Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Plutarchus - Het Leven van Theseus

Bron: theoi.com

Plutarch. Lives Vol. I. Translated by Perrin, Bernadotte. Loeb Classical Library Volume 46. Cambridge, MA. Harvard University Press. London. William Heinemann Ltd. 1914. Naar het Nederlands vertaald door Maarten Hendriksz 2013.

Inleiding

1; 1
Net als geografen, O Socius Senecio, die de buitenste grenzen van hun kaarten proberen te verkennen, maar de kennis over die delen van de aarde hen ontbreekt, en toelichtende aantekeningen maken zoals ‘dat wat er voorbij ligt is een zanderige woestijn zonder water die wemelt van de wilde dieren,’ of ‘ondoordringbare moerassen,’ of ‘Scythische koude,’ of ‘bevroren zee,’ heb ik, net als in mijn boek Parallelle Levens, de perioden die toegankelijk zijn onderzocht met aannemelijke redeneringen welke de basis vormen voor een feitelijke geschiedenis, en kan ik over de vroegere perioden zeggen ‘Wat daar voorbij ligt is vol met wonderen en onwerkelijkheden, een land van dichters en fabeldichters, van twijfel en duisternis.’

1; 2
Maar na de publicatie van mijn verhaal over Lycurgus de wetgever en Numa de koning, dacht ik dat het niet onredelijk zou zijn om nog verder terug te gaan dan Romulus, daar mijn geschiedenis me vlak bij deze periode had gebracht. En ik vroeg mezelf af, ‘Wie durft met zo’n krijger (zoals Aeschylus zegt) te vechten?’ Wie zal ik tegenover hem stellen? Wie is er toe in staat?’ Het leek me dat ik de stichter van het lieflijke en beroemde Athene tot tegenhanger van en parallel aan de vader van het onoverwinnelijke en roemrijke Rome moest maken.

1; 3
Mag ik daarom slagen in deze zuiverende fabel, door haar te onderwerpen aan de rede en er de schijn van een Geschiedenis aan te geven. Maar waar ze zichzelf hardnekkig minacht om geloofwaardig te worden, en weigert toe te geven aan enige waarschijnlijkheid, zal ik voor de vriendelijke lezers bidden, en met dezelfde inschikkelijkheid de verhalen uit de oudheid in ontvangst nemen.

2; 1
Het lijkt mij dan ook, door de vele gelijkenissen, dat Theseus een passende parallel met Romulus vormt. Want beiden hadden een onzekere en onduidelijke afkomst, en bezaten de reputatie dat zij van de goden afstamden; beiden waren ook krijgers, zoals de wereld goed weet, en combineerden kracht met scherpzinnigheid. Van ‘s werelds meest roemrijke steden, Rome en Athene, stichtte Romulus bovendien de één, en maakte Theseus een metropool van de ander, en zocht elk zijn toevlucht tot het ontvoeren van vrouwen

2; 2
Daarnaast, ontsnapte geen van hen aan huiselijk ongeluk en wrokkige woede van verwanten, en wordt van beiden gezegd dat zij zelfs aan het eind van hun leven in botsing kwamen met hun medeburgers, als er enig waarheid in deze woorden schuilt zoals die met enige dichterlijke overdrijving worden verhaald.

Verwekking van Theseus

3; 1
De afstamming van Theseus, van vaders kant, gaat terug tot Erechtheus en de eerste kinderen van de aarde; van moeders kant, tot Pelops. Want Pelops was zowel de sterkste van de koningen op de Peloponnesus als met het aantal kinderen en de omvang van zijn rijkdom. Hij gaf vele dochters ten huwelijk aan mannen met de hoogste posities, en stelde in vele steden zijn zonen als heerser aan. Eén van hen, Pittheus genaamd, de grootvader van Theseus, stichtte de kleine stad Troezen, die een geweldige reputatie had als een vaardig man met de grootste wijsheid over de traditionele kennis van zijn tijd.

3; 2
De wijsheid in die dagen had de vorm en kracht zoals die waar Hesiodus beroemd om is geworden, vooral door de bondige principes van zijn Werken en Dagen. Eén van deze principes wordt toegeschreven aan Pittheus, namelijk Betaling die aan een geliefde man is beloofd moet ruim en zeker zijn. In ieder geval, dit is wat de filosoof Aristoteles zegt, en Euripides, wanneer hij Hippolytus noemt als ‘pleegkind van de zuivere en heilige Pittheus,’ dat aantoont hoe de wereld over Pittheus dacht.

3; 3
Over Aegeus, koning van Athene, verlangend om kinderen te krijgen, wordt gezegd dat hij van de Pythische priesteres het beroemde orakel ontving waarin zij hem vertelde met geen enkele vrouw het bed te delen totdat hij in Athene was aangekomen. Maar Aegeus vond de woorden van het orakel enigszins onduidelijk, en sloeg daarom af naar Troezen waar hij met Pittheus over de woorden van de god sprak, die als volgt luidden: Drink niet uit de wijnzak, grote leider van het volk, totdat u weer in de stad Athene bent aangekomen.’

3; 4
Blijkbaar begreep Pittheus deze raadselachtige woorden wel, en overtuigde hem, of bedroog hem, om met zijn dochter Aethra de nacht door te brengen. Aegeus deed dit, en toen hij er achter kwam dat het de dochter van Pittheus was waarmee hij die nacht had geslapen, en vermoedde dat hij haar zwanger had gemaakt, liet een zwaard en een paar sandalen onder een groot rotsblok verborgen achter, waarin een kleine opening zat die net groot genoeg was om de voorwerpen te verbergen.

3; 5
Hij vertelde dit alleen aan de prinses, en gaf haar opdracht, als zij hem een zoon zou baren, en, wanneer deze volwassen werd, hij in staat zou zijn om het rotsblok op te tillen en weg te nemen wat er onder verborgen lag, en die zoon, in het diepste geheim, met de voorwerpen naar hem toe te sturen, die reis zoveel mogelijk voor iedereen geheim houdend; want hij was doodsbang voor de zoons van Pallas, die tegen hem samenspanden, en hem verachtten vanwege zijn kinderloosheid, en zij waren met z’n vijftigen, deze zoons van Pallas. Daarna vertrok hij.

De jonge Theseus

4; 1
Toen Aethra van een zoon beviel, werd hij onmiddellijk Theseus genoemd, zoals sommigen zeggen, vanwege de verborgen tekens die voor zijn herkenning waren ‘geplaatst’; maar anderen zeggen dat dit pas later in Athene was, toen Aegeus hem ‘erkende’ als zoon. Hij werd opgevoed door Pittheus, zeggen ze, en had een mentor en leraar die Connidas heette. Aan deze man offeren de Atheners, zelfs tot aan de dag van vandaag, elke dag een ram voor het festival van Theseus, hem herinnerend en erend met veel meer rechtvaardigheid dan dat zij Silano en Parrhasius vereren, die alleen maar naar het voorbeeld van Theseus zijn geschilderd en gemodelleerd.

5; 1
Aangezien het in die tijd nog steeds voor de jeugd een gewoonte was om op het moment dat men volwassen werd naar Delphi te gaan en een deel van hun haar aan de god te offeren, ging Theseus met dit doel naar Delphi, en men zegt dat daar tot aan vandaag nog steeds een plek is die Theseia wordt genoemd naar hem. Maar hij schoor alleen zijn het voorste deel van zijn hoofd kaal, net zoals Homerus zegt dat de Abantiden deden, en dit soort tonsuur werd sindsdien Theseis genoemd.

5; 2
Nu waren de Abantiden de eersten die hun haar op deze wijze knipten, niet op aanraden van de Arabieren, zoals sommigen vermoeden, noch in navolging van de Mysiërs, maar omdat het oorlogszuchtige mannen waren en krijgers, die als eersten van alle mensen hadden geleerd om door de gelederen van de vijand te dringen met man tegen man gevechten. Archilochus getuigt hierover met de volgende woorden:

5; 3
Er worden weinig bogen gespannen, noch worden er veelvuldig slingers gebruikt, wanneer Ares zich tijdens het gezwoeg van de oorlog bij de mannen op de vlakte voegt, maar zwaarden hun treurige werk doen; want dit is de wijze van oorlog voeren waarin deze mannen uitblinken die over Euboea heersen en beroemd zijn met hun speer.

5; 4
Daarom, om hun vijanden geen houvast te geven aan hun haar, knipten zij dit af. En Alexander van Macedonië begreep dit ongetwijfeld toen, zoals wordt verteld, hij opdracht gaf aan zijn generaals om de baarden van hun Macedoniërs af te scheren, omdat deze het makkelijkst te grijpen waren in de strijd.

Ontdekking van zijn afkomst

6; 1
Tijdens die periode, want Aethra hield zijn ware afkomst voor Theseus verborgen, werd het gerucht door Pittheus verspreid dat hij was verwekt door Poseidon. Want Poseidon werd door het volk van Troezen hoog vereerd, en is de beschermheilig van hun stad; aan hem offeren zij de eerste vruchten, en zijn drietand staat als embleem op hun munten.

6; 2
Maar toen Theseus, in zijn jeugd, samen met zijn lichaamskracht, dapperheid vertoonde, en een ferme geest verenigde met intelligentie en scherpzinnigheid, bracht Aethra hem naar de rots, waar zij hem de waarheid over zijn geboorte vertelde, en hem opdracht gaf om de tekens van zijn vader weg te nemen en over zee naar Athene te gaan.

6; 3
Theseus zette zijn schouder tegen de rots en tilde die gemakkelijk op, maar weigerde om zijn reis over zee te maken, hoewel dat een veilige route was, terwijl zijn grootvader en moeder smeekten om die wel te nemen. Want het was moeilijk om de reis over land naar Athene te maken, omdat geen enkel gebied vrij was van gevaar door rovers en onverlaten.

6; 4
Want die tijd creëerde voorwaar mensen die, door het werk van hun handen, snelheid van voeten of de kracht van hun lichaam, buitengewoon en onvermoeibaar waren, maar hun energie besteedden aan nutteloze dingen. Nee, zij verheugden zich liever in hun monsterlijke brutaliteiten, en oogstten door hun kracht veel wreedheid en bitterheid, alles overmeesterend en vernietigend wat op hun pad kwam. En wat eerbied en gerechtigheid, rechtvaardigheid en menselijkheid betreft, dachten zij dat de meeste mensen hun kwaliteiten prezen door gebrek aan moed om kwaad aan te richten en uit angst om onrecht aangedaan te worden, en zagen hen niet als een probleem voor mensen die sterk genoeg waren om de overhand te krijgen.

6; 5
Sommige van deze wezens werden door Heracles vernietigd toen hij rondzwierf, maar anderen ontsnapten aan zijn aandacht toen hij langs kwam, door de knieën gaand en zich verstoppend, en werden met hun laaghartigheid over het hoofd gezien. Want toen Heracles onheil aantrof, nadat hij Iphitus gedood had, en naar Lydië verhuisd was waar hij lange tijd als slaaf diende in het huis van Omphale, verkreeg Lydië inderdaad lange tijd rust en veiligheid; maar in Griekenland kwamen de oude schurken weer tevoorschijn en heersten als vanouds, omdat er niemand was om ze te vermanen of tegen te houden.

6; 6
De reis over land van de Peloponnesus naar Athene was voor reizigers daarom hachelijk, en Pittheus, door elk van de onverlaten uitgebreid te beschrijven, wat voor een monster dat was, en welke daden hij bij vreemdelingen uitvoerde, probeerde Theseus te overtuigen om zijn reis via zee te laten verlopen. Maar hij, zo lijkt het, was sinds zijn jeugd al geïnspireerd door de roemrijke moed van Heracles, de held bovenmatig vererend, en was een enthousiast toehoorder van hen die vertelden wat voor mens hij was, en vooral bij hen die hem gezien hadden en aanwezig waren geweest bij sommige van zijn daden of een van zijn toespraken.

6; 7
Alles optellend is het duidelijk dat hij toen ervoer wat Themistocles vele generaties later meemaakte, toen hij zei dat hij niet kon slapen vanwege de trofee van Miltiades. Op dezelfde wijze bewonderde Theseus de moed van Heracles, totdat ’s nachts zijn dromen over de prestaties van de held gingen, en overdag zijn ijver hem leidde en aanspoorde om hetzelfde te presteren.

7; 1
En bovendien, waren zij verwanten, als zoons van Germaanse neven. Want Aethra was de dochter van Pittheus, terwijl Alcmene van Lysidice was, en Lysidice en Pittheus waren broer en zus, kinderen van Hippodamia en Pelops. Daarom, hij vond het vreselijk en ondraaglijk dat zijn beroemde neef er overal tegen de goddelozen opuit moest trekken om het land en de zee van hen te zuiveren, terwijl hij zelf wegliep van de problemen die op zijn pad kwamen, zijn beroemde vader te schande makend door als een vluchteling over zee te reizen, en naar zijn echte vader alleen de sandalen en het onbevlekte zwaard te brengen als het bewijs van zijn afkomst, in plaats van direct edele daden en prestaties aan te bieden als bewijs van zijn edele afkomst. In deze geestestoestand en met zulke gedachten ging hij op weg, vastbesloten om geen mens kwaad te doen, maar diegene te straffen die hem met geweld tegemoet traden.

Onderweg naar Athene

8; 1
En zo bij de eerste plaats, in Epidaurus, toen Periphetes, die een knots als wapen gebruikte en daarom Knotskrager werd genoemd, hem tegenhield en probeerde te stoppen, worstelde hij met hem en doodde hem. Verheugd over de knots, nam hij die mee en maakte die tot de zijn wapen en bleef deze daarna ook gebruiken, net als Heracles deed met de leeuwenhuid. Die held droeg de huid om te bewijzen wat een groot wild beest hij had overwonnen, en zo droeg ook Theseus de knots om te tonen dat hij hem desondanks overwonnen had, en in zijn handen onoverwinnelijk was.

8; 2
Op versloeg hij, op de Isthmus, Sinis de Boombuiger op dezelfde manier waarop vele mensen door de schurk zelf waren gedood, en hij deed dit zonder enige ervaring of kennis van die monsterlijke machine, op deze manier tonend dat moed superieur is aan alle apparaten en praktijken. Nu had Sinis een prachtige en zeer statige dochter, Perigune geheten. Deze dochter sloeg op de vlucht nadat haar vader was gedood, en Theseus ging naar haar op zoek. Maar zij was verdwenen op een plek met overvloedige struiken, riet en wilde asperges, en zij smeekte deze planten met overtreffende onschuld en kinderlijke eenvoud, alsof ze haar begrepen, en beloofde hen dat als ze haar zouden verbergen en redden, zij hen nooit zou vertrappen of verbrandden.

8; 3
Maar toen Theseus haar riep en beloofde haar eerbaar te behandelen en geen kwaad te doen, kwam ze tevoorschijn, en na het bed met Theseus gedeeld te hebben, baarde zij hem Melanippus, en woonde daarna samen met Deioneus, zoon van Eurytus uit Oechalia, aan wie Theseus haar gaf. Melanippus, de zoon van Theseus, kreeg een zoon Ioxus, die deelnam aan de expeditie van Oryntus om kolonisten naar Carië te leiden waar het een voorouderlijk gebruik is onder de Ioxyden, zowel onder mannen als vrouwen, de aspergedoornen niet te vertrappen of te verbranden, maar die te vereren.

9; 1
De zeug van Crommyon, die zij Phaea noemden, was geen onbelangrijk schepsel, maar fel en moeilijk te verslaan. Daar ging hij op af om te ontmoeten en te doden, opdat men niet zou denken dat al zijn heldendaden onder dwang werden uitgevoerd, tegelijkertijd omdat hij vond dat dappere mannen gemene mannen aanvallen uit zelfverdediging, en hij de gelegenheid te baat moest nemen om zijn leven te riskeren met edeler beesten. Echter, sommigen zeggen dat Phaea een vrouwelijke overvalster was, een vrouw met een moorddadige en ongetemde geest, die in Crommyon woonde, en Zeug genoemd werd omwille haar manier van leven en manieren, en later werd gedood door Theseus.

10; 1
Hij doodde ook Sciron bij de grens van Megara, door hem van de rotsen te smijten. Sciron beroofde voorbijgangers, volgens de heersende traditie; maar zoals sommigen vertellen, was hij brutaal en stak moedwillig zijn voeten uit naar vreemdelingen en gebood hen om die te wassen, en schopte hen, terwijl zij daarmee bezig waren, dan in de zee.

10; 2
Schrijvers uit Megara, die echter rekening houden met recente verslagen, en, zoals Simonides het uitdrukt, ‘ouderwets oorlog voeren,’ zeggen dat Sciron geen gewelddadige man was noch een rover, maar een bestraffer van rovers, en een bloedverwant en vriend voor goede en rechtvaardige mensen. Want Aeacus, zeggen zij, wordt als een van de meest rechtvaardige mannen van de Grieken beschouwd, en Cychreus van Salamis wordt goddelijk vereerd in Athene, en de deugden van Peleus en Telamon zijn iedereen bekend.

10; 3
Welnu, Sciron was een schoonzoon van Cychreus, schoonvader van Aeacus, en grootvader van Peleus en Telamon, die de zoons van Endeïs waren, dochter van Sciron en Chariclo. Het is dus niet mogelijk, zeggen zij, dat de beste der mannen familiebanden had met de slechtste, terwijl hij de meest waardevolle beloften ontvangt en schenkt. Het gebeurde niet, zeggen zij, toen Theseus voor de eerste keer naar Athene reisde, maar later, toen hij Eleusis van de Megariërs bevrijdde, nadat hij de heerser Diocles om de tuin had geleid, en Sciron doodde. Dit zijn dus de tegenstellingen waar deze zaken aan onderhevig zijn.

11; 1
In Eleusis, worstelde hij bovendien met de Arcadiër Cercyon die hij doodde en daarna een klein stukje verder trok, naar Erineus, waar hij Damastes doodde, bijgenaamd Procrustes, door hem te dwingen diens eigen lichaam aan te passen aan de lengte van het bed, zoals deze zelf gewend was om te doen bij vreemdelingen. En hij deed dit in navolging van Heracles. Want deze held strafte diegenen die hem met geweld tegemoet traden op de manier waarop zij hem te grazen wilden nemen, hij offerde daarom Busiris, worstelde met Antaeus tot de dood, versloeg Cycnus in een tweegevecht, en doodde Termerus door zijn schedel in te slaan.

11; 2
Van hem komt inderdaad, zoals ze zeggen, de naam ‘Termeriaans onheil’, want Termerus, zoals blijkt, was gewend om degenen die hem benaderden te doden door met zijn hoofd tegen hun hoofd te slaan. Zo ging Theseus ook voort op zijn weg om de goddelozen te straffen, en door hem met hetzelfde geweld werden bezocht als waarmee zij hun bezoek behandelden, waardoor deze leden onder de rechtvaardigheid van hun eigen onrecht.

Ontvangst in Athene

12; 1
Toen hij verder ging op zijn reis en bij de rivier Cephisus kwam, trof hij daar mannen van het ras der Phytaliden, die hem eerst groetten, en toen hij vroeg om gereinigd te worden van het bloedvergieten, hem daarna reinigden met de gewoonlijke riten, de verzoenende offers brengend, en brachten hem onder in hun huis. Dit was de eerste vriendelijkheid die hij op zijn reis trof. Er wordt verteld dat hij, op de achtste dag van de maand Cronius, nu Hecatombaeon genaamd, in Athene aankwam. Nadat hij de stad was ingelopen, zag hij een en al verwarring bij het publiek, en trof de privé zaken van Aegeus en zijn huis in een verontrustende conditie aan.

12; 2
Want Medea, die uit Corinthe was gevlucht, en Aegeus had beloofd hem met haar toverkunst van zijn kinderloosheid te verlossen, leefde met hem. Ze hoorde vooraf over Theseus, en omdat Aegeus niets van hem wist, daar hij al oud en bang voor alles was vanwege de partijen in de stad, overtuigde hem om Theseus te ontvangen als vreemdelingengast, en hem met gif uit te schakelen. Theseus, toen hij naar het banket kwam, achtte het vervolgens beter om niet vooraf te vertellen wie hij was, maar wilde zijn vader een tip geven voor de onthulling, en trok hij zijn zwaard toen het vlees werd geserveerd, alsof hij van plan was hiermee te snijden, en bracht dat onder de aandacht van zijn vader.

12; 3
Aegeus merkte dit snel op, smeet de aangeboden beker met gif op de grond, en omarmde hem, na zijn zoon ondervraagd te hebben, hem formeel erkennend voor de vergadering van de burgers, die hem graag ontvingen vanwege zijn mannelijke moed. En er wordt verteld dat toen de beker viel, het gif gemorst werd op de plek waar nu de omsluiting in het Delphinium is, want dat is waar het huis van Aegeus stond, en de Hermes aan de oostelijke kant van het heiligdom wordt de Hermes bij de poort van Aegeus genoemd.

Strijd van de Pallantiden

13; 1
Nu hadden de zoons van Pallas voor deze gebeurtenis gehoopt zelf de heerschappij over het koninkrijk te krijgen wanneer Aegeus kinderloos stierf. Maar toen Theseus tot opvolger van de troon werd verklaard, reageerden zij verbitterd dat Aegeus koning was hoewel hij maar een geadopteerde zoon van Pandion was en op geen enkele manier gerelateerd aan de familie van Erechtheus, en ook dat Theseus de volgende koning zou worden hoewel hij een immigrant en een vreemdeling was, waarna zij ten oorlog trokken.

13; 2
En zich in twee groepen verdelend, één van deze trok openlijk vanuit Sphettus met hun vader op tegen de stad; de ander verborg zichzelf in Gargettus waar zij een hinderlaag opstelden, met de bedoeling hun vijanden van twee kanten aan te vallen. Maar er was een heraut onder hen, een man van Agnus, Leos geheten. Deze man bracht bij Theseus verslag uit over de plannen van de Pallantiden.

13; 3
Theseus overviel toen plotseling de groep die in een hinderlaag lag, en doodden hen allen. Daarop verspreidde de groep met Pallas zich. Dit is de reden, zegt men, waarom het gehucht Pallene geen huwelijken aangaat met het gehucht Agnus, en waarom het zelfs herauten niet wil toestaan om daar hun gebruikelijke aankondiging te doen met ‘Akouete leo!’ (Hoor, gij volk!). Want zij haten het woord op grond van het verraad van de man Leos.

De Stier van Marathon

14; 1
Maar Theseus, verlangend om aan het werk te gaan, en gelijktijdig de gunst van het volk voor zich winnend, ging op weg naar de stier van Marathon, die geen gering onheil aanrichtte bij de inwoners van Tetrapolos . Nadat hij deze gevangen had, stal hij de show door er mee door de stad te rijden, en hem daarna aan de Delphische Apollo te offeren.

14; 2
Nu lijkt het verhaal van Hecale en haar ontvangst en de wijze waarop Theseus tijdens deze expeditie werd onderhouden niet geheel van waarheid ontdaan te zijn. Want de bevolking van de gemeenten rondom de stad waren gewend om bijeen te komen en de Hecalesia te offeren aan Zeus Hecalus, en zij brachten eerbewijzen aan Hecale, haar liefkozend de naam Hecaline gevend, omdat zij hem, toen zij Theseus ontving, en het feit dat hij nog maar een jongeling was, streelde zoals ouderen doen, en hem liefkozend allerlei koosnaampjes gaf.

14; 3
En omdat zij beloofde, toen de held naar zijn strijd met de stier ging, aan Zeus te offeren als hij veilig terugkeerde, maar stierf voor zijn terugkeer, verkreeg zij bovengenoemde eerbetuigingen als een wederdienst voor haar gastvrijheid op bevel van Theseus, zoals Philochorus heeft geschreven.

De schatting van Kreta

15; 1
Kort daarna kwamen voor de derde keer vanuit Kreta de ophalers van de schatting. Nu wat deze schatting betreft, waren de meeste schrijvers het erover eens dat, omdat men dacht dat Androgeus verraderlijk was vermoord binnen de grenzen van Attica, Minos niet alleen de inwoners van dat land met een grote oorlog bestookte, maar de hemel het ook wilde vernietigen, want onvruchtbaarheid en de pest sloegen hard toe, en haar rivieren droogden op; nadat de god hen met zijn bevelen verzekerde dat wanneer ze Minos zouden sussen en zich met hem verzoenen, de wraak van de hemel zou afnemen en er een eind aan hun ellende zou komen, zonden zij herauten met smeekbeden en sloten een overeenkomst om hem elke negen jaar een schatting van zeven jongemannen en evenzovele meisje te sturen.

15; 2
En de meest dramatische versie van het verhaal verklaart dat deze jongemannen en vrouwen, nadat zij naar Kreta waren gebracht, door de Minotaurus in het Labyrint gedood werden, of er anders in rond moesten zwerven, niet in staat om de uitgang te vinden, en daar omkwamen; en dat de Minotaurus, zoals Euripides zegt, een tweeslachtige gedaante was met een monsterlijke vorm, dat twee verschillende karakters, man en stier, in hem verenigd waren.

16; 1
Philochorus zegt echter dat de Kretenzers dit niet toegaven, maar verklaarden dat het Labyrint een kerker was, met geen ander ongemak dan dat de gevangenen niet konden ontsnappen; en dat Minos begrafenisspelen instelde ter ere van Androgeus, die als prijs voor de overwinnaars, deze Atheense jongelui gaf, die in de tussentijd werden opgesloten in het Labyrint en dat de winnaar van de eerste spelen in die tijd de man was met de grootste macht onder Minos, zijn generaal was, Taurus genaamd, die niet redelijk en zachtaardig van karakter was, maar de Atheense jeugd met arrogantie en wreedheid behandelde.

16; 2
En ook Aristoteles zelf, in zijn ‘Grondwetten van Bottiaea’, is er van overtuigd dat deze jonge mensen niet door Minos werden gedood, maar dat zij de rest van hun leven als slaven moesten dienen op Kreta. En hij zegt dat de Kretenzers eens, op basis van een oude eed, een offer van eerstgeborenen naar Delphi stuurden, en dat sommige afstammelingen van deze Atheners zich onder deze offers bevonden, en met hen meegingen; en toen zij daar niet in staat bleken zichzelf te onderhouden, ze eerst overstaken naar Italië en in dat land rond Iapygia leefden, en daarvandaan opnieuw doorreisden naar Thracië en Bottiaeanen werden genoemd; dit was de reden waarom de meisjes van Bottiaea, bij het uitvoeren van een bepaald offer, als begeleiding zingen: ‘Laten we naar Athene gaan!’ En het is voorwaar een pijnlijke zaak voor een man om in vijandschap met een stad te leven die taal en literatuur bezit.

16; 3
Want Minos werd altijd beledigd en beschimpt in de Attische theaters, en het baatte hem ook niet dat Hesiodus hem ‘meest koninklijke’ noemde, of dat Homerus hem afschilderde als ‘een vertrouweling van Zeus,’ maar de tragische dichters hadden de overhand, en vormden een platform dat laatdunkend op hem neerkeek, als een man van wreedheid en geweld. En toch zeggen ze dat Minos koning en wetgever was, en dat Rhadamanthys een rechter onder hem was, en een bewaker van de beginselen van rechtvaardigheid die door hem vastgesteld waren.

De loterij

17; 1
Daarom, toen de tijd aanbrak voor het derde eerbetoon, en de vaders noodgedwongen waren hun jeugdige zonen aan te melden voor de loterij, ontstonden er nieuwe beschuldigingen tegen Aegeus onder het volk, die vol zorg en verdriet waren omdat hij die de oorzaak van al hun problemen was als enige geen deel had in de straf, maar het koninkrijk overdroeg aan een bastaard en buitenlandse zoon, en hen verdrietig en beroofd van hun wettige kinderen achterliet.

17; 2
Deze gebeurtenissen baarden Theseus zorgen, die, denkend dat het rechtvaardig was om deel te hebben aan het fortuin van zijn medeburgers, naar voren stapten en zich vrijwillig meldde voor de schatting. De burgers bewonderden zijn edele moed en waren verheugd over zijn vrije geest, en Aegeus, toen hij zag dat zijn zoon niet overgehaald kon worden door te bidden en te smeken, trok de loten voor de resterende jongeren.

17; 3
Hellanicus, zegt echter dat de stad zijn jongemannen en meisjes niet stuurde op basis van een loterij, maar dat Minos gewend was om zelf te komen en ze uit te zoeken, en dat hij Theseus al eerste van allen er tussenuit pikte, op basis van de voorwaarden die overeengekomen waren. En hij zegt dat het de afspraak was dat de Atheners zelf het schip ter beschikking moesten stellen, en dat de jongemannen zouden inschepen en zeilen zonder wapens bij zich te hebben, en als de Minotaurus gedood zou worden de schatting zou worden beëindigd.

17; 4
Tijdens de twee voorgaande gelegenheden, was er geen hoop op veiligheid, en daarom stuurden zij een schip met een zwart zeil, ervan overtuigd dat hun kinderen een zekere dood tegemoet gingen; maar nu moedigde Theseus zijn vader aan en pocht luid dat hij de Minotaurus zou bedwingen, zodat hij de stuurman een ander zeil gaf, een witte, en hem opdracht gaf, als hij veilig met Theseus zou terugkeren, het witte zeil moest hijsen, maar anders met het zwarte moest doorvaren, om zo het leed aan te geven.

17; 5
Simonides zeg echter dat het zeil dat door Aegeus werd meegegeven niet wit was, maar ‘een rood zeil dat was beschilderd met de weelderige bloem van een steeneik,’ en dat hij dit tot het teken van hun veiligheid maakte. Bovendien was de stuurman van het schip Phereclus, de zoon van Amarsyas, zoals Simonides zegt;

17; 6
Maar Philochorus zegt dat Theseus als stuurman Nausithous van Scirus op Salamis kreeg, en Phaeax als uitkijk, de Atheners hadden zich in die tijd nog niet aan de zee gewijd, en Scirus bewees hem deze dienst omdat een van de uitgekozen jongemannen, Menestheus, de zoon van zijn dochter was. En hiervoor is bewijs in de herdenkingskapellen voor Nausithous en Phaeax die Theseus bouwde bij Phalerum vlakbij de tempel van Scirus, en zij zeggen dat het festival van de Cybernesia, ofwel het stuurliedenfestival, ter ere van hen worden gevierd.

18; 1
Toen de lootjes waren getrokken, nam Theseus diegenen uit het prytaneium mee die waren aangewezen en ging naar het Delphinium, waar hij zijn smekelingenteken namens hen aan Apollo opdroeg. Dit was een tak van de heilige olijvenboom, omwikkeld met witte wol. Nadat hij zijn geloften en gebeden had afgelegd, ging hij scheep op de zesde dag van de maand Munychion, op welke dag de Atheners hun maagden nu nog steeds naar het Delphinium sturen om de god gunstig te stemmen.

18; 2
En het is overgeleverd dat de god in Delphi hem in een orakel opdroeg om Aphrodite tot zijn gids te maken, haar uitnodigend om hem bij te staan op zijn reis, en dat hij de gebruikelijke geit offerde bij de kust, waar het plotseling een bok (tragos) werd, om welke reden de godin de bijnaam Epitragia kreeg.

Gebeurtenissen op Kreta

19; 1
Toen hij aan het eind van zijn reis Kreta bereikte, vertellen de meeste historici en dichters ons dat hij van Ariadne, die verliefd op hem was geworden, de beroemde draad kreeg, en hij door haar geïnstrueerd werd hoe hij zijn weg moest vinden door het ingewikkelde Labyrint, waar hij de Minotaurus doodde en wegzeilde met Ariadne en de jongelui. En Pherecydes zegt dat Theseus ook gaten maakte in de bodem van de Kretenzische schepen, hen zo de kans ontnemend om hem te achtervolgen.

19; 2
Demon zegt ook dat Taurus, de generaal van Minos, werd gedood tijdens een zeeslag in de haven toen Theseus naar buiten zeilde. Maar zoals Philochorus het verhaal vertelt, hield Minos begrafenisspelen, en werd van Taurus verwacht dat hij al zijn concurrenten zou verslaan, zoals hij eerder had gedaan, maar werd zijn succes hem misgund. Want vanwege zijn karakter werd hij gehaat om zijn macht, en werd hij beschuldigd van al te veel intimiteit met Pasiphaë. Daarom werd dit Theseus, toen hij om het privilege vroeg om aan de spelen deel te nemen, gegund door Minos.

19; 3
En daar het in Kreta voor vrouwen de gewoonte was om naar de spelen te kijken, was Ariadne aanwezig, en was verrukt door de verschijning van Theseus, en zij werd ook van bewondering vervuld voor zijn atletische prestaties, toen hij al zijn tegenstanders versloeg. Ook Minos was blij met hem, vooral omdat hij Taurus versloeg tijdens het worstelen en hem te schande zette, en daarom gaf hij de jongelui aan Theseus terug, naast het opheffen van de schatting aan de stad.

19; 4
Cleidemus geeft echter een wat vreemd en ambitieus verhaal over deze zaken, een hele tijd eerder beginnend. Er was, zegt hij, een algemeen Helleens decreet dat geen galei met drie rijen roeiers uit enige haven mocht vertrekken met een grotere bemanning dan vijf mannen, en de enige uitzondering daarop was Iason, de commandant van de Argo, die de zee van piraten bevrijdde. Toen Daedalus van Kreta naar Athene vluchtte in een handelsschip, achtervolgde Minos, in weerwil van het decreet, hem met zijn oorlogsschepen, en werd door een storm van zijn koers afgedreven naar Sicilië, waar hij het leven liet.

19; 5
En toen Deucalion, zijn zoon, die op vijandige voet leefde met de Atheners, aan hen de eis stelde dat zij Daedalus aan hem uit moesten leveren, en dreigde, als zij weigerden, de jongelui die Minos als gijzelaars had gekregen ter dood te brengen, gaf Theseus hem een vredelievend antwoord, maar weigerde Daedalus af te staan, die zijn bloedverwant en neef was, zijnde de zoon van Merope, de dochter van Erechtheus. Maar zelf zette hij zich in voor het bouwen van een vloot, deels bij het gehucht van Thymoetadae, ver van de openbare weg, en deels onder leiding van Pittheus in Troezen, met de bedoeling dat dit verborgen zou blijven.

19; 6
Toen zijn schepen klaar waren, voer hij uit, waarbij Daedalus en de bannelingen uit Kreta zijn gidsen waren, en aangezien geen van de Kretenzers zijn ontwerp kende, maar dachten dat de naderende schepen vriendelijke gestemd waren, maakte Theseus zich van de haven meester, ontscheepte zijn mannen, en ging naar Cnossus voordat zijn vijanden het in de gaten hadden. Toen ging hij de strijd met hen aan bij de ingang van het Labyrint, waar hij Deucalion en zijn lijfwacht doodde.

19; 7
En daar Ariadne nu de leiding had, sloot hij een wapenstilstand met haar, kreeg de jeugdige gijzelaars terug, en vestigde vriendschapsbanden tussen de Atheners en Kretenzers, die een eed zwoeren om nooit geen vijandelijkheden meer te beginnen.

Achterlating van Ariadne

20; 1
Er zijn vele andere verhalen over deze gebeurtenissen, en ook over Ariadne, maar die stemmen niet met elkaar overeen. Sommigen zeggen dat zij zich verhing omdat ze door Theseus werd verlaten; anderen dat zij door zeelieden naar Naxos werd overgebracht en daar met Oenarus de priester van Dionysus leefde, en dat zij door Theseus werd achtergelaten omdat hij van een andere vrouw hield: -- ‘Zijn passie voor Aegle, het kind van Panopeus, was inderdaad beangstigend.’

20; 2
Dit vers schrapte Peisistratus uit de gedichten van Hesiodus, volgens Hereas de Megariaan, net zoals hij, aan de andere kant, het volgende vers in het Inferno van Homerus toevoegde: -- Theseus, Pirithoüs, illustere kinderen van de Hemel, en dat alles om de Atheners tevreden te stellen. Bovendien zeggen sommigen dat Ariadne wel degelijk zoons bij Theseus had, Oenopion en Staphylus, en onder hen is Ion van Chios, die over zijn eigen geboortestad zegt: -- Deze werd eens gesticht door Theseus’ zoon, Oenopion. Nu zijn de meest gunstige van deze legenden verhalen in de monden van alle mensen, zoals ik kan zeggen; maar een zeer bijzonder verhaal over deze zaken is geschreven door Paeon de Amathusiër.

20; 3
Hij zegt dat Theseus, door een storm uit de koers werd gedreven naar Cyprus, met Ariadne bij zich, die zwanger was en erg ziek door de bewegingen van de zee, haar alleen aan land zette, maar dat hijzelf, terwijl hij het schip veilig probeerde te stellen, opnieuw de zee op werd gedreven. De vrouwen van het eiland die voor Ariadne zorgden, probeerden haar te troosten vanwege haar eenzaamheid, gaven haar vervalste brieven die ogenschijnlijk door Theseus waren geschreven, die diende om haar te helpen tijdens de barensweeën, en begroeven haar toen ze stierf voordat het kind was geboren.

20; 4
Paeon zegt verder dat Theseus terug kwam, en zeer bedroefd was, en een grote som geld achterliet voor de mensen van het eiland, hen beval te offeren aan Ariadne, en twee kleine standbeelden ter ere van haar liet oprichten, een van zilver, en een van brons. Hij zegt ook dat het offer ter ere van haar op de tweede dag van de maand Gorpiaeus werd gehouden, dan gaat een van hun jongemannen op de grond liggen en imiteert de kreten en gebaren van vrouwen in barensnood; en dat zij het bos waarin haar graf staat, het bos van Ariadne Aphrodite noemen.

20; 5
Sommigen van de Naxianen hebben hun eigen verhaal, dat er twee Minossen en twee Ariadne’s waren, waarvan er een, zeggen zij, met Dionysus trouwde op Naxos en hem Staphylus en zijn broer baarde, en de ander, van een later tijdstip, na door Theseus te zijn meegevoerd en achtergelaten, naar Naxos kwam, vergezeld van een min met de naam Corcyne, wier graf zij laten zien; en dat deze Ariadne daar ook stierf, en wordt vereerd in tegenstelling met de eerste, want de festivals van de eerste Ariadne wordt met vrolijkheid en zwelgpartijen gevierd, maar de offers die worden ter ere van de twee worden gebracht zijn verdrietig en droevig.

Terugkeer in Athene

21; 1
Tijdens zijn reis van Kreta, meerde Theseus aan in Delos, waar hij aan de god offerde en in zijn tempel een beeld van Aphrodite wijdde dat hij had gekregen van Ariadne, daar danste hij met de jongelingen een dans waarvan men zegt dat deze nog steeds door de mensen van Delos wordt uitgevoerd, die de rondlopende gangen van het Labyrint voorstellen, en bestaat uit bepaalde ritmische tegengestelde bewegingen.

21; 2
Deze vorm van dansen, zoals Dicaearchus ons vertelt, wordt door de mensen van Delos De Hevel genoemd, en Theseus danste die rond het altaar dat Keraton wordt genoemd, welke was gemaakt van hoorns (kerata) die alleen van de linkerkant van de kop waren genomen. Ze zeggen ook dat hij atletische wedstrijden instelde op Delos, en toen de gewoonte in zwang kwam om een palm aan de overwinnaars te geven.

22; 1
Men zegt trouwens ook, dat toen zij de kust van Attica naderden, Theseus, en ook zijn stuurman, zo groot was hun vreugde en blijdschap, vergaten om het zeil voor Aegeus te hijsen dat het teken voor hun veiligheid was, die daardoor, in wanhoop, zich van de rotsen wierp en te pletter viel. Maar Theseus, toen hij aan land kwam, offerde zelf de offers die hij had beloofd aan de goden in Phalerum toen hij uitvoer, en stuurde daarna een heraut naar de stad om zijn veilige terugkeer aan te kondigen.

22; 2
De boodschapper trof veel mensen aan die huilden om de dood van hun koning, en anderen die vol vreugde waren over zijn boodschap, wat normaal is, en hem enthousiast verwelkomden met slingers vanwege dit goede nieuws. De slingers nam hij aan en wikkelde die om zijn herautenstaf en trof tijdens zijn terugreis naar de kust Theseus aan, die zijn plengoffers nog niet aan de goden had gebracht, en bleef buiten de heilige gebieden, om het offer niet te verstoren.

22; 3
Maar toen de plengoffers uitgevoerd waren, kondigde hij de dood van Aegeus aan. Daarop gingen zij, onder het slaken van luide klaagzangen, snel naar de stad. Om deze reden, zegt men, dat tot aan vandaag, tijdens het festival van de Oschophoria , waarbij niet de heraut wordt gekroond, maar zijn herautenstaf, en degenen die bij de plengoffers aanwezig zijn roepen: ‘Eleleu! Iou! Iou! Waarbij de eerste kreet een uitroep is van gierende haast en triomf, en de tweede van consternatie en verwarring.

22; 4
Na zijn vader begraven te hebben, loste Theseus zijn beloften aan Apollo in op de zevende dag van de maand Pyanepsion; want op die dag waren zij veilig teruggekeerd in de stad. De gewoonte om allerlei soorten peulvruchten op die dag te koken is ontstaan uit het feit dat de jongelingen veilig door Theseus waren teruggebracht maar dat hun overgebleven voedselvoorraad veranderd was in hutspot, die kookten in een gemeenschappelijke pot, ervan smulden, en gezamenlijk opaten.

22; 5
Op dat feest droegen zij ook de zogenaamde eiresione, dat een met witte wol omwikkelde tak van de olijfboom is, zoals Theseus die gebruikte op het moment van zijn smeekbede, en beladen is met allerlei soorten fruitoffers, om aan te duiden dat de schaarste ten einde was, en terwijl zij voortgingen zongen zij: -- Eiresione brengt voor ons vijgen en het lekkerste brood, brengt ons honing in potten en olie om het lichaam mee in te smeren, ook sterke wijn in een beker, zodat men benevelt naar bed kan gaan. Sommige schrijvers vertellen echter dat deze riten ter nagedachtenis aan de Heracliden zijn, die op deze wijze werden onderhouden door de Atheners; maar de meesten beschrijven de zaak zoals ik heb gedaan.

23; 1
Het schip waarmee Theseus en de jongelingen in veiligheid terugkeerden, de galei met dertig roeiriemen, werd door de Atheners bewaard tot aan de tijd van Demetrius Phalerus. Zij namen van tijd tot tijd oude planken weg, en brachten hier nieuwe en deugdelijke voor in de plaats, zodat het schip een beeldende illustratie werd voor de filosofen, sommige verklaarden dat het schip hetzelfde bleef, anderen dat het niet meer hetzelfde vaartuig was.

23; 2
Het was ook Theseus die het Atheense festival van de Oschophoria instelde. Want er wordt gezegd dat hij niet alle meisjes met zich meenam waarop destijds het lot was gevallen, maar twee jongemannen uit zijn relaties koos die frisse en meisjesachtige gezichten hadden, maar gretig waren met een mannelijke geest, en veranderde hun uiterlijke verschijning bijna volledig door hen warme baden te geven en uit de zon te houden, hun haar te kappen, hun huid glad te maken en hun teint met zalven te verfraaien; hij leerde hen ook om meisjes na te doen en ook hun stemmen zo goed mogelijk na te bootsen, hun kleding, en hun manier van lopen, en verder niets aan het toeval over te laten, waarna hij hen vervolgens in plaats van de meisjes die naar Kreta gingen meenam, waar zij door niemand werden ontdekt.

23; 3
En nadat hij teruggekeerd was, liep hij met deze twee jongemannen aan het hoofd van de processie, net zo gekleed als zij getooid waren die de wijnstoktakken droegen. Zij droegen die ter ere van Dionysus en Ariadne, en vanwege hun deel in het verhaal; of liever, omdat zij op het moment van de druivenoogst thuis terugkeerden. En de vrouwen die Deipnophoroi, of dinerdragers, werden genoemd, namen deel aan de processie en het offer, in navolging van de moeders van de jongemannen en meisjes waarop het lot was gevallen, want deze bleven met brood en vlees komen voor hun kinderen. En op het festival werden verhalen verteld, want deze moeders, vanwege het belang van troosten en aanmoedigen van hun kinderen, sponnen verhalen voor hen. Deze details zijn in ieder geval te vinden in de geschiedenis van Demon. Verder werd ook een heilige ruimte voor Theseus apart gezet, en hij gaf opdracht aan de families die een bijdrage aan de schatting voor de Minotaurus hadden geleverd ook aan hem zelf te offeren. Dit offer stond onder toezicht van de Phytaliden, en Theseus betaalde hen zo terug voor hun gastvrijheid.

Democratie

24; 1
Na de dood van Aegeus, bedacht Theseus een prachtig plan, hij vestigde alle inwoners van Attica in één stad, zo één volk creërend in één stad uit degenen die daarvoor verspreid woonden en niet snel samenkwamen om de gemeenschappelijke belangen van iedereen te bespreken, nee, zij maakten soms zelfs ruzie en vochten met elkaar.

24; 2
Hij bezocht hen, en probeerde hen dan voor zijn plan over te halen om gehucht bij gehucht te voegen en clan bij clan. Het gewone volk en de armen beantwoordden snel aan zijn oproep; aan de machtigen beloofde hij een bestuur zonder koning en democratie, waarbij hij alleen tijdens oorlogen commandant zou zijn en bewaker van de wetten, terwijl in al het andere iedereen op gelijke voet met elkaar stond.

24; 3
Sommigen haalde hij eenvoudig over om deze koers te varen, en anderen, die zijn macht vreesden, welk al groot was, en zijn moed, kozen ervoor om overtuigd te worden in plaats van gedwongen te worden om ermee in te stemmen. Dienovereenkomstig, na het afschaffen van gemeentehuizen, raadkamers en magistraten in de verschillende gemeenschappen, en na het bouwen van een stadhuis en raadskamer voor iedereen op de grond waar de bovenstad tegenwoordig nog steeds staat, noemde hij de stad Athene, en stelde het Panatheense festival in.

24; 4
Hij stelde ook de Metoecia in, het Festival van de Nederzetting, op de zestiende dag van de maand Hecatombaeon, die nog steeds wordt gevierd. Toen, nadat hij van zijn koninklijk macht afstand had gedaan, zoals hij had beloofd, ging hij verder om de overheid te regelen, met instemming van de goden. Want hij kreeg een orakel in Delphi, in antwoord op zijn vragen over de stad, dat als volgt luidde:

24; 5
Theseus, kind van Aegeus, zoon van de dochter van Pittheus, veel steden heeft mijn vader geschonken. Grenzen en toekomstig lot zijn binnen jouw stad beperkt. Wees daarom niet ontsteld, maar vertrouw rotsvast op uw raadgever alleen; de windzak zal zee en golven doorkruisen. En ze zeggen dat de Sibyl dit orakel voor de stad herhaalde, toen zij riep: - de windzak kan ondergedompeld worden, maar zinken is niet toegestaan.

25; 1
Verlangend om de stad nog groter te maken, nodigde hij op dezelfde voorwaarden alle mensen uit, en de uitdrukking ‘Gij mensen, kom allen hierheen,’ was een proclamatie van Theseus toen hij een volk stichtte, als het ware, uit alle rangen en standen. Hij had geen last dat zijn democratie werd ontregeld of in de war raakte door een ongeregelde instroom van een grote menigte, maar was de eerste die zijn volk scheidde in edelen, boeren en handwerklieden.

25; 2
Aan de adel besteedde hij de zorg toe voor de religieuze riten, de levering van bestuurders, de leer van de wetten, en de interpretatie van de wil van de Hemel, en voor de rest van de inwoners stelde hij een evenwicht van privileges in, de adel werd geacht uit te blinken in waardigheid, de boeren moesten nuttig zijn, en de handwerklieden in aantallen. En hij was de eerste die luisterde naar de menigte, zoals Aristoteles zegt, en hen de absolute heerschappij gaf, lijkt ook de getuigenis van Homerus te zijn, in de ‘Catalogus van Schepen’, waarin hij alleen over één ‘volk’ van Atheners spreekt.

25; 3
Hij voerde ook muntgeld in, gestempeld met de beeltenis van een os, hetzij ter herinnering van de stier van Marathon, of die van Taurus, de generaal van Minos, of omdat hij de burgers wilde aanmoedigen om de landbouw bedrijven. Van deze munten, zegt men, werden ‘tien ossen’ en ‘een honderd ossen’ gewoon als waarde-aanduidingen. Nadat het gebied van Megara veilig was ingelijfd bij dat van Attica, richtte hij die beroemde zuil op de Isthmus op, en kerfde daarin de inscriptie die de territoriale grenzen aangaven. Het bestond uit twee trimeters, waarvan de een over het oosten verklaarde: -- ‘Hier is het niet de Peloponnesus, maar Ionië;’ en die over het westen: -- Hier heet het Peloponnesus, en geen Ionië.

25; 4
Hij stelde hier ook ambitieus spelen in, in navolging van Heracles, omdat wanneer de Hellenen, in navolging van de afspraak met die held, Olympische Spelen vierden ter ere van Zeus, hijzelf de afspraak maakte om Isthmische Spelen te vieren ter ere van Poseidon. Want de spelen die al ingesteld waren ter ere van Melicertes werden ’s nachts gevierd, en hadden eerder de vorm van religieuze riten dan van een spektakel of een publieke bijeenkomst. Maar sommigen zeggen dat de Isthmische Spelen werden ingesteld ter nagedachtenis aan Sciron, en dat Theseus zo boete deed voor zijn moord, vanwege hun familieband; want Sciron was een zoon van Canethus en Henioche, die de dochter van Pittheus was.

25; 5
En anderen denken dat Sinis, en niet Sciron, hun zoon was, en dat het eerder te zijner ere was dat de Spelen werden ingesteld door Theseus. Hoe dan ook, Theseus sloot een formele overeenkomst met de Corinthiërs dat zij bezoekers aan de Istmische Spelen ereplaatsen zouden geven die zo groot waren als het zeil van de staatsgalei dat hen daar naartoe bracht kon bedekken, wanneer dat volledig wordt uitgespreid. Zo vertellen Hellanicus en Andron van Halicarnassus ons.

Oorlog met de Amazonen

26; 1
Hij maakte ook een reis over de Zwarte Zee, zoals Philochorus en diverse anderen vertellen, tijdens een campagne van Heracles tegen de Amazonen, en kreeg Antiope als een beloning voor zijn moed; maar de meerderheid van de schrijvers, onder wie Pherecydes, Hellanicus en Herodorus zeggen dat Theseus deze reis op eigen gezag ondernam, na de tijd van Heracles, en de Amazone gevangen nam; en dit is het meest waarschijnlijke verhaal. Want het is niet bekend dat iemand anders die aan zijn expeditie deelnam een Amazone gevangen nam.

26; 2
En Bion zegt zelfs dat hij deze Amazone gevangen nam en afvoerde met een list. De Amazonen, zegt hij, waren van nature vriendelijk voor mensen, en vluchtten niet voor Theseus toen hij op hun kust landde, maar stuurden hem in werkelijkheid geschenken, en hij nodigde degene die ze kwam brengen aan boord van zijn schip uit; zij ging aan boord, en hij koos zee. En een zekere Menecrates, die een geschiedenis publiceerde over de Bithynische stad van Nicaea, zegt dat Theseus, met Antiope aan boord van zijn schip, een tijd in deze streken doorbracht.

26; 3
En dat er tijdens deze expeditie toevallig drie jonge broers uit Athene aan boord waren, Euneus, Thoas en Solois. Deze laatste, zegt hij, werd buiten medeweten van de rest verliefd op Antiope, en onthulde dit geheim aan een van zijn beste vrienden. Die vriend zocht toenadering tot Antiope, die de poging uiterst beslist afwees, maar de zaak met vriendelijkheid en discretie behandelde, en niets tegen Theseus zei.

26; 4
Toen wierp Solois zich, uit wanhoop, in een rivier en verdronk, en Theseus, die over het lot van de jongeman hoorde, en de oorzaak, was zeer verstoord, en dacht in zijn nood aan een bepaald orakel dat hij eens had ontvangen in Delphi. Want daar was hem door de Pythische priesteres verteld dat wanneer hij, in een vreemd land, door zwaar verdriet en zorgen geteisterd zou worden, hij daar een stad zou stichten, en enkele van zijn volgelingen achter zou laten om er over te heersen.

26; 5
Om deze reden stichtte hij daar een stad, en noemde die, naar de Pythische god, Pythopolis, en de aangrenzende rivier, Solois, ter nagedachtenis aan de jongeman. En hij liet daar de broers van Solois achter, om te heersen over de stad en wetgevers te worden, samen met Hermus, een van de edelen uit Athene. Naar hem noemen de Pytholianen een bepaalde plek in de stad het Huis van Hermes, de tweede lettergreep foutief veranderend, en bracht de eer voor een held over naar een god.

27; 1
Wel, dit waren dan de oorzaken voor de oorlog met de Amazonen, die voor Theseus niet onbeduidend leken of een vrouwelijke oorzaak hadden. Want zij sloegen hun kamp niet binnen de stad op, noch voerden zij man-tegen-man gevechten uit in de buurt van de Pnyx en het Museum, als zij het omliggend land niet hadden beheerst en de stad straffeloos hadden genaderd.

27; 2
Of ze, zoals Hellanicus beschrijft, nu via de Cimmeriaanse Bosporus kwamen die zij overstaken via het ijs, kan betwijfeld worden; maar het feit dat zij bijna in het hart van de stad kampeerden wordt zowel verklaard door de namen van de plaatselijke locaties als door de graven van diegenen die sneuvelden in de strijd. Lange tijd aarzelde men en waren er vertragingen in beide kampen om aan te vallen, maar uiteindelijk, nadat hij aan Angst geofferd had, gehoorzaam aan een orakel, begon Theseus aan het gevecht met de vrouwen

27; 3
Deze strijd, werd uitgevochten op de dag van de maand Boedromion waarop, tot op heden, de Atheners de Boedromia vieren. Cleidemus, die precies wil zijn, schrijft dat de linkervleugel van de Amazonen zich uitstrekte tot wat nu het Amazoneum genoemd wordt, en hun rechtervleugel tot aan de Pnyx bij Chrysa; dat de Atheners met deze linkervleugel streden, de Amazonen tegemoet tredend vanuit het museum en dat de graven van hen die sneuvelden zich aan weerskanten van de straat bevinden die leidt naar de poort van de kapel van Chalcodon, die nu de Peiraïsche Poort genoemd wordt.

27; 4
Hier, zegt hij, werden de Atheners verslagen en door de vrouwen teruggedreven tot aan het heiligdom van de Eumeniden, maar degenen die de indringers uit het Palladium, Adrettus en het Lyceum verdreven, dreven hun rechtervleugel terug tot aan hun kamp, en doodden velen van hen. En na drie maanden, zegt hij, werd er door toedoen van Hypolyte een vredesverdrag gesloten; want Hippolyte is de naam die Cleidemus gaf aan de Amazone die Theseus trouwde, en niet Antiope. Maar sommigen zeggen dat de vrouw door Molpadia werd gedood met een speer, terwijl zij aan de zijden van Theseus streed, en dat de zuil die naast het heiligdom van de Olympische Aarde ter nagedachtenis van haar werd opgericht.

27; 5
En het is niet verwonderlijk dat de geschiedenis, als het om gebeurtenissen uit de oudheid gaat, een bepaalde onzekerheid bevatten, want ons werd inderdaad verteld dat de gewonde Amazonen in het geheim door Antiope werden weggestuurd naar Chalcis, waar zij werden verpleegd, en sommigen werden begraven, vlak bij wat tegenwoordig het Amazoneum wordt genoemd. Maar dat de oorlog eindigde in een plechtig verdrag blijkt niet alleen uit de naamgeving van de plek grenzend aan het Theseum, die Horcomosium wordt genoemd, maar ook uit het offer dat, zoals in vroegere tijden, werd gebracht aan de Amazonen voor het festival van Theseus.

27; 6
En de Megarianen, hebben ook een plek in hun land waar Amazonen zijn begraven, langs de weg van de marktplaats naar de plek die Rhus wordt genoemd, waar de Rhomboiden staan. En er wordt ook verteld dat anderen van hen in de buurt van Chaeronia stierven, en werden begraven langs de oevers van de kleine rivier die, in vroegere tijden, naar het schijnt, de Thermodon werd genoemd, maar tegenwoordig Haemon heet; aangaande deze namen heb ik geschreven in mijn ‘Leven van Demosthenes’. Het lijkt ook dat Thessalië niet zonder tegenstand is doorkruist door de Amazonen, want hun graven zijn tot aan vandaag te zien in de nabijheid van Scotussa en Cynoscephalae.

Escapades met vrouwen

28; 1
Tot zover datgene over de Amazonen wat het vermelden waard is. Want de ‘Opstand van de Amazonen’, geschreven door de auteur van ‘Het verhaal van Theseus’, vertelt hoe, toen Theseus met Phaedra trouwde, Antiope en de Amazonen vochten om haar te wreken hem aanvielen, en werden verslagen door Heracles, dat alle schijn van een mythe heeft en een verzinsel lijkt.

28; 2
Theseus trouwde inderdaad met Phaedra, maar dat was na de dood van Antiope, en bij Antiope had hij een zoon, Hippolytus, of, zoals Pindar zegt, Demophoon. Wat het onheil dat Phaedra en de zoon van Theseus betreft dat hen door Antiope overkwam, moeten we, omdat hierover geen verschil van mening bestaat tussen historici en tragische dichters, veronderstellen dat zij gebeurden zoals door de dichters unaniem wordt beschreven.

29; 1
Er zijn echter ook andere verhalen over de huwelijken van Theseus die noch eerbaar waren bij hun begin noch gelukkig aan het eind, maar deze zijn niet gedramatiseerd. Zo wordt er bijvoorbeeld gezegd dat hij Anaxo ontvoerde, een meisje uit Troezen, en na het doden van Sinis en Cercyon hun dochters zou hebben verkracht; ook dat hij met Periboea getrouwd zou zijn, de moeder van Ajax, en later met Phereboea, en ook met Iope, de dochter van Iphicles;

29; 2
En vanwege zijn passie voor Aegle, de dochter van Panopeus, zoals ik al eerder vertelde, wordt hij beschuldigd van de achterlating van Ariadne, die niet eervol en fatsoenlijk was; en over zijn ontvoering van Helena wordt gezegd dat er in heel Attica oorlog uitbrak, en uiteindelijk de oorzaak was van zijn verbanning en dood, over welke zaken ik later zal spreken.

29; 3
Van de vele heldendaden die in die tijd door de moedigste mannen werden begaan, denkt Herodorus dat Theseus aan geen van hen deelnam, uitgezonderd dat hij de Lapithen te hulp schoot in hun oorlog tegen de Centauren; maar anderen zeggen dat hij niet alleen samen met Iason naar Colchis ging, maar ook Meleager hielp om het Everzwijn van Calydon te verslaan, en dat daardoor het spreekwoord ‘Niet zonder Theseus’ ontstond; dat hijzelf, zonder om een bondgenoot te vragen, vele roemrijke daden vervulde, en de zinsnede ‘Zie! Een nieuwe Heracles’ een normale verwijzing naar hem werd.

29; 4
Hij hielp ook Adrastus met het terugkrijgen van de lichamen van hen die gesneuveld waren voor de muren van Thebe, niet door de Thebanen in de strijd te verslaan, zoals Euripides verhaalt in zijn tragedie, maar door hen te overtuigen om een wapenstilstand te sluiten; want zovele schrijvers vertellen, en Philochorus voegt daar aan toe, dat dit de eerste keer ooit was dat een wapenstilstand werd gesloten om de gesneuvelden in de strijd terug te halen, hoewel in de verhalen over Heracles staat geschreven dat Heracles de eerste was die aan zijn vijanden hun doden teruggaf.

29; 5
En het grootste deel van de graven der gesneuvelde die voor Thebe vielen zijn te zien in Eleutherae, en van de aanvoerders in de buurt van Eleusis, en deze laatste begrafenis was een gunst die Theseus betoonde aan Adrastus. Het verhaal van Euripides in zijn ‘Smekende Moeders’ wordt tegengesproken door dat van Aeschylus in zijn ‘Eleusianen’, waarin Theseus bij de zaak betrokken wordt zoals hierboven beschreven.

Theseus en Pirithoüs

30; 1
Van de vriendschap van Pirithoüs en Theseus wordt gezegd dat deze op de volgende wijze is ontstaan. Theseus had een enorme reputatie voor wat betreft zijn kracht en moed, en Pirithoüs streefde ernaar om deze te testen en te bewijzen. Daarom dreef hij de kudde van Theseus weg uit Marathon, en toen hij erachter kwam dat de eigenaar hem gewapend achtervolgde, vluchtte hij niet, maar keerde terug om hem te ontmoeten.

30; 2
Toen elk de ander echter met verbazing aanschouwde vanwege diens schoonheid en bewondering om zijn moed, onthielden zij zich van de strijd, en Pirithoüs, zijn hand als eerste uitstekend, beval Theseus zelf de rechter over zijn diefstal te zijn, want hij wilde zich graag onderwerpen aan de straf die de ander hem zou opleggen. Toen schold Theseus niet alleen zijn straf kwijt, maar nodigde hem uit om zijn vriend en strijdmakker te worden; waarop zij hun vriendschap bezegelden met eden.

30; 3
Hierna, toen Pirithoüs op het punt stond om te trouwen met Deidamia, vroeg hij Theseus om naar zijn bruiloft te komen, het land te zien, en kennis te maken met de Lapithen. Hij had ook de Centauren uitgenodigd voor de bruiloft. En toen deze door de wijn brutaal werden, en zich aan de vrouwen vergrepen, namen de Lapithen wraak op hen. Sommigen doodden zij ter plaatse, de rest versloegen zij later in een oorlog en verdreven ze uit hun land. Theseus streed mee tijdens het feestmaal en in de oorlog.

30; 4
Herodorus zegt echter dat het zo niet gebeurd is, maar dat de oorlog al in volle gang was toen Theseus de Lapithen te hulp kwam en dat hij op zijn weg daarheen Heracles ontmoette, wat hij tot gewoonte had gemaakt om hem in Trachis te bezoeken, waar de held op adem kwam van zijn omzwervingen en Werken; en hij zegt dat de ontmoeting gepaard ging met wederzijdse uitingen van eer, vriendelijkheid en grootse lof.

30; 5
Ondanks dit, kan men het beter eens zijn met de historici die zeggen dat de helden elkaar regelmatig spraken, en dat het op verzoek van Theseus was dat Heracles werd ingewijd in de mysteriën van Eleusis, en voor zijn inwijding gezuiverd werd, toen hij daarom vroeg vanwege zijn diverse onbedachte daden.

31; 1
Theseus was al vijftig jaar, volgens Hellanicus, toen hij deelnam aan de schaking van Helena, die de huwbare leeftijd nog niet had bereikt. Daarom zeggen sommige schrijver, in de veronderstelling zo de zware beschuldigingen die tegen hem geuit zijn te weerleggen, dat hij niet zelf Helena ontvoerde, maar haar kreeg, nadat Idas en Lynceus de jonge vrouw hadden ontvoerd, en over haar waakte en niet wilde afstaan aan de Dioscuren toen deze haar opeiste; of, als je het wilt geloven, dat haar eigen vader, Tyndareus, haar aan Theseus toevertrouwde, uit angst voor Enarophorus, de zoon van Hippocoön, die Helena met geweld probeerde te schaken toen ze nog een kind was. Maar het meest waarschijnlijke verhaal, en dat wat de meeste getuigen in haar voordeel vertellen, gaat als volgt.

31; 2
Theseus en Pirithoüs gingen samen naar Sparta, grepen het meisje toen ze aan het dansen was in de tempel van Artemis Orthia, en vluchtten met haar weg. Hun achtervolgers volgden hen niet verder dan Tegea, en dus sloten de twee vrienden, toen zij de Peloponnesus waren over gestoken en buiten gevaar waren, een pact met elkaar dat degene die door loting Helena als vrouw zou krijgen, de ander zou helpen met het verkrijgen van een andere vrouw.

31; 3
Met deze wederzijdse afspraak wierpen zij het lot, en Theseus won, hij nam het meisje, dat nog niet rijp was voor het huwelijk, en bracht haar over naar Aphidnae. Hier gaf hij het meisje zijn moeder als metgezel, en droeg beiden over aan Aphidnus, een vriend van hem, met de strikte opdracht om ze in het grootste geheim te bewaken.

31; 4
Toen reisde hij zelf, om de wederdienst aan Pirithoüs te verlenen, met hem naar Epirus, op zoek naar de dochter van Aedoneus, de koning van de Molossiërs. Deze man noemde zijn vrouw Persephone, zijn dochter Cora, en zijn hond Cerberus, die hij met alle vrijers van zijn dochter liet vechten, haar aan diegene belovend die het beest kon verslaan. Maar, toen hij erachter kwam dat Pirithoüs en zijn vriend niet om de hand van zijn dochter kwamen vragen, maar om zijn dochter te schaken, greep hij hen beiden. Pirithoüs ruimde hij onmiddellijk uit de weg door middel van de hond, maar Theseus sloot hij op.

De Dioscuren

32; 1
Ondertussen hitste Menestheus, de zoon van Peteus, kleinzoon van Orneus, en achterkleinzoon van Erechtehus, de eerste der mensen, zoals men zegt, om diens populariteit te beïnvloeden en zichzelf in een goed daglicht te stellen bij de menigte, de belangrijkste mannen in Athene op waardoor zij bitter gestemd raakten. Zij waren van oudsher Theseus vijandig gezind, en vonden dat hij elke edele van het land van zijn baan had beroofd, en ze allemaal in één enkele stad had opgesloten, waar hij hen behandelde als onderdanen en slaven. Het gewone volk raakte ook in beroering door zijn verwijten. Zij dachten dat hen een visioen van gelijkheid was voorgespiegeld, zei hij, maar in werkelijkheid waren zij beroofd van hun geboortehuizen en geloof zodat zij, in plaats van vele goede koningen van hun eigen bloed, gehoorzaam moesten zijn aan één meester die een immigrant en een vreemdeling was.

32; 2
Terwijl hij zich zo bezig hield, trokken de Tyndariden op tegen de stad, en de oorlog gaf nog meer voeding aan zijn opruiende woorden; sommige schrijvers melden inderdaad dat hij de invallers uitnodigde om te komen. In eerrste instantie deden zij geen kwaad, maar eisten gewoon hun zuster terug. Toen de mensen van de stad echter antwoordden dat zij het meisje niet hadden en ook niet wisten waar zij was gebleven, zochten zij hun toevlucht in een oorlog.

32; 3
Maar Academus, die op de een of andere wijze over haar geheime schuilplaats in Aphidnae had vernomen, vertelde hen er over. Om deze reden werd hij gedurende zijn leven geëerd door de Tyndariden, en ook vaak daarna toen de Lacedaemoniërs Attica binnenvielen en heel het land verwoestten, spaarden zij de Academie , in het belang van Academus.

32; 4
Maar Dicaearchus zegt dat Echedemus en Marathus van Arcadië op dat moment in het leger van de Tyndariden meevochten, naar de eerste werd destijds de huidige Academie Echedemia vernoemd, en naar de ander, het plaatsje Marathon, want in overeenstemming met een orakel gaf hij zich vrijwillig op om aan de frontlijn geofferd te worden. Bij Aphidnae, waar zij toen aankwamen, wonnen zij een slag, en bestormden de stad.

32; 5
Daar zeggen zij dat naast vele anderen Alycus, de zoon van Sciron, die op dat moment meevocht in het leger van de Dioscuren, werd gedood, en dat naar hem in Megara, waar hij werd begraven, de plaats Alycus werd vernoemd. Maar Hereas schrijft dat Alycus in Aphidnae door Theseus zelf werd verslagen, en citeert als bewijs drie verzen over Alycus: die eens op de vlakte van Aphidnae, waar hij vocht, Theseus, schaker van de blonde Helena, doodde. Het is echter niet aannemelijk dat Theseus zelf aanwezig was toen zowel zijn moeder als Aphinae werden ingenomen.

33; 1
In ieder geval, Aphidnae werd ingenomen en in de stad Athene heerste alom angst, maar Menestheus haalde de bevolking over om de Tyndariden in de stad binnen te laten en hen met alle vriendelijkheid te ontvangen, aangezien zij alleen oorlog met Theseus voerden, die als eerste een daad van geweld had gepleegd, maar zelf weldoeners en redders van de rest van de mensheid waren. En hun gedrag bevestigde zijn woorden, want hoewel zij in alles heer en meester waren, eisten zij alleen om in de mysteriën ingewijd te worden, omdat zij niet minder nauw met de stad waren betrokken dan Heracles.

33; 2
Dit privilege werd hen toegekend, nadat zij waren aangenomen door Aphidnus, zoals Pylius Heracles had aangenomen. Zij werden ook als goden vereerd, en aangesproken met ‘Anakes’, hetzij op grond van hun ‘gestaakte’ vijandelijkheden, of vanwege hun ‘ijver’ om niemand te verwonden, hoewel er zo’n groot leger binnen de stad was dat de zin anakos echein werd gebruikt of zoiets als ‘zorgen voor’, of ‘alles bewakend’, en wellicht is het om deze reden dat koningen Anaktes worden genoemd. Er zijn ook mensen die zeggen dat de Tyndariden Anakes genoemd werden vanwege de verschijning van de tweelingster aan de hemel, daar de Atheners anekas en anekathen gebruiken voor ano en anothe, dat ‘boven’ of ‘in de hoogte’ betekent.

Aethra

34; 1
Ze zeggen dat Aethra, de moeder van Theseus, die in Aphidnae gevangen was genomen, werd weggevoerd naar Lacedaemon, en van daar met Helena naar Troje, en dat Homerus hierover getuigt wanneer hij de volgelingen van Helena noemt: Aethra, geboren uit Pittheus, en de mooie Clymene met haar grote ogen. Maar sommigen verwerpen dit vers van Homerus, net als de legende over Munychus, die Laodice in het geheim aan Demophoon baarde, en die Aethra hielp grootbrengen in Troje.

34; 2
Maar een bijzonder en geheel ander verhaal over Aethra wordt gegeven door Ister in zijn dertiende boek over de Geschiedenis van Attica. Sommigen schrijven, zegt hij, dat Paris in de strijd door Achilles werd gedood en Patroclus in Thessalië, langs de oevers van de Spercheius, maar dat Hector de stad Troezen innam en plunderde, en Aethra wegvoerde, die daar was achtergebleven. Dit is echter zeer twijfelachtig.

Einde van Theseus

35; 1
Terwijl Heracles te gast was bij de Molossiër Aedoneus, sprak de koning toevallig over de avonturen van Theseus en Pirithous, vertellend wat ze daar kwamen doen, en hoe ze hadden geleden nadat ze waren ontdekt. Heracles was erg bedroefd over de roemloze dood van de een, en de naderende dood van de ander. En wat Pirithous betreft, dacht hij dat het zinloos was om te klagen, maar hij smeekte om de vrijlating van Theseus, en eiste dat deze eer hem werd gegund.

35; 2
Aedoneus gaf toe aan zijn smeekbeden, Theseus werd vrijgelaten, en keerde trug naar Athene, waar zijn vrienden niet van enthousiasme overliepen. Alle heilige gebieden die de stad eerder voor hem apart had gezet, waren nu aan Heracles gewijd, en noemde die Heracleia in plaats van Theseia, uitgezonderd vier stuk, zoals Philochorus schrijft. Maar toen hij verlangde om weer net als vroeger te heersen, raakte hij betrokken bij groepen en verstoringen; hij ontdekte dat degenen die hem haatten toen hij was vertrokken, nu minachting aan hun haat hadden toegevoegd, en hij zag dat een groot deel van de bevolking corrupt was geworden, en overghaald wensten te worden in plaats van in stilte te doen wat hen verteld werd om te doen.

35; 3
Nadat hij probeerde hen zijn wensen op te dringen, ging hij ten onder aan demagogen en partijen, en uiteindelijk, wanhopig over zijn zaak, stuurde hij zijn kinderen weg naar Euboea, naar Elephenor, de zoon van Chalcodon, terwijl hij zelf, na het uitroepen van vloeken over de Atheners in Gargettus, waar tot aan de dag van vandaag een plek is die Araterion heet, wegzeilde naar het eiland Scyrus, waar de bevolking hem vriendelijk gezind was, zoals hij dacht, en waar hij voorouderlijke landgoederen bezat. In die tijd was Lycomedes de koning van Scyrus.

35; 4
Theseus wendde zich tot hem met het verzoek dat zijn land aan hem teruggegeven moest worden, want hij ging er wonen, hoewel sommigen zeggen dat hij om hulp tegen de Atheners had gevraagd. Maar Lycomedes, ofwel omdat hij bang was voor een man met zo’n roem, of als een gunst aan Menestheus, voerde hem naar de hoge plekken van het land, onder het mom om hem van daaruit het land te tonen, duwde hem van de klippen, en doodde hem. Sommigen zeggen echter dat hij uitgleed en zelf viel terwijl hij daar na het avondmaal liep, zoals zijn gewoonte was.

35; 5
Op dat moment maakte niemand gewag van zijn dood, maar Menestheus heerste als koning in Athene, terwijl de zoons van Theseus, als mannen van persoonlijke stand, Elephenor vergezelden tijdens de expeditie naar Troje; maar nadat Menestheus daar was gestorven, kwamen zij terug en herstelden hun koninkrijk. In latere tijden, werden de Atheners bewogen om Theseus te vereren als halfgod, in het bijzonder vanwege het feit dat velen van hen die tegen de Meden in Marathon hadden gevochten dachten dat ze de verschijning van Theseus gewapend hadden zien voorthaasten tegen de barbaren.

36; 1
En na de oorlogen tegen de Meden, in het gebied van Phaedo, toen de Atheners het orakel van Delphi raadpleegden, werd hen door de Pythische priesteres opgedragen om de beenderen van Theseus op te graven, hem eervol te begraven in Athene, en daar te bewaken. Maar het was moeilijk om het graf te vinden en de beenderen op te graven, vanwege de ongastvrije en woeste aard van de Dolopiërs, die toen het eiland bewoonden. Maar, Cimon nam het eiland, zoals ik vertelde in zijn Leven, en ambitieus om het graf van Theseus te ontdekken, zag hij een adelaar op een plek waar een schijn van een heuvel was in de grond pikken; zoals zij zeggen, en de grond open scheuren met zijn klauwen. Door een goddelijke ingeving begreep hij de betekenis ervan en begon daar te graven.

36; 2
En daar werd een kist gevonden van een man met een uitzonderlijke lengte, met naast hem een bronzen speer, en een zwaard. Toen deze relekwieën door Cimon op zijn galei met drie rijen riemen naar huis werd gebracht, waren de Atheners opgetogen, en ontvingen hem met prachtige processies en offers, alsof Theseus zelf naar zijn stad was teruggekeerd. En nu ligt hij in het hart van de stad begraven, vlakbij het huidige gymnasium, en zijn graf is een heiligdom en teovluchtsoord voor weggelopen slaven en alle mensen van lage rang die bang zijn voor mensen met macht, omdat Theseus tijdens zijn leven een kampioen was in het helpen van dergelijke mensen, en genadig de smeekbeden van de armen en behoeftigen ontving.

36; 3
Het belangrijkste offer dat de Atheners ter ere van zijn komst brengen is op de achtste dag van de maand Pyanepsion, de dag toen hij met de jongelingen vanuit Kreta terugkeerde. Maar zij eren hem ook op de achtste dag van de andere maanden, hetzij omdat hij in de eerste plaats naar Athene kwam, vanuit Troezen, op de achtste dag van de maand Hecatombaeon, zoals Diodorus de Topograaf stelt, of omdat zij van mening zijn dat dit getal beter bij hem past dan andere daar er werd gezegd dat hij een zoon van Poseidon was.

36; 4
Want zij betonen hun eer aan Poseidon op de achtste dag van elke maand. Het getal acht, als de eerste derdemacht van een even getal en het dubbele van het eerste vierkant, vertegenwoordigt passend de standvastigheid en onveranderlike kracht van deze god, aan wie de Atheners de benaming van Veiligsteller en Aardverblijver geven.

© 2018 Maarten Hendriksz