterhalen, zij gaf aan nieuwsgierigheid toe, hun stiefmoeder zorgde voor haar veiligheid, en liet alle voorzichtigheid varen, met een goedgelovigheid die altijd de moeder van de misleiding is. Haar zusters gelovend dat zij was getrouwd met een slang als echtgenoot, en bereid om hem als een wild beest te doden, stopte ze een scherp mes onder het kussen en verborg een lamp in de buurt van het bed. Toen haar man in een diepe slaap uitgestrekt lag, bewapende zij zich met het wapen en stak de lamp aan die zij had verborgen bij haar bed; toen ze Eros herkende, werd hij verbrand door de akelige resultaten van haar liefde, en verschroeide haar man door glinsterende olie te morsen; Eros, toen hij uit het huis vluchtte en het meisje felle verwijten maakten vanwege haar nieuwsgierigheid, liet haar als een zwervende vluchteling achter. Uiteindelijk, nadat zij aan vele vervolgingen van Aphrodite was blootgesteld, werd haar huwelijk op bevel van Zeus geaccepteerd. Ik zou het verloop van het hele verhaal kunnen vertellen in dit kleine boek van mij, hoe ze in de onderwereld afdaalde en een klein flesje vulde met het water van de Styx, de kudde van de zon van hun gouden vacht beroofde, het mengsel van kleine zaden sorteerde, en – hoewel openmaken de dood betekende – zich van een klein deel van Persephone’s schoonheid verzekerde. Maar omdat Apuleius deze opeenhoping van leugens breedvoerig heeft beschreven in bijna twee boeken, en Aristophontes van Athene het verhaal heeft gepubliceerd, voor diegenen die het wensen te lezen, breedvoerig in de boeken die Disarestia worden genoemd, heb ik om deze reden slechts een samenvatting van die andere boeken in mijn verhaal verwerkt, opdat ik in mijn werk datgene afleid wat terecht van hen is en mijn verplichtingen toevoeg die aan anderen toekomen. Maar hij die dit verhaal in mijn werk leest mag aan deze zaken voorbij gaan in de wetenschap dat de onjuistheid hem is aangetoond. Zij hebben het land, waarin de koningin is gesitueerd, om God en zaken weer te geven, als voorstelling van de wereld gekozen. Zij voegen drie dochters toe – dat wil zeggen, het vlees; de bijzondere eigenschappen (ultronietatem) die we de vrije wil zullen noemen; en de geest. Want in het Grieks wordt Psyche de geest genoemd, die zij veel jeugdiger wensten omdat zij zeiden dat de geest werd toegevoegd nadat het lichaam was gevormd; en om deze veel mooier te laten zijn omdat deze hoger stond dan de vrije wil en edeler was dan het vlees. Aphrodite benijdt haar als wellust; ze stuurt hebzucht (cupiditatem) op haar af om haar te vernietigen; maar omdat hebzucht zowel voor goed als kwaad staat, gaat hebzucht met de geest samen en verbindt zich met haar, als het ware, in een huwelijk. Het overtuigt haar niet om zijn gezicht te zien, dat wil zeggen, het plezier van hebzucht niet te leren kennen (dus Adam, in het bezit van zijn ogen, ziet zichzelf niet naakt totdat hij van de boom der hebzucht eet), noch is ze het eens met haar drie zusters – dat wil zeggen, vlees en vrije wil – dat ze haar nieuwsgierigheid moet bevredigen betreffende haar uiterlijk, totdat ze bang geworden door hun aandringen een lamp onder het bed vandaan pakt, die het verborgen verlangen in haar inborst onthuld en er van houdt en dol op is nu ze het heeft gezien en zo heerlijk is. Er wordt gezegd dat ze het verbrand heeft door het overborrelen van de lamp omdat alle hebzucht heet wordt naarmate het verlangd wordt en het vlees markeert met de smetten van de zon. Zo wordt haar fortuin ontdaan van naakte en hevige hebzucht, en wordt uit het ouderlijke huis het gevaar in gedreven. Maar ik heb, omdat het lang duurt om alle details te verklaren, alleen de kern van de interpretatie aangegeven. Als iemand dit verhaal van Apuleius leest zal hij andere details van mijn uitleg tegenkomen waarop ik niet ben ingegaan.

De mythe van Peleus en Thetis

III; 07
Ze zeggen dat Thetis water aanduidt, vanwaar de nimf haar naam kreeg. De god Zeus liet haar trouwen met Peleus, en pelos is in het Grieks lutum, en modder in het Latijns. Dus zij wilden een man produceren vermengt met water, waarbij ze zeggen dat Zeus met Thetis wilde slapen maar dat dit voorkomen werd vanwege de gedachte dat zij iemand zou voortbrengen die machtiger was dan hijzelf en hem uit zijn heerschappij zou verstoten; want het vuur, dat wil zeggen Zeus, vermengd met water, wordt door de kracht van het water gedoofd. Dus wordt bij het huwelijk van water en aarde, dat wil zeggen, Thetis en Peleus, alleen Tweedracht (Eris) niet uitgenodigd, omdat er eendracht moet zijn tussen de twee elementen om een man te produceren: uit hun samenkomst blijkt dat Peleus staat voor de aarde, dat wil zeggen, het vlees, en Thetis voor water, dat wil zeggen, vloeistof, en Zeus die de twee met vuur liet trouwen, dat wil zeggen, de geest. Bij het concipiëren van de mens zijn door het mengen van de elementen drie godinnen, zoals ik hierboven beschreef, dat wil zeggen, drie levens, bij het conflict betrokken. Zo wordt gezegd dat Tweedracht de gouden appel wierp, dat wil zeggen, hebzucht, omdat er een gouden appel zit in alles waar je naar kijkt, niet wat je eet, net zoals hebzucht kan bezitten maar niet kan genieten. Er wordt gezegd dat Zeus alle goden opdroeg om naar de bruiloft te komen omdat de heidenen geloven dat in een menselijk wezen de afzonderlijke goden afzonderlijke lichaamsdelen bezetten – bijvoorbeeld, Zeus, het hoofd; Athena, de ogen; Hera, de armen; Poseidon, de borst; Ares, de taille; Aphrodite, de nieren en geslachtsorganen; Hermes de voeten; zoals Dromoclites beschrijft in zijn fysiologie; zo zegt ook Homerus: ‘Zijn hoofd en ogen lijken van Zeus die geniet van de donder, en zijn middel van Ares, en zijn borst van Poseidon.’ Zo zegt ook Tiberianus in zijn Prometheus dat de goden hun individuele kenmerken aan de mens gaven. Nadat Achilles was geboren doopte zijn moeder hem in het water van de Styx om hem tot een perfecte man te maken, dat wil zeggen, zij beschermde al zijn ledematen goed tegen aanvallen, maar alleen zijn hiel doopte zij niet in het water, om het fysieke feit aan te tonen dat de aderen die in de hiel zitten zijn verbonden met de nieren, dijen en geslachtsorganen, en dat van daaruit andere aderen naar de grote teen lopen; want artsen openen de aderen in de benen van vrouwen die op het punt van bevallen staan op dezelfde plaats; de afdekkende pleister, die de onderwijzer van medicijnen Africanus stisidem noemde, moet volgens hem op de grote teen en hiel worden geplaatst. Orpheus zelf toonde aan dat dit de voornaamste plek van wellust is, en zij leren dat op dezelfde plekken de ingewanden uitgebrand moet worden. Zo toont hij aan dat de menselijke kracht, hoewel beschermd, onderworpen is en open staat voor alle aanvallen van wellust. Hierna werd Achilles toegewezen aan het hof van Lycomedes ofwel het koninkrijk van de wellust, want Lycomedes betekent voor de Grieken gliconmeden, dat wil zeggen, lieflijk niets, omdat alle wellust zowel lieflijk als niets is. Dan sterft hij uit liefde voor Polyxena en wordt als het ware gedood vanwege zijn hiel. Van Polyxena wordt in het Grieks gezegd dat dit een buitenlander voor velen is, hetzij omdat liefde er voor zorgt dat de passie van mannen ver van hun geest vandaan reist, of omdat wellust in zijn dwalende toestand onder vele volkeren reist.

De mythe van Myrrha en Adonis

III; 08
Van Myrrha wordt verteld dat zij verliefd was op haar vader, wiens bed ze deelde toen hij dronken was. Toen haar vader ontdekte dat ze zwanger was en haar monsterlijke misdaad bekend werd, begon hij haar te achtervolgen met een zwaard. Zij werd veranderd in een mirreboom, en toen de vader met zijn zwaard op de boom sloeg, werd daar Adonis uit geboren. Laat me uitleggen wat dit verhaal betekent. De mirre is van het type bomen waar sap uit druipt; er wordt gezegd dat zij verliefd werd op haar vader. Dezelfde bomen worden aangetroffen in India, opgewarmd door de hitte van de zon; en omdat ze altijd zeggen dat de vader de zon is van alle dingen, door wiens hulp de groei van het plantenleven zich ontwikkelt, wordt op deze manier uitgelegd dat zij verliefd was op haar vader. Toen zij zich tot een stevige boom had ontwikkeld die openscheurde door de hitte van de zon, produceerde zij barsten waaruit een hars droop dat mirre heette; en net als tranen zweette zij een aangename geur uit via deze gapende groeven. Er wordt verteld dat ze het leven schonk aan Adonis omdat Adon het Griekse woord is voor een zoete geur. Dus zeggen ze dat Aphrodite verliefd op hem werd omdat dit soort vloeistof zo vurig is; zo zegt ook Petronius Arbiter dat hij een teug mirre nam om zijn seksuele verlangens op te wekken; en zo introduceert ook de schrijver van komedies Sutrius de losbandige Glico, die zegt: ‘Breng me mirre zodat ik de bolwerken kan aanvallen met viriele wapens.’

De mythe van Apollo en Marsyas

III; 09
Uit een bot ontdekte Athena (Minerva) de dubbele fluit, maar toen ze er op speelde tijdens een banket van de goden en deze allen lachten omdat haar wangen opbolden, ging ze naar het zoute meer Triton, in Noord-Afrika; en nadat ze haar spiegelbeeld in het water had bekeken en beschaamd moest bekennen dat haar wangen lelijk opbolden, wierp zij de fluit weg. Marsyas, die hem vond, leerde er vaardig op spelen en, verlangend naar een felle strijd, daagde Apollo uit tot een wedstrijd. Zij kozen koning Midas als scheidsrechter. Omdat hij niet goed oordeelde, misvormde Apollo hem met ezelsoren. Hij toonde iets van deze schaamtevolle situatie aan een bediende die zijn haar knipte, en beloofde hem, als hij zijn mond zou houden over deze schaamte, dat hij hem een deel van zijn koninkrijk zou geven. De bediende groef een gat in de grond en verraadde het geheim van zijn heer aan het gat waarna hij het dicht gooide. Op dezelfde plek schoot een rietstengel op, waar een herder een fluit van maakte; en toen deze aan het snijden was zei het riet: ‘Koning Midas heeft ezelsoren,’ exact zingend wat het uit de aarde had opgenomen. Zo declareerde Petronius Arbiter: Zo groef de begerige bediende, bang om het toevertrouwde geheim bekend te maken, een gat in de grond en riep daarin over de verborgen oren van de koning, dus nam de aarde het geluid in zich op, en vond het ruisende riet Midas zoals de informant het had bedacht. Laat ons nu zoeken naar de verborgen betekenis van dit mysterieuze verhaal. Het is duidelijk dat het verhaal wordt geassocieerd met muzikanten, zoals Orpheus schreef in zijn Theogonia, want muzikanten hebben twee podia voor hun kunst, en voegen daar een derde uit noodzaak aan toe, zoals Hermes Trismegistus verklaart, die admenon, psallomenon en aulumenon zegt – dat wil zeggen, zingen, tokkelen op de lier of het spelen op de fluit. De eerste is de levende stem, die snel alle muzikale eisen beslaat, want deze kan intervallen ontwikkelen (limmata), veranderingen harmoniseren (parallelos), de klanken van muziek met elkaar verbinden (ptongos) en versieren met trillers (quilismata). Maar de fluit kan strikt genomen alleen de geringste rol in de kunst van het musiceren vervullen. Want de lier kent vijf toonladders (simfonia), afhankelijk van wat Pythagoras zei toen hij cijferreeksen aanvoerde die de toonschaal moesten verdelen: de eerste toonschaal is de diapason of octaaf, dat is de diplasion van de rekenkunde, wat we in het Latijns 2 op 1 noemen; de tweede toonschaal is de diapente of vijfde, de emiolius van de rekenkunde, wat we in het Latijns 3 op 2 noemen; de derde toonschaal is de diatessaron of perfecte vierde, de epitritus van de rekenkunde, dat wil zeggen, 4 op 3; de vierde toonschaal wordt de tonus of grote terts genoemd, onder de rekenmeesters bekend als epocdous, voor ons 5 op 4; en omdat in het rekenkundig stelsel niet voorbij de grens van 9 gegaan kan worden, omdat een nieuwe serie begint met 10, is de grens bereikt met een vijfde toonschaal, die armonia genoemd wordt of grootste toon, dat wil zeggen, 9 op 8. Voorbij dit punt vindt u geen cijfer dat verbonden is aan een ander. Dus muziek kent zeven delen, dat wil zeggen, de elementen (genera), de notatie (diastemata), de samenstelling (systemata), de instrumentale geluiden (ptongos), de toonsoorten of sleutels (tonos), de omzetting (metabolas) en de theorie (melopias); vandaar dat Vergilius in zijn zesde boek zegt: ‘Toen beantwoordde Orpheus de Thracische ziener, in een slepend gewaad, hun ritme met een interval van zeven noten.’ Want in dit soort rekenkunde zijn de volledige series gelijk aan die in de geometrie, of de toonsoorten (tonos) in muziek. De stem heeft ontelbare groepen toonsoorten, zoveel als de natuur de stem heeft begiftigd met arsis of rijzend en thesis of dalend, dat we in het Latijns op en neer gaan noemen. De fluit produceert echter nauwelijks anderhalve toonsoort, hoewel elke schaal vijf noten (symphonias) heeft. Dus volgens de regels van de muziek ontdekte Athena de dubbele fluit, welke iedereen die vaardig is in de muziek veracht vanwege de armoede van zijn geluid. Er wordt gezegd dat zij lachten vanwege haar opbollende wangen omdat de muziek van de fluit winderig klinkt, met verlies van individualiteit in de bijzondere tonen (idiomatum), eerder sist dan het geluid duidelijk te uiten. Dus iedereen met vaardigheden lachte luid om haar harde geblaas; en dus verweet Athena, dat wil zeggen, wijsheid, zichzelf, gooide hem weg, en Marsyas raapte die op. Want Marsyas staat in het Grieks voor morosis, dat wil zeggen, een eenzame dwaas, omdat hij de fluit een muzikale plek boven de lier wilde geven; daarom wordt hij afgebeeld met de staart van een varken. Koning Midas moest tussen deze twee mededingers oordelen, want Midas staat in het Grieks voor medenidon, dat we in het Latijns een onbenul noemen. Dus wordt ook van hem gezegd dat hij ezelsoren heeft, omdat vanwege zijn volkomen gebrek aan onderscheidingsvermogen hij zich op geen enkele manier onderscheidt van een ezel. Zij vertellen ook dat de dienaar zijn geheim verraadde, omreden dat onze geest een dienaar moet zijn voor alles wat we willen en waker is over onze geheimen. Maar toen hij het aan het riet verraadde, ‘door de rietstengel van onze keel,’ wil dat zeggen ‘door middel van spraak.’ En daarom hoorde een herder het, zij zijn mensen die vreemde dingen aanmoedigen door voorzicht de aarde naar beneden te stampen.

De mythe van Orpheus en Eurydice

III; 10
Deze mythe is een allegorie (designatio) van de kunst der muziek. Want Orpheus staat voor oreafone, dat wil zeggen, weergaloos geluid, en Eurydice is diepzinnig oordeel. In alle kunsten is er een eerste en een tweede fase: voor jongens die hun letters leren is er eerst het alfabet, en als twee leren schrijven; op grammaticaal niveau, eerst lezen, vervolgens duidelijk spreken; op het retorische niveau, eerst retoriek, vervolgens dialectiek; in de meetkunde, eerst zuivere geometrie, vervolgens rekenkunde; in de astronomie, eerst de wetenschap leren, vervolgens het toepassen van de astrologie; in de geneeskunde, eerst de diagnose, vervolgens de therapie; in het waarzeggen, eerst de inspectie van de voortekens, vervolgens hun toepassing; en in de muziek, eerst de melodie, vervolgens het effect. Het is voor leraren één ding om de verschillende aspecten van het onderwerp te herkennen, een ander om ze toe te passen; het is voor docenten in de retoriek één ding om overvloedig te zijn, en ongeremd vloeiend, maar een ander om een streng en nauwgezet onderzoek te doen naar de waarheid; het is één ding voor astrologen om de baan en bewegingen van sterren en sterrenbeelden te kennen, maar een ander om hun betekenis op te sporen; het is één ding in de geneeskunde om de oorzaken van ziektes op te sporen, maar een ander om de aanval van de ziekte te genezen; het is één ding in de meetkunde om lijnen en formules te maken, maar een ander om getallen aan de formules toe te kennen; het is één ding om in waarzeggerij de ingewanden te inspecteren, maar volgens Battiades een ander om de veranderingen in de gebeurtenissen te lezen; en in de muziek is het één ding om met de toonbalken (ptongorum) om te gaan, composities (sistematum), en notatie (diastematum), maar een ander om het effect op de toonbalken en de kracht van de tekst, want de schoonheid van de stem zoals die appelleert aan de innerlijke geheimen van de kunst heeft ook te maken met de mysterieuze kracht van woorden. Eurydice werd opnieuw begeerd door de besten, dat wil zeggen, door Aristaeus – want ariston staat in het Grieks voor het beste – zoals de kunst zelf het gemeenschappelijke niveau van de mensen mijdt. Ze stierf door de beet van een slang, ofwel, door de onderschepping van vaardigheden; en zij werd overgebracht naar de geheime locaties van de onderwereld. Want er is gezocht naar de kunst die naar het licht is verheven, terwijl de stem van de melodie naar beneden zakt, omdat zij beiden helpen bij de ultieme aantrekkingskracht van het geluid en door geheime vermogens deze verborgen krachten het effect van genot geven: want we kunnen stellen dat de Dorische of Phrygische manier hetzelfde is als Cronus met het kalmeren van wilde dieren, of als Zeus met het bekoren van de vogels; maar als we de oorzaak willen verklaren waarom dit gebeurt, sterft de theorie van het onderzochte onderwerp weg. Daarom werd Orpheus verboden om naar Eurydice te kijken, en raakte hij haar kwijt toen hij omkeek; daarom kon de hooggeschoolde Pythagoras, toen hij noten aanpaste aan getallen en de diepten van muzikale composities nastreefde in rekenkundige termen met melodieën, ritmes en noten, kon hij de reden van hun effect niet verklaren.

De mythe van Phineus

III; 11
Phineus wordt beschouwd als een symbool van hebzucht; men zegt dat de naam is afgeleid van fenerando. Hij is blind omdat alle hebzucht blind is en niet in staat is om zichzelf te herkennen. De Harpijen gristen zijn voedsel weg omdat plundering weigert om iets van zichzelf te delen. Het feit dat ze zijn maaltijden bevuilden met hun eigen uitwerpselen toont aan dat het leven van woekeraars wordt bezoedeld met een overvloed aan plunderingen. Maar Zetes en Calaïs verdreven hen uit zijn zicht, zoals we in het Grieks zeton calon zeggen, op zoek naar het goede. Ze hebben vleugels omdat geen enkele zoektocht naar iets goeds ooit betrokken is bij aardse zaken. Zij zijn zonen van de noordenwind omdat de zoektocht naar het goede de geest is van de geest, niet van het vlees, en als goedheid arriveert wordt alle plundering op de vlucht gejaagd.

De mythen van Alpheus en Arethusa

III; 12
De rivier Alpheus was verliefd op de nimf Arethusa. Toen hij haar achtervolgde, werd zij veranderd in een bron. Toen hij door de zee stroomde, behield deze zijn frisheid nadat hij in haar holte stortte. Daarom wordt gezegd dat het vergetelheid naar de zielen in de onderwereld voert. Want Alpheus is de Griekse aletiasfos, dat wil zeggen, het licht van de waarheid; terwijl Arethusa staat voor areteisa, dat wil zeggen, gelijk van uitmuntendheid. Want wat kan de waarheid anders liefhebben dan billijkheid, of het licht anders dan uitmuntendheid? En hij behield zijn frisheid toen hij de zee passeerde omdat heldere waarheid niet vermengd kan worden met omringend zout van slechte paden. Toch zinkt alle licht van de waarheid in de holte van billijke macht, want als dit naar de onderwereld afdaalt, dat wil zeggen in de verborgen kennis van goed en kwaad, brengt het licht van de waarheid altijd met zich mee dat kwade dingen worden vergeten.

© 2017 Maarten Hendriksz