Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hesiodus - Catalogus van Vrouwen

Bron: theoi.com

Hesiod, Homeric Hymns, Epic Cycle, Homerica. Translated by Evelyn-White, H G. Loeb Classical Library Volume 57. London: William Heinemann, 1914. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz 2016.

Inleiding op de catalogus

Hesiodus’ grote mythologische compendium, de Catalogus van Vrouwen bestaat niet meer. Er bestaan echter wel een aantal verwijzingen van oude schrijvers, evenals enkele fragmenten op papyruspapier met delen van de tekst die hieronder zijn weergegeven.

Fragment 1 t/m 10

Fragment 1: Deucalion

Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. III. 1086
Deucalion was de zoon van Prometheus en Pronoea. Maar Hesiodus zegt in de eerste Catalogus ook dat Hellen de zoon was van Deucalion en Pyrrha.

Fragment 2: Graecus

Joannes Lydus, de Mens. I. 13
Zij kwamen degenen die de lokale Latijnse manieren volgden roepen, maar degenen die Helleense gewoonten volgden waren Grieken, naar de broers Latinus en Graecus. Wanneer Hesiodus zegt: ‘En in het paleis was Pandora, de dochter van de nobele Deucalion, verenigd in liefde met vader Zeus, leider van alle goden, en baarde Graecus, trouw in de strijd.

Fragment 3: Magnes en Macedon

Constantinus Porphyrogenitus, de Them. 2 p. 48B
Het district Macedonië kreeg zijn naam van Macedon, de zoon van Zeus en Thyia, Deucalion’s dochter, zoals Hesiodus zegt: ‘En zij werd zwanger en baarde aan Zeus die van de bliksem houdt twee zoons, Magnes en Macedon, die zich verheugen in paarden, die wonen rond Piëria en de Olympus …. En Magnes kreeg opnieuw Dictys en de goddelijke Polydectes.’

Fragment 4: Deucalionen

Plutarch, Mor. p. 747; Schol. over Pindar Pyth. IV. 263
‘En uit de oorlogsminnende koning Hellen kwamen Dorus, Xuthus en de paardenliefhebbende Aeolus voort. En de zoons van Aeolus, rechtvaardige koningen, waren Cretheus, Athamas, de slimme Sisyphus, de goddeloze Salmoneus en de al te vrijmoedige Periëres.’

Fragment 5: Deucalionen

Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. IV. 266
Degenen die afstamden van Deucalion regeerden gewoonlijk over Thessalië zoals Hecateus en Hesiodus vertellen.

Fragment 6: Aloëaden

Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. I. 482
Hesiodus zegt dat de Aloëaden zoons waren van Aloëus, zo naar hem vernoemd, en Iphimedia, maar in werkelijkheid zoons van Poseidon en Iphimedia waren, en dat de stad Alus in Aetolië werd gesticht door hun vader.

Fragment 7: Bellerophon

Berlin Papyri, No. 7497; Oxyrhynchus Papyri, 421
(II. 1024) ‘…Eurynome de dochter van Nisus, de zoon van Pandion, aan wie Pallas Athena al haar vaardigheden leerde, maar ook humor en wijsheid, want zij was zo wijs als de goden. Een heerlijke geur steeg uit haar zilveren kleding op als zij bewoog, en schoonheid straalde uit haar ogen. Op advies van Athena probeerde hij, Glaucus, haar voor zich te winnen, en hij dreef voor haar ossen voor zich uit. Maar hij kende de bedoeling van Zeus die de Aegis voert niet. Zo kwam Glaucus met geschenken om haar hand vragen. Maar wolkenvoortjagende Zeus, koning van de onsterfelijke goden, knikte met zijn hoofd als belofte dat de zoon van Sisyphus nooit kinderen zou hebben die van één vader zouden zijn. Zo lag zij in de armen van Poseidon en baarde in het huis van Glaucus de onberispelijke Bellerophon, alle mannen overtreffend … over de eindeloze zee. Toen hij aan zijn omzwervingen begon, gaf zijn vader hem Pegasus die hem uiterst snel op zijn gevleugelde rug zou dragen, en overal onvermoeibaar naar toe vloog op aarde, maar vloog uiteraard om de stormen heen. Samen met Bellerophon versloeg hij de vuurspuwende Chimaera. En hij trouwde met het lieve kind van de groothartige Iobates, de eerbiedige koning …. Heer van … en zij baarde …..’

Fragment 8: Endymion

Scholiast over Apollonius Rhodes, Arg. IV. 57
Hesiodus zegt dat Endymion de zoon was van Aethlius, de zoon van Zeus en Calybe, en van Zeus het geschenk kreeg: ‘Dat hij de beheerder van zijn eigen dood was wanneer hij er klaar voor was om te sterven.’

Fragment 9: Molionen

Scholiast Ven. over Homerus, Il. XI. 750
De twee zoons van Actor en Molione … Hesiodus geeft ons hun afkomst door hen naar Actor en Molione te vernoemen. Maar hun vader was Poseidon.

Porphyrius, Quaest. Homerus in de llias. pert., 265
Maar Aristachus werd verteld dat zij tweelingen waren, niet …. zoals de Dioscuren waren, maar, op getuigenis van Hesiodus, tweevormig en met twee lichamen die met elkaar waren verbonden.

Fragment 10: Periclymenus

Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. I. 156
Maar Hesiodus vertelt dat hij zich veranderde in een van zijn gebruikelijke gedaanten en neerstreek op de menner van de paarden van Heracles, met de bedoeling om te vechten met de held. Maar dat Heracles, in het geheim door Athena geïnstrueerd, hem dodelijk verwondde met een pijl. En hij zegt vervolgens: ‘…. en koninklijke Periclymenus. Gelukkig man! Want aardschuddende Poseidon gaf hem allerlei geschenken. Op een gegeven moment zou hij tussen de vogels verschijnen, als adelaar. Op een ander moment zou hij een mier worden, een wonder om te zien, en dan weer een stralende zwerm bijen, of opnieuw op een nader moment een angstwekkend meedogenloze slang. En hij bezat allerlei geschenken die we niet kunnen navertellen, maar die verstrikten hem door het plan van Athena.’

Fragment 11 t/m 20

Fragment 11: Nestor

Stephanus van Byzantium, s.v.
‘(Heracles) doodde elf van de nobele zonen van standvastige Neleus. Maar de twaalfde, de Gerenische ruiter Nestor die toevallig verbleef bij de paardentemmende Gereniërs …… Alleen Nestor ontsnapte in het bloemenrijke Gerenon.’

Fragment 12: Telemachus

Eustathius, Homerus. 1796.39
‘Zo werd de zedige Polycaste, de jongste dochter van Nestor, de zoon van Neleus, door de gouden Aphrodite verliefd op Telemachus en baarde Persepolis.’

Fragment 13: Iason

Scholiast over Homerus, Od. XII. 69
Tyro de dochter van Salmoneus, die twee zoons had bij Poseidon, Neleus en Pelias, trouwde met Cretheus, en kreeg bij hem drie zoons, Aeson, Pheres en Amythaon. En uit Aeson en Polymede werd, volgens Hesiodus, Iason geboren: ‘Aeson, die de zoon Iason kreeg, herder van het volk, welke Chiron opvoedde op de bosrijke Pelion.’

Fragment 14: Atalanta

Petrie Papyri (ed. Mahaffy), Pl. III. 3
‘…. van de roemrijke heer ..... mooie Atalanta, snel ter voet, de dochter van Schoeneus, die stralende ogen had als de Gratiën. Hoewel rijp voor het huwelijk verwierp zij het gezelschap van haar gelijken en probeerde een huwelijk met mannen die brood aten te voorkomen.’
Scholiast over Homerus, Ilias XXIII. 683
Hesiodus is van een later tijdperk dan Homerus omdat hij Hippomenes naakt omschrijft tijdens zijn wedstrijd met Atalanta.

Papiri greci e latini, II. No. 130 (2e -3 e eeuw)
(II. 1-7) ‘Toen stond het meisje (Atalanta) met de mooie enkels ineens recht voor hem, weergaloos mooi. Een grote menigte stond om haar heen terwijl ze fel naar hem keek, en alle mannen hielden in als zij hen aankeek. Wanneer ze bewoog, beroerde de adem van de westenwind haar stralende kleding die over haar zachte boezem viel. Maar Hippomenes bleef staan waar hij stond. En er was veel volk op de been. Zij allen hielden hun mond, maar Schoeneus schreeuwde en zei:
(II. 8-20) ‘Hoor mij aan, zowel jong als oud, terwijl ik spreek zoals mijn geest mij opdraagt. Hippomenes vraagt om de hand van mijn dochter met haar grote ogen. Maar laat hem nu luisteren naar mijn heilzame toespraak. Hij zal haar niet krijgen zonder wedstrijd. Maar, als hij wint en aan de dood ontsnapt, als de onsterfelijke goden die op de Olympus wonen het hem gunnen om roem te vergaren, dan zal hij zeker terugkeren naar zijn geliefde vaderland, en zal ik hem mijn lieve kind geven, en bovendien de sterke, snelvoetige paarden die hij naar huis mag voeren en koesteren als zijn bezit. En dat hij zich in het bezit ervan moge verheugen, en zich altijd met blijdschap deze pijnlijke wedstrijd zal herinneren. Laat de vader van mensen en goden hem gunnen dat hij prachtige kinderen zal krijgen ……’
(II. 21-27) ‘aan de rechterkant ….. en hij, haar snel inhalend …. zakte iets naar links af. En zij streden een niet te benijden strijd. Want, mooi als zij was, liep snelvoetige Atalanta, versmaadde de gift van de gouden Aphrodite, maar voor hem was het de race om zijn leven, hetzij vond hij zijn noodlot, of ontsnapt er aan. Daarom zei hij listig tegen haar:’
(II. 28-29) ‘O, dochter van Schoeneus, met je meedogenloze hart, neem deze prachtige geschenken van de godin, gouden Aphrodite, ……’
(II. 30-36) ‘Maar hij, haar licht van tred volgend, wierp de eerste appel. En, snel als een Harpij, keerde zij terug en raapte die op. Toen wierp hij met zijn hand de tweede op de grond. En nu had de mooie, snelvoetige Atalanta twee appels en was dicht bij de eindstreep. Maar Hippomenes wierp de derde appel op de grond, en ontsnapte daarmee aan de dood en het zwarte noodlot. Hijgend stond hij daar en …..

Fragment 15: Arabus

Strabo, I. p. 42
‘En de dochter van Arabus, die de waardige Hermes kreeg bij Thronia, dochter van heer Belus.’

Fragment 16: Danaüs

Eustathius, Homerus. 461. 2
‘Argos dat uitgedroogd was werd door Danaüs goed geïrrigeerd.’

Fragment 17: Aegyptus

Hecataeus in Scholiast over Euripides, Orestes, 872
Aegyptus zelf ging niet naar Argos, maar stuurde zijn zoons, vijftig in getal, zoals Hesiodus het omschrijft.’

Fragment 18: Proetiden

Strabo, VIII. p. 370
En Apollodorus zegt dat Hesiodus al wist dat het gehele volk zowel Hellenen als Panhellenen werden genoemd, zoals hij schrijft wanneer de dochters van Proetus door de Panhellenen ten huwelijk werden gevraagd.

Apollodorus, II. 2.1.4
Acrisius was koning van Argos en Proetus van Tiryns. En Acrisius had bij Eurydice, dochter van Lacedaemon, Danaë. En Proetus bij Stheneboea de dochters Lysippe, Iphinoe en Iphianassa. En deze werden waanzinnig, zoals Hesiodus schrijft, omdat zij weigerden om de riten van Dionysus aan te nemen.

Probus over Vergilius, Eclogue VI. 48
Deze (de dochters van Proetus), omdat zij de goddelijkheid van Hera had geminacht, werden geslagen met waanzin, waardoor zij dachten dat ze in koeien waren veranderd, en verlieten hun eigen land Argos. Later werden zij genezen door Melampus, de zoon van Amythaon.

Suidas, s.v.
‘Vanwege hun afschuwelijke losbandigheid verloren zij hun lieftallige schoonheid.’
Eustathius, Homerus. 1746.7
‘…. Want hij liet een afschuwelijke jeuk op hun hoofden neerdalen. En lepra bedekte heel hun lichaam, hun haren vielen uit, en hun mooie schedels werden kaal.’

Fragment 19A: Europa en Sarpedon

Oxyrhynchus Papyri 1358 fr. 1 (3e eeuw na Chr.)
(ll. 1-32) ‘Zo stak zij (Europa) van verre het zoute water over naar Kreta, verleidt door de listen van Zeus. De Vader had haar stiekem weggeroofd en een geschenk gegeven, de gouden halsketting, het speelgoed dat de beroemde kunstenaar Hephaistus eens met zijn kundige vaardigheid had gemaakt en naar zijn vader had gebracht om te bezitten. Zeus nam het geschenk in ontvangst, en gaf het op zijn beurt aan de trotse Phoenix. Maar nadat de Vader van goden en mensen zo ver weg de liefde had bedreven met de mooie Europa, vertrok hij weer van het mooiharige meisje. Zo baarde zij aan de almachtige zoon van Cronus zoons, roemrijke leiders van rijke mensen. Minos de heerser, de rechtvaardige Rhadamanthys en de sterke nobele Sarpedon de onberispelijke. Aan elk van hen schonk Zeus een deel van zijn eer. En Sarpedon heerste machtig over het grote Lycië met vele steden vol mensen in zijn gebied, zwaaiend met de scepter van Zeus. En hij behaalde veel eer, die zijn vader hem schonk, die groothartige herder van het volk. Want de wijze Zeus gaf bevel dat zij drie generaties van sterfelijke mensen zouden leven en niet door ouderdom zouden wegkwijnen. Hij stuurde hem naar Troje, en Sarpedon bracht een groot leger bijeen, mannen uit Lycië, om bondgenoot van de Trojanen te worden. Deze mannen voerde Sarpedon aan, bedreven in de bittere oorlog. En Zeus, wiens wijsheid eeuwig is, stuurde hem uit de hemel een ster, voortekens tonend voor de terugkeer van zijn beminde zoon ….. want hij (Sarpedon) wist in zijn hart dat het teken inderdaad van Zeus kwam. Hij blonk samen met Hector uit in de mannendodende oorlog en haalde de omwalling neer, ellende over de Danaërs brengend. Maar zodra Patroclus de Argivers met inspiratie had bezield …..’

Fragment 19: Europa

Scholiast over Homerus, Il. XII. 292
Zeus zag Europa, de dochter van Phoenix, met enkele Nimfen bloemen plukken in een weide en werd verliefd op haar. Dus ging hij naar beneden, veranderde zich in een stier, en liet een crocus uit zijn mond komen. Op deze manier verleidde hij Europa, droeg haar weg en stak de zee over naar Kreta waar hij met haar samenlag. In die toestand liet hij haar samenleven met Asterius, de koning van de Kretenzers. Daar baarde zij drie zoons, Minos, Sarpedon en Rhadamanthys.

Fragment 21 t/m 30

Fragment 20: Phineus

Scholiast over Apollonius van Rhodius, Arg. II. 178
Maar volgens Hesiodus was Phineus de zoon van Phoenix, de zoon van Agenor en Cassiopea.

Fragment 21: Adonis

Apollodorus, III. 14.4.1
Maar Hesiodus zegt dat hij (Adonis) de zoon was van Phoenix en Alphesiboea.

Fragment 22: Demodice

Porphyrius, Quaest. Homerus over de Ilias. pert. p. 189
Zoals gezegd wordt door Hesiodus in de ‘Catalogus van Vrouwen’ over Demodice, de dochter van Agenor: ‘Demodice die door vele mannen op aarde, machtige prinsen, het hof werd gemaakt, en haar prachtige geschenken beloofden, vanwege haar uitzonderlijke schoonheid.’

Fragment 23: Niobe

Apollodorus, III. 5.6.2
Hesiodus zegt dat (de kinderen van Amphion en Niobe) tien zoons en tien dochters waren.

Aelian, Var. Hist. XII. 36
Maar Hesiodus zegt dat er negen jongens en tien meisjes waren. Tenzij nadien blijkt dat deze verzen niet van Hesiodus waren en ten onrechte aan hem zijn toegeschreven, zoals vele anderen.

Fragment 24: Oedipus

Scholiast over Homerus, Il. XXIII. 679
En Hesiodus zegt dat toen Oedipus in Thebe gestorven was, dat Argia, de dochter van Adrastus, met anderen naar de begrafenis van Oedipus kwam.

Fragment 25: Tityus

Herodius in Etymologicum Magnum, p. 60, 40
Tityus, de zoon van Elare

Fragment 26: Eteocles

Argument: Pindar, Ol. XIV
De Cephisus is een rivier in Orchomenus waar ook de Gratiën worden aanbeden. Eteocles, de zoon van de rivier Cephissus, offerde als eerste aan hen, zoals Hesiodus zegt.

Scholiast over Homerus, Il. II. 522
‘die vanuit de Lilaea zijn zoet stromende water spuit ….’

Strabo, IX. 424
‘…..en die door Panopeus stroomt en door omheind Glechon en door Orchomenus, kronkelend als een slang.’

Fragment 27: Menesthius

Scholiast over Homerus, Il. VII. 9
Want de vader van Menesthius, Areïthous, was een Boeotiër die leefde in Arne. En dat is in Boeotië, zoals ook Hesiodus zegt.

Fragment 28: Onchestus

Stephanus van Byzantium
Onchestus: een bos. Het is gelegen in het land van Haliartus en werd gesticht door Onchestus de Boeotiër, zoals Hesiodus zegt.

Fragment 29: Onchestus

Stephanus van Byzantium
Daar is ook de vlakte van Aega die grenst aan Cirrha, volgens Hesiodus.

Fragment 30: Pelasgus

Apollodorus, II. 1.1.5
Maar Hesiodus zegt dat Pelasgus daar vandaan kwam

Fragment 31 t/m 40

Fragment 31: Lycaon

Strabo, v. p. 221
Dat deze stam (de Pelasgen) afkomstig was uit Arcadië, beweert Ephorus op autoriteit van Hesiodus, want hij zegt: ‘En de goddelijke Lycaon, een zoon van Pelasgus, kreeg zelf zoons.’

Fragment 32: Lycaoniden

Stephanus van Byzantium
Pallantium. Een stad in Arcadië, zo vernoemd naar Pallas, een van de zoons van Lycaon, volgens Hesiodus.

Fragment 33: Phellus

Onbekend
‘Beroemde Meliboea baarde Phellus de uitstekende speerwerper.’

Fragment 34

Herodius, over de Vreemde Voordracht, p. 18
In Hesiodus tweede Catalogus: ‘Wie eenmaal de toorts daarbinnen heeft verborgen.’

Fragment 35

Herodius, over de Vreemde Voordracht, p. 42
In zijn derde Catalogus schrijft Hesiodus: ‘en een luid gedreun van voeten klonk op.’

Fragment 36

Apollonius Dyscolus, Over de Pronoun, p. 125
‘en grote moeite voor zichzelf.’

Fragment 37: De Argonauten

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. I. 45
Noch Homerus of Hesiodus spreken over Iphiclus als één van de Argonauten.

Fragment 38: Phrixus

Eratosthenes, Catast. XIX. p. 124
De Ram. Hij was het die Phrixus en Helle vervoerde. Hij was onsterfelijk en werd aan hen gegeven door hun moeder Nephele, en had een gouden vacht, zoals Hesiodus en Pherecydes zeggen.

Fragment 39: Phineus

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. II. 181
Hesiodus zegt in zijn ‘Grote Eoiae’ dat Phineus blind werd gemaakt omdat hij de weg aan Phrixus openbaarde. Maar in de ‘Derde Catalogus’, omdat hij de voorkeur gaf aan een lang leven boven het zicht in zijn ogen. Hesiodus zegt dat hij twee zoons had, Thynus en Mariandynus.

Ephorus in Strabo, VII. 302
Hesiodus zegt in zijn zogenaamde Reis rond de Wereld dat Phineus naar de Harpijen werd gebracht in het land van de melkdrinkers die woonwagens hebben als huizen.

Fragment 40A: De achtervolging van de Harpijen

Oxyrhynchus Papyri 1358 fr. 2 (3e eeuw na Chr.)
(II. 8-35) De zoons van Boreas achtervolgden de Harpijen naar het land van de Massageten en van de trotse man die half hond, half mens was, van de zwakke onderaards levende Pygmeeën. En naar de stammen van de grenzeloze Zwarthuiden en de Libyers. De grote Gaea baarde die aan Epaphus – waarzeggend volk, die het vermogen om te voorspellen van de heer der orakels, Zeus, hadden ontvangen, maar bedriegers, wiens gedachten hun uitspraken te boven gingen onderwierpen aan de goden, en zo ellende over zich heen gestort kregen. – Ethiopiërs, Libyers en paardenmelkende Scythiërs. Want Epaphus was waarlijk het kind van de almachtige zoon van Cronus, en van hem stamden de donkere Libyers af, en de hardvochtige Ethiopiërs, en het ondergronds levende volk van de zwakke Pygmeeën. Zij allen zijn de nakomelingen van de heer, de Donderaar. In de buurt van al die volkeren spoedden zij (de zoons van Boreas) zich voort in een pijlsnelle achtervolging …. van de Hyperboreeën met hun goede paarden – die de iedereen voedende Aarde baarde bij de diepe rivier van de ver stromende Eridanus … van amber, haar weids verspreidde nakomelingen voedend – en over de steile Reekalfberg en de ruige Etna tot het eiland Ortygia en het volk dat voortgekomen was uit Laestrygon die de zoon van de weids regerende Poseidon was. Tweemaal trokken de zoons van Boreas langs deze kust en cirkelden verlangend rond om de Harpijen te pakken te krijgen, terwijl deze probeerden hen te ontwijken en te ontsnappen. En zij haastten zich naar de stam van de hooghartige Cephallenen, het volk van de rustbezielde Odysseus die Calypso later in opdracht van Poseidon gevangen hield. Toen kwamen zij bij het land van de heer, de zoon van Ares …… ze hoorden. Toch achtervolgden zij (de zoons van Boreas) hen nog steeds met volhardende voeten. Dus spoedden zij (de Harpijen) zich over de zee en door de vruchtloze lucht ….’

Fragment 40: De achtervolging van de Harpijen

Strabo, VII. p. 300
‘De Ethiopiërs en Liguriërs en paardenmelkende Scythen.’

Fragment 41 t/m 50

Fragment 41: De achtervolging van de Harpijen

Apollodorus, I. 9.21.6
Terwijl zij werden achtervolgd, viel één van de Harpijen in de rivier de Tigres, op de Peloponnesus die nu Harpys naar haar wordt genoemd. Sommigen noemen die ene echter Nicothoë, en weer anderen Aellopus. De andere werd Ocypete, of zoals sommigen zeggen Ocythoë (hoewel Hesiodus haar Ocypus noemt), vluchtte naar de Propontis en kwam bij de Echidneïsche Eilanden die om haar nu zo worden genoemd, Strophaden (Kerende Eilanden).

Fragment 42: De achtervolging van de Harpijen

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. II. 297
Hesiodus zegt ook dat degenen die met Zetes waren zich omdraaiden en tot Zeus baden: ‘Daar baden zij tot de heer van Aenos die heerst in de hoogte.’ Apollonius zegt inderdaad dat het Iris was die Zetes en zijn volgende broer lieten omkeren, maar Hesiodus zegt dat het Hermes was.

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. II. 296
Anderen zeggen dat de eilanden Strophaden werden genoemd, omdat zij daar keerden en baden tot Zeus dat zij de Harpijen mochten grijpen. Maar volgens Hesiodus …. werden zij niet gedood.

Fragment 43: De achtervolging van de Harpijen

Philodemus, over Vroomheid, 10
Laat niemand Hesiodus bespoten die noemt ….. of zelfs de Troglodieten en de Pygmeeën.

Fragment 44: De achtervolging van de Harpijen

Strabo, I. p. 43
Niemand zal Hesiodus beschuldigen van onwetendheid hoewel hij spreekt over het volk dat half mens, half hond is en het Groothoofdige volk en over de Pygmeeën.

Fragment 45: De Argonauten

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. IV. 284
Maar Hesiodus zegt dat de Argonauten de Phasis opgezeild waren.

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. IV. 259
Maar Hesiodus zegt ….. dat zij via de oceaan naar Libya kwamen, en zo de Argo dragend, de zee bereikten.

Fragment 46: Circe

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. III. 311
Apollonius, die Hesiodus volgt, zegt dat Circe naar het eiland tegenover Tyrrhenië kwam in de wagen van de Zon. En hij noemde het Hesperia, omdat het in de richting van het westen ligt.

Fragment 47: De Sirenen

Scholiast over Apollonius van Rhodos, Arg. IV. 892
Hij (Apollonius) volgt Hesiodus die dit het eiland van de Sirenen noemt: ‘Naar het eiland Anthemoëssa (Bloemenrijk) dat de zoon van Cronus aan hen gaf.’ En hun namen zijn Thelxiope of Thelxinoe, Molpe en Aglaophorus.

Scholiast over Homerus, Odyssee XII. 168
Vandaar dat Hesiodus zegt dat zij zelfs de wind charmeerden.

Fragment 48: Calypso

Scholiast over Homerus, Odysee I. 85
Hesiodus zegt dat Ogygia in het westen ligt, maar Ogylia ligt tegenover Kreta: ‘ …. De Ogylische Zee en … het eiland Ogylia.’

Fragment 49: Phaeaken

Scholiast over Homerus, Odyssee VII. 54
Hesiodus beschouwde Arete als de zus van Alcinoüs.

Fragment 50: Hippostratus

Scholiast over Pindar, Ol. X. 46
Haar trouwde Hippostratus, een telg van Ares, de prachtige zoon van Phyretes, uit de lijn van Amarynceus, leider van de Epeeërs.

Fragment 51 t/m 60

Fragment 51: Oeneus

Apollodorus, I. 8.4.1
Toen Althea dood was, trouwde Oeneus met Periboea, de dochter van Hipponous. Hesiodus zegt dat zij werd verleid door Hippostratus, de zoon van Amarynceus, en dat haar vader Hipponous haar van Olenus in Achaea naar Oeneus stuurde omdat dat ver van Hellas verwijderd was, hem smekend om haar te doden. ‘Ze is gewend om op de klippen van Olenus rond te zwerven bij de oevers van de brede Peirus.

Fragment 52: Macareus

Diodorus V. 81
Macareus was een zoon van Crinacus, de zoon van Zeus, zoals Hesiodus zegt ... en woonde in Olenus in het land dat toen Ionië werd genoemd, maar tegenwoordig Achaea.

Fragment 53: Aeacus

Scholiast over Pindar, Nem. II. 21
Over de Myrmidonen sprak Hesiodus aldus: ‘En zij werd zwanger en baarde Aeacus, die genoot van paarden. Toen hij tegen het einde van zijn jeugd liep, wrokte hij dat hij alleen was. En de vader van goden en mensen veranderde alle mieren die op het lieflijke eiland waren in mannen en vrouwen. Dit waren de eersten die roeischepen bouwden met gebogen zijkanten, en de eersten die zeilen gebruikten, de vleugels van een zeegaand schip.’

Fragment 54: Aeacus

Polybius, V. 2
‘De zoons van Aeacus vermaakten zich in de strijd alsof het feest was.’

Fragment 55: Peleus en Acastus

Porphyrius, Quaest. Homerus. ad Ilias. pertin. p. 93
Hij heeft de schandelijke daad aangegeven met de korte frase: ‘met haar samen te liggen tegen haar wil’, en niet zoals Hesiodus, die het volledige verhaal van Peleus en de vrouw van Acastus vertelt.

Fragment 56: Peleus en Acastus

Scholiast over Pindar, Nem. IV. 95
‘En dit leek hem (Acastus) het beste plan. Om zich op de achtergrond te houden, en onverdacht het prachtige mes dat de beroemde Mankepoot voor hem gemaakt had te verbergen, zodat wanneer hij er alleen naar ging zoeken op de steile Pelion, hij (Peleus) onmiddellijk gedood zou worden door de in de bergen wonende Centauren.

Fragment 57: Peleus en Thetis

Voll. Herculan. (Papyrus uit Herculaneum), 2e collectie, VIII.105
De auteur van de Cypria zegt dat Thetis het huwelijk met Zeus vermeed om Hera te plezieren. Maar dat Zeus boos was en zwoer dat zij zou paren met een sterveling. Hesiodus heeft ook een dergelijk verhaal.

Fragment 58: Peleus en Thetis

Strassburg Griekse Papyri 55 (2e eeuw na Chr.)
(II. 1-13) ‘Peleus, de zoon van Aeacus, geliefd door de onsterfelijke goden, kwam naar Phthia, de moeder van de kudden, en bracht grote bezittingen mee van het grote Iolcus en heel de bevolking benijdde hem in hun harten toen zij hoorden hoe hij de goedgebouwde stad had verslagen, en volbracht zijn vreugdevolle huwelijk. En zij zeiden allen: ‘Driemaal, ja, viermaal gezegende zoon van Aeacus, gelukkige Peleus! Want de verziende Olympische Zeus heeft je een vrouw geschonken onder vele geschenken en de gezegende goden laten jullie dit huwelijk nu volledig tot zijn recht komen, want in deze zalen mag u naar het heilige bed van een dochter van Nereus gaan. Vader, de zoon van Cronus, maakte jou zeer vooraanstaand onder helden en geëerd door de mensen die brood eten en de vruchten van de grond.’

Fragment 59: Peleus en Thetis

Origen, tegen Celsus, IV. 79
‘Want de feestmaaltijden waren toen gemeenschappelijk, en gemeenschappelijk waren de stoelen van de onsterfelijke goden en mensen.’

Fragment 60: Polydora

Scholiast over Homerus, Il. XVI. 175
…. aangezien Hesiodus en de rest haar (de dochter van Peleus) Polydora noemen.

Fragment 61 t/m 70

Fragment 61: Patroclus

Eustathius, Homerus. 112. 44 sq
Het moet opgemerkt worden dat oude schrijvershanden vertellen dat Patroclus zelfs een bloedverwant van Achilles was. Want Hesiodus zegt dat Menoetius, de vader van Patroclus, een broer van Peleus was, zodat zij in dat geval neven zijn.

Fragment 62: Halirrhotius

Scholiast over Pindar, Ol. X. 83
Sommigen schrijven ‘Serus, de zoon van Halirrhotius,’ die Hesiodus noemt: ‘Hij verwekte Serus en Alazygus, mooie zoons.’ En Serus was de zoon van Halirrhotius, zoon van Perieres, en van Alcyone.

Fragment 63: Asclepius

Pausanias, II. 26. 7
Dit orakel bewijst overduidelijk dat Asclepius niet de zoon van Arsinoë was, maar dat Hesiodus, of een van zijn navolgers, het vers invoegde om de Messeniërs te plezieren.

Scholiast over Pindar, Pyth. III. 14
Sommigen zeggen dat Asclepius de zoon was van Arsinoë, anderen van Coronis. Maar Asclepiades zegt dat Arsinoë de dochter was van Leucippus, de zoon van Perieres, en dat uit haar en Apollo Asclepius en een dochter werden geboren: ‘En zij baarde in het paleis Asclepius, aanvoerder van mannen, en Eriopis, met het mooie haar, het gevolg van de liefde van Apollo.’ En eveneens over Arsinoë: ‘En Arsinoë lag samen met de zoon van Zeus en Leto een baarde een zoon Asclepius, onberispelijk en sterk.’

Fragment 67: Tyndareus

Scholiast over Euripides, Orestes 249
Steischorus zegt dat Tyndareus tijdens het offeren Aphrodite vergat en dat de godin hier zeer boos over was en zijn dochters daarom twee- tot driemaal liet trouwen om daarna hun echtgenoten te verlaten. …. En Hesiodus zegt: (II. 1-7) ‘En lachliefhebbende Aphrodite werd jaloers toen ze hen zag en riep het kwaad over hen af. Timandra verliet Echemus, en ging naar Phyleus, geliefd door de onsterfelijke goden. Evenzo verliet Clytaemnestra de op een god gelijkende Agamemnon en lag samen met Aegisthus en koos een slechtere partner. Maar ook Helena onteerde het bed van de blondharige Menelaüs.

Fragment 68: De vrijers van Helena

Berlin Papyri, No. 9739
(ll. 1-10) ‘…. Philoctetes zocht haar, aanvoerder van speerwerpers, …. het meest beroemdst van alle mannen in het van ver schieten en de scherpe speer. En hij kwam naar Tyndareus’ stralende stad om de hand van de Argivische vragen die de schoonheid van gouden Aphrodite bezat, en de sprankelende ogen van de Gratiën. En de donkergekleurde dochter van Oceanus, heel mooi van gedaante, baarde haar nadat ze in de omarming van Zeus en koning Tyndareus had gelegen in het stralende paleis….. (en …. vroeg haar als vrouw terwijl hij vele geschenken aanbood.)
(ll. 11-15) ...... en zoals zovele vrouwen bedreven in onberispelijke kunsten, hield elk een gouden beker in haar handen. En Castor en Polydeuces zouden hem noodgedwongen tot broer hebben gemaakt, maar Agamemnon, schoonzoon van Tyndareus, wilde haar hebben als vrouw voor zijn broer Menelaüs.
(ll. 16-19) En de twee zoons van heer Amphiaraüs, Oïcles’ zoon, kwam uit Argos om haar als vrouw te halen, dicht in de buurt. Maar …. angst voor de gezegende goden en de verontwaardiging van de mannen deed dit ook mislukken.
(l. 20) ...... maar er was geen bedrieglijk handelen in de daden van de zoons van Tyndareus.
(ll. 21-27) En uit Ithaca kwam de heilige macht van Odysseus, Laërtes’ zoon, die vele ouderwetse listen kende, om haar als vrouw te vragen. Hij stuurde nooit geschenken voor het meisje met de mooie enkels, want hij wist in zijn hart dat de blondharige Menelaüs zou winnen, omdat hij van de Achaeërs de meeste bezittingen had en aldoor boodschappen stuurde via de paardentemmende Castor en prijswinnende Polydeuces.
(ll. 28-30) En .....on’s zoon vroeg haar als vrouw en bracht …….bruidsgeschenken …… ketels ….
(ll. 31-33) aan paardentemmende Castor en prijswinnende Polydeuces, verlangend om de man van de mooiharige Helena te worden, hoewel hij haar schoonheid nog nooit gezien had, maar omdat hij de verhalen van anderen had gehoord.
(ll. 34-42) En van Phylace kwamen twee mannen van uitzonderlijke waardigheid om haar als vrouw te vragen, Podarces, de zoon van Iphiclus, zoon van Phylacus, en Actor’s nobele zoon, aanmatigende Protesilaüs. Beiden bleven berichten naar Lacedaemon sturen, naar het huis van de wijze Tyndareus, Oebalus’ zoon, en zij schonken vele bruidsgeschenken, want de beroemdheid van het meisje reikte ver, bronzen … gouden … verlangend om de echtgenoot van het mooiharige meisje te worden.
(ll. 43-49) Vanuit Athene vroeg de zoon van Peteos, Menestheus, haar als vrouw, en schonk vele bruidsgeschenken. Want hij bezat heel veel opgeslagen kostbaarheden, goud en ketels en drievoeten, mooie dingen die verborgen lagen in het huis van de heer Peteos, en zijn hart spoorde hem aan om zijn bruid voor zich te winnen door meer geschenken dan iemand anders te geven, want hij dacht dat niemand van al die helden hem kon overtreffen in bezittingen en geschenken.
(ll. 50-51) Voor de zaak van de mooiharige Helena kwam daar ook, per schip vanuit Kreta, de sterke Lycomedes naar het huis van de zoon van Oebalus.

Berlin Papyri, No. 10560
(ll. 52-54) ... vroeg haar als vrouw. En de blondharige Menelaüs gaf de grootste geschenken van al de vrijers, en hij verlangde met heel zijn hart de echtgenoot van de mooiharige Argivische Helena te worden.
(ll. 55-62) En vanuit Salamis vroeg Ajax, onberispelijke krijger, haar als vrouw, en bood passende geschenken, zelfs wonderbaarlijke daden. Want hij vertelde dat hij alle schuifelende ossen en sterke schapen en al diegenen die woonden in Troezen en Epidaurus, vlak bij de zee, voor haar bijeen wilde drijven en schenken, en van het eiland Aegina en de Mases, zoons van de Achaeërs, en schaduwrijk Megara en fronsend Corinthus, en Hermione en Asine dat aan zee ligt. Want hij was beroemd om zijn lange speer.
(ll. 63-66) Maar vanuit Euboea vroeg Elephenor, aanvoerder van mannen, de zoon van Chalcodon, prins van de moedige Abanten, haar als vrouw. En hij bood haar vele geschenken, en hij verlangde met heel zijn hart de echtgenoot van de mooiharige Helena te worden.
(ll. 67-74) en vanuit Kreta vroeg de machtige Idomeneus haar als vrouw, Deucalion’s zoon, nakomeling van de beroemde Minos. Hij stuurde niemand om haar een aanzoek te doen, maar kwam zelf in zijn zwarte schip van vele roeiriemen over de Ogylische Zee door de donkere golven naar het huis van de wijze Tyndareus, om de Argivische Helena te zien opdat niemand anders het meisje, wier roem over de hele heilige aarde befaamd was, naar huis zou brengen.
(lI. 75) En op aandringen van Zeus kwam de wijze .....
(ll. 89-100) Maar van al diegenen die om de hand van het meisje kwam vragen, zond heer Tyndareus niemand weg, noch nam enig geschenk in ontvangst, maar vroeg aan al de vrijers dure eden, en liet hen met pure plengoffers zweren en beloven dat niemand anders van nu af aan iets zou doen zonder hem vanwege het huwelijk van het meisje met de welgevormde armen. Maar als iemand angst en eerbied van zich af zou werpen en haar met geweld zou nemen, beval hij alle anderen om hem gezamenlijk te achtervolgen en zijn straf te laten ondergaan. En zij, ieder van hen hopend het huwelijk te kunnen regelen, gehoorzaamden hem zonder aarzelen. Maar oorlogszuchtige Menelaüs, de zoon van Atreus, zegevierde over iedereen, omdat hij de grootste geschenken gaf.
(ll. 100-106) Maar Chiron verzorgde de zoon van Peleus, snelvoetige Achilles, meest voortreffelijke onder de mensen, op de bosachtige Pelion. Want hij wans nog steeds een jongen. Want noch de oorlogszuchtige Menelaüs of enige andere man op aarde zou hebben gezegevierd in het aanzoek van Helena, als de snelvoetige Achilles haar ongetrouwd was tegengekomen. Maar, zoals het was, oorlogszuchtige Menelaüs kreeg haar daarvoor.
II. (ll. 1-2) En zij (Helena) baarde Hermione met de mooie enkels in het paleis, een kind waar ze niet op had gehoopt.
(ll. 2-13) Nu waren alle goden door strijd verdeeld. Want op dat moment was Zeus, die dondert in de hoogte, aan het mediteren over wonderbaarlijke daden, zelfs om storm en onweer te mengen over de grenzeloze aarde, en hij maakte al haast om een volkomen einde te maken aan het ras van de sterfelijke mensen, verklarend dat hij het leven van de halfgoden zou vernietigen, dat kinderen van de goden niet mochten paren met die ellendige stervelingen, hun lot met eigen ogen aanziend, maar dat de gezegende goden voortaan, net als vroeger, hun eigen leven moesten leven en hun woningen gescheiden moesten houden van de mensen. Maar op degenen die waren geboren uit onsterfelijken en mensen stapelde Zeus verdriet op verdriet. ……….
(ll. 16-30) .... noch iemand van de mensen .... mocht op zwarte schepen gaan …. om de sterkste te zijn onder de macht van zijn handen …. aan sterfelijke mensen alle dingen verklarend die er waren, en degenen die er zijn, en die er nog zouden komen, voorziet hij hen van de raadgevingen van zijn vader Zeus die de wolken voortjaagt. Want niemand, noch van de gezegende goden of sterfelijke mensen, wist zeker of hij in staat was om met het zwaard een van de vele helden die waren gevallen in de strijd naar Hades te sturen. Maar op dat moment kende hij de bedoeling van zijn vader’s geest nog niet en hoe de mensen ervan genieten om hun kinderen te beschermen voor hun ondergang. En hij genoot van de verlangens van zijn vader’s machtige hart die krachtig heerst over de mensen.
(ll. 31-43) Van statige bomen vielen de bladeren overvloedig dwarrelend neer op de grond, en de vruchten vielen op de grond omdat Boreas op bevel van Zeus zeer hevig blies. De zee ziedde en alle dingen beefden onder zijn stormvlagen. De kracht van de mensheid werd vernietigd en de vruchten van het seizoen werden vernietigd en de vruchten faalden in de lente, op het moment dat de Kaalhoofdige op een geheime plek in de bergen elke drie jaar drie jongen krijgt. In het voorjaar zwerft hij in de bergen tussen de wirwar van takken en bosjes, ver verwijderd van het gehate pad van de mensen, in de valleien en beboste hellingen. Maar wanneer de winter komt, ligt hij in een kleine grot onder de aarde en bedekt zich met stapels weelderige bladeren, een angstwekkende slang wiens rug is bedekt met vreselijke vlekken.
(ll. 44-50) Maar wanneer hij woedend en onuitsprekelijk gewelddadig wordt, dan doden de pijlen van Zeus hem …. Alleen zijn ziel blijft achter in de heilige aarde, en die past precies in een kleine nog ongevormde den. En die komt verzwakt offers brengen onder de breedpadige aarde …. En het ligt ….

Fragment 69: Agamemnon

Tzetzes, Exeg. Ilias. 68. 19H
Agamemnon en Menelaüs worden eveneens door Hesiodus en Aeschylus beschouwd als de zoons van Plisthenes, de zoon van Atreus. En volgens Hesiodus, was Plisthenes een zoon van Atreus en Aerope, en waren Agamemnon, Menelaüs en Anaxibia de kinderen van Pleisthenes en Cleolla de dochter van Dias.

Fragment 70: Menelaüs

Laurentian Scholiast over Sophocles' Electra, 539
‘En zij (Helena) baarde aan Menelaüs, beroemd speerwerper, Hermione en haar jongsgeborenen Nicostratus, een ‘telg’ van Ares.’

Fragment 71 t/m 80

Fragment 71: Iphigenia

Pausanias, I. 43. 1
Ik weet dat Hesiodus in de Catalogus van Vrouwen weergeeft dat Iphigenia niet werd gedood, maar in opdracht van Artemis, Hecate werd.

Fragment 72: Butes

Eustathius, Homerus 13. 44. sq
Butes, zo wordt verteld, was een zoon van Poseidon, volgens Hesiodus in de Catalogus.

Fragment 73: Sicyon

Pausanias, ii. 6. 5
Hesiodus stelt Sicyon voor als de zoon van Erechtheus

Fragment 74: Minos

Plato, Minos, p. 320. D
‘(Minos) die het meest koninklijke van sterfelijke koningen was en regeerde over heel veel verspreid wonende mensen, kreeg zijn scepter van Zeus, waarmee hij velen overheerste.

Fragment 75: Androgeus

Hesychius
De atletische wedstrijd ter nagedachtenis aan Eurygyes Melesagorous zegt dat Androgeus, de zoon van Minos, Eurygyes werd genoemd, en dat naast zijn graf een wedstrijd te zijner ere werd gehouden in Athene in de Ceramicus. En Hesiodus schrijft: ‘En Eurygyes , terwijl hij nog een jongen was in het heilige Athene ….’

Fragment 76: Theseus en Ariadne

Plutarch, Theseus 20
Er zijn veel verhalen …. Over Ariadne …. , hoe ze werd achtergelaten door Theseus vanwege de liefde voor een andere vrouw: ‘Want een hevige verliefdheid voor Aegle, de dochter van Panopeus, overviel hem.’ Maar Hereas van Megara zegt dat Peisistratus dit vers verwijderde uit het werk van Hesiodus.

Athenaeus, XIII. 557 A
Maar Hesiodus zegt dat Theseus volgens de wet trouwde met zowel Hippe als Aegle.

Fragment 77: Cychreus

Strabo, IX. p. 393
De slang van Cychreus. Hesiodus zegt dat deze werd grootgebracht door Cychreus, en door Eurylochus uit het land werd verjaagd omdat hij het eiland schond, maar dat Demeter hem ontving in Eleusis, en haar bediende werd.

Fragment 78: Iolaüs

Argument I. Over het Schild van Heracles
Maar Apollonius van Rhodos zegt dat dit blijkt uit zowel het algemene karakter van het werk (het Schild van Heracles) als het feit dat we in de Catalogus Iolaüs opnieuw aantreffen als wagenmenner van Heracles.

Fragment 79: Eurytus

Scholiast over Sophocles. Trach., 266
(II. 106) ‘En de mooigeklede Stratonice werd zwanger en baarde in het paleis haar geliefde zoon Eurytus. Van hem kwamen de zoons, Didaeon en Clytius en de goddelijke Toxeus en Iphitus, een telg van Ares. En na hen baarde Antiope de koningin, dochter van de bejaarde zoon van Naubolus, haar jongste kind, blondharige Iole.’

Fragment 80: Autolycus

Herodius in Etymologicum Magnum
‘Die baarde Autolycus en Philammon, beroemd om zijn rede’s ….. Alle dingen die hij (Autolycus) in handen kreeg, liet hij verdwijnen.

Fragment 81 t/m 90

Fragment 81: Aepytus

Apollonius, Homerus. Lexicon
‘Aepytus opnieuw, kreeg Tlesenor en Pirithoüs.’

Fragment 82: Locrus, Deucalion

Strabo, VII. p. 322
Want Locrus was werkelijk de leider van het Lelegische volk, dat Zeus, de zoon van Cronus, wiens wijsheid onfeilbaar is, aan Deucalion gaf, door stenen verzameld uit de aarde. Zo werden uit stenen sterfelijke mensen gemaakt, en een volk genoemd.

Fragment 83: Ileus

Tzetzes, Scholiast in Exeg. Ilias. 126
‘… Ileus die heer Apollo, zoon van Zeus, lirfhad. En hij gaf hem die naam, omdat hij een inschikkelijke nimf vond met wie hij verenigd was in een zoete liefde, op de dag dat Poseidon en Apollo de hoge muur van de mooigebouwde stad oprichtten.

Fragment 84: Iphiclus

Scholiast over Homerus, Odyssee. XI. 326
Clymene, de dochter van Minyas, de zoon van Poseidon en Euryanassa, Hyperphas’ dochter, was getrouwd met Phylacus, de zoon van Deïon, en baarde Iphiclus, een jongen met snelle voeten. Van hem wordt gezegd dat door zijn vermogen om hard te lopen hij de wind kon verslaan en over de toppen van korenaren kon lopen … Het verhaal wordt verteld door Hesiodus: ‘Hij kon over de vruchten van de narcis lopen en deze niet breken, ja, hij kon met zijn voeten over de korenaren rennen en dat gewas niet beschadigen.

Fragment 85: Thoas

Choeroboscus, I. 123, 22H
‘En zij baarde een zoon Thoas.’

Fragment 86: Maron

Eustathius, Homerus. 1623. 44
Maron , wiens vader, die volgens Hesiodus in verband wordt gebracht met Evanthes, de zoon van Oenopion, de zoon van Dionysus.

Fragment 87: Maron

Athenaeus, X. 428 B, C
‘Dergelijke geschenken die Dionysus aan de mensheid gaf, vreugde en verdriet tegelijk. Bij degene die hier teveel van drinkt, zal de wijn in hem gewelddadig worden en zijn handen en voeten boeien, alsmede zijn tong en zijn verstand met onuitsprekelijke boeien. En zachte slaap zal hem omarmen.’

Fragment 88: Coronis

Strabo, IX. p. 442
‘Of zoals zij (Coronis) die bij de heilige Tweelingheuvels woonde op de vlakte van Dotium tegenover Amyrus dat rijk is aan druiven, en haar voeten waste in het Meer van Boibeïs, een ongetrouwd meisje.’

Fragment 89: Coronis

Scholiast over Pindar, Pyth. III. 48
‘Naar hem, kwam toen een boodschapper van het heilige feest naar het mooie Pytho, een kraai, en hij vertelde de jonge Phoebos over geheime daden, dat Ischys, zoon van Elatus, was getrouwd met Coronis, de dochter van Phlegyas die van goddelijke geboorte was.’

Fragment 90: Asclepius

Athenagoras, Petitie voor de Christenen
Over Asclepius zegt Hesiodus: ‘En de vader van goden en mensen was woedend, en vanaf de Olympus smeet hij een bliksem naar Leto’s zoon en doodde hem, de woede van Apollo opwekkend.

Fragment 91 t/m 102

Fragment 91: Asclepius

Philodemus, Over vroomheid, 34
Maar Hesiodus zegt dat Apollo door Zeus in de Tartarus werd gesmeten. Maar Leto deed een goed woordje voor hem, en hij werd een slaaf van een sterveling.

Fragment 92: Cyrene

Scholiast over Pindar, Pyth. IX. 6
‘Of zoals zij, de mooie Cyrene, die in Phthia woonde bij de rivier Peneus en de schoonheid van de Gratiën bezat.

Fragment 93: Aristaeus

Servius over Vergilius, Georg. I. 14
Hij riep Aristaeus aan, dat wil zeggen, de zoon van Apollo en Cyrene, die Hesiodus ‘de herder’ Apollo ’ noemt.

Fragment 94:

Scholiast over Vergilius, Georg. IV. 361
‘Maar het water stond overal om hen heen, gebogen in de schaduw van de berg.’ Dit vers heeft hij overgenomen uit de Catalogus van Vrouwen van Hesiodus.

Fragment 95: Antiope

Scholiast over Homerus, Ilias II. 469
‘Of zoals haar (Antiope) die de Boeotische Hera koesterde als een maagd.’

Fragment 96: Amphion en Zethus

Palaephatus, c. 42
Over Zethus en Amphion. Hesiodus en enige andere anderen vertellen dat zij de muren van Thebe bouwden door op de lier te spelen.

Fragment 97: Orakel van Dodona

Scholiast over Soph. Trach., 1167
(ll. 1-11) ‘Er is een land Ellopia met veel vruchtbare aarde en rijke weilanden, rijk aan schapen en schuifelende koeien. Er wonen mensen die vele schapen en ossen bezitten, en hun aantallen zijn ontelbaar, stammen van sterfelijke mensen. En op haar grenzen is een stad gebouwd, Dodona. En Zeus vond het geweldig en wees het aan als zijn orakel, vereerd door mensen …. En zij (de duiven) leefden in de holte van een eik. Van deze plek leidde de mensheid allerleis soorten van waarzeggerij af en verspreidden die over aarde, wie ook maar naar die plek reist en de onsterfelijke god vragen stelt, en geschenken meeneemt voor goede voortekenen.’

Fragment 98: Meleager en Deïanira

Berlin Papyri, No. 9777
(ll. 1-22) ‘… strijd … van de stervelingen, die het aandurfden om hem te bestrijden met een speer en tegen hem op te komen, uitgezonderd Heracles, de grootmoedige nakomeling van Alcaeus. Zo iemand was de sterke Meleager die werd geliefd door Ares, de blondharige, lieve zoon van Oeneus en Althaea. Uit zijn ogen straalde een onheilspellend vuur, en eenmaal in Calydon doodde hij het vernietigende beest, het felle wilde zwijn met de glimmende slagtanden. In oorlog en angstwekkende strijd durfde niemand van de helden hem aan te kijken of te benaderen om met hem te vechten als hij in de voorhoede verscheen. Maar hij werd gedood door de handen en pijlen van Apollo , terwijl hij aan het vechten was met de Cureten voor het aangename Calydon. En deze anderen baarde Althaea aan Oeneus, de zoon van Porthaon: paardentemmende Pheres, en Agelaus die alle anderen overtrof, Toxeus en Clymenus en goddelijke Periphas, en mooiharige Gorge en wijze Deïanira, die het onderworpen was aan de liefde met de machtige Heracles en hem Hyllus, Glenus, Ctesippus en Onites baarde. Deze baarde zij en in haar onwetendheid deed ze een vreselijk iets: toen zij de vergiftigde mantel had ontvangen die het zwarte noodlot in zich had …..’

Fragment 99A: Zeven tegen Thebe

Scholiast over Homerus, Ilias. XXIII. 679
En toch zegt Hesiodus dat toen hij in Thebe gestoven was, Argia, de dochter van Adrastus, samen met anderen naar de klaagzang voor Oedipus kwam.

Fragment 99: Zeven tegen Thebe, Amphitryon en Alcmene

Papyri greci e latine, No. 131 (2e – 3e eeuw)
‘En Eriphyle baarde in het paleis Alcmaeon , herder van het volk, aan Amphiaraüs. Hem (Amphiaraüs) bewonderden de Thebaanse vrouwen met slepende mantels wanneer zijn hem van nabij aanschouwden en zijn ogen en welgevormde lichaam zagen, terwijl hij bezig was met de begrafenis van Oedipus, de man van veel ellende …. En volgden de Danaeërs, volgelingen van Ares, hem naar Thebe, om roem te vergaren …. Voor Polynices. Maar, hoewel hij van Zeus had vernomen wat er ging gebeuren, opende de aarde zich voor hem en verzwolg hem compleet met zijn paarden en strijdwagen, ver verwijderd van de wervelende Alpheus.
(ll. 11-20) Maar Electryon trouwde met de wonderschone dochter van Pelops en, met haar naar bed gaand, kreeg de zoon van Perseus ..... en Phylonomus, Celaeneus, Amphimachus, ,,,,, Eurybius, en de beroemde … Al deze Taphiërs, beroemde zeelieden, werden vanwege ossen met schuifelende hoeven in de strijd gedood, …. in schepen over de brede zee. Dus bleef alleen Alcmene over om haar ouders te verrukken ... en de dochter van Electryon ……
(l. 21) ... die onderworpen was aan de liefde van de donkerwolkige zoon van Cronus en de beroemde Heracles baarde.’

Fragment 100: Het schild van Heracles

Betoog over het schild van Heracles, I
Het begin van ‘Het schild’ tot en met het 56e vers is staat ook zo in de vierde ‘Catalogus’.

Fragment 101: Heracles, Teuthras

Oxyrhynchus Papyri 1359 fr. 1 (vroeg 3e eeuw na Chr.)
(ll. 4-17) ... als hij (Teuthras) inderdaad treuzelde, en hij vreesde om de opdracht van de onsterfelijken te gehoorzamen die toen duidelijk zichtbaar voor hem verschenen. Maar Auge ontving hij wel en bracht haar groot, koesterde haar in het paleis, en vereerde haar alsof het een van zijn eigen dochters was. En Auge baarde Telephus uit de lijn van Areas, koning van de Myrsianen, in liefde verenigd met de machtige Heracles toen hij op doorreis was tijdens zijn tocht voor de paarden van de trotse Laomedon – de snelste paarden die Azië kon voortbrengen – en in de strijd de stam van de onverschrokken Amazonen vernietigde en hen uit dat land verdreef. Maar Telephus dreef de speerwerpers, van de met bronsbepantserde Achaeërs, op een wilde vlucht waarna in hun zwarte schepen vertrokken. Maar toen hij velen had gedood op de grond die hen voedt, werden zijn eigen macht en dodelijkheid vernederd …..’

Fragment 102: Dardanus, Ematihon, Ganymedes, Hyacinthus

Oxyrhynchus Papyri 1359 fr. 2 (vroeg 3e eeuw na Chr.)
(ll. 5-16) ‘… Electra … was onderworpen aan de donkerwolkige zoon van Cronus en baarde Dardanus … en Emathion … die ooit verliefd was op de mooiharige Demeter. En wolkenverzamelende Zeus was boos en sloeg hem, Emathion, neer met een vlammende bliksem, omdat hij getracht had met zijn handen aan de mooiharige godin te zitten. Maar Dardanus kwam naar de kust van het vasteland – Uit hem kwam Erichthonius voort en uit hem Tros, en Ilus, en Assaracus, en goddelijke Ganymedes, - nadat hij het heilige Samothrace had verlaten in zijn schip met vele roeibanken.

Oxyrhynchus Papyri 1359 fr. 3 (vroeg 3e eeuw na Chr.)
(ll. 17-24) .... Cleopatra ... de dochter van ... maar een adelaar haalde Ganymedes op voor Zeus omdat hij de onsterfelijken in schoonheid overtrof … rijkharige Diomede. Zij baarde Hyacinthus, de onberispelijke en sterke …. die, Apollo ooit eens zelf doodde met een meedogenloze discus.

© 2017 Maarten Hendriksz