Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Hyginus - Fabels

Bron: theoi.com

The Myths of Hyginus, translated and edited by Mary Grant. University of Kansas Publications in Humanistic Studies, no. 34. Lawrence: University of Kansas Press, 1960. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz 2015.

Fabel 0 t/m 20

0. Inleiding

Uit Nevel werd geboren, Chaos; uit Chaos en Nevel: Nyx, Hemera, Erebus, Aether. Uit Nyx en Erebus: Noodlot, Ouderdom, Dood, Ontbinding, Kuisheid, Hypnos, Dromen, Liefde – d.w.z. Sluimerende Liefde, *epiphron, Porphyrion, Epaphus, Tweestrijd, Ellende, Wulpsheid, Nemesis, Euphrosyne, Vriendschap, Mededogen, Styx; de drie Lotsgodinnen, namelijk Clotho, Lachesis en Atropus; de Hesperiden Aegle, Hesperia en Erythia. Uit Aether en Hemera: Gaea, Hemel, Zee. Uit Aether en Gaea: Smart, Bedrog, Toorn, Weeklacht, Eed, Wraak, Onmatigheid, Twist, Vergeetachtigheid, Luiheid, Angst, Hoogmoed, Bloedschande, Strijd, Oceanus, Themis, Tartarus, Pontus; en de Titanen, Briareus, Gyes, Steropes, Atlas, Hyperion, en Polus, Cronus, Ops, Mnemosyne, Dione; en drie Wraakgodinnen – namelijk Alecto, Megaera en Tisiphone. Uit Gaea en Tartarus, Giganten: Enceladus,. Coeus, *elentes, *mophius, Astraeus, Pelorus, Pallas, Ephytus, Rhoecus, *ienios, Agrius, *alemone, Ephialtes, Eurytus, *effracorydon, Themoeses, Theodamas, Otus, Typhon, Polybotes, *menephriarus, *abesus, *colophonus, Iapetus. Uit Pontus en Zee, de stammen van de vissen. Uit Oceanus en Tethys de Oceaniden – namelijk: * yaea, Melite, Ianthe, Admete, Stilbe, Pasiphae, Polyxo, Eurynome, Euagoreis, Rhodope, *lyris, Clytia, *teschinoeno, *clitenneste, Metis, Menippe, Argia. Van dezelfde afkomst de Riviergoden: Strymon, Nijl, Euphrates, Tanaes, Indus, Cephisus, Ismenus, Axius, Achelous, Simois, Inachus, Alpheus, Thermodon, Scamander, Tigres, Meander en Orontes. Uit Pontus en Gaea: Thaumas, *tusciuersus, * cepheus. Uit Nereus en Doris vijftig Nereiden: Glauce, Thalia, Cymodoce, Nesaea, Speio, Thoe, Cymothoe, Actaea, Limnoreia, Melite, Iaera, Amphitoe, Agave, Doto, Proto, Pherusa, Dynamene, Dexamene, Amphinome, Callianassa, Doris, Panope, Galatea, Nemertes, Apseudes, Clymene, Ianeira, (Panope), Ianassa, Maera, Orithyia, Amatheia, Drymo, Xantho, Ligea, Phyllodoce, Cydippe, Lycorias, Clio, Beroe, Ephyre, Opis, Asia, Deiopea, Arethusa, (Clymene), Creneis, Eurydice, Leucothea.

Uit Phorcys en Ceto: de Graien, Pemphredo, Enyo en Perseis (voor deze laatste vertellen anderen Dino). Uit Gorgon en Ceto: Stheno, Euryale en Medusa. Uit Polus en Phoebe: Leto, Asteria, *aphirape, Perses, Pallas. Uit Iapetus en Clymene: Atlas, Epimetheus en Prometheus. Uit Hyperion en Aether: Helios, Selene, Eos. Uit Cronus en Rhea: Hestia, Demeter, Hera, Zeus, Poseidon, Hades. Uit Cronus en Philyra: Chiron, Dolops. Uit Astraeus en Eos: Zephyrus, Boreas, Notus, Eurus. Uit Atlas en Pleione: Maia, Calypso, Alcyone, Merope, Electra, Celaeno. Uit Pallas de gigant en Styx: Scylla, Bia, Afgunst, Cratos, Nike, Fonteinen, Meren. Uit Poseidon en Amphitrite: Triton. Uit Dione en Zeus: Aphrodite. Uit Zeus en Hera: Ares. Uit Zeus’ hoofd: Athena. Uit Hera zonder vader: Hephaistus. Uit Zeus en Eurynome: de Gratien. Opnieuw uit Zeus en Hera: Jeugd en Vrijheid. Uit Zeus en Themis: de Uren. Uit Zeus en Demeter: Persephone. Uit Zeus en Mnemosyne: de Muzen. Uit Zeus en Selene: Pandia. Uit Aphrodite en Ares: Harmonia en Phobus (Formido). Uit Achelous en Melpomene: de Sirenen, Thelxiepia en Pisinoe. Uit Zeus en Clymene: Mnemosyne. Uit Zeus en Maia: Hermes. Uit Zeus en Leto: Apollo en Artemis. Uit Gaea: Python, een goddelijke (profetische) slang. Uit Thaumas en Electra: Iris, de Harpijen Celaeno, Ocypete en Podarge. Uit Helios en Perseis: Circe, Pasiphae, Aeetes, Perses. Uit Aeetes en Clytia: Medea. Uit Helios en Clymene: Phaethon en de Heliaden: Merope, Helie, Aetheria en Dioxippe. Uit Typhon en Echidna: Gorgon, Cerberus, de draak die de Gouden Vacht in Colchis bewaakte, Scylla die van boven vrouw was en hond van onder (gedood door Heracles), Chimaera, Sphinx die in Boeotie leefde, de slang Hydra die negen hoofden had en door Heracles werd gedood, en de draak van de Hesperiden (Ladon). Uit Poseidon en Medusa: het paard Pegasus. Uit Chrysaor en Callirhoe: drievormige Geryon.

01. Themisto

Athamas, de zoon van Aeolus, had bij zijn vrouw Nephele een zoon Phrixus en een dochter Helle, en bij Themisto, dochter van Hypseus, twee zoons Sphincius en Orchomenus, en bij Ino, dochter van Cadmus, twee zoons, Learchus en Melicertes. Themisto, door Ino van haar huwelijk beroofd, wilde Ino’s kinderen doden. Ze verborg zich, daarom, in het paleis, en toen de mogelijkheid zich voordeed, denkend dat ze de kinderen van haar rivale doodde, doodde zij onbewust die van haar zelf, misleid door de verzorgster, die hen de verkeerde kleding had aangetrokken. Toen Themisto dit ontdekte pleegde ze zelfmoord.

02. Ino

Ino, dochter van Cadmus en Harmonia, wilde Phrixus en Helle vermoorden, kinderen van Nephele, ze bedacht samen met de vrouwen van de hele stam een plan, en spanden samen om het zaaizaad van het graan te laten verdorren en dat zo onvruchtbaar te maken, zodat, wanneer het graan niet wilde groeien en er schaarste zou heersen, het hele land zou creperen, sommigen door de honger, anderen door ziekte. Ten gevolge van deze situatie stuurde Athamas een dienaar naar Delphi, maar Ino instrueerde hem met een vals antwoord terug te komen en te vertellen dat de plaag zou eindigen als hij Phrixus aan Zeus offerde. Toen Athamas dit weigerde, meldde Phrixus zich vrijwillig en verklaarde spontaan dat hij alleen het land van de noodtoestand zou redden. Dus werd hij naar het altaar geleid, zijn offerhoofdband dragend, maar de dienares, uit medelijden met de jeugd, onthulde Ino’s plannen aan Athamas. De koning, aldus op de hoogte van de misdaad, gaf opdracht om zijn vrouw Ino en haar zoon Melicertes ter dood te brengen, maar Vader Dionysus hulde haar in de mist, en redde zijn verzorgster Ino. Later, Athamas, tot waanzin gedreven door Zeus, doodde zijn zoon Learchus. Maar Ino, wierp zichzelf met haar zoon Melicertes in zee. Dionysus zou haar de naam Leucothea hebben gegeven, en Melicertes haar zoon, de god Palaemon, maar wij noemen haar Matuta, en hem Portunus. Te zijner ere worden er om de vijf jaar gymnastische wedstrijden gehouden, die de Isthmenische spelen worden genoemd.

03. Phrixus

Terwijl Phrixus en Helle door Dionysus met waanzin geslagen door een bos liepen, zou hun moeder Nephele naar hen toe gekomen zijn met een Gouden Ram, een nakomeling van Poseidon en Theophane. Ze smeekte haar kinderen om het dier te bestijgen, en op weg te gaan naar koning Aeetes in Colchis, zoon van Helios, en daar de Ram te offeren aan Ares. Dit werd hun verteld om te doen, maar toen ze op de Ram zaten, en de die hen over zee droeg, viel Helle van de Ram; sindsdien wordt de zee Hellespont genoemd. Phrixus, echter, werd naar Colchis gedragen, waar hij, zoals zijn moeder had gesmeekt, de Ram offerde, en diens gouden vacht in de tempel van Ares plaatste – dezelfde vacht die, bewaakt door een draak, waarvan gezegd wordt dat Iason, zoon van Aeson en Alcimede, kwam om die te bemachtigen. Maar Aeetes verwelkomde Phrixus gastvrij, en gaf hem zijn dochter Chalciope ten huwelijk. Ze baarde hem later kinderen, maar Aeetes vreesde dat deze hem van de troon zouden stoten, omdat hij door voorspellingen gewaarschuwd was om de dood door de handen van een vreemdeling te vrezen, een zoon van Aeolus. Daarom doodde hij Phrixus. Maar Phrixus’ zoons – Argus, Melas en Cytisorus – namen een schip naar hun grootvader Athamas. Ze leden schipbreuk, maar Iason, op weg naar de gouden vacht, redde hen van het eiland Dia, en bracht hen terug naar hun moeder Chalciope. Op hun voordracht werd hij voorgesteld aan haar zuster Medea.

04. Phrixus van Euripides

Toen Athamas, koning in Thessalie, dacht dat zijn vrouw Ino, bij wie hij twee zoons had verwekt, was verdwenen, trouwde hij met Themisto, de dochter van een nimf, en kreeg bij haar twee zoons. Later ontdekte hij dat Ino op de Parnassus was, waar ze mee deed aan de wilde feesten van de Bacchananten. Hij stuurde iemand om haar naar huis te brengen, maar verschool zich toen zij kwam. Themisto ontdekte dat zij was gevonden, maar kende haar identiteit niet. Ze bedacht een plan op om Ino’s zoons te vermoorden, en Ino zelf, dat ze toevertrouwde aan een gevangene, die het plan kende, en haar opdroeg om haar eigen kinderen witte kleding aan te trekken, maar die van Ino zwarte. Ino trok kleedde haar eigen kinderen echter in het wit, en die van Themisto in het zwart; toen doodde Themisto per vergissing haar eigen zoons. Nadat ze dit had ontdekt, pleegde ze zelfmoord. Bovendien vermoorde, Athamas, terwijl hij aan het jagen was, in een vlaag van waanzin zijn oudste zoon Learchus; maar Ino met de jongste, Melicertes, wierp zichzelf in de zee en werd een godin.

05. Athamas

Omdat Semele met Zeus had geslapen, was Hera vijandig tegen haar hele ras, ze maakte daarom Athamas waanzinnig, de zoon van Aeolus, die vervolgens zijn zoon met pijlen doodde tijdens de jacht.

06. Cadmus

Cadmus, zoon van Agenor en Argiope, samen met zijn vrouw Harmonia, dochter van Aphrodite en Ares, nadat hun kinderen waren vermoord, werden in de regio van Illyrie door de boosheid van Ares in slangen veranderd, omdat Cadmus de draak had gedood, bewaker van de fontein van Castalia.

07. Antiope

Antiope, dochter van Nycteus, werd door een list geschonden door Epopeus, en als gevolg daarvan verstoten door haar echtgenoot Lycus. Zo weduwe geworden, omarmde Zeus haar. Maar Lycus trouwde Dirce. Zij, denkend dat haar echtgenoot in het geheim had geslapen met Antiope, gaf haar bedienden opdracht om haar in het donker vast te binden. Toen haar bevalling naderde, ontsnapte ze door de wil van Zeus aan haar ketens naar de berg Cithaeron, en toen de geboorte op handen was en zocht naar een plek om haar kind te baren, werd ze door de pijn gedwongen om dat op een kruispunt te doen. Herders brachten haar zoons groot als hun eigen kinderen, en noemde de een Zethus, van ‘een plek zoekend’, en de ander Amphion, omdat ‘ze baarde op een kruispunt, of langs de weg’. Toen de zoons ontdekten wie hun moeder was, brachten zij Dirce ter dood door haar op een wilde stier te binden; door de vriendelijkheid van Dionysus wiens aanhanger zij was, werd op de berg Cithaeron een bron gevormd die ontsprong uit haar lichaam, die Dirce werd genoemd.

08. Antiope van Euripides

Antiope was de dochter van Nycteus, koning in Boeotie; verrukt door haar grote schoonheid, maakte Zeus haar zwanger. Toen haar vader vanwege deze schandvlek haar wilde straffen, en kwetsen, vluchtte Antiope. Door toeval was Epopeus, een Sicyonier, op de plek waar zij terecht kwam, en nam de vrouw mee naar zijn huis en trouwde met haar. Nycteus nam dit slecht op, en toen hij stierf, bond hij met een eed zijn broer Lycus, aan wie hij zijn koninkrijk naliet, om Antiope niet ongestraft te laten. Na zijn overlijden, kwam Lycus naar Sicyon, doodde Epopeus, en bracht Antiope als gevangene naar Cithaeron. Ze had zonen gebaard, en liet die achter, maar een herder voedde hen op, en noemde hen Zethus en Amphion. Antiope werd als straf aan Dirce gegeven, de vrouw van Lycus. Toen de gelegenheid zich voordeed, vluchtte ze, en ging naar haar zoons. Maar Zethus, die dacht dat ze een vluchteling was, accepteerde haar niet. Dirce, in de ban van Dionysus, werd naar dezelfde plaats gebracht. Daar vond ze Antiope en sleepte haar naar haar dood. Maar de jongeren, geinformeerd door de herder die hen had grootgebracht dat zij hun moeder was, achtervolgden snel hun moeder en redden haar, maar doodden Dirce, door haar met heur haar aan de stier te binden. Toen zij Lycus wilden doodden, Verbood Hermes hen dat, en gelijktijdig opdracht gaf aan Lycus om het koninkrijk aan Amphion af te staan.

09. Niobe

Amphion en Zethus, zoons van Zeus en Antiope, dochter van Nycteus, ommuurden in opdracht van Apollo Thebe met een muur van (….) hoog, verdreven Laius, zoon van koning Labdacus, in ballingschap, en namen zelf de koninklijke macht over. Amphion nam Niobe tot vrouw, dochter van Tantalus en Dione, bij wie hij zeven zoons en evenzoveel dochters had. Deze kinderen stelde Niobe boven die van Leto, en sprak nogal minachtend over Apollo en Artemis omdat Artemis in mannenkleding liep, en Apollo lang haar droeg en in een vrouwengewaad gekleed ging. Ze zei, ook, dat ze Leto overtrof in aantallen kinderen. Hierom vermoorde Apollo haar zoons met zijn pijlen toen zij in de bossen aan het jagen waren, en Artemis schoot en doodde de dochters in het paleis, uitgezonderd Chloris. Maar van de moeder, beroofd van haar kinderen, wordt gezegd dat zij huilend in steen veranderd is op de berg Sipylus, en haar tranen druppelen nu nog naar beneden. Amphion, echter, probeerde de tempel van Apollo te bestormen, en werd gedood door de pijlen van Apollo.

10. Chloris

Chloris was de enige dochter van Niobe en Amphion die overleefde. Neleus, Hippocoon’s zoon, trouwde haar, en zij baarde hem twaalf zonen. Toen Heracles Pylos belegerde doodde hij Neleus en tien van zijn zonen, maar de elfde, Periclymenus, werd in een adelaar veranderd door de gunst van Poseidon, zijn grootvader, en ontsnapte aan de dood. De twaalfde, Nestor, was diegene in Ilium. Men zegt dat hij drie generaties heeft geleefd door de gunst van Apollo, vanwege de jaren die Apollo had genomen van Chloris en haar broers die hij aan Nestor schonk.

11. Kinderen van Niobe

Tantalus, Ismenus, Eupinytus, Phaedimus, Sipylus, Damasichthon, Archenor; Neaera, Phthia, Astycratia, Chloris, Eudoxa, Ogygia. Dit zijn de zoons en dochters van Niobe, vrouw van Amphion.

12. Pelias

Een orakel verzocht Pelias, zoon van Cretheus en Tyro, te offeren aan Poseidon, en vertelde hem dat zijn dood aanstaande was zodra een éénvoetige, dat wil zeggen, een man die één sandaal droeg, arriveerde. Terwijl hij zijn jaarlijkse offers aan Poseidon bracht, verloor Iason, zoon van Aeson, Pelias’ broer, in zijn enthousiasme om aan de offers deel te nemen, zijn sandaal terwijl hij de rivier Evenus overstak, en om op tijd bij de ceremonie aan te komen, kreeg hij hem niet meer te pakken. Toen Pelias dit merkte, met in gedachten de waarschuwing van het orakel, verzocht hij hem om naar Koning Aeetes te gaan, zijn vijand, en daar de gouden vacht van de ram die Phrixus in Colchis aan Ares had opgedragen te gaan halen. Iason, riep de Griekse leiders bijeen, en voer uit naar Colchis.

13. Hera

Toen Hera, vlakbij de rivier Evenus, haar gedaante had veranderd in een oud vrouwtje, en wachtte om de menselijke geest te testen en te zien of één van hen haar over de rivier Evenus zouden dragen, bood niemand dit aan totdat Iason, zoon van Aeson en Alcimede, haar naar de overkant droeg. Maar, boos op Pelias omdat hij haar niet offerde, liet zij Iason in de modder een sandaal verliezen.

14. Argonauten verzameld

Iason, zoon van Aeson en Alcimede, Clymene’s dochter, leider van de Thessaliers. Orpheus, zoon van Oeagrus en de Muze Calliope, Thracier, uit de stad (….….) die is gelegen op berg Olympus naast de rivier Enipeus, voorspeller, lierspeler. Asterius, zoon van (….) bij Antigona, dochter van Pheres, uit de stad Pellene. Anderen noemen hem zoon van Hyperasius, uit de stad Piresia, dat aan de voet van berg Phylleus in Thessalie ligt, een plek waar twee rivieren, gescheiden stromend, de Apidanus en de Enipeus, samenvloeien tot één. Polyphemus, zoon van Elatus bij Hippea, dochter van Antippus, een Thessalier uit de stad Larissa, kreupel. Iphiclus, zoon van Phylacus, bij Clymene, dochter van Minyas, uit Thessalie, Iason’s oom van moederskant. Admetus, zoon van Pheres, bij Periclymene, dochter van Minyas, van Berg Chalcodon, waar zowel stad al rivier hun naam aan ontlenen. Ze vertellen dat Apollo zijn vee liet grazen. Eurytus en Echion, zoons van Hermes en Antianeira, dochter van Menetes, uit de stad Alope, die nu Ephesus heet; sommige schrijvers denken dat zij Thessaliers waren. Aethalides, zoon van Hermes en Eupolemia, dochter van Myrmidon; hij kwam uit Larissa. Coronus, zoon van Caeneus, uit de stad Gyrtone, die in Thessalie ligt. Deze Caeneus, zoon van Elatus, een Magnesier, bewees dat de Centauren op geen enkele manier hem met staal konden verwonden, maar ze deden het met scherpgepunte boomstammen. Sommigen zeggen dat hij eens een vrouw was, en in antwoord op haar verzoek, verleende Poseidon haar die gunst en werd ze veranderd in een man, en werd onkwetsbaar voor elke slag. Dit was nog nooit vertoond, noch was het mogelijk voor enige sterveling door onkwetsbaarheid aan de dood door staal te ontsnappen, of veranderd te worden van een vrouw in een man. Mopsus, zoon van Ampycus en Chloris; door Apollo onderwezen in voorspellen, hij kwam van Oechalia, of, zoals sommigen denken, uit Titaresius.

Eurydamas, zoon van Irus en Demonassa; anderen noemen hem zoon van Ctimenus, die leefde in de stad Dolopis vlakbij het meer Xynius. Theseus, zoon van Aegeus en Aethra, dochter van Pittheus, uit Troezen; anderen zeggen van Athene. Pirithous, zoon van Ixion, broer van de Centauren, een Thessalier. Menoetius, zoon van Actor, uit Opus. Eribotes, zoon van Teleon, (………..). Eurytion, zoon van Irus en Demonassa. *ixition uit de stad Cerinthus. Oileus, zoon van Hodoedocus en Agrianome, dochter van Perseon, van de stad Narycea. Clytius en Iphitus, zoons van Eurytus en Antiope, dochter van Pylo, koningen van Oechalia. Anderen zeggen dat zij van Euboea kwamen. Eurytus, in boogschieten onderwezen door Apollo, waarvan wordt gezegd dat hij heeft gestreden met de schenker van de gave. Zijn zoon Clytius werd gedood door Aeetes. Peleus en Telamon, zoons van Aeacus en Endeis, dochter van Chiron, van het eiland Aegina. Zij verlieten hun land vanwege de moord op hun broer Phocus, en zochten verschillende huizen – Peleus, Phthia, en Telamon, Salamis, dat Apollonius van Rhodos Atthis noemt. Butes, zoon van Teleon en Zeuxippe, dochter van de rivier Eridanus, uit Athene. Phalerus, zoon van Alcon, uit Athene. Tiphys, zoon van Phorbas en Hyrmina, een Boeotier; hij was stuurman op het schip Argo. Argus, zoon van Polybus en Argia; sommigen zeggen van Danaus. Hij was een Argiver, die een zwartharige stierenmantel droeg. Hij was de bouwer van het schip Argo. Phlias, zoon van Vader Dionysus en Ariadne, dochter van Minos, van de stad Phlius, die op de Peloponnesus ligt. Anderen noemen hem een Thebaan. Hylas, zoon van Theodamas en de nimf Menodice, dochter van Orion, een jongere, van Oechalia; anderen zeggen van Argos, een metgezel van Heracles.

Nauplius, zoon van Poseidon en Amymone, dochter van Danaus, een Argiver. Idmon, zoon van Apollo, en de nimf Cyrene; sommigen zeggen van Abas, een Argiver. Hij was bedreven in voorspellingen, en hoewel hij van zijn aanstaande dood wist door vogels die hem dat voorspelde, vermeed hij de expeditie niet. Castor en Polydeuces, zoons van Zeus en Leda, dochter van Thestius, Lacedaemoniers; anderen noemen hen Spartanen, beiden baardloze jongelingen. Het is beschreven dat gelijktijdig sterren op hun hoofden verschenen, alsof ze daar gevallen waren. Lynceus en Idas, zoons van Aphareus en Arene, dochter van Oebalus, Messeniers van de Peloponnesus. Ze zeggen dat een van hen, Lynceus, verborgen dingen in de grond kon zien, niet gehinderd door enige duisternis. Anderen zeggen dat Lynceus ‘nachts niets zag. Er werd verteld dat hij ondergronds kon zien omdat hij goudmijnen kende; toen hij ondergronds ging en plotseling goud liet zien verspreidde zich het gerucht dat hij in de aarde kon kijken. Ook Idas was enthousiast en bezield. Periclymenus, zoon van Neleus en Chloris, dochter van Amphion en Niobe; hij kwam van Pylos. Amphidamas en Cepheus, zoons van Aleus en Cleobule, van Arcadie. Ancaeus, zoon van Lycurgus; anderen zeggen kleinzoon, van Tegea. Augeas, zoon van Helios en Nausidame, dochter van Amphidamas; hij kwam van Eleon. Asterion en Amphion, zoons van Hyperasius, anderen zeggen van Hippasus, van Pellene. Euphemus, zoon van Poseidon en Europa, dochter van Tityus, een Taenarumier. Er wordt verteld dat hij over water kan rennen met droge voeten. Een tweede Ancaeus, zoon van Poseidon bij Althaea, dochter van Thestius, van het eiland Imbrasos, dat Parthenie werd genoemd maar nu Samos heet. Erginus, zoon van Poseidon, van Miletus; sommigen zeggen dat hij een zoon is van Periclymenus, van Orchomenus. Meleager, zoon van Oeneus en Althaea, dochter van Thestius, sommigen denken zoon van Ares, een Calydonier. Laocoon, zoon van Porthaon, broer van Oeneus, een Calydonier. Een tweede Iphiclus, zoon van Thestius bij Leucippe, broer van Althaea bij dezelfde moeder, een Lacedaemonier; hij was (…..), een hardloper en speerwerper.

Iphitus, zoon van Naubolus, van Phocis; anderen zeggen dat hij de zoon van Hippasus was van de Peloponnesus. Zetes en Calais, zoons van de wind Boreas en Orithyia, dochter van Erechtheus. Er wordt verteld dat zij vleugels aan hoofd en voeten hebben en donkerblauwe lokken, en door de lucht reizen. Zij verdreven de Harpijen, Aellopus, Celaeno en Ocypete, dochters van Thaumas en Oxomene (Electra), van Phineus, zoon van Agenor, toen Iason’s kameraden naar Colchis gingen. Er wordt verteld dat zij gevederde hanenhoofden hadden, vleugels, en menselijke armen, met grote klauwen; borsten, buiken en menselijke vrouwelijke delen. Zetes en Calais, echter, werden gedood door de wapens van Heracles. De stenen die boven hun graf waren gezet werden verplaatst door de ademstoten van hun vader. Zij, ook, wordt gezegd kwamen van Thracie. Phocus en Priasus, zoons van Caeneus, van Magnesia. Eurymedon, zoon van Vader Dionysus en Ariadne, dochter van Minos, van Phlius. Palaemon, zoon van Lernus, een Calydonier. Actor, zoon van Hippasus, van de Peloponnesus. *thersanon, zoon van Helios en Leucothoe, van Argos. Hippalcimus, zoon van Pelops en Hippodamia, dochter van Oenomaus, van de Peloponnesus, van Pisa. Asclepius, zoon van Apollo en Coronis, van Tricce. …. Thestius’ dochter, een Argiver. Neleus, zoon van Hippocoon, van Pylos. Iolaus, zoon van Iphiclus, een Argiver. Deucalion, zoon van Minos en Pasiphae, dochter van Helios, van Kreta. Philoctetes, zoon van Poeas, van Meliboea. Een andere Caeneus, zoon van Coronus, van Gortyn. Acastus, zoon van Pelias en Anaxibia, dochter van Bias, van Iolcus, gekleed in een dubbele mantel. Hij sloot zich vrijwillig aan bij de Argonauten, een kameraad van Iason met diens toestemming. Bovendien, allen werden Minyers genoemd, hetzij omdat dochters van Minyas de meeste van hen baarden, of omdat Iason’ moeder een dochter van Clymene was, dochter van Minyas.

Maar niet allen bereikten Colchis of keerden terug naar hun land. Want in Mysie vlakbij Cius en de rivier Ascanius werd Hylas weggerukt door Nimfen. Terwijl Heracles en Polyphemus hem zochten, werden zij achtergelaten, de wind droeg het schip verder. Ook Polyphemus werd achtergelaten door Heracles. Nadat hij een stad in Mysie had gesticht, stierf hij tussen de Chalybiers. Bovendien werd Tiphys ziek en stierf tussen de Mariandyniers in Propontis waar Lycus koning was; in zijn plaats stuurde Ancaeus, zoon van Poseidon, het schip naar Colchis. Ook Idmon, zoon van Apollo, stierf daar in Lycus’ paleis, gewond door een wild zwijn, toen hij naar buiten ging om stro te halen. Zijn wreker was Idas, zoon van Aphareus, die het zwijn doodde. Butes, zoon van Teleon, zo geamuseerd door het zingen en de lier van Orpheus, werd niettemin overwonnen door de lieftalligheid van het lied van de Sirenen, en in een poging om naar hen toe te zwemmen wierp hij zichzelf in zee. Aphrodite redde hem in Lilybaeum, waar hij uit de golven werd gered. Dit waren degenen die Colchis niet bereikten.

Op de thuisreis stierf Eribotes, zoon van Teleon, en Canthus, zoon van *cerion. Zij werden in Libya gedood door de herder Capharus, broer van Nasamon, zoon van de nimf Tritonis en Amphithemis, wiens kudden zij aan het plunderen waren. Ook Mopsus, zoon van Ampycus, stierf in Afrika door een slangenbeet. Hij sloot zich bij de reis van de Argonauten aan nadat zijn vader Ampycus was gedood. Daar op het eiland van Dia voegden zich ook bij hen de zoons van Phrixus en Chalciope, Medea’s zuster – Argus, Melas, Phrontis en Cytisorus. Anderen vertellen dat hun namen Phronius, Demoleon, Autolycus en Phlogius waren. Toen Heracles ze als gezelschap meenam toen hij achter de gordel van de Amazonen aanging, liet hij hen door angst aangeslagen achter (……).

Toen de Argonauten aan hun tocht naar Colchis begonnen, wilden zij Heracles als hun leider aanstellen. Hij weigerde, zeggend dat Iason, op wiens uitnodiging zij allen gingen, de leider moest zijn. Iason voerde hen daarom aan. Argus, zoon van Danaus, was scheepsbouwer; Tiphys was stuurman. Na zijn dood nam Ancaeus, zoon van Poseidon, het stuurwiel over. Lynceus, zoon van Aphareus, die een scherpe blik had, stond bij de boeg op de uitkijk; roergangers waren Zetes en Calais, zoons van Boreas, die vleugels aan hoofd en voeten hadden. In de boeg en aan de riemen zaten Peleus en Telamon; in het midden Heracles en Idas. De rest bleef op hun positie. Orpheus, zoon van Oeagrus, deed de roepingen. Later, toen Heracles zijn plek had verlaten, zat Peleus, zoon van Aeacus, daar. Dit is het schip Argo, dat Athena in de kring der sterren heeft geplaatst omdat zij het had gebouwd. Toen het schip in zee te water werd gelaten, verscheen het van boeg tot achterdek tussen de sterren.

15. Vrouwen van Lemnos

Op het eiland Lemnos hadden de vrouwen enkele jaren niet geofferd aan Aphrodite, en vanwege haar woede trouwden hun mannen met Thracische vrouwen en versmaadden hun vorige. Maar de vrouwen van Lemnos (allen uitgezonderd Hypsipyle), opgehitst door dezelfde Aphrodite, smeedden een plan om de gehele mannenbevolking die daar leefde te doden. Hypsipyle verborg in het geheim haar vader Thoas aan boord van een schip dat door een storm naar het eiland Taurie werd geblazen. Ondertussen kwamen de Argonauten, al zeilend, op Lemnos aan. Toen Iphinoe, bewaakster van de haven, hen zag, meldde ze hun aankomst bij koningin Hypsipyle, aan wie Polyxo, op grond van haar middelbare leeftijd, het advies gaf om ze, vanwege de opgelegde goddelijke verplichting, gastvrij te ontvangen en uit te nodigen voor een vriendelijke ontvangst. Hypsipyle baarde zonen aan Iason, Euneus en Deipylus. Daar vele dagen vertraagt, werden zij door Heracles aangesproken en vertrokken. Toen de vrouwen van Lemnos ontdekten dat Hypsipyle haar vader gered had, probeerden ze haar te doden. Ze vluchtte, maar piraten namen haar gevangen, brachten haar naar Thebe, en verkochten haar als slavin aan koning Lycus. De vrouwen van Lemnos gaven de namen van de Argonauten aan de kinderen die zij bij hen hadden verwekt.

16. Cyzicus

Cyzicus, zoon van Eusorus, koning op een eiland in de Propontis, ontving de Argonauten met gulle gastvrijheid, maar toen zij hem hadden verlaten, en de hele dag hadden gezeild, werden zij onopgemerkt door een plotseling in de nacht opstekende storm teruggeblazen naar hetzelfde eiland. Cyzicus, die dacht dat Pelasgische vijanden hem in de nacht op de kust aanvielen, werd gedood door Iason. De volgende dag, toen hij in de buurt van de kust kwam en zag dat hij de koning had gedood, begroef hij hem en gaf het koninkrijk over aan diens zoons.

17. Amycus

Amycus, zoon van Poseidon en Melia, koning van Bebrycie, dwong iedereen die in de buurt van zijn koninkrijk kwam om een bokswedstrijd met hem te houden, en doodde de overwonnene. Toen hij de Argonauten had uitgedaagd voor een bokswedstrijd, streed Polydeuces met hem en doodde hem.

18. Lycus

Lycus, koning op een eiland in de Propontis, ontving de Argonauten gastvrij, dankbaar omdat zij Amycus gedood hadden, die hem vaak had aangevallen. Terwijl de Argonauten verbleven bij Lycus, en naar buiten gingen om stro te verzamelen, werd Idmon, zoon van Apollo, gewond door een wild zwijn en stierf.

19. Phineus

Phineus, een Thracier, zoon van Agenor, had twee zoons bij Cleopatra. Vanwege de beschuldigingen van hun stiefmoeder, werden de twee door hun vader blind gemaakt. Ten gevolge van dit voorval, wordt verteld dat Apollo Phineus de gave van het voorspellen heeft geschonken. Maar, omdat hij de besprekingen van de goden openbaar maakte, werd hij zelf blind gemaakt door Zeus, en ook de Harpijen op hem af stuurde, die de honden van Zeus genoemd worden, om het voedsel uit zijn mond te stelen. Toen de Argonauten daar aankwamen en hem vroegen hen de weg te wijzen, zei hij dat hij die wilde tonen als zij hem zouden bevrijden van zijn bestraffing. Toen verdreven Zetes en Calais, zoons van de Noordenwind en Orithyia, waarvan verteld wordt dat zij vleugels aan hoofd en voeten hebben, de Harpijen naar de Strophaden, en bevrijdden Phineus van zijn bestraffing. Hij toonde hen hoe zij de Symplegaden moesten passeren door een duif vooruit te sturen; als de rotsen zich naar elkaar toe bewogen, tijdens de terugslag …… (zij konden passeren als de duif er doorheen kwam, en uit alle macht roeiden. Maar als zij omkwam,) moesten zij omkeren. Door de hulp van Phineus konden de Argonauten de Symplegaden passeren.

20. Stymphalische vogels

Toen de Argonauten bij het eiland Dia kwamen, en de vogels hen verwondden, hun veren als pijlen gebruikend, waren zij niet in staat het hoofd te bieden aan de grote aantallen vogels. Het advies van Phineus opvolgend sloegen zijn met hun speren op hun schilden, en verjoegen hen zo door het geluid, op de manier van de Cureten.

Fabel 21 t/m 40

21. Zoons van Phrixus

Toen de Argonauten de zee die de Zwarte Zee genoemd wordt opvoeren via de Bewegende Rotsen, die de rotsen van de Symplegaden genoemd worden, en daar rondzwierven, werden zij door de wil van Hera naar het eiland Dia gedragen. Daar vonden zij schipbreukelingen, naakt en hulpeloos – de zoons van Phrixus en Chalciope – Argus, Phrontis, Melas en Cytisorus. Zij vertelden over hun rampspoed tegen Iason, hoe ze schipbreuk hadden geleden en daar neergeworpen waren toen ze zich haastten naar hun grootvader Athamas, en Iason verwelkomde en hielp hen. Zij geleidden Iason naar Colchis, en drongen er bij de Argonauten op aan het schip te verbergen. Zijzelf gingen naar hun moeder Chalciope, Medea’s zuster, en maakten de vriendelijkheid van Iason bekend, en waarom hij was gekomen. Toen vertelde Chalciope over Medea, en bracht haar met haar zoons naar Iason. Toen ze hem zag, herkende ze hem als degene op wie zij in haar dromen zwaar verliefd was door Hera’s aandringen, en beloofde hem alles. Zij brachten hem naar de tempel.

22. Aeetes

Een orakel had tegen Aeetes, zoon van Helios, verteld dat hij zijn koninkrijk zou behouden zolang de gouden vacht die Phrixus had gewijd in het altaar van Ares zou blijven. En dus droeg Aeetes deze taak aan Iason op, als hij de gouden vacht wilde weghalen – om de bronshoevige stieren die vlammen door hun neusgaten ademden in te spannen onder het onvermurwbare juk, te ploegen, en drakentanden uit een helm in te zaaien, waaruit een stam gewapende mannen zouden opkomen en die allen te verslaan. Hera, echter, wenste Iason te redden, omdat eens toen zij naar een rivier gekomen was om de geest van de mensheid te testen, in de gedaante van een oude vrouw, en vroeg om overgedragen te worden. Hij had haar overgedragen toen anderen die passeerden haar verachtten. En zo terwijl ze wist dat Iason de opdrachten zonder hulp van Medea niet kon uitvoeren, vroeg ze aan Aphrodite om Medea te vervullen met liefde. Door toedoen van Aphrodite, werd Medea verliefd op Iason. Door haar hulp was hij bestand tegen alle gevaren, wanneer hij moest ploegen met de stieren, en de gewapende mannen tot leven kwamen, en op Medea’s advies wierp hij een steen tussen hen in. Zij vochten daarop onder elkaar en slachten elkaar af. Toen de draak in slaap was gewiegd met kruiden pakte hij het vlies van het altaar, en vertrok met Medea naar zijn land.

23. Apsyrtus

Toen Aeetes vernam dat Medea met Iason was gevlucht, maakte hij een schip gereed en stuurde Apsyrtus, zijn zoon, met gewapende mannen achter haar aan. Toen hij haar te pakken had bij het hof van koning Alcinous in Istrie aan de Adriatische Zee, en voor haar wilde vechten, kwam Alcinous tussenbeide om het gevecht te voorkomen. Zij stelden hem aan als rechter, maar hij liet hen tot de volgende dag wachten. Toen hij terneergeslagen leek en Arete, zijn vrouw, hem naar de oorzaak van zijn droefheid vroeg, zei hij dat hij tot rechter was aangesteld door twee verschillende landen, om tussen de Colchiers en de Argivers te oordelen. Toen Arete hem vroeg welk oordeel hij zou vellen, antwoordde Alcinous dat als Medea nog maagd was, hij haar aan haar vader zou geven, maar zo niet, aan haar echtgenoot. Toen Arete dit van haar man hoorde, zond ze een bericht naar Iason, en deze sliep ’s nachts met Medea in een grot. De volgende dag toen zij bij het hof kwamen, en Medea tot vrouw werd verklaard werd zij aan haar echtgenoot gegeven. Desondanks achtervolgde, toen zij waren vertrokken, Apsyrtus, de opdrachten van zijn vader vrezend, hen tot het eiland van Athena. Toen Iason daar aan Hera offerde, en Apsyrtus naar hem toekwam, werd hij gedood door Iason. Medea begroef hem, en zij vertrokken. De Colchiers die met Apsyrtus waren meegekomen, vreesden Aeetes, bleven daar en stichtten de stad Absoros welke naar Apsyrtus vernoem was. Nu is dat eiland gelegen in Istrie, tegenover Pula.

24. Iason. Dochters van Pelias

Nadat Iason zoveel gevaren had getrotseerd in opdracht van zijn oom Pelias, begon hij te bedenken hoe hij zijn oom kon doden zonder de aandacht op zich te vestigen. Door Medea werd voorgesteld om het volgende te doen. En zo, terwijl zij nu ver van Colchis waren, verzocht ze om het schip op een geheime plek te verbergen, en ging in de gedaante van een priesteres van Artemis naar de dochters van Pelias. Ze beloofde hen om hun vader Pelias weer jeugdig te maken in plaats van een oude man, maar de oudste dochter Alcestis zei dat dit niet kon. Om er voor te zorgen dat ze makkelijker te overtuigen was, toverde Medea hun een mist voor de ogen, en door middel van kruiden vormden zich vreemde dingen in de lucht die echt leken te zijn, deed een oude ram in een bronzen ketel, waaruit een zeer jong lam leek te springen. Op dezelfde manier doodden de dochters van Pelias – namelijk Alcestis, Pelopia, Medusa, Pisidice en Hippothoe – op voorstel van Medea hun vader en kookten hem in een bronzen ketel. Toen ze zich realiseerden dat ze bedrogen waren, vluchtten zij het land uit. Maar Iason, op aangeven van Medea, maakte zichzelf meester van het paleis. En gaf de macht aan Acastus, zoon van Pelias, broer van de Peliaden, omdat hij met hem mee was gegaan naar Colchis. Samen met Medea ging hijzelf naar Corinthe.

25. Medea

Toen Medea, dochter van Aeetes en Idyia, Iason’s zoon al had gebaard – Mermerus en Pheres – en zij in grote harmonie leefden, vroeg hij zich af waarom een man zo dapper en knap en nobel een buitenlandse en tovenares als vrouw moest hebben. Aan hem gaf Creon, zoon van Menoeceus, koning van Corinthe, zijn jongste dochter Glauce als vrouw. Toen Medea zag dat zij, die Iason’s weldoenster was geweest, met misprijzen werd behandeld, maakte ze met behulp van giftige kruiden een gouden kroon, en verzocht haar zoons die als geschenk aan hun stiefmoeder te geven. Glauce nam het geschenk aan, en verbrandde tot de dood samen met Iason en Creon. Toen Medea zag dat het paleis in de brand stond, doodde ze Mermerus en Pheres, haar zoons bij Iason, en vluchtte uit Corinthe.

26. Medea in ballingschap

Medea, verbannen uit Corinthe, kwam in Athene en genot de gastvrijheid van Aegeus, zoon van Pandion, en trouwde met hem; zij baarde hem Medus. Later begon de priesteres van Artemis Medea te beschimpen, en vertelde de koning dat ze geen vrome offers kon brengen omdat er een vrouw in het land was die een tovenares en een misdadigster was. Ze werd voor de tweede keer verbannen. Medea, echter, met haar ingespannen draken, keerde van Athene terug naar Colchis. Onderweg kwam zij bij Absoros waar haar broer Apsyrtus was begraven. Daar had de bevolking van Absoros last van een groot aantal slangen. Op hun smeekbeden pakte Medea die allemaal op en stopte ze in het graf van haar broer. Daar verblijven ze nog steeds, en als er een uit het graf gaat, betaald hij zijn schuld aan de natuur.

27. Medus

Een orakel vertelde Perses, een zoon van Helios, Aeetes’ broer, dat hij moest oppassen voor de dood door Aeetes afstammelingen. Medus, zijn moeder volgend, werd naar hem gebracht tijdens een storm, en bewakers grepen hem en brachten hem naar koning Perses. Toen Medus, zoon van Aegeus en Medea, zag dat hij in de macht van zijn vijand was gekomen, beweerde valselijk dat hij Hippotes was, zoon van Creon. De koning onderzocht dit zorgvuldig, en gaf opdracht hem in de gevangenis te gooien. In die tijd heerste er onvruchtbaarheid en schaarste van het gewas. Toen Medea daar aankwam in haar wagen met ingespannen draken, beweerde ze valselijk voor de koning dat ze een priesteres van Artemis was. Ze zei dat ze een zoenoffer tegen de onvruchtbaarheid kon verzorgen, en toen ze van de koning hoorde dat Hippotes, zoon van Creon, gevangen werd gehouden, denkend dat hij gekomen was om de schade van zijn vader te wreken … daar, onwetend, verraadde ze haar zoon. Want zij overtuigde de koning dat hij Hippotes niet was, maar Medus, zoon van Aegeus, door zijn vader gestuurd om de koning te berichten, en smeekte dat hij aan haar zou worden overgedragen om te doden, er van overtuigd dat hij Hippotes was. Toen Medus aldus naar buiten werd gebracht om met de dood te boeten voor zijn verraad, en ze zag dat de dingen anders waren dan ze had gedacht, zei ze dat ze met hem wilde spreken, en gaf hem een zwaard, en verzocht hem de fouten van zijn grootvader te wreken. Medus, na dit nieuws, doodde Perses, en verwierf het koninkrijk van zijn grootvader; naar zijn eigen naam noemde hij het Medie.

28. Otus en Ephialtes

Otus en Ephialtes, zoons van Aloeus en Iphimedia, … dochter van Poseidon, zijn volgens zeggen buitengewoon groot van afmetingen. Zij groeiden elke maand negen inches, en toen zij negen jaar oud waren, probeerden zij naar de hemel te klimmen. Zo begonnen ze: ze zetten berg Ossa op de Pelion (sindsdien wordt de Ossa ook Pelion genoemd), en stapelde die op andere bergen. Maar zij werden door Apollo ontdekt die hen doodde. Andere schrijvers, echter, zeggen dat zij de onkwetsbare zoons zijn van Poseidon en Iphimedia. Toen zij Artemis aanrandden, kon die hun kracht niet weerstaan, en zond Apollo een hert tussen hen in. Gek van woede probeerden zij het dier met speren te doden, maar doodden elkaar. In het land der doden ondergaan ze de volgende straf: ze zijn met slangen aan een kolom vastgebonden, rug aan rug. Tussen hen bevindt zich een krijsende uil, die op de kolom zit waaraan zij vastgeboden zijn.

29. Alcmene

Toen Amphitryon weg was om Oechalia te overmeesteren, ontving Alcmene, denkend dat Zeus haar man was, hem in haar kamer. Toen hij in de kamer was, en haar vertelde wat hij in Oechalia had gedaan, sliep zij met hem, in de waan dat het haar man was. Het samenliggen met haar vond hij zo plezierig dat hij daar een hele dag bleef en twee nachten twee keer zo lang liet duren, zodat Alcmene zich verbaasde dat de nacht zo lang duurde. Toen haar man later arriveerde, een overwinnaar, toonde ze geen enkele belangstelling, omdat ze dacht dat ze haar echtgenoot al gezien had. Toen Amphitryon het paleis binnenkwam, en haar nonchalant en ongeinteresseerd zag, begon hij zich te verbazen en beklaagde zich bij haar dat zij hem niet verwelkomde toen hij aankwam. Alcmene antwoordde: Je bent al aangekomen en hebt met mij geslapen, en verteld wat je in Oechalia hebt gedaan. Toen ze hem al het bewijs toonde, realiseerde Amphitryon zich dat een of andere god zijn gedaante had gebruikt, en vanaf die dag sliep hij niet meer met haar, Maar zij, door de omarming van Zeus, baarde Heracles.

30. Twaalf werken van Heracles

Toen hij een baby was, wurgde hij met zijn twee handen de twee slangen die Hera had gezonden – vanwaar zijn naam, Primigenius. De leeuw van Nemea, een onkwetsbaar monster, die Selene in een tweemondige grot had gevoed, werd door hem verslagen waarna hij de huid als pantser droeg. Bij de bron van Lerna doodde hij de negenhoofdige Hydra van Lerna, kind van Typhon. Dit monster was zo giftig dat zij mensen met haar adem kon doden, en als iemand passeerde wanneer ze sliep, ademde diegene haar sporen in en stierf onder grootse kwellingen. Met behulp van aanwijzingen van Athena doodde hij haar, sneed haar buik open, en doopte zijn pijlpunten in haar gal; en wat hij later ook maar met zijn pijlen raakte ontsnapte niet aan de dood, later kwam hij door diezelfde oorzaak in Phrygie zelf om het leven. Hij doodde het everzwijn van Erymanthus. Het wilde mannetjeshert met gouden hoorns in Arcadie bracht hij levend naar Eurystheus. Op het eiland van Ares doodde hij met zijn pijlen de Stymphalische vogels die hun veren wegschoten als pijlen. Hij maakte in één dag de koeienstallen van koning Augeas schoon, Zeus hielp hem voor het grootste gedeelte door een rivier binnen te laten die al de mest wegspoelde. De stier waarmee Pasiphae had samengelegen bracht hij levend van het eiland Kreta naar Mycene. Diomedes, koning van Thracie, en zijn vier paarden die zich voedden met mensenvlees doodde hij samen met zijn slaaf Abderus. De namen van de paarden waren: Podargus, Lampon, Xanthus en Dinus. Hij doodde Hippolyte, dochter van Ares en koningin Otrere, en nam haar de gordel van de Amazonen af; daarna gaf hij Antiope als een gevangene aan Theseus. De drievormige Geryon, zoon van Chrysaor, doodde hij met een enkel wapen. De grote draak, Typhon’s zoon, die de gouden appels van de Hesperiden bewaakte, doodde hij vlak bij berg Atlas, en bracht de appels naar koning Eurystheus. Vanuit de onderwereld bracht hij de hond Cerberus naar de koning om te bekijken, kind van Typhon.

31. Minder belangrijke werken Heracles

Hij doodde Antaeus, zoon van Gaea, in Libya. Deze man dwong zijn bezoekers om met hem te worstelen, en als ze uitgeput waren doodde hij hen. Hij doodde hem tijdens een worstelwedstrijd. In Egypte doodde hij Busiris, wiens gewoonte het was om zijn bezoekers te offeren. Toen Heracles van deze vreemde gewoonte hoorde, stond hij zelf toe dat hij met de offerhoofdband naar het altaar geleid werd, maar toen Busiris op het punt stond om de goden aan te roepen, doodde Heracles hem met zijn knots bij het altaar evenals zijn bedienden. Hij doodde Cycnus, zoon van Ares, met de kracht van zijn armen. Toen Ares daar aankwam, en hem vanwege zijn zoon met wapens wilde aanvallen, smeet Zeus een bliksem tussen hen in. In Troje doodde hij het zeemonster aan wie Hesione werd geofferd. Laomedon, Hesione’s vader doodde hij met pijlen omdat hij haar niet terug gaf. De schitterende adelaar die de lever at van Prometheus doodde hij met pijlen. Hij doodde Lycus, zoon van Poseidon, omdat die van plan was zijn vrouw Megara te doden, dochter van Creon, en hun zoons Therimachus en Ophites. De rivier Achelous had als gewoonte om zichzelf in allerlei gedaanten te veranderen. Toen hij met Heracles vocht om de hand van Deianira, veranderde hij zichzelf in een stier. Heracles scheurde een van zijn hoorns af, gaf die aan de Hesperiden van de nimfen, en de godinnen vulden die met vruchten en noemden het ‘De hoorn des overvloeds’. Hij doodde Neleus en diens tien zonen toen dezen weigerden hem te reinigen in de tijd dat hij zijn vrouw Megara, dochter van Creon, gedood had, en zijn zoons Therimachus en Ophites. Hij doodde Eurytus omdat deze weigerde zijn dochter Iole als vrouw aan hem te geven toen hij daarom verzocht. Hij doodde de Centaur Nessus omdat die Deianira probeerde aan te randen. Hij doodde de Centaur Eurytion omdat die met Mnesimache scharrelde, dochter van Dexamenus, zijn aanstaande bruid.

32. Megara

Toen Heracles door koning Eurystheus op weg was gestuurd voor de driekoppige hond, en Lycus, zoon van Poseidon, hoewel het zijn ondergang zou worden, de moord beraamde op zijn vrouw Megara, dochter van Creon, en zijn zoons, Therimachus en Ophites, nam die het koninkrijk in bezit. Heracles voorkwam dit en doodde Lycus. Later toen Hera hem waanzinnig had gemaakt, doodde hij Megara en zijn zoons Therimachus en Ophites. Toen hij weer bij zinnen kwam, smeekte hij Apollo om een orakel hoe hij kon boeten voor zijn misdaad. Omdat Apollo dat niet wilde, nam Heracles wraakzuchtig de driepoot van het altaar weg. Later, in opdracht van Zeus, bracht hij het terug, en smeekte hij hem om, hoewel onwillig, antwoord te geven. Vanwege zijn driftbuien werd hij door Hermes in dienstbaarheid aan koningin Omphale gegeven.

33. Centauren

Toen Heracles bij het hof van koning Dexamenus was aangekomen en diens dochter Deianira had geschonden, met de belofte haar te trouwen, verzocht Eurytion, een Centaur en zoon van Ixion en Nephele, na zijn vertrek om Deianira als vrouw. Haar vader, geweld vrezend, beloofde haar aan hem. Op de afgesproken dag kwam hij met zijn broers naar de bruiloft. Heracles kwam tussenbeide, en doodde de Centaur, en nam zijn verloofde mee naar huis. Net als een andere bruiloft, toen Pirithous Hippodamia nam, dochter van Adrastus, en dronken Centauren de vrouwen van de Lapithen probeerden mee te nemen. De Centauren doodden velen van hem, maar werden toch door hen gedood.

34. Nessus

Nessus, zoon van Ixion en Nephele, een Centaur, werd door Deianira gevraagd om haar over de rivier Evenus te dragen, maar terwijl hij haar droeg, probeerde hij haar in de rivier te verkrachten. Toen Heracles daar kwam, en Deianira om zijn hulp smeekte, doorboorde hij Nessus met zijn pijlen. Terwijl Nessus stierf, wetend hoe giftig die pijlen waren, sinds die in de gal van de Hydra van Lerna waren gedoopt, nam wat van zijn bloed en gaf dit aan Deianira, en vertelde haar dat het een liefdeselixer was. Als zij wilde dat haar man haar niet zou verlaten, moest zij zijn kleding insmeren met dit bloed. Deianira geloofde hem, en bewaarde het zorgvuldig.

35. Iole

Heracles, toen hij om een huwelijk met Iole vroeg, dochter van Eurytus, en dit werd geweigerd, viel Oechalia aan. Om het meisje naar zijn hand te zetten, dreigde hij haar familieleden in haar bijzijn te doden. Zij, kordaat van geest, verdroeg dat zij voor haar ogen werden gedood. Toen hij hen allen had gedood, zond hij Iole als gevangene naar Deianira.

36. Deianira

Toen Deianira, dochter van Oeneus en de vrouw van Heracles, de gevangen genomen Iole zag aankomen, een meisje van opmerkelijke schoonheid, vreesde ze dat zij een bedreiging voor haar huwelijk was. Met in gedachten de instructies van Nessus, zond zij de bediende Lichas om een mantel van Heracles te halen en doopte die in het bloed van de Centaur. Ze morste een klein beetje op de grond, en toen de zon er later op scheen, begon het te branden. Toen Deianira dit zag, wist ze dat Nessus had gelogen, en stuurde een man om diegene die ze het kledingstuk had meegegeven terug te roepen. Heracles had het de mantel echter al aangetrokken, die plotseling fel begon te branden; toen hij in een rivier sprong om de vlammen te doven, werden de vlammen steeds groter; toen hij de mantel probeerde uit te trekken kwam zijn vlees mee. Toen draaide Heracles Lichas, die hem de mantel had gebracht, rond en rond, en wierp hem in zee, en op de plek waar hij viel verscheen een rots die Lichas werd genoemd. Daarna bouwde Philoctetes, zoon van Poeas, een brandstapel voor Heracles op de berg Oeta, en hij beklom die en wierp zijn sterfelijkheid af. Voor deze dienst gaf hij Philoctetes zijn boog en pijlen. Maar Deianira, vanwege dat wat er met Heracles was gebeurd, pleegde zelfmoord.

37. Aethra

Poseidon en Aegeus, zoon van Pandion, lagen beiden op en nacht samen met Aethra, dochter van Pittheus, bij het altaar van Athena. Poseidon droeg het kind op aan Aegeus. Hij echter, op het punt om terug te keren van Troezen naar Athene, lag zijn zwaard onder een steen, en zei tegen Aethra dat wanneer de jongen de steen op kon tillen en zijn vader’s zwaard pakken, ze de jongen naar hem toe moest sturen. Hij zou hem herkennen aan dat zwaard. Later baarde Aethra zo Theseus. Toen die volwassen begon te worden, vertelde zijn moeder hem de instructies van Aegeus, toonde hem de steen zodat hij het zwaard kon pakken en verzocht hem naar Aegeus in Athene te gaan en hij doodde al diegene die de weg onveilig maakte.

38. Werken van Theseus

Hij doodde Corynetes (Periphetes), zoon van Poseidon, door de kracht van zijn armen. Hij doodde Pityocamptes (Sinis), die reizigers dwong om hem te helpen bomen naar de grond te buigen. Wanneer zij die samen met hem vast hielden, liet hij hem plotseling met kracht terugveren. Zo werden zij met geweld op de grond gesmakt en stierven. Hij doodde Procrustes (Polypemon), zoon van Poseidon. Als een gast hem kwam bezoeken, en hij was redelijk lang, bracht hij hem een kort bed, en sneed de rest van zijn lichaam af; als hij redelijk klein was, gaf hij hen een langer bed, en hing aambeelden aan zijn voeten om hem op te rekken tot hij net zo lang was als het bed. Sciron had de gewoonte om op een bepaald punt bij de zee te zitten, en degenen die passeerden te dwingen om zijn voeten te wassen; waarna hij hen in zee schopte. Theseus wierp hem in zee en doodde hem op dezelfde wijze, en sindsdien worden de rotsen genoemd naar deze Sciron. Hij doodde door de kracht van zijn armen Cercyon, zoon van Hephaistos. Hij doodde het everzwijn uit Crommyon. Hij doodde de stier van Marathon, die Heracles vanuit Kreta naar Eurystheus had gebracht. Hij doodde de Minotaurus in de stad Cnossus.

39. Daedalus

Daedalus, zoon van Eupalamus, waarvan wordt gezegd dat hij zijn talent heeft gekregen van Athena, wierp Perdix van het dak, zoon van zijn zuster, jaloers op zijn kunde, omdat hij als eerste de zaag uitvond. Vanwege deze misdaad ging hij in ballingschap vanuit Athene naar koning Minos op Kreta.

40. Pasiphae

Pasiphae, dochter van Helios en vrouw van Minos, bracht verscheidene jaren geen offers aan de godin Aphrodite. Vanwege dit feit wekte Aphrodite bij haar een onnatuurlijke liefde voor een stier op. Op het moment dat Daedalus daar aankwam als een vluchteling, vroeg hij haar om hulp. Voor haar maakte hij een houten koe, waar zij in kroop en seks had met de stier. Uit deze gemeenschap baarde zij de Minotaurus, met een stierenkop maar een menselijk lichaam. Daedalus maakte voor de Minotaurus toen een labyrint met een niet te ontdekken uitgang waarin hij werd opgesloten. Toen Minos deze affaire ontdekte smeet hij Daedalus in de gevangenis, maar Pasiphae bevrijdde hem van zijn ketenen. Daedalus vervaardigde daarop vleugels en maakte die aan zichzelf en zijn zoon Icarus vast, en zij vlogen weg van het paleis. Icarus vloog te hoog, en toen de was door de zon smolt, viel hij in zee die sindsdien de Icarische Zee genoemd wordt. Daedalus vluchtte naar koning Cocalus op het eiland Sicilie. Anderen vertellen dat Theseus, nadat hij de Minotaurus had gedood, Daedalus terugbracht naar Athene, zijn eigen land.

Fabel 41 t/m 60

41. Minos

Toen Minos, zoon van Zeus en Europa, met de Atheners streed, werd zijn zoon Androgeus in het gevecht gedood. Nadat hij de Atheners had verslagen nam hij hun inkomsten af; hij bepaalde, bovendien, dat zij elk jaar zeven van hun kinderen moesten brengen als voedsel voor de Minotaurus. Nadat Theseus vanuit Troezen was aangekomen, en vernam welk een ramp het land had getroffen, beloofde hij uit eigen beweging naar de Minotaurus te gaan. Toen zijn vader hem wegzond, droeg hij hem op om witte zeilen op zijn schepen te tuigen wanneer hij als overwinnaar terugkeerde; degenen die naar de Minotaurus werden gezonden reisden met zwarte zeilen.

42. Theseus en de Minotaurus

Toen Theseus op Kreta aankwam, hield Ariadne, Minos’ dochter, zoveel van hem dat zij haar broer verraadde en de vreemdeling redde, of ze toonde Theseus de weg uit het labyrint. Toen Theseus de stier had benaderd en gedood, ging hij op advies van Ariadne weer buiten door de draad te volgen die hij had afgewonden. Ariadne, omdat ze hem trouw was geweest, nam hij mee, met het plan om haar te trouwen.

43. Ariadne

Theseus, opgehouden door een storm op het eiland Dia, voelde het echter als een schande wanneer hij Ariadne naar Athene bracht, en liet haar slapend achter op het eiland Dia. Dionysus, die verliefd op haar werd, nam haar vandaar mee als zijn vrouw. Echter, toen Theseus vertrok, vergat hij de zwarte zeilen te wisselen, en zo oordeelde zijn vader Aegeus dat hij door de Minotaurus was verslagen. Hij wierp zich in de zee, die sindsdien naar hem de Egeische Zee wordt genoemd. Maar Theseus trouwde met Phaedra, Ariadne’s zuster.

44. Cocalus

Minos, doordat hij veel tegenslag had ondervonden vanwege de handelingen van Daedalus, volgde hem naar Sicilie, en vroeg koning Cocalus hem te overhandigen. Toen Cocalus dit hem had beloofd, en Daedalus dit hoorde, zocht deze hulp bij de dochters van de koning, en zij doodden Minos.

45. Philomela

Toen Tereus, zoon van Ares, een Thracier, met Procne was getrouwd, de dochter van Pandion, ging hij naar zijn schoonvader Pandion in Athene om hem de hand van zijn andere dochter vragen, voorwendend dat zij was gestorven. Pandion verleende hem die gunst, en zond Philomela met mannen om haar te bewaken. Maar Tereus wierp de bewakers in zee, vond Philomela op een berg, en overweldigde haar. Nadat hij was teruggekeerd in Thracie, gaf hij Philomela aan koning Lynceus, wiens vrouw Lathusa, omdat ze een vriendin van Procne was, de slavin onmiddellijk naar haar toe zond. Toen Procne haar zuster herkende en de goddeloze daad van Tereus vernam, maakten de twee een plan om dit de koning betaald te zetten. Intussen had Tereus door een orakel vernomen dat zijn zoon Itys zou sterven door een familiehand. Toen hij dit hoorde, denkend dat zijn broer Dryas de dood van zijn zoon beraamde, doodde hij de onschuldige man. Procne, echter, doodde Itys haar zoon bij Tereus, en diende hem op aan zijn vaders tafel, en vluchtte met haar zuster. Toen Tereus, wetend van de misdaad, hen achtervolgde op hun vlucht, werd Procne door het medelijden van de goden veranderd in een zwaluw, en Philomela in een nachtegaal. Ze zeggen, ook, dat Tereus in een havik veranderd werd.

46. Erechtheus

Erechtheus, zoon van Pandion, had vier dochters die elkaar beloofden dat wanneer één van hen de dood zou ontmoeten, de anderen zelfmoord zouden plegen. Eumolpus, zoon van Poseidon, viel Athene aan omdat hij van mening was dat dit land aan zijn vader toebehoorde. Toen hij en zijn leger verslagen waren en hij werd gedood door de Atheners, Eiste Poseidon dat Erechtheus’ dochters aan hem geofferd zouden worden zodat Erechtheus zich niet zou verheugen over zijn zoons dood. Toen zo Chthonia, zijn dochter, geofferd was, pleegden de anderen in overeenstemming met hun eed zelfmoord. Erechtheus werd op Poseidon’s verzoek zelf door een bliksem van Zeus gedood.

47. Hippolytus

Phaedra, dochter van Minos en de vrouw van Theseus, was verliefd op haar stiefzoon Hippolytus. Toen hij niet inging op haar verlangens, stuurde ze een brief naar haar echtgenoot waarin ze schreef dat zij was aangevallen door Hippolytus, en hing zichzelf op. Theseus, toen hij dit hoorde, gebood zijn zoon de stad te verlaten en bad tot zijn vader Poseidon om de dood van zijn zoon. Toen Hippolytus zijn span paarden bestuurde, verscheen er plotseling een stier uit zee. De paarden, doodsbang door hun geloei, sleepten Hippolytus over de grond, zijn lijf aan stukken scheurend, en veroorzaakten zo zijn dood.

48. Koningen van Athene

Cecrops, zoon van Gaea; Cephalus, zoon van Deion; Erichthonius, zoon van Hephaistos; Pandion, zoon van Erichthonius; Erechtheus, zoon van Pandion, Aegeus, zoon van Pandion; Theseus, zoon van Aegeus; Demophon, zoon van Theseus.

49. Asclepius

Van Asclepius, zoon van Apollo, wordt gezegd dat hij Hippolytus of Glaucus, zoon van Minos, uit de dood heeft opgewekt, en Zeus hem hiervoor met een bliksem sloeg. Apollo, niet in staat om Zeus te verwonden, doodde diegenen die de bliksems gemaakt hadden, oftewel, de Cyclopen. Vanwege deze daad werd Apollo in dienstbaarheid gegeven aan Admetus, koning in Thessalie.

50. Admetus

Toen grote aantallen vrijers naar de hand dongen van Alcestis, de dochter van Pelias, en Pelias velen van hen weigerde, schreef hij een wedstrijd voor hen uit, en beloofde dat hij haar zou schenken aan diegene die wilde beesten voor een rijtuig wist te spannen. (hij kon wie hij maar wilde wegsturen). En zo smeekte Admetus Apollo om hem te helpen. Apollo, vanwege het feit dat hij vriendelijk was behandeld toen hij in dienstbaarheid aan hem was gegeven, voorzag hem van een wild everzwijn en een leeuw die samen waren ingespannen, en daarmee nam hij Alcestis mee als vrouw.

51. Alcestis

Vele vrijers wilden trouwen met Alcestis, dochter van Pelias en Anaxibia, Bias’ dochter; maar Pelias, hun aanzoeken ontwijkend, wees hen af, en schreef een wedstrijd uit waarbij hij beloofde dat hij haar zou schenken aan diegene die wilde dieren voor een rijtuig konden spannen en haar zo wegvoeren. Admetus vroeg Apollo hem te helpen, en Apollo, omdat hij hem vriendelijk had behandeld tijdens zijn slaventijd bij hem gaf hem een wild everzwijn en een leeuw die samen waren ingespannen, waarmee hij Alcestis wegvoerde. Ook verkreeg hij de toezegging, van Apollo, dat iemand anders vrijwillig in zijn plaats mocht sterven. Daar noch zijn vader noch zijn moeder voor hem wilden sterven, bood zijn vrouw Alcestis zich vrijwillig aan, en stierf voor hem een plaatsvervangende dood. Later haalde Heracles haar terug uit de dood.

52. Aegina

Toen Zeus wilde samenliggen met Aegina, de dochter van Asopus, vreesde hij Hera, en nam het meisje mee naar het eiland Delos, en maakte haar zwanger. Aeacus was hun zoon. Toen Hera hier achter kwam, zond ze een slang in het water die het vergiftigde, en als er iemand van dronk, betaalde hij zijn schuld aan de natuur. Sindsdien kon Aeacus, al zijn bondgenoten verloren, zichzelf niet beschermen vanwege het gebrek aan mensen, en terwijl hij naar een paar mieren staarde, smeekt hij Zeus om hem mannen te geven om zijn land te verdedigen. Toen veranderde Zeus de mieren in mannen, die Myrmidonen genoemd werden, omdat in het Grieks mieren ‘myrmekes’ genoemd worden. Het eiland, echter, kreeg de naam van Aegina.

53. Asteria

Hoewel Zeus verliefd was op Asteria, dochter van de Titaan, minachtte zij hem. Daarom werd ze veranderd in het vogeltje ortux, dat wij een kwartel noemen, en hij smeet haar in zee. Uit haar kwam een eiland omhoog, dat Ortygia genoemd werd. Dit dreef. Later werd Leto daar in opdracht van Zeus naar toe gedragen door de wind Boreas, op het moment dat Python haar achterna zat, en daar, zich vastklampend aan een olijfboom, baarde ze Apollo en Artemis. Dit eiland werd later Delos genoemd.

54. Thetis

Een voorspelling over Thetis, de Nereide, was dat haar zoon groter zou zijn dan zijn vader. Daar niemand behalve Prometheus dit wist, en Zeus met haar wilde vrijen, beloofde Prometheus aan Zeus dat hij hem tijdig zou waarschuwen als hij hem van zijn ketenen zou verlossen. Toen die belofte werd gegeven adviseerde hij Zeus om niet het bed met Thetis te delen, daar er dan een machtige zoon geboren zou worden die Zeus van zijn koninkrijk zou beroven, zoals hijzelf had gedaan met Cronus. En dus werd Thetis ten huwelijk gegeven aan Peleus, zoon van Aeacus, en Heracles werd op pad gestuurd om de adelaar te doden die aan de lever van Prometheus vrat. Toen die dood was, werd Prometheus na dertigduizend jaar bevrijd van de berg Kaukasus.

55. Tityus

Omdat Leto met Zeus had samengelegen, gaf Hera opdracht aan Tityus, een schepsel van immense afmetingen, om haar geweld aan te doen. Toen hij dit probeerde werd hij gedood door de bliksems van Zeus. Er wordt verteld dat hij uitgestrekt ligt over duizenden kilometers in het land van de doden, en er een slang naast hem ligt om van zijn lever te eten, die weer aangroeit met elke maan.

56. Busiris

In Egypte in het land van Busiris, zoon van Poseidon, toen daar hongersnood heerste, en het in Egypte negen jaar niet had geregend, vroeg de koning om voorspellingen vanuit Griekenland. Phrasius, de zoon van zijn broer Pygmalion, verkondigde dat de regen zou komen als er een vreemdeling werd geofferd, en bewees zijn woorden toe hij zelf werd geofferd.

57. Stheneboea

Toen Bellerophon als een vluchteling naar het hof van koning Proetus was gekomen, werd Stheneboea, de vrouw van de koning, verliefd op hem. Op zijn weigering om met haar samen te liggen, vertelde ze haar echtgenoot dat zij door hem was aangerand. Maar Proetus, toen hij dit hoorde, schreef een brief, en stuurde die naar Iobates, Stheneboea’s vader. Nadat hij de brief gelezen had, was Iobates terughoudend om de held te doden, en stuurde hem naar de Chimaera, een drievormig schepsel dat vuur ademde. Voor was ze een leeuw, achter een slang en in het midden een geit. Hij doodde haar, rijdend op Pegasus, er wordt verteld dat hij is gevallen in de Aleische vlakte waarbij hij zijn heup ontwricht heeft. Maar de koning, zijn moed prijzend, gaf hem zijn andere dochter als vrouw, en Stheneboea, toen ze dit hoorde, pleegde zelfmoord.

58. Smyrna

Smyrna, de dochter van Cinyras, koning van de Assyriers, en Cenchreis Haar moeder Cenchreis pochte trots dat haar dochter Aphrodite overtrof in schoonheid. Aphrodite, om de moeder te straffen, zond verboden liefde naar Smyrna waardoor ze verliefd werd op haar eigen vader. De min voorkwam dat ze zichzelf ophing, en zonder dat haar vader het wist, hielp ze haar om met hem samen te liggen. Ze werd zwanger, en geprikkeld door schaamte, om haar schuld niet te onthullen, verborg ze zichzelf in de bossen. Aphrodite kreeg medelijden met haar, en veranderde haar in een soort boom waar mirre uit vloeit; Adonis, uit die boom geboren, onderging ter wille van zijn moeder de straf van Aphrodite.

59. Phyllis

Demophon, Theseus’ zoon, kwam, zo wordt verteld, naar de gastvrije Phyllis in Thracie, die verliefd op hem werd. Toen hij naar zijn land wilde terugkeren, beloofde hij haar om terug te komen. Hij kwam niet op de afgesproken dag; er wordt verteld dat zij die dag negen keer naar de kust liep, en naar haar verhaal wordt de plek in het Grieks ‘Ennea Hodoi’ genoemd. Phyllis stierf echter van verlangen. Haar ouders maakten voor haar een graf, en bomen schoten daar op die in een bepaald seizoen rouwen om haar dood, de blaadjes verdorren en worden weggeblazen. Naar haar naam worden bladeren in het Grieks Phylla genoemd.

60. Sisyphus en Salmoneus

Sisyphus en Salmoneus, zoons van Aeolus, haatten elkaar. Sisyphus vroeg Apollo hoe hij zijn vijand kon doden, zijn broer bedoelend, als antwoord werd gegeven dat als hij kinderen verwekte bij Tyro, dochter van zijn broer Salmoneus, zij hem zouden wreken. Toen Sisyphus het advies opvolgde, twee zoons werden geboren, maar hun moeder doodde hen toen zij van de voorspelling hoorde. Maar toen Sisyphus er achter kwam…… Vanwege zijn goddeloosheid moet hij, zo wordt verteld, in het land van de doden een steen omhoog rollen, die tegen een berg omhoog duwen, maar wanneer hij die naar het hoogste punt heeft geduwd, rolt deze opnieuw naar beneden achter hem.

Fabel 61 t/m 80

61. Salmoneus

Omdat Salmoneus, zoon van Aeolus, broer van Sisyphus, reed met een vierspan waarbij hij brandende toortsen gebruikte om de bevolking angst aan te jagen, en zo de donder en bliksem van Zeus imiteerde, werd hij neergeslagen door de bliksem van Zeus.

62. Ixion

Ixion, zoon van Leonteus, probeerde Hera te omarmen. Hera, op aanwijzingen van Zeus, werd door een wolk vervangen, waarvan Ixion dacht dat het Hera was. Hieruit werden de Centauren geboren. Maar Hermes, op bevel van Zeus, bond Ixion in het land van de doden op een rad, waarvan wordt gezegd dat het daar nog steeds draait.

63. Danae

Danae was de dochter van Acrisius en Aganippe. Een orakel over haar voorspelde dat het kind dat ze zou baren Acrisius zal doden, en Acrisius, dit vrezend, sloot haar op in een met steen ommuurde gevangenis. Maar Zeus, veranderd in een gouden regen, sliep met Danae, en uit deze omhelzing werd Perseus geboren. Vanwege haar zonde sloot Acrisius Perseus en Danae op in een kist en smeet die in zee. Door Zeus wil dreef die naar het eiland Seriphos, en toen de visser Dictys die vond en openbrak, ontdekte hij de moeder en het kind. Hij nam ze mee naar koning Polydectes, die met Danae trouwde en Perseus grootbracht in de tempel van Athena. Toen Acrisius ontdekte dat zij aan het hof van Polydectes verbleven, ging hij naar hen toe, maar bij zijn aankomst deed Polydectes een goed woordje voor hen, en Perseus zwoer een eed voor zijn grootvader dat hij hem nooit zou doden. Toen Acrisius daar werd opgehouden door een storm, stierf Polydectes, en tijdens de lijkspelen blies de wind de discus van Perseus’ hand tegen Acrisius’ hoofd die hem doodde. Aldus werd door de goden volbracht wat hij niet uit vrije wil wilde doen. Toen Polydectes was begraven, zette Perseus koers naar Argos en nam het koninkrijk van zijn grootvader over.

64. Andromeda

Cassiopea beweerde dat de schoonheid haar dochter Andromeda die van de Nereiden overtrof. Vanwege dit, eiste Poseidon dat Andromeda, Cepheus’ dochter, geofferd werd aan een zeemonster. Toen ze werd geofferd, kwam Perseus, op Hermes’ gevleugelde sandalen vliegend, daar langs en bevrijde haar van het gevaar. Toen hij met haar wilde trouwen, beraamde Cepheus, haar vader, samen met Agenor, haar verloofde, een plan om hem te vermoorden. Perseus, ontdekte het plan, liet hem het hoofd van de Gorgo zien, en allen werden van een menselijke gedaante veranderd in steen. Samen met Andromeda ging Perseus terug naar zijn land. Toen Polydectes zag hoe moedig Perseus was, vreesde hij hem en probeerde hem met bedrog te doden, maar toen Perseus dit bedrog ontdekte toonde hij hem het hoofd van de Gorgo, en hij werd van zijn mensengedaante veranderd in steen.

65. Alcyone

Toen Ceyx, zoon van Eosphorus en Philonis, was omgekomen bij een schipbreuk, wierp zijn vrouw Alcyone, dochter van Aeolus en Aegiale, vanwege haar liefde voor hem, zichzelf in zee. Door het medelijden van de goden werden beiden veranderd in vogels die halcyons (ijsvogels) worden genoemd. Deze vogels hebben hun nesten, eieren en jongen in de winter gedurende zeven dagen op zee. Op deze dagen is de zee kalm, en zeelui noemen deze periode de ‘halcyon dagen’.

66. Laius

Het orakel van Apollo waarschuwde Laius, zoon van Labdacus, dat hij moest uitkijken voor de dood door de handen van zijn zoon, en dus toen zijn vrouw Iocasta een zoon baarde, gaf hij opdracht om hem te vondeling te leggen. Periboea, vrouw van koning Polybus, vond het kind terwijl ze aan de kust kledingstukken aan het wassen was, en redde hem. Met Polybus’ goedkeuring, omdat ze kinderloos waren, brachten ze hem groot als hun eigen zoon, en omdat hij doorboorde voeten had noemden ze hem Oedipus.

67. Oedipus

Nadat Oedipus, zoon van Laius en Iocasta, volwassen was geworden, was hij moediger dan de rest, en vanwege afgunst hoonden zijn kameraden hem dat hij geen zoon van Polybus was, omdat Polybus zo zachtaardig was, en hij zo zelfverzekerd. Oedipus voelde dat de schimpscheuten waar waren. Hij ging onderweg naar Delphi om de waarheid over zijn ouders te ontdekken. Intussen hadden orakels aan Laius geopenbaard dat zijn dood door de handen van zijn zoon dichtbij was. Toen hij naar Delphi ging, ontmoette Oedipus hem, en toen bedienden hem toeriepen om plaats te maken voor de koning, weigerde hij. De koning drong aan met zijn paarden, en een wiel schampte Oedipus’ voet. Woedend trok hij zijn vader uit het rijtuig, niet wetend wie hij was, en doodde hem. Na Laius’ dood, regeerde Creon, zoon van Menoeceus; Intussen was de Sphinx, nakomeling van Typhon, naar Boeotie gestuurd, en hield huis op de velden van de Thebanen. Ze stelde een wedstrijd voor aan Creon, als iemand het raadsel oploste dat ze opgaf, zou zij vertrekken, maar ze zou iedereen vernietigen die faalde, en onder geen enkele andere voorwaarde wilde ze het land verlaten. Toen de koning dit hoorde, maakte hij een afkondiging door heel Griekenland bekend. Hij beloofde dat hij het koninkrijk en zijn zuster Iocasta ten huwelijk zou geven aan diegene die het raadsel van de Sphinx zou oplossen. Velen kwamen uit hebzucht naar het koninkrijk, en werden door de Sphinx verslonden, maar Oedipus, zoon van Laius, kwam en loste het raadsel op. De Sphinx sprong haar dood tegemoet. Oedipus ontving zijn vaders koninkrijk, en zijn moeder Iocasta als vrouw, onwetend, en verwekte bij haar Eteocles, Polynices, Antigone en Ismene. Ondertussen werden de gewassen onvruchtbaar en armoede viel over Thebe door de misdaden van Oedipus, en Tiresias, gevraagd waarom Thebe zo werd lastiggevallen, antwoordde dat wanneer iemand met drakenbloed overleefde en stierf voor zijn land, hij Thebe van de plaag zou verlossen. Toen wierp Menoeceus, vader van Iocasta, zichzelf van de muren.Terwijl deze dingen gebeurden in Thebe, stierf Polybus in Corinthe, dit nieuws kwam bij Oedipus hard aan, denkend dat zijn vader was gestorven. Maar Periboea openbaarde zijn adoptie, en ook Menoetes, de oude man die hem te vondeling had gelegd, herkende hem als de zoon van Lais aan de littekens op zijn voeten en enkels. Toen Oedipus dit hoorde realiseerde hij zich dat hij een afschuwelijke misdaad had begaan, hij trok de spelden van zijn moeders kleding en maakte zichzelf blind, gaf het koninkrijk aan zijn zoons die om het jaar moesten regeren, en vluchtte weg van Thebe, terwijl zijn dochter Antigone hem begeleidde.

68. Polynices

Polynices, zoon van Oedipus, eiste toen het jaar om was, nakoming van de afspraak door zijn broer Eteocles. Hij weigerde om die na te komen, en dus viel Polynices, met de hulp van koning Adrastus en zeven leiders, Thebe aan. Daar werd Capaneus, die verkondigde dat hij Thebe tegen de wil van Zeus zou innemen, door een bliksem gedood terwijl hij de muur beklom. Amphiaraus werd verzwolgen door de aarde; Eteocles en Polynices, met elkaar strijdend, doodden elkaar. Toen in Thebe zoenoffers voor hen werden gebracht, hoewel de wind sterk was, verdween de wind nooit in één richting, maar soms die de ene kant op gedragen, en soms de andere kant. Toen de anderen Thebe aanvielen, en de Thebanen wanhopig werden vanwege hun koninklijke familie, voorspelde Tiresias, zoon van Everes, een profeet, dat als iemand die van de draak afstamden zich opofferde, de stad bevrijd zou worden van deze ramp. Menoeceus, beseffend dat van de inwoners alleen hij veiligheid kon brengen, wierp zich van de muur; de Thebanen behaalden de overwinning.

Een andere versie A

Polynices, zoon van Oedipus, vroeg, aan het einde van het eerste jaar, om het koninkrijk aan zijn broer Eteocles met de hulp van Adrastus, zoon van Talaus. Met zeven aanvoerders vielen zij Thebe aan. Daar ontsnapte, dankzij zijn paard, Adrastus. Capaneus, die zei dat hij Thebe tegen Zeus’ wil zou innemen, werd door een bliksem van Zeus gedood terwijl hij de muur beklom, en Amphiaraus werd door de aarde verzwolgen in zijn vierspan. Eteocles en Polynices streden tegen elkaar, en doodden elkaar. Toen tijdens de gemeenschappelijke begrafenis in Thebe offers voor hen werden gebracht verspreidde de rook zich omdat zij elkaar hadden gedood. De anderen kwamen om.

Een andere versie B

Polynices, zoon van Oedipus, eiste toen het jaar om was, nakoming van de afspraak door zijn broer Eteocles. Deze weigerde om die na te komen; Polynices kwam om Thebe aan te vallen. Daar werd Capaneus, die verkondigde dat hij Thebe tegen de wil van Zeus zou innemen, door een bliksem gedood terwijl hij de muur beklom. Amphiaraus werd verzwolgen door de aarde. Eteocles en Polynices, streden samen en doodden elkaar. Toen in Thebe zoenoffers voor hen werden gebracht, hoewel de wind sterk was, verdween de wind nooit in één richting, maar verschillend in twee richtingen. De anderen vielen Thebe aan, en de Thebanen ……..

69. Adrastus

Apollo voorspelde aan Adrastus, zoon van Talaus en Eurynome, waarin aangegeven werd dat hij zijn dochters aan een everzwijn en een leeuw zou uithuwelijken. Op dat tijdstip kwam Polynices, zoon van Oedipus, verdreven door zijn broer Eteocles, naar Adrastus, en Tydeus, zoon van Oeneus en de slavin Periboea, verdreven door zijn vader omdat hij zijn broer Melanippus had gedood tijdens de jacht, ongeveer tegelijkertijd aan. Toen de bedienden aan Adrastus vertelden dat twee jongelingen in ongewone kledij waren aangekomen – een droeg een zwijnenhuid, en de ander een leeuwenhuid, gaf Adrastus opdracht, met in gedachten het hem gegeven orakel, dat ze voor hem moesten worden gebracht, en informeerde waarom zij aldus gekleed naar zijn koninkrijk waren gekomen. Polynices zei dat hij van Thebe kwam, en hij de tekens van zijn ras droeg; Tydeus sprak ook, zeggend dat hij de zoon van Oeneus was en een afstammeling was uit Calydon, en dus een zwijnenhuid droeg ter herinnering aan de jacht op het Calydonische everzwijn. Toen gaf de koning, met in gedachten het antwoord van het orakel, Argia, de oudste dochter aan Polynices, waaruit Thersander werd geboren; Deipyle, de jongere, gaf hij aan Tydeus, en zij werd moeder van Diomedes die in Troje vocht. Maar Polynices smeekte om een leger bij Adrastus om het koninkrijk van zijn vader op zijn broer te veroveren. Adrastus gaf niet alleen een leger maar ging met hem mee samen met zes andere aanvoerders, daar Thebe was omsloten door zeven poorten. Want Amphion, die Thebe met een muur omringd had maakte daarin zeven poorten die hij vernoemd naar zijn zeven dochters. Dit waren Thera, Cleodoxe, Astynome, Astycratia, Chias, Ogygia en Chloris.

70. Zeven koningen tegen Thebe

Adrastus, zoon van Talaus bij Eurynome, dochter van Iphitus, een Argiver. Polynices, zoon van Oedipus bij Iocasta, dochter van Menoeceus, een Thebaan. Tydeus, zoon van Oeneus bij de slavin Periboea, een Calydonier. Amphiaraus, zoon van Oicles, of, zoals andere schrijvers zeggen, zoon van Apollo bij Hypermnestra, dochter van Thestius, uit Pylos. Capaneus, zoon van Hipponous bij Astynome, dochter van Talaus, zuster van Adrastus, een Argiver. Hippomedon, zoon van Mnesimachus bij Metidice, dochter van Talaus, zuster van Adrastus, een Argiver. Parthenopaeus, zoon van Meleager bij Atalanta, dochter van Iasus, van de berg Parthenius, een Arcadier. Al deze leiders stierven bij Thebe uitgezonderd Adrastus, zoon van Talaus. Hij werd dankzij zijn paarden gered. Later zond hij de zonen met een leger om Thebe aan te vallen die wraak namen voor de beledigingen aan hun vaders, omdat zij niet begraven werden op bevel van Creon, Iocasta’s broer, die de regering van Thebe overgenomen had.

Een andere versie A

Adrastus, zoon van Talaus, Capaneus, zoon van Hipponous, Amphiareus, zoon van Oicles, Polynices, zoon van Oedipus, Tydeus, zoon van Oeneus, Parthenopeus, zoon van Atalanta….

Een andere versie B

Adrastus, zoon van Talaus, had Deipyle en Argia als dochters. Een orakel door Apollo voorspelde hem dat hij zijn twee dochters ten huwelijk zou geven aan een everzwijn en een leeuw. Tydeus, zoon van Oeneus, verstoten door zijn vader omdat hij zijn broer Melanippus tijdens de jacht had gedood, kwam naar Adrastus gekleed in de huid van een everzwijn. Op hetzelfde ogenblik kwam Polynices, zoon van Oedipus, door zijn broer uit zijn koninkrijk verdreven, terwijl hij een leeuwenhuid droeg. Toen Adrastus hen zag, met in gedachten het orakel, gaf hij Argia aan Polynices, en Deipyle aan Tydeus ten huwelijk.

71. Zeven Epigonen, ofwel, zoons

Aegialeus, zoon van Adrastus, bij Demonassa, een Argiver; hij alleen van de zeven die vertrokken kwam om het leven; omdat alleen zijn vader van de eerste zeven overleefde, hij gaf zijn leven in plaats van zijn vader; de andere zes keerden terug naar huis. Thersander, zoon van Polynices bij Argia, dochter van Adrastus, een Argiver. Polydorus, zoon van Hippomedon bij Evanippe, dochter van Elatus, een Argiver. Alcmaeon zoon van Amphiareus bij Eriphyle, dochter van Talaus, een Argiver. Tlesimenes, zoon van Parthenopaeus bij de nimf Clymene, een Mysier.

Een andere versie

Aegialeus, zoon van Adrastus; Polydorus, zoon van Hippomedon; Sthenelus, zoon van Capaneus; Alcmaeon, zoon van Amphiaraus; Thersander, zoon van Polynices; Biantes, zoon van Parthenopaeus; Diomedes, zoon van Tydeus.

72. Antigone

Creon, zoon van Menoeceus, gaf bevel dat niemand Polynices mocht begraven of een van de anderen die met hem meegekomen waren, omdat zij kwamen om hun geboortestad aan te vallen. Antigone, Polynices’ zuster, en Argia, zijn vrouw, namen ’s nachts heimelijk zijn lichaam weg en legden het op dezelfde brandstapel neer als waarop het lichaam van Eteocles was gelegd. Toen zij door de wachters werden gegrepen, ontsnapte Argia, maar Antigone werd voor de koning geleid. Hij gaf haar aan zijn zoon Haemon, aan wie ze was uitgehuwelijkt om ter dood te worden gebracht. Uit liefde gaf hij geen gehoor aan het bevel van zijn vader, vertrouwde Antigone aan herders toe, en vertelde dat hij haar had gedood. Toen ze een zoon baarde, en die tot volwassenheid opgroeide, ging die naar de spelen van Thebe; Creon herkende hem aan het merkteken dat alle nakomelingen van de draak op hun lichaam dragen. Toen Heracles om vergiffenis voor Haemon smeekte, had zijn verzoek geen effect. Haemon pleegde samen met zijn vrouw Antigone zelfmoord. Maar Creon gaf zijn eigen dochter Megara ten huwelijk aan Heracles. Hun zoons waren Therimachus en Ophites.

73. Amphiaraus, Eriphyle en Alcmaeon

Amphiaraus, zoon van Oicles en Hypermnestra, dochter van Thestius, was een voorspeller die wist dat wanneer hij naar Thebe ging om dat aan te vallen hij niet terug zou keren. En dus verstopte hij zich, met medeweten van zijn vrouw Eriphyle, dochter van Talaus. Toen Adrastus hem echter zocht, maakte hij een halsketting van goud en edelstenen en gaf dit als geschenk aan zijn zuster Eriphyle, die haar echtgenoot verraadde in haar begeerte naar het geschenk. Amphiaraus gaf zijn zoon Alcmaeon opdracht om zijn moeder na zijn dood te straffen. Nadat Amphiaraus in Thebe door de aarde verzwolgen was doodde Alcmaeon, zijn vaders opdracht herinnerend, zijn moeder. Later straften de Erinyen hem.

74. Hypsipyle

Tijdens hun reis naar Thebe om de stad aan te vallen kwamen de zeven aanvoerders bij Nemea, waar Hypsipyle, dochter van Thoas, als een slavin, de jongen Archemorus of Opheltes, zoon van koning Lycurgus, droeg. Hij was door een orakel gewaarschuwd het kind niet op de grond te zetten totdat hij kon lopen. Toen de zeven leiders op weg naar Thebe bij Hypsipyle kwamen en naar water zochten, en haar vroegen de weg te wijzen, vond zij, bang om het kind op de grond te zetten, wat dikke peterselie vlakbij de bron, en zette daar het kind op. Maar terwijl zij hen water gaf, verslond een draak, die de bron bewaakte, het kind. Adrastus en de anderen doodden de draak, en deden een goed woordje voor Hypsipyle bij Lycus, en stichtten lijkspelen ter ere van de jongen. Deze vonden elke vijf jaar plaats, en de winnaars ontvingen een krans van peterselie.

75. Tiresias

Op de berg Cyllene zou Tiresias, zoon van Everes, een herder, met zijn staf twee slangen hebben geslagen, of vertrapt, die aan het paren waren. Hierom werd hij veranderd in een vrouw. Later, op advies van een orakel, vertrapte hij de slangen opnieuw op dezelfde plek, en keerde terug naar zijn oude sekse. Op hetzelfde ogenblik was er een grappig verschil van mening tussen Zeus en Hera of de man of de vrouw meer plezier aan seks beleefde. Zij stelden Tiresias als rechter aan, omdat hij zowel man als vrouw was geweest. Toen hij in het voordeel van Zeus besliste, sloeg Hera hem woedend met de rug van haar hand blind, maar Zeus schonk hem hiervoor zeven maal een gewone levensduur, en maakte hem een ziener die wijzer was dan andere stervelingen.

76. Koningen van de Thebanen

Cadmus, zoon van Agenor; Polydorus, zoon van Cadmus; Pentheus, zoon van Echion; Labdacus, zoon van Polydorus; Lycus, zoon van Poseidon; Amphion, zoon van Zeus; en Zethus, zoon van Zeus; Laius, zoon van Labdacus; Oedipus, zoon van Laius; Polynices en Eteocles, zoons van Oedipus; Creon, zoon van Menoeceus.

77. Leda

Zeus, veranderde in een zwaan, had bij de rivier Eurotas gemeenschap met Leda, en uit die omhelzing baarde ze Polydeuces en Helena; aan Tyndareus baarde ze Castor en Clytaemnestra.

78. Tyndareus

Tyndareus, zoon van Oebalus, werd bij Leda, dochter van Thestius, vader van Clytaemnestra en Helena; hij gaf Clytaemnestra ten huwelijk aan Agamemnon, zoon van Atreus. Vanwege haar uitzonderlijke schoonheid kwamen er vele vrijers uit vele landen om met Helena te trouwen. Tyndareus, omdat hij vreesde dat Agamemnon misschien van zijn dochter Clytaemnestra zou scheiden, en er hierdoor onenigheid zou kunnen ontstaan, bond zich op advies van Odysseus aan een eed, en liet het aan Helena over om de man te kiezen die ze maar wilde om mee te trouwen. Ze koos Menelaus, en Tyndareus gaar haar aan hem als vrouw en liet hem bij zijn dood ook zijn koninkrijk na.

79. Helena

Theseus, zoon van Aegeus en Aethra, dochter van Pittheus, samen met Pirithous, zoon van Ixion, ontvoerden de jonge Helena, dochter van Tyndareus en Leda, van het altaar van Artemis terwijl ze aan het offeren was, en namen haar mee naar Athene, naar een buurt in de Attische regio. Toen Zeus zag hoe zij zich met grote durf blootstelden aan gevaar, gaf hij hen in een droom opdracht om samen naar Hades te gaan en hem voor Pirithous om de hand van Persephone te vragen. Toen zij via het schiereiland Taenarum afgedaald waren naar het land van de doden, en Hades verteld hadden waarom ze gekomen waren, werden zij gedurende lange tijd vastgebonden en gemarteld door de Erinyen. Toen Heracles langskwam om de driekoppige hond naar boven te brengen, smeekten zij om zijn hulp. Hij verkreeg de gunst van Hades, en bracht hen ongedeerd naar buiten. Castor en Polydeuces, Helena’s broers, vochten voor haar, en namen Aethra, Theseus’ moeder, en Phisadie, Pirithous’ zuster, gevangen en gaven die als slaven aan hun zuster.

80. Castor

Aan Idas en Lynceus, zoons van Aphareus uit Messene, waren Phoebe en Hilaira als bruid beloofd, dochters van Leucippus. Aangezien zij de mooiste maagden waren – Phoebe als priesteres van Athena, en Hilaira van Artemis – ontvoerden de hevig verliefde Castor en Polydeuces hen. Maar zij, sinds hun verloofdes waren verdwenen, namen de wapens op en gingen naar hen op zoek. Castor doodde Lynceus in de strijd; Idas vergat, door zijn broers dood, zowel de strijd als zijn bruid, en begon zijn broer te begraven. Toen hij diens lichaam in een grafmonument plaatste, kwam Castor tussenbeide, en probeerde de oprichting van het monument te voorkomen, omdat hij als een vrouw had gestreden toen hij hem overwon. Woedend doorboorde Idas het dijbeen van Castor met het zwaard dat hij droeg. Anderen zeggen dat hij het monument dat hij aan het bouwen was op Castor duwde en hem zo doodde. Toen dit verteld werd tegen Polydeuces, rende hij naar Idas en overwon hem in een enkel gevecht, hij vond het lichaam van zijn broer, en begroef hem. Hijzelf ontving van Zeus een ster, en een die niet aan zijn broer was gegeven, omdat Zeus zei dat Castor en Clytaemnestra van het zaad van Tyndareus waren, terwijl hij en Helena kinderen van Zeus waren, Polydeuces smeekte dat hem werd toegestaan om de eer met zijn broer te delen. Dit werd hem gegund. (Hier vanaf stamt de uitdrukking ‘verlost door een plaatsvervangende dood’; en zelfs de Romeinen houden deze praktijk in ere. Wanneer zij twee ruiters zonder zadel er opuit sturen, heeft een man twee paarden, en een pet op zijn hoofd, en springt van het ene paard op het andere, net zoals Polydeuces wisselt met zijn broer.)

Fabel 81 t/m 100

81. Vrijers van Helena

Antilochus, Ascalaphus, Ajax, zoon van Oileus, Amphimachus, Ancaeus, Blanirus, Agapenor, Ajax, zoon van Telamon, Clytius de Cyaneaan, Menelaus, Patroclus, Diomedes, Peneleus, Phemius, Nireus, Polypoetes, Elephenor, Eumelus, Sthenelus, Tlepolemus, Protesilaus, Podalirius, Eurypylus, Idomeneus, Leonteus, Thalpius, Polyxenus, Prothous, Menestheus, Machaon, Thoas, Odysseus, Phidippus, Meriones, Meges, Philoctetes. Andere schrijvers noemen andere namen.

82. Tantalus

Tantalus, zoon van Zeus en Pluto, kreeg Pelops bij Dione. Zeus was gewend om zijn plannen toe te vertrouwen aan Tantalus en hem toe te staan deel te nemen aan de banketten van de goden, maar Tantalus vertelde zijn plannen door aan de mensen. Daarom, moest hij tot zijn middel in het water staan in het land van de doden, daar altijd dorst te hebben, en wanneer hij van het water wil drinken, verdwijnt het. Ook wanneer hij appels, die boven zijn hoofd hangen, wil grijpen, zwaaien de takken door de wind buiten zijn bereik. Ook is hij bang voor een grote steen boven zijn hoofd die constant op hem dreigt te vallen.

83. Pelops

Toen Pelops, zoon van Tantalus en Dione, dochter van Atlas, was gedood en door Tantalus als maaltijd werd opgediend tijdens een feest van de goden, at Demeter zijn arm op, maar hij werd weer tot leven gebracht door de wil van de goden. Toen zijn lichaam weer in elkaar werd gezet, en de schouder ontbrak, maakte Demeter een nieuwe voor hem van ivoor.

84. Oenomaus

Oenomaus, zoon van Ares en Sterope, dochter van Atlas, had als vrouw Evarete, dochter van Acrisius. Bij haar werd hij vader van Hippodamia, een meisje van uitzonderlijke schoonheid, maar hij gaf haar aan niemand ten huwelijk omdat een orakel hem gewaarschuwd had voor de dood door de handen van zijn schoonzoon. En toen velen naar haar hand dongen, schreef hij een wedstrijd uit; en, omdat hij paarden had die sneller waren dan de wind, maakte bekend dat hij haar ten huwelijk zou schenken aan diegene die hem kon verslaan in een vierspanwedstrijd, maar dat de verliezer ter dood zou worden gebracht. Velen werden ter dood gebracht. Uiteindelijk kwam Pelops, zoon van Tantalus, maar toen hij de boven de deur bevestigde hoofden zag van diegenen die naar de hand van Hippodamia hadden gedongen, kreeg hij spijt dat hij gekomen was vanwege de angst voor de wreedheid van de koning. Dus won hij het vertrouwen van diens wagenmenner, Myrtilus, en beloofde hem de helft van het koninkrijk voor zijn hulp. Myrtilus gaf hem zijn woord, en toen hij de paarden inspande deed hij geen borgpen op de wielen. Toen de paarden tot volle snelheid waren opgejaagd trokken zij het verzwakte voertuig van Oenomaus aan stukken. Pelops, die als overwinnar thuis kwam met Hippodamia en Myrtilus, weigerde om zijn belofte aan Myrtilus te houden hoewel de affaire hem zou onteren en wierp hem in zee, die sindsdien Myrtoaanse Zee genoemd wordt. Hij nam Hippodamia mee naar zijn land dat de Peloponnesus wordt genoemd; daar werd hij bij Hippodamia vader van Hippalcimus, Atreus en Thyestes.

85. Chrysippus

Laius, zoon van Labdacus, ontvoerde Chrysippus, onwettige zoon van Pelops, tijdens de Nemeische Spelen vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid. Pelops voerde daarop oorlog en won hem terug. Door uitlokking van hun moeder Hippodamia, vermoordden Atreus en Thyestes hem. Toen Pelops Hippodamia de schuld gaf, pleegde zij zelfmoord.

86. Kinderen van Pelops

Omdat Thyestes, zoon van Pelops en Hippodamia, sliep met Aerope, Atreus’ vrouw, werd hij uit het koninkrijk verbannen van zijn broer Atreus. Maar hij stuurde Atreus’ zoon, Plisthenes, waarvan hij hield als zijn eigen zoon, naar Atreus om hem te doden. Atreus, denkend dat hij de zoon van zijn broer was, doodde onwetend zo zijn eigen zoon.

87. Aegisthus

Een orakel voorspelde Thyestes, zoon van Pelops en Hippodamia, dat het kind dat hij zou verwekken bij zijn dochter Pelopia de wreker van zijn broer zou zijn. Toen hij dit hoorde …. werd er een zoon geboren, Pelopia lag hem te vondeling, maar herders vonden hem en lieten hem bij een geit achter om te drinken. Hij werd Aegisthus genoemd omdat in het Grieks een geit ‘aega’ genoemd wordt.

88. Atreus

Atreus, zoon van Pelops en Hippodamia, verlangde hevig om wraak te nemen op zijn broer Thyestes vanwege zijn verwondingen, sloot vrede met hem, bracht hem terug naar zijn koninkrijk, en slachtte zijn minderjarige zoons, Tantalus en Plisthenes, diende hen tijdens een maaltijd op aan Thyestes. Terwijl hij zat te eten, beval Atreus om de handen en hoofden van de jongentjes binnen te brengen. Vanwege deze misdaad draaide zelfs Helios zijn wagen opzij. Thyestes vluchtte, toen hij zich de verschrikkelijke misdaad realiseerde, naar koning Thesprotus, waar het Meer van Avernus is, en daarvandaan kwam hij in Sicyon, waar Pelopia, Thyestes’ dochter, naar toe was gebracht. Hij kwam er bij toeval ’s nachts aan toen zij Athena een offer brachten, en, bang om de riten te ontheiligen, verborg hij zich in een bosje. Pelopia echter, die de dans leidde, gleed uit en besmeurde haar kleed met het bloed van de gedode dieren. Toen ze naar de rivier liep om het bloed weg te wassen, deed ze haar besmeurde tuniek uit. Thyestes, zijn hoofd bedekt, sprong uit het bosje; tijdens de verkrachting trok Pelopia het zwaard uit zijn schede, en verborg het onder de sokkel van Athena’s standbeeld toen ze terugliep naar de tempel. De volgende dag vroeg Thyestes aan de koning om hem terug te sturen naar zijn land, Lydie. In de tussentijd werd het gewas onvruchtbaar en leed men gebrek in Mycene door de misdaad van Atreus, Het orakel zei dat hij Thyestes terug moest brengen naar zijn koninkrijk. Toen hij bij koning Thesprotus kwam, in de veronderstelling dat Thyestes daar verbleef, zag hij Pelopia, en vroeg hij om de hand van Pelopia, denkend dat het de dochter van Thesprotus was. Thesprotus, ter voorkoming van verdenking, gaf haar aan hem, hoewel ze al zwanger was van Aegisthus door haar vader Thyestes. Toen ze bij Atreus kwam, beviel ze van Aegisthus, en lag hem te vondeling, maar herders gaven hem aan een geit die hem zoogde. Atreus gaf opdracht om hem te zoeken om hem op te voeden als zijn eigen zoon. In de tussentijd stuurde Atreus ook zijn zoons Agamemnon en Menelaus er op uit om Thyestes te zoeken, en zij gingen naar Delphi voor advies. Toevallig was Thyestes daar ook om het orakel te raadplegen hoe hij wraak kon nemen op zijn broer. Ze grepen hem, en hij werd naar Atreus gebracht die hem in de gevangenis wierp. Atreus ontbood Aegisthus, denkend dat hij zijn zoon was, en stuurde hem erop uit om Thyestes te doden. Toen Thyestes Aegisthus zag en het zwaard dat hij droeg, herkende hij het als het zwaard dat hij kwijt was geraakt tijdens de verkrachting, vroeg hij aan Aegisthus hoe die er aan gekomen was. Hij antwoordde dat zijn moeder Pelopia het aan hem gegeven had. Hij gaf haar bevel om te komen. Zij vertelde hem dat ze het van een onbekende persoon had gepakt toen zij ’s nachts werd verkracht, en uit die omhelzing Aegisthus had gebaard. Toen greep Pelopia het zwaard, alsof ze het wilde onderzoeken, en stak het in haar borst. Aegisthus, trok het bebloede zwaard uit de borst van zijn moeder, gaf het aan Atreus, die zich verheugde, denkend dat Thyestes dood was. Aegisthus doodde hem toen hij aan de kust offerde, en keerde samen met zijn vader Thyestes terug naar zijn vaders koninkrijk.

89. Laomedon

Er wordt verteld dat Poseidon en Apollo een muur om Troje hebben gebouwd. Koning Laomedon zwoer dat hij alles wat er dat jaar ook maar in zijn kudde geboren werd aan hen zou offeren. Deze gelofte brak hij door hebzucht, andere schrijvers zeggen dat hij te weinig beloofde. Vanwege dit feit stuurde Poseidon een zeemonster om Troje te teisteren, en om deze reden vroeg hij Apollo om advies. Vertoornd antwoordde Apollo dat wanneer er Trojaanse maagden vastgebonden werden geofferd aan het monster, er een einde zou komen aan de plaag. Toen er vele meisjes waren verslonden, en het lot Hesione aanwees, en zij aan de rotsen was vastgebonden, kwamen Heracles en Telamon daar aan, de Argonauten waren op weg naar Colchis, en doodden het monster. Zij brachten Hesione naar haar vader onder de voorwaarde dat wanneer zij terugkeerden zij haar met zich mee zouden nemen naar hun eigen land, evenals de paarden die over het water van groeiende korenaren liepen. Laomedon bleef opnieuw in gebreke, en weigerde om Hesione af te geven. Daarop verzamelde Heracles een vloot om Troje aan te vallen en doodde Laomedon, gaf het koninkrijk aan zijn jonge zoon Podarces, die later ‘apo tou priasthai’ werd genoemd, ‘van de verloste’, Priamus. Hij bevrijdde Hesione en gaf haar als vrouw aan Telamon. Hun kind was Teucer.

90. De 55 zoons en dochters van Priamus

Agathon, Antinous, Archemachus, Aretus, Ascanius, Astynomus, Axion, Biantes, Brissonius, Cassandra, Cebriones, Chirodamas, Chromius, Chrysolaus, Creusa, Deiopites, Deiphobus, Demnosia, Demosthea, Dius, Dolon, Doryclus, Dryops, Eresus, Ethionome, Evagoras, Evander, Gorgythion, Hector, Helenus, Henicea, Hero, Hippasus, Hipposidus, Hippothous, Hyperochus, Ilagus, Iliona, Laodice, Lysianassa, Lysides, Medusa, Mestor, Nereis, Palaemon, Paris (Alexander), Phegea, Philomela, Polites, Polydorus, Polymedon, Polymelus, Proneus, Protodamas, en Troilus.

91. Alexander Paris

Nadat Priamus, zoon van Laomedon, veel kinderen gekregen had bij Hecabe, dochter van Cisseus of Dymas, werd zijn vrouw, opnieuw zwanger, en zag zichzelf in een droom bevallen van een brandend stuk hout waaruit vele slangen voortkwamen. Toen deze droom aan alle zieners verteld werd, verzochten deze haar om ongeacht welke kind ze ook zou baren dit te doden om te voorkomen dat het wezen het hele land zou verwoesten. Nadat Hecabe Alexander had gebaard, werd hij afgevoerd om gedood te worden, maar de bedienden legden hem uit medelijden te vondeling. Herders vonden het kind, voedden het als hun eigen kind op, en noemden het Paris. Toen hij volwassen werd, had hij een favoriete stier. Door Priamus gezonden bedienden kwamen om een stier halen die als prijs gegeven zou worden tijdens de lijkspelen ter nagedachtenis van Alexander, en begonnen de stier van Paris weg te voeren. Hij volgde hen en vroeg waarom zij hem meenamen. Zij verklaarden dat zij hem als prijs meenamen naar Priamus als prijs voor de winnaar van de lijkspelen van Alexander. Hij, uit genegenheid voor de stier, ging mee en won elke wedstrijd, zelfs van zijn eigen broers. Uit woede trok Deiphobus zijn zwaard tegen hem, maar hij sprong naar het altaar van Zeus. Toen Cassandra orakelde dat hij haar broer was, erkende Priamus hem en ontving hem in het paleis.

92. Het oordeel van Paris

Zeus had alle goden uitgenodigd voor de bruiloft van Peleus en Thetis behalve Eris. Toen zij later aankwam en niet tot het banket toegelaten werd, wierp ze een appel door de deur, zeggend dat die voor de mooiste was. Hera, Aphrodite en Athena beweerden dat deze schoonheidsprijs voor henzelf was. Er brak een grote woordenstrijd tussen hen uit. Zeus gaf daarop opdracht aan Hermes om hen naar de berg Ida te brengen bij Paris Alexander, en hem om een oordeel te vragen. Hera beloofde hem, wanneer hij in haar voordeel zou oordelen, over alle landen zou heersen, en steenrijk zou worden. Athena beloofde dat als zij de winnares werd, hij de moedigste van alle stervelingen zou worden en vaardig in elk ambacht. Aphrodite echter, beloofde hem Helena als vrouw, dochter van Tyndareus, mooiste van alle vrouwen. Paris gaf de voorkeur aan de laatste boven de andere twee, en oordeelde dat Aphrodite de mooiste van allen was. Vanwege dit oordeel, waren Hera en Athena vijandig tegenover de Trojanen. Alexander, in opdracht van Aphrodite, nam Helena mee van zijn gastheer Menelaus in Lacedaemon naar Troje, en trouwde met haar. Zij nam twee dienstmaagden mee, Aethra en Thisiadie, slavinnen, maar eens koninginnen, die Castor en Polydeuces aan haar hadden toegewezen.

93. Cassandra

Cassandra, dochter van Priamus en Hecabe, viel eens in slaap toen ze moe was van het spelen, in de tempel van Apollo. Toen Apollo haar probeerde te omarmen, gaf ze hem geen toestemming. Dus zorgde Apollo ervoor dat ze niet werd geloofd, hoewel ze ware voorspellingen deed.

94. Anchises

Aphrodite was verliefd op Anchises en deelde het bed met hem. Van hem baarde ze Aeneas, maar ze waarschuwde hem om het aan niemand te onthullen. Anchises, echter, vertelde het bij een glas wijn aan zijn vrienden, en hiervoor werd hij door Zeus met een bliksem gedood. Anderen vertellen dat hij zelfmoord heeft gepleegd.

95. Odysseus

Toen Agamemnon en Menelaus, zoons van Atreus, de leiders verzamelden die zich hadden verplicht om Troje aan te vallen, bij Odysseus, zoon van Laertes, op het eiland Ithaca kwamen, was hij door een orakel gewaarschuwd dat wanneer hij naar Troje zou gaan hij alleen en in armoede terug zou keren, zonder kameraden, na twintig jaar. Toen hij hoorde dat de afgezanten naar hem toe zouden komen, zette hij een muts op, deed of hij gestoord was, en spande een paard en een os voor de ploeg. Palamedes voelde dat hij huichelde toen hij dit zag, en nam zijn zoon Telemachus uit diens kribbe, en lag hem voor de ploeg met de woorden: ‘Geef je voorstelling op en voeg je bij de bondgenoten.’. Toen beloofde Odysseus dat hij zou komen; sinds die tijd was hij vijandig tegen Palamedes.

96. Achilles

Toen Thetis de Nereide hoorde dat Achilles, de zoon die ze gebaard had aan Peleus, zou sterven als hij naar Troje ging om dat aan te vallen, stuurde ze hem naar het eiland Scyros, hem toevertrouwend aan koning Lycomedes. Hij verborg hem in vrouwenkleren tussen zijn maagdelijke dochters en gaf hem een valse naam. De meisjes noemden hem Pyrrha, vanwege zijn geelbruine haar, en in het Grieks wordt een roodharige ‘Pyrrhus’ genoemd. Toen de Achaeanen ontdekten dat hij daar verborgen was, zonden zij woordvoerders naar koning Lycomedes om te smeken dat gestuurd werd om de Danaers helpen. De koning ontkende dat hij daar was, maar gaf hen toestemming om het paleis te doorzoeken. Toen zij niet konden ontdekken wie hij was, lag Odysseus sieraden neer in het voorhof van het paleis, en daartussen een schild en een speer. Hij gaf opdracht aan de trompettist om plotseling alarm te blazen, en riep zo op tot wapengekletter met veel geschreeuw. Achilles, die dacht dat de vijand aanviel, stroopte zijn vrouwenkleding af en greep schild en speer. Op deze manier werd hij ontdekt en beloofde zijn steun en soldaten, de Myrmidonen, aan de Argivers.

97. Zij die naar Troje gingen en hun schepen

Agamemnon, zoon van Atreus, van Mycene, met 100 schepen; Menelaus, zijn broer van Mycene, met 60 schepen. Phoenix, zoon van Amyntor, een Argiver met 50 schepen; Achilles, zoon van Peleus en Thetis, van het eiland Scyros, met 60 schepen; Automedon, van Scyros, met 10 schepen; Patroclus, zoon van Menoetius en Philomela, van Phthia, met 10 schepen. Ajax, zoon van Telamon bij Periboea, van Salamis, met 12 schepen; Teucer, zijn broer bij Hesione, dochter van Laomedon, met 12 schepen. Odysseus, zoon van Laertes en Anticlea, van Ithaca, met 12 schepen; Diomedes, zoon van Tydeus en Deipyle, dochter van Adrastus, van Argos, met 30 schepen; Sthenelus, zon van Capaneus en Evadne, van Argos, met 25 schepen. Ajax, zoon van Oileus en de nimf Rhene, een Locrier, met 20 schepen; Nestor, zoon van Neleus en Chloris, dochter van Amphion, uit Pylos, met 90 schepen; Thrasymedes, zijn broer, bij Eurydice, uit Pylos, met 15 schepen; Antilochus, zoon van Nestor, uit Pylos, met 20 schepen. Eurypylus, zoon van Evaemon en Opis, uit Ormenium, met 40 schepen; Machaon, zoon van Asclepius en Epione, van Tricce, met 20 schepen; Podalirius, zijn broer, met 9 schepen. Tlepolemus, zoon van Heracles en Astyoche, van Mycene, met 9 schepen; Meriones, zoon van Molus en Melphis, van Kreta, met 40 schepen; Eumelus, zoon van Admetus en Alcestis, dochter van Pelias, van Perrhaebia, met 8 schepen; Philoctetes, zoon van Poeas en Demonassa, van Meliboea, met 7 schepen; Peneleus, zoon van Hippalmus en Asterope, van Boeotie, met 12 schepen. Leitus, zoon van Lacritus en Cleobule, van Boeotie, met 12 schepen; Clonius, zijn broer, van Boeotie, met 9 schepen;

Archesilaus, zoon van Areilycus en Theobula, van Boeotie, met 10 schepen; Prothoenor, zijn broer, van Thespie, met 8 schepen. Ialmenus, zoon van Lycus en Pernis, van Argos, met 30 schepen; Ascalaphus, zijn broer, van Argos, met 30 schepen; Epistrophus, zijn broer, van dezelfde plaats, met 10 schepen; Elephenor, zoon van Chalcodon en Imenarete, van Argos, met 30 schepen. Menestheus, zoon van Peteos, van Athene, met 50 schepen; Agapenor, zoon van Ancaeus en Iotis, van Arcadie, met 60 schepen; Amphimachus, zoon van Cteatus, van Elis, met 10 schepen; Euryalus, zoon van Pallas en Diomede, van Argos, met 15 schepen; Amarynceus, zoon van Onesimachus, van Mycene, met 19 schepen; Polyxenus, zoon van Agasthenes en Peloris, van Aetolie, met 40 schepen; Meges, zoon van Phyleus en Eustyoche, van Dulichium, met 60 schepen; Thoas, zoon van Andraemon en Gorge, van *tytus, met 15 schepen. Podarces, zijn broer, van dezelfde plaats, met 10 schepen. Prothous, zoon van Tenthredon, van Magnesia, met 40 schepen; Cycnus, zoon van Ocitus en Aurophites, van Argos, met 12 schepen; Nireus, zoon van Charopus en de nimf Aglaia, van Argos, met 16 schepen; Antiphus, zoon van Thessalus en Chalciope, van Nisyrus, met 20 schepen; Polypoetes, zoon van Pirithous en Hippodamia, van Argos, met 20 schepen; Leonteus, zoon van Coronus, van Sicyon, met 19 schepen. Calchas, zoon van Thestor, van Mycene, ziener; Phocus, zoon van Danaus, bouwer; Eurybates en Talthybius, herauten; Diaphorus, rechter; Neoptolemus, zoon van Achilles en Deidamia, van het eiland Scyros; hij werd Pyrrhus genoemd vanwege zijn vader die als het meisje Pyrrha vermomd ging. Het totaal aantal schepen was 1216

98. Iphigenia

Toen Agamemnon met zijn broer Menelaus en de andere aanvoerders naar Troje gingen om Helena terug te halen, de vrouw van Menelaus, die Paris weggevoerd had, hield een storm hen in Aulis vanwege de woede van Artemis. Agamemnon had een hert van haar verwond tijdens het jagen, en had nogal hooghartig tegen Artemis gesproken. Toen hij de zieners bijeen had geroepen, en Calchas verklaarde dat hij op geen andere wijze kon boeten dan zijn dochter te offeren, Iphigenia, weigerde Agamemnon eerst. Toen haalde Odysseus hem over om een regeling te treffen voor de boete. Dezelfde Odysseus werd samen met Diomedes op pad gestuurd om Iphigenia te halen, en toen hij bij haar moeder Clytaemnestra kwam, vertelde hij valselijk dat ze als vrouw aan Achilles werd gegeven. Toen ze naar Aulis was gebracht, en haar vader op het punt stond haar te offeren, kreeg Artemis medelijden met haar, hulde haar in mist, en verving haar voor een hert. Ze droeg Iphigenia door de wolken naar het Taurische land, en maakte haar daar een priesteres van haar tempel.

99. Auge

Auge, dochter van Aleus, werd verkracht door Heracles, toen haar tijd daar was, baarde ze een kind op de berg Parthenius, en lag hem daar te vondeling. Op hetzelfde ogenblik lag Atalanta, dochter van Iasus, een zoon van Meleager te vondeling. Een hinde zoogde echter het kind van Heracles. Herders vonden deze jongens en nemen hen mee om groot te brengen, de naam Telephus gevend aan de zoon van Heracles omdat een hinde hem gezoogd ad, en aan Atalanta’s kind gaven ze de naam Parthenopaeus, omdat ze hem op de berg Parthenius te vondeling had gelegd (en net deed of ze nog maagd was). Auge die haar vader vreesde, vluchtte naar Mysie naar koning Teuthras, die haar als dochter aannam omdat hij geen kinderen had.

100. Teuthras

Idas, zoon van Aphareus, wilde Teuthras, koning van Mysie, van zijn koninkrijk beroven. Toen Telephus, Heracles’ zoon, met zijn vriend Parthenopaeus, in overeenstemming met het orakel daar aankwam op zoek naar zijn moeder, beloofde Teuthras zijn koninkrijk en zijn dochter Auge als vrouw te schenken als hij hem beschermde tegen zijn vijand. Telephus wees het voorstel van de koning niet af, en met Parthenopaeus’ hulp overwon hij Idas in de strijd. De koning hield zijn belofte, en gaf hem zijn koninkrijk en zijn dochter als vrouw, zich onbewust van de familiebetrekking. Omdat zij, trouw aan Heracles, niet wilde dat een sterveling haar lichaam schond, was ze van plan om Telephus te doden, zich niet realiserend dat hij haar zoon was. Toen zij de bruidskamer inliepen, trok Auge een zwaard om Telephus te doden. Door de wil van de goden gleed er een enorme slang tussen hen in, waarna Auge haar zwaard liet vallen toen zij dit zag en biechtte haar plan op aan Telephus. Toen Telephus dit hoorde, zich niet realiserend dat zij zijn moeder was, wilde hij haar doden, maar zij riep om hulp in naam van haar geliefde Heracles, hierdoor ontdekte Telephus dat zij zijn moeder was, en nam haar mee terug naar zijn eigen land.

Fabel 101 t/m 120

101. Telephus

Van Telephus, zoon van Heracles en Auge, wordt gezegd dat hij in de strijd is verwond door Achilles met de speer van Chiron. Toen hij dagenlang helse pijnen leed door de wond, vroeg hij via een orakel van Apollo om advies voor genezing. Als antwoord kwam dat niemand anders hem kon helpen dan de speer die hem verwond had. Toen Telephus dit hoorde, ging hij naar koning Agamemnon, en op advies van Clytaemnestra griste hij de kleine Orestes uit zijn wieg, dreigend om hem te doden als de Achaeers hem niet wilde genezen. Omdat de Achaeers ook een orakel hadden ontvangen, dat zij Troje niet konden nemen zonder het leiderschap van Telephus, sloten zij onmiddellijk vrede met hem, en smeekten Achilles om hem te genezen. Achilles antwoordde dat hij de kunst van het genezen niet verstond. Toen zei Odysseus: Apollo bedoelt jou niet, maar noemt de speer de veroorzaker van de wond.’ Met de roest die zij van de speer schraapten, herstelde hij. Toen ze hem smeekten om mee te gaan om Troje aan te vallen, werd hun verzoek niet ingewilligd, omdat hij als vrouw Laodice had, dochter van Priamus. Maar als wederdienst voor hun vriendelijkheid om hem te genezen, leidde hij hen er naar toe, plaatsen en wegen aanwijzend. Daarvandaan vertrok hij naar Mysie.

102. Philoctetes

Toen Philoctetes, zoon van Poeas en Demonassa, op het eiland Lemnos was, beet een slang in zijn voet. Hera had die gestuurd, boos op hem omdat hij de enige was die het gewaagd had om een brandstapel voor Heracles te bouwen toen hij zijn menselijke lichaam verliet en tot onsterfelijkheid verheven werd. Vanwege deze dienst gaf Heracles hem zijn prachtige pijlen. Maar omdat de Achaeers de verschrikkelijke stank van zijn wond niet konden verdragen, werd hij in opdracht van Agamemnon achter gelaten op Lemnos samen met zijn prachtige pijlen. Een herder van koning Actor, Iphimachus genaamd, zoon van Dolops, zorgde voor de achtergelaten man. Later voorspelde een orakel aan hen dat Troje niet genomen kon worden zonder de pijlen van Heracles. Toen stuurde Agamemnon Odysseus en Diomedes als verkenners om hem te bezoeken. Ze sloten vrede en haalden hem over om te helpen bij de aanval op Troje, en hij ging met hen mee.

103. Protesilaus

Een orakel waarschuwde de Achaeers dat de eerste man die de kust van de Trojanen bereikte zou omkomen. Toen de Griekse vloot de kust genaderd was, en de anderen vertraagden, was Iolaus, zoon van Iphiclus en Diomedia, de eerste die van zijn schip sprong, en direct gedood werd door Hector. Iedereen noemde hem Protesilaus, omdat hij de eerste van allen was die stierf. Toen zijn vrouw Laodamia, dochter van Acastus, hoorde dat hij was gestorven, huilde ze en smeekte de goden dat haar werd toegestaan om drie uur met hem te spreken. Dat werd toegestaan, en toen hij naar huis werd gebracht door Hermes, sprak zij drie uur met hem. Maar toen Protesilaus voor de tweede keer stierf, kon Laodamia haar verdriet niet verdragen.

104. Laodamia

Toen Laodamia, dochter van Acastus, na het verlies van haar echtgenoot de drie uur had besteed die ze aan de goden had gevraagd, kon ze het verlies niet verdragen. En dus maakte ze een bronzen evenbeeld van haar man Protesilaus, plaatste dit in haar kamer onder het mom van heilige riten, en wijde zich aan het beeld. Toen een bediende vroeg in de morgen fruit voor de offers had gebracht, keek hij door een spleet in de deur en zag haar het beeld van Protesilaus kussen en omarmen. In de veronderstelling dat zij een vrijer had vertelde hij dit aan haar vader Acastus. Toen hij plotseling in de kamer verscheen, zag hij het standbeeld van Protesilaus. Om een eind aan haar marteling te maken verbrandde hij het offerfruit en het beeld op een brandstapel die hij had opgeworpen, maar Laodamia, die haar verdriet niet kon verdragen, wierp zich erop en verbrandde tot de dood.

105. Palamedes

Odysseus, omdat hij verraden was door Palamedes, zoon van Nauplius, broedde dagenlang op een plan om hem te doden. Uiteindelijk, hij had een plan bedacht, stuurde hij een soldaat naar Agamemnon om te vertellen dat hij in een droom gewaarschuwd was en dat het kamp voor één dag verplaatst moest worden. Agamemnon, die geloofde dat de waarschuwing echt was, gaf opdracht om het kamp voor één dag te verplaatsen. Odysseus verborg toen ’s nachts een grote hoeveelheid goud op de plek waar de tent van Palamedes gestaan had. Hij gaf aan een Phrygische gevangene ook een brief om naar Priamus te brengen, en stuurde een eigen soldaat vooruit om hem niet ver van het kamp te vermoorden. De volgende dag toen het leger terugkeerde naar het kamp, vond een soldaat het lichaam van de Phrygier, de brief die Odysseus had geschreven, en bracht die naar Agamemnon. In de brief stond: ‘Aan Palamedes van Priamus,’ en beloofde hem net zoveel goud als Odysseus had verborgen onder de tent, als hij volgens afspraak het kamp van Agamemnon zou verraden. Daarop werd Palamedes voor de koning gebracht, die de misdaad ontkende, waarop zij naar zijn tent gingen en het goud opgroeven. Agamemnon geloofde dat de aanklacht waar was toen hij het goud zag. Aldus werd Palamedes bedrogen door de list van Odysseus, en hoewel onschuldig, werd hij door het hele leger ter dood veroordeeld.

106. Het Losgeld van Hector

Agamemnon pakte, toen hij Chryseis terug gaf aan Chryses, priester van Apollo, Briseis vanwege haar buitengewone schoonheid af van Achilles, de Mysische gevangene, dochter van de priester Briseus, die Achilles had veroverd. Hierover zeer vertoornd nam Achilles niet meer deel aan de strijd en vermaakte zichzelf in zijn tent met de citer. Maar toen de Argivers op de vlucht werden gejaagd door Hector, gaf Achilles, na het smeken van Patroclus, hem zijn wapenrusting. Dit dragend, joeg hij de Trojanen op de vlucht, omdat zij dachten dat het Achilles was, en doodde hij Sarpedon, zoon van Zeus en Europa. Later werd Patroclus zelf gedood door Hector en de wapenrusting van zijn lichaam genomen. Toen Achilles zich verzoend had met Agamemnon, en Briseis naar hem teruggekeerd was, en hij Hector ongewapend wilde aanvallen, zorgde zijn moeder Thetis voor een wapenrusting van Hephaistos voor hem, dat de Nereiden hem over zee brachten. Dit dragend, doodde hij Hector, bond diens lichaam aan zijn wagen, en sleepte het rond de muren van Troje. Op zijn weigering om het lichaam aan zijn vader te geven om te begraven, kwam Priamus op bevel van Zeus, met Hermes als gids, naar het kamp van de Danaers, ontving het lichaam in ruil voor hetzelfde gewicht aan goud, en begroef hem.

107. Strijd om de wapens

Na Hector’s begrafenis, toen Achilles rond de wallen van de Trojanen zwierf en zei dat hij alleen Troje ten val kon brengen, ontstak Apollo in woede, nam de gedaante van Paris aan, en raakte hem met een pijl in zijn hiel die kwetsbaar was, en doodde hem. Toen Achilles gedood en begraven was, eiste Telamonische Ajax de wapens van Achilles van de Danaers, op grond van het feit dat hij diens neef van vaders kant was. Vanwege de woede van Athena werden zij hem onthouden door Agamemnon en Menelaus, en aan Odysseus gegeven. Ajax, gek van woede, slachtte krankzinnig geworden zijn veestapel, en doodde zichzelf met het zwaard dat hij als geschenk van Hector had gekregen toen de twee elkaar in de strijd hadden ontmoet.

108. Het paard van Troje

Omdat de Achaeers gedurende tien jaar niet in staat waren om Troje in te nemen, maakte Epeius op advies van Athena een houten paard van enorme afmetingen, hierin zaten Menelaus, Odysseus, Diomedes, Thersander, Sthenelus, Acamas, Thoas, Machaon en Neoptolemus. Op het paard schreven zij: ‘Het geschenk van de Danaers aan Athena’, en verhuisden het kamp naar Tenedos. Toen de Trojanen dit zagen, dachten ze dat de vijand vertrokken was; Priamus gaf opdracht om het paard binnen de citadel van Athena te brengen, en maakte bekend dat zij een geweldig feest zouden vieren. Toen de priesteres Cassandra volhield dat er vijanden in zaten, geloofden niemand haar. Ze zetten het in de citadel, en ’s nachts toen zij sliepen, door sport en wijn overwonnen, kwamen de Achaeers uit het paard dat werd geopend door Sinon, doodden de bewakers bij de poorten, en lieten hun vrienden na het afgesproken sein naar binnen. Op deze wijze kwamen zij in bezit van Troje.

109. Iliona

Toen Polydorus, zoon van Priamus en Hecabe, was geboren, gaven ze hem aan Priamus’ dochter Iliona om groot te brengen. Ze was de vrouw van Polymestor, koning van de Thraciers, en ze voedde hem op als haar eigen zoon. Ze voedde Deipylus op, die ze gebaard had van Polymestor, alsof hij haar broer was, zodat als een van de twee iets overkwam ze de ander aan haar ouders kon geven. Maar toen, na de val van Troje, de Achaeers het ras van Priamus wilden vernietigen, smeten zij Astyanax van de muren, zonden zij boodschappers naar Polymestor en beloofden hem een grote hoeveelheid goud en Electra als vrouw als hij Polydorus, zoon van Priamus, ter dood bracht. Polymestor verzette zich niet tegen de boodschap van de boodschappers, en doodde onwetend zijn eigen zoon Deipylus, denkend dat hij Polydorus doodde, de zoon van Priamus. Polydorus, echter, ging naar het orakel van Apollo om het lot van zijn ouders te vernemen en hoorde dat zijn stad was verbrand, zijn vader gedood, en zijn moeder gevangen werd gehouden. Toen hij terugkeerde en zag dat de dingen niet waren zoals het orakel had verteld, denkend dat hij de zoon van Polymestor was, vroeg hij zijn zuster Iliona waarom het orakel onjuist had gesproken. Zijn zuster onthulde hem de waarheid, en op haar advies maakte hij Polymestor blind en doodde hem.

110. Polyxena

Toen de zegevierende Danaers zich bij Troje inscheepten, en op het punt stonden om naar hun landen terug te keren, nam ieder zijn deel van de buit, Uit zijn graf riep de stem van Achilles om zijn deel. En zo offerden de Danaers op zijn graf Polyxena, dochter van Priamus, een schitterend meisje, omdat toen Achilles voor een gesprek kwam en om haar hand vroeg, verjaagd werd door Paris en Deiphobus.

111. Hecabe

Toen Odysseus Hecabe als slavin meenam, Priamus’ vrouw, dochter van Cisseus, of volgens sommige schrijvers, dochter van Dymas, wierp zij zichzelf in de Hellespont, en veranderde in een hond. Sindsdien wordt de plek Cyneus genoemd.

112. Uitdagers en hun tegenstanders

Menelaus en Paris; Aphrodite redde Paris. Diomedes en Aeneas; Aphrodite redde Aeneas. Dezelfde Diomedes en Glaucus; zij scheidden, toen zij tekenen van gastvriendschap herkenden. Dezelfde Diomedes met Pandarus en een andere Glaucus; Pandarus en Glaucus werden gedood. Ajax en Hector; zij scheidden met een uitruil van geschenken: Ajax gaf Hector de riem waaraan hij werd gesleept, en Hector gaf Ajax een zwaard waarmee hij zichzelf doodde. Patroclus en Sarpedon; Sarpedon werd gedood. Menelaus en Euphorbus; Euphorbus werd gedood. Hij werd later Pythagoras en memoreerde dat hij zijn ziel had doorgegeven in verschillende lichamen. Achilles en Asteropaeus; Asteropaeus werd gedood. Dezelfde Achilles en Hector; Hector werd gedood. Dezelfde Achilles en Aeneas; Aeneas werd op de vlucht gejaagd. Dezelfde Achilles en Agenor; Apollo redde Agenor. Dezelfde Achilles en Penthesilea, dochter van Ares en Otrere; Penthesilea werd gedood. Antilochus en Memnon; Antilochus werd gedood. Achilles en Memnon; Memnon werd gedood. Philoctetes en Paris; Paris werd gedood. Neoptolemus en Eurypylus; Eurypylus werd gedood.

113. Zij die prinsen doodden

Apollo doodde Achilles in de gedaante van Paris. Hector doodde Protesilaus, evenals Antilochus. Agenor doodde Elephenor evenals Clonius. Deiphobus doodde Ascalaphus evenals Antinous. Ajax doodde Hippodamus, evenals Chromius. Agamemnon doodde Iphidamas, evenals Glaucus. Locrische Ajax doodde Gorgasus, evenals *gavius. Diomedes doodde Dolon, evenals Rhesus. Eurypylus doodde Nireus, evenals Machaon. Sarpedon doodde Tlepolemus, evenals Antiphus. Achilles doodde Troilus. Menelaus doodde Deiphobus. Achilles doodde Astynomus, evenals Pylaemenes. Neoptolemus doodde Priamus.

114. Doders aan Griekse zijde en hoeveel zij versloegen

Achilles totaal 72; Antilochus 2; Protesilaus 4; Peneleus 2; Eurypylus 1; Ajax, zoon van Oileus 14; Thoas 2; Leitus 20; Thrasymedes 2; Agamemnon 16; Diomedes 18; Menelaus 8; Philoctetes 3; Meriones 7; Odysseus 12; Idomeneus 13; Leonteus 5; Telamonische Ajax 28; Patroclus 54; Polypoetes 1; Teucer 30; Neoptolemus 6; totaal 362

115. Doders aan Trojaanse zijde en hoeveel zij versloegen

Hector totaal 31; Paris 3; Sarpedon 2; Panthous 4; Gorgasus 2; Glaucus 4; Polydamas 3; Aeneas 28; Deiphobus 4; Clytius 3; Acamas 1; Agenor 2; totaal 88

116. Nauplius

Toen de Danaers terugkeerden naar huis na de verovering van Troje en de verdeling van de buit, veroorzaakte de woede van de goden hun schipbreuk op de Caphareaanse rotsen. Zij stuurden een storm en tegengestelde winden omdat de Grieken de heiligdommen van de goden hadden ontheiligd en Locrische Ajax Cassandra bij het standbeeld van Athena had weggesleept. In deze storm werd de Locrische Ajax geraakt door een bliksem van Athena. De golven smeten hem op de rotsen, die sindsdien de rotsen van Ajax worden genoemd. Toen de anderen ’s nachts om hulp van de goden smeekten, hoorde Nauplius dat, en zag zijn kans schoon om wraak te nemen voor zijn zoon Palamedes. En, alsof hij hen te hulp schoot, plaatste hij een brandende toorts op de plek waar de kust uiterst gevaarlijk en de rotsen scherp waren. Denkend dat dit werd gedaan uit genade stuurden zij hun schepen daarheen. Als resultaat leden vele schepen schipbreuk, en veel troepen en hun leiders kwamen om in de storm, hun ledematen en ingewanden smakten op de rotsen. Diegenen die naar de kust konden zwemmen werden door Nauplius gedood. Maar de wind blies Odysseus naar Marathon, en Menelaus naar Egypte. Agamemnon arriveerde met Cassandra in zijn eigen land.

117. Clytaemnestra

Clytaemnestra, dochter van Tyndareus en vrouw van Agamemnon, hoorde van Oeax, broer van Palamedes, dat Cassandra als bijvrouw naar haar huis werd gebracht, Oeax legde een valse verklaring af om het foutieve handelen tegen zijn broer te wreken. Toen beraamde Clytaemnestra, samen met Aegisthus, zoon van Thyestes, de dood van Agamemnon. Zij doodden hem met een bijl toen hij aan het offeren was, en ook Cassandra. Maar Electra, Agamemnon’s dochter, redde haar broer, de kleine Orestes, en zond hem naar Strophius in Phocis. Strophius was getrouwd met Agamemnon’s zuster, Astyoche.

118. Proteus

In Egypte zwierf Proteus, de profetische oude man van de zee, die gewoon was zichzelf in allerlei gedaanten te veranderen. Op aanraden van zijn dochter Eidothea, bond Menelaus hem vast met een ketting, zodat hij hem zou vertellen hoe hij thuis moest komen. Proteus vertelde hem dat de goden boos waren omdat Troje was gevallen, en daardoor een offer gebracht moest worden dat de Grieken een Hecatombe noemen, honderd dieren moesten worden geslacht. Uiteindelijk, het achtste jaar nadat hij Troje verlaten had, keerde hij met Helena terug thuis.

119. Orestes

Toen Orestes, zoon van Agamemnon en Clytaemnestra, volwassen was geworden, besloot hij de dood van zijn vader te wreken. Hij maakte een plan met Pylades en ging naar zijn moeder Clytaemnestra in Mycene, zeggend dat Orestes, die Aegisthus aan het volk had uitgeleverd om te doden, gestorven was, en dat hij een Aetolische gastvriend was. Niet lang daarna kwam, Pylades, zoon van Strophius, naar Clytaemnestra en bracht haar een urn en vertelde dat die de beenderen van Orestes bevatten. Aegisthus verheugde zich en verwelkomde beiden gastvrij. Toen de gelegenheid zich voordeed, doodde Orestes met hulp van Pylades Clytaemnestra, zijn moeder, en Aegisthus. Toen Tyndareus hem aanklaagde, werd het Orestes toegestaan om in ballingschap naar het volk van Mycene te gaan vanwege zijn vader. Later werd hij achtervolgd door de Wraakgodinnen van zijn moeder.

120. Iphigenia

Toen de Erinyen Orestes achtervolgden, ging hij naar Delphi om te vragen wanneer zijn lijden zou eindigen. Het antwoord luidde dat hij naar het land Taurie van koning Thoas moest gaan, vader van Hypsipyle, en daar uit de tempel het standbeeld van Artemis naar Argos moest brengen; dan zou er een einde komen aan zijn ellende. Na de uitspraak van dit orakel, samen met zijn vriend Pylades, zoon van Strophius, scheepte hij snel in en ging naar het land van de Tauriers. Het was hun gewoonte om vreemdelingen te offeren in de tempel van Artemis wanneer die binnen hun grenzen kwamen. Toen Orestes en Pylades wachten op een mogelijkheid en in een grot schuilden, werden zij opgemerkt door herders en voor koning Thoas geleid. Thoas, zoals gewoonlijk, gaf bevel hen geboeid naar de tempel van Artemis te brengen om te offeren. De priesteres daar was Iphigenia, de zuster van Orestes, en toen zij door herkenningstekens en vragen ontdekte wie zij waren en waarom ze waren gekomen, duwde zijzelf de offers opzij en begon het beeld van Artemis te verwijderen. Toen de koning kwam en haar vroeg waarom zij dat aan het doen was, verzon zij een leugen en zei dat de mannen vervloekt waren en het standbeeld hadden bezoedeld; en omdat goddeloze en zondige mannen in de tempel waren gebracht, moest het standbeeld nu naar zee worden gebracht om te worden gereinigd. Ze gaf hem opdracht om bekend te maken dat het voor de inwoners verboden was om naar buiten te gaan en de stad te verlaten. De koning voldeed aan de opdracht van de priesteres. Iphigenia, de mogelijkheid benuttend, greep het beeld, scheepte in met Orestes en Pylades, en kwam door gunstige winden op het eiland Zminthe bij Chryses, priester van Apollo.

Fabel 121 t/m 140

121. Chryses

Toen Agamemnon op weg was naar Troje, kwam ook Achilles naar Mysie, en ontvoerde daar Chryseis, dochter van de priester van Apollo, en gaf haar als vrouw aan Agamemnon. Toen Chryses naar bij Agamemnon kwam smeken om teruggave van zijn dochter, werd hem dat geweigerd. Hierdoor vernietigde Apollo bijna het hele leger, deels door hongersnood, deels door de pest. Dus stuurde Agamemnon Chryseis terug, hoewel ze zwanger was, naar de priester. Hoewel ze zei dat ze niet door hem was aangeraakt, baarde ze toen haar tijd kwam Chryses de jonge, en zei dat ze die had ontvangen van Apollo. Later toen Chryses op het punt stond om Iphigenia en Orestes aan Thoas terug te geven, kwam hij (senior) erachter dat zij kinderen van Agamemnon waren, en openbaarde zijn kleinzoon Chryses de waarheid – dat zij familie waren en hij de zoon van Agamemnon was. Toen doodde Chryses, met deze kennis, samen met zijn broer Orestes, Thoas, en kwamen daar vandaan veilig in Mycene met het beeld van Artemis.

122. Aletes

Een boodschapper kwam bij Electra, dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, en vertelde hun valselijk dat haar broer en Pylades in Taurie geofferd waren aan Artemis. Toen Aletes, de zoon van Aegisthus, hoorde dat niemand van het ras van Atreus meer in leven was, greep hij de koninklijke macht in Mycene. Maar Electra ging naar Delphi om inlichtingen te krijgen over de gewelddadige dood van haar broer. Ze kwam daar op dezelfde dag dat Iphigenia en Orestes arriveerden. Dezelfde boodschapper die over Orestes had bericht, zei dat Iphigenia de moordenares van haar broer was. Toen Electra dit hoorde, greep ze een brandende fakkel van het altaar, en zou in onwetendheid haar zuster Iphigenia blind gemaakt hebben als Orestes niet tussenbeide was gekomen. Na de herkenning kwamen zij in Mycene, en Orestes doodde Aletes, zoon van Aegisthus, en wilde ook Erigone doden, dochter van Clytaemnestra en Aegisthus, maar Artemis redde haar en maakte haar priesteres in Attica. Nadat Neoptolemus was gedood, trouwde Orestes bovendien met Hermione, dochter van Menelaus en Helena, en Pylades trouwde Electra, dochter van Agamemnon en Clytaemnestra.

123. Neoptolemus

Neoptolemus, zoon van Achilles en Deidamia, verwekte Amphialus bij de gevangengenomen Andromache, dochter van Eetion. Maar toen hij hoorde dat zijn verloofde Hermione uitgehuwelijkt was aan Orestes, ging hij naar Lacedaemon en eiste haar op van Menelaus. Menelaus wenste niet op zijn woord terug te komen, nam Hermione van Orestes af en gaf haar aan Neoptolemus. Orestes, aldus beledigd, doodde Neoptolemus toen hij in Delphi offerde, en herwon Hermione. De beenderen van Neoptolemus werden verstrooid over Ambracia, dat in de buurt van Epirus gelegen is.

124. Koningen van de Achaeers

Phoroneus, zoon van Inachus; Argus, zoon van Zeus; Piras, zoon van Argus; Triops, zoon van Piras; Pelasgus, zoon van Triops; Danaus, zoon van Belus; Tantalus, zoon van Zeus; Pelops, zoon van Tantalus; Atreus, zoon van Pelops; Thyestes, zoon van Pelops; Agamemnon, zoon van Atreus; Aegisthus, zoon van Thyestes; Orestes, zoon van Agamemnon; Aletes, zoon van Aegisthus; Tisamenus, zoon van Orestes; Temenus, zoon van Aristomachus; Clytius, zoon van Temenus; Alexander, zoon van Eurystheus.

125. Odyssee

Toen Odysseus terugkeerde naar Ithaca, werd hij door een storm naar de Ciconen geblazen. Hij viel hun stad aan, en verdeelde de buit onder zijn makkers. Daarvandaan ging hij naar de Lotuseters, heel goede mensen, wiens gewoonte het was om de lotus te eten, een bloem die aan de bladeren groeide. Dit voedsel was zo zoet dat degenen die het aten vergaten om naar huis terug te gaan. Twee mannen werden naar hen toegestuurd door Odysseus, toen zij van de plant proefden, vergaten zij om terug te keren naar de schepen. Hij bond ze vaste en bracht ze zelf terug. Van daar ging hij naar de Cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, aan wie voorspeld was door de ziener Telemus, zoon van Eurymus, dat hij moest oppassen om blind gemaakt te worden door Odysseus. Hij had een oog in het midden van zijn voorhoofd, en smulde van menselijk vlees. Nadat hij zijn vee in de grot had gedreven zette hij een zware grote steen voor de deur. Hij sloot Odysseus en zijn makkers binnen, en begon de mannen te verslinden. Toen Odysseus zag dat hij geen partij was gezien zijn afmetingen en woestheid, voerde hij hem dronken met de wijn die hij had gekregen van Maron, en zei dat hij Niemand heette. Aldus, toen Odysseus het oog met een gloeiende paal uitbrandde, riep hij de anderen Cyclopen met zijn kreten op, en schreeuwde vanuit de afgesloten grot, ‘Niemand maakt me blind!’. Zij dachten dat hij een grapje maakte, en gaven geen gehoor. Maar Odysseus bond zijn makkers onder de schapen en zichzelf onder een ram, en kwamen zo uit de grot. Hij kwam bij Aeolus, zoon van Hellen, aan wie door Zeus de controle over de Winden was gegeven. Hij verwelkomde Odysseus gastvrij, en gaf hem als geschenk een zak met winden. Maar zijn makkers namen die, denkend dat het goud en zilver was, en toen zij dat wilden verdelen, maakten zij de zak stiekem open, en vlogen de winden weg. Hij werd opnieuw naar Aeolus geblazen, die hem naar buiten smeet omdat de hemelse goden vijandig tegen hem bleken te zijn. Hij kwam bij de Laestrygonen, wiens koning Antiphates was. Sommigen van zijn kameraden werden opgegeten en zij vernietigden elf van zijn schepen, met uitzondering van die ene waarmee Odysseus ontsnapte toen hij zijn kameraden had verloren.

Hij kwam bij het eiland van Aeaea (Aenaria), bij Circe, dochter van Helius, die, door hen een drankje te geven, de mannen veranderde in wilde beesten. Toen hij Eurylochus met tweeentwintig van zijn mannen naar haar toezond, veranderde zij hen van gedaante; maar Eurylochus naderde haar van angst niet, vluchtte en rapporteerde aan Odysseus. Odysseus ging alleen naar haar toe, maar onderweg gaf Hermes hem een tovermiddel, en toonde hem hoe hij Circe kon misleiden. Toen hij bij Circe aankwam en de beker aannam, deed hij op Hermes’ aanraden het tovermiddel erin, en trok zijn zwaard, terwijl hij dreigde haar te doden als zij zijn kameraden niet hun oude gedaante teruggaf. Toen wist Circe dat dit niet gebeurde zonder de wil van de goden, en dus, terwijl ze beloofde hem niet te veranderen, gaf ze zijn kameraden hun oude vorm terug. Ze sliep met hem, en baarde hem twee zoons, Nausithous en Telegonus. Daarvandaan zette hij koers naar het Meer van Avernus, daalde af in de onderwereld, en trof daar zijn kameraad Elpenor, die hij bij Circe had achtergelaten. Hij vroeg Elpenor hoe hij daar terecht was gekomen, en Elpenor antwoordde dat hij van de ladder was gevallen toen hij dronken was en zijn nek had gebroken. Hij smeekte om hem te begraven wanneer hij terugkeerde naar de bovenwereld, en zijn roeiriem op het graf te plaatsen. Daar sprak hij ook zijn moeder, Anticlea, over het einde van zijn reis. Toen keerde hij terug naar de bovenwereld, begroef Elpenor, en bevestigde de roeiriem aan zijn graf zoals hij gevraagd had. Vervolgens kwam hij bij de Sirenen, dochters van de Muze Melpomene en Achelous, die vrouwen van boven waren en vogels van onderen. Het was hun lot om net zolang te leven als het stervelingen mislukte om voorbij te varen die hun lied hoorden. Odysseus, geinstrueerd door Circe, dochter van Helius, stopte de oren van zijn kameraden vol met was, liet zichzelf vastbinden aan de houten mast, en zeilde aldus voorbij.

Van daar kwam hij bij Scylla, dochter van Typhon, die vrouw van boven was, maar een vis vanaf de heupen, en zes honden aan haar lichaam. Ze greep en verslond zes mannen van Odysseus’ schip. Hij kwam bij het eiland Sicilie met de heilige kudde van Helius, maar hun vlees loeide toen zijn kameraden het kookten in een bronzen ketel. Hij was gewaarschuwd door Tiresias en ook Circe, hen niet aan te raken, en als resultaat verloor hij daar vele kameraden. Door de wind kwam hij bij Charybdis, die drie keer per dag water naar beneden zoog en het ook weer drie keer opboerde, door Tiresias’ waarschuwing kon hij passeren. Maar Helius was boos omdat zijn kudde was geschaad. (Toen Odysseus op het eiland aankwam, en Tiresias iedereen verboden had om de kudde aan te raken, grepen zijn kameraden enkele stukken vee terwijl hij sliep; terwijl ze die aan het koken waren loeide het vlees uit de bronzen ketel.) Om deze reden sloeg Zeus zijn schip met een bliksem en verbrandde het. Hiervandaan zwervend, zijn kameraden vergaan tijdens de schipbreuk, kwam hij op het eiland Ogygia, waar de nimf Calypso, dochter van Atlas, woonde. Ze werd verliefd op de mooie gedaante van Odysseus, hield hem een heel jaar vast, en was onwillig om hem te laten gaan totdat Hermes, op bevel van Zeus, opdracht gaf om hem vrij te laten. Toen hij daar een vlot had gemaakt, stuurde Calypso hem weg met een overvloed aan proviand, maar Poseidon sloeg het vlot stuk met zijn golven omdat hij zijn zoon, de Cycloop, blind had gemaakt. Terwijl hij door elkaar werd geschud door de golven, gaf Leucothea, die we Moeder Matuta noemen, die eeuwig in de zee woont, hem haar gordel om rond zijn borst te binden, als reddingsboei. Toen hij dit gedaan had, zwom hij naar de veiligheid. Hij kwam op het eiland van de Phaeaken, en verborg zijn naaktheid onder de bladeren van de bomen. Daar bracht Nausicaa, dochter van koning Alcinous, kledingstukken naar de rivier om te wassen. Hij kroop uit de bladeren en smeekte haar om hulp. Bewogen door medelijden, gaf ze hem een mantel, en leidde hem naar haar vader. Alcinous verwelkomde hem met gulle gastvrijheid, eerde hem met geschenken, en stuurde hem naar zijn land, Ithaca.

Door de wraak van Hermes, leed hij opnieuw schipbreuk. Na twintig jaar, met verlies van al zijn kameraden, keerde hij alleen terug in zijn land. Op weg naar zijn huis, niet herkend, vond hij vrijers die naar de hand van Penelope dongen en zijn paleis bezetten, dus deed hij zich voor als een vreemdeling. Maar zijn min Euryclia, terwijl ze zijn voeten waste, herkende hem aan zijn litteken als Odysseus. Later, met de hulp van Athena, doodde hij en zijn zoon Telemachus en twee bedienden de vrijers met pijlen.

126. Erkenning van Odysseus

Nadat Odysseus met geschenken op weg was gestuurd door koning Alcinous, vader van Nausicaa, leed hij schipbreuk en kwam naakt in Ithaca aan bij een zeker huis waar een man, Eumaeus genaamd, een zwijnhoeder was. Hoewel de hond hem herkende en tegen hem opsprong, herkende Eumaeus hem niet, omdat Athena zijn gedaante en kleding had veranderd. Eumaeus vroeg hem waar hij vandaan kwam, en hij antwoordde dat hij schipbreuk had geleden. Toen de schaapherders hem ondervroegen of hij Odysseus had gezien, zei hij dat hij zijn vriend was, en gaf tekenen van bewijs. Spoedig nam Eumaeus hem in huis, en verkwikte hem met voedsel en drinken. Toen de bedienden, er opuit gestuurd om zoals gewoonlijk de kudde binnen te halen, binnen kwamen, en hij aan Eumaeus vroeg wie zij waren, zei Eumaeus: ‘Nadat Odysseus vertrokken was, en enige tijd was verstreken, kwamen vrijers om de hand van Penelope vragen. Ze hield ze af onder deze voorwaarde – ‘Als ik dit weefstuk klaar heb, zal ik trouwen’ – maar wat ze overdag weefde, haalde ze ’s nachts weer uit, en hield ze zo van zich af. Maar nu vierden ze feest met de huismeiden van Odysseus en aten zijn kudde op.’ Toen veranderde Athena hem in zijn oorspronkelijke gedaante. Plotseling zag de zwijnhoeder dat het Odysseus was, en klemde zich aan hem vast en omarmde hem, hij huilde van vreugde, en vroeg zich af wat het was dat hem veranderd had. Odysseus zei tegen hem: ‘Breng me morgen naar Penelope in het paleis.’

Toen hij hem daar bracht, veranderde Athena opnieuw zijn verschijning in de gedaante van een bedelaar, en toen Eumaeus hem naar de vrijers bracht, die aan het feesten waren met de huismeiden, zei hij tegen hen: ‘Kijk, daar heb je een andere bedelaar, die jullie samen met Irus zal amuseren.’ Toen zei Melanthius, een van de vrijers: ‘Ja, laat hen worstelen en de winnaar krijgt een gevulde geitenmaagpudding, en een stok om de verliezer weg te jagen.’ Toen zij geworsteld hadden en Odysseus Irus verslagen en met een stok naar buiten had gejaagd, leidde Eumaeus Odysseus in bedelaarsvermomming naar zijn min Euryclia, en vertelde haar dat hij een vriend van Odysseus was. Toen zij het wilde uitschreeuwen, lag Odysseus zijn hand over haar lippen, en waarschuwde haar, en vertelde Penelope om zijn boog en pijlen aan de vrijers te geven, met de boodschap dat degene die hem kon spannen, haar kon hebben als vrouw. Toen ze dit deed streden ze onderling maar niemand lukte het, Eumaeus zei spottend: ‘Laat die zwerver het ook eens proberen.’ Melanthius stond dat niet toe maar Eumaeus gaf de boog toch aan de oude man. Hij doorboorde al de vrijers uitgezonderd de gevangen Melanthius; hij werd vastgegrepen, apart van de vrijers, en zijn neus, armen, en andere delen van zijn lichaam werden in stukken gesneden. Zo kreeg Odysseus zijn paleis en zijn vrouw weer in bezit. Hij gaf opdracht aan de huismeiden om hun lichamen in zee te werpen, maar later, op verzoek van Penelope, na de dood van de vrijers, strafte hij hen ook.

127. Telegonus

Telegonus, zoon van Odysseus en Circe, door zijn moeder op pad gestuurd om zijn vader te zoeken, werd door een storm naar Ithaca gevoerd, en daar, gedreven door de honger, begon hij de velden te verwoesten. Odysseus en Telemachus, niet wetend wie hij was, namen de wapens tegen hem op. Odysseus werd door zijn zoon Telegonus gedood; door een orakel was hem voorspeld op te passen voor de dood door de handen van zijn zoon. Toen Telegonus ontdekte wie hij was, keerde hij op advies van Athena met Telemachus en Penelope terug naar zijn huis op het eiland Aeaea. Ze brachten het lichaam van Odysseus naar Circe, en begroeven het daar. Opnieuw op advies van Athena, trouwde Telegonus met Penelope. Uit Circe en Telegonus werd Latinus geboren, die zijn naam gaf aan de Latijnse taal; uit Penelope en Telegonus werd Italus geboren, die het land naar zijn eigen naam Italie noemde.

128. Zieners

Ampycus (Ampyx), zoon van Elatus; Mopsus, zoon van Ampycus (Ampyx); Amphiaraus, zoon van Oicles of Apollo; Tiresias, zoon van Everes; Manto, dochter van Tiresias; Polyidus, zoon van Coeranus; Helenus, zoon van Priamus; Cassandra, dochter van Priamus; Calchas, zoon van Thestor; Theoclymenus, zoon van Thestor; Telemus, zoon van Proteus; Telemus, zoon van Eurymus; De Sibyl uit Same – anderen noemen haar Cymaeaanse.

129. Oeneus

Toen Dionysus als gast bij Oeneus kwam, zoon van Porthaon, werd hij verliefd op Althaea, dochter van Thestius en vrouw van Oeneus. Toen Oeneus dit merkte, verliet hij vrijwillig de stad en deed net of hij heilige riten ging uitvoeren. Maar Dionysus sliep met Althaea, die moeder werd van Deianira. Aan Oeneus gaf hij, vanwege zijn gulle gastvrijheid, de wijnstok als geschenk, en toonde hem hoe die te planten, en verordende dat dit fruit oinos genoemd zou worden naar de naam van zijn gastheer.

130. Icarius en Erigone

Toen Dionysus uitzwierf om de mensen te bezoeken en de zoetheid en het plezier van zijn vruchten te verkondigen, kwam hij bij Icarius en Erigone en hun genereuze gastvrijheid. Aan hen gaf hij een zak wijn als geschenk en verzocht hen het gebruik ervan te verspreiden over alle landen. Met een wagen volgeladen, kwam Icarius met zijn dochter en de hond Maera bij herders in Attica, en liet hen genieten van de wijn. De herders, dronken van overmatig wijngebruik, stortten in, dachten dat Icarius hen een slecht medicijn had gegeven, en doodden hem met stokken. De hond Maera, jankend bij het lichaam van de gedode Icarius, toonde Erigone waar haar onbegraven vader lag. Toen ze daar kwam, hing ze zich op in een boom boven het lichaam van haar vader. Vanwege dit feit, teisterde Dionysus de dochters van de Atheners met eenzelfde straf. Zij vroegen het orakel van Apollo om advies over dit gebeuren, en hij vertelde hen dat zij de dood van Icarius en Erigone genegeerd hadden. Na dit antwoord dwongen zij straf af voor de herders, en stelden ter ere van Erigone een feestdag in vanwege het aangedane leed, bepalend dat men tijdens de druivenoogst drankjes moet inschenken voor Icarius en Erigone. Door de wil van de goden werden zij tussen de sterren geplaatst. Erigone is het teken Maagd dat we gerechtigheid noemen; Icarius wordt Arctourus tussen de sterren genoemd, en de hond Maera is de Hondster (Canicula)

131. Nysus

Toen Dionysus zijn leger aanvoerde naar Indie, gaf hij de zeggenschap over het Thebaanse koninkrijk aan zijn verzorger Nysus totdat hij terug zou komen. Maar toen Dionysus terugkeerde, was Nysus onwillig om het koninkrijk op te geven. Omdat Dionysus geen ruzie met zijn verzorger wilde maken stond hij hem toe het koninkrijk te houden totdat zich een kans voordeed om het te herwinnen. En zo, drie jaar later, bond hij de strijd met hem aan, en deed het voorkomen alsof hij de geheime riten wilde vieren die in het land Trieteric worden genoemd, omdat hij ze na drie jaar instelde. Hij voerde verklede soldaten als Bacchananten in vrouwenkleren het land binnen, nam Nysus gevangen, en het koninkrijk weer in bezit.

132. Lycurgus

Lycurgus, zoon van Dryas, verdreef Dionysus uit zijn koninkrijk. Toen hij ontkende dat Dionysus een god was, wijn gedronken had, en dronken zijn moeder probeerde te verkrachten, probeerde hij de wijnstokken af te hakken, omdat hij zei dat wijn een slecht medicijn was en de geest benevelde. Door Dionysus waanzinnig gemaakt doodde hij zijn vrouw en zoon. Lycurgus zelf werd door Dionysus naar zijn panters geworpen op Rhodope, een berg in Thracie, waar hij heerste. Er wordt verteld dat hij een voet afhakte omdat hij dacht dat het een wijnstok was.

133. Ammon

Toen Dionysus in Indie op zoek was naar water, en daar niet in slaagde, sprong er plotseling een bok uit de grond, en met die als gids vond hij water. Dus vroeg hij aan Zeus om de Ram tussen de sterren te plaatsen, en tot aan deze dag wordt hij de evennachtsram genoemd. Bovendien stichtte hij, op de plek waar hij water vond, een tempel die de tempel van Zeus Ammon wordt genoemd.

134. Tyrrheniers

Toen de Tyrrheniers, later Toscaniers genoemd, op een piratenexpeditie waren, kwam Dionysus, nog een jongeling, bij hun schip en vroeg hen om hem naar Naxos te brengen. Toen zij toestemden en ontucht met hem wilden plegen vanwege zijn schoonheid, maande Acoetes, de stuurman, hen tot bedaren, maar die werd door hen gemolesteerd. Dionysus, die zag dat hun bedoelingen niet veranderd waren, veranderde de roeiriemen in stokken, de zeilen in wijnbladeren, de touwen in klimop; en sprongen er leeuwen en panters tevoorschijn. Toen zij die zagen, sprongen zij van angst in zee, en zelfs in de zee veranderde hij hen in een soort dieren. Want wie ook overboord sprong werd veranderd in de gedaante van een dolfijn, en sindsdien worden dolfijnen Tyrrheniers genoemd, en de zee de Tyrrheense Zee. Er waren er twaalf met de volgende namen: Aethalides, Medon, Lycabas, Libys, Opheltes, Melas, Alcimedon, Epopeus, Dictys, Simon, Acoetes. De laatste was de stuurman, die Dionysus uit goedheid spaarde.

135. Laocoon

Laocoon, zoon van Acoetes, broer van Anchises, en priester van Apollo, trouwde tegen de wil van Apollo en had kinderen. Door het lot was hij aangewezen om aan de kust tot Poseidon te offeren. De gelegenheid bood zich aan, en Apollo zond twee slangen van Tenedos over de golven van de zee om zijn zoons Antiphates en Thymbraeus te doden. Toen Laocoon hen probeerde te helpen, doodden de twee slangen ook hem, in hun kronkels. De Phrygiers dachten dat dit gebeurde omdat Laocoon zijn speer naar het Paard van Troje had geworpen.

136. Polyidus

Toen Glaucus, zoon van Minos en Pasiphae, met een bal speelde, viel hij in een kruik vol honing. Tijdens de zoektocht van de ouders, vroegen zij het orakel van Apollo naar hun jongen. Apollo vertelde hen: U is een wonderkind geboren. Wie dit verklaard zal het kind naar jullie terugbrengen. Toen hij dit gehoord had, begon Minos zijn volk te ondervragen over dit wonder. Zij vertelden hem dat een os was geboren die drie keer per dag van kleur veranderde, elke vier uur – eerst wit, dan rood, dan zwart. Minos riep toen de zieners op om het wonder te verklaren, en toen niemand gevonden werd die dat kon, toonde Polyidus, zoon van Coeranus, dat de os gelijk aan een moerbeiboom was, de eerste vruchten zijn wit, worden dan rood en wanneer ze rijp zijn, zwart. Toen zei Minos tegen hem: ‘Volgens de woorden van Apollo, moet jij in staat zijn om mijn zoon terug te brengen.’ Terwijl Polyidus de voortekenen bestudeerde, zag hij een uil boven de wijnkelder zitten die bijen op de vlucht joeg. Hij verklaarde het voorteken, en haalde de levenloze jongen uit de kruik. Minos zei tegen hem: ‘Je hebt de jongen gevonden. Breng hem nu weer tot leven.’ Toen Polyidus zei dat dit onmogelijk was, gaf Minos opdracht om hem en de jongen op te sluiten in een graftombe, samen met een zwaard. Toen zij ingesloten waren, kwam er plotseling een slang op de jongen af, en Polyidus, denkend dat het schepsel de jongen wilde verslinden, greep het zwaard en doodde de slang. Een andere slang, op zoek naar zijn makker, zag dat hij dood was, kwam terug en bracht een kruid, en de aanraking bracht de dode slang tot leven. Polyidus deed hetzelfde. Toen zij naar buiten riepen, vertelde een passant dit aan Minos, die de graftombe opende en zijn zoon levend aantrof. Hij stuurde Polyidus met vele geschenken terug naar zijn land.

137. Merope

Toen Polyphontes, koning van Messenie, Cresphontes gedood had, zoon van Aristomachus, kwam hij in bezit van diens koninkrijk en zijn vrouw Merope met wie Polyphontes, na de moord op Cresphontes, het koninkrijk deelde. Maar Merope verborg de pasgeboren zoon die ze Cresphontes had gebaard en stuurde hem naar een gastvriend in Aetolie. Polyphontes bleef met veel ijver naar hem zoeken, en beloofde goud aan degene die hem zou doden. Toen hij tot volwassenheid opgroeide, wilde hij wraak nemen voor de dood van zijn vader en zijn broers, zo kwam hij bij koning Polyphontes om het goud op te eisen, en vertelde dat hij de zoon, Aepytus, van Cresphontes en Merope had gedood. In de tussentijd verzocht de koning hem om als gast te blijven, om meer over hem aan de weet te komen. Toen hij van vermoeidheid in slaap viel, kwam een oude man als tussenpersoon huilend bij Merope, en vertelde dat hij niet in het huis van de gastvriend was noch ergens anders gevonden kon worden. Merope, in de veronderstelling dat degene die sliep de moordenaar van haar zoon was, ging de kamer binnen met een bijl, onwetend dat ze op het punt stond haar zoon te doden. De oude man herkende hem en weerhield de moeder van de misdaad. Toen Merope zag dat ze de mogelijkheid had om zich te wreken op haar vijand, verzoende ze zich met Polyphontes. Terwijl de koning vrolijk zijn offer bracht, en zijn ‘gast’ valselijk als slachtoffer werd gepresenteerd om geofferd te worden, doodde Aepytus hem, en herkreeg zijn vader’s koninkrijk.

138. Philyra, die in een lindeboom werd veranderd

Toen Cronus Zeus overal op aarde zocht, lag hij in de gedaante van een paard samen met Philyra, dochter van Oceanus. Van hem baarde ze de Centaur Chiron, waarvan verteld wordt dat hij de eerste was die de geneeskunst uitvond. Nadat Philyra zag dat ze een vreemd ras had gebaard, vroeg ze Zeus om haar te veranderen in een andere gedaante, en zij werd veranderd in een boom die sindsdien de lindeboom genoemd wordt.

139. Cureten

Nadat Rhea Zeus had gebaard van Cronus, vroeg Hera hem aan haar te geven, omdat Cronus Hades in de Tartarus geworpen had, en Poseidon onder de zee, omdat hij wist dat zijn zoon hem van zijn koninkrijk zou beroven. Toen hij Rhea vroeg wat ze had gebaard, om te verslinden, toonde Rhea hem een steen die net als een baby in doeken was gewikkeld; Cronus verslond die. Toen hij realiseerde wat hij had gegeten, ging hij over heel de wereld op zoek naar Zeus. Hera echter, bracht Zeus naar het eiland Kreta, en Amalthea, het kindermeisje, lag hem in een wieg die ze ophing aan een boom, zodat hij niet gevonden kon worden in de hemel of op aarde of in de zee. En opdat de kreten van de baby niet gehoord zouden worden, riep ze jongemannen op en gaf hen kleine bronzen schilden en speren, en gaf hen opdracht om rond de boom te dansen en herrie te maken. In het Grieks worden zij Cureten genoemd; anderen noemen hen Corybanten.

140. Python

Python, nakomeling van Gaea, was een grote slang die, voor de tijd van Apollo, gewoonlijk orakels uitsprak op de berg Parnassus. Hij was tot de dood gedoemd door de nakomelingen van Leto. In die tijd lag Zeus samen met Leto, dochter van Coeus. Toen Hera dit ontdekte, gaf ze opdracht dat Leto moest bevallen op een plek waar de zon niet scheen. Toen Python wist dat Leto zwanger van Zeus was, volgde hij haar om te doden. Maar in opdracht van Zeus voerde de wind Boreas Leto weg, en droeg haar naar Poseidon. Hij beschermde haar, maar om niet tegen de wil van Hera in te gaan, bracht hij haar naar het eiland Ortygia, en bedekte het eiland met golven. Toen Python haar niet kon vinden, keerde hij terug naar Parnassus. Maar Poseidon bracht het eiland in een hogere positie; het werd later het eiland Delos genoemd. Daar beviel Leto, zich vastklampend aan een olijfboom, van Apollo en Artemis, aan wie Hephaistus pijlen als geschenk gaf. Vier dagen nadat ze waren geboren, nam Apollo wraak voor zijn moeder. Want hij ging naar Parnassus en doodde Python met zijn pijlen. Hierom wordt hij de Pythische genoemd. Hij deed Python’s beenderen in een ketel, zette die in een tempel, en stelde lijkspelen voor hem in die de Pythische worden genoemd.

Fabel 141 t/m 160

141. Sirenen

De Sirenen, dochters van de rivier Achelous en de Muze Melpomene, dwaalden weg na de ontvoering van Persephone, en kwamen in het land van Apollo, en werden daar tot vliegende wezens gemaakt in opdracht van Demeter omdat zij haar dochter niet geholpen hadden. Er was voorspeld dat zij slechts zouden leven totdat iemand hen hoorde zingen en toch passeerde. Odysseus bleek fataal voor hen, vanwege zijn listigheid passeerde hij de rotsen waar zij verbleven, waarna zij zich in zee wierpen. Sindsdien wordt die plek Sireniden genoemd, en is gelegen tussen Sicilie en Italie.

142. Pandora

Prometheus, zoon van Iapetus, maakte als eerste een mens uit klei. Later maakte Hephaistus, op bevel van Zeus, een vrouwelijke vorm van klei. Athena gaf het leven, en elk van de andere goden kwam met een andere gave. Hierdoor noemden men haar Pandora. Ze werd als vrouw geschonken aan de broer van Prometheus Epimetheus. Pyrrha was haar dochter, waar van wordt gezegd dat zij de eerste sterveling was die werd geboren.

143. Phoroneus

Inachus, zoon van Oceanus, verwekte Phoroneus bij zijn zuster Argia, van hem wordt gezegd dat hij de eerste van de stervelingen was die regeerde. De mensen leefden vele eeuwen daarvoor zonder steden of wetten, spraken één taal onder de heerschappij van Zeus. Maar nadat Hermes de talen der mensheid had verklaard (toen hij Ermeneutes genoemd werd, ‘tolk,’ want Mercury betekend in het Grieks Hermes; hij ook, verdeelde de naties,) vervolgens ontstond er onenigheid tussen de mensen, dat Zeus niet prettig vond. En dus maakte hij Phoroneus als eerste koning, omdat hij als eerste aan Hera offerde.

144. Prometheus

In vroege tijden verzochten de mensen om vuur van de goden, maar wisten niet hoe zij dit brandend moesten houden. Later bracht Prometheus het naar de aarde met een venkelstengel, en liet de mensen zien hoe zij die brandend moesten houden door het met as te bedekken. Vanwege deze daad, werd hij in opdracht van Zeus, met stalen nagels vastgeklonken aan de berg Kaukasus, en zond een adelaar naar hem toe om van zijn hart te eten; zoveel als hij overdag verslond, zoveel groeide ’s nachts weer aan. Na 30.000 jaar doodde Heracles de adelaar en bevrijde Prometheus.

145. Niobe of Io

Uit Phoroneus en *Cinna (Teledice) werden Apis en Niobe geboren. Niobe was de eerste sterveling die door Zeus werd omarmd; zij baarde Argus naar wie de stad Argos is vernoemd. Uit Argus en Evadne werden geboren Criasus, Piras en Ecbasus; uit Piras en Callirhoe, Argus, Arestorides en Triops; hij … van hem *eurisabe, Anthus, Pelasgus en Agenor; van Triops en * oreaside, Xanthus en Inachus; van Pelasgus, Larisa, van Inachus en Argia, Io. Zeus was verliefd op Io en omarmde haar, en veranderde haar in een vaars zodat Hera haar niet zou herkenen. Toen Hera dat ontdekte, zond ze Argus, die overal glanzende ogen had om haar te bewaken. Op bevel van Zeus doodde Hermes hem. Maar Hera zond een horzel om haar te straffen, en van angst voor het dier werd ze wild en was gedwongen om zich in zee te werpen, die de Ionische Zee wordt genoemd. Van daar kwam ze in Scythie, en de Bosporus wordt naar haar genoemd; daarvandaan ging ze naar Egypte waar ze Epaphus baarde. Toen Zeus zich realiseerde dat zij vanwege hem zo veel moest lijden, gaf hij haar oude vorm aan haar terug, en maakte haar een godin van de Egyptenaren, Isis genaamd.

146. Persephone

Hades vroeg aan Zeus om hem de dochter van Demeter en hijzelf als vrouw te geven. Zeus zei dat Demeter niet zou toestaan dat haar dochter moest leven in de sombere Tartarus, maar vroeg hem haar te schaken als ze bloemen aan het plukken was op de berg Etna, die in Sicilie ligt. Terwijl Persephone bloemen aan het plukken was, met Aphrodite, Artemis en Athena, kwam Hades met zijn vierspan, en schaakte haar. Later kreeg Demeter toestemming van Zeus dat zij elk half jaar bij haar mocht verblijven en de andere helft bij Hades.

147. Triptolemus

Toen Demeter op zoek was naar haar dochter, kwam ze bij koning Eleusis, zijn vrouw Cothonea had net de jongen Triptolemus gebaard, en deed voorkomen of zij een min was. De koningin nam haar graag als verzorgster voor haar zoon aan. Omdat Demeter de jongen onsterfelijk wilde maken, voedde ze hem overdag met goddelijke melk, maar lag hem ’s nachts stiekem in het vuur. Op deze manier groeide hij sneller dan andere stervelingen, en zo, toen de ouders zich hierover verbaasden, hielden zij haar in de gaten. Toen Demeter op het punt stond hem in het vuur te leggen, versteende de vader van angst. In haar woede, sloeg ze Eleusis neer, maar aan Triptolemus, haar pleegzoon, verleende ze eeuwigdurende eer, en ze gaf hem haar door Draken getrokken rijtuig om de teelt van graan te verspreiden. Terwijl hij het rijtuig bestuurde zaaide hij overal graan op aarde. Toen hij terugkeerde, vroeg Celeus hem gedood te worden voor zijn weldaden, maar toen dit bekend werd, gaf hij in opdracht van Demeter het koninkrijk aan Triptolemus, die het Eleusis noemde naar zijn vader. Hij stelde ook heilige riten in ter ere van Demeter, die in het Grieks Thesmophorien worden genoemd.

148. Hephaistus

Toen Hephaistus erachter kwam dat Aphrodite stiekem met Ares sliep, en hij niet tegen zijn kracht opgewassen was, maakte hij een onverwoestbaar net en spande dat boven het bed om Ares met slimheid te vangen. Toen Ares op bezoek kwam, werd hij samen met Aphrodite gestrikt en kon hij zich niet bevrijden. Helius rapporteerde dit aan Hephaistus, die ze naakt zag liggen, en alle goden opriep om te komen kijken. Als resultaat, kon Ares zich van schande niet meer bewegen. Uit hun omhelzing kwam Harmonia voort, aan haar gaven Athena en Hephaistus een mantel ‘gedoopt in misdaden’ als geschenk. Hierdoor zijn hun nakomelingen duidelijk gebrandmerkt door het noodlot. Tegen Helius’ nakomelingen was Aphrodite, vanwege zijn openbaarmaking, echter altijd vijandig.

149. Epaphus

Zeus vroeg aan Epaphus, die hij bij Io verwekte, om de steden in Egypte te ommuren en daar te heersen. Als eerste stichtte hij Memphis, en toen vele anderen. Bij zijn vrouw Cassiopea kreeg hij een dochter, Libya, naar wie het land is vernoemd.

150. Oorlog met de Titanen

Toen Hera zag dat Epaphus, geboren uit een bijvrouw, over zo’n groot koninkrijk heerste, zorgde ze er voor dat hij werd gedood tijdens de jacht, en moedigde de Titanen aan om Zeus van zijn koninkrijk te beroven en het terug te geven aan Cronus. Toen zij probeerden de hemel te beklimmen, gooide Zeus hen, met hulp van Athena, Apollo en Artemis, hals over kop in de Tartarus. Op Atlas, hun leider, plaatste hij het gewelf van de hemel; zelfs nu wordt nog gezegd dat hij het uitspansel op zijn schouders draagt.

151. Kinderen van Typhon en Echidna

Van de gigant Typhon en Echidna werden geboren Gorgon, de driekoppige hond Cerberus, de draak die de appels van de Hesperiden bewaakt aan de overkant van de oceaan, de Hydra die Heracles doodde bij de bron van Lerna, de draak die het gouden vlies bewaakt in Colchis, Scylla die van boven vrouw is maar van onderen een hond, zes hondenkoppen ontsproten aan haar lichaam, de Sphinx die in Boeotie was, de Chimaera uit Lycie van voren een leeuw, van achteren van een slang, en een geit in het midden. Uit Medusa, dochter van Gorgon, en Poseidon, werden Chrysaor en het paard Pegasus geboren; uit Chrysaor en Callirhoe, de drievormige Geryon.

152. Typhon

Tartarus kreeg bij Tartara, Typhon, een schepsel van immense afmetingen en angstwekkende vorm, die honderd drakenhoofden had die van zijn schouders ontsproten. Hij daagde Zeus uit om te zien of deze met hem om de macht wilde strijden. Zeus raakte zijn borst met een bliksem. Toen hij brandde smeet hij de Etna, die in Sicilie is, over hem heen. Sindsdien brand deze nog steeds.

152A. Phaethon

Phaethon, zoon van Helius en Clymene, die stiekem zijn vaders rijtuig had beklommen, en hoog in de lucht reed, viel van angst in de rivier Eridanus. Toen Zeus hem raakte met een bliksem, begon alles te branden. Om een reden te hebben om alle stervelingen uit te roeien, deed Zeus net of hij het vuur wilde doven; hij liet overal de rivieren los, en heel het menselijke ras verdronk behalve Deucalion en Pyrrha. Maar de zusters van Phaethon, omdat zij de paarden hadden bestuurd zonder opdracht van hun vader, werden in populieren veranderd.

153. Deucalion en Pyrrha

Toen de natuurramp die we de vloed of zondvloed noemen had plaatsgevonden, werd heel het menselijke ras uitgeroeid uitgezonderd Deucalion en Pyrrha, die naar de Etna vluchtten, waarvan gezegd wordt dat hij de hoogste berg van Sicilie is. Toen zij niet met de eenzaamheid konden leven, smeekten zij Zeus om hen mensen te geven, of hen te kwellen met eenzelfde ramp. Toen vertelde Zeus hen dat zij stenen over hun rug moesten gooien; degene die Deucalion wierp werden toen mannen, en die Pyrrha wierp, vrouwen. Vanwege dit feit werden zij Laos genoemd, ‘volk’, want steen in het Grieks is las.

154. Phaethon van Hesiodus

Phaethon, zoon van Clymenus, zoon van Helius, en de nimf Merope, een Oceanide, toen hem verteld werd dat zijn grootvader Helius was, maakte slecht gebruik van het rijtuig waar hij om gevraagd had. Want toen hij te dicht bij de aarde kwam, vloog alles in de brand waar hij langs kwam, en, geraakt door een bliksem, viel hij in de Po. Deze rivier wordt in het Grieks Eridanus genoemd; De Indiers werden zwart, omdat hun bloed een donkerder kleur kreeg toen de hitte zo dichtbij kwam. De zusters van Phaethon, ook, in rouw om hun broer, werden in populieren veranderd. Hun tranen, zoals Hesiodus vertelt, veranderde in amber. Zij worden, ondanks hun gedaanteverandering, dochters van Helius, Heliaden, genoemd. Zij heten: Merope, Helie, Aegle, Lampetie, Aetheria, Dioxippe. Bovendien werd, Cycnus, koning van Ligurie, die familie van Phaethon was, veranderd in een zwaan toen hij over zijn familielid rouwde; hij zong bovendien een treurig lied toen het stierf.

155. Zoons van Zeus

Dionysus bij Persephone, die de Titanen verscheurden. Heracles bij Alcmene. Dionysus bij Semele, dochter van Cadmus en Harmonia. Castor en Polydeuces bij Leda, dochter van Thestius. Argus bij Niobe, dochter van Phoroneus. Epaphus bij Io, dochter van Inachus. Perseus bij Danae, dochter van Acrisius. Zethus en Amphion, bij Antiope, dochter van Nycteus. Minos, Sarpedon en Rhadamanthys bij Europa, dochter van Agenor. Hellen bij Pyrrha, dochter van Epimetheus. Aethlius bij Protogenia, dochter van Deucalion. Dardanus bij Electra, dochter van Atlas. Lacedaemon bij Taygete, dochter van Atlas. Tantalus bij Pluto, dochter van Himas. Aeacus bij Aegina, dochter van Asopus. Aegipan bij de geit *boetis. Arcas bij Callisto, dochter van Lycaon. Pirithous bij Dia, dochter van Deioneus.

156. Kinderen van Helius

Circe en Pasiphae bij Perseis, dochter van Oceanus. Bij Clymene, dochter van Oceanus: Phaethon, Lampetie, Aegle en Phoebe.

157. Zoons van Poseidon

Boeotus en Hellen bij Antiope, dochter van Aeolus. Agenor en Belus bij Libya, dochter van Epaphus. Bellerophon bij Eurynome, dochter van Nisus. Leuconoe bij Themisto, dochter van Hypseus. Hyrieus bij Alcyone, dochter van Atlas. Abas bij Arethusa, dochter van Nereus. *Ephoceus bij Alcyone, dochter van Atlas. Actor … Dictys bij Agamede, dochter van Augeas. Evadne bij *lena, dochter van Leucippus. Megareus bij Oenope, dochter van Epopeus. Cycnus bij Calyce, dochter van Hecato. Periclymenus en Ancaeus bij Astypalea, dochter van Phoenix.Neleus en Pelias bij Tyro, dochter van Salmoneus. Euphemus en Lycus en Nycteus bij Celaeno. Dochter van *Ergeus. Peleus *Arprites. Antaeus bij Gaea. Eumolpus bij Chione, dochter van Boreas. Nauplius bij Amymone dochter van Danaus. … eveneens Cyclopen Polyphemus … *metus bij Melite, dochter van Busiris.

158. Zoons van Hephaistus

Philammon, Cecrops, Erichthonius, Corynetes, Cercyon, Philottus, Spinther.

159. Zoons van Ares

Oenomaus bij Sterope. Harmonia bij Aphrodite. Lycus. **** Diomedes, de Thracier. Ascalaphus. Ialmenus. Cycnus. Dryas.

160. Zoons van Hermes

Priapus. Echion bij Antianeira, en Eurytus. Cephalus bij Creusa, dochter van Erechtheus. *eurestus, *aptale. Libys bij Libya, dochter van Palamedes.

Fabel 161 t/m 180

161. Zoons van Apollo

Delphus, Asclepius bij Coronis, dochter van Phlegyas. Euripides bij Cleobule. Ileus bij *urea, dochter van Poseidon. Agreus bij Euboea, dochter van Macareus. Philammon bij Leuconoe, dochter van Phosphorus. Lycoreus bij een nimf. Linus bij de Muze Urania. Aristaeus bij Cyrene, dochter van Peneus.

162. Zoons van Heracles

Hyllus bij Deianira. Tlepolemus bij Astyoche. *leucites. Telephus bij Auge, dochter van Aleus. Leucippus. Therimachus. Creontiades. Archelaus. Ophites. Deicoon. Euhenus. Lydus. Twaalf Thespiaden die hij bij de dochters van koning Thespius verwekte.

163. Amazonen

Ocyale, Dioxippe, Iphinome, Xanthe, Hippothoe, Otrere, Antioche, Laomache, Glauce, Agave, Theseis, Hippolyte, Clymene, Polydora, Penthesilia.

164. Atheners

Toen er een wedstrijd werd gehouden tussen Poseidon en Athena over wie er als eerste een stad in het Attische land zou stichten, namen ze Zeus als rechter. Athena won omdat ze als eerste een olijvenboom plantte in dat land, die er thans nog steeds zijn. Maar Poseidon, in zijn woede, wilde met zijn zee het land overspoelen. Hermes, op bevel van Zeus, verbood dat hij dat zou doen. En zo vernoemde Athena naar haar eigen naam de stad Athene, de eerste stad in de wereld.

165. Marsyas

Athena was de eerste die fluiten maakte van hertenbotten en naar de feestmaaltijden kwam van de goden om daar te spelen. Zeus en Aphrodite dreven de spot met haar omdat ze grijze ogen had en haar wangen bol blies, dus toen ze belachelijk gemaakt werd tijdens haar spel en lelijk genoemd werd ging ze naar een bron in het bos op de Ida, terwijl ze speelde keek ze naar zichzelf in het water, en zag dat ze terecht bespot was. Daarom gooide ze de fluit weg en zwoer dat diegene die hem opraapte zwaar gestraft zou worden. Marsyas, een herder, zoon van Oeagrus, een van de Satyrs, vond hem, en door hard te oefenen speelde hij elke dag beter, en daagde hij Apollo met zijn lier uit om een wedstrijd met hem te houden. Toen Apollo daar aankwam, namen ze de Muzen als jury. Marsyas speelde de sterren van de hemel, totdat Apollo zijn lier ondersteboven hield, en dezelfde melodie speelde – iets dat Marsyas met zijn fluit niet kon. En zo versloeg Apollo Marsyas, bond hem aan een boom, en gaf hem aan een Scythier die het vel van heel zijn lichaam stripte. Hij gaf de rest van het lichaam aan zijn pupil Olympus om te begraven. Van zijn bloed komt de rivier Marsyas aan zijn naam.

166. Erichthonius

Toen Hephaistus gouden sandalen had gemaakt voor Zeus en de andere goden, maakt hij een paar van adamant voor Hera, en op het moment dat ze ging zitten vond ze zichzelf hangend in de lucht terug. Toen Hephaistus opdracht kreeg om zijn moeder die hij gebonden had te bevrijden, uit boosheid omdat zij hem uit de hemel gegooid had, ontkende hij dat hij een moeder had. Toen Dionysus hem dronken terugbracht naar de godenraad, kon hij deze kinderlijke plicht niet weigeren. Vervolgens verkreeg hij vrijheid van keuze van Zeus, om van hen te vragen wat hij maar wilde. Daarom drong Poseidon, omdat hij Athena vijandig gezind was, er bij Hephaistus op aan om Athena ten huwelijk te vragen. Dit werd toegestaan, maar Athena, toen hij haar kamer inliep, verdedigde haar maagdelijkheid met wapens. Terwijl zij streden, viel zijn zaad op de aarde, en daaruit werd een jongen geboren, het onderste gedeelte van zijn lichaam was slangvormig. Ze noemden hem Erichthonius. Toen Athena hem stiekem verzorgde, gaf ze hem in een kist aan Aglaurus, Pandrosus en Herse, dochters van Cecrops, om te bewaken. Een kraai verklapte het geheim toen de meisjes de kist openden, en zij, waanzinnig gemaakt door Athena, wierpen zich in zee.

167. Dionysus

Dionysus, zoon van Zeus en Persephone, werd uiteengereten door de Titanen, en Zeus gaf zijn hart, aan stukken gescheurd, in een drankje aan Semele. Toen ze hierdoor in verwachting raakte, en Hera, zichzelf veranderde in de verzorgster van Semele, Beroe, zei die tegen haar: ‘Dochter, vraag aan Zeus of hij in dezelfde gedaante verschijnt zoals hij bij Hera komt, zodat je weet welk een genot het is om met een god te slapen.’ Op haar advies vroeg Semele dit aan Zeus, en werd gedood door een bliksem. Hij nam Dionysus uit haar schoot, en gaf hem aan Nisus om voor te zorgen. Om deze reden wordt hij Dionysus genoemd, en ook ‘degene met twee moeders’.

168. Danaus

Danaus, zoon van Belus, had vijftig dochter bij evenzovele vrouwen, en zijn broer Aegyptus had hetzelfde aantal zoons. Aegyptus wilde Danaus en zijn dochters doden, zodat hij alleen over het vaderlijke koninkrijk kon regeren; hij vroeg zijn broer om vrouwen voor zijn zoons. Danaus, die het complot doorzag, vluchtte met hulp van Athena van Afrika naar Argos. Toen bouwde Athene voor de eerste keer een schip met twee voorstevens waarmee Danaus kon ontsnappen. Toen Aegyptus er achter kwam dat Danaus was ontsnapt, zond hij zijn zoons achter zijn broer aan, en gebood hen om Danaus te doden of anders niet terug te keren. Toen zij Argos bereikten, begonnen zij hun oom aan te vallen. Toen Danaus zag dat hij hen niet kon weerstaan, beloofde hij zijn dochters als zij de strijd staakten. Zij namen de nichten waarom zij gevraagd hadden als vrouw, maar de meisjes, in opdracht van hun vader, doodden hun echtgenoten, iedereen uitgezonderd Hypermnestra, die Lynceus spaarde. Voor hen is een heiligdom opgericht, maar de anderen moeten in de onderwereld een lekkende kruik met water vullen.

169Amymone

Toen Amymone, dochter van Danaus, gretig in de bossen aan het jagen was, raakte ze een Satyr met haar werpspies. Hij wilde haar ontvoeren, maar zij riep de hulp in van Poseidon. Toen deze verscheen, joeg hij de Satyr weg, en sliep zelf met haar. Uit deze omhelzing kwam Nauplius voort. Op de plek waar dit gebeurde, heeft Poseidon zijn drietand in de grond gestoken. Water vloeide uit de grond, die de fontein van Lerna wordt genoemd en de rivier van Amymone.

169A. Amymone

Amymone, dochter van Danaus, werd door haar vader op pad gestuurd om water te halen voor de heilige riten. Terwijl ze daar naar op zoek was, werd ze moe en viel in slaap. Een Satyr probeerde haar te verleiden, maar ze smeekte om hulp van Poseidon. Toen Poseidon zijn drietand naar de Satyr geworpen had, kwam die vast te zitten in een rots. Poseidon verdreef de Satyr. Toen hij het meisje vroeg wat ze op deze eenzame plek deed zei ze dat ze door haar vader eropuit was gestuurd om water te halen. Poseidon sliep met haar, en als wederdienst verleende hij haar een gunst, verzocht haar om de drietand uit de rots te trekken. Toen ze die eruit trok en er een stroom water vloeide, noemde men die de fontein van Amymone naar haar naam. Uit de omarming werd Nauplius geboren. De fontein werd later echter de fontein van Lerna genoemd.

170. Dochters van Danaus, en degenen die ze doodden

* doodde Armoasbus, *arsalthe doodde Ephialtes, *daplidice doodde *pugno, *demoditas doodde Chrysippus, *europome doodde Athletes, *helicta doodde Cassus, *monuste doodde Eurysthenes, *pyrante doodde Athamas, *pyrantis doodde Plexippus, Acamantis doodde Ecnomius, Amphicomone doodde Plexippus, Amymone doodde *midanus, Arcadia doodde Xanthus, Autodice doodde Clytus, Celaeno doodde Aristonoos, Chrysothemis doodde Asterides, Cleo doodde Asterius, Cleopatra doodde Metalces, Critomedia doodde Antipaphus, Damone doodde Amyntor, Demophile doodde Pamphilus, Electra doodde *hyperantus, Erato doodde Eudaemon, Eubule doodde Demarchus, Eupheme doodde Hyperbius, Eurydice doodde Canthus, Evippe doodde Agenor, Glaucippe doodde *niauius. Hecabe doodde Dryas, Helice doodde *evidea, Hero doodde Andromachus, Hipparete doodde Protheon, Hippothoe doodde Obrimus, Hyale doodde *perius, Itea doodde Antiochus, Midea doodde Antimachus, Myrmidone doodde *mineus, Oeme doodde Polydector, Phila doodde Philinus, Philomela doodde Panthius, Pirene doodde Dolichus, Polybe doodde *itonomus, Polyxena doodde Aegyptus, Scylla doodde Proteus, Themistagora doodde *podasimus, Trite doodde Enceladus, Hypermnestra spaarde Lynceus. Toen Danaus gestorven was en Abas de eerste was die zijn dood rapporteerde, keek Lynceus in de tempel rond wat hij hem as geschenk kon geven, toevallig zag hij het schild dat Danaus aan Hera gewijd had, dat hij had gedragen als jeugdige. Hij pakte het en gaf het aan Abas, en stelde heilige spelen in die om de vijf jaar gehouden worden, en ‘Aspis en Argeia’ genoemd worden. Tijdens deze spelen, wordt geen kransen, maar schilden aan de deelnemers gegeven. Maar de Danaiden, na hun vaders dood, trouwden met mannen uit Achaea, en hun zonen werden Argivers genoemd.

171. Althaea

Oeneus en Ares sliepen beiden op één nacht met Althaea, dochter van Thestius. Toen Meleager werd geboren, verschenen plotseling de Moiren in het paleis: Clotho, Lachesis en Atropos. Zij bezongen aldus zijn lot: Clotho zij dat hij edel zou zijn. Lachesis dat hij moedig zou zijn, maar Atropos die naar een brandend blok hout in de haard keek zei: ‘Hij zal leven zo lang dat blok hout niet verteerd is.’ Toen Althaea, zijn moeder, dit hoorde sprong ze uit bed, maakte het dodelijke vuur uit, en begroef het in het midden van het paleis, zodat het niet vernietigd kon worden door brand.

172. Oeneus

Hoewel Oeneus, zoon van Porthaon, koning van Aetolie, jaarlijks offers had gebracht aan alle goden, maar Artemis was vergeten, was zij boos en zond zij een everzwijn van enorme afmetingen om het gebied van Calydon te teisteren. Toen beloofde Meleager, zoon van Oeneus, dat hij met een aantal gekozen leiders het dier zou aanvallen.

173. Zij die jaagden om het Everzwijn van Calydon

Castor en Polydeuces, zoons van Zeus. Eurytus, zoon van Hermes. .… Parth* … Echion, zoon van Hermes (van Thebe). Asclepius, zoon van Apollo. Iason, zoon van Aeson (van Thebe). Alcon, zoon van Ares uit Thracie. Euphemus, zoon van Poseidon. Iolaus, zoon van Iphiclus. Lynceus en Idas, zoons van Aphareus. Peleus en Telamon, zoons van Aeacus. Admetus, zoon van Pheres. Laertes, zoon van Acrisius. Deucalion, zoon van Minos. Theseus, zoon van Aegeus. Plexippus ….. (Idas Lynceus) zoons van Thestius, broers van Althaea. Hippothous, zoon van Cercyon. Caeneus, zoon van Elatus. Mopsus, zoon van Ampycus. Meleager, zoon van Oeneus. Hippasus, zoon van Eurytus. Ancaeus, zoon van Lycurgus. Phoenix, zoon van Amyntor. Dryas, zoon van Iapetus. Enarophorus, Alcon en Leucippus, zoons van Hippocoon uit Amyclae. Atalanta, dochter van Schoeneus.

173A. De staten die hulp naar Oeneus stuurden

*ternerdos, Iolcus, Sparta, Pleuron, Messene, Perrhaebia, Phthia, Magnesia, Salamis, Calydon, Thessalie, Oechalia, Ithaca, Tegea, Kreta, Dolopis, Athene, Magnesia en Arcadie.

174. Meleager

Althaea, dochter van Thestius, baarde Meleager aan Oeneus. Er was plotseling brandend blok hout in het paleis. De Moiren verschenen, voorspelden het lot van Meleager, en vertelden dat hij net zo lang zou leven tot het blok hout was verteerd. Althaea, deed het in een kist, en bewaarde het zorgvuldig. Vanwege de wraak van Artemis verscheen er in de tussentijd een enorm everzwijn om het gebied van Calydon te teisteren, omdat Oeneus haar niet jaarlijks geofferd had. Meleager, met de hulp van gekozen jongemannen uit Griekenland, doodde het dier, en gaf de huid aan de maagd Atalanta vanwege haar dapperheid. Idas, Plexippus en Lynceus, broers van Althaea, wilden dat van haar afpakken. Toen zij Meleager om hulp riep, kwam hij tussenbeide, liet liefde prevaleren boven familiebanden, en doodde zijn ooms. Toen Althaea, de moeder, hoorde dat haar zoon het gewaagd had om zo’n misdaad te plegen, herinnerde zij zich de waarschuwing van de Moiren, en haalde het blok hout uit de kist en gooide dat in het vuur. Zo, verlangend naar wraak voor de dood van haar broers, doodde ze haar zoon. Maar de zusters werden allen, behalve Gorge en Deianeira, vanwege hun geween, door de wil van de goden veranderd in vogels. Deze worden Meleagriden genoemd. En Alcyone, vrouw van Meleager, stierf van verdriet terwijl ze om hem rouwde.

175Agrius

Toen Agrius, zoon van Porthaon, zag dat zijn broer van zijn kinderen was beroofd en in nood verkeerde, verdreef hij hem uit zijn koninkrijk, en nam zelf de macht over. In de tussentijd, na de val van Troje, kwam Diomedes, zoon van Tydeus en Deipyle, toen hij hoorde dat zijn grootvader uit zijn koninkrijk was verdreven naar Aetolie met Sthenelus, zoon van Capaneus, en vocht met Agrius’ zoon, Lycopeus. Hij doodde hem, en verbande de behoeftige Agrius uit het koninkrijk, en gaf het terug aan zijn grootvader Oeneus. Later doodde Agrius, verstoten uit het koninkrijk, zichzelf.

176. Lycaon

Zeus kwam eens als gast naar Lycaon, zoon van Pelasgus, en verleidde toen zijn dochter Callisto. Uit hen werd Arcas geboren, die het land naar zichzelf vernoemde. Maar de zoons van Lycaon wilden Zeus testen, om te zien of hij wel of geen god was; zij mengden menselijk vlees met het andere vlees, en zette dit voor hem aan tafel. Toen Zeus dit merkte, gooide hij woedend de tafel omver, en doodde de zoons van Lycaon met een bliksem. Later vestigde Arcas op die plek een versterkte stad die hij Trapezus noemde. Maar Lycaon, hun vader, veranderde Zeus in een wolf.

177. Callisto

Callisto, dochter van Lycaon, werd door de wraak van Hera veranderd in een beer, omdat ze met Zeus had samengelegen. Later plaatste Zeus haar tussen de sterren als het sterrenbeeld Beer, dat niet van plaats verandert, of ondergaat. Want Tethys, vrouw van Oceanus, en pleegmoeder van Hera, verbood het om onder te gaan in de oceaan. Dit is de Grote Beer, waarover in Kretenzer verzen is geschreven: ‘Gij, ook, geboren uit de veranderde Lycaonische nimf, die, gestolen van de koude Arcadische hoogte, door Tethys verboden werd om ooit in de oceaan onder te gaan omdat zij het eens waagde om een bijslaap te zijn van haar pleegkind.’ Deze beer, wordt door de Grieken Helice genoemd. Ze heeft zeven doffe sterren om haar hoofd, twee bij elk oor, een op haar schouder, een helder op haar borst, een op haar voorbeen, een heldere aan de punt van haar staart; twee op de achterkant van haar dijbeen, en twee onder haar voeten; en drie op haar staart. In totaal twintig.

178. Europa

Europa was de dochter van Argiope en Agenor, een Sidonier. Zeus, die zich veranderde in een stier, droeg haar van Sidon naar Kreta, en verwekte Minos, Sarpedon en Rhadamanthys bij haar. Haar vader Agenor stuurde zijn zoons eropuit om hun zuster terug te brengen, of anders niet meer in terug te komen. Phoenix ging naar Afrika, en bleef daar. Hierdoor worden de Afrikanen Phoeniciers genoemd. Cilix gaf zijn naam aan de stad Cilicie. Cadmus kwam tijdens zijn zoektocht in Delphi. Daar vertelde het orakel hem om een koe te kopen van boeren die een maanvormig teken op zijn zij had, en het voor hem uit te drijven. Waar het ging liggen was het voorbeschikt dat hij daar een stad zou stichtten en regeren. Nadat Cadmus het orakel gehoord had, deed hij wat hem verteld was. Op zoek naar water kwam hij bij de bron van Castalia, waar een draak, een kind van Ares, die bewaakte. Het beest doodde de makkers van Cadmus, maar werd door Cadmus met een steen gedood. Op advies van Athena zaaide hij de tanden en ploegde hen onder de grond. Daaruit ontsproten de Sparten. Zij vochten met elkaar, maar vijf van hen overleefden, namelijk: Chthonius, Udaeus, Hyperenor, Pelorus en Echion. Bovendien werd het land Boeotie genoemd naar de os die Cadmus had gevolgd.

179. Semele

Zeus wenste met Semele samen te liggen, en toen Hera dit ontdekte, veranderde ze haar gedaante in die van de verzorgster Beroe, ging naar Semele, en stelde voor dat zij aan Zeus zou vragen om naar haar toe te komen zoals hij naar Hera ging, ‘Zodat je weet’, zei ze, ‘welke een plezier het is om met een god samen te liggen.’ En zo vroeg Semele aan Zeus om in die gedaante bij haar te komen. Haar verzoek werd ingewilligd, en Zeus, verschijnend met zijn donder en bliksems, brandde Semele tot de dood. Uit haar schoot werd Dionysus geboren. Hermes greep hem uit het vuur en gaf hem aan Nisus om te verzorgen.

180. Actaeon

Actaeon, zoon van Aristaeus en Autonoe, een herder, zag Artemis baden en wilde met haar de liefde bedrijven. Hier zeer kwaad over, liet Artemis hoorns op zijn hoofd groeien, en werd hij door zijn eigen honden verslonden.

Fabel 181 t/m 200

181. Artemis

Toen Artemis, vermoeid van het jagen in de beschaduwde vallei van Gargaphie, in de zomer een bad in de rivier de Parthenius nam, bezocht Actaeon, kleinzoon van Cadmus, zoon van Aristaeus en Autonoe, dezelfde plek om zich te verkoelen met zijn honden waarmee hij oefeningen had gedaan in het achtervolgen van wilde beesten. Hij zag de godin en om te voorkomen dat hij dit zou rondvertellen, veranderde ze hem in een mannetjeshert. Als dit hert werd hij toen door zijn honden verminkt. Hun namen waren (allen mannetjes): Aello, Agriodus, Alce, Arcas, Aura, Canache, Cyprius, Dorceus, Dromas, Echnobas, Harpalus, Harpyia, Hylactor, Hylaeus, Ichnobates, Labros, Lachne, Lacon, Ladon, Laelaps, Leucon. Lycisca, Melampus, Melaneus, Nape, Nebrophonus, Oribasus, Pamphagus, Poemenis, Pterelas, Sticte, Therodanapis, Theron, Thous, Tigris. Degene die hem verslonden waren de vrouwtjes: Agre, Melanchaetes, Oreistrophos, Theridamas, Andere schrijvers gaven hen de namen: Acamas, Aethon, Borax, Boreas, Charops, Corus, Cyllopodes, Draco, Dromius, Eudromus, Haemon, Harpalicus, Ichneus, Leon, Machimus, Melampus, Obrius. Ocydromus, Ocythous, Pachaylus, Stilbon, Syrus, Zephyrus. En de vrouwtjes: *chediaetros, *sagnos, *volatos, Arethusa, Argo, Cyllo, Dinomache, Dioxippe, Echione, Gorgo, Harpyia, Lacaena, Leaena, Lynceste, Ocydrome, Ocypete, Orias, Oxyrhoe, Theriope, Theriphone, Urania.

182. Dochters van Oceanus

De dochters van Oceanus zijn Eidothea, Althaea en Adrastia, maar anderen zeggen dat zij dochters waren van Melisseus, en de verzorgsters van Zeus. De nimfen die Dodoniers genoemd worden (anderen noemen hen Najaden)……. Hun namen zijn: Cisseis, Nysa, Erato, Eriphe, Bromis en Polyhymno. Op de berg Nysa verleende hun pleegzoon (Dionysus) hen een gunst, door een verzoek aan Medea te richten. Door ouderdom af te werpen, werden zij in jonge meisjes veranderd, en later, ingewijd tussen de sterren, zij worden de Hyaden genoemd. Anderen zeggen dat hun namen waren: Arsinoe, Ambrosia, Bromie, Cisseis en Coronis.

183. Namen van de paarden van Helius en de Uren

Eous; door hem draaide de hemel. Aethiops, de beroemde, roostert het graan. Deze paarden zijn mannelijk. De vrouwelijke zijn jukdragers: Bronte, die we donder noemen, Sterope, die we de bliksem noemen. Eumelus van Corinthe is de zegsman van hen. Daar zijn echter ook diegene die Homerus noemt: Abraxas, *therbeeo. Ook Ovidius: Pyrois, Eous, Aethon en Phlegon. De namen van de Uren, dochters van Zeus, zoon van Cronus, en Themis, dochter van Titaea zij de volgende: Auxo, Eunomia, (Orde), Pherusa, Carpo (fruit), Dike (gerechtigheid), Euporia, Eirene (vrede), Orthosie, Thallo. Andere schrijvers noemen hen: Auge (wanneer het licht verschijnt), Anatole (Dageraad), Musica, Gymnastica, Nymphe (uur van het baden), Mesembria (middag), Sponde (drankjes ingeschonken voor het avondeten), *elete *acte, Hesperis en Dysis (zonsondergang).

184. Pentheus en Agave

Pentheus, zoon van Echion en Agave, ontkende dat Dionysus een god was, en weigerde zijn Mysterien te introduceren. Vanwege dit werden, Agave zijn moeder, samen met haar zussen Ino en Autonoe, door Dionysus waanzinnig gemaakt en scheurden hem in stukken. Toen Agave bij zinnen kwam en zag welke misdaad ze door uitlokking van Dionysus had gepleegd, vluchtte ze naar Thebe. Tijdens haar zwerftocht kwam ze in het gebied van Illyrie bij koning Lycotherses, die haar ontving.

185. Atalanta

Schoeneus was vader van de zeer mooie dochter, Atalanta, die vanwege haar snelheid mannen in wedstrijden overtrof. Zo vroeg haar vader om maagd te mogen blijven. En zo, omdat velen naar haar hand dongen, schreef haar vader een wedstrijd uit. De vrijers moesten eerst met haar strijden in een hardloopwedstrijd; vervolgens werd er een limiet gesteld, dat de man, ongewapend, moest vluchten, terwijl zij hem achtervolgde met een wapen; degene die ze inhaalde binnen de limiet, mocht ze doden, en zijn hoofd ophangen in het stadion. Toen ze velen had ingehaald en gedood, werd ze uiteindelijk verslagen door Hippomenes, zoon van Megareus en Merope. Want hij had van Aphrodite drie prachtige appels gehad, en was door haar geinstrueerd hoe er mee om te gaan. Door ze tijdens de wedstrijd op de grond te werpen. Hij vertraagde zo haar snelheid, want zij raapte ze op en bewonderde hun schoonheid, ze verloor tijd, en schonk de overwinning aan de jeugd. Schoeneus gaf welwillend zijn dochter vanwege zijn vindingrijkheid, maar toen hij haar mee naar huis nam, vergetend dat hij door de gunst van Aphrodite gewonnen had, bedankte hij haar niet. Terwijl hij op de berg Parnassus aan Zeus offerde, door de woedende Aphrodite ontstoken met passie, lag hij met Atalanta samen in het heiligdom, hierdoor veranderde Zeus hen in een leeuw en een leeuwin, dieren aan wie de goden samenliggen verbieden.

186. Melanippe

Poseidon verleidde Melanippe, een prachtig meisje, dochter van Desmontes of van Aeolus, en verwekte bij haar twee zoons. Toen Desmontes dit ontdekte, maakte hij Melanippe blind, en sloot haar op in een gevangenis, met de opdracht dat haar zeer weinig te eten te geven, en de kinderen voor de wilde dieren te werpen. Toen zij naar buiten werden gegooid, kwam er een drachtige koe die hen haar uiers aanbood, en koeherders, die dit zagen, namen de kinderen mee en brachten ze groot. In de tussentijd eiste Metapontus, Koning van Icaria, van zijn vrouw Theano dat ze hem kinderen zou baren, of anders het koninkrijk verlaten. Zij, in angst, stuurde bericht naar de herders om een kind te zoeken dat ze kon laten zien aan de koning. Deze zonden haar de twee baby’s die ze hadden gevonden, en zij toonden hen als haar eigen kinderen aan koning Metapontus. Later baarde Theano twee zoons aan Metapontus. Maar omdat Metapontus buitengewoon gesteld was op de eerste twee, ze waren zeer knap, zocht Theano een manier om ze kwijt te raken en het koninkrijk te bewaren voor haar eigen zoons. De dag kwam dat Metapontus ging offeren aan Artemis, en Theano, de mogelijkheid benuttend, openbaarde aan haar zoons dat de oudere jongens niet van haar waren. ‘Dus, als ze gaan jagen, dood ze dan met jagersmessen.’ Toen ze de bergen in gingen begonnen ze, op advies van hun moeder, te vechten. Maar met hulp van Poseidon, overwonnen de zoons van Poseidon en doodden hen. Toen hun lichamen in het paleis gedragen werden, pleegde Theano zelfmoord met een jagersmes. De wrekers, Boeotus en Aeolus, vluchtten naar de herders waar ze door waren grootgebracht, en daar openbaarde Poseidon aan hen dat zij zijn zoons waren en dat hun moeder gevangen werd gehouden. Zij gingen naar Desmontes, doodden hem, en bevrijdden hun moeder, die Poseidon het zicht weer in haar ogen gaf. Haar zoons brachten haar naar Icaria bij koning Metapontus, en onthulden Theano’s verraad aan hem. Na dit gebeuren, trouwde Metapontus met Melanippe, en adopteerde de twee als zijn zoons. In Propontis stichtten ze twee steden die naar hen vernoemd werden – Boeotus Boeotie, en Aeolus Aeolia.

187. Alope

Omdat Alope, dochter van Cercyon, zeer mooi was, omarmde Poseidon haar, en uit deze omhelzing baarde ze een kind dat ze aan een verzorgster gaf om te vondeling te leggen, omdat ze zijn vader niet kende. Toen het kind te vondeling lag, kwam er een merrie die het melk gaf. Een zekere herder, de merrie volgend, zag het kind en nam het mee. Toen hij het thuis had gebracht, gekleed in zijn vorstelijke kleding, vroeg een andere herder om het kind aan hem te geven. De eerste gaf het kind zonder kleding, en toen er hierover twist uitbrak, degene die het kind genomen had eiste tekens dat het vrij geboren was, weigerde de ander die te geven, gingen ze naar koning Cercyon en vertelden hun argumenten. Degene die het kind genomen had eiste de kledingstukken, die werden gebracht, waarna Cercyon wist dat het kledingstukken van zijn dochter waren. Alope’s verzorgster, in angst, onthulde aan de koning dat het kind van Alope was, en hij gaf opdracht om haar gevangen te nemen en te doden, en het kind te vondeling te leggen. De merrie voedde het opnieuw; herders vonden weer het kind, namen hem mee, en brachten hem groot, voelend dat hij door de goden bewaakt werd. Ze noemden hem Hippothous. Toen Theseus uit Troezen gereisd kwam, doodde hij Cercyon; Hippothous, echter, kwam naar Theseus en vroeg om zijn vaders koninkrijk. Theseus gaf het welwillend aan hem toen hij ontdekte dat hij de zoon van Poseidon was, van wie hij beweerde zelf af te stammen. Het lichaam van Alope veranderde Poseidon in een bron, die naar haar vernoemd werd.

188. Theophane

Theophane, een prachtig meisje, was de dochter van Bisaltes. Toen vele vrijers bij haar vader om haar hand vroegen, Ontvoerde Poseidon haar en nam ze mee naar het eiland Crimissa. Toen de vrijers te weten kwamen dat ze daar verbleef, bemachtigden zij een schip en spoedden zich naar Crimissa. Om hen te misleiden, veranderde Poseidon Theophane in een zeer mooie ooi, en zichzelf in een ram, en de inwoners van Crimissa in vee. Toen de vrijers daar aankwamen en geen menselijke wezens vonden, begonnen zij het vee te slachten en op te eten. Toen Poseidon zag dat de mensen die veranderd waren vernietigd werden, veranderde hij de vrijers in wolven. Hijzelf, in de gedaante van een ram, lag samen met Theophane, en uit deze vereniging werd de Ram met de Gouden Vacht geboren die Phrixus naar Colchis droeg, en zijn vel, dat hing in het bos van Ares, door Iason werd meegenomen.

189. Procris

Procris was de dochter van Pandion. Cephalus, zoon van Deion, had haar als vrouw, en omdat zij door wederzijdse liefde waren gebonden, beloofden zij elkaar nooit ontrouw te zijn. Maar toen Cephalus, die gek was op jagen, in de vroege ochtend naar de bergen was gegaan, werd Eos, de vrouw van Tithonus, hartstochtelijk verliefd op hem, en smeekte om zijn liefde. Hij weigerde, omdat hij zijn belofte aan Procris had gegeven. Toen zei Eos: ‘Ik wil niet dat je haar vertrouwen krenkt, mits zij dat niet eerder heeft gedaan.’ En zo veranderde ze zijn gedaante in dat van een vreemdeling, en gaf hem prachtige geschenken voor Procris. Toen Cephalus in zijn veranderde gedaante daar aankwam, gaf hij haar de geschenken en lag met haar samen. Daarna nam Eos zijn nieuwe gedaante weg. Toen Procris Cephalus zag, wist ze dat ze was bedrogen door Eos, en vluchtte naar het eiland Kreta, waar Artemis gewoonlijk jaagde. Toen Artemis haar zag, zei ze tegen haar: ‘Maagden jagen samen met mij, maar jij bent geen maagd, verlaat mijn gezelschap.’ Procris openbaarde aan Artemis haar het ongeluk en vertelde dat ze was misleid door Eos. Artemis, bewogen door medelijden, gaf haar een speer die niet kon missen, en de hond Laelaps aan wie geen wild beest kon ontsnappen, en verzocht haar om de strijd aan te binden met Cephalus. Met afgeknipt haar, en in de kleding van een jongeman, door de wil van Artemis, kwam ze bij Cephalus en daagde hem uit, en overtrof hem in de jacht. Toen Cephalus zag dat de speer en de hond niet te overtreffen waren, vroeg hij de vreemdeling hen aan hem te verkopen, niet wetend dat zij zijn vrouw was. Ze weigerde. Hij beloofde haar ook een deel van zijn koninkrijk; ze weigerde nog steeds. ‘Maar als, zei ze, ‘je dicht echt wil, gun me dan datgene dat jongens niet gegund word.’ Brandend van verlangen voor de speer en de hond, beloofde hij wat ze wilde. Toen zij in de slaapkamer kwamen, trok Procris haar tuniek uit en toonde dat ze een vrouw en zijn echtgenote was. Cephalus nam de geschenken en herwon opnieuw haar gunsten. Toch volgde ze hem uit vrees voor Eos de volgende ochtend om hem in de gaten te houden, en verborg zich in de bosjes. Toen Cephalus de bosjes zag bewegen, wierp hij de nooit missende speer, en doodde zijn vrouw, Procris. Bij haar verwekte hij een zoon Arcisius, wiens zoon Laertes was, de vader van Odysseus.

190. Theonoe

De ziener Thestor had een zoon Calchas, en dochters Leucippe en Theonoe. Toen Theonoe aan het spelen was, werd ze ontvoerd door zeepiraten die haar naar Carie brachten, waar koning Icarus haar al bijvrouw kocht. Thestor ging op zoek naar zijn dochter, en kwam tengevolge van een schipbreuk ook in Carie terecht, waar hij werd gegrepen en in de ketenen geslagen op de plek waar Theonoe verbleef. Leucippe, nu dat haar vader en zuster waren verdwenen, vroeg aan Delphi of ze naar hen op zoek moest gaan. Apollo antwoordde: ‘Zoek overal op aarde als mijn priester, en je zult hen vinden.’ Toen Leucippe dit gehoord had, knipte ze haar haren af, en ging als jeugdige priester van land naar land om hen te zoeken. Toen ze in Carie kwam, zag Theonoe haar, denkend dat zij een priester was, en werd verliefd op ‘hem’, zij gaf opdracht ‘hem’ te halen zodat ze met ‘hem’ kon samenliggen. Maar zij, omdat ze een vrouw was, zei dat dit niet kon. Theonoe werd kwaad en gaf opdracht om de priester op te sluiten in een kamer en dat iemand van de bedienden moest komen om hem te doden. De oude man Thestor werd onwetend naar zijn dochter gestuurd om de moord uit te voeren. Theonoe herkende hem niet en gaf hem een zwaard, en gebood hem de priester te doden. Toen hij binnenkwam, met het zwaard in de hand, vertelde hij dat hij Thestor heette; twee dochters had verloren, Leucippe en Theonoe, en terecht was gekomen in deze put van ellende, en opdracht had gekregen om een misdaad te plegen. Toen hij het wapen omgekeerd had en op het punt stond om zelfmoord te plegen, ontfutselde Leucippe hem, toen ze haar vaders naam hoorde, zijn zwaard. Om de koningin te vermoorden, vroeg ze haar vader Thestor om haar te helpen. Theonoe toonde, toen ze haar vaders naam hoorde, bewijzen dat ze zijn dochter was. Vervolgens stuurde koning Icarus, na de herkenning, hem terug naar zijn land met geschenken.

191. Koning Midas

Midas, koning van Mygdonia, zoon van de moedergodin Cybele en Tmolus werd tot jurylid benoemd in de tijd dat Apollo streed met Marsyas, of Pan, op de fluit. Toen Tmolus de zege aan Apollo schonk, zei Midas dat hij die liever aan Marsyas gaf. Boos zei Apollo toen tegen Midas: ‘Je zult oren krijgen die passen bij je geest om te kunnen oordelen’, en met deze woorden bezorgde hij hem ezelsoren. In diezelfde tijd leidde Dionysus zijn leger naar Indie, Silenus zwierf weg; Midas ontving hem zeer gastvrij, en gaf hem een gids om hem de weg naar de groep van Dionysus te wijzen. Vanwege deze dienst, gaf Dionysus aan Midas het voorrecht om te vragen wat hij maar wilde. Midas vroeg om al dat hij aanraakte te veranderen in goud. Toen deze wens werd vervuld, en hij in zijn paleis kwam, veranderde alles dat hij aanraakte in goud. Toen hij werd gekweld door honger, smeekte hij Dionysus om de gave van hem weg te nemen. Dionysus gaf hem opdracht om in de rivier Pactolus te gaan baden, en toen zijn lichaam het water raakte kreeg dat een gouden kleur. Deze rivier in Lydie wordt nu de Chrysorrhoas genoemd.

192. Hyas

Atlas had bij Pleione, een Oceanide, twaalf dochters, en een zoon, Hyas. Deze zoon werd gedood door een wild everzwijn of een leeuw, en de zusters, die om hem rouwden, stierven van verdriet. De eerste vijf van hen werden tussen de sterren geplaatst tussen de hoorns van de Stier – Phaesyla, Ambrosia, Coronis, Eudora en Polyxo – en werden, naar de naam van hun broer, Hyaden genoemd. Of in het Latijns Suculae. Anderen vertellen om dat ze in de vorm van de letter Ypsilon zijn gerangschikt Hyaden genoemd worden; sommigen zeggen dat zij zo genoemd worden omdat zij regen brengen wanneer ze verschijnen, want ‘gaan regenen’ is hyein in het Grieks. Er zijn ook mensen die denken dat zij tussen de sterren zijn geplaatst omdat ze de verzorgsters van Dionysus waren die Lycurgus verdreef van het eiland Naxos. De rest van de zusters, later stervend van verdriet, werden tot sterren gemaakt, en omdat het er zoveel waren, werden zij Plejaden genoemd. Sommigen denken dat zij zo genoemd worden omdat zij op een hoop staan, dat betekend, plesion, want zij staan zo dicht bij elkaar dat ze bijna niet geteld kunnen worden, noch kan iemand zeker zeggen of het er zes of zeven zijn. Hun namen zijn: Electra, Alcyone, Celaeno, Merope, Sterope, Taygete en Maia. Hiervan zegt men dat Electra niet verschijnt, vanwege de dood van Dardanus en het verlies van Troje. Anderen denken dat Merope lijkt te blozen omdat ze een sterveling als echtgenoot had, en de anderen goden. Hierom verdreven uit de kring van haar zusters, draagt ze heur haar lang, en wordt een komeet genoemd, of langgerekte omdat ze over een lange afstand uitsliert, of xiphias omdat ze de vorm van een zwaardpunt heeft. Ook deze ster ook voorspelde verdriet.

193. Harpalycus

Harpalycus, een Thracier, koning van de Amymnei, had een dochter Harpalyce. Toen haar moeder stierf, voedde hij haar aan de spenen van koeien en merries en, toen ze opgroeide, leerde haar met wapens om te gaan, met de bedoeling dat zij hem later zou opvolgen op de troon. En het meisje stelde haar vader niet teleur, want ze bewees een even goede strijder te zijn en veiligheid aan haar ouders te brengen. Maar toen Neoptolemus, terugkerend van Troje, Harpalycus aanviel en hem ernstig verwondde, redde ze haar vader van de dood door de vijand aan te vallen en hem te verjagen. Maar toen Harpalycus werd gedood tijdens een opstand van de inwoners, en haar vaders dood Harpalyce zeer aan het hart ging, begaf ze zich naar de bossen, en plunderde daarvandaan de kudden, maar stierf uiteindelijk door een aanval van de herders.

194. Arion

Omdat Arion van Methymna zeer vaardig was in het bespelen van de lier, was koning Periander van Corinthe dol op hem. Toen hij toestemming van de koning had gekregen om zijn kunst in het land uit te oefenen en een groot fortuin had vergaard, bedachten zijn bedienden, samen met de zeelui, een plan om hem te vermoorden. Apollo verscheen in zijn droom en drong er bij hem op aan om te zingen met de bloemenkrans der dichters, en zichzelf over te geven aan diegenen die hem wilden komen helpen. Toen de bedienden en zeelui op het punt stonden om hem te doden, vroeg hij om toestemming om nog een keer te zingen. Toen het geluid van de lier en zijn stem hoorbaar werden, verschenen er dolfijnen rond het schip, en bij hun verschijning wierp hij zichzelf in zee. Zij hielden hem in leven en brachten hem naar Corinthe bij koning Periander. Toen hij land bereikte, en gretig aan zijn reis begon, vergat hij de dolfijn terug te duwen in zee waardoor deze stierf. Toen hij over zijn tegenslag aan Periander vertelde, gaf deze opdracht om de dolfijn te begraven, en er een monument boven op te richten. Korte tijd later, kreeg Periander bericht dat het schip waarmee Arion had gevaren naar Corinthe was uitgeweken door een storm. Hij gaf opdracht om de bemanning voor hem te brengen, en toen hij hen ondervroeg over Arion, beweerden deze dat hij was gestorven en zij hem begraven hadden. De koning antwoordde: ‘Morgen moeten jullie dat zweren bij het monument van de dolfijn.’ Hij gaf opdracht om hen onder bewaking te stellen, en gaf Arion opdracht om zich de volgende ochtend te verstoppen in het monument van de dolfijn, gekleed in de kleding die hij aanhad toen hij zichzelf in zee wierp. Toen de koning hen daar gebracht had, en hen opdracht gaf om bij de vertrokken geest van de dolfijn te zweren dat Arion dood was, klom Arion uit het monument. In verbazing, zich verwonderend welke godheid hem gered had, vielen zij stil. De koning gaf opdracht om hen te kruisigen bij het monument van de dolfijn, maar Apollo, vanwege de kundigheid van Arion met de lier, plaatste hem en de dolfijn tussen de sterren.

195. Orion

Zeus, Poseidon en Hermes kwamen als gast naar koning Hyrieus in Thracie. Omdat zij gastvrij door hem werden ontvangen, beloofden zij hem waar hij ook maar om zou vragen. Hij vroeg om kinderen. Hermes bracht de huid van de stier die Hyrieus aan hem geofferd had; zij urineerden er op, begroeven het in de aarde, waaruit Orion werd geboren. Toen deze Artemis probeerde te verkrachten, vermoordden ze hem. Later werd hij door Zeus tussen de sterren geplaatst, en noemden hem Orion.

196. Pan

Toen de goden in Egypte het monster Typhon vreesden, gaf Pan hen opdracht zichzelf in wilde beesten te veranderen om hem makkelijker te misleiden. Later doodde Zeus hem met een bliksem. Door de wens van de goden, omdat zij door zijn waarschuwing de gewelddadigheden van Typhon konden ontwijken, werd Pan tussen de vele sterren geplaatst, omdat hij zich toen veranderd had in een geit, werd hij Aegocerus genoemd, wij noemen hem Steenbok.

197. Aphrodite

Er wordt verhaald dat in de Euphrates eens een ei van reusachtige afmetingen was gevallen, dat de vissen naar de oever rolden. Er gingen duiven op zitten, en toen het warm was, kwam Aphrodite eruit, die later de Syrische godin werd genoemd. Omdat ze uitmuntte in rechtvaardigheid en oprechtheid, werden door een gunst van Zeus, de vissen tussen de sterren geplaatst, en eten de Syriers vanwege dit feit geen vissen of duiven, omdat zij hen als goden zien.

198. Nisus

Nisus, zoon van Ares, of zoals anderen vertellen, van Deion, en koning van de Megaranen, had een purperen lok op zijn hoofd. Een orakel vertelde hem dat hij zou regeren zolang als hij die lok behield. Toen Minos, zoon van Zeus, was aangekomen om hem aan te vallen, werd Scylla, dochter van Nisus, door uitlokking van Aphrodite verliefd op hem. Om hem te laten winnen, sneed ze de fatale lok van het hoofd van haar slapende vader, en werd Nisus door Minos verslagen. Hij zei dat het heilige Kreta zo’n misdadigster niet zou ontvangen. Ze wierp zich in zee om aan vervolging te ontkomen. Nisus werd echter, die achter zijn dochter aanging, veranderd in een halliaetos, een zeeadelaar. Scylla, zijn dochter, werd veranderd in een vis die men ciris noemt, en zelfs nu nog, als die vogel de vis ziet zwemmen, duikt hij in het water, grijpt de vis, en verscheurt het met zijn klauwen.

199. De andere Scylla

Scylla, dochter van de rivier Crataeis, was een wondermooi meisje. Glaucus was verliefd op haar, maar Circe, dochter van Helius, was verliefd op Glaucus. Omdat Scylla gewoon was te baden in zee, vergiftigde Circe, dochter van Helius, uit jaloersheid het water met kruiden, en toen Scylla in zee ging, ontsproten er honden van haar dijen, en werd ze een monster. Ze nam wraak voor haar letsel, want toen Odysseus passeerde, beroofde ze hem van zijn kameraden.

200. Chione

Apollo en Hermes hadden eens op dezelfde nacht met Chione geslapen, of, zoals andere schrijvers vertellen, met Philonis, dochter van Daedalion. Aan Apollo baarde ze Philammon, en aan Hermes, Autolycus. Later sprak zij tijdens de jacht hooghartig tegen Artemis, en werd door haar pijlen gedood. Maar de vader Daedalion, vanwege zijn verdriet om zijn enige dochter, werd door Apollo veranderd in het vogeltje Daedalion, de havik.

Fabel 201 t/m 220

201. Autolycus

Hermes gaf aan Autolycus, die hij bij Chione verwekt had, het talent om zo een bekwame dief te zijn dat hij niet gegrepen kon worden, hij kon alles veranderen wat hij ook maar stal – van wit naar zwart, of van zwart naar wit, van een gehoornd dier tot een dier zonder hoorns. Toen hij maar bleef stelen van de herders van Sisyphus en niet gegrepen kon worden, was Sisyphus overtuigd dat hij stal omdat Autolycus’ aantallen vee groeiden terwijl de zijne kleiner werden. Om hem te vangen, zette hij een merkteken op de hoeven van zijn vee. Toen Autolycus op de gebruikelijke manier had gestolen, kwam Sisyphus naar hem toe en herkende het vee dat was gestolen aan de merktekens op hun hoeven, en nam ze mee terug. Terwijl hij daar verbleef, verleidde hij Anticlea, de dochter van Autolycus. Ze werd later als vrouw gegeven aan Laertes, en baarde Odysseus. Sommige schrijvers noemen hem dienovereenkomstig Sisypheaans; vanwege deze afkomst was hij zeer slim.

202. Coronis

Toen Apollo Coronis, dochter van Phlegyas, zwanger maakte, liet hij haar in de gaten houden door een kraai, zodat niemand haar geweld kon aandoen. Maar Ischys, zoon van Elatus, sliep met haar, en hiervoor werd hij door een bliksem van Zeus gedood. Apollo sloeg de zwangere Coronis, en doodde haar. Hij nam Asclepius uit haar schoot en voedde hem op, maar de kraai die haar bewaakt had veranderde hij van wit naar zwart.

203. Daphne

Toen Apollo de maagd Daphne achtervolgde, dochter van de rivier Peneus, smeekte ze Gaea om bescherming, die haar ontving, en veranderde in een laurierboom. Apollo brak daar een tak van af en bond dit om zijn hoofd.

204. Nyctimene

Nyctimene, dochter van Epopeus, koning van de bewoners van Lesbos, was een heel mooi meisje. Haar vader, Epopeus, gek van passie, omarmde haar, en overweldigd door schaamte, verborg ze zich in het bos. Athena veranderde haar uit medelijden in een uil die, uit schaamte, niet in het licht komt maar ’s nachts verschijnt.

205. Arge

Toen Arge, een jageres die een hert achtervolgde, eens tegen het dier zei: ‘Hoewel je net zo snel bent als de zon, zal ik je toch inhalen.’, veranderde Helius haar, uit woede, in een hinde.

206. Harpalyce

Clymenus, zoon van Schoeneus, koning van Arcadie, overweldigd door passie, sliep met zijn dochter Harpalyce. Toen ze beviel, diende ze haar zoon tijdens de maaltijd op. De vader, toen hij dit merkte, doodde

207 t/m 218. Harpalyce

Ontbrekende fabels

219. Archelaus

Archelaus, zoon van Temenus, kwam toen hij verbannen werd door zijn broers, in Macedonie bij koning Cisseus. De koning, die door zijn buren belegerd werd, beloofde hem zijn koninkrijk (omdat hij van Heracles afstamde, Temenus was een zoon van Heracles) en zijn dochter als vrouw, als hij hem tegen zijn vijanden beschermde. Hij joeg tijdens de strijd de vijanden op de vlucht, en vroeg de koning om datgene wat hij beloofd had. Maar die, afgeraden door zijn vrienden, kwam terug op zijn belofte, en probeerde hem verraderlijk te doden. Hij gaf opdracht om een diepe valkuil te graven, er kolen in aan te brengen en die aan te steken, en er lichte takjes over aan te brengen, zodat Archelaus er in zou vallen als hij passeerde. Een slaaf van de koning vertelde dit aan Archelaus. Toen deze dit hoorde, wilde hij de koning buiten onder vier ogen wilde spreken. Nadat de bewakers zich teruggetrokken hadden, greep Archelaus de koning, gooide hem in de kuil, en vernietigde hem zo. Daarvandaan vluchtte hij, op advies van Apollo, naar Macedonie, terwijl een geit hem leidde, en stichtte daar de stad Aegea naar de naam van de geit.

220. Cura

Toen Cura een rivier overstak, zag ze kleiachtige modder. Ze pakte het bedachtzaam op en begon een man te boetseren. Terwijl ze peinsde wat ze gedaan had, kwam Zeus aan; Cura vroeg hem de gedaante leven in te blazen, en Zeus deed dit welwillend. Toen Cura het een naam wilde geven, verbood Zeus dit, en zei dat die naam geschonken moest worden. Maar terwijl ze over de naam stonden te twisten, verscheen Gaea en zei dat het haar naam moest krijgen, omdat zij haar eigen lichaam had gegeven. Ze namen Cronus als scheidsrechter; hij besloot voor hen: ‘Zeus, omdat jij hem leven hebt geschonken (neem zijn ziel na de dood; omdat Gaea zijn lichaam heeft geschonken) laat haar dan zijn lichaam ontvangen; omdat Cura hem heeft gemaakt, laat haar hem hebben zolang hij leeft, maar omdat er verschil van mening is over zijn naam, noemen we hem Homo, omdat hij van aarde is gemaakt.’

Fabel 221 t/m 240

221. Zeven wijze mannen

Pittacus van Mitylene, Periander van Corinthe, Thales van Miletus, Solon van Athene, Chilon van Sparta, Cleobulus van Lindus, bias van Priene. Hun uitspraken zijn als volgt: Matiging is het beste, zegt Cleobulus van Lindus; Alles moet aandachtig bestudeerd worden, komt van Periander uit Ephyre; Ken uw mogelijkheden, zegt Pittacus van Mitylene; Bias, van Priene, zegt dat de meeste mensen slecht zijn: en Thales van Miletus zegt: zekerheid is de voorloper van de ondergang; ken uzelf, zegt Chilon, geboren in Lacedaemon; en Cecropische Solon beveelt: niets dan.

222. Zeven dichters

Tekst ontbreekt

223. Zeven wereldwonderen

De tempel van Artemis in Ephese die de Amazone Otrere, vrouw van Ares, maakte. Het van marmer gemaakte monument van koning Mausolus, 80 voet hoog, 1340 voet in omtrek. Het bronzen beeld van Helius in Rhodos, dat reusachtig groot is, 90 voet hoog. Het beeld van de Olympische Zeus dat Phidias maakte, een zittend beeld van goud en ivoor, 60 voet hoog. Het paleis van koning Cyrus in Ecbatana, dat Memmon maakte, van vele gekleurde en stralende stenen aaneengebonden met goud. De muur van Babylon, die Semiramis, dochter van Dercetis, maakte, van gebakken stenen en bitumen, samengebonden met ijzer, 25 voet breed, 60 voet hoog, en 300 stadia in omtrek. De piramiden in Egypte, waarvan de schaduw niet wordt gezien, 60 voet hoog.

224. Stervelingen die onsterfelijk gemaakt zijn

Heracles, zoon van Zeus en Alcmene; Dionysus, zoon van Zeus en Semele; Castor en Polydeuces, broers van Helena, zoons van Zeus en Leda, Perseus, zoon van Zeus en Danae, tussen de sterren geplaatst; Ariadne, die door Dionysus Libera genoemd wordt, dochter van Minos en Pasiphae. Callisto, dochter van Lycaon, in het sterrenbeeld Slang geplaatst; Cynosura, de verzorgster van Zeus, in de andere Slang geplaatst; Crotus, zoon van Pan en Eupheme, pleegbroer van de Muzen, in het sterrenbeeld Boogschutter geplaatst; Icarius en Erigone, zijn dochter, geplaatst tussen de sterren – Icarus als Arctourus, Erigone als het teken Maagd. Ganymedes, zoon van Assaracus, in Waterman als één van de twaalf tekens; Myrtilus, zoon van Hermes en Theobula, als de Voerman; Asclepius, zoon van Apollo en Coronis; Pan, zoon van Hermes en Penelope; Ino, dochter van Cadmus, in Leucothea, die we Mater Matuta noemen; Melicertes, zoon van Athamas, in de god Palaemon.

225. Degenen die als eersten tempels voor de goden bouwden

Pelasgus, zoon van Triops, bouwde als eerste een tempel voor de Olympische Zeus in Arcadie. Thessalus richtte de tempel (in Macedonie) voor Zeus in Dodona op in het land van de Molossiers. Eleuther maakte als eerste een standbeeld voor Dionysus en toonde hoe er voor gezorgd moest worden. Phoroneus, zoon van Inachus, bouwde als eerste een tempel voor Hera in Argos. Otrere, een Amazone, vrouw van Ares, stichtte als eerste de tempel van Artemis in Ephese, die later door koning …. werd gerestaureerd. Lycaon, zoon van Pelasgus, bouwde een tempel voor Hermes in Cyllene in Arcadie. Peirius ….

226 t/m 237. Ontbrekende fabels

. . . . . .

238. Degenen die hun dochters doodden

Agamemnon, zoon van Atreus, doodde Iphigenia, maar Artemis redde haar. (dezelfden vertellen dat Callisthenes zijn dochter doodde voor de veiligheid van het land, in overeenstemming met het orakel.) Clymenus, zoon van Schoeneus, doodde Harpalyce, omdat zij hem haar zoon opdiende tijdens de maaltijd. Hyacinthus, een Spartaan, doodde zijn dochter Antheis in opdracht van een orakel namens de Atheners. Erechtheus, zoon van Pandion, doodde Chthonia op voorspraak van orakels namens de Atheners; haar andere zusters pleegden zelfmoord. Cercyon, zoon van Hephaistus, doodde Alope, vanwege haar omgang met Poseidon. Aeolus doodde Canace, vanwege de incest met haar broer Macareus, dat ze bekende.

239. Moeders die hun zoons doodden

Medea, dochter van Aeetes, doodde Mermerus en Pheres, haar zoons bij Iason. Procne, dochter van Pandion, doodde Itys, haar zoon bij Tereus, zoon van Ares. Ino, dochter van Cadmus, doodde haar zoon Melicertes van Athamas, zoon van Aeolus, toen ze van Athamas wegvluchtte. Althaea, dochter van Thestius, doodde haar zoon Meleager die ze had bij Oeneus, zoon van Porthaon, omdat hij zijn ooms gedood had. Themisto, dochter van Hypseus, doodde haar zoons Sphincius en Orchomenus die ze had bij Athamas, zoon van Aeolus, op advies van Ino, dochter van Cadmus. Tyro, dochter van Salmoneus, doodde haar twee zoons die ze had bij Sisyphus, zoon van Aeolus, in overeenstemming met het orakel van Apollo. Agave, dochter van Cadmus, doodde Pentheus, zoon van Echion, door uitlokking van Dionysus. Harpalyce, dochter van Clymenus, vanwege de misdaad van haar vader, omdat ze onvrijwillig met hem het bed had gedeeld, doodde ze het kind dat ze hem baarde.

240. Vrouwen die hun echtgenoten doodden

Clytaemnestra, dochter van Tyndareus, doodde Agamemnon, zoon van Atreus. Helena, dochter van Zeus en Leda, doodde Deiphobus, zoon van Priamus. Agave doodde Lycotherses in Illyrie, om de heerschappij aan haar vader Cadmus te geven. Deianira, dochter van Oeneus, doodde Heracles, zoon van Zeus en Alcmene, door opruiing van Nessus. Iliona, dochter van Priamus doodde Polymestor, koning van de Thraciers. Semiramis doodde Ninus in Babylon.

Fabel 241 t/m 257

241. Mannen die hun vrouwen doodden

Heracles, zoon van Zeus, doodde Megara, dochter van Creon, in een bui van verdwazing. Theseus, zoon van Aegeus, doodde Antiope, de Amazone, dochter van Ares, vanwege een orakel van Apollo. Cephalus, zoon van Deion of van Hermes, doodde onbewust Procris, dochter van Pandion.

242. Mannen die zelfmoord pleegden

Aegeus, zoon van Pandion, wierp zichzelf in zee, waarna de zee naar hem vernoemd werd. Evenus, zoon van Heracles, wierp zich in de rivier de Lycormas, die nu Chrysorrhoas genoemd wordt. Ajax, zoon van Telamon, doodde zichzelf vanwege de beslissing van het leger. Lycurgus, zoon van Dryas, doodde zichzelf tijdens een door Dionysus gezonden bui van waanzin. Macareus, zoon van Aeolus, doodde zichzelf wegens Canace, zijn zuster, zijn geliefde. Agrius, zoon van Porthaon, toen hij van zijn koninkrijk werd verdreven door Diomedes, doodde zichzelf. Caeneus, zoon van Elatus, pleegde zelfmoord. Menoeceus, vader van Iocasta, wierp zich van de muur vanwege de pest in Thebe. Nisus, zoon van Ares, toen hij zijn fatale haarlok kwijt raakte, doodde zichzelf. Clymenus, zoon van Schoeneus, koning van Arcadie, pleegde zelfmoord omdat hij met zijn dochter had geslapen. Cinyras, zoon van Paphos, koning van de Assyriers, omdat hij had samengelegen met zijn dochter Smyrna. Heracles, zoon van Zeus, wierp zich in het vuur. Adrastus en zijn zoon Hipponous, wierpen zich in het vuur vanwege een orakel van Apollo. Pyramus in Babylonie pleegde zelfmoord uit liefde voor Thisbe. Oedipus, zoon van Laius, vanwege zijn moeder Iocaste, doodde zichzelf nadat hij blind was gemaakt.

243. Vrouwen die zelfmoord pleegden

Hecabe, dochter van Cisseus of van Dymas, vrouw van Priamus, wierp zich in zee; om deze reden wordt de zee Cyneus genoemd, omdat ze veranderd werd in een hond. Ino, dochter van Cadmus, smeet zich in zee met haar zoon Melicertes.Anticlea, dochter van Autolycus en moeder van Odysseus, pleegde zelfmoord toen ze een vals verslag hoorde over Odysseus. Stheneboea, dochter van Iobates, en de vrouw van Proetus, pleegde zelfmoord uit liefde voor Bellerophon. Evadne, dochter van Phylacus, vanwege Capaneus, haar man, kwam om in Thebe, door zich op dezelfde brandstapel te werpen. Aethra, dochter van Pittheus, pleegde zelfmoord vanwege de dood van haar zoons. Deianira, dochter van Oeneus, doodde zichzelf vanwege Heracles; opgestookt door Nessus, zond ze hem een tuniek waarin hij verbrandde. Laodamia, dochter van Acastus, doodde zichzelf uit verlangen naar haar man Protesilaus. Hippodamia, dochter van Oenamaus en de vrouw van Pelops, pleegde op haar eigen aandringen zelfmoord, omdat Chrysippus was gedood. Neaera, dochter van Autolycus, doodde zichzelf vanwege de dood van haar zoon Hippothous. Alcestis, dochter van Pelias, omwille van haar echtgenoot, Admetus, stierf een plaatsvervangende dood. Iliona, dochter van Priamus, pleegde zelfmoord vanwege de tegenslag van haar ouders. Themisto, dochter van Hypseus, doodde zichzelf omdat, door uitlokking van Ino, ze haar zoons gedood had. Erigone, dochter van Icarius, hing zich op vanwege de dood van haar vader. Phaedra, dochter van Minos, hing zichzelf op vanwege haar liefde voor haar stiefzoon, Hippolytus. Phyllis hing zich op vanwege Demophon, zoon van Theseus. Canace, dochter van Aeolus, vanwege haar liefde voor haar broer Macareus, doodde zichzelf. Byblis, dochter van Miletus, pleegde zelfmoord uit liefde voor Caunus. Calypso, dochter van Atlas, doodde zichzelf uit liefde voor Odysseus. Dido, dochter van Belus, pleegde zelfmoord uit liefde voor Aeneas. Iocasta, dochter van Menoeceus, doodde zichzelf vanwege de dood van haar zoons en de schande. Antigone, dochter van Oedipus, pleegde zelfmoord vanwege de begrafenis van Polynices. Pelopia, dochter van Thyestes, doodde zichzelf vanwege de misdaad van haar vader. Thisbe uit Babylon doodde zichzelf omdat Pyramus zelfmoord had gepleegd. Semiramis in Babylon, wierp zich op de brandstapel, toen ze haar paard verloor.

244. Mannen die hun verwanten doodden

Theseus, zoon van Aegeus, doodde Pallas ……..….. zoon van zijn broer Neleus. Amphitryon doodde Electryon, zoon van Perseus. Meleager, zoon van Oeneus, doodde vanwege Atalanta, dochter van Schoeneus, zijn ooms Plexippus en Agenor. Telephus, zoon van Heracles, doodde Hippothous en *nerea, zoon van zijn grootmoeder. Aegisthus doodde Atreus, en Agamemnon, zoon van Atreus. Orestes doodde Aegisthus, zoon van Thyestes. Megapenthes, zoon van Proetus, doodde Perseus, zoon van Zeus en Danae vanwege de dood van zijn vader. Abas, vanwege de dood van zijn vader, Lynceus, doodde Megapenthes. Phegeus, zoon van Alpheus, doodde de dochter van zijn dochter Alphesiboea. Amphion, zoon van Tereus, doodde de zoons van zijn grootvader. Atreus, zoon van Pelops, serveerde de pasgeboren zoons van Thyestes, Tantalus en Plisthenes, op aan hun vader tijdens een maaltijd. Hyllus, zoon van Heracles, doodde Sthenelus, broer van zijn overgrootvader Electryon. Medus, zoon van Aegeus, doodde Perses, broer van Aeetes en zoon van Helius. Daedalus, zoon van Eupalamus, doodde Perdix, zoon van zijn zus, uit afgunst voor zijn artistieke gaven.

245. Degenen die hun schoonvaders en schoonzoons doodden

Iason, zoon van Aeson …..*phegyona. Pelops, zoon van Tantalus, doodde Oenomaus, zoon van Ares. Degenen die hun schoonzoons doodden: Phegeus, zoon van Alpheus, doodde Alcmaeon, zoon van Amphiaraus; hij doodde ook Eurypylus. Aeetes, zoon van Helius, doodde Phrixus, zoon van Athamas.

246. Degenen die het vlees van hun kinderen aten tijdens een banket

Tereus, zoon van Ares, dat van Itys bij Procne. Thyestes, zoon van Pelops, zijn kinderen bij Aerope – Tantalus en Plisthenes. Clymenus, zoon van Schoeneus, zijn zoon bij zijn dochter Harpalyce.

247. Degenen die gedood zijn door hun honden

Actaeon, zoon van Aristaeus. Thasius, in Delos, zoon van Anius, priester van Apollo; hierom zijn er geen honden op Delos. Euripides, schrijver van tragedies, werd gedood in een tempel.

248. Degenen die stierven door wonden van een wild everzwijn

Adonis, zoon van Cinyras. Ancaeus, zoon van Lycurgus, van Calydon. Idmon, zoon van Apollo, die met de Argonauten naar buiten ging om stro te halen toen zij bij koning Lycus verbleven. Hyas, zoon van Atlas en Pleione, door een everzwijn of een leeuw.

249. Fatale branden

De brand die Hecabe, dochter van Cisseus of van Dymas, dacht voortgebracht te hebben. Die van Nauplius op de Caphareaanse Rotsen, toen de Achaeers schipbreuk leden. Die van Helena, die ze ontstak op de muren en daardoor Troje verraadde. Die van Althaea, die Meleager vernietigde.

250. Teams die hun menners doodden

Zij doodden Phaethon, zoon van Helius bij Clymene. Laomedon, zoon van Ilus bij Leucippe. Oenomaus, zoon van Ares bij Sterope, dochter van Atlas. Diomedes, zoon van Ares, bij * dezelfde. De zoon van Theseus, bij de Amazone Antiope. Amphiaraus, zoon van Oicles bij Hypermnestra, dochter van Thestius. Zijn eigen merries verslonden Glaucus, zoon van Sisyphus, tijdens de lijkspelen van Pelias. Paarden vernietigden Iasion, zoon van Zeus bij Electra, dochter van Atlas. Salmoneus, die in zijn rijtuig zat, de donder nabootsend, werd geraakt door de bliksem, en zijn rijtuig ook.

251. Zij die met toestemming van de Moiren terugkwamen uit de onderwerld

Demeter, op zoek naar Persephone, haar dochter. Dionysus, hij daalde af voor Semele, zijn moeder, dochter van Cadmus. Heracles, zoon van Zeus, om de hond Cerberus naar boven te brengen. Asclepius, zoon van Apollo en Coronis. Castor en Polydeuces, zoons van Zeus en Leda, keerden terug in een afwisselende dood. Protesilaus, zoon van Iphiclus, vanwege Laodamia, dochter van Acastus. Alcestis, dochter van Pelias, vanwege haar echtgenoot Admetus. Theseus, zoon van Aegeus, vanwege Pirithous. Hippolytus, zoon van Theseus, op verzoek van Artemis; hij werd later Virbius genoemd. Orpheus, zoon van Oeagrus, vanwege Eurydice, zijn vrouw. Adonis, zoon van Cinyras en Smyrna, op verzoek van Aphrodite. Glaucus, zoon van Minos, tot leven gewekt door Polyidus, zoon van Coeranus. Odysseus, zoon van Laertes, vanwege zijn land. Aeneas, zoon van Anchises, vanwege zijn vader. Hermes, zoon van Maia, die veelvuldig heen en weer reisde.

252. Zij die door dieren gezoogd werden

Telephus, zoon van Heracles en Auge, door een hert. Aegisthus, zoon van Thyestes en Pelopia, door een geit. Aeolus en Boeotus, zoons van Poseidon en Melanippe, door een vaars. Hippothous, zoon van Poseidon en Alope, door een merrie. Romulus en Remus, zoons van Ares en Ilia, door een vrouwtjeswolf. Antilochus, zoon van Nestor, te vondeling gelegd op de Ida, door een teef. Harpalyce, dochter van Harpalycus, koning van de Amymnei, door een vaars en een merrie. Camilla, dochter van Metabus, koning van de Volscianen, door een merrie.

253. Degenen schuldig aan incest

Iocasta met haar zoon Oedipus. Pelopia met haar vader Thyestes. Harpalyce met haar vader Clymenus. Hippodamia met haar vader Oenomaus. Procris met haar vader Erechtheus, aan wie ze Aglaurus baarde. Nyctimene met haar vader Epopeus, koning van de Lesbos. Menephron met zijn dochter Cyllene in Arcadie, en met zijn moeder Bliade.

254. Degenen die buitengewoon plichtsgetrouw waren

Antigone, dochter van Oedipus, die haar broer Polynices begroef. Electra, dochter van Agamemnon, was plichtsgetrouw aan haar broer Orestes. Iliona, dochter van Priamus, aan haar broer Polydorus en haar ouders. Pelopia, dochter van Thyestes, aan haar vader om hem te rechtvaardigen. Hypsipyle, dochter van Thoas, aan haar vader, voor wie ze haar leven gaf. Chalciope, dochter van Aeetes, die haar vader niet in de steek liet, hoewel deze zijn rijk kwijt was. Harpalyce, dochter van Harpalycus, redde haar vader in de oorlog en joeg de vijand op de vlucht. Erigone, dochter van Icarius, hing zich op toen haar vader verloren was. Agave, dochter van Cadmus, doodde koning Lycotherses in Illyrie en gaf het koninkrijk aan haar vader. Xanthippe voedde, toen haar vader Mycon was opgesloten in de gevangenis, hem met haar eigen melk. Tyro, dochter van Salmoneus, doodde haar eigen zoon in opdracht van haar vader. Toen de Etna op Sicilie voor het eerst begon te branden, redde Damon zijn moeder van het vuur, en ook zijn vader Phintias. Aeneas, redde op dezelfde wijze zijn vader Anchises in Troje uit het vuur door hem op zijn schouders te dragen, en redde ook zijn zoon Ascanius. Cleobis en Biton waren zoon van Cydippe, een priesteres van de Achaeische Hera. Zij had de ossen naar de weide gestuurd, waar zij niet verschenen, en dood waren tegen de tijd dat de offers gebracht moesten worden in de tempel van Hera op de berg. Als de offers niet op de juiste tijd gebracht werden, zou de priesteres gedood worden. Vanwege deze vrees, trokken Cleobis en Biton het juk alsof ze ossen waren, en trokken de offers en hun moeder Cydippe in de wagen naar het heiligdom. Toen het ritueel voltooid was, bad Cydippe tot Hera, dat als ze haar zuiver had aanbeden, en haar zoons plichtgetrouw aan haar waren geweest, dat alle goeds wat een sterveling kon gebeuren aan haar zoons zou toevallen. Toen het gebed voorbij was, brachten de zoons moeder en wagen naar huis, en vielen vermoeid in slaap. Maar Cydippe realiseerde zich bedachtzaam dat er voor stervelingen niets beters was dan te sterven, en hierdoor, stierf ze een vrijwillige dood.

255. Vrouwen die goddeloos waren

Scylla, dochter van Nisus, doodde haar vader. Ariadne, dochter van Minos, doodde haar broer. Procne, dochter van Pandion, doodde haar zoon. De dochters van Danaus doodden hun neven/mannen. De vrouwen van het eiland Lemnos doodden hun vaders en hun zonen. Harpalyce, dochter van Clymenus, doodde de zoon die ze had gebaard aan haar vader.

256. Vrouwen die uiterst kuis waren

Penelope, dochter van Icarius, vrouw van Odysseus. Evadne, dochter van Phylacus, vrouw van Capaneus. Laodamia, dochter van Acastus, vrouw van Protesilaus. Hecabe, dochter van Cisseus, vrouw van Priamus. Theonoe, dochter van Thestor. Alcestis, dochter van Pelias, vrouw van Admetus.

257. De trouwste vrienden

Pylades, zoon van Strophius, met Orestes, zoon van Agamemnon. Pirithous, zoon van Ixion, met Theseus, zoon van Aegeus. Achilles, zoon van Peleus, met Patroclus, zoon van Menoetius. Diomedes, zoon van Tydeus, met Sthenelus, zoon van Capaneus. Peleus, zoon van Aeacus, met Phoenix, zoon van Amyntor. Heracles, zoon van Zeus, met Philoctetes, zoon van Poeas. Nisus was een vriend van Euryalus, en stierf voor hem. Harmodius en Aristogiton in broederlijke liefde.

Op Sicilie, waar de tiran Phalaris zeer wreed heerste, en zijn onderdanen doodmartelde, wilde Moeros de tiran doden. Toen de bewakers hem gewapend vonden, leidden ze hem voor de koning. Toen hij ondervraagd werd, zei hij dat hij de koning wilden doden. De koning gaf opdracht om hem te kruisigen, maar Moeros smeekte om een uitstel van drie dagen, om de bruiloft van zijn zuster te kunnen regelen, en beloofde zijn vriend en collega Seluntius aan de tiran als onderpand dat hij op de derde dag terug zou keren. De koning gaf hem het uitstel om zijn zuster ten huwelijk te schenken, en vertelde Seluntius dat deze dezelfde straf zou krijgen als Moeros bij zonsondergang niet teruggekeerd zou zijn. Na de bruiloft was hij op de terugweg, toen er plotseling een storm opstak, waardoor de rivier zo sterk zwol dat hij deze niet wadend of zwemmend kon oversteken. Moeros zat wenend op de oever omdat zijn vriend voor hem moest sterven. Toen Phalaris opdracht gaf om Seluntius te kruisigen, omdat er zes uren van de derde dag voorbij waren en Moeros niet teruggekeerd was, antwoordde Seluntius dat de dag nog niet voorbij was. Toen er negen uur voorbij waren gaf de koning opdracht om Seluntius naar het kruis te leiden. Terwijl hij werd weggevoerd, stak Moeros, met veel inspanning, uiteindelijk de rivier over, de beul volgend, riep hij van verre: ‘Stop, beul! Hier ben ik waar hij borg voor staat!’ Dit feit werd gerapporteerd aan de koning, die opdracht gaf om hem voor hem te leiden. Hij schonk Moeros gratie, en smeekte hem om zijn vriend te mogen worden.

Eveneens op Sicilie, toen Harmodius op dezelfde wijze Phalaris wilde doden, doodde hij een zeug met jongen, ging met het bebloede zwaard naar zijn vriend Aristogiton, vertelde hem dat hij zijn moeder gedood had, en vroeg hem om hem te verbergen. Toen hij verstopt was, vroeg hij Aristogiton om naar buiten te gaan om te vernemen of er geruchten waren over zijn moeder. Deze vertelde hem dat er geen geruchten waren. Toen de avond viel bonden zij de strijd aan, en probeerde de een de ander te overtuigen met steeds sterkere bewijzen, Aristogiton maakte hem verwijten vanwege de moord op zijn moeder. Harmodius openbaarde hem dat hij een zeug met jongen had gedood, en in die hoedanigheid het woord ‘moeder’ gebruikt had; hij vertelde hem dat hij de koning wilde vermoorden, en vroeg hem om te helpen. Toen zij de koning naderden om hem te doden, werden zij gewapend opgepakt door de bewakers. Toen zij naar de tiran werden gebracht, ontsnapte Aristogiton aan de bewakers, en werd Harmodius alleen voor de koning geleid. Toen die naar zijn medeplichtige werd gevraagd, beet hij zijn tong af om zijn vriend niet te verraden, en spuugde die in het gezicht van de koning.

Fabel 258 t/m 277

258 t/m 266. Fabels opgedragen aan Servius

. . . . . . .

267 t/m 268. Ontbrekende fabels

. . . . . . .

269. Degenen die zeer beroemd waren

. . . . . . . zoon van Zeus en Europa. Een andere Cycnus, zoon van Ares, die door dezelfde Heracles gedood werd.

270. Degenen die het knapst waren

Cinyras, zoon van Paphos, koning van de Assyriers. Anchises, zoon van Capys, waar Aphrodite van hield. Paris, zoon van Priamus en Hecabe, die Helena achterna ging. Nireus, zoon van Charopus. Cephalus, zoon van Deion, waar Eos verliefd op was. Tithonus, echtgenoot van Eos. Parthenopaeus, zoon van Meleager en Atalanta. Achilles, zoon van Peleus en Thetis. Patroclus, zoon van Menoetius. Idomeneus, die van Helena hield. Theseus, zoon van Aegeus en Aethra, die van Phaedra hield.

271. Jeugdigen die zeer knap waren

Adonis, zoon van Cinyras en Smyrna, waar Aphrodite van hield. Endymion, zoon van Aethlius, waar Selene verliefd op was. Ganymedes, zoon van Tros, waar Zeus van hield. Hyacinthus, zoon van Amyclas, waar Apollo verliefd op was. Narcissus, zoon van de rivier Cephisus, die van zichzelf hield. Atlantius, zoon van Hermes en Aphrodite, die Hermaphroditus wordt genoemd. Hylas, zoon van Theodamas, waar Heracles van hield. Chrysippus, zoon van Pelops, die Laius ontvoerde tijdens de Spelen.

272. Ontbrekende fabel

. . . . . .

273. Degenen die voor het eerst Spelen organiseerden

. . . . . . . De vijfde, welke Danaus, zoon van Belus, organiseerde in Argos vanwege het huwelijk van zijn dochters, met zangwedstrijden. De Hymenaeus, ‘trouwhymnen’, werden hiernaar vernoemd. De zesde, welke Lynceus, zoon van Aegyptus, opnieuw in Argos voor Hera organiseerde. Ze worden Aspis en Arge genoemd. In deze spelen, waar de winnaar een schild in plaats van een kroon ontvangt, omdat, toen Abas, zoon van Lynceus en Hypermnestra, aan zijn ouders bekend maakte dat hij was omgekomen, Lynceus uit de tempel van Hera een schild meenam dat Danaus aan Hera had opgedragen wat hij tijdens zijn jeugd had gedragen, en aan de zoon van Abas als beloning gaf. In deze spelen is het gebruik dat degene die een wedstrijd wint en opnieuw aan de wedstrijd mee doet wordt bestraft tenzij hij voor de tweede keer wint, zodat dezelfde persoon niet te vaak meedoet. Als zevende vestigde Perseus, zoon van Zeus en Danae, lijkspelen voor Polydeuces, zijn voogd, op het eiland Seriphos, en toen hij aan het worstelen was versloeg hij zijn grootvader Acrisius die hij doodde. En zo deed hij wat hij zelf niet wilde door de wil van de goden wel. Als achtste vestigde Heracles gymnastische Spelen in Olympia voor Pelops, zoon van Tantalus, waaraan hij zelf deelnam en streed met Achaeus in het pammachium die we ‘pancratium’ noemen. De Negende spelen werden gehouden in Nemea voor Archemorus, zoon van Lycurgus en Eurydice. Ze werden ingesteld door de zeven aanvoerders die naar Thebe gingen om dat aan te vallen. Later wonnen Euneus en Deipylus, zoons van Iason en Hypsipyle, de wedstrijd. In deze spelen, hadden de Pythaules ook zeven zangers gekleed in het pallium die de Pythia zongen. Vanwege dit feit werd hij later Choraules genoemd.

De tiende, Isthmische, zijn ingesteld door Sisyphus voor Melicertes, zoon van Athamas en Ino. Anderen noemen Theseus in zijn plaats. De elfde, die de Argonauten in Propontis instelden met wedstrijden in het verspringen en speerwerpen voor koning Cyzicus en zijn zoon, die Iason ongewild doodde tijdens die nacht op de kust. De twaalfde, die Acastus, zoon van Pelias, instelde voor de Argivers. Tijdens deze spelen won Zetes, zoon van Boreas, de wedstrijd hardlopen; Calais, zoon van dezelfde vader, in de tweekamp; Castor, zoon van Zeus, in het stade? (stadion?); Polydeuces, eveneens een zoon van Zeus, met de cestus?; Telamon, zoon van Aeacus, met de discus; Peleus, zoon van Aeacus, met worstelen; Heracles, zoon van Zeus, in het pammachium; Meleager, zoon van Oeneus, met de speer. Cycnus, zoon van Ares, doodde met wapens *pilus, zoon van Diodotus. Bellerophon wond de paardenrace; in de vierspanrace won Iolaus, zoon van Iphicles, van Glaucus, zoon van Sisyphus, en Glaucus’ vinnige paarden scheurden hem aan stukken; Eurytus, zoon van Hermes, won met boogschieten; Cephalus, zoon van Deion, met de slinger; Olympus, leerling en zoon van Marsyas, met de fluiten; Orpheus, zoon van Oeagrus, met de lier; Linus, zoon van Apollo, met zingen; Eumolpus, zoon van Poseidon, won met zijn stem van de fluiten van Olympus. Voor de dertiende maakte Priamus een cenotap in Ilium voor Paris, de zoon waarvoor hij opdracht had gegeven om te doden, en hield gymnastische wedstrijden. De hardlopers in de wedstrijd waren Nestor, zoon van Neleus, Helenus, Deiphobus en Polites, zoons van Priamus, Telephus, zoon van Heracles, Cycnus, zoon van Poseidon, Sarpedon, zoon van Zeus, Paris, de niet herkende zoon van Priamus. Maar Paris won en werd ontdekt als de zoon van Priamus.

Achilles hield als veertiende lijkspelen voor Patroclus, waarin Ajax het worstelwedstrijd won, en als prijs een gouden ketel kreeg; toen won Menelaus met speerwerpen, en ontving als geschenk een gouden speer. Toen deze Spelen over waren, zette Achilles twaalf gevangen op de brandstapel van Patroclus, samen met zijn paard en zijn hond. De vijftiende organiseerde Aeneas, zoon van Aphrodite en Anchises, in Sicilie bij het huis van Acestes, zijn gastheer, zoon van de rivier Crinisus. Daar herdacht Aeneas de dood van zijn vader, en betoonde met de spelen zijn eer aan de dode. Het eerste evenement was een zeilwedstrijd. Mnestheus had het schip Pistris, Gyas het schip Chimaera, en Sergestus het schip Centaur. Cloanthus won met zijn schip Scylla, en ontving als prijs een talent zilver, en een goudgeborduurde mantel waar de figuur van Ganymedes met paars was ingeweven; Mnestheus ontving een borstharnas; Gyas droeg ketels en ingegraveerde zilveren bekers weg, en Sergestus een slavin genaamd Pholoe met haar twee zoons. Aan het tweede evenement, hardlopen, namen Nisus, Euryalus, Diores, Salius, Helymus en Panopes deel. Euryalus won, en ontving als prijs een paard met mooie sieraden. Helymus ontving een pijlenkoker van de Amazonen als tweede prijs, Diores als derde een helm uit Argos. Aan Salius gaf hij de huid van een leeuw; aan Nisus, het werk van Didymaon. In het derde evenement boksten Dares en Entellus tegen elkaar. Entellus won, en ontving een stier als prijs; aan Dares gaf hij een zwaard en een dolk. In de vierde wedstrijd bestreden Hippocoon, Mnestheus, Acestes en Eurytion elkaar met de boog. Hij ontving een helm als geschenk, omdat (volgens het oordeel van Aeneas) op basis van een voorteken hij de eer aan Acestes gaf. Als vijfde, met de jongen Ascanius als leider, speelden de jongens Trojaanse Spelen.

274. Uitvinders en hun uitvindingen

Een zekere man genaamd Cerasus mengde in Aetolie wijn met de rivier Achelous, en sindsdien wordt dit mengsel ‘kerasai’ genoemd. Toen ook, had de oude man van ons ras ezels met wijnranken aan de poten van zijn eetbank gebonden om te tonen dat ezels de zoetheid van de wijnstokken hadden ontdekt. De wijnstok ook, waarvan een geit had gegeten, bracht meer vruchten voort, en sindsdien is het snoeien uitgevonden. Pelethronius ontdekte als eerste het bit en zadels voor paarden. Bellona ontdekte als eerste de naald, die in Griekenland Beloné wordt genoemd. Cadmus, zoon van Agenor, ontdekte brons in Thebe. Aeacus, zoon van Zeus, ontdekte als eerste goud op de berg Tasus in Panchaea. Indus, koning in Scythia, ontdekte als eerste zilver dat Erichthonius als eerste naar Athene bracht. In Elis, een stad op de Peloponnesus, werden als eerste vierspanwedstrijden georganiseerd. Koning Midas, een Phrygier, zoon van Cybele, ontdekte als eerste zwart en wit lood. De Arcadiers brachten als eersten offers aan de goden. Phoroneus, zoon van Inachus, maakte als eerste wapens voor Hera, en werd hierdoor de eerste heerser. Chiron, zoon van Cronus, gebruikte als eerste kruiden als geneesmiddel tijdens de geneeskunst; Apollo beoefende als eerste de ooggeneeskunde, en ten derde begon Asclepius, zoon van Apollo, de klinische geneeskunst. De ouden hadden geen verloskundigen, waar vrouwen uit schaamte door stierven. De Atheners verboden slaven om de geneeskunst te leren. Een zeker meisje, Hagnodice, een maagd die graag geneeskunde wilde leren knipte ze heur haar af, en ging gekleed als jongen naar een zekere Herophilus voor training. Toen ze de kunst had geleerd, en hoorde dat een vrouw moest bevallen, ging ze daar naar toe. Toen de vrouw weigerde om zich aan haar handen toe te vertrouwen, denkend dat ze een man was, verwijderde ze haar kleding om te tonen dat ze een vrouw was, en op deze manier behandelde ze vrouwen.

Toen de doktoren zagen dat zijn niet werden toegelaten tot vrouwen, begonnen zij Hagnodice te beschuldigen, zeggend dat ‘hij’ een verleider en omkoper van vrouwen was, en dat de vrouwen voorgaven dat zij ziek waren. De Areopagus, in zitting, begon Hagnodice te veroordelen, maar Hagnodice ontdeed zich voor hen van haar kleding en toonde dat ze een vrouw was. Toen begonnen de doktoren haar nog krachtiger te beschuldigen en als resultaat kwamen de vooraanstaande vrouwen naar de rechtbank en zeiden: ‘Jullie zijn geen echtgenoten, maar vijanden, omdat jullie haar veroordelen die veiligheid voor ons betekent.’ Daarna wijzigden de Atheners hun wetten, zodat vrijgeboren vrouwen de geneeskunst konden leren. Perdix, zoon van Daedalus’ zuster, vond het kompas uit, en ook de zaag door de graat van een vis. Daedalus, zoon van Eupalamus, maakte als eerste standbeelden van de goden. Oannes, waarvan in Chaldaea wordt verteld dat hij uit de zee komt, verklaarde de astrologie. De Lydiers verfden als eersten ruwe wol met een substantie van twijgen, en ontdekten later hoe ze de draden moesten verven. Pan ontdekte als eerste de muziek van fluiten. Op Sicilie ontdekte Demeter als eerste graan. Tyrsenus, zoon van Heracles, ontdekte als eerste een trompet om de volgende reden: Toen zijn kameraden van menselijk vlees aan het feesten waren, ontvluchtten de inwoners uit de regio die gruwelijke praktijk. Als een van hen stierf blies men op een holle schelp om het district bijeen te roepen, en verklaarde men dat zij de dode niet gingen opeten maar begraven. Sindsdien wordt de trompet de Tyrrheense melodie genoemd. Herauten ontdekten de hoorn. Egyptenaren streden vroeger met knotsen; later vocht Belus, zoon van Poseidon, met een zwaard.

275. Steden en hun stichters

Zeus stichtte Thebe in Indie, vernoemd naar Thebais, zijn verzorgster; het wordt hecatompylae genoemd, vanwege zijn honderd poorten. Athena stichtte Athene in Attica, dat ze naar zichzelf vernoemde. Epaphus, zoon van Zeus, stichtte Memphis, in Egypte. Arcas, zoon van Zeus, stichtte Trapezus in Arcadie. Apollo, zoon van Zeus, stichtte Arnae. Eleusis, zoon van Hermes, stichtte Eleusis. Dardanus, zoon van Zeus, stichtte Dardania. Argus, zoon van Agenor, stichtte Argos. Cadmus, zoon van Agenor, stichtte Thebe heptapylae, dat zeven poorten had. Perseus, zoon van Zeus, stichtte Perseis. Castor en Polydeuces, zoons van Zeus, stichtten Dioscoris. Medus, zoon van Aegeus en Medea, stichtte Medie in Ecbatana.Cameirus, zoon van Cercaphus, stichtte Cameirus. Dionysus in Indie, stichtte Hammon. De nimf Ephyre, dochter van Oceanus, stichtte Ephyre, dat ze later Corinthe noemden. Sardo, dochter van Sthenelus, stichtte Sardis. Cinyras, zoon van Paphos, stichtte Smyrna, naar de naam van zijn dochter. Perseus, zoon van Zeus, stichtte Mycene. Semiramis, dochter van Dercetis, Babylon in Syrie.

276. Grootste eilanden

Mauritanie, gelegen in het westen, 76 staden in omtrek. Egypte, dat dor de Nijl wordt omsloten, gelegen in de hitte van het zuiden. Sicilie, driehoekig van vorm, in omtrek 540 staden. Sardinie, 240 staden in omtrek. Kreta, langwerpig met honderd steden aan elke kant, in omtrek 80 staden. Cyprus, gelegen tussen Egypte en Afrika, als een Gallisch schild, in een bocht, in omtrek 180 staden. Corcyra, een goed land, omtrek 80 staden. Sicyon, goed land, in omtrek 1100 staden. Tenedos, eiland vlakbij Troje, in omtrek 1200 staden. Corsica, zeer arme grond, in omtrek 1120 staden. De Cycladen bestaan uit negen eilanden, namelijk: Andros, Myconos, Delos, Tenos, Naxos, Seriphos, Syros, Paros en Ceos.

277. Eerste uitvinders

De Moiren, Clotho, Lachesis en Atropus vonden de zeven Griekse letters A B H T I Y uit. Anderen vertellen dat Hermes ze uitvond door de vlucht van de kraanvogels, die, toe ze vlogen, letters vormden. Palamedes, zoon van Nauplius, vond elf lettere uit; Simonides vond ook vier letters uit Ó E Z P H; Epicharmus van Sicilie, twee, nl. de P en PS. Hermes zegt dat de Griekse letter uit Egypte zijn overgebracht, door Cadmus die ze van Egypte meenam naar Griekenland. Cadmus nam ze toen hij verbannen was in Arcadie, mee naar Italie, en zijn moeder Carmenta (Telephassa) wijzigde die in vijftien Latijnse letters. Apollo van de lier voegde de rest toe. Hermes leerde als eerste het worstelen aan stervelingen. Demeter toonde hoe ossen getemd moesten worden, en onderwees haar pleegzoon Triptolemus hoe graan gezaaid moest worden. Toen hij dat gedaan had, en een varken opgroef wat hij had geplant, greep hij het varken, bracht dat naar het altaar van Demeter, en lag graan op zijn kop, en offerde het aan Demeter. Hier stamt de gewoonte van af om zout voedsel op het slachtoffer te leggen. Isis ontdekte als eerste zeilen, want toen ze haar zoon Harpocrates zocht, zeilde ze met een schip. Athena bouwde als eerste te schip met dubbele boeg voor Danaus waarin hij wegvluchtte van zijn broer Aegyptus.

© 2017 Maarten Hendriksz