Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hesiodus - Diverse Fragmenten

Bron: theoi.com

Hesiod, Homeric Hymns, Epic Cycle, Homerica. Translated by Evelyn-White, H G. Loeb Classical Library Volume 57. London: William Heinemann, 1914. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz 2015.

0. Inleiding

Er zijn een groot aantal verloren gegane epische gedichten die werden toegeschreven aan Hesiodus. Het auteurschap van sommigen van deze fragmenten werd, ook in de oudheid, betwist. Hieronder treft u een groot aantal referenties naar die fragmenten aan, evenals fragmenten op papyruspapier die nog deels in het originele schrift gesteld zijn. Van deze waren de belangrijkste: de Grote Eoiae, een gedicht vergelijkbaar, zo niet hetzelfde als de Catalogus van Vrouwen; De Melampoden, een gedicht dat verhalen bevat over de mythische zieners; De Astronomie, over sterrenmythen; en verschillende korte gedichten zoals die over het huwelijk van Ceyx en de Idaeaanse Dactylen.

1. Astronomie

De Plejaden

1; 1
Door Athenaeus: XI, p. 491 d
En de auteur van De Astronomie, die werkelijk wordt toegeschreven aan Hesiodus, noemt hen altijd de Plejaden. ‘Maar stervelingen noemen hen de Peleiades’. En opnieuw, ‘de stormachtige Plejaden gaan onder’, en opnieuw, ‘dan verstoppen de Plejaden zich….’

Door Scholiast over Pindar; Nem, II, 16
De Plejaden …. Waarvan dit de sterren zijn: ‘Mooie Taygete, en Electra met haar donkere gezicht, en Alcyone, en heldere Sterope, en Celaeno, en Maia, en Merope, die de roemrijke Atlas kreeg …..’ ‘In de bergen van Cyllene baarde zij (Maia) Hermes, de heraut van de goden.’

Fragment 2: De Hyaden

1; 2
Scholiast over Aratus 254
Maar Zeus maakten hen (de zusters van Hyas) tot sterren die de Hyaden worden genoemd. Hesiodus noemt hun namen in zijn boek over Sterren als volgt: ‘Nimfen zoals de Gratiën , Phaesyla, en Coronis en rijkgekroonde Cleeia en lieflijke Phaco en Eudora met de lange mantel, die de stammen der mensen op aarde Hyaden noemen.’

Callisto en Arcas

1; 3
Pseudo Eratosthenes Catasterismi. Frag 1
De Grote Beer – Hesiodus zegt dat zij (Callisto) de dochter van Lycaon was en woonde in Arcadië. Ze verkoos zelf om, samen met Artemis, zich in de bergen bezig te houden met wilde dieren, en, toen ze werd verleid door Zeus, werd die lange tijd niet ontdekt door de godin. Maar later, toen zij hoogzwanger was, werd het gezien tijdens het baden en zo ontdekt. Hierop werd de godin woedend en veranderde haar in een beest. Zo werd ze een berin en beviel van een zoon die Arcas genoemd werd. Maar toen ze in de bergen was, werd ze bejaagd door enkele geitenhoeders en met haar kind aan Lycaon gegeven. Enige tijd later, dacht ze dat het toegestaan was om het verboden gebied van Zeus in te gaan, ze kende de wet niet, en werd door haar eigen zoon en de Arcadiërs achtervolgd, en zou gedood worden omdat de wet dat eiste. Maar Zeus bevrijde haar vanwege haar relatie met hem en zette haar tussen de sterren, haar de naam Beer gevend vanwege het ongeluk dat haar was overkomen.

Aanvullend commentaar op Aratus, p 547 M 8
Over Boötes, ook wel de Beer Bewaker genoemd. Gaat het verhaal gaat dat hij Arcas is, de zoon van Callisto en Zeus, die in het gebied rond Lycaeum woonde. Nadat Zeus Callisto verleidt had, en pretendeerde niets van deze zaak te weten, vermaakte Zeus zich, zoals Hesiodus zegt, door de baby voor hem op tafel te zetten die hij verwekt had.

Orion

1; 4
Pseudo Eratosthenes Catasterismi fr. XXXII
Hesiodus vertelt dat Orion de zoon is van Euryale, de dochter van Minos, en van Poseidon, en dat als geschenk hem het vermogen werd gegeven om over het water van de golven te lopen alsof het land was. Toen hij in Chios aankwam, probeert hij Merope aan te randen, de dochter van Oenopion, terwijl hij dronken was. Maar toen Oenopion het hoorde was hij erg boos over deze verkrachting, maakte hem blind en smeet hem het land uit. Daarna ging hij als bedelaar naar Lemnos waar hij Hephaistus ontmoette die medelijden met hem had en hem zijn eigen bediende Cedalion gaf om hem te leiden. Dus zette Orion Cedalion op zijn schouders en wende er zo aan om hem rond te dragen terwijl deze de wegen voor hem aanwees. Toen kwam hij in het oosten en lijkt het dat hij Helius heeft ontmoet en werd genezen, en zo weer terugkeerde naar Oenopion om hem te straffen. Maar Oenopion was door zijn volk ondergronds verborgen. Teleurgesteld over zijn zoektocht naar de koning, ging Orion toen op weg naar Kreta waar hij zijn tijd jagend doorbracht in het gezelschap van Artemis en Leto. Het leek erop dat hij elk beest op aarde zou doden. Hierop zond de Aarde, in haar woede, een schorpioen van enorme afmetingen op hem af door wie hij werd gestoken en stierf. Hierna plaatste Zeus, na een gebed van Artemis en Leto, hem tussen de sterren, vanwege zijn mannelijkheid, en ook de Schorpioen als gedenkteken aan hem en wat er was gebeurd.

Orion

1; 5
Diodorus IV 85
Sommigen vertellen dat er zich grote aardbevingen hadden voorgedaan, die de smalle strook land verwoestten en zo de Zeestraat vormde , waardoor de zee het vasteland scheidde van het eiland. Maar Hesiodus, de dichter, zegt precies het tegenovergestelde. Dat de zee open was, maar dat Orion de landkaap bij Pelorus opstapelde, en zo de insluiting van Poseidon stichtte die bijzonder wordt gewaardeerd door de mensen die daar wonen. Toen hij hier klaar mee was, ging hij naar Euboea waar hij zich vestigde, en vanwege zijn roem werd hij een onderdeel van de sterren aan de hemel, en kreeg een onsterfelijk gedenkteken.

2. De Leefregels van Chiron

2; 1
Scholiast over Pindar, Pyth. VI. 19
‘En nu, bid, berg al deze dingen goed op in een wijs hart. Ten eerste, wanneer je bij je huis aankomt, breng dan een goed offer aan de eeuwige goden.’

2; 2
Plutarch Mor. 1034 E
‘Neem geen beslissing voordat je beide kanten van het verhaal hebt gehoord.’

Nimfen

2; 3
Plutarch de Orac. defectu II. 415 C
‘Een kletsende kraai leeft net zo lang als negen generaties van oude mannen samen, maar een hert leeft viermaal zo lang als een kraai, en het leven van een raaf maakt drie herten oud, terwijl de Phoenix negen raven overleeft, maar wij, de langharige Nimfen, dochters van de Aegisvoerende Zeus, overleven tien Phoenixen.’

2; 4
Quintilianus, I, 15
Sommigen zijn van mening dat kinderen onder de zeven jaar geen literair onderwijs moeten krijgen… Dat ook Hesiodus deze mening was toegedaan bevestigen vele schrijvers die eerder leefden dan de criticus Aristophanes, want hij was de eerste die deze leefregels verwierp, in het boek waar deze omschreven worden, als het werk van die dichter.

3. De Grote Werken

3; 1
Comm. Op Aristotle, Nicomachean Ethics. V. 8
Het lied, (over de dood van Rhadamanthys) uit het Grote Werk van Hesiodus gaat echter als volgt: ‘Als een man kwaad zaait, zal hij kwaad oogsten. Als de mannen hem aandoen wat hij heeft gedaan, zal dat ware gerechtigheid zijn.’

3; 2
Proclus over Hesiodus, Werken en dagen, 126
Sommigen geloven dat het Zilveren Ras wordt toegeschreven aan de aarde, door dit in zijn Grote Werk te verklaren maakt hij zilver tot de familie van de Aarde.

4. De Ideaanse Dactyli

4; 1
Pliny, Natural History VII. 56, 197
Hesiodus vertelt dat degenen die we de Idaeaanse Dactyli noemen het smelten en temperen van ijzer op Kreta leerden.

4; 2
Clement, Stromateis I. 16. 75
Celmis en Damnameneus waren de eersten van de Idaeaanse Dactyli die ijzer ontdekten op Cyprus, maar het smelten van brons werd ontdekt door Delas, een andere Ideaan, hoewel Hesiodus hem Scythes noemt.

5. Het Huwelijk van Ceyx

Heracles en de Argonauten

5; 1
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. i. 128
Hesiodus zegt in zijn ‘Huwelijk van Ceyx’ dat Heracles van de Argo aan land ging om water te halen en in Magnesia werd achtergelaten vlakbij de stad Aphetae omdat hij daar was gedeserteerd.

Heracles en Ceyx

5; 2
Zenobius, II. 19
Hesiodus gebruikte het spreekwoord op de volgende manier: Heracles wordt voorgesteld terwijl hij het huis van Ceyx uit Trachis voortdurend bezocht en sprak aldus: ‘De goeden zullen uit zichzelf feesten voor het goede houden.’

5; 3
Scholiast over Homerus, II. XIV. 119
‘En de paardrijdende Ceyx zag …..’

5; 4
Athenaeus, II. P. 49b
Hesiodus over het huwelijk Ceyx. Hoewel jonge taalstudenten vervreemden van de dichter, beschouw ik het gedicht toch als oud. Roep de tabletten van het statief aan.

5; 5
Gregory van Corinthe, over de vormen van een toespraak (Rhett. Gr. VII. 766)
‘Maar toen ze niet meer verlangen naar door iedereen gedeelde feestmaaltijden, zelfs toen brachten zij de moeder van een moeder uit het bos, droog en dor, om gedood te worden door haar eigen kinderen.’ (Verbrand te worden in de vlammen.)

6. De Grote Eoiae

6; 1
Pausanias, II. 26. 3
Naar de mening van de Argivers en het epische gedicht, De Grote Eoiae, was Argus, zoon van Zeus, de vader van Epidaurus.

Heracles en Alcmene

6; 2
Anoniem commentaar op Aristoteles, Nicomacheaanse Ethiek, III. 7
En Hesiodus bewijst, zeggen ze, voldoende dat het woord poneros (beroerd) dezelfde betekenis heeft als ‘moeizaam’ of ‘ongelukkig’, want in de Grote Eoiae voert hij Alcmene op terwijl die tegen Heracles zegt: ‘Mijn zoon, jouw vader kreeg jou op de meest moeizame en uiterst voortreffelijke ….’, en: ‘De Moiren (maakten) jou de meest zwoegende en uiterst voortreffelijke ….’

Heracles en Telamon

6; 3
Scholiast over Pindar, Isthm. V 53
Het verhaal is overgenomen uit de Grote Eoiae. Want daar treffen we Heracles aan die is onthaald door Telamon, en staat te bidden in zijn leeuwenhuid, en ook de adelaar zien we daar die door Zeus is gezonden, waar Ajax zijn naam van heeft.

Polycaon

6; 4
Pausanias, IV. 2. 1.
Maar ik weet dat de zo genoemde Grote Eoiae vertellen dat Polycaon, de zoon van Butes, trouwde met Evaechme, dochter van Hyllus, de zoon van Heracles.

Phylas en Thero

6; 5
Pausanias, IX. 40. 6
‘En Phylas trouwde met Deiphile, de dochter van de beroemde Iolaüs. En ze was net als de Olympiërs een schoonheid. Ze baarde hem in het paleis een zoon Hippotes, en de bevallige Thero was als de stralen van de maan. En Thero lag in de omarming van Apollo en baarde de paardentemmende Chaeron met zijn taaie kracht.’

Euphemus

6; 6
Scholiast over Pindar, Pyth. IV. 35
‘Of net als zij, zorgzame Mecionice, die in de liefde van gouden Aphrodite was verenigd met de Aardebezitter en Aardschudder, en baarde Euphemus.’

Hyettus

6; 7
Pausanias, IX. 36. 7
‘En Hyettus doodde in zijn huis Molurus de geliefde zoon van Arisbas omdat hij samenlag met zijn vrouw. Toen verliet hij zijn huis en vluchtte van het paardenfokkende Argos en kwam bij de Minyische Orchomenus. De held ontving hem en gaf hem een deel van zijn goederen, zoals het hoorde.’

Pirene

6; 8
Pausanias, II. 2. 3.
Maar in de Grote Eoiae wordt Pirene voorgesteld als de dochter van Oebalus.

Mycene

6; 9
Pausanias, II. 16. 4
Het epische gedicht, dat de Grieken de Grote Eoiae noemen, zegt dat zij (Mycene) de dochter van Inachus was en de vrouw van Arestor. Van haar, zo wordt verteld, kreeg de stad haar naam.

Oenomaus

6; 10
Pausanias, VI. 21. 10
Volgens het gedicht van de Grote Eoiae, werden zij gedood door Oenomaus : Alcathous, de zoon van Porthaon direct na Marmax, en na Alcathous, Euryalus, Eurymachus en Crotalus. De man die na hem werd gedood is Acrias, die volgens ons oordeel een Lacedaemoniër geweest en stichter van Acria. En na Acrias, zeggen ze, werd Capetus ter dood gebracht door Oenomaus, en Lycurgus, Lasius, Chalcodon en Tricolonus. En na Tricolonus ondergingen Aristomachus en Prias hetzelfde lot op het parcours, en ook Pelagon en Aeolius en Cronius.

Endymion

6; 11
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. IV. 57
In de Grote Eoiae wordt verteld dat Endymion naar de hemel werd gebracht door Zeus, maar toen hij verliefd werd op Hera, voor de gek gehouden werd met een wolk, en vanuit de hemel direct in de Hades werd gesmeten.

Melampus

6; 12
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. I.118
In de Grote Eoiae wordt verteld dat Melampus, die zeer dierbaar was aan Apollo, naar het buitenland ging en bij Polyphantes verbleef. Maar toen de koning een os had geofferd, kroop er een slang naar het offer en doodde zijn bedienden. Hierop werd de koning kwaad en doodde de slang, maar Melampus nam en begroef het dier. En zijn nakomelingen, door hem opgevoed, waren gewend om in zijn oren te likken en hem voorspellingen in te fluisteren. En het gebeurde, toen hij werd betrapt tijdens het stelen van de koeien van Iphiclus en geboeid naar de stad Aegina werd gevoerd, dat het huis, waarin Iphiclus aanwezig was, op het punt van instorten stond, en hij vertelde dit aan een oude vrouw, een van de bedienden van Iphiclus, en werd in ruil daarvoor vrijgelaten.

Scylla

6; 13
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. IV. 828
In de Grote Eoiae is Scylla de dochter van Phorcus en Hecate.

Phineus

6; 14
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. II. 181
Hesiodus vertelt in de Grote Eoiae dat Phineus blind is geworden omdat hij Phrixus de weg heeft gewezen.

Phrixus

6; 15
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. II. 1122
Argus. Dit is een van de kinderen van Phrixus. Deze …. zegt Hesiodus in de Grote Eoiae werden geboren uit Iophossa , de dochter van Aeëtes. En hij zegt dat zij met z’n vieren waren, Argus, Phrontis, Melas en Cytisorus.

Hymenaeus, Battus

6; 16
Antoninus Liberalis, XXIII
Battus. Hesiodus vertelt het verhaal in de Grote Eoiae... Magnes was de zoon van Argus, de zoon van Phrixus, en Perimele, Admetus’ dochter, en woonde in het gebied van Thessalië, in het land dat men naar hem Magnesia noemde. Hij had een zoon van uitzonderlijke schoonheid, Hymenaeus. Op het moment dat Apollo de jongen zag, werd hij hevig verliefd op hem, en wilde het huis van Magnes niet verlaten. In die tijd beraamde Hermes plannen over de kudde van Apollo die op dezelfde plek graasde als de kudde van Admetus. Eerst wierp hij een wurgende verdoving over de honden die hen bewaakten, zodat de honden de koeien vergaten en hun vermogen om te blaffen kwijtraakten. Toen dreef hij twaalf vaarzen en honderd koeien die nooit een juk hadden gevoeld weg, en de stier die de koeien besprong, met aan de staart van elk een takkenbos gebonden om de hoefsporen uit te wissen. Hij dreef hen door het land van de Pelasgen, en Achaea in het land van Phthia, en door Locris, en Boeotië en Megaris, en vandaar via Corinthe en Larissa naar de Peloponnesus, totdat hij met hen in Tegea kwam. Van daaruit ging hij door de Lycaeaanse bergen, en passeerde Maenalus en het punt dat we de uitkijkpost van Battus noemen. Deze Battus woonde op de top van de rotsen en toen hij het geloei van de vaarzen hoorde terwijl zij passeerden, kwam hij van zijn eigen plek tevoorschijn, en zag dat deze kudde gestolen was. Dus vroeg hij om een beloning om niemand er iets over te vertellen. Hermes beloofde hem dat onder die voorwaarde, en Battus zwoer om niemand iets over de kudde te vertellen. Maar toen Hermes hen had verstopt bij de klip van Coryphasiu, en hen in een rots had gedreven die uitkeek naar Italië en Sicilië, veranderde hij zich van gedaante en ging terug naar Battus om te testen of hij trouw was aan de eed die hij had gezworen. Dus, hem een mantel als beloning aanbiedend, vroeg hij of hij iets had gemerkt van een gestolen kudde die langs was gedreven. En Battus nam de mantel aan en vertelde alles over de kudde. Maar Hermes was woedend omdat hij onbetrouwbaar was, en sloeg hem met zijn staf waardoor hij veranderde in een rots. En noch vorst of hitte wijkt ooit van zijn zijde.

7. De Melampoden

Mopsus en Calchas

7; 1
Strabo, XIV. P. 642
Er wordt gezegd dat de ziener Calchas uit Troje terugkeerde met Amphilochus, de zoon van Amphiaraüs, en lopend naar deze plek kwam. Maar toen hij merkte dat vlakbij Clarus een grotere ziener woonde dan hijzelf, Mopsus, de zoon van Manto, de dochter van Tiresias, stierf hij van ergernis. Hesiodus werkt het verhaal inderdaad enigermate in die vorm uit. Calchas geeft Mopsus het volgende probleem op: ‘Ik ben verbaasd over het aantal vijgen dat in deze boom hangt hoewel het er weinig zijn. Kun jij mij hun aantal vertellen?’ En Mopsus antwoordde: ‘Het zijn er duizend, en die hoeveelheid is precies een schepel. Eén vijg blijft er over, waarvan jij niet in staat bent om die in die schepel te persen.’ Zo zei hij, en ze ontdekten dat hij het juiste antwoord had gegeven. Vervolgens bedekte het doodskleed Calchas.

Tiresias

7; 2
Tzetzes over Lycophron, 682
Maar nu spreekt hij over Tiresias heeft, want er wordt verteld dat hij zeven generaties leefde – hoewel anderen negen zeggen. Hij leefde in de tijd van Cadmus tot aan die van Eteocles en Polynices, zoals de auteur van de Melampoden ook zegt. Want hij introduceert Tiresias op deze manier sprekend: ‘Vader Zeus, ik wilde dat u mij een kortere levensspanne had geschonken en een wijsheid van geest zoals sterfelijke mensen die bezitten! Maar u gunde mij dit zelfs niet voor een klein beetje, en veroordeeld mij tot een lange levensspanne, om gedurende zeven generaties van de het sterfelijke ras te leven.’

Tiresias

7; 3
Scholiast over Homerus, Odyssee, X. 494
Ze vertellen dat Tiresias twee slangen zag paren op de Cithaeron en dat hij, toen hij het vrouwtje doodde, in een vrouw veranderde, en weer zijn oude gedaante terug kreeg, toen hij het mannetje doodde. Dezelfde Tiresias werd door Zeus en Hera aangewezen om te beslissen op de vraag of een man of een vrouw meer geniet van het samenliggen. En hij zei: ‘Op de schaal van 1 tot 10 geniet de man slechts voor één deel, maar de vrouw geniet ten volle van alle tien.’ Voor deze uitspraak maakte Hera hem blind, maar Zeus gaf hem het vermogen om te voorspellen.

7; 4
Athenaeus, II. p. 40
‘Het is plezierig om tijdens de maaltijd op een feest heerlijke verhalen te vertellen, wanneer mannen genoeg hebben van het feesten.’
Clement over Alexandria, Stromateis VI. 2 26
‘En het is ook aangenaam om een duidelijk goed of slecht voorteken te zien tussen alle tekenen die de onsterfelijken aan de sterfelijke mensen sturen.’

Mares

7; 5
Athenaeus, XI. 498. A
’En Mares, snelle bode, kwam uit het huis naar hem toe en bracht een zilveren beker die hij had gevuld, en gaf die aan de heer.’

Melampus

7; 6
Athenaeus, xi. 498. B:
‘Toen nam Mantius de halster van de os in handen en Iphiclus wierp die op de rug. En achter hem, met een beker in de ene hand en een omhooggestoken scepter, liep Phylacus en sprak tegen de dienaren.’

7; 7
Athenaeus, XIII. p. 609 e
Hesiodus noemt in zijn derde boek van de Melampoden Euboea ‘Het land van mooie vrouwen.’

Amphilochus

7; 8
Strabo, XIV. p. 676
Maar Hesiodus zegt dat Amphilochus door Apollo werd gedood bij Soli.

7; 9
Clement van Alexandria, Stromateis, V. p. 259
‘En nu is er geen ziener onder de sterfelijke mensen meer die de geest kent van Zeus die de Aegis voert.’

8. De Aegimus

Phrixus

8; 1
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. III. 587
Maar de auteur van de Aegimius zegt dat hij (Phrixus) werd ontvangen zonder bemiddeling vanwege de vacht. Hij zegt dat hij na het offer de vacht reinigde en zo: ‘Met de vacht in handen de zalen van Aeëtes in wandelde.’

Peleus en Thetis

8; 2
Scholiast on Apollonius Rhodius, Arg. iv. 816
De auteur van de Aegimius zegt in zijn tweede boek dat Thetis gewend was om de kinderen die ze bij Peleus had in een ketel met water te werpen, omdat zij wilde weten of zij sterfelijk waren. Peleus ergerde zich hieraan nadat er velen zo waren omgekomen, en belette dat zij Achilles in de ketel wierp.

Io

8; 3
Apollodorus, II. 1.3.1
Hesiodus en Acusilaüs vertellen dat zij (Io) de dochter van Piren was. Terwijl ze het ambt van priesteres van Hera bekleedde, verleidde Zeus haar en, nadat dit door Hera ontdekt was, raakte hij het meisje aan en veranderde haar in een witte koe, terwijl hij zwoer dat hij geen gemeenschap met haar had gehad. En zo vertelt Hesiodus dat de eden die de liefde betreffen geen woede van de goden opwekken: ‘En hij verordende dat een eed met betrekking op de geheime daden van de Cyperse geen straf voor de mensheid moest opleveren.’

Io

8; 4
Herodius in Stephanus van Byzantium
’Zeus veranderde Io in op het mooie eiland Abantis, waar de goden, die eeuwig zijn, en gewend waren om het Abantis te noemen, maar Zeus vernoemde het toen naar de koe Euboea.’

Io

8; 5
Scholiast over Euripides, Phoenix. 1116
‘En Hera stelde een bewaker over haar aan, de grote en sterke Argus, die met vier ogen alle kanten op keek. En de godin maakte een onvermoeibare kracht in hem wakker. Hij viel nooit in slaap, en hield altijd de wacht.’

Io

8; 6
Scholiast over Homerus, Il. XXIV. 24
‘Doder van Argus.’ Volgens het verhaal van Hesiodus doodde Hermes Argus, de herder van Io.

Io

8; 7
Athenaeus, XI. p. 503
En de auteur van de Aegimius, of dat nu Hesiodus of Cecrops van Milete is, vertelt: ‘Daar, zal ik op een dag een plek om te rusten vinden, o leider van het volk.’

Stammen

8; 8
Etymnius. Gen.
Hesiodus zegt dat ze zo worden genoemd omdat zij zich vestigden in drie verschillende groepen. ‘En zij werden het drievoudige volk genoemd, omdat zij het grondgebied ver van hun eigen land in drieën verdeelden.’ Want hij zegt dat de Helleense stammen zich vestigden in Kreta, de Pelasgen, de Achaeërs en de Doriërs. En dat zij het drievoudige volk werden genoemd.

9. Fragmenten van Onbekende Oorsprong

Linus

9; 1
Diogenes Laertius, VIII. 1. 26
‘Dus Urania baarde Linus, een zeer lieflijke zoon. En alle zangers en lierspelers bejammeren hem tijdens dansen en feesten, en wanneer ze beginnen of eindigen doen zij een beroep op Linus…’ Clement van Alexandria, Strom. i. p. 121 ’Die zeer bedreven in de kunst der wijsheid is.’

Paeon

9; 2
Scholiast over Homerus, Odyssee, IV. 232
‘Tenzij Phoebos Apollo hem van de dood redt, of Paeon zelf die tegen alles een remedie kent.’

9; 3
Clement van Alexandria, Protrept, c. VII. p. 21
’Want alleen hij (Zeus) is koning en heer van de onsterfelijke goden, en geen ander wedijvert met hem over de macht.’

9; 4
Anecd. Oxon (Cramer), I. p. 148
‘Daarom komen de gaven van de gezegende goden in de buurt van de aarde.’

9; 5
Clement van Alexandria, Strom. I. p. 123
’Van de Muzen die een man zeer wijs maken, prachtig van uiting.’

Hecateriden

9; 6
Strabo, X. p. 471
‘Maar uit hen (de dochters van Hecaterus) werden de goddelijke bergnimfen geboren en de stam van waardeloze, hulpeloze Saters en de goddelijke Cureten, sportieve dansers.’

Cleodaeus

9; 7
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. I. 824
’Smeekte de nakomelingen van de glorieuze Cleodaeus.’

9; 8
Suidas, s.v.
‘Want de Olympiër gaf macht aan de zoons van Aeacus, wijsheid aan de zoons van Amythaon en rijkdom aan de zoons van Atreus.’

9; 9
Scholiast over Homerus, Ilias, XIII. 155
‘Vanwege het gebrek aan bossen rotte het hout van de schepen weg.’

9; 10
Etymologicum Magnum
’Zij liepen niet langer met fijngevoelige voeten.’

9; 11
Scholiast over Homerus, Ilias, XXIV. 624
‘Allereerst bakten zij stukken vlees, en trokken die voorzichtig van de spies.’

9; 12
Chrysippus, Fragg. II. 254. 11
‘En zijn geest groeide in zijn lieve borst.’

9; 13
Chrysippus, Fragg. II. 254. 15
’Met een hartverscheurende woede in haar borst.’

9; 14
Strabo, VII. p. 327
Hij ging naar het eikenbos in Dodona, de woonplaats van de Pelasgen.’

9; 15
Anecd. Oxon (Cramer), III. p. 318. not.
‘Met de meedogenloze rook van zwart pek en cederhout.’

9; 16
Scholiast over Apollonius Rhodius, Arg. I. 757
‘Maar hijzelf in het zwellende tij van de door de regen gezwollen rivier.’

9; 17
Stephanus van Byzantium
De rivier Parthenius, zachtjes stromend zoals een sierlijk meisje voortgaat.’

9; 18
Scholiast over Theocritus, XI. 75
‘Dwaas is de man die wat hij bezit achterlaat, en wat hij niet heeft achtervolgt.’

9; 19
Harpocration
‘De daden van een jeugdige, de raadgevingen van die van middelbare leeftijd, en de gebeden van de ouderen.’

9; 20
Porphyr, over Abstinence, II. 18. p. 134
‘Hoe de stad ook offert, de oude manier is de beste.’

9; 21
Scholiast over Nicander, Theriaca, 452
‘Maar je moet voorzichtig zijn met je oude vader.’

9; 22
Plato, Epist. XI. 358
‘En als ik dat gezegd heb, zou het een slechte zaak zijn en moeilijk om te begrijpen.’

9; 23
Bacchyliden, V. 191-3
Aldus sprak de Boeotiër, zoals Hesiodus, dienaar van de heerlijke Muzen: Wie de onsterfelijk eert, de goede daden van stervelingen zullen hem ook achtervolgen.’

10. Twijfelachtige Fragmenten

Athamas

10; 1
Galen, de plac. Hipp. et Plat. I. 266
’Toen nam Zeus het gevoel weg uit het hart van Athamas.’

10; 2
Scholiast over Homerus, Od. VII. 104
‘zij malen het gele graan in de molen.’

10; 3
Scholiast over Pindar, Nem. II. 1
’Pas voor het eerst in Delos bundelden Homerus en ik, beiden zangers, onze krachten – liederen ineenvlechtend in nieuwe hymnen – Phoebus Apollo met het gouden zwaard, die Leto baarde.

10; 4
Julian, Misopogon, p. 369
‘Maar hongerlijden met een handvol is een wreed iets.’

Hesperiden

10; 5
Servius over Vergilius, Aen. IV. 484:
Hesiodus zegt dat de Hesperiden, dochters van de Nacht, de gouden appels voorbij de Oceaan bewaakten. ‘Aegle, Erythia en de os-ogige Hesperethusa.’

10; 6
Plato, Republic, III. 390 E
‘Geschenken ontroeren de goden, geschenken ontroeren eerbiedige prinsen.’

10; 7
Clement van Alexandria, Strom. V. p. 256:
‘Op de zevende dag scheen opnieuw het heldere licht van de zon …’

10; 8
Apollonius, Lex. Hom.
’Hij bracht zuiver water en mengde dat met dat van de Oceaan.’

Orchomenus

10; 9
Stephanus van Byzantium
‘Aspledon en Clymenus en de goddelijke Amphidicus.’(zoons van Orchomenus)

Amazonen

10; 10
Scholiast over Pindar, Nem. III. 64
‘Telamon raakte er nooit verzadigd van om de strijd tegen onze kameraden bij het eerste daglicht aan te vangen om de onberispelijke Melanippe te doden, onze zus van de koningin met de gouden gordel.’

© 2017 Maarten Hendriksz