Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Lucianus - Dialogen der zeegoden

Bron: theo.com

Naar het Nederlands vertaald door Maarten Hendriksz

Dialoog 1 t/m 5

01 – Doris en Galatea

Doris
Een knappe minnaar, Galatea, die Siciliaanse herder waarvan ze zeggen dat hij gek op jou is!

Galatea
Doe niet zo sarcastisch, Doris, hij is tenslotte Poseidon’s zoon.

Doris
Nou en, al was het die van Zeus, en nog steeds zo’n wild harig schepsel, met slechts één oog (er is niets lelijkers dan om maar één oog te hebben), denk je dat zijn afkomst zijn uiterlijk zou verbeteren?

Galatea
Ruigheid en wildheid, zoals je ze noemt, zijn niet lelijk in een man; en zijn oog staat goed in het midden van zijn voorhoofd, en ziet net zo goed als twee.

Doris
Wel, mijn lief, door uw vervoering over hem zou iemand kunnen denken dat jij verliefd op hem bent, niet hij.

Galatea
O nee, ik ben niet verliefd; maar het is jammer, dat jullie hem allemaal zien zoals jij. Ik denk dat je jaloers bent, Weet je nog? We speelden op de kust aan de voet van de Etna, waar een lange strook strand tussen de zee en de bergen ligt; hij was zijn schapen aan het weiden, en bespiedde ons van bovenaf; ja, hij wierp nooit blikken naar de rest zoals naar mij; ik was de mooiste; hij was een en al ogen – oog, bedoel ik, voor mij. Daarom ben je zo hatelijk, omdat bleek dat ik mooier was dan jij, goed genoeg om bemind te worden, terwijl van jou geen notitie werd genomen.

Doris
Aanstelster! Inderdaad jaloers! Omdat een éénogige herder denkt dat je mooi bent! Waarom, wat ziet hij in je met die witte huid? En hij geeft er alleen om omdat het hem herinnert aan kaas en melk; hij denkt dat alles even mooi is als dat. Als je meer wilt weten over je uiterlijk, ga dan op een rots zitten bij kalm weer, en buig over het water, gewoon een beetje witte huid, dat is alles; en wie geeft daar nu om, als het niet een beetje opgefleurd wordt met rood?

Galatea
Nou, al ben ik helemaal wit, ik heb een soort van minnaar, er is geen herder of zeeman of schipper die om een van jullie geeft. Bovendien, Polyphemus is zeer muzikaal.

Doris
Kijk uit, lieve; we hoorden hem gisteren zingen toen hij een serenade aan jou bracht. Hemel! Men zou hem voor een balkende ezel hebben gehouden. En zijn lier! Wat een ding! Een hertenschedel, met zijn hoorns als pennen, hij gebruikte een tak als dwarsbalk, en bevestigde de snaren zonder draaipennen! Toen begon de voorstelling, heel hard en vals, hij schreeuwde zelf iets, en de lier speelde wat anders, en het liefdesdeuntje bezorgde ons lachstuipen. Waarom zou, Echo, de kakeldoos, hem niet beantwoorden; ze zou zich geschaamd hebben als men haar betrapt had terwijl zij een dergelijk ruw en belachelijk liedje zou nabootsen. O, en het huisdier dat jouw jonker voor jou in zijn armen meebracht! – Een berenjong bijna net zo harig als hijzelf. Nu dan, Galatea, denk je nog steeds dat we je benijden om je minnaar?

Galatea
Nou, Doris, toon ons jouw minnaar, geen twijfel dat die veel knapper is, en beter zingt en speelt.

Doris
O, ik heb er geen; ik hoef niet mooi gevonden te worden. Maar een Cycloop – bah, hij mag één van zijn eigen geiten hebben! – Hij eet rauw vlees, zeggen ze, en voedt zich met reizigers – zo een als hij, lieve, mag je houden; ik wens je niets ergers dan terug te keren naar zijn liefde.

02 – Cyclopen en Poseidon

Polyphemus
Kijk eens, vader, wat die vervloekte vreemdeling met mij heeft gedaan! Hij voerde me dronken, viel me aan toen ik sliep, en maakte me blind.

Poseidon
Wie had de moed om dit te doen?

Polyphemus
Hij noemde zich eerst ‘Niemand’: maar toen hij veilig buiten bereik was, zei hij dat zijn naam Odysseus was.

Poseidon
Ik weet het – de Ithacees; op de terugreis vanuit Troje. Maar hoe kwam hij tot die daad? Hij is niet onderscheiden vanwege zijn moed.

Polyphemus
Toen ik van de weiden terugkeerde, ving ik veel van de makkers in mijn grot. Blijkbaar hadden ze plannen met de schapen: omdat ik de uitgang geblokkeerd had (daarvoor heb ik een hele grote steen), en ontstak een vuur, met een boom die ik naar huis had meegenomen vanaf de berg, - daar probeerden zij zich te verbergen. Ik zag dat het dieven waren, dus ving ik er een paar, en at die natuurlijk op, en toen gaf die schurk Niemand, of Odysseus, of wie het dan ook is, me iets te drinken, met een kruid er in; het rook en smaakte erg lekker, maar het was onwaarschijnlijk sterk spul; alles draaide in het rond; zelfs de grot leek op zijn kop te staan, en ik wist eenvoudig weg niet meer waar ik was; en uiteindelijk viel ik in slaap. Toen maakte hij een scherpe punt aan die paal, maakte die heet in het vuur, en maakte me blind terwijl ik sliep; en blind ben ik sinds die tijd, vader.

Poseidon
Je moet stevig geslapen hebben, mijn jongen, anders had je wel midden tussen hen in gesprongen zijn. Maar, hoe is Odysseus ontsnapt? Hij kon die steen niet verwijderen, dat weet ik.

Polyphemus
Ik nam hem zelf weg, om hem te grijpen als hij naar buiten ging. Ik zat in de deuropening, en zocht overal naar hem met mijn handen. Ik liet alleen de schapen naar buiten gaan naar de weide, en vertelde de ram alles wat ik wilde doen.

Poseidon
Ah! En zij slipten naar buiten onder de schapen? Maar je had de andere Cyclopen achter hem aan moeten sturen.

Polyphemus
Ik heb hen geroepen, en zij kwamen: maar toen zij vroegen wie het was die streken met mij uithaalde, zei ik ‘Niemand’; en toen dachten zij dat ik gek was, en gingen weer naar huis. Die schurk! Die naam van hem was een list: ‘Zelfs je vader kan dit niet herstellen,’ zei hij.

Poseidon
Het geeft niet, mijn jongen; ik zal mij op hem wreken. Ik ben niet in staat om blindheid te genezen, maar hij zal merken dat ik nog iets te vertellen heb tegen zeelieden. Hij is nog niet thuis.

03 – Poseidon en Alpheus

Poseidon
Wat is hier de bedoeling van, Alpheus? In tegenstelling tot anderen, meng jij je niet met het zoute water zoals een rivier behoort te doen wanneer jij je duik neemt, je maakt geen eind aan je werk door te vermengen; je blijft onvermengd doorstromen in zee, houdt je stroom vers, en haast je voort in geheel jouw glorievolle zuiverheid; je duikt naar vreemde diepten als een meeuw of een reiger, ik neem aan dat je weer hier of daar boven komt en jezelf weer vertoont.

Alpheus
Zet me niet onder druk, Poseidon; een liefdesgeschiedenis; je bent zelf zo vaak verliefd geweest.

Poseidon
Vrouw, nimf of Nereïde?

Alpheus
Allemaal fout; ze is een fontein.

Poseidon
Een fontein? En waar stroomt ze?

Alpheus
Ze is een eilandbewoonster – in Sicilie. Haar naam is Arethusa.

Poseidon
Ah, ik prijs je smaak. Ze is doorschijnend, en bubbelt op in perfecte zuiverheid, het heldere water dat over haar kiezelstenen vloeit lijkt wel massief zilver.

Alpheus
Je kent mijn fontein, Poseidon, en geen vergissing. Zij is het waar ik naar toe ga.

Poseidon
Ga dan; en moge het pad der liefde soepel verlopen. Maar vertel waar heb je haar ontmoet? Arcadie en Syracuse, weet je!

Alpheus
Ik heb haast; je houdt me op, met deze overbodige vragen.

Poseidon
Ja, zo ben ik. Ga naar je geliefde, rijs op uit de zee, meng jullie wateren en wees één.

04 – Menelaus en Proteus

Menelaus
Ik begrijp dat je in water kan veranderen, weet je, Proteus, omdat je een zeegod bent. Ik kan zelfs een boom begrijpen; en de leeuw is niet totaal buiten de grenzen van mijn geloof. Maar het idee dat je in staat bent om in vuur te veranderen, terwijl je onder water leeft zoals je doet, - dit wekt mijn verbazing, om niet te zeggen mijn ongeloof.

Proteus
Twijfel niet; omdat ik het kan.

Menelaus
Ik heb het je zien doen. Maar (om eerlijk tegen je te zijn) ik denk dat er ergens bedrog in het spel is, haal je trucks met mijn ogen uit; je verandert toch niet echt in zoiets?

Proteus
Bedrog? Welk bedrog kan dat nu zijn? Alles was zichtbaar. Je ogen waren open, neem ik aan, en je zag me in al die dingen veranderen? Als dat niet genoeg voor je is, als je denkt dat het bedrog is, een optische illusie, zal ik weer in vuur veranderen, dan kun je me aanraken met je hand, mijn scherpzinnige vriend. Dan ben je in staat om te concluderen of ik alleen zichtbaar vuur ben, of dat ik ook de aanvullende eigenschap van vuur bezit.

Menelaus
Dat is te snel gezegd.

Proteus
Ik veronderstel dat je nog nooit zoiets als een poliep hebt gezien, of de werkzaamheden van een vis het waargenomen?

Menelaus
Ik heb ze gezien; en wat betreft hun werkzaamheden, zal ik blij zijn met uw informatie.

Proteus
De poliep, die zijn rots heeft uitgezocht, en zich daaraan heeft vastgehecht met zijn zuignappen, assimileert daarmee, en verandert zijn kleur in die van de rots. Hiermee hoopt hij aan de aandacht van de visser te ontsnappen: er is geen verschil van kleur om zijn aanwezigheid te verraden; hij ziet er uit als steen.

Menelaus
Dat heb ik gehoord. Maar u doet geheel iets anders, Proteus.

Proteus
Ik weet niet welk bewijs jou zal overtuigen, als je dat van je eigen ogen weigert.

Menelaus
Ik heb het zien doen, maar het is uiterst ongewoon; vuur en water, in één en dezelfde persoon!

05 – Poseidon en de dolfijnen

Poseidon
Goed gedaan, dolfijnen! – Menslievend als altijd. Niet tevreden over uw vorige wapenfeit, toen Ino met haar zoontje Melicertes van de Scironische klip sprong, en jullie de jongen oppikten en hem naar de Isthmus overbracht, één van jullie zwom van Methymna naar Taenarum met een muzikant op zijn rug, met mantel en lier. Die zeelui hadden bijna hun kwade bedoelingen op hem uitgevoerd; maar jullie waren niet van plan om dat toe te staan.

Dolfijn
U hoeft niet verrast te zijn over onze goede daden tegenover de mensheid, Poseidon, wij waren ook mensen voordat we vissen werden.

Poseidon
Ja, ik denk dat het niet goed was van Dionysus om zijn overwinning te vieren met een dergelijke metamorfose, hij had tevreden moeten zijn met jullie toetreding als volgelingen. – Wel, dolfijn, vertel me over Arion.

Dolfijn
Zover ik gehoord heb, was Periander dol op hem, en stuurde er altijd iemand op uit om hem op te laten treden; Arion werd zeer rijk op door hem, en wilde een reis ondernemen naar Methymna, om thuis te pronken met zijn rijkdommen. Dienovereenkomstig nam hij een schip; maar dat had een bemanning van schurken. Hij maakte er geen geheim van dat hij goud en zilver bij zich had; en toen ze midden op de Egeïsche Zee waren, vielen de matrozen hem aan. Toen ik langszij zwom, hoorde ik alles wat er gebeurde. ‘Omdat jullie besluit vast staat’, zei Arion, ‘laat me dan tenminste mijn mantel aantrekken, en mijn eigen klaagzang zingen; dan zal ik me in zee werpen met mijn eigen goedkeuring.’ – de matrozen stemden toe. Hij gooide zijn minstrelenmantel over zich heen, en zong een zeer lieflijke melodie; en toen liet hij zich in het water vallen, niet twijfelend dat zijn laatste uur had geslagen. Maar ik ving hem op mijn rug op, en zwom met hem naar de kust bij Taenarum.

Poseidon
Ik ben blij dat u de beschermvrouw bent van de kunsten. Dat was een fraai staaltje van betalen voor een liedje.

Dialoog 6 t/m 10

06 – Poseidon, Amphitrite en de Nereiden

Poseidon
De zeestraat waar het kind in viel zal naar haar Hellespont worden genoemd. En wat haar lichaam aangaat, jullie Nereiden zullen het naar Troad brengen om door de bewoners begraven te worden.

Amphitrite
O nee, Poseidon. Laat haar graf de zee zijn die haar naam draagt. We hebben zo’n medelijden met haar; die behandeling door haar stiefmoeder was stuitend.

Poseidon
Nee, mijn lief, dat zal niet gebeuren. Het is inderdaad niet wenselijk dat zij hier onder het zand moet liggen, haar graf zal in Troad zijn, zoals ik zei, of op Chersonesus. Het zal geen schrale troost voor haar zijn dat Ino binnenkort hetzelfde lot zal ondergaan. Zij zal worden achtervolgd door Athamas vanaf de top van de Cithaeron over de heuvelrug die in zee uitloopt, en met haar zoon in haar armen in zee springen. Maar we moeten haar redden, om Dionysus te plezieren; Ino was zijn verzorgster en zoogde hem, weet je.

Amphitrite
Een verdorven schepsel zoals zij redden?

Poseidon
Nou, we willen Dionysus niet onheus bejegenen.

Nereiden
Ik vraag me af waardoor het meisje van de ram viel; haar broer Phrixus hield zich goed vast.

Poseidon
Natuurlijk deed hij dat; een gezonde jongen op een weergaloze vlucht, maar voor haar was het te vreemd; zittend op dat rare rijdier, neerkijkend in de gapende ruimte, doodsbang, overweldigd door de hitte, duizelig van de snelheid, verloor ze haar greep op de horens, en viel ze in de zee.

Nereiden
Haar moeder Nephele had haar val moeten breken.

Poseidon
Dat zou ik ook zeggen; maar het Lot was te sterk voor Nephele.

07 – Panope en Galene

Panope
Galene, heb je gisteren gezien wat Eris deed tijdens het feestmaal in Thessalie, omdat ze geen uitnodiging had gekregen?

Galene
Nee, ik was niet met jou; Poseidon had me opgedragen om de zee voor die gelegenheid kalm te houden. Wat deed Eris, dan, als ze er niet was?

Panope
Thetis en Peleus waren net naar de bruidskamer vertrokken, geregisseerd door Amphitrite en Poseidon, toen Eris ongemerkt binnenkwam – wat eenvoudig genoeg was, sommigen waren dronken, sommigen aan het dansen, of luisterden naar Apollo’s lier of het gezang van de Muzen – Nou, ze gooide een prachtige appel naar binnen, van massief goud, mijn lief; en daarop stond geschreven, ‘Voor de mooiste’. Die rolde voort alsof het wist wat de bedoeling was, tot die bij Hera, Aphrodite en Athena kwam. Hermes raapte hem op en las de inscriptie; natuurlijk bleven wij Nereiden rustig; wat moesten we doen in zo’n gezelschap? Maar zij alledrie eisten hem op, elk stond er op dat hij voor haar was bedoeld; en als Zeus hen niet uit elkaar had gehaald, zou er een gevecht zijn ontstaan. Hij wilde in deze zaak geen uitspraak doen, hoewel ze hem dat wel vroegen. ‘Ga, u allen, naar de Ida,’ zei hij, ‘naar de zoon van Priamus; hij is een man met goede smaak, heel goed in staat om de mooiste aan te wijzen, hij zal een goede rechter zijn.’

Galene
Ja, en de godinnen, Panope?

Panope
Zij gingen allemaal vandaag naar de Ida, geloof ik; we zullen binnenkort het nieuws met de uitslag wel te horen krijgen.

Galene
O, dat kan ik je nu al vertellen; als de rechter geen blinde man is, kan er niemand anders winnen, als Aphrodite meedoet.

08 – Triton, Poseidon en Amymone

Triton
Poseidon, er is zo’n mooi meisje dat elke dag naar Lerna komt om water te halen; ik weet niet of ik ooit een mooiere zag.

Poseidon
Wat is ze, een vrouw, of een slechts een waterdraagster?

Triton
O nee; ze is een van de vijftig dochters van die Egyptische koning. Haar naam is Amymone; ik heb navraag gedaan over haar en haar familie. Danaüs begrijpt discipline; hij voedt ze op en laat ze alles zelf doen; ze moeten water halen, en zich nuttig maken.

Poseidon
En komt ze geheel alleen, van Argos naar Lerna?

Triton
Ja; en Argos, weet je, is een dorstige plaats; ze is altijd bezig met water halen.

Poseidon
Triton, dit is zeer opwindend. We moeten gaan om haar te zien.

Triton
Prima, het is nu precies haar tijd; ik schat dat ze nu ongeveer halverwege naar Lerna is.

Poseidon
Breng de wagen voor, dan. Of nee; het duurt lang om die klaar te maken, en de paarden in te spannen. Bezorg me een goede snelle dolfijn; dat is veel sneller.

Triton
Hier is een snelheidsduivel voor jou.

Poseidon
Prima; nu laten we vertrekken. Jij zwemt met mij mee. – Zo we zijn in Lerna. Ik zal me hier ergens verdekt opstellen; en ga jij op de uitkijk staan. Al je haar ziet komen –

Triton
Daar komt ze aan!

Poseidon
Een charmant kind; de dageraad van de liefelijkheid. We moeten haar meenemen.

Amymone
Schurk! Waarvandaan praat je tegen mij? Je bent een kidnapper. Ik weet wie je gestuurd heeft – mijn oom Aegyptus. Ik ga mijn vader roepen.

Triton
Kalm, Amymone; het is Poseidon

Amymone
Poseidon? Wat bedoel je? Laat me los, schurk! Wil je mij de zee inslepen? Help, help, ik zal ondergaan en verdrinken.

Poseidon
Wees niet bang; er zal je geen kwaad geschieden. Kom, je krijgt een fontein die naar je genoemd zal worden; hij zal opspuiten op deze plek, vlakbij de golven; ik zal de rotsen met mijn drietand slaan. – Bedenk hoe fijn het is om dood te zijn, en geen water meet te hoeven dragen, zoals al je andere zussen.

09 – Iris en Poseidon

Iris
Poseidon: ken je dat drijvende eiland, dat werd afgescheurd van Sicilie, en nog steeds onder water rondzwerft; je moet het naar het oppervlak brengen, zegt Zeus, en het goed bevestigen in het midden van de Egeïsche Zee; en zorg ervoor dat het goed verankerd is; hij heeft er een bestemming voor.

Poseidon
Prima. En als ik het naar boven heb gehaald, en verankerd, wat gaat hij er dan mee doen?

Iris
Leto moet daar bevallen; haar tijd nadert.

Poseidon
En is er geen plek in de Hemel? Of is de Aarde te klein om haar kinderen te ontvangen?

Iris
Ah, zie je, Hera heeft de Aarde door een eed gebonden om Leto geen onderdak te verlenen tijdens haar barensnood. Dit eiland, echter, uit haar zicht, heeft dit niet beloofd.

Poseidon
Ik begrijp het. – Eiland, sta stil! Stijg nog één keer op uit de diepte; en deze keer mag je niet meer zinken. Voortaan bent u definitief land; het zal jouw geluk zijn om de tweeling kinderen van mijn broer te ontvangen, mooiste van de goden. – Tritons, jullie moeten Leto overzee begeleiden. Laten we allemaal kalm blijven. – En aan die slang die haar gek van angst maakt, wacht maar tot deze kinderen geboren zijn; zij zullen spoedig hun moeder wreken. – Je kunt Zeus vertellen dat het klaar is. Delos is standvastig: Leto hoeft alleen maar te komen.

10 – Scamander en Zee

Scamander
O Zee, neem me tot je, zie hoe verschrikkelijk ik ben behandeld; koel mijn wonden voor mij.

Zee
Wat is dit, Scamander, wie heeft je zo verbrandt?

Scamander
Hephaistus, O, ik ben tot sintels verbrand! Oh, oh, oh, Ik kook!

Zee
Wat is er gebeurd dat hij zijn vuur op jou gebruikt heeft?

Scamander
Waarom, het kwam allemaal door die zoon van jouw Thetis. Hij was de Phrygiers aan het afslachten; ik smeekte hem te stoppen, maar hij ging woedend door, mijn stroom afdammend met hun lichamen; ik had zo’n medelijden met die arme stakkers, dat ik mij liet afzakken om te zien of ik hem kon afschrikken met een overstroming. Maar Hephaistus hoorde ervan, en hij moet elk vuurtje verzameld hebben dat hij kon vinden in de Etna of ergens anders; en kwam naar mij toe, verschroeide mijn iepen en tamarisken, bakte de arme vissen en alen, liet me overkoken, en droogde mij bijna geheel op. Je ziet in welke staat ik nu verkeer met al mijn brandwonden.

Zee
Inderdaad je bent dik en warm, Scamander, en geen wonder; het bloed van dode mannen is één, maar vuur is wat anders, volgens jouw verhaal. Nou, u bent goed bediend; mijn kleinzoon beledigen, inderdaad! Een zoon van een Nereïde dient met niet minder respect bejegend te worden dan dat!

Scamander
Moest ik dan geen medelijden hebben met de Phrygiers? Zij zijn mijn buren.

Zee
En moest Hephaistus geen medelijden hebben met Achilles? Hij is de zoon van Thetis.

Dialoog 11 t/m 15

11 – Zuidenwind en Westenwind

Zuidenwind
Zephyrus, is het waar van Zeus en de vaars die Hermes begeleidt over de zee naar Egypte? – Is hij er verliefd op geworden?

Westenwind
Zeker. Maar ze was geen vaars, toen, maar een dochter van de rivier Inachus. Hera heeft haar veranderd in wat zij nu is; Zeus was zo verliefd op haar dat Hera jaloers werd.

Zuidenwind
En is hij nog steeds verliefd, nu ze een koe is?

Westenwind
O, ja; daarom stuurt hij haar naar Egypte, en vertelde ons om de zee niet op te stoken totdat ze die overgezwommen heeft; ze moet daar bevallen van haar kind, en beiden worden daar goden.

Zuidenwind
Die vaars een god?

Westenwind
Ja, dat zeg ik je. En Hermes zei dat ze de beschermster wordt van zeelieden en onze meesteres, en ons naar believen eropuit kan sturen of binnenhouden.

Zuidenwind
Dus we moeten onszelf met onmiddellijke ingang beschouwen als haar dienaren?

Westenwind
Waarom, ja; ze zal vriendelijker zijn als we het doen. Ah, ze is aan de overkant aangekomen. Zie je het? Ze loopt nu niet meer op vier poten; Hermes heeft haar rechtop laten staan, en weer terug veranderd in een mooie vrouw.

Zuidenwind
Dit is uiterst merkwaardig, Zephyrus; geen hoorns, geen staart, geen gespleten hoeven; en in plaats daarvan een mooie meid. Maar wat is er aan de hand met Hermes? Die heeft zijn knappe gezicht veranderd in dat van een hond.

Westenwind
We kunnen ons er beter niet mee bemoeien, hij kent zijn eigen zaakjes het beste.

12 – Doris en Thetis

Doris
Huil je, liefje?

Thetis
O, Doris, ik heb net gezien hoe een mooi meisje door haar vader in een kist gesmeten werd, met haar kleine baby; en hij gaf de kist aan enkele matrozen, en vertelde hen, zodra ze ver genoeg uit de kust zijn, die in het water te gooien; hij wil dat ze verdrinken, arme drommels.

Doris
O, zus, maar waarom? Wat is er aan de hand? Heb jij het gehoord?

Thetis
Haar vader, Acrisius, wilde haar bewaren voor een goed huwelijk. En, omdat ze zo mooi was, sloot hij haar op in een ijzeren kamer. En – ik weet niet of het waar is – maar ze dat Zeus zich veranderende in een gouden regen, die vanuit het dak neerdaalde, en ze ving dit goud op in haar schoot, - terwijl het al die tijd Zeus was. Toen kwam haar vader er achter – hij is een afschuwelijke, jaloerse oude man – en was woedend, en dacht dat zij een minnaar had ontvangen; hij stopte haar in de kist, op het moment dat het kind werd geboren.

Doris
En wat deed ze toen?

Thetis
Ze zei nooit een woord ter verdediging; ze was bereid zich te onderwerpen: maar ze pleitte vurig voor het leven van haar kind, en huilde, en hield hem omhoog voor zijn grootvader opdat deze hem kon zien; en er was geen zoetere baby, er school geen greintje kwaad in, lachend naar de golven. Ik begin opnieuw, alleen al bij de herinnering eraan.

Doris
Je maakt mij ook aan het huilen. En is het nu allemaal voorbij?

Thetis
Nee; de kist heeft hen tot nog toe veilig gedragen; hij si bij Seriphos.

Doris
Waarom redden we hen dan niet? We kunnen de kist in één van die vissersnetten duwen, kijk, en dan worden ze natuurlijk binnengetrokken, en komen veilig aan wal.

Thetis
Een goed plan. Ze zal niet sterven, noch het kind, die lieve schat!

14 – Triton en de Nereiden

Triton
Dus, dames: Het monster dat jullie naar de dochter van Cepheus hebben gestuurd is zelf gedood, en heeft Andromeda geen haar gekrenkt!

Nereiden
Wie deed dat? Ik veronderstel dat Cepheus zijn dochter alleen als aas gebruikte, en een heel leger in hinderlaag had liggen wachten om hem te doden?

Triton
Nee, nee. – Iphianassa, herinner jij je Perseus, Danae’s kind? – Zij werden samen door de jongen zijn grootvader in zee geworpen, in die kist, weet je nog wel, en jij had medelijden met hem.

Iphianassa
Ik weet het; maar waarom. Ik veronderstel dat hij intussen een knappe jonge vent is?

Triton
Hij was het die het monster doodde.

Iphianassa
Maar waarom, dit is niet de manier om zijn dankbaarheid te tonen.

Triton
Ik zal je er alles over vertellen. De koning had hem op expeditie tegen de Gorgonen gestuurd, en toen hij in Libya kwam -

Iphianassa
Hoe kwam hij daar? Helemaal alleen? Hij moet iemand gehad hebben die hem hielp? – Anders is het een gevaarlijke reis.

Triton
Hij vloog, - Athena gaf hem vleugels. – Dus, toen hij daar aankwam waar de Gorgonen leefden, betrapte hij hen slapend, denk ik, onthoofde Medusa, en vloog weg.

Iphianassa
Hoe kon hij hen zien. De Gorgonen kunnen niet aangekeken worden. Wie naar hen kijkt zal nooit meer naar iets anders kijken.

Triton
Athena hield haar schild omhoog – Ik hoorde hem later zoiets erover vertellen tegen Andromeda en Cepheus – Athena liet hem de weerspiegeling van de Gorgo in haar schild zien, dat zo helder is als een spiegel, hij greep haar haren in zijn linkerhand, greep zijn ‘scimetar ’ met zijn rechter, nog steeds kijkend naar de weerspiegeling, sneed haar hoofd af, en ze was uitgeschakeld voordat haar zusters wakker werden. Nadat hij lager was gaan vliegen toen hij ginds de Ethiopische kust bereikte, kreeg hij Andromeda in het zicht, gekluisterd aan een vooruitstekende rots, haar haren hingen los over haar schouders; gij goden, wat een liefelijkheid werd daar tentoongesteld om te bekijken! Eerst uit medelijden om haar harde lot vroeg hij naar de oorzaak van haar noodlot: maar het Lot had het vonnis over het meisje uitgesproken, en plotseling overviel de Liefde hem, en hij besloot haar te redden. Het afzichtelijke monster naderde haar nu snel, en zou haar hebben doorgeslikt: maar de jeugd, erboven zwevend, versloeg het met het getrokken ‘scimetar’ in zijn rechterhand, en in zijn rechter het onbedekte verstenende Gorgohoofd: het monster was in één ogenblik levenloos; alles wat die blik had aanschouwd was veranderd in steen. Toen bevrijde Perseus het meisje uit haar boeien, en ondersteunde haar, en met voorzichtige stapjes daalde ze af van de glibberige rots. – En nu gaat hij met haar trouwen in het paleis van Cepheus, en neemt haar mee naar huis in Argos, dus waar ze allen maar dood om zich heen zag, vond ze een ongewoon goede partij.

Iphianassa
Ik ben niet rouwig om het te horen. Het is haar schuld niet, als haar moeder de ijdelheid heeft om ons uit te dagen met haar schoonheid.

Doris
En toch, ze is Andromeda’s moeder; en we zouden wraak op haar hebben genomen via haar dochter.

Iphianassa
Lieverd, gebeurd is gebeurd. Wat maakt het uit als de tong van een barbaarse koningin een loopje met haar neemt? Door de schrik is ze voldoende gestraft. Dus laten we dit huwelijk zegenen.

15 – Westenwind en Zuidenwind

Westenwind
Zo’n prachtig schouwspel zag ik nog nooit op de golven, sinds de dag dat ik voor het eerst blies. Jij was er niet, Notus?

Zuidenwind
Schouwspel, Zephyrus? Welk schouwspel? En van wie?

Westenwind
Je miste een zeer verrukkelijk spektakel; dit zul je waarschijnlijk ook nooit meer te zien krijgen.

Zuidenwind
Ik was bezig met de Rode Zee; en ik gaf de Indiase kust een beetje lucht. Dus ik weet niet waar je het over hebt.

Westenwind
Wel, je kent Agenor de Sidonier?

Zuidenwind
Europa’s vader, wat is er met hem?

Westenwind
Het is Europa waar ik je over wil vertellen.

Zuidenwind
Je hoeft me niet te vertellen dat Zeus al lange tijd verliefd op haar is; dat is oudbakken nieuws.

Westenwind
We kunnen de liefde dus overslaan, en gaan door met het vervolg. Europa was met haar speelkameraadjes naar het strand gekomen om daar te spelen. Zeus veranderde zichzelf in een stier, en deed mee aan het spel. Hij zag er prachtig uit – smetteloos witte huid, gekromde horens, en zachte ogen. Hij dartelende met hen op de kust, loeide uiterst muzikaal, totdat het hart van Europa hem begunstigde en bovenop hem klom. Ze had dit nog niet gedaan, met haar op zijn rug, of Zeus maakte dat hij weg kwam en rende naar de zee, sprong erin, en begon te zwemmen; ze was verschrikkelijk bang, maar bleef zitten door zich vast te klampen aan een van zijn horens met haar linkerhand, terwijl ze met haar rechterhand haar rok omlaag hield tegen de wind.

Zuidenwind
Inderdaad een prachtig gezicht, Zephyrus, in alle opzichten – Zeus zwemmend met zijn geliefde op zijn rug.

Westenwind
Ja, maar wat volgde was nog mooier. Elke golf viel, de zee trok aan haar vredesmantel om hen zo snelheid te laten maken; wij winden hielden vakantie en reden mee op de trein, een en al oog; wapperende Liefde scheerde over de golven, af en toe een onvoorzichtige teen onderdompelend – in hun handen brandend fakkels, het huwelijkslied op hun lippen; meedrijvende Nereiden – weinig maar kwistig met hun naakte charmes – en klapten in hun handen, en hielden steeds gelijke tred met de dolfijnen; het gezelschap Tritons, met alle zeeschepsels die het oog niet beangstigen, trippelden om het meisje; want Poseidon op zijn wagen, met Amphitrite naast hem, leidde hen in feestelijke stemming, zijn broer aansporend door de golven. Maar, alles bekronend, baarde een Tritonstel Aphrodite, rustend op een schelp, de bruid bestrooiend met alle bloemen die bloeiden. Zo ging het van Phoenicie tot aan Kreta. Maar, toen hij voet op het eiland zette, zie, was de stier verdwenen; Het was Zeus die de hand van Europa pakte en haar naar de grot van Dicte leidde – blozend en met neergeslagen ogen; want zij kende nu het einde van haar reis. Maar wij dartelden door het water en wekten de kalme zee opnieuw op.

Zuidenwind
O jé, wat een bezienswaardigheid van heerlijkheid moet dat geweest zijn! En ik keek naar griffioenen, en olifanten en negers!

© 2017 Maarten Hendriksz