Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Lucianus - Dialogen der goden

Bron: theoi.com

The Works of Lucian of Samosata. Translated by Fowler, H W and F G. Oxford: The Clarendon Press. 1905. Naar het Nederlands vertaald door Maarten Hendriksz

Dialoog 1 t/m 5

01 - Ares en Hermes

Ares
Heb je het dreigement van Zeus gehoord, Hermes? Uiterst complimenteus, vond je niet, en zeer uitvoerbaar? ‘Als ik wil,’ zei hij, ‘kan ik een touw uit de Hemel laten zakken, waar jullie met z’n allen aan kunnen gaan hangen om te proberen mij naar beneden te trekken; het zou zonde van de moeite zijn; jullie zouden geen beweging in mij kunnen krijgen. Aan de andere kant, als ik er voor kies om jullie naar boven te trekken, zouden jullie allemaal in de lucht bungelen, met de aarde en de zee er nog extra bij.’; Heb je het gehoord? Ik durf te zeggen dat hij per persoon te sterk voor ons is, maar ik geloof nooit dat hij sterk genoeg is om ons allen op te tillen, of, met het extra gewicht van de aarde en de zee, we met z’n allen zeker sterker zijn dan hij.

Hermes
Kijk uit wat je zegt, Ares; het is niet veilig om zo te praten; straks moeten we dokken voor ons geklets.

Ares
Je denkt toch niet dat ik dit tegen iedereen vertel; ik ben niet bang voor jou; ik weet dat je een geheim kunt bewaren. Ik moet je vertellen wat me het meest aan het lachen maakte toen hij aangevallen werd: ik herinner me dat nog niet zo lang geleden, toen Poseidon en Hera en Athena in opstand kwamen en een plan beraamden om hem gevangen te nemen en op te sluiten, hij gek van angst werd; eerlijk, zij waren maar met z’n drieen, en als Thetis geen medelijden met hem had gehad en de honderdarmige Briareus niet had geroepen om hem te redden, zou hij nu in de ketenen hebben gezeten, met zijn donders en bliksems naast hem. Toen ik dit besefte, kon ik het niet helpen dat ik moest lachen.

Hermes
O, hou je mond toch; zulke dingen zijn te riskant voor jou om te vertellen en voor mij om naar te luisteren.

04 - Hermes en Maia

Hermes
Moeder, ik ben de meest jammerlijke god in de Hemel.

Maia
Zeg niet zulke dingen kind.

Hermes
Ik moet al het werk in de hemel met mijn eigen handen uitvoeren, en moet me haasten van de ene klus naar de andere klus, en mag nooit klagen? Ik moet vroeg opstaan, de eetkamer opruimen, de kussens terugleggen en alles in orde maken; dan moet ik op Zeus wachten, en zijn boodschappen aannemen, op en neer, de hele dag lang; en ben ik eerder terug (geen tijd voor een bad) dan moet ik de tafel dekken; en moet ook de nectar ingeschonken worden, tot die nieuwe schenker was geschaakt. En het ergste van allemaal, als iedereen naar bed is, moet ik naar de beschaduwde onderwereld vertrekken, om deurwachter in het hof van Rhadamanthys te zijn. Het is niet voldoende dat ik de hele dag bezig ben op de aardse arena en de Vergadering van de school der retoriek, de doden eisen ook een aandeel van mijn tijd op. Leda’s zonen reizen om de beurt tussen Hemel en onderwereld – ik moet elke dag in beiden zijn. En waarom mogen de zonen van Alcmene en Semele, armzalige vrouwen, waarom mogen zij op hun gemak feestvieren, en moet ik – de zoon van Maia, de kleinzoon van Atlas – op hen wachten? Nu ben ik hier, net terug van Sidon, waar hij me naar toe stuurde om Europa in de gaten te houden, en nog voordat ik op adem ben moet ik weer naar Argos, op zoek naar Danae, ‘En ga op weg daarheen gelijk langs Boeotie,’ zegt vader, ‘en kijk naar Antiope.’ Ik ben doodziek van dit alles. Sterfelijke slaven zijn beter af dan ik: zij maken nog kans om verkocht te worden aan een nieuwe meester; ik wilde dat ik die kans ook kreeg!

Maia
Kom, kom, kind. Je moet doen wat je vader je opdraagt, als een goede jongen. Snel naar Argos en Boeotie; hang niet rond, of je zult met de zweep krijgen. Verliefden hebben de neiging om haast te hebben.

05 - Prometheus en Zeus

Prometheus
Bevrijdt me, Zeus; Ik heb genoeg geleden.

Zeus
Jou bevrijden? Waarom, je ketenen zouden eigenlijk zwaarder moeten zijn, en de last van de hele Kaukasus op je schouders moeten drukken, en in plaats van één, een dozijn gieren, niet alleen vretend aan je lever, maar je ogen uitpikkend. Jij maakte deze afschuwelijk menselijke wezens om ons te ergeren, jij stal ons vuur, jij vond vrouwen uit. Ik hoef je niet te helpen herinneren hoe jij je doel voorbijschoot tijdens het vleesoffer; mijn deel, botten verborgen in vet: jij, al het lekkers.

Prometheus
En ben ik nog niet voldoende gestraft – al die jaren aan de Kaukasus vastgeklonken, jouw vogel voedend (van alle vervloekingen de ergste!) met mijn lever?

Zeus
Het is nog geen tiende van uw verdiende loon.

Prometheus
Denk na, ik vraag u niet om mij voor niets te bevrijden. Ik bied u informatie van onschatbare waarde.

Zeus
Listige Prometheus

Prometheus
Listen? Met welk doel? Je kunt me wanneer je maar wilt weer aan de Kaukasus vastbinden; de ketens hangen er nog, als je merkt dat ik je bedrieg.

Zeus
Vertel me eerst de aard van je ‘onschatbaar’ aanbod.

Prometheus
Als ik je jouw huidige opdracht goed omschrijf, zal dat je overtuigen dat ik ook kan voorspellen?

Zeus
Uiteraard.

Prometheus
Je bent gebonden aan een klein bezoekje aan Thetis.

Zeus
Tot zover goed. En het vervolg? Ik vertrouw je nu.

Prometheus
Ga niet met haar naar bed, Zeus. Het is zeker dat wanneer een dochter van Nereus zwanger wordt van jou, het kind machtiger zal worden dan zijn vader.

Zeus
Ik zal mijn koninkrijk verliezen, is dat het wat je zegt?

Prometheus
Ontwijk het Noodlot! Ik zeg alleen, dat vereniging deze uitkomst voorspelt.

Zeus
Thetis, vaarwel! En omdat je me dit verteld hebt zal Hephaistus je bevrijden.

Dialoog 6 t/m 10

Dialoog 06 - Eros en Zeus

Eros
Laat me gaan, Zeus! Ik veronderstel dat het verkeerd van me was; maar luister! Ik ben maar een kind; een onberekenbaar kind.

Zeus
Een kind, en er ooit aan gedacht dat je geboren bent vóór Iapetus? Jij slechte oude man! Alleen omdat je geen baard hebt, en geen witte haren, wil je jezelf door laten gaan voor een kind?

Eros
Nou, en welk geweldige overlast heeft deze oude man jou ooit berokkend, dat je van ketenen moet spreken?

Zeus
Vraag uw eigen geweten, welke overlast. De streken die je me hebt geleverd! Sater, stier, zwaan, adelaar, gouden regen, - Ik ben dat alles geweest in mijn tijd; en ik moet je ervoor bedanken. Kun je er op de een of andere manier niet voor zorgen dat die vrouwen verliefd op me worden; geen één was er ondersteboven van mijn charmes. Nee, er moet altijd magie in het spel zijn; Mijn persoon moet altijd duidelijk buiten beeld blijven. Ze houden goed genoeg van de stier of de zwaan: maar wanneer zij mij in mijn ware gedaante hebben gezien, dan vrezen zij voor hun leven.

Eros
Ja, natuurlijk. Het zijn maar stervelingen; het aangezicht van Zeus Is teveel voor hen.

Zeus
Waarom zijn Branchus en Hyacinthus dan zo gek op Apollo?

Eros
Toch vluchtte Daphne voor hem weg, in weerwil van zijn mooie haren en zijn gladde kin. Nu, zal ik u de manier vertellen hoe je de weg naar hun hart kan veroveren? Houdt die Aegis van u rustig, en laat de bliksem thuis; maak jezelf zo mooi mogelijk op, zet je haar in de krul en bindt het op met een klein lint, neem een paarse mantel, en goudbespikkelde schoenen, en marcheer mee op de muziek van de fluit en de trommel; - en kijk dan of je geen betere aanhang krijgt dan Dionysus, met al zijn Maenaden.

Zeus
Poeh! Zo wil ik geen harten veroveren.

Eros
O, in dat geval, wordt niet verliefd. Niets is eenvoudiger.

Zeus
Dat denk ik ook, maar ik hou ervan om verliefd te zijn, alleen hou ik niet van al die ophef er omheen. Dus denk er om, ik laat je gaan, onder dit voorbehoud.

07 - Zeus en Hermes

Zeus
Hermes, weet jij dat Inachus een prachtige dochter heeft?

Hermes
Dat weet ik, Je bedoelt Io?

Zeus
Ja, ze is alleen nu geen meisje, maar een vaars.

Hermes
Magie aan het werk! Hoe is dat gebeurd?

Zeus
Hera had een jaloerse bui, en veranderde haar gedaante. Maar dat is nog niet alles; ze heeft een nieuwe straf voor het arme ding bedacht. Ze heeft een koeherder aangesteld, die overal ogen heeft; deze Argus, zoals hij genoemd wordt, weidt de vaars, en slaapt nooit.

Hermes
Wel, wat moet ik doen?

Zeus
Vlieg naar Nemea, waar de weide is, doodt Argus, breng Io overzee naar Egypte, en verander haar in Isis. Ze zal van nu af aan voortleven als een Egyptische godin, de Nijl bevloeien, de winden regelen, en zeelieden redden.

09 - Hera en Zeus

Hera
Zeus! Wat is jouw oordeel over deze man Ixion?

Zeus
Waarom, lieverd, ik denk dat hij een zeer goede man is, en de beste van ons gezelschap. Inderdaad, als hij onwaardig zou zijn aan ons gezelschap, dan zou hij hier niet zijn.

Hera
Hij is onwaardig! Hij is een schurk! Stuur hem weg!

Zeus
Eh? Wat is er gebeurd? Ik moet hier alles van weten.

Hera
Dat moet je zeker; hoewel ik amper weet hoe ik het je moet vertellen. De ellendeling!

Zeus
Oh, oh; als hij een ‘schurk’ is, moet je me zeker alles over hem vertellen. Ik weet wat “schurk’ betekend, uit jouw discrete mond. Nu vertel, heeft hij de liefde met je bedreven?

Hera
Met mij! Van alle mensen! Het is al een poosje aan de gang. In het begin, toen hij maar naar mij bleef kijken, had ik er geen erg in –, later begon hij te kreunen en te zuchten; en toen ik na een dronk mijn beker aan Ganymedes wilde overhandigen, wilde hij die persé hebben, en stopte met drinken om die te kussen, tilde die op tot ooghoogte, en keek me toen opnieuw weer aan. En toen begreep ik het natuurlijk. Gedurende lange tijd wilde ik niets tegen je zeggen; ik dacht dat zijn wilde bui wel zou overgaan. Maar toen hij daadwerkelijke tegen mij durfde praten, liet ik hem huilend en vernederd achter, en hield mijn oren dicht, opdat ik zijn onbeschaamdheden niet zou horen, en ben naar je toegegaan om het te vertellen. Het is aan jou om te overwegen welke stappen je wil ondernemen.

Zeus
Oef! Ik heb een rivaal, denk ik; en met mijn eigen wettige vrouw. Hier is een schelm die nectar met een bepaald doel drinkt. Goed, we hebben niemand anders dan onszelf iets te verwijten: we gunnen die stervelingen teveel, hen zo op deze manier aan onze tafel toelatend. Als ze van onze nectar drinken, en de pracht van de hemel aanschouwen (zo verschillend dan die van de aarde!), het is geen wonder dat zij verliefd worden, en ambitieuze plannen smeden! Ja, liefde is oppermachtig; en niet alleen bij stervelingen: wij goden zijn soms ook gevallen onder zijn heerschappij.

Hera
Hij plaatste zich boven u; geen twijfel hierover. Hij doet wat hij wil met u; - neemt u bij de neus. U volgt hem waar hij maar wil, en neemt elke gedaante aan op zijn bevel, je bent zijn eigendom, zijn speeltje. Ik weet hoe het zal gaan: je laat hem begaan, omdat je een relatie met zijn vrouw hebt gehad; zij is de moeder van Pirithous.

Zeus
Waarom, wat een geheugen heb je voor deze kleine uitstapjes van mij! – Welnu, mijn idee over Ixion is het volgende. Ik zal hem nooit straffen, of hem van mijn tafel uitsluiten; dat zou niet goed staan. Nee; als hij zo gek op je is, zo getroffen – zelfs tot huilens toe, zoals je me vertelt, -

Hera
Zeus! Wat ga nu je vertellen?

Zeus
Wees maar niet ongerust. Laten we een wolk maken naar jouw gelijkenis, en na het diner, als hij wakker ligt (wat hij natuurlijk zal doen, als verliefde), leggen we die naast hem in bed. Het zal hem uit zijn lijden verlossen: hij zal denken dat zijn verlangen is vervuld.

Hera
Nooit! Die aanmatigende schurk!

Zeus
Ja, ik weet het. Maar welke schade kan het jou berokkenen, als Ixion een wolk verovert?

Hera
Maar hij zal denken dat ik de wolk ben; hij zal mij zijn kwade wil opleggen zoveel als hij kan.

Zeus
Nu praat je onzin. De wolk is Hera niet, en Hera is de wolk niet. Ixion zal misleidt zijn; dat is alles.

Hera
Ja, maar deze mannen zijn allemaal hetzelfde – zij kennen geen kiesheid. Ik denk, als hij naar huis gaat, hij tegen iedereen zal getuigen over hoe hij van de omhelzingen van Hera heeft genoten, de vrouw van Zeus! Waarom, mag hij vertellen dat ik verliefd op hem ben! En zij zullen het geloven; zij zullen niets weten van die wolk.

Zeus
Als hij zoiets dergelijks verteld zal hij snel in de onderwereld te vinden zijn, eeuwig ronddraaiend op een rad. Dat zal hem bezig houden! En eerlijk is eerlijk; niet voor zijn verliefdheid op jou – ik zie daar geen echt kwaad in – maar voor het zijn mond voorbij praten.

Dialoog 11 t/m 15

11 - Hephaistus en Apollo

Hephaistus
Heb je de baby van Maia gezien, Apollo? Zo’n mooi klein ding, met een glimlach voor iedereen; je kunt zien dat het een schatje wordt.

Apollo
Die baby een schatje? Nou, vergeleken qua onheil is Iapetus er jong naast.

Hephaistus
Waarom, wat voor schade kan hij aanrichten, hij is net geboren?,

Apollo
Vraag het Poseidon; het pikte zijn drietand. Vraag Ares; die was verbaasd toen zijn zwaard uit zijn schede verdwenen was. Om mezelf maar niet te vergeten, ontdaan van boog en pijlen.

Hephaistus
Nee! Dat kind? Hij kan amper staan; hij zit nog in zijn luiers.

Apollo
Ach, je zult het wel ontdekken, Hephaistus, als je binnen zijn bereik komt.

Hephaistus
Dat is hij al geweest.

Apollo
Nou? Zijn al je gereedschappen veilig? Ontbreekt er niets?

Hephaistus
Natuurlijk niet.

Apollo
Ik raad je aan om het even na te kijken.

Hephaistus
Zeus! Waar is mijn nijptang?

Apollo
Ach, die zul je wel tussen de luiers vinden.

Hephaistus
Zo vingervlug? Je zou zweren dat hij al heeft geoefend in de baarmoeder.

Apollo
Ach, en dan weet je nog niet wat een welbespraakte jonge kletskous hij is; en, als hij zijn zin krijgt, wordt hij onze loopjongen! Gisteren daagde hij Eros uit – op de een of andere manier op zijn hielen lopend, en lag hem in een oogwenk op zijn rug, en nog voordat het applaus voorbij was, nam hij zijn kans waar om tijdens de overwinnaarkus van Aphrodite haar gordel te stelen; Zeus had nog niet gelachen – of zijn scepter was verdwenen. Als de bliksem niet te zwaar was geweest, zou hij die ook gestolen hebben.

Hephaistus
Dat kind heeft bezieling, als ik je goed begrijp.

Apollo
Bezieling, ja – en muzikaal ook, zo jong als hij is.

Hephaistus
Hoe weet je dat?

Apollo
Hij vond ergens een dode schildpad, en maakte er een instrument van. Hij voorzag het van hoorns, met een dwarslat, maakte er pennen in, voegde een brug toe, en speelde een zoete melodie op dat ding die een oude harpspeler zoals ik behoorlijk jaloers maakte. Zelfs ’s nachts, vertelde Maia, blijft hij niet in de hemel; gaat naar beneden en steekt zijn neus in de Onderwereld –op het dievenpad, zonder twijfel. Dan heeft hij een paar vleugels, en een zelfgemaakte toverstok, die hij gebruikt voor het transport van de dode zielen naar hun plaats.

Hephaistus
Ach, die gaf ik hem, als speelgoed.

Apollo
Die hij pikte als een manier van betaling

Hephaistus
Nu je het zegt; ik moet gaan en ze ophalen; je kunt best eens gelijk hebben over die luiers.

13 - Hephaistus en Zeus

Hephaistus
Wat zijn uw orders, Zeus? Je vroeg naar me, en hier ben ik; met mijn scherpe bijl die een steen in een slag kan splijten

Zeus
Ach, dat is goed, Hephaistus. Splijt mijn hoofd in tweeen, alsjeblieft?

Hephaistus
Denk je dat ik gek ben, misschien? – Serieus, nu, wat kan ik voor je doen?

Zeus
Dat wat ik zei: kraak mijn schedel. Nu, nog één insubordinatie en je zult mijn wraak proeven; het zal de eerste keer niet zijn. Kom, een goedgerichte slag, en vlug ermee. Ik heb last van geboorteweeen; mijn hersenen zijn een warboel.

Hephaistus
Denk na, de gevolgen kunnen ernstig zijn: de bijl is scherp, en zal een ruwe vroedvrouw blijken te zijn.

Zeus
Sla er op los, en vrees niets. Ik weet wat ik doe.

Hephaistus
Hm. Ik vind het maar niets: echter, opdrachten moet men gehoorzamen. Welnu, wat hebben we hier? Een meisje in volledige wapenrusting! Dit is geen grap, Zeus. Ik begrijp dat je kregel werd, met dit grote meisje dat groeide onder je hersenpan; in volledige wapenrusting! Je hebt al die tijd een reguliere kazerne op je schouders gedragen. Zo actief ook! Kijk, ze danst een oorlogsdans, met schild en speer zwaaiend. Ze is zeer geinspireerd, en (meer sprekend nog) ze is erg mooi, en heeft in deze paar minuten de huwbare leeftijd bereikt; die grijze ogen, zien er zelfs onder een helm prachtig uit. Zeus, ik eis haar op als vergoeding voor mijn werk als verloskundige.

Zeus
Onmogelijk! Ze is vastbesloten om voor altijd maagd te blijven. Niet dat ik er, persoonlijk, enig bezwaar tegen heb.

Hephaistus
Dat is alles wat ik wens. De rest kun je aan mij overlaten. Vanaf dit moment zorg ik voor haar.

Zeus
Wel, als je denkt dat het zo gemakkelijk is. Maar ik ben zeker dat het een hopeloze zaak is.

15 - Zeus, Asclepius en Heracles

Zeus
Stop, Asclepius en Heracles, met dat geruzie, gedraag je als mannen; dergelijk gedrag is zeer ongepast en niet op zijn plaats aan de tafel van de goden.

Heracles
Verdient deze medicijnman een betere plek dan ik, Zeus?

Asclepius
Natuurlijk verdien ik die, ik ben beter dan jij.

Heracles
Waarom, jij domkop? Omdat het Zeus’ bliksem was die je schedel kraakte, voor je onheilige daden, en uit puur medelijden heb je nu je onsterfelijkheid gekregen?

Asclepius
Je plaagt me met mijn vlammendood, je bent kennelijk vergeten dat ook jij door vlammen werd gedood, op de Oeta.

Heracles
Was er dan geen verschil tussen jou en mijn leven? Ik ben de zoon van Zeus, en het is welbekend hoe ik heb gezwoegd, de aarde heb gezuiverd, monsters heb verslagen, en gewelddadige mannen heb gekastijd. Terwijl jij een kruidenzoeker en een kwakzalver bent geweest; ik durf te zeggen dat je nut hebt gehad voor zieke mensen, maar nooit een moedige daad tijdens je leven hebt verricht.

Asclepius
Dat klinkt zeer vriendelijk van u, wiens brandwonden ik heb genezen, toen je nog niet zo lang geleden geheel verschroeit, tussen de tuniek en de vlammen, je lichaam half weggeteerd, aankwam. Hoe dan ook, het zou moeten volstaan om te vermelden dat ik nooit een slaaf ben geweest zoals jij, nooit wol heb gekamd in Lydie, vermomd in een paarse sjaal en onder de plak zat bij Omphale, nooit mijn vrouw en kinderen in een vlaag van waanzin heb gedood.

Heracles
Als je niet stopt met je onbeleefdheden, zul je binnenkort meemaken dat onsterfelijkheid niet veel voorstelt. Ik zal je oppakken en hals over kop uit de hemel smijten, en Apollo zal nooit je gebroken Kroon herstellen.

Zeus
Stop, heb ik gezegd, zodat we ons zelf kunnen horen praten, of ik zal u beiden van tafel sturen. Heracles, Asclepius stierf voor jou, en hij heeft recht op een betere plek.

Dialoog 16 t/m 20

16 - Hermes en Apollo

Hermes
Waarom zo droevig, Apollo?

Apollo
Ach, Hermes, - mijn lief!

Hermes
O, dat is verdrietig. Maar, ben je nog steeds aan het piekeren over die affaire met Daphne?

Apollo
Nee, ik treur over mijn geliefde, de Laconier, de zoon van Oebalus.

Hermes
Hyacinthus? Is hij dood?

Apollo
Dood.

Hermes
Wie doodde hem? Wie had de moed? Die lieve jongen!

Apollo
Het was het werk van mijn eigen handen.

Hermes
Je moet gek zijn geweest!

Apollo
Niet gek; het was een ongeluk.

Hermes
Oh? En hoe is dat gebeurd?

Apollo
Hij leerde om de discus te werpen, en ik was met hem aan het werpen. Ik had net zoals gewoonlijk mijn discus hoog in de lucht geworpen, toen jaloerse Zephyrus (verdoemd is hij boven alle andere winden! Hij was al lang verliefd op Hyacinthus, hoewel Hyacinthus hem niets te vertellen had) – Zephyrus bulderend neer kwam waaien van de Taygetus, en de discus op het hoofd van het kind smeet; bloed stroomde als beken uit de wond, en in één ogenblik was alles over. Wraak kwam als eerste in mijn gedachten op, ik adresseerde een pijl aan Zephyrus, en achtervolgde zijn koers tot aan de berg. En het kind, dat begroef ik in Amyclae, op de fatale plek, en uit zijn bloed heb ik een voorjaarsbloem laten ontspruiten, lieflijkst, mooiste van alle bloemen, gegraveerd met de letters van wee. – is mijn verdriet onredelijk?

Hermes
Dat is het, Apollo. Je wist dat je jouw hart had gegeven aan een sterveling: treur dan niet vanwege zijn sterfelijkheid.

17 - Hermes en Apollo

Hermes
Denk je eens in dat een kreupele en smid zoals hij zou moeten trouwen met twee van zulke schoonheidskoninginnen als Aphrodite en Charis.

Apollo
Geluk, Hermes, dat is alles. Maar ik verbaas mij over hun beweegredenen naar zijn gezelschap; ze zien hem zwoegen en zweten, gebogen over zijn smederij, met zwartberoet gezicht; en toch knuffelen en kussen ze hem, en slapen met hem!

Hermes
Ja, het maakt mij ook boos; wat benijd ik hem! Ah, Apollo, je kunt je haar laten groeien, en je lier bespelen, en trots zijn op je uiterlijk; Ik ben een gezonde kerel, en de lier bespelen; maar, als het bedtijd is, liggen we alleen.

Apollo
Nou, mijn liefdes verlopen nooit voorspoedig; Daphne en Hyacinthus waren mijn grote passies; zij verfoeide mij zozeer dat ze liever veranderde in een boom dan met mij om te gaan; en hem doodde ik met een discus. Er rest mij van hen niets anders meer dan bladerkransen en bloemen.

Hermes
Ah, eens, eens, Ik en Aphrodite – maar nee; geen grootspraak.

Apollo
Ik weet het; daarom is er met Hermaphroditus afgerekend. Maar misschien kun jij me vertellen hoe het komt dat Aphrodite en Charis niet jaloers op elkaar zijn.

Hermes
Omdat de een zijn vrouw is in Lemnos en de ander in de hemel. Bovendien, Aphrodite geeft meer om Ares; hij is haar echte liefde; dus vermoeit ze haar hoofd niet over de smid.

Apollo
Denk je dat Hephaistus het weet?

Hermes
Oh, hij weet het; maar wat kan hij doen? Hij weet wat een krijgshaftige jonge kerel het is; dus hij houdt zijn mond. Hij spreekt erover om een net te maken, waarmee hij ze kan vangen tijdens het samenliggen.

Apollo
Ach, al wat ik weet, ik zou ik het niet erg vinden om gevangen te worden tijdens die daad.

18 - Hera en Leto

Hera
Ik moet je feliciteren, mevrouw, met de kinderen die je van Zeus hebt gebaard.

Leto
Ah, mevrouw; we kunnen niet allemaal de trotse moeder van Hephaistus zijn.

Hera
Mijn jongen mag dan kreupel zijn, maar hij is tenminste van enig nut. Hij is een kunstige smid, en heeft de Hemel tot een andere plek laten lijken; en Aphrodite vond hem de moeite waard om mee te trouwen, en is nog steeds dol op hem. Maar die twee van jou! – dat meisje is wild en tot op zekere hoogte een manwijf; en nu ze naar Scythie is vertrokken, en haar bezigheden daar geen geheim zijn; ze is zo slecht als een Scythische zelf, - vreemdelingen afslachtend en ze opeten! Apollo, ook, die doet alsof hij slim is, met zijn boog en zijn lier en zijn geneesmiddelen en zijn voorspellingen; die orakelwinkels die hij heeft geopend in Delphi, en Clarus, en Dindymus, zijn bedrog; hij gaat aan de veilige kant zitten door dubbelzinnige antwoorden te geven die niemand kan begrijpen, en verdient er geld mee, want er zijn genoeg gekken die daardoor geimponeerd worden, - maar verstandige mensen weten goed genoeg dat het een bedreiger is. De voorpeller wist niet dat hij zijn lieveling met de discus zou doden; hij voorspelde niet dat Daphne van hem weg zou lopen, zo knap als hij is, en zulke mooie haren ook! Ik ben, uiteindelijk, niet zeker of er veel te kiezen is tussen jouw kinderen en die van Niobe.

Leto
O, natuurlijk, mijn kinderen zijn slagers en bedriegers. Ik weet hoe jij het aanzicht van hen haat. Je kunt niet verdragen dat mijn meisje wordt gecomplimenteerd over haar uiterlijk, of hoe het spel van mijn jongen wordt bewonderd door het gezelschap.

Hera
Zijn spel, mevrouw! – sorry dat ik lach; - waarom, als de Muzen hem niet begunstigd hadden, zou het hem zijn huid gekoste hebben tijdens zijn wedstrijd met Marsyas; bij die gelegenheid werd arme Marsyas schandelijk gebruikt; het was een rechterlijke moord. – En wat uw charmante dochter betreft, toen Actaeon eenmaal haar charmes te zien kreeg, stuurde ze de honden op hem af, uit angst dat hij alles wat hij over haar wist zou vertellen: ik vergeet maar om te vragen waar het onschuldige kind haar kennis oppikte over verloskunde.

Leto
U hebt een hoge dunk van uzelf, mevrouw, omdat u de vrouw van Zeus bent, en zijn troon deelt; u mag beledigen wie u wilt. Maar er zullen tranen zijn, op het moment dat de volgende stier of zwaan op reis gaat, en u verwaarloosd wordt.

19 - Aphrodite en Selene

Aphrodite
Wat hoor ik over u, Selene? Wanneer je met je wagen boven Carie bent, stop je die om naar de op jagersmanier in het open veld slapende Endymion te staren; soms, zo vertellen ze mij, stap je zelfs uit en gaat beneden naar hem toe.

Selene
Ah, Aphrodite, vraag het die zoon van jou; hij kan dit alles beantwoorden.

Aphrodite
Wel nu, wat een stoute jongen! Hij bezorgt zijn eigen moeder allerlei problemen; Ik moet naar de aarde, nu eens naar de Ida om Anchises van Troje, dan weer naar Lebanon voor mijn Assyrische jongeling; - de mijne? Nee, hij maakt Persephone ook verliefd op hem, en me zo voor de helft beroofd van mijn lieveling. Ik heb hem vele keren verteld dat als hij zich niet gedraagt ik zijn artillerie zal breken, en zijn vleugels kortwieken, en hiervoor heb ik zijn kleine achterwerk met mijn slipper bewerkt. Het heeft geen zin; hij is bang en huilt een minuut of twee, en vergeet dan het hele voorval. Maar vertel me, is Endymion knap? Dat is altijd een troost voor onze vernedering.

Selene
Heel knap, vind ik, mijn beste; je moet hem eens zien als hij zijn mantel over de rotsen heeft uitgespreid en slaapt, zijn speren in zijn linkerhand, net uit zijn greep slippend, de rechterarm omhoog gebogen, een heldere omlijsting om zijn gezicht vormend, en hij zachtjes ademt tijdens zijn onbeholpen slaap. Dan kom ik geruisloos naar beneden, op mijn tenen lopend om hem niet wakker te maken of te laten schrikken – zo, je weet er nu alles van; waarom de rest vertellen? Ik ben smoorverliefd, dat is alles.

20 – Aphrodite en Eros

Aphrodite
Kind, kind, denk toch na voor je iets doet. Het is al erg genoeg op aarde, - je zet altijd mensen aan om streken uit te halen, met zichzelf of bij een ander; - maar ik spreek over de Goden. Je verandert Zeus van de ene gedaante in de andere gedaante wanneer je daar zin in hebt; je laat Selene neerdalen uit de hemel; je laat Helius rondscharrelen met Clymene, zodat hij soms helemaal vergeet uit te rijden. En wat de ondeugende spelletjes betreft die je met je moeder uithaalt, weet je dat het veilig is. Maar Rhea! Hoe durf je om haar te laten mijmeren over die jonge kerel in Phrygie, zo’n oude vrouw als zij, de moeder van zovele goden? Waarom, je hebt haar bijna gek gemaakt: ze heeft haar leeuwen ingespannen, en rijdt over de Ida met de Corybanten, die net zo gek zijn als zijzelf, hoog en laag krijsend voor Attis; en daar zijn ze, houwend met zwaarden in hun handen, rennend over de heuvels, als wilde dieren, met verfomfaaide haren, blazend op hoorns, op trommels slaand, rinkelende cimbalen; heel de Ida is gek geworden van het kabaal. Ik ben er heel ongerust over, ja, jij stoute jongen, je arme moeder voelt zich zeer ongemakkelijk: eens op een dag wanneer Rhea weer zo’n bui heeft (of, meer waarschijnlijk, weer bij zinnen is), zal ze de Corybanten op je afsturen, met de opdracht om je aan stukken te scheuren, of je voor de leeuwen te werpen. Je bent zo ondernemend!

Eros
Wees niet ongerust, moeder, tegen die tijd begrijp ik leeuwen uitstekend. Ik klim zo nu en dan op hun ruggen, pak hun manen vast, en berijdt hen; en als ik mijn hand in hun muilen steek, likken ze die alleen, en laten me die er weer uitnemen. Bovendien, wanneer heeft Rhea tijd om op mij te letten? Ze heeft het te druk met Attis. En ik zie er geen kwaad in om de mensen op mooie dingen te wijzen, ze kunnen het met rust laten; - het heeft niets met mij te maken. En hoe zou u het vinden als Ares niet verliefd op je was, of jij op hem?

Aphrodite
Meesterlijke jongen! Altijd het laatste woord! Maar eens zul je deze dag herinneren.

Dialoog 21 t/m 26

22 – Hera en Zeus

Hera
Nou, Zeus, ik zou me schamen als ik zo’n zoon had, zo verwijfd, en zo verslaafd aan drinken; zijn haar opgebonden met een lint, inderdaad! Het grootste deel van zijn tijd aan waanzinnige vrouwen bestedend, zelf net zoveel vrouw als een van hen; dansend op het geluid van fluit en trommel en cimbaal! Hij lijkt meer op iemand anders dan op zijn vader.

Zeus
Hoe dan ook, mijn lief, deze drager van linten, deze vrouw onder vrouwen, niet tevreden met het veroveren van Lydie, het onderwerpen van Thracie, bewoners van de Tmolus tot slaven makend, is helemaal tot India op expeditie geweest met zijn verwijfde bende, ving olifanten, veroverde het land, en nam hun koning na weinig weerstand gevangen. En al die tijd is hij niet gestopt met dansen, deed nooit afstand van de thyrsus en de klimop; altijd dronken (zoals je zegt) en altijd inspirerend! Als iemand zijn ceremonie belachelijk wil maken, doet hij dat niet ongestraft; hij wordt gebonden met wijnranken; of zijn moeder ziet hem aan voor een ree, en scheurt hem aan stukken. Zijn dit geen mannelijke daden, een zoon van Zeus waardig? Zonder twijfel is hij dol op zijn gemakken, en ook op zijn vermaak; daar moeten we niet over klagen: je mag oordelen over zijn dronken prestaties, maar wat een lastig portret zou het zijn als hij nuchter was.

Hera
Ik veronderstel dat je me nu gaat vertellen dat de uitvinding van wijn op zijn naam staat; hoewel je zelf kunt zien hoe dronkelappen rond wankelen en zich misdragen; men zou denken dat de drank hen waanzinnig heeft gemaakt. Kijk naar Icarius, de eerste aan wie hij wijnstok gaf: met houwelen dood geslagen door zijn eigen goedgemutste metgezellen!

Zeus
Poeh, onzin. Dat was niet Dionysus’ schuld, noch de schuld van wijn; het komt door het overmatige gebruik ervan. Mensen moeten hun wijn netjes drinken, en er niet teveel van drinken. Gedronken met mate, leidt het tot vrolijkheid en welwillendheid. Het is niet waarschijnlijk dat Dionysus zijn gasten zo zal behandelen zoals Icarius werd behandeld. – Nee, Ik zie wat er aan de hand is: - je bent jaloers, mijn lief; je kunt Semele niet vergeten, en dus moet je de edele resultaten van haar zoon beschimpen.

23 – Aphrodite en Eros

Aphrodite
Eros, lieveling, je hebt overwinningen behaald op de meeste goden – Zeus, Poseidon, Rhea, Apollo, ja, zelfs je eigen moeder; wat vindt je er van om een uitzondering te maken voor Athene? Bij haar heeft je toorts geen invloed, uw pijlenkoker geen pijlen, geen sluwheid vanuit je rechterhand.

Eros
Ik ben bang van haar, moeder, die vreselijk flitsende ogen! Zij lijkt wel een man, alleen nog erger. Wanner ik met mijn pijl op mijn boog op haar af ga, beangstigt het bewegen van haar helmpluim mij; mijn hand trilt dan zo erg dat die de boog laat vallen.

Aphrodite
Ik zou gedacht hebben dat Ares erger was, maar jij ontwapenden en versloeg hem.

Eros
Ach, hij is maar wat blij met mij; hij roept me naar hem toe. Athena kijkt me altijd zo aan! Eens toen ik vlak langs haar heen vloog, geheel per ongeluk, met mijn fakkel, ‘Als je bij mij in de buurt komt,’ riep ze, ‘ik zweer het bij mijn vader, dan steek ik mijn speer door je heen, of grijp je bij je voeten en smijt je in de Tartarus, of scheur je aan stukken met mijn eigen handen’- en meer van die verschrikkelijke dingen. En ze heeft zo’n zure blik; en dan draagt ze voor haar borst dat afschuwelijke gezicht met slangenhaar, dat beangstigt mij het meest van alles; die nare boeman – als ik het zie ren ik altijd direct weg.

Aphrodite
Nou, nou, je bent bang voor Athena en de Gorgo; dat zeg je tenminste, hoewel je niet maalt om de bliksemschicht van Zeus. Maar waarom laat je de Muzen ongestraft vrijuit gaan? Wuiven zij met hun pluimen en houden zijn Gorgo’s hoofden omhoog?

Eros
Ach, moeder, ze maken me verlegen; ze zijn zo groots, altijd aan het studeren en componeren, ik hou er van om daar te staan en naar hun muziek te luisteren.

Aphrodite
Laat ze maar gaan ook, ze zijn inderdaad groots. En waarom heb je nooit een schot op Artemis geprobeerd?

Eros
Waarom, het grappige is dat ik haar niet kan vangen, ze is altijd tussen de heuvels en ver weg. Maar daarnaast, haar hart is al verloofd.

Aphrodite
Met wie kind?

Eros
De jacht op herten en reeen; ze is zo vlug, ze vangt ze op, of schiet ze neer; ze kan aan niets anders denken. Haar broer, nu dan, is ook een boogschieter, en schiet goedgericht.

Aphrodite
Ik weet het, kind, je hebt hem vaak genoeg geraakt.

24 – Zeus en Helius

Zeus
Wat ben je mee bezig geweest, jij kwaadaardige titaan? Je bent tot het uiterste gegaan met de aarde, je wagen aan zo’n domme jongen toevertrouwend; hij is te dichtbij gekomen en heeft haar op één plek geschroeid, en op een andere iedereen gedood door vrieskou door de hitte te ver mee te nemen; er is niets dat hij niet op zijn kop heeft gezet, en als ik niet had gezien wat er gebeurde en hem niet met mijn bliksem had neergehaald, dan zou er niets meer van de mensheid zijn overgebleven. Een fijne vervangende chauffeur.

Helius
Ik was fout, Zeus; maar wees niet boos op mij; mijn jongen zette me zo onder druk; hoe wist ik dat het zo uit de hand zou lopen?

Zeus
O, natuurlijk wist je niet wat een delicate onderneming het was, en hoe de geringste afwijking alles zou ruineren! Is het nooit bij u opgekomen dat het vurige paarden zijn, en een sterke hand nodig hebben! Oh nee! Waarom, geef ze een moment de vrije hand, en ze zijn niet meer onder controle; precies wat er gebeurd is: zij trokken hem naar links, naar rechts, dan weer terug, en op en neer, net zoals zij het zelf verkozen; hij was volkomen hulpeloos.

Helius
Ik weet het; ik hield hem lang tegen en vertelde hem dat hij niet moest rijden. Maar hij huilde en smeekte, en zijn moeder Clymene viel hem bij, en uiteindelijk gaf ik toe. Ik toonde hem hoe hij moest staan, hoe ver het omhoog was, en waar hij moest beginnen met dalen, en hoe hij de teugels moest vasthouden, en de vurige dieren in controle moest houden; ik vertelde hem hoe gevaarlijk het was, als hij niet het spoor behield. Maar, arme jongen, toen hij merkte dat hij alleen de baas was over al dat vuur, en naar beneden keek in die gapende ruimte, werd hij bang, en geen wonder; en de paarden wisten al snel dat ik niet achter hen stond, keken hoe sterk hij was, verlieten het spoor, en veroorzaakten deze ravage; hij liet de teugels los – Ik denk dat hij bang was om uit de wagen gegooid te worden – en hield zich aan de rand vast. Maar hij heeft erom geleden, en mijn verdriet is straf genoeg voor mij, Zeus.

Zeus
Straf genoeg, inderdaad! Na zoiets gewaagd hebben te doen! – Nou, ik vergeef je deze keer. Maar als je ooit weer zondigt, of weer een vervanger zoals hij stuurt, zal ik je tonen hoeveel heter de bliksem is dan uw vuur Laat zijn zusters hem begraven bij de Eridanus, waar hij is gevallen. Zij zullen tranen van amber wenen en door hun verdriet in populieren veranderen. En voor jou, herstel de wagen – de as is gebroken, en één van de wielen is verpletterd –, grijp de paarden en stuur zelf. En laat dit een les voor je zijn.

26 – Apollo en Hermes

Apollo
Hermes, heb jij enig idee wie van deze twee is Castor, en wie Polydeuces is? Ik zie het verschil nooit.

Hermes
Gisteren was het Castor, en vandaag is het Polydeuces.

Apollo
Hoe weet je dat? Ze zijn precies hetzelfde.

Hermes
Hoezo, Polydeuces’ gezicht is getekend door de wonden die hij opliep tijdens het boksen; die Amycus, de Bebrycier, hem bezorgde, tijdens de expeditie met Iason, zijn duidelijk zichtbaar. Castor heeft geen merktekens; zijn gezicht is gaaf.

Apollo
Goed; ik ben blij dat ik dit weet. Al het andere is hetzelfde aan hen. Elk heeft zijn eigen halve eierschaal, met een ster op de bovenkant, ieder zijn speer en zijn witte paard. Ik noem Polydeuces altijd Castor, en Castor Polydeuces. En, trouwens, waarom zijn zij hier nooit samen tegelijk? Waarom moeten zij om beurten god en schaduw zijn?

Hermes
Dat is hun broederlijke manier. Zie je, het was beschikt dat een van de zonen van Leda moest sterven, en de andere onsterfelijk zou worden; en door deze regeling verdeelden zij de onsterfelijkheid tussen hen beiden.

Apollo
Wat een domme manier van handelen: als één van hen in de Hemel is, en de ander ondergronds, zien ze elkaar dus nooit; en ik veronderstel dat dit nu juist hun bedoeling was. Aan de andere kant: alle andere goden beoefenen het een of ander nuttige beroep, hetzij hier of op de aarde; bijvoorbeeld, ik ben een voorspeller, Asclepius is een arts, jij bent een eersteklas sporter en trainer, Artemis levert kinderen op de wereld af; en wat gaan deze twee doen? Twee van zulke grote kerels zullen het er toch niet van nemen?

Hermes
O nee. Hun bezigheid is wachten op Poseidon, en de golven berijden; als ze een schip in nood zien, gaan ze aan boord, en redden de bemanning.

© 2017 Maarten Hendriksz