Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Parthenius - Liefdesgeschiedenissen

Bron: Theoi.com

Parthenius, Love Romances. Translated by Edmonds, J M and Gaselee, S. Loeb Classical Library Volume 69. Cambridge, MA. Harvard University Press. 1916. Naar het Nederlands vertaald door Maarten Hendriksz 2014.

00. Inleiding

Parthenius groet Gallus.
Ik denk, mijn beste Cornelius Gallus, dat u boven alle mensen iets zeer aangenaams zult aantreffen in deze collectie van Liefdesverhalen, die ik bij elkaar heb gebracht en in de kortst mogelijke vorm heb opgeschreven. De verhalen, zoals die worden aangetroffen bij de dichters die dit onderwerp behandelen, zijn niet van een normale eenvoud; ik hoop dat je, op de manier waarop ik ze behandeld heb, de totale inhoud zult begrijpen: en zo zal je een grote verzameling hebben waaruit je materiaal kunt halen, zoals je dat het het beste lijkt, voor elk episch of elegisch vers. Ik ben er zeker van dat je ze niet slecht zult vinden omdat ze niet dat gladde hebben waar je zelf zo’n meester in bent: ik heb ze alleen verzameld als hulp voor je geheugen, en het enige doel waar ze voor bedoeld zijn is om jou van dienst te zijn.

01. Het verhaal van Lyrcus

Uit de Lyrcus van Nicaenetus en de Caunus van Apollonius van Rhodos.
Toen Io, dochter van koning Inachus van Argos, door bandieten gevangen genomen was, zond haar vader Inachus verschillende mannen er op uit in een poging haar te zoeken. Eén van hen was Lyrcus, de zoon van Phoroneus, die een groot deel van het land en de zee afzocht om het meisje te vinden, en uiteindelijk de moeizame zoektocht opgaf: maar hij was veel te bang voor Inachus om terug te keren naar Argos, en ging in plaats daarvan naar Caunus, waar hij met Hilebia trouwde, dochter van koning Aegialus, die, zoals het verhaal gaat, op Lyrcus verliefd was geworden op het moment dat zij hem zag, en met haar voortdurende gebeden haar vader had overgehaald om met hem te mogen trouwen; hij gaf hem als bruidsschat een groot deel van zijn rijk en de koninklijke attributen, en accepteerde hem als schoonzoon. Zo ging er een lange tijd voorbij, maar Lyrcus en zijn vrouw kregen geen kinderen: daarom ondernam hij een reis naar het orakel in Didyma, om te vragen hoe hij kinderen kon krijgen, en het antwoord was, dat hij een kind zou verwekken bij de eerste vrouw met wie hij te maken kreeg na het verlaten van het heiligdom. Door dit bericht was hij geweldig blij, en begon haastte zich op de terugreis naar zijn vrouw, ervan overtuigd dat in overeenstemming met zijn wens aan de voorspelling voldaan zou worden; maar tijdens zijn reis, toen hij in Bybastus arriveerde, werd hij onthaald door Staphylus, de zoon van Dionysus, die hem op de meest vriendelijke wijze ontving en hem verleidde om te veel wijn te drinken,

en vervolgens, nadat zijn zintuigen door dronkenschap waren afgestompt, het bed liet delen met zijn eigen dochter Hemithea, nadat hij daarvoor had gehoord wat het oordeel van het orakel was geweest, verlangend dat zij nakomelingen zou krijgen: maar er ontstond een bittere strijd tussen Rhoeo en Hemithea, de twee dochters van Staphylus, wie de gast zou krijgen, want in het hart van beiden was een groot verlangen naar hem ontstaan. De volgende morgen ontdekte Lyrcus welke val zijn gastheer voor hem had gegraven, toen hij Hemithea naast zich zag liggen: hij was ontzettend boos, en verweet Staphylus heftig voor zijn verraderlijke gedrag; maar uiteindelijk, in de wetenschap dat er toch niets meer aan te doen was, nam hij zijn riem en gaf die aan het meisje, met de opdracht die te bewaren totdat haar toekomstige kind volwassen was geworden, en zo een teken zou hebben waaraan hij herkend kon worden, als hij ooit naar zijn vader in Caunus zou komen: en zo zeilde hij naar huis. Aegialus echter, toen hij het hele verhaal over het orakel hoorde en van Hemithea, verbande hem uit zijn land; en er heerste toen een lange oorlog tussen de aanhangers van Lyrcus en die van Aegialus: Hilebia stond aan de kant van de eerste, want ze weigerde haar man af te wijzen. Veel later kwam de zoon van Lyrcus en Hemithea, wiens naam Basilus was, toen hij volwassen was geworden, naar het land Caunus; en Lyrcus, nu een oude man, herkende hem als zijn zoon, en maakte hem tot heerser over zijn volk.

02. Het verhaal van Polymela

Uit de Hermes van Philetas.
Terwijl Odysseus met zijn zwerftocht rond Sicilië bezig was, in de Etruskische en Siciliaanse zeeën, kwam hij aan op het eiland Meligunus, waar koning Aeolus veel met hem op had vanwege de grote bewondering die hij had voor zijn wijsheid welke hij bezat: hij ondervroeg hem over de val van Troje en hoe de schepen van de terugkerende helden uit elkaar werden geslagen, en hij ontving hem gastvrij en verzorgde hem lange tijd. Nu, zoals later bleek, was dit verblijf zeer aangenaam voor Odysseus, want hij was verliefd geworden op Polymela, een van de dochters van Aeolus, en onderhield een geheime relatie met haar. Maar nadat Odysseus was vertrokken met de in een zak opgesloten winden, werd het meisje aangetroffen terwijl zij angstvallig een aantal zaken uit de Trojaanse buit bewaakte die hij haar gegeven had, waar zij bittere tranen boven huilde. Aeolus beschimpte Odysseus bitter hoewel hij weg was, en was van plan om Polymela zwaar te straffen, maar haar broer Diores was verliefd op haar, en beiden smeekten om vergeving en overtuigden hun vader om haar aan hem als bruid te geven .

03. Het verhaal van Evippe

Van de Euryalus van Sophocles.
Aeolus was niet de enige van zijn gastheren die Odysseus onheus behandelde: maar zelfs nadat zijn omzwervingen voorbij waren en hij de vrijers van Penelope had gedood, ging hij naar Epirus om het orakel te raadplegen, en verleidde daar Evippe, de dochter van Tyrimmas, die hem gastvrij ontving en hem met grote hartelijkheid onderhield; de vrucht van deze vereniging was Euryalus. Toen deze volwassen was geworden, stuurde zijn moeder hem naar Ithaca, nadat ze hem eerst bepaalde tekens had gegeven, verzegeld in een tablet. Odysseus was toevallig niet thuis, en Penelope, nadat ze het hele verhaal gehoord had (ze was al eerder van zijn liefde voor Evippe op de hoogte gesteld),haalde Odysseus over, voordat hij de feiten kende, om Euryalus te doden, onder het voorwendsel dat hij was betrokken in een complot tegen hem. Zo werd Odysseus, als straf voor zijn overspel en grote gebrek aan deugdzaamheid, de moordenaar van zijn eigen zoon; en niet lang hierna ontmoette hij zijn eigen dood nadat hij door zijn eigen nakomeling met een waterspeer gewond werd.

04. Het verhaal van Oenone

Uit het Boek der Dichters van Nicander en de Trojaanse Geschiedenis van Cephalon uit Gergitha.
Toen Paris, de zoon van Priamus, zijn kudden hoedde op de berg Ida, werd hij verliefd op Oenone, de dochter van Cebren: en het verhaal gaat dat zij enige goddelijkheid bezat en de toekomst kon voorspellen, waardoor ze een grote faam genoot vanwege haar begrip en wijsheid. Paris nam haar van haar vader mee naar de Ida, waar zijn weiden waren, en woonde daar als man en vrouw met elkaar, omdat hij zo verliefd op haar was zwoer hij haar haar nooit te verlaten, en haar met de grootste achting zou benaderen. Ze zei hem dat ze wist dat hij op dat moment smoorverliefd op haar was, maar dat er een tijd zou komen waarop hij Europa zou doorkruisen, en daar, door zijn verliefdheid voor een buitenlandse vrouw, de verschrikking van een oorlog over zijn verwanten zou brengen. Ze voorspelde ook dat hij in de oorlog gewond zou raken, en dat er dan niemand, uitgezonderd zijzelf, in staat zou zijn om hem te genezen: maar hij liet haar altijd haar mond houden, elke keer dat ze over deze zaken sprak. De tijd verstreek, en Paris nam Helena tot vrouw: Oenone was zeer boos over zijn gedrag, en keerde terug naar Cebren, haar verwekker. Toen de oorlog voortschreed, werd Paris ernstig verwond door een pijl van de boog van Philoctetes. Hij herinnerde zich toen de woorden van Oenone, hoe hij alleen door haar kon worden genezen, en stuurde een boodschapper die haar vroeg om zich te haasten om hem te komen genezen, en het verleden te vergeten, omdat het allemaal gebeurd was door de wil van de goden. Ze stuurde hem een hooghartig antwoord, hem vertellend dat hij het beter aan Helena kon vragen. Desondanks begon zij zich toch te haasten naar de plek waarvan ze te horen had gekregen dat hij ziek lag. Echter, de boodschapper bereikte Paris als eerste, en vertelde hem het antwoord van Oenone, waarop hij alle hoop opgaf en zijn laatste adem uitblies. Oenone, toen ze aankwam en hem dood op de grond liggend aantrof, slaakte een grote jammerklacht, en maakte na een lange en bittere rouw een eind aan haar leven.

05. Het verhaal van Leucippus

Uit de Leontium van Hermesianax.
Leucippus, de zoon van Xanthius, een afstammeling van Bellerophon, overtrof zijn tijdgenoten ver in kracht en krijgshaftige moed. Hierdoor was hij maar al te berucht onder de Lyciërs en hun buren, die voortdurend door hem werden geplunderd en leden onder allerlei mishandelingen. Door de boosheid van Aphrodite werd hij verliefd op zijn eigen zuster. Aan het begin kon hij zich beheersen, en dacht dat het probleem vanzelf zou overwaaien; maar toen de tijd verstreek en zijn passie totaal niet afnam, sprak hij hierover met zijn moeder, en smeekte haar hevig om niet aan de kant te blijven staan en hem zien lijden; hij dreigde, als ze hem niet wilde helpen, zichzelf te doden. Ze beloofde direct om hem te helpen om zijn verlangen in vervulling te laten gaan, waardoor hij onmiddellijk opgelucht raakte: ze riep het meisje bij zich en verenigde haar met haar broer, en zij gingen sinds die tijd met elkaar om zonder iemand te vrezen, totdat iemand de beloofde echtgenoot van het meisje informeerde, welke al met haar verloofd was. Deze, samen met zijn vader en sommige van zijn verwanten, gingen naar Xanthius en vertelden hem over het gebeuren, de naam van Leucippus verhullend. Xanthius schrok hevig van dit nieuws, en benutte al zijn macht om de verleider van zijn dochter te grijpen, hij gaf een informant opdracht om het hem direct te laten weten als hij het schuldige paar samen zag. De informant gehoorzaamde graag aan deze instructie, en had de vader al naar haar kamer geleid, toen het meisje opsprong door het plotselinge geluid dat zij maakten, en probeerde door de deur te ontsnappen, in de hoop te ontkomen aan wat er zou volgen: haar vader, die dacht dat zij de verleider was, stak haar met zijn dolk en smeet haar op de grond. Ze schreeuwde het uit, onder grote pijn; Leucippus rende naar haar toe in een poging haar te redden, herkende in de verwarring van het moment zijn tegenstander niet, en gaf zijn vader de doodssteek. Vanwege deze misdaad moet hij zijn huis verlaten: hij stelde zich aan het hoofd van een groep Thessaliërs die zich verenigd hadden om Kreta binnen te vallen, en nadat ze daar de bewoners van het eiland hadden verdreven, ging hij terug naar het land vlakbij Ephesus, waar hij een stuk land koloniseerde dat de naam Cretinaeum kreeg. Verder wordt van Leucippus verteld dat hij, op advies van een orakel, door Admetus uit één op de tien mannen als aanvoerder werd gekozen om een kolonie te stichten buiten Phera, en dat toen hij een stad belegerde, Leucophrye, de dochter van Mandrolytus, verliefd op hem werd, en de stad verraadde aan de vijanden van haar vader.

06. Het verhaal van Pallene

Van Theagenes en de Palleniaca van Hegesippus.
Het verhaal wordt verteld dat Pallene, de dochter was van Sithon, koning van de Odomantiërs, en zo mooi en charmant was dat haar roem tot ver buiten de grenzen reikte, en niet alleen in Thracië dongen vele vrijers naar haar hand, maar ook van verder weg gelegen delen, zoals uit Illyrië en hen die woonden aan de oevers van de rivier Tanaes. Aan het begin daagde Sithon iedereen uit om met hem te vechten die voor het meisje kwam, met als straf de dood voor de verliezer, en op deze wijze veroorzaakte hij de dood van een groot aantal vrijers. Maar later, toen zijn krachten minder werden, besefte hij dat hij een man voor haar moest vinden, en toen er twee vrijers kwamen, Dryas en Clitus, regelde hij dat ze met elkaar moesten vechten met het meisje als prijs voor de winnaar; de verliezer moest gedood worden, terwijl de winnaar zowel haar als het koningschap zou krijgen. Toen de desbetreffende dag voor de wedstrijd aanbrak, was Pallene (die verliefd was geworden op Clitus) verschrikkelijk bang voor hem: ze durfde aan niemand van haar gezelschap te vertellen wat zij voelde, maar de tranen liepen over haar wangen totdat haar oude begeleider de stand van zaken begreep, en, nadat hij zich bewust werd van haar passie, haar aanmoedigde om moed te houden, omdat alles in overeenstemming met haar verlangens goed zou komen. Hij vertrok en kocht de wagenmenner van Dryas om, hem bewegend, door de belofte van een grote omkoopsom, om de pennen van zijn wagenwielen los te maken. Na verloop van tijd kwamen de strijders aan voor het gevecht: Dryas daagde Clitus uit, maar de wielen kwamen los van zijn wagen, en Clitus rende op hem af om een eind aan zijn leven te maken. Sithon kwam achter de liefde van zijn dochter en welke list er was toegepast; en liet een hoge brandstapel bouwen, legde daar het lichaam van Dryas bovenop, en was van plan om tegelijkertijd ook Pallene te doden; maar een door de hemel gezonden wonder verscheen, een enorme regenbui barste los uit de hemel, waardoor zijn plan werd veranderd, en hij besloot de bruiloft groots te vieren samen met de grote groep Thraciërs die aanwezig waren, en Clitus toestond om het meisje als vrouw te nemen.

07. Het verhaal van Hipparinus

Uit Phanias van Eresus.
In de Italiaanse stad van Heracles woonde een jongen die een onovertroffen schoonheid bezat – Hipparinus was zijn naam – en van adellijke afkomst. Hipparinus werd zeer bemind door ene Antileon, die van alles probeerde maar het nooit voor elkaar kreeg dat hij vriendelijk naar hem keek. Hij was op de worstelschool altijd bij de jongen in de buurt, en zei tegen hem dat hij zoveel van hem hield dat hij alles voor hem wilde doen, en als hij hem een opdracht zou geven, hij niet in de geringste mate tekort zou schieten. Hipparinus, in de veronderstelling dat hij het niet serieus meende, gaf opdracht om de klok te stelen uit een beveiligde kamer die in opdracht van de tiran van Heraclea zwaar werd bewaakt, denkend dat hij nooit in staat zou zijn om deze zware taak uit te voeren. Maar Antileon brak heimelijk in bij het kasteel, verraste en doodde de bewaker, en keerde terug naar de jongen nadat hij zijn opdracht had vervuld. Dit verhoogde zijn aantrekkingskracht enorm, en sinds die tijd leefden zij in wederzijdse liefde met elkaar. Later werd de tiran ook hevig getroffen door de schoonheid van de jongen, en wilde hem met geweld grijpen. Hier was Antileon enorm kwaad over; hij drong er bij Hipparinus op aan om zijn leven niet in gevaar te brengen door te weigeren, en, wachtte op een moment waarop de tiran zijn paleis verliet, waarna hij hem overviel en doodde. Zodra hij zijn daad had gepleegd, vluchtte hij, hardlopend; en de vlucht zou geslaagd zijn als hij niet midden tussen een bijeen gebonden kudde schapen was gevallen, waardoor hij verstrikt raakte en stierf. Toen de stad haar oude grondwetten weer in ere herstelde, richtte de bevolking van Heraclea voor beiden een bronzen beeld op, en er werd een wet aangenomen dat in de toekomst niemand meer schapen mocht voortdrijven die aan elkaar waren gebonden.

08. Het verhaal van Herippe

Uit het eerste boek van de Verhalen van Aristodemus van Nysa.
Tijdens de invasie van Ionië door de Galliërs en de verwoesting door hen van de Ionische steden, gebeurde het op een keer in Milete, tijdens het feest van de Thesmophoriën, dat de vrouwen van de stad bijeen waren gekomen in een tempel die een klein eindje buiten de stad stond. Op dat moment was een deel van het barbaarse leger afgescheiden van het hoofdleger en was het gebied van Miletus binnengedrongen; en daar, door een plotselinge inval, voerden zij de vrouwen weg. Sommigen van hen werden met grote bedragen aan zilver en goud vrijgekocht, maar er waren anderen aan wie de barbaren zeer gehecht waren, en die werden weggevoerd: onder deze laatsten was ene Herippe, de vrouw van Xanthus, een man met een hoge reputatie en nobele afkomst onder de mannen van Miletus, en zij liet haar kind van twee jaar achter. Xanthus voelde haar verlies zo erg dat hij een deel van zijn beste bezittingen omzette in geld en, voorzien van tweeduizend goudstukken, eerst stak hij Italië over: hij werd daar verder geholpen door persoonlijke vrienden en ging richting Marseille, en daarvandaan naar het land van de Kelten; en uiteindelijk, bereikte hij het huis waar Herippe als de vrouw van een van de hoofdmannen van dat volk woonde, en vroeg of hij binnen mocht komen. De Kelten ontvingen hem met de grootst mogelijke gastvrijheid: toen hij het huis binnenkwam zag hij zijn vrouw, en zij, onmiddellijk haar armen om zijn nek slaand, verwelkomde hem met alle tekenen van genegenheid. Onmiddellijk verscheen de Kelt, Herippe vertelde hem over de omzwervingen van haar man, en hoe hij gekomen was om een losgeld voor haar te betalen. Hij was opgetogen over de toewijding van Xanthus, en, zijn naaste familieleden bijeen roepend voor een feestmaaltijd, onderhield hem hartelijk; en nadat zij veel hadden gedronken, zette hij zijn vrouw naast hem neer, en vroeg hem via een tolk hoe groot zijn totale vermogen was. ‘Dat is ongeveer duizend goudstukken,’ zei Xanthus; en de barbaar gaf toen opdracht om dit in vier delen te splitsen – één voor hemzelf, zijn vrouw, en zijn kind, en het vierde moest achtergelaten worden als losgeld voor zijn vrouw. Nadat hij zich in zijn kamer teruggetrokken had, verweet Herippe Xanthus heftig dat hij de barbaar zo’n grote som geld beloofd had welke hij niet bezat, en zei hem dat hij in groot gevaar verkeerde als hij zijn belofte niet nakwam: waarop Xanthus antwoordde dat hij ook nog eens duizend goudstukken had verborgen in de zolen van de laarzen van zijn knechten, in de wetenschap dat zij amper hoop hadden om een zo redelijke barbaar te treffen, en het waarschijnlijker was dat zij een enorm losgeld voor haar nodig zouden hebben. De volgende dag ging zij naar de Kelt en vertelden hem over de enorme som geld die Xanthus in zijn bezit had, en raadde hem aan om hem te doden: ze voegde daar aan toe dat zij de voorkeur gaf aan hem, de Kelt, boven haar geboorteland en haar kind, en, wat Xanthus betreft, die verafschuwde ze heel erg. Haar verhaal stond de Kelt in het geheel niet aan, en hij besloot haar te straffen: en dus, toen Xanthus verlangde om te vertrekken, begeleidde hij hem uiterst vriendelijk op het eerste deel van zijn tocht, met Herippe bij zich; en toen zij de grens van het gebied van de Kelt bereikten, kondigde hij aan dat hij een offer wenste te brengen voordat zij uiteen gingen. Het offer werd naar voren gebracht, en hij beval Herippe om het vast te houden: dat deed ze, zoals ze gewend was te doen bij eerdere gelegenheden, daarop trok hij zijn zwaard, sloeg er mee, en hakte haar hoofd af. Daarna verklaarde hij haar verraad aan Xanthus, vroeg hem geen kwade gedachten te koesteren over wat hij had gedaan, en gaf hem al het geld terug om mee naar huis te nemen.

09. Het verhaal van Polycrite

Uit het eerste boek van de Naxiaca van Andriscus.
Eens ondernamen de mannen van Miletus met sterke bondgenoten een expeditie tegen de Naxianen; zij bouwden een muur om hun stad, verwoestten hun land, en sloten hen snel op. Door de voorzienigheid van een god, was een meisje, Polycrite, achtergebleven in de tempel van de Delische godin vlakbij de stad: zij ving met haar schoonheid de liefde van Diognetus, de aanvoerder van de Erythreanen, die aan het hoofd van zijn eigen troepen aan de kant van de Miletiërs vocht. Gedwongen door de kracht van zijn verlangen, bleef hij berichten aan haar sturen (want het zou goddeloos zijn om haar met geweld uit de tempel te halen); in eerste instantie wilde zij niet luisteren naar zijn gezanten, maar toen zij in de gaten kreeg hoe volhardend hij was zei ze dat zij nooit zou instemmen tenzij hij zwoer om te doen wat zij maar wenste. Diognetus had geen vermoeden van wat zij zou gaan eisen, en zwoer begerig bij Artemis dat hij elke opdracht van haar zou uitvoeren: nadat hij de eed had afgelegd, greep Polycrite zijn hand en eiste dat hij de blokkade zou verraden, hem heftig smekend om medelijden met haar en haar zorgen om het land te hebben. Toen Diognetus de eis hoorde, raakte hij buiten zichzelf van woede, en, zijn zwaard trekkend, stond op het punt om een eind aan haar leven te maken. Maar toen hij nadacht over haar patriottisme, werd hij op hetzelfde moment overmeesterd door zijn passie, - want het was vastgesteld, zo lijkt het, dat de Naxianen verlost zouden worden van hun problemen waarmee zij te kampen hadden – maar gaf op dat moment geen antwoord, nam de tijd om over zijn handelswijze na te denken, en stemde de volgende dag in met zijn verraad. Ondertussen kwamen, drie dagen later, de Miletiërs de Thargelia vieren – een periode waarin ze genieten van sterke wijn en weinig nadenken over de kosten; en hij besloot om van de gelegenheid te profiteren voor zijn verraad. Hij schreef toen een brief, geschreven op een tablet van lood, in een stuk brood verstopt, en stuurde die naar Polycrite’s broers, welke toevallig de generaals van de stad waren, waarin hij hen opdracht gaf om klaar te staan en hem die nacht bij te staan; en hij zei dat hij hen de goede kant op zou leiden door een toorts in de hoogte te houden: en Polycrite droeg de drager van het brood op om haar broers te vertellen dat zij niet moesten aarzelen; want wanneer zij direct zouden reageren zou de zaak tot een goed eind worden gebracht. Toen de boodschapper in de stad was aangekomen, verkeerde Polycles, de broer van Polycrite, in de grootste onzekerheid over de vraag of hij dit bericht wel of niet zou gehoorzamen: uiteindelijk werd unaniem besloten om tot actie over te gaan en viel de nacht, waarop het bevel werd gegeven om met hun leger uit te breken. Zo, na vele gebeden tot de goden, verenigden zij zich met het leger van Diognetus en vielen toen de blokkerende muur van de Miletiërs aan, sommigen door een opengelaten poort en anderen door de muur te beklimmen; toen, nadat zij er eenmaal doorheen waren, verzamelden zij zich weer en richtten een verschrikkelijke slachting aan onder de Miletiërs, en werd Diognetus per ongeluk in de strijd gedood. De volgende dag wilden de Naxianen graag eer aan het meisje bewijzen: maar zij bedolven haar onder zo’n grote hoeveelheid en gewicht aan hoofdtooien en gordels dat ze onder het gewicht in elkaar zakte, en stikte. Ze gaven haar een begrafenis in het open veld, en offerden honderd schapen voor haar geest: en sommigen zeggen dat, op bijzondere wens van de Naxianen, het lichaam van Diognetus op dezelfde brandstapel werd verbrand als het meisje.

10. Het verhaal van Leucone

In Thessalië leefde ene Cyanippus, de zoon van Pharax, die verliefd werd op een heel mooi meisje dat Leucone heette. Hij smeekte om de hand van het meisje bij haar ouders, en trouwde met haar. Nu was hij een geweldig jager, en kon de hele dag leeuwen en wilde zwijnen achtervolgen, en als de nacht kwam was hij meestal volkomen uitgeput, zodat hij soms niet eens in staat was om met het meisje te praten en in een diepe slaap viel. Hierdoor werd zij diep geraakt van verdriet en zorgen; en, niet wetend wat zij hiervan moest denken, besloot zij om met alle middelen Cyanippus te bespioneren, en uit te zoeken wat de bezigheden waren die hem zoveel genot verschaften tijdens zijn lange perioden in de bergen. Dus gordde ze haar rokken op tot boven de knie, er voor zorgend dat de dienstmeisjes haar niet zagen, en sloop de bossen in. Cyanippus honden waren verre van tam; door de jarenlange jacht waren zij extreem woest geworden: en toen zij het meisje roken, stormden zij op haar af, en, in afwezigheid van de jager, scheurden haar aan stukken; en dat was het eind van haar, uit liefde die ze voelde voor haar jonge echtgenoot. Toen Cyanippus aankwam en haar verscheurd aantrof bij de honden, riep hij zijn vrienden bij elkaar en maakte een grote brandstapel, waar hij haar op lag. Eerst doodde hij de honden op de brandstapel, en toen, onder veel gehuil en gejammer om zijn vrouw, maakt hij ook een eind aan zijn eigen leven.

11. Het verhaal van Byblis

Uit Aristocritus Geschiedenis van Miletus en de Grondslag van Caunus door Apollonius van Rhodos.
Er zijn verschillende versies over het verhaal van Caunus en Byblis, de kinderen van Miletus. Nicaenetus zegt dat Caunus verliefd werd op zijn zus, en, niet in staat om zich van deze passie te ontdoen, verliet zijn huis en trok ver weg van zijn geboorteland: daar stichtte hij een stad die bewoond werd door verspreid levende Ioniërs. Nicaenetus sprak aldus over hem in zijn epische gedicht: Hij trok steeds verder en stichtte daar de Oecusiaanse stad, en nam als vrouw Tragasia, de dochter van Celaeneus, die twee kinderen baarde: eerst Caunus, bewonderaar van recht en wet, en daarna de mooie Byblis, die mannen vergeleken met de hoge jeneverbes. Caunus werd, tegen zijn wil, verliefd op Byblis; hij verliet onmiddellijk zijn huis, en vluchtte voorbij Naxos: hij meed Cyprus, het land van de slangen, en ook bosrijk Capros, en de heilige rivieren van Carië: toen, nadat hij zijn doel had bereikt, bouwde hij een stad, de eerste voor alle Ioniërs. Maar zijn zuster thuis, de arme Byblis, door goddelijke wil veranderd in een uil zat nog steeds bij de poorten van Miletus, en jammerde dat Caunus moest terugkeren, wat niet zou gebeuren. Echter, de meeste auteurs vertellen dat Byblis verliefd werd op Caunus, hem aanzoeken deed, en hem smeekte om niet achteloos te zijn bij de aanblik van haar diepe ellende. Hij was geschokt door haar woorden, en vertrok naar het land dat toen bewoond werd door de Lelegiërs, waar de bron van Echeneïs ontspringt, en stichtte daar de stad Caunus die hij naar zichzelf vernoemde. Zij, toen haar passie niet afnam, en ook omdat zij zichzelf de ballingschap van Caunus kwalijk nam, bond de haarbanden van haar hoofdtooi aan een eik, en maakte zo een strop voor haar nek. De volgende tekst zijn mijn zinnen over dit onderwerp: Zij, toen ze het wrede hart van haar broer leerde kennen, jammerde luider dan de nachtegalen in de bosjes die eeuwig voor de Sithonische jongen huilen; toen bond zij haar haarband aan een eik, en stak daarin haar nek: voor haar verscheurden Milesische maagden hun kleding. Sommigen vertellen ook dat uit haar tranen een bron ontstond die naar haar, Byblis, werd genoemd.

12. Het verhaal van Calchus

Het verhaal over de Dauniër Calchus die geweldig verliefd was op Circe, dezelfde bij wie Odysseus aankwam. Hij gaf zijn koningschap aan de Dauniërs, en paste allerlei verleidingstactieken toe om haar liefde voor hem te winnen; maar zij voelde een passie voor Odysseus, die toen bij haar was, verafschuwde Calchus en verbood hem om op haar eiland te landen. Toch bleef hij doorgaan, en kon over niets anders dan Circe praten, en zij, uiterst kwaad op hem, legde een hinderlaag voor hem nadat ze hem voor de eerste keer in haar paleis uitgenodigde en aan tafel vroeg die bedekt was met allerlei lekkernijen. Maar het vlees was vergeven van magische kruiden, en zodra Calchus er van gegeten had, werd hij door waanzin overvallen, en dreef zij hem in de varkensstallen. Na een bepaalde tijd, echter, landde het leger van de Dauniërs op het eiland om Calchus te zoeken; en zij verloste hem van de betovering, nadat zij hem eerst onder ede had laten verklaren nooit meer voet op het eiland te zetten, hetzij om haar het hof te maken of voor enig ander doel.

13. Het verhaal van Harpalyce

Uit de Thrax van Euphorion en Dectadas.
Clymenus, de zoon van Teleus uit Argos, trouwde met Epicasta en kreeg twee zoons, die Idas en Therager werden genoemd, en een dochter Harpalyce, die veruit de mooiste vrouw van haar tijd was. Clymenus werd hevig verliefd op haar. Hij hield dit lange tijd verborgen en was zijn passie de baas; maar later sloeg het met hernieuwde kracht toe, hij vertelde het meisje via haar min over zijn gevoelens, en ging in het geheim met haar om. De tijd brak echter aan dat zij rijp was voor het huwelijk, en Alastor, iemand uit het ras van Neleus, aan wie zij eerder was beloofd, kwam om met haar te trouwen. Zonder aarzeling gaf Clymenus haar over, maar een korte periode van waanzin deed hem van gedachten veranderen; hij haastte zich achter Alastor aan, greep het stel toen zij halverwege hun reis waren, nam het meisje mee terug naar Argos, en daar leefden zij openlijk als man en vrouw. Ervarend dat ze wreed en misdadig door haar vader werd behandeld, doodde ze haar jongere broer en sneed die aan stukken, toen er een festival aanbrak waarbij offerfeest door het volk van Argos zou worden gevierd waarbij ze allemaal aan tafel zouden schuiven voor een feestmaal, ze kookte het vlees van de jongen en zette dit als maaltijd voor aan haar vader. Nadat dit was gebeurd, bad ze de hemel om weggevoerd te worden van de mensheid, en zij werd veranderd in een vogel die Chalcis werd genoemd. Clymenus, toen hij begon na te denken over alle rampen die zijn familie waren overkomen, nam zijn eigen leven.

14. Het verhaal van Antheus

Van Aristoteles en de schrijvers van de Geschiedenis van Milesië.
Een jongeman genaamd Antheus, van koninklijke bloede, was uit Halicarnassus als gijzelaar naar het hof van Phobius gestuurd, iemand uit het ras van Neleus, die in die tijd heerser van Miletus was. Cleoboea, de vrouw van Phobius (andere autoriteiten noemen haar Philaechme), werd verliefd op hem, en gebruikte alle mogelijke middelen om zijn genegenheid te winnen. Hij weerde echter haar avances af: soms verklaarde hij dat hij beefde bij de gedachte aan ontdekking, dan weer deed hij een beroep op Zeus als god van de gastvrijheid en de verplichting die de koning hem had opgelegd door samen aan tafel te zitten. Cleoboea’s passie nam een kwade wending; ze noemde hem meedogenloos en trots, en was vastbesloten om wraak op hem te nemen: en dus, terwijl de tijd verstreek, deed ze het voorkomen of zij haar liefde voor hem kwijt was. Op een dag joeg ze een tamme patrijs in een diepe put, en vroeg Antheus om naar beneden te gaan en het beest er uit te halen. Hij stemde gemakkelijk en nietsvermoedend toe; maar toen hij beneden was aangekomen, duwde ze een enorme steen de put in, waardoor hij onmiddellijk stierf. Toen beseffend wat een geweldige misdaad zij had gepleegd, nog steeds in vuur en vlam voor de jongen, hing ze zich op: maar Phobius dacht dat hij door deze gebeurtenissen in de ban van een vloek verkeerde, en gaf zijn koningschap over aan Phrygius. Andere autoriteiten zeggen dat het geen patrijs was, maar een gouden beker, die in de put werd geworpen. Dit is het verhaal dat door Alexander Aetolus wordt gegeven in zijn Apollo: Vervolgens begon het verhaal van Phobius, de ware zoon uit het edele geslacht van Neleus. Dit kind van Hippocles zal een echtgenoot krijgen, jong, en tevreden om thuis te zitten spinnen: Maar zie: Assesus stuurde een koninklijke jongen, Antheus, als gijzelaar, een jongeling mooier dan de vreugde van de eerste lente – niet zo mooi als hij die Melissus verwekte bij Pirene (die vruchtbare bron), die Corinthe vreugdevol bevrijde, voor de Bacchanten een zekere vloek. Antheus is dierbaar voor Hermes in de hoogte, maar de jonge echtgenote voelt zich schuldig van liefde voor hem: Zijn knieën omvattend smeekt zij hem om instemming; maar hij weigert, bang voor straf, als Zeus, de god van gastvrijheid, en de verontwaardiging van de gastheer die hem te eten gaf; hij wil het vertrouwen van Phobius niet schenden, maar verwierp uit alle macht de gedachte aan wellust. Antheus weigerde, waarop zij een verderfelijke list bedacht. Dit zijn haar leugens: ‘Terwijl ik mijn gouden beker zojuist uit de bron wilde optrekken, brak het koord, en viel deze naar beneden: zou jij willen afdalen en – gemakkelijk gezegd – redden wat anders de prooi van de waternimfen zal worden? Zo zul je mijn dank voor je winnen.’ Zo sprak de koningin: hij, argeloos, trok zijn tuniek uit (dat de handarbeid van zijn moeder was, om haar zoon te behagen, Hellamene, onder de Lelegiërs), en klom naar beneden: de slechte vrouw rolde onmiddellijk een grote molensteen op zijn hoofd. Kan een gast of gijzelaar een triester einde treffen? De bron zal zijn door het lot bepaalde graf zijn: terwijl zij direct haar hoofd in een strop moet steken, en dood en schaduwen van de onderwereld samen met hem tegemoet moet treden.

15. Het verhaal van Daphne

Uit de elegische gedichten van Diodorus van Elaea en het 12e boek van Phylarchus.
Dit is hoe het verhaal van Daphne, de dochter van Amyclas, in elkaar zit. Zij was niet gewend om in de stad te komen, of met andere meisjes om te gaan; maar zij bezat wel een grote meute honden om te jagen, hetzij in Laconië, en soms verder gaand in de bergen van de Peloponnesus. Om deze reden was Artemis dol op haar, die haar de gave schonk om recht op het doel te schieten. Op een dag doorkruiste zij het land van Elis, en daar werd Leucippus, de zoon van Oenomaüs, verliefd op haar; hij besloot om haar niet op de gebruikelijke manier het hof te maken, maar kocht vrouwenkleren, en, vermomd als meisje, sloot zich bij haar aan tijdens de jacht. En zo gebeurde het dat zij erg op hem gesteld raakte, hem niet van haar zijde wilde laten wijken, en hem op alle momenten omhelsde en zich aan hem vast klampte. Maar ook Apollo stond in vuur en vlam voor het meisje, en zag vol woede en jaloezie hoe Leucippus voortdurend in haar buurt was; daarom liet hij bij haar het idee opkomen om samen met haar begeleidende meisjes een rivier te bezoeken, en daar een bad te nemen. Toen ze daar aankwamen, begonnen zij zich allemaal uit te kleden; toen zij zagen dat Leucippus niet bereid was om hun voorbeeld te volgen, rukten zij hem de kleding van het lijf: maar toen zij zich bewust werden van het bedrog dat hij had gepleegd en het plan dat hij had opgevat, staken zij hun speren in zijn lichaam. Hij, door de wil van de goden, verdween; maar Daphne, die zag dat Apollo op haar afkwam, sloeg snel op de vlucht; toen, terwijl hij haar achtervolgde, smeekte zij Zeus om uit het zicht van de mensheid te verdwijnen, en er wordt verondersteld dat zij de laurier is geworden die, naar haar, Daphne is genoemd.

16. Het verhaal van Laodice

Uit het eerste boek van de Palleniaca van Hegesippus.
Er wordt verteld dat Laodice, toen Diomedes en Acamas de teruggave van Helena kwamen opeisen, zij door een enorm verlangen werd overvallen om met de laatste kennis te maken, die nog in zijn vroege jeugd verkeerde. Korte tijd hielden schaamte en bescheidenheid haar terug; maar later, overwonnen door het geweld van haar passie, maakte ze kennis met Philobia, de vrouw van Perseus, om over haar gevoelens te praten, die ze smeekte om haar te komen redden voordat ze uit liefde zou sterven. Philobia had medelijden met het lot van het meisje, en vroeg Perseus wat zij kon doen om te helpen, erop zinspelend dat hij Acamas gastvrijheid zou bieden en een vriendschapsband met hem zou aangaan. Hij, om het zijn vrouw naar de zin te maken en omdat hij medelijden had met Laodice, spaarde kosten noch moeite om Acamas uit te nodigen naar Dardanus te komen, waar hij gouverneur was: en Laodice, nog steeds een maagd, kwam ook, samen met andere Trojaanse vrouwen, alsof zij naar een festival gingen. Perseus bereidde daar een overvloedige feestmaaltijd, en, toen deze was afgelopen, liet Laodice naast Acamas slapen, hem vertellend dat het een van de koninklijke concubines was. Zo ging het verlangen van Laodice in vervulling; en na verloop van tijd baarde zij een zoon, Munitius genaamd, aan Acamas. Hij werd grootgebracht door Aethra, en na de val van Troje nam Acamas hem mee naar huis; later werd hij door de beet van een slang gedood terwijl hij aan het jagen was in Olynthus in Thracië.

17. Het verhaal van Periander en zijn moeder

Er wordt verteld dat Periander van Corinthe redelijk en mild begon, maar later een bloedige tiran werd: en dit is de oorzaak van de verandering. Toen hij nog heel jong was vatte zijn moeder een grote passie voor hem op, en geruime tijd bevredigde zij haar gevoelens door de jongen voortdurend te omarmen; maar toen de tijd voortschreed en haar passie toenam die zij niet langer kon beheersen, nam ze een roekeloos besluit en ging naar de jongen die ze een verzonnen verhaal vertelde, in die zin dat een vrouw van grote schoonheid verliefd op hem was geworden; en zij spoorde hem aan niet toe te staan dat de arme vrouw nog meer onder deze onbeantwoorde liefde zou lijden. In eerste instantie zei Periander dat hij geen vrouw wilde verraden die door alle wetten en tradities met haar man was verbonden, maar, op aandringen van zijn moeder, stemde hij uiteindelijk toe. Toen, nadat de afgesproken nacht was aangebroken, vertelde ze hem dat er in de slaapkamer geen licht mocht schijnen, noch dat hij zijn partner mocht dwingen om iets tegen hem te zeggen, dit aanvullende verzoek deed ze uit schaamte. Periander beloofde alle instructies van zijn moeder uit te voeren; vervolgens bereidde zij zich met alle zorg voor en ging naar de jongen, en sloop weer weg voor de eerste tekenen van de dageraad. De volgende dag vroeg ze hem of alles naar genoegen was geweest, en of hij wilde dat de vrouw nogmaals kwam; waarop Periander antwoordde dat hij dat heel graag wilde, en dat hij niet weinig had genoten van het experiment. Vanaf dat moment bezocht ze de jongen voortdurend. Maar hij begon ware liefde te voelen voor zijn bezoekster, en wilde weten wie zij werkelijk was. Een tijd lang bleef hij zijn moeder bestoken om de vrouw te smeken toestemming te geven om met hem te spreken, en dat zij zich, aangezien zij hem nu had verstrikt in een hevige passie, eindelijk eens moest bekendmaken: want zoals de zaak er nu bij stond, vond hij het erg onsmakelijk dat het hem niet was toegestaan om de vrouw te zien die nu zo lang met hem omging. Maar toen zijn moeder weigerde, vanwege haar schaamte, gaf hij één van zijn bedienden opdracht om een lamp in de kamer te verbergen; en toen ze als gewoonlijk weer bij hem kwam, en op het punt stond om naast hem te gaan liggen, sprong Periander op en onthulde de lamp: toen hij zag dat het zijn moeder was, wilde hij haar doden. Hij werd echter tegengehouden door een door de hemel gezonden verschijning, en zag van zijn voornemen af, maar sinds die tijd was hij een dolleman, getroffen in geest en hart; hij verviel tot gewoonten van wreedheid, en slachtte vele burgers van Corinthe af. Zijn moeder, na lang en bitter gehuild te hebben om haar kwade lot, doodde zichzelf.

18. Het verhaal van Neaera

Uit het eerste boek van Theophrastus’ Politieke Geschiedenis.
Hypsicreon van Miletus en Promedon van Naxos waren twee zeer goede vrienden. Het verhaal is dat toen Promedon tijdens een bezoek dat hij aan Miletus bracht, de vrouw van zijn vriend verliefd op hem werd. Terwijl Hypsicreon daar was, durfde ze de genegenheid die zij voelde voor haar gast niet bekend te maken; maar later, toen Hypsicreon in het buitenland was en Promedon daar weer op bezoek was, ging ze op een nacht toen hij lag te slapen naar hem toe. Aan het begin probeerde zij hem over te halen om toe te geven; toen hij dat niet deed, Zeus de god van de vriendschap en gastvrijheid vrezend, gaf zij aan haar dienstmeiden opdracht om de deur van hun kamer op slot te doen; en zo, uiteindelijk overwonnen en aan haar vele verleidingen toegevend, werd hij gedwongen om het haar naar de zin te maken. De volgende morgen, met het gevoel een afschuwelijke misdaad gepleegd te hebben, ging hij weg en zeilde naar Naxos; maar toen vertrok Neaera, uit angst voor Hypsicreon, ook naar Naxos; en toen haar man haar kwam halen, nam zij een smekelingenpositie in bij het altaar van de Prytaeneum . Toen Hypsicreon de bevolking van Naxos vroeg om haar te geven, weigerden deze, en spoorden hem in plaats daarvan aan om alles in het werk te stellen om haar door overreding te overtuigen; maar hij, in de overtuiging dat deze behandeling in strijd was met alle wetten, besloot om Miletus en Naxos de oorlog te verklaren.

19. Het verhaal van Pancratis

Uit het tweede boek van de Naxiaca van Andriscus.
Sicelus en Agassamenus, de zoons van Hecetorus, die van Thracië kwamen, begonnen bij het eiland dat oorspronkelijk Strongyle heette maar later Naxos genoemd werd, en plunderden de Peloponnesus en de eilanden in de buurt. Toen zij Thessalië bereikten voerden zij een groot aantal gevangen vrouwen met zich mee; onder hen bevond zich Iphimedia, de vrouw van Aloeus, en haar dochter Pancratis. Beiden werden verliefd op dit meisje, en vochten om haar totdat zij elkaar doodden.

20. Het verhaal van Aëro

Aëro, zo gaat het verhaal, was de dochter van Oenopion en de Nimf Helice. Orion, de zoon van Hyrieus, werd verliefd op haar, en vroeg haar vader om haar hand; om haar had hij het eiland waar zij woonde bewoonbaar gemaakt (het was daarvoor vergeven van de wilde dieren), ook verzamelde hij veel buit bij het volk dat daar woonde en schonk dit als een bruidsschat voor haar. Oenopion bleef echter de tijd voor de bruiloft uitstellen, want hij haatte het idee om zo’n man als de man van zijn dochter te hebben. Toen Orion, dronken van de sterke drank, inbrak in de kamer waar het meisje sliep, en hij haar wilde overweldigen, viel Oenopion hem aan en stak zijn ogen uit met een brandende toorts.

21. Het verhaal van Pisidice

Er is een verhaal dat Achilles, toen hij langs de eilanden dicht bij het vasteland voer en die verwoeste, op Lesbos aankwam, en daar stuk voor stuk alle steden aanviel en plunderde. Maar de inwoners van Methymna hielden dapper stand, waardoor hij het erg benauwd kreeg omdat hij de stad niet kon innemen, toen een meisje uit Methymna die Pisidice heette, een dochter van de koning, hem vanaf de muren zag en verliefd werd. Daarop stuurde ze haar verzorgster, en beloofde hem de stad in handen te spelen als hij haar als vrouw zou nemen. Op dat moment stemde hij inderdaad met haar voorwaarde in; maar toen de stad in zijn bezit was kreeg hij een enorme hekel aan dat wat zij had gedaan, en gaf zijn soldaten opdracht om haar te stenigen. De dichter van de Stichting van Lesbos haalt in zijn tragedie hierover de volgende woorden aan: Achilles doodde de held Lampetus en Hicetaon (zoon van Methymna en Lepteymnus, geboren uit nobele ouders) en Helicaon’s broer, net zo dapper als hij, Hypsipylus, de sterkste man tijdens zijn leven. Maar vrouwe Aphrodite wachtte hem op: want zij zette het jonge hart van Pisidice in vuur en vlam voor hem, want toen zij hem met vreugde zag strijden tussen de kampioenen uit Achaea; stak zij haar mollige armen verlangend van liefde naar hem uit. Dan, een stukje verder, gaat hij verder: Het meisje leidt het Acheaanse leger recht naar het midden van de stad, de stadspoorten steels ontgrendelend; ja, ze verdroeg het om met haar eigen ogen te zien hoe haar oude vader aan het zwaard werd geregen, de kettingen der slavernij waarmee de vrouwen werden geketend die door Achilles – dit had ze gezworen – naar de schepen werden weggesleept: en alles wat de uit zee geboren dochter van Thetis wilde hebben, de zoons van Aeacus die haar familie waren, en in Phthia woonden, die mooie vrouw van de koninklijke echtgenoot. Maar dat zou niet gebeuren: hij verheugde zich om de ondergang van de stad te zien, terwijl zij een schijnhuwelijk aanging met de zoon van de grote Peleus, arme drommel, door handen van de Argivers; want die doodden haar, grote stenen naar haar werpend, als één man.

22. Het verhaal van Nanis

Uit de gedichten van Licymnius van Chios en uit Hermesianax.
Het verhaal wordt verteld dat de citadel van Sardis werd ingenomen door Cyrus, de koning van de Perzen, door het verraad van Nanis, de dochter van Croesus. Cyrus belegerde Sardis, en geen van de machines die hij gebruikte hielpen om de stad te nemen: hij leefde in grote angst dat Croesus een groot leger aan bondgenoten bijeen zou brengen om het belegerende leger te vernietigen. Toen sloot (zo gaat het verhaal verder) dit meisje, Nanis, een overeenkomst om de stad aan Cyrus te verraden als hij haar tot vrouw zou maken volgens de gewoonten van de Perzen, zij verzamelde enkelen assistenten om haar heen en liet de vijand binnen via de hoge top van de citadel, een plek waar geen bewakers waren geposteerd vanwege zijn natuurlijke kracht. Cyrus weigerde echter de belofte na te komen die hij haar had gedaan.

23. Het verhaal van Chilonis

Cleonymus van Sparta, die van koninklijke voorouders stamde en grote daden had verricht voor de Lacedaemoniërs, nam als vrouw zijn nicht Chilonis. Hij hield veel van haar – het was geen heidense passie – maar zij verachtte hem, en schonk haar hart aan Acrotatus, de zoon van de koning. De jongeling toonde het vuur van zijn liefde openlijk, waardoor iedereen over hun intriges sprak; daarom stak Cleonymus, zwaar geërgerd, die bovendien geen voorliefde voor de Lacedaemoniërs en hun manieren had, over naar Pyrrhus in Epirus en adviseerde hem om de Peloponnesus aan te vallen; als zij de oorlog krachtig voerden, zei hij dat ze de Spartaanse steden zonder veel problemen konden bestormen; en hij voegde er aan toe dat hij al veel voorbereidingen had getroffen, zodat er in veel steden een revolutie ten gunsten van hem zou uitbreken. Laatste gedeelte van dit verhaal ontbreekt.

24. Het verhaal van Hipparinus

Hipparinus, tiran van Syracuse, voelde een grote genegenheid voor de zeer mooie jongen die Achaeus heette, en door middel van verschillende cadeautjes haalde hij hem over om zijn huis te verlaten en bij hem in het paleis te komen wonen. Korte tijd later, kreeg hij het bericht over een vijandige inval in een van de gebieden die aan hem behoorde, en moest hij met grote spoed zijn onderdanen gaan helpen. Op het punt van vertrek vertelde hij de jongen dat, als iemand van de hovelingen gewelddadig tegen hem was, hij die met de dolk moest neersteken welke hij hem cadeau had gegeven. Hipparinus trof zijn vijanden en bracht hen een verpletterende nederlaag toe, zijn overwinning vierend met grote hoeveelheden wijn en maaltijden: reed hij toen, verwarmd door de wijn en het verlangen om de jongen te zien, in galop naar Syracuse. Aangekomen bij het huis waar hij de jongen bevolen had om te blijven, vertelde hij hem niet wie hij was, maar, met een Thessalisch accent, riep dat hij Hipparinus had gedood: het was donker, en de jongen, in zijn woede en verdriet, bracht hem een dodelijk wond toe. Hij leefde nog drie dagen, sprak Achaeus vrij van de schuld voor zijn dood, en blies toen zijn laatste adem uit.

25. Het verhaal van Phayllus

Uit Phylarchus.
De tiran Phayllus werd verliefd op de vrouw van Ariston, aanvoerder van de Oetaeanen: hij stuurde afgezanten naar haar toe, met beloften van veel zilver en goud, en vertelde hen daar alles aan toe te voegen wat zij maar wilde, ze mochten haar verlangen niet schaden. Zij verlangde zeer naar een halsketting die in die tijd in de tempel van Athene, de godin van het Vooruitzien, hing: waarvan gezegd werd dat deze vroeger aan Eriphyle toebehoorde; en dit was het geschenk waar zij om vroeg. Phayllus roofde een groot deel van offergaven uit Delphi, waaronder de halsketting: deze werd naar het huis van Ariston gestuurd, en de vrouw droeg deze geruime tijd, waardoor zij zeer beroemd werd. Maar later onderging ze een lot dat dat bijna gelijk was aan dat van Eriphyle: haar jongste zoon werd waanzinnig en stak hun huis in brand, en tijdens die brand ging een groot deel van hun bezittingen verloren.

26. Het verhaal van Apriate

Uit de Thrax van Euphorion.
Trambelus, de zoon van Telamon, werd verliefd op het meisje Apriate op Lesbos. Hij probeerde van alles om haar voor zich te winnen: maar, toen zij op geen enkele manier voor hem leek te zwichten, besloot hij om haar met een list voor zich te winnen. Op een dag liep ze eens met haar dienstmeiden naar een van haar vaders landgoederen dat aan de kust gelegen was, waar hij in hinderlaag lag en het meisje gevangen nam; maar zij verweerde zich met veel geweld om haar maagdelijkheid te beschermen, waardoor Trambelus haar uiteindelijk van woede in zee wierp, die op dat punt van de kust zeer diep was. En zo stierf zij; het verhaal wordt echter op verschillende wijze verteld door anderen, in de zin dat zij zichzelf in zee wierp toen zij door hem werd achtervolgd. Het duurde niet lang tot Trambelus door goddelijke wraak werd overvallen: Achilles teisterde Lesbos en nam grote hoeveelheden buit mee, Trambelus verzamelde een groep bewoners van het eiland om zich heen, en ging op hem af om hem in de strijd te ontmoeten. Tijdens deze gevechten liep hij een wond in de borst op en viel op de grond; terwijl hij nog steeds ademde, vroeg Achilles, die bewondering had voor zijn moed, naar zijn naam en afkomst. Toen Achilles te horen kreeg dat hij de zoon van Telamon was, jammerde hij lang en ellendig, en bouwde een grote grafheuvel voor hem aan het strand: deze wordt nog steeds ‘Heuvel van de held Trambelus’ genoemd.

27. Het verhaal van Alcinoe

Uit de Vloeken van Moero.
Alcinoë, zo gaat het verhaal, was de dochter van Polybus van Corinthe en de vrouw van Amphilochus, de zoon van Dryas; vanwege de woede van Athena werd zij verliefd op een vreemdeling van Samos, die Xanthus heette. Dit was de oorzaak van haar beproeving: ze had een vrouw, Nicandra, ingehuurd om voor haar te komen spinnen, maar nadat deze een jaar gewerkt had, smeet ze haar uit huis zonder het volledige loon te betalen dat ze beloofd had, Nicandra bad intens tot Athena om haar te wreken voor deze onterechte inhouding op haar loon. Door haar gekweld, raakt Alcinoë in zo’n geestestoestand dat ze haar huis verliet en de kinderen die ze had gebaard aan Amphilochus overliet, en samen met Xanthus wegzeilde; maar halverwege de reis kwam ze tot het besef wat ze had gedaan. Ze vergoot onmiddellijk vele tranen, nu eens haar jonge echtgenoot aanroepend, dan weer haar kinderen, en hoewel Xanthus zijn best deed om haar te troosten, door te zeggen dat hij haar tot zijn vrouw zou maken, wilde zij niet naar hem luisteren, en wierp zich in zee.

28. Het verhaal van Cleite

Uit de Apollodorus van Euphorion: het laatste deel van het eerste boek van de Argonauten van Apollonius.
Er zijn verschillende versies over het verhaal van Cyzicus, de zoon van Aeneus. Sommigen vertellen dat hij getrouwd was met de dochter van Piasus, waarmee haar vader te doen had voordat zij getrouwd was, en daarna stierf in de strijd; anderen hoe, toen hij net was getrouwd met Cleite, hij de helden in de strijd (niet wetend wie zijn tegenstanders waren) ontmoette die met Iason op de Argo meevoeren; en dat zijn val in de strijd het grootste verdriet bij iedereen veroorzaakte, maar vooral bij Cleite. Toen ze hem dood zag liggen, sloeg ze haar armen om hem heen en bejammerde hem hevig, de nacht daarop vermeed ze de wake van haar dienstmeiden en hing zichzelf op aan een boom.

29. Het verhaal van Daphnis

Uit de Sicelia van Timaeus.
Op Sicilië werd de zoon van Hermes, Daphnis, geboren, die bedreven was in het fluitspelen en ook buitengewoon mooi was. Hij bezocht niet vaak de plaatsen waar mensen bijeen kwamen, maar bracht zijn leven door in de open lucht, zowel in de winter als de zomer, zijn kudden op de hellingen van de Etna hoedend. De Nimf Echenais, zo gaat het verhaal, werd verliefd op hem, en smeekte hem om zich nooit met sterfelijke mensen in te laten; als hij ongehoorzaam zou zijn, zou het lot hem blind maken. Geruime tijd hield hij zich sterk tegen alle verleidingen, hoewel vele vrouwen verliefd op hem werden; maar uiteindelijk werd een van de Siciliaanse prinsessen zijn ondergang door hem te veel wijn te laten drinken, en hem zo liet verlangen om haar gemalin te worden. Sinds die tijd, net als de Thraciër Thamyris, was ook hij blind door zijn eigen dwaasheid.

30. Het verhaal van Celtine

Heracles, zo wordt verteld, nadat hij de koeien van Geryones uit Erythea had verdreven, zwierf door het land van de Kelten waar hij bij het huis van Bretannus kwam, welke een dochter had die Celtine heette. Celtine werd verliefd op Heracles en verstopte de koeien, weigerend die aan hem terug te geven tenzij hij haar eerst tevreden zou stellen. Heracles was zeer bezorgd om de koeien veilig thuis te brengen, maar was nog veel meer getroffen door de schoonheid van het meisje, en stemde in met haar wensen; toen, nadat er negen maanden verlopen waren, werd zijn zoon Celtus geboren, waar de Kelten hun naam aan ontleend hebben.

31. Het verhaal van Diomoetes

Uit Phylarchus.
Van Diomoetes wordt gezegd dat hij trouwde met de dochter van zijn broer Troezen, Evopis, en later, toen hij zag dat zij gekweld werd door een hevige liefde voor haar eigen broer, en met hem omging, informeerde hij Troezen; uit angst en schaamte hing het meisje zich op, nadat zij eerst elke vloek had afgeroepen over hem die de oorzaak van haar lot was. Het was kort daarna dat Diomoetes het prachtige lichaam van een vrouw aantrof dat uit zee was aangespoeld, hij werd overvallen door een gepassioneerd verlangen naar haar gezelschap; maar het lichaam, als gevolg van de verstreken tijd na haar dood, begon te rotten, en hij bouwde voor haar een grote grafheuvel; toen, nadat zijn passie op geen enkele wijze minder werd, doodde hij zichzelf op haar graf.

32. Het verhaal van Anthippe

Onder de Chaoniërs leefde een zeker jongeman van edele afkomst die verliefd werd op het meisje Anthippe; hij sprak haar op alle mogelijke manieren aan om haar deugdzaamheid te verleiden, en ook haar liet de jongen niet koud, waardoor zij weldra elkaars verlangens vervulden zonder dat hun ouders er van wisten. Op een bepaald moment werd een openbaar festival gevierd door de Chaoniërs, en terwijl de mensen aan het feesten waren, sloop het jonge paar weg en kroop onder een bepaald bosje. Maar het gebeurde dat koningszoon, Cichyrus, op een luipaard joeg; het beest werd in hetzelfde struikgewas gedreven, en hij wierp er zijn speer in; miste het dier, maar raakte het meisje. In de veronderstelling dat hij de luipaard geraakt had, reed hij naar voren; maar toen hij zag hoe de jongen de bloedende wond van het meisje met zijn handen probeerde te stelpen, raakte hij in paniek, vluchtte weg en viel uiteindelijk van zijn paard in een steil en rotsachtig ravijn. Daar stierf hij; maar de Chaoniërs, ter ere van hun koning, bouwden een muur om de plek en gaven die de naam van Cichyrus naar de stad die zo gesticht werd. Het verhaal is ook te vinden bij sommige schrijver die verklaren dat het bosje in kwestie heilig was voor Epirus, de dochter van Echion; ze had Boeotië verlaten en reisde samen met Harmonia en Cadmus, de overblijfselen van Pentheus vervoerend; daar stervend, werd ze bij dit bosje begraven. Dat is de reden dat het land naar haar vernoemd is als Epirus.

33. Het verhaal van Assaon

Uit de Lydiaca van Xanthus, het tweede boek van Neanthes, en Simmias van Rhodes.
Het verhaal van Niobe wordt door de diverse auteurs verschillend verteld; sommigen, bijvoorbeeld, zeggen dat zij niet de dochter was van Tantalus, maar van Assaon, en de vrouw van Philottus; en omdat zij een geschil had met Leto over de schoonheid van hun kinderen, was haar straf als volgt: Philottus stierf terwijl hij aan het jagen was; Assaon, verteerd van liefde voor zijn eigen dochter wilde haar tot vrouw nemen; op de weigering van Niobe om op zijn verlangen in te gaan, vroeg hij haar kinderen voor een feestmaaltijd, en doodde ze allemaal door verbranding. Als gevolg van deze ramp, wierp zij zich van een hoge rots; ook Assaon, toen hij over zijn zonden nadacht, maakte een eind aan zijn leven.

34. Het verhaal van Corythus

Uit het tweede boek van Hellanicus’ Troica, en uit Cephalon van Gergitha.
Uit de vereniging van Oenone en Paris werd een jongen geboren die Corythus heette. Hij kwam naar Troje om de Trojanen te helpen, waar hij verliefd werd op Helena. Zij ontving hem inderdaad met de grootste warmte – hij was beeldschoon – maar zijn vader ontdekte zijn bedoelingen en doodde hem. Nicander zegt echter dat hij niet de zoon van Oenone was, maar van Helena en Paris, en spreekt als volgt over hem: Er is daar een graf van de gesneuvelde Corythus, die Helena baarde, de vrucht van een verkrachting binnen een huwelijk, in bittere ellende, het kwade broedsel van een herder

35. Het verhaal van Eulimene

Op Kreta werd Lycastus verliefd op Eulimene, de dochter van Cydon, hoewel de vader haar al beloofd had aan Abterus, die op dat moment de beroemdste man onder de Kretenzers was; hij was gewend om met haar om te gaan zonder dat haar vader of de beoogde echtgenoot dit wist. Maar toen enkele van de steden op Kreta tegen Cydon in opstand kwamen, en zijn aanvallen eenvoudig weerstonden, stuurde hij gezanten naar het orakel om te vragen door welke daad hij beter kon worden dan zijn vijanden, als antwoord werd gegeven dat hij een maagd moest offeren aan de helden die in het land vereerd werden. Cydon liet, toen hij het antwoord van het orakel vernam, lootjes trekken onder alle maagden van zijn volk, en, zoals de goden het wenste, viel het lot op zijn eigen dochter. Toen bekende Lycastus, uit angst voor haar leven, dat hij haar ontmaagd had en ook al lange tijd haar minnaar was; maar de volksvergadering was vastbesloten en stemde opnieuw dat zij moest sterven. Nadat zij geofferd was, vertelde Cydon de priester haar buik bij de navel open te snijden, nadat dit gebeurd was werd ontdekt dat zij zwanger was. Abterus, die vond dat hij dodelijk beledigd was door Lycastus, ging in een hinderlaag liggen en doodde hem: en vanwege die misdaad werd hij verplicht om in ballingschap te gaan en te vluchten naar het hof van Xanthus in Termera

36. Het verhaal van Arganthone

Uit het eerste boek van de Bithyniaca van Asclepiades van Myrlea.
Rhesus, zo gaat het verhaal, voordat hij Troje te hulp kwam, trok door vele landen, onderwierp die en lag hen een schatting op; en in de loop van zijn mars kwam hij bij Cius, aangetrokken door de roem van een beeldschone vrouw die Arganthone heette. Zij had geen trek in het huiselijke leven en thuis te blijven, maar verzamelde een grote meute honden om zich heen en was gewend om te jagen, waarbij zij nooit iemand toeliet tot haar jacht. Toen Rhesus naar deze plek kwam, ondernam hij geen enkele poging om haar met geweld te nemen; hij beweerde dat hij er naar verlangde om met haar te jagen, zeggend dat hij, net als zij, het gezelschap van mensen haatte; en zij was verrukt over wat hij zei, denkend dat hij de waarheid sprak. Nadat er geruime tijd gepasseerd was, werd zij hevig verliefd op hem: in eerste instantie, weerhouden door schaamte, wilde zij haar genegenheid niet bekennen; maar later, terwijl haar passie sterker werd, vatte ze moed om het hem te vertellen, en met wederzijds goedvinden nam hij haar tot vrouw. Later, toen de Trojaanse oorlog was uitgebroken, stuurden de prinsen van Trojaanse kant boodschappers om hem als bondgenoot te halen; maar Arganthone, hetzij vanwege haar grote liefde voor hem, of omdat zij de toekomst kende, wilde hem niet laten gaan. Maar Rhesus kon de gedachte niet verdragen dat hij zachtaardig en vredelievend zou worden door thuis te blijven. Hij ging naar Troje, en daar, strijdend bij de rivier die nu naar hem vernoemd is als Rhesus, werd hij verwond door Diomedes en stierf. Arganthone ging, toen ze over zijn dood hoorde, ging nog één keer naar de plek waar zij elkaar voor de eerste keer hadden getroffen, waar zij al rondzwervend ‘Rhesus, Rhesus’ riep; en uiteindelijk, alle eten en drinken weigerend vanwege haar enorme verdriet, verliet zij het leven.

37. Fragment 12

Stephanus van Byzantium, blz. 409.15.
Lampia: een berg in Arcadië. Zo omschreven door Parthenius in zijn Anthippe

38. Fragment 13

Stephanus van Byzantium, blz. 197.19.
Gallesium: een stad (of een berg) vlakbij Ephesus. Zo genoemd door Parthenius in zijn klaagzang over Auxithemis

39. Fragment 16

Stephanus van Byzantium, blz. 486.18.
Oenone: een eiland van de Cycladen. Zij die hier wonen worden de Oenoneanen genoemd, zoals gelezen kan worden in Heracles van Parthenius.

40. Fragment 20

De Scholiast over Dinysius Periegetes I. 420.
Zoals Parthenius schrijft in zijn Metamorfosen: Minos nam Megara met de hulp van Scylla, de dochter van Nisus; zij werd verleifd op hem en sneed de haarlok van haar vader af om hem zo te verraden; maar Minos vond dat iemand die haar vader verraadde zeker geen medelijden zou hebben met iemand anders, dus bond hij haar aan het roer van zijn schip en sleepte haar zo in zee achter het schip voort, totdat het meisje in een vogel veranderd was.

41. Fragment 21

Stephanus van Byzantium, blz. 401.18.
Corycus: een stad in Boeotië, genoemd door Parhenius in zijn Propempticon.

42. Fragment 22

Stephanus van Byzantium geciteerd door Eustathius over de Ilias van Homerus 2.712.
Er is een dorp in Cilicië dat Glaphyrae genoemd word, dertig mijl ten westen van Tarsus, waar er een bron ontspringt uit een gespleten rots en het water zich bij de rivier voegt die naar de Tarsus stroomt. Waarover Parthenius de volgende regels schijft: …een meisje dat de heerschappij bezat onder de Cilicianen: en op het punt van trouwen, werd zij verliefd op Cyneus, door een steelse vonk uit het binnenste altaar van Aphrodite’s heiligdom, totdat Aphrodite haar veranderde in een bron, en een verliefde waterstrijd veroorzaakte tussen Cyneus en het meisje.

43. Fragment 23

Etymologicum genuinum, s.v. Aoos.
een rivier op Cyprus… Daar was een berg die Aoïan heette, waar twee rivieren vanaf stroomden, de Setrachus en de Aplieus, en één van hen noemde Parthenius de Aous.

44. Fragment 31

De Scholiast over Dionysus Periegetes, I.456.
Daar zijn de zuilen van Heracles; maar Parthenius noemt die de zuilen van Briareus; en hij liet ons achter met een getuige van zijn reizen naar Gades, de oude naam Briareus van vroegere tijd met zich meenemend.

45. Fragment 35

Stephanus van Byzantium, blz. 643.22.
Typhrestus, een stad in Trachis, zo genoemd ofwel uit de as (tephra) van Heracles of naar Typhrestus, de zoon van Sperchius.

46. Fragment 38

Stephanus van Byzantium, blz. 202.7.
Genea: een dorp in het gebied van Corinthe; een man die daar woonde werd Geneates genoemd … Sommigen noemen de vrouwen daar Geneaden, zoals Parthenius. Sommigen schrijven de naam van het dorp met een T, Tenea.

47. Fragment 39

Stephanus van Byzantium, blz. 266.13.
Elephantine: een stad in Egypte; maar Parthenius noemt het Elephantis.

48. Fragment 40

Stephanus van Byzantium, blz. 273.3.
Epidamnus: een stad in Illyrië … het ongelovige afgeleide is epidamnius, maar wordt in Parthenius ook aangetroffen met een tweeklank, Epidamneius.

49. Fragment 41

Stephanus van Byzantium, blz. 424.19.
Magnesia: een stad aan de Meaender, en het omringende land … De bewoners ervan worden Magneten genoemd … de vrouwelijke Magnesiden door Callimachus, Magnesis door Parthenius en Megnetis door Sophocles.

50. Fragment 42

Stephanus van Byzantium, blz. 463.14.
Myrcinus: een plaats en de stad langs de rivier Strymon. De vrouwelijke afgeleiden zijn Myrciniciden en Myrcinia, de laatste worden door Parthenius Myrcinnia genoemd.

51. Fragment 43

Stephanus van Byzantium, blz. 465.7.
Sommigen zeggen dat Mytilene zo werd genoemd van Mython, de zoon van Poseidon en Mytilene. Daarom noemt Callimachus in zijn vierde boek Lesbos Mytonis en noemt Parthenius de vrouwen van Lesbos Mytoniden.

52. Fragment 45

Choeroboscus over Spelling (Cramer’s Anecdota Oxoniensia, ii. 266. 10).
Taucheira: een stad in Libya… Parthenius gebruikt in ieder geval de vorm Taucherius.

53. Fragment 47

Stephanus van Byzantium, p. 472. 4.
Nemausus, een stad van de Galliërs, zo genoemd naar Nemausus, een van de Heracliden. Zoals Parthenius ons vertelt.

54. Fragment 48

Lucius Caecilius Minutianus Apuleius over Spelling §. 64.
Maar de boze Phaedra beschuldigde Hippolytus bij zijn vader vanwege een aanval op haar deugdzaamheid. Hij vervloekte zijn zoon, en deze vloek ging in vervulling; hij werd door zijn eigen paarden aan stukken gescheurd die waanzinnig waren geworden. Dit is de beschrijving van de wraak die hem en zijn zuster overkwam zoals die door Lupius Anilius wordt gegeven. Dezelfde beschrijving is te vinden in de tragedie die Helena wordt genoemd: Parthenius omschrijft het anders.

© 2018 Maarten Hendriksz