Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Lucianus - Het Oordeel van Paris

Bron: theoi.com

The Works of Lucian of Samosata. Translated by Fowler, H W and F G. Oxford: The Clarendon Press. 1905. Vertaald naar het Nederlands door Maarten Hendriksz 2012.

1.1. Boodschap van Zeus voor Paris

Zeus
Hermes, neem deze appel, en ga er mee naar Phrygië; op de Gargarus piek van de Ida zul je Priamus’ zoon vinden, de herder. Vertel hem deze boodschap: ‘Paris, omdat je er goed uitziet, en wijs bent in de zaken der liefde, geeft Zeus je opdracht om te jureren tussen Godinnen, en te beslissen wie de mooiste is. En de prijs zal deze appel zijn.’ – Nu, jullie drieën, geen tijd om te verliezen: op weg naar jullie rechter. Ik wil niets met deze zaak te maken hebben: I hou van jullie precies evenveel, en ik wenste alleen dat jullie alle drie konden winnen. Als ik de prijs aan één van jullie geef, zullen de andere twee mij haten, uiteraard. Onder deze omstandigheden, ben ik niet gekwalificeerd om jullie rechter te zijn. Maar deze jonge Phrygiër naar wie jullie onderweg gaan is van koninklijk bloed – familie van Ganymedes, - en tegelijkertijd een eenvoudige landsman; zodat we niet hoeven te twijfelen aan het oordeel van zijn ogen.

Aphrodite
Wat mij betreft, Zeus, mag Momus onze rechter zijn; ik ben niet bang om mezelf te tonen. Welke fout kan hij bij mij vinden? Maar de anderen moeten het hiermee eens zijn.

Hera
O, we zijn niet bang, dank je, - hoewel misschien je bewonderaar Ares benoemd moet worden. Maar Paris is goed; wie hij ook mag zijn.

Zeus
En mijn kleine Athena; hebben we haar goedkeuring? Nee, nooit blozen, noch je gezicht verhullen. Nou, nou, maagden zijn preuts; het is een delicaat onderwerp. Maar kijk, ze knikt haar goedkeuring. Nu, scheer jullie weg; en denk erom, de verliezers mogen niet boos worden op de rechter, ik wil niet dat de arme jongen kwaad wordt berokkend. Er kan er maar een de mooiste zijn.

1.2. Op weg naar de Ida

Hermes
Vooruit naar Phrygië. Ik zal de weg wijzen; blijf vlak achter me, dames, en wees niet nerveus. Ik ken Paris goed: hij is een charmante jongeman; een goede minnaar, en een bewonderenswaardige rechter van schoonheid. Vertrouw erop, hij zal een goede uitspraak doen.

Aphrodite
Ik ben blij om dat te horen; ik vraag om niets beter dan een goede rechter. – Heeft hij een vrouw, Hermes, of is hij vrijgezel?

Hermes
Nou niet precies een vrijgezel.

Aphrodite
Wat bedoel je?

Hermes
Ik geloof dat hij een vrouw heeft, als het ware, een goedaardig soort van meisje – een lokale bewoonster, maar helaas boers! Ik geloof dat hij niet veel om haar geeft. – Waarom vraag je dat?

Aphrodite
Ik wil het alleen maar weten.

Athena
Nu, Hermes, dat is niet eerlijk. Geen gefluister met Aphrodite.

Hermes
Het stelde niets voor, Athena; niets over jou. Ze vroeg me alleen of Paris een vrijgezel was.

Athena
Wat gaat dat haar aan?

Hermes
Niets dat ik weet. Ze bedoelde niets met die vraag; ze wilde het alleen maar weten.

Athena
En, is hij dat?

Hermes
Waarom, nee.

Athena
En geeft hij om roem in het gevecht? Heeft hij ambitie? Of is hij slechts een herder?

Hermes
Ik kan het niet met zekerheid zeggen. Maar hij is een jongeman, dus het mag verwacht worden dat aanzien in de strijd tot zijn verlangens behoord.

Aphrodite
Nou, zie je wel; ik klaag niet; ik zeg niets terwijl jij met haar fluistert. Aphrodite is niet zo bijzonder als sommige andere mensen denken.

Hermes
Athena vroeg me bijna hetzelfde als jij; dus wees niet slechtgehumeurd. Het zal je geen kwaad berokkenen, mijn beantwoording van een eenvoudige vraag. – Intussen, hebben we de sterren ver achter ons gelaten, en zijn bijna boven Phrygië. Daar is de Ida: ik kan hiervandaan de piek van de Gargarus gemakkelijk herkennen; en als ik mij niet vergis, is daar Paris zelf.

1.3. Aankomst op de Ida

Hera
Waar is hij, ik zie hem niet.

Hermes
Kijk daar aan de linkerkant, Hera: niet op de top, maar benenden aan de zijkant, bij die grot waar je de kudde ziet.

Hera
Maar ik zie geen kudde

Hermes
Wat, zie je ze niet tussen de rotsen vandaan komen, - daar waar ik wijs, kijk – en de man die naar benenden rent vanaf de klip, en hen bijeen houdt met zijn staf?

Hera
Nu zie ik hem; als hij het is.

Hermes
O, dat is Paris. Maar we gaan dichterbij; het is tijd om uit te stappen en te gaan lopen. Hij zou kunnen schrikken, als we plotseling op hem neerdalen.

Hera
Ja, heel goed. En nu we op aarde zijn, zou je voorop willen gaan Aphrodite, en ons de weg wijzen. Jij kent het land natuurlijk, na al die keren dat je hier bent geweest om Anchises te zien; zoiets heb ik gehoord.

Aphrodite
Uw schampere opmerkingen hebben op mij geen effect, Hera

Hermes
Kom, ik zal zelf voorop gaan, ik heb enige tijd op de Ida doorgebracht, terwijl Zeus Ganymedes het hof maakte. Veelvuldig ben ik hierheen gestuurd om over de jongen te waken; en toen uiteindelijk de adelaar kwam, vloog ik naast hem, en hielp hem met zijn lieflijke last. Dit is de rots, als ik mij goed herinner; ja, Ganymedes floot juist zijn schapen bijeen, toen de adelaar achter hem naar beneden dook, en teder, oh, zo teder, hem opnam met die klauwen, en met de tulband in zijn snavel droeg hij hem weg, de bange jongen rekte zijn nek uit om zijn overweldiger te bekijken. Ik raapte de fluiten op – die hij van schrik had laten vallen en – ah! Daar is onze scheidsrechter, dichtbij. Laten we hem aanklampen. – Goedemorgen, herder.

1.4. De opdracht aan Paris

Paris
Goedemorgen, jongeman. En wie mag jij zijn, zo ver van huis? En deze dames? Ze zijn te bevallig, om te wandelen op de berghellingen.

Hermes
‘Deze dames,’ beste Paris, ‘zijn Hera, Athena en aphrodite; en ik ben Hermes, met een boodschap van Zeus. Waarom zo bleek en angstig? Beheers je; er is niets aan de hand. Zeus heeft u benoemd als de scheidsman over hun schoonheid. Omdat je knap bent, en wijs in de zaken der liefde (zo wordt verteld), Ik laat de beslissing aan jou; en wat de prijs betreft, - lees de inscriptie op de appel.’

Paris
Laat me zien waar het over gaat. ‘Voor de mooiste’ staat er. Maar, mijn heer Hermes, hoe zal een sterveling en een landsman zoals ik de rechter zijn van een dergelijke ongekende schoonheid? Dit kunnen herdersogen niet beoordelen; laat de mooie stadsbewoners beslissen over zulke zaken. Wat mij betreft, ik kan u vertellen welke van de twee geiten de mooiste is; of ik kan oordelen tussen vaars en vaars; - dat is mijn vak. Maar hier, waar elk even mooi is, weet ik niet hoe ik als man van de een naar de ander moet kijken. Waar mijn ogen ook kijken, blijven ze hangen, - want daar is schoonheid: als ik ze beweeg, wat vind ik dan? Meer Schoonheid! En zit ik weer vast, maar afgeleid door naburige schoonheid. Ik baad in schoonheid: ik ben geboeid: ah, waarom heb ik niet overal ogen zoals Argus? Mij dunkt dat het een eerlijke beloning is, om aan alle drie de appel te geven. Daarnaast: is één de vrouw en zus van Zeus; de anderen zijn dochters. Noem het wat je wilt, maar het is een lastige zaak om te beoordelen.

Hermes
Dat is het, Paris. En tegelijkertijd – Zeus’ opdracht! Je kunt er niet onderuit.

Paris
Welnu, vertel hen alstublieft, Hermes, dat de verliezers niet boos op mijn mogen worden, de fout zal geheel aan mijn ogen liggen.

Hermes
Dat is duidelijk begrepen. En nu aan het werk.

1.5. Paris begint aan zijn taak

Paris
Ik zal doen wat ik kan, er is geen hulp. Maar nog één vraag, - moet ik alleen kijken zoals ze nu zijn, of moet is grondig ingaan op de zaak?

Hermes
Dat is aan jou om te beslissen, op basis van je vakmanschap. Je hoeft alleen je opdrachten maar te geven; doe wat je het beste lijkt.

Paris
Wat mij het beste lijkt? Dan zal ik grondig zijn.

Hermes
Maakt u klaar, dames. Nu, rechter. – Ik zal de andere kant opkijken.

Hera
Ik keur uw beslissing goed, Paris. Ik zal de eerste zijn om me aan uw inspectie te onderwerpen. U zult zien dat ik meer te bieden heb dan alleen maar witte armen en grote ogen: alles aan mij is pure schoonheid.

Paris
Aphrodite, wil jij je ook voorbereiden?

Athena
O, Paris, - laat haar eerst haar gordel afdoen; die is magisch; ze zal je betoveren. Ze heeft het recht niet om zich zo opgedirkt en opgeschilderd te tonen, - net als een courtisane! Ze moet zich laten zien zonder opsmuk.

Paris
Ze hebben gelijk wat de gordel betreft, mevrouw; ik moet gaan.

Aphrodite
O, goed dan, Athene: doe die helm af, en toon je blote hoofd, in plaats van de rechter proberen te intimideren met die wuivende pluim. Ik veronderstel dat je bang bent dat de kleur van je ogen wordt opgemerkt, zonder hun enorme omrandingen.

Athena
O, hier is mijn helm.

Aphrodite
En hier is mijn gordel.

Hera
Nu dan.

Paris
God van de wonderen! Wat een lieflijkheid is hier aanwezig! O, verovering! Hoe prachtig zijn de charmes van deze meisjes. Hoe verblindend is de majesteit van de echte koningin van de Hemel! En O, hoe zoet, hoe boeiend is de glimlach van Aphrodite! Het is teveel, teveel gelukzaligheid. – Maar misschien is het beter voor mijn om elk in detail te bekijken; want ik twijfel nog, mijn ogen worden naar alle kanten tegelijk getrokken.

Aphrodite
Ja, dat zal het beste zijn.

1.6. De schouw van Hera

Paris
Trek je terug, jij en Athena; en laat Hera blijven.

Hera
Zo al het zijn; en als u klaar bent met uw onderzoek, moet u het volgende overwegen, hoe zou jou het geschenk bevallen dat ik je aanbiedt. Paris, gun mij de schoonheidsprijs, en u wordt heerser over geheel Azië.

Paris
Ik neem geen geschenken aan. Trek u terug. Ik zal oordelen zoals ik denk dat juist is. Kom nader Athena.

1.7. De schouw van Athena

Athena
Aanschouw. En, Paris, al jij wilt zeggen dat ik de mooiste ben, zal ik je een grote krijger en veroveraar maken, en je zult altijd winnen, in al je gevechten.

Paris
Maar ik geef niets om strijd, Athena. Zoals je ziet, heerst er vrede in geheel Lydië en Phrygië, en de heerschappij van mijn vader in onbetwist. Maar laat maar zitten, ik ben niet van plan om je geschenk aan te nemen, maar je zult eerlijk beoordeeld worden. U kunt uw gewaad weer aantrekken en uw helm opzetten; ik heb genoeg gezien. En dan nu Aphrodite.

1.8. Aphrodite bewerkt Paris

Aphrodite
Hier ben ik; neem je tijd, en onderzoek zorgvuldig; laat niets aan uw waakzaamheid ontsnappen. En ik heb iets anders tegen u te zeggen, knappe Paris. Ja, jij knappe jongen, ik heb lang een oogje op je gehad, ik denk dat je de knapste jongeman in heel Phrygië bent. Maar het is zo jammer dat je deze stenen en rotsen niet wilt verlaten, en in een stad gaat wonen; je zult al je schoonheid verliezen in deze woestenij. Wat heb jij met bergen? Welke bevrediging geeft uw schoonheid aan een stel koeien? Je had al lang geleden getrouwd moeten zijn; niet met een van deze slonzige vrouwen hiervandaan, maar met een bepaald Grieks meisje, misschien een Argivische, of een Corinthische, of een Spartaanse; Helena, is een Spartaanse, en zo’n mooi meisje – net zo mooi al ik – en zo fijnbesnaard! Daarom, als ze je eenmaal ziet, zal ze alles opgeven, ik ben er zeker van, om met je mee te gaan, en een zeer toegewijde vrouw zijn. Maar je hebt over Helena gehoord, natuurlijk?

Paris
Nee, mevrouw; maar ik zou nu wel alles over haar willen horen.

Aphrodite
Goed, ze is de dochter van Leda, de beeldschone vrouw, je weet wel, die Zeus bezocht in de gedaante van een zwaan.

Paris
En hoe ziet ze er uit?

Aphrodite
Ze is mooi, zoals verwacht mag worden van de zwaan, zacht als dons (ze is geboren uit een ei, weet je) en zo’n lenig, sierlijk lichaam, maar let op, ze werd zo enorm bewonderd, dat er een oorlog ontstond omdat Theseus haar schaakte; ze was toen nog een kind. Toen ze opgroeide, dongen koningen naar haar hand, werd ze aan Menelaüs gegeven, een afstammeling van Pelops. – Nu, als je wilt, zal zij jouw vrouw worden.

Paris
Wat, als ze al getrouwd is?

Aphrodite
Rustig, kind, jij bent een sul: ik begrijp deze dingen.

Paris
Ik zou ze ook willen begrijpen

Aphrodite
Je zult voor een inspectiereis koers zetten naar Griekenland: en wanneer je in Sparta aankomt, zal Helena je zien; en de rest – haar verliefdheid op jou, en met je mee teruggaan – dat is mijn zaak.

Paris
Maar dat kan ik niet geloven, - dat zijn haar man zal verzaken om de zee over te steken met een vreemdeling, een barbaar.

Aphrodite
Vertrouw me nu maar. Ik heb twee prachtige kinderen, Liefde en Verlangen. Zij zullen je gids zijn. Liefde zal haar uit alle macht bestormen, en haar dwingen om verliefd op je te worden: Verlangen zal totaal omvatten, en u even begeerlijk maken als hijzelf; en ik zal er ook zijn om te helpen. Ik kan de Gratiën ook laten komen, en onder ons gezegd, we zullen overwinnen.

1.9. Paris verliefd op Helena

Paris
Hoe dit af zal lopen, weet ik niet. Alles wat ik weet, dat ik nu al verliefd ben op Helena. Ik zie haar voor me – Ik zeil naar Griekenland ik ben in Sparta – ik ben op mijn thuisreis, met haar naast me! Ach, waarom is niets hiervan waar?

Aphrodite
Wacht. Nog niet verliefd worden. Je moet eerst mijn belangstelling voor de bruid zeker stellen, door uw prijs. De vereniging moet gezegend worden met mijn glorierijke aanwezigheid: jouw huwelijk zal mijn feest van overwinning zijn. Liefde, schoonheid, huwelijk; al deze zaken kun je kopen voor de prijs van gindse appel.

Paris
Maar nadien zul me helemaal vergeten?

Aphrodite
Moet ik zweren?

Paris
Nee; maar beloof het nog een keer.

Aphrodite
Ik beloof dat jij Helena zult hebben als vrouw; dat ze je zal volgen, en Troje tot haar huis zal maken; en ik zal bij je zijn, en je overal mee helpen.

Paris
En Liefde meenemen, en Verlangen, en de Gratiën?

Aphrodite
Welzeker; en Passie en Hymenaeus ook.

1.10. Het oordeel van Paris

Paris
Neem de appel: hij is van jou.

© 2017 Maarten Hendriksz