Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Lucianus van Samosta

De afbeelding van Lucianus

Bron: Wikipedia

Lucianus of Loukianos van Samosata (ca. 125 – ca. 180) was een Griekstalige schrijver in het Romeinse rijk. Hij schreef ruim zestig werken van uiteenlopende omvang, die voor het grootste deel tot de retorica en tot het satirische genre gerekend mogen worden. Lucianus was de belangrijkste prozasatiricus uit de Oudheid.

Lucianus werd rond 125 n.Chr. geboren in Samosata, een stad aan de bovenloop van de Eufraat, die toen deel uitmaakte van de Romeinse provincie Syria. Zijn moedertaal was het Syrisch, op school leerde hij Grieks (de voertaal in de oostelijke helft van het Romeinse rijk). De naam Lucianus, die Romeins is, heeft hij ongetwijfeld later aangenomen. Waarschijnlijk is hij vernoemd naar een beschermheer die Lucius heette.

Voor biografische gegevens zijn we volledig aangewezen op de schaarse gegevens in Lucianus’ eigen werk. Over zijn jonge jaren vertelt hij enkele details in zijn De droom. Hij werd door zijn vader voorbestemd – zo vertelt hij daar – na zijn schooljaren beeldhouwer te worden. Toen zijn opleiding bij een oom van moederskant de eerste dag al mislukte, koos hij voor een leven als literator. Na een uitstekende opleiding in de Griekse taal en literatuur, begon hij een carrière als rondreizend redenaar. Kennelijk was er voldoende belangstelling voor zijn Griekstalige redevoeringen.

Zijn professie bracht hem naar Griekenland, Italië en Gallië, waar hij een tijdlang woonde in Marseille. We weten verder dat hij in Antiochië is geweest en vier keer in Olympia; de laatste keer was hij getuige van de theatrale zelfverbranding van Peregrinus Proteus (in 165 of 167), waarover hij Over de dood van Peregrinus schreef. Lucianus vond ook van zichzelf dat hij verschilde van de ander schrijvers van zijn tijd, omdat hij niet wilde dat de mensen zijn boeken per se geloofden. De Waargebeurde geschiedenis is ook een parodie op wat vroegere schrijvers vertelden, en de titel is ironisch bedoeld, want het verhaal gaat over de Maanlingen (mensen die op de maan woonden).

Rond zijn veertigste levensjaar had hij genoeg van de retorica. In De tweevoudige aanklacht vertelt hij dat hij zich ging toeleggen op een nieuwe literaire vorm, de satirische dialoog. Met zijn vader vestigde hij zich in Athene. Of hij zich daar aan de Academie of het Lyceum verdiepte in de filosofie - zoals wel wordt gedacht - is onduidelijk. Hij maakte in ieder geval kennis met de cynische filosoof Demonax. Na zijn vijftigste jaar nam hij in ca. 171 de functie van secretaris van de Romeinse stadhouder in Egypte aan, een stap die hij rechtvaardigt in zijn Apologie. Deze baan gaf hij ca. 177 weer op, waarna hij terugkeerde naar Athene. Het laatste historische gegeven dat we in Lucianus’ werk tegenkomen is de dood van keizer Marcus Aurelius in het jaar 180. Hoelang daarna Lucianus is gestorven, weten we niet.

Lucianus schreef niet in het Grieks van zijn eigen tijd, maar richtte zich in zijn taalgebruik naar de 5e en 4e eeuw v.Chr. Hiermee sloot hij zich aan bij een literaire stroming die bekendstaat als de Tweede sofistiek, waarvan hij de voornaamste vertegenwoordiger was. Lucianus was een productief schrijver. Er zijn een 70-tal geschriften die op zijn naam staan, maar mogelijk zijn ze niet allemáál van zijn hand. Zijn belangrijkste werken met betrekking tot de Griekse Mythologie zijn de volgende: Dialogen der doden, -der goden, -der zeegoden en Het oordeel van Paris.

© 2017 Maarten Hendriksz