Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

Vergilius - Aeneas

Bron: benbijnsdorp.nl

Omdat boek zeven tot en met twaalf over de Romeinse Mythologie gaat zijn alleen de eerste zes boeken opgenomen die de Griekse Mythologie behandelen.

Boek 1

Aanhef

I; 1-11
Ik bezing de wapenfeiten en de man die als eerste vanaf de kusten van Troje, onder dwang van het Noodlot naar Italië en de Lavinische kusten kwam. Hij maakte veel mee, zowel te land als op zee, onder druk van de hemelingen. Vanwege de wrok van de woedende Hera leed hij veel in de oorlog, totdat hem toegestaan werd een stad te stichten en zijn goden Latium binnen te voeren. Daar kwam het Latijnse volk uit voort en de Albaanse voorvaderen en de muren van het verheven Rome. Muze, vertel mij de reden, door welke belediging van de godin of welke grief, liet de koningin van de goden deze plichtsgetrouwe man zoveel ellende ondergaan, zoveel rampen liet trotseren. Koesteren hemelingen dan zo’n grote woede?

Hera's wrok en steun aan Carthago

I; 12-33
Er bestond vanouds een stad (Tyrrheense kolonisten bewoonden haar) Carthago, ver weg tegenover Italië gelegen en de Tibermonding, rijk maar ook zeer grimmig door haar oorlogszucht. Men zegt dat Hera die stad meer dan alles was toegedaan met uitzondering van alleen Samos. Hier lag haar uitrusting, hier stond haar strijdwagen. Dat die stad zou heersen over de volken, als het noodlot dat zou toestaan. Reeds toen bezat en koesterde ze die wens. Maar ze had gehoord dat een nageslacht van Trojaans bloed opgroeide dat ooit de Tyrrheense burchten zou slechten. Van daar zou een volk, wereldheerser en steunend op haar oorlogskracht komen tot verderf van Libya. Zo beschikten het de schikgodinnen. Uit vrees hiervoor en de oude oorlog indachtig die de dierbare van Zeus bij Troje vooral gevoerd had ter bescherming van haar zo dierbare Argivers - en evenmin waren oorzaak van woede en hevige smarten uit haar hart verdwenen. Diep in haar bewustzijn wrokte ze nog om het oordeel van Paris, het onrecht van haar versmade schoonheid en het gehate volk en de eerbewijzen aan de geroofde Ganymedes - hierover ook nog steeds laaiend probeerde zij de Trojanen, die de Danaërs en de meedogenloze Achilles nog ontsnapt waren, over alle zeeën rondgesleurd, ver van Latium verwijderd te houden en vele jaren lang zwierven zij rond, gedreven door hun noodlot, over alle zeeën. Zoveel moeite kostte het een Romeins volk te stichten.

Hera haalt Aeolus over tot storm tegen Aeneas' schepen

I; 34-80
Nog maar amper buiten de aanblik van het Siciliaanse land op open zee gekomen hesen zij monter de zeilen en doorkliefden met de bronzen boeg de schuimende zee, toen Hera, haar stekende wrok nog altijd diep in haar hart, bij zichzelf overwoog: ‘Moet ik me dan neerleggen bij mijn nederlaag en ben ik niet bij machte de koning der Teucriërs bij Italië vandaan te houden? Ik gedwarsboomd door het Noodlot! En Athena wel de hele vloot van de Argivers kunnen verbranden en henzelf in zee laten verdrinken om de schade berokkend aan één enkeling en de razernij van Oïleus' Ajax? Op eigen houtje slingerde ze Zeus’ flitsende bliksem vanuit de wolken en sloeg de schepen uiteen en joeg de zeeën wild op met de winden; hijzelf, vlammen proestend uit zijn doorboorde borst greep ze met een wervelwind en reeg hem aan de punt van een rots. Maar ik, die doorgaat voor de godin der goden, zuster en gade van Zeus, ik voer nu al zovele jaren met één volk oorlog. Wie zal vanaf nu nog de goddelijke macht van Hera respecteren of als smekeling eregaven leggen op haar altaren?’ De godin, dit overwegend in haar ontketende hart, kwam naar het land waar de wolken huizen, oorden vergeven van razende stormen, Aeolië. Hier houdt in een geweldige grot koning Aeolus worstelende winden en ziedende stormen met zijn gezag onder de duim en houdt ze geboeid in hun kerker met ketens. Zij, opstandig, gaan tekeer onder groot gedreun van het gebergte en razen rukkend aan hun ketens. Hoog op zijn burcht zetelt Aeolus, zijn scepter in de hand, en sust de woedende gemoederen. Als hij dat niet zou doen, zouden zij immers zeeën en landen en de hoge hemel in een hoos met zich meeslepen en door de hemel vegen. Maar de almachtige vader, juist hiervoor beducht, stopte hen diep weg in donkere spelonken en plaatste bovendien een reusachtig hoge berg daarbovenop en stelde een koning over hen aan, die volgens een vaste afspraak de teugels moest kunnen aanhalen en vieren. Tot hem heeft toen Hera smekend de volgende woorden gesproken: 'Aeolus, aangezien aan jou de vader der goden en koning der mensen de macht heeft gegeven de zeeën te kalmeren maar ook op te zwiepen met winden: een mij vijandig gezind volk bevaart de Tyrrheense zee, Ilium naar Italië voerend in de vorm van de overwonnen beschermgoden. Pomp razernij in de winden en laat de schepen in de golven teloorgaan, of drijf hen naar alle kanten en verspreid de lichamen over de zee. Zeven nimfen heb ik met een oogverblindende leest, van wie ik Deiopea, de schoonste in uiterlijk, in een trouwe huwelijksband aan je zult binden en haar tot de jouwe maken zodat zij alle jaren met jou, om zo grote verdiensten, verder leeft en jou vader maakt over prachtig kroost.' Aeolus sprak ten antwoord: 'Uw taak, o koningin, is het om te bezien, wat uw wensen zijn; mij past het slechts bevelen op te volgen. U verschaft mij de macht over dit rijk, van welke omvang ook, en u verzoent Zeus met mij, u laat mij aanliggen aan de dis van de goden, en geeft mij de macht over wolken en stormen.

Storm

I; 81-123
Zodra hij dit gezegd had, stootte hij met zijn omgekeerde lans in de flank van de berg. En de winden, als in slagorde gereed, vlogen naar buiten waarlangs een opening gegund werd, en bliezen over de aarde met stormkracht. Zij stortten zich op de zee en woelden die helemaal om vanaf de diepste lagen Eurus en Notus tegelijk, en Zephyrus, rijk aan stormen, en zij rollen onmetelijke watermassa's naar de kusten. Daarop volgt geschreeuw van de mannen en gekraak van het want. Plotseling duiken wolken op en onttrekken hemel en daglicht aan de ogen der Teucriërs. Een zwarte nacht legt zich over de zee. De hemel dondert en hoog in de lucht flikkert de ene bliksem na de andere en het geheel houdt de mannen hun naderende dood voor. Onmiddellijk verstijven Aeneas' leden door een koude rilling hij slaakt een zucht en, met beide handen ten hemel geheven, spreekt hij met deze woorden: 'O drie-, ja viermaal gelukzaligen, die vóór de ogen van hun ouders, aan de voet van Troje’s hoge muren, mochten sneuvelen! O, dapperste van de Danaërs Tydeus' zoon! Had je mij niet op het slagveld bij Ilium ook kunnen doden met je gewapende hand waar wel de sterke Hector rust, geveld door Aeacische lans, Sarpedon ook, waar de Simois, vervuild tot op zijn bedding, de schilden, helmen en lijken van stoere mannen meevoert'. Terwijl hij deze verzuchtingen slaakt treft huilend een Noordooster van voren het zeil en zwiept de golven ten hemel. Riemen knappen af; dan wendt zich de voorsteven af en geeft de flanken prijs aan de rollers; daarop volgt torenhoog een berg van water. Hier hangen schepen in de top van een golf, daar splijt het water en legt de bodem bloot tussen de golven; de branding raast door de bodem. Die drijft de Zuiderstorm apart op verborgen klippen (die rotsen midden in zee noemen de Italianen 'altaars', een reusachtig rif aan het zeeoppervlak); die dringt de Zuidooster vanaf de volle zee de engte in en de Syrte op, ellendig om te zien, en zet hen op de zandbanken en omgeeft ze met een wal van zand. Één schip, dat de Lyciërs en de trouwe Orontes vervoerde, trof vóór z'n ogen een geweldige golf van bovenaf de achtersteven, de stuurman werd eraf geslagen en sloeg hals over kop in zee; maar het schip werd ter plaatse driemaal door de stromen kolkend rondgevoerd en gretig verzwolg een draaikolk haar in zee. Hier en daar verschenen drijvend in het onmetelijke zeeoppervlak wapens der mannen in het water en planken en de Trojaanse schatten. Reeds heeft de orkaan het schip van de sterke Ilioneër, ook van de koene Achates, en waarop Abas voer, en die van de veteraan Aletes schipbreuk doen lijden; allemaal scheppen ze water langs kierende voegen het water, hun vijand en zij lopen scheuren op.

Poseidon grijpt in

I; 124-156
Intussen merkte Poseidon dat de zee in heftige beroering was en dat een orkaan opgestoken was en dat de anders zo rustige wateren vanuit de diepte opgewoeld werden en hij werd hevig verstoord. En, om uit te zien over de zee, stak hij zijn kalm geworden hoofd uit boven het wateroppervlak. De vloot van Aeneas zag hij verspreid over de hele zee, en de Trojanen verdrukt door de watermassa's en de neerstromende regens. Heel goed doorzag hij, haar broer, Hera's sluwe uitbarsting van woede. Eurus riep hij bij zich en Zephyrus en sprak toen de volgende woorden: 'Hebben jullie zo'n groot vertrouwen in jullie afkomst? Durven jullie, blaaskaken, hemel en aarde dooreen te klutsen zonder mijn goddelijke toestemming, zo'n grote puinhoop aan te richten? Ik, ik zou jullie...! Maar eerst de golven maar eens tot bedaren brengen. Later zal ik jullie op een fikse straf voor jullie vergrijp onthalen. Maak dat je wegkomt, en vlug, en zeg dit tegen die koning van jullie: niet hem is de macht over de zee gegeven en de vervaarlijke drietand, maar bij loting aan mij. Hij woont op zijn reuzenrotsen, jullie woonplaats, Eurus; laat Aeolus zich in die hof weren en koning spelen over een gesloten slot winden!' Dat zei hij en sneller nog dan woorden kalmeerde hij de kolkende zee en verjoeg de samengepakte wolken en bracht de zon weer terug. Cymothoe stootte samen met Triton met een zet de schepen af van de scherpe rotsen. Zelf tilde hij ze met zijn drietand op en legde de grote zandbanken open en bracht de zee tot bedaren, en met lichte wielen gleed hij over de golven. En zoals wanneer het soms in een grote volksoploop tot een uitbarsting komt en het grauw tekeer gaat met driftige aandrang, daar vliegen al fakkels en stenen in het rond: razernij vindt zijn wapens; dan, als men een man ziet, geacht om zijn rechtschapenheid en verdiensten, vallen allen stil en komen met gespitste oren erbij staan; hij bespeelt met zijn woorden hun harten en kalmeert hun gevoelens: zo viel al het geraas van de zee tot rust, zodra hun vader de wateren controleerde, en onder een opengebroken hemel reed hij voort en mende zijn paarden en in vliegende vaart gaf hij zijn volgzame wagen de vrije teugel.

Aeneas landt op de kust van Afrika

I; 157-222
Uitgeput spannen Aeneas en zijn mannen zich in snel het dichtstbij gelegen land te bereiken en zij varen richting Afrikaanse kust. Daar bevindt zich een plek in grote afzondering. Een eiland vormt daar een natuurlijke haven door bescherming met zijn flanken waarop elke golf vanuit de hoge zee breekt en zich splitst in de teruggetrokken baaien. Aan weerszijden liggen grote rotspartijen en twee klippen priemen dreigend de hemel in, weids strekt zich aan hun voet een kalme waterspiegel uit. Daarna overhuiven zondoorzeefde bossen een open vlakte en werpt een donker woud haar koele schaduw. Bij het binnenvaren heeft men uitzicht op een grot met steile pieken, Daarin rimpelt kalm water: de woonplaats van Nimfen, gevormd door natuurlijk gesteente. Hier hoeft geen ankertouw vermoeide schepen in toom te houden, geen anker legt hen vast met zijn gekromde beet. Hier gaat Aeneas aan land met de zeven resterende schepen van zijn hele vloot. En met een grote liefde voor de vaste grond stappen de Trojanen uit en betreden het strand waarnaar zij zo uitkeken en strekken hun ledematen, aangetast door het zilt, uit op de kust. Dan slaat Achates eerst een vonk uit een vuursteen en vangt het vuur op in bladeren, legt er droge voeding omheen en wekt snel een vlam op in de brandstof. Dan halen zij, uitgeput van hun belevenissen, hun koren tevoorschijn dat druipt van het water, en hun kombuisgerei en maken zich op spelt in de vlammen te roosteren en met stenen te malen. Intussen beklom Aeneas een rotspunt en speurde het hele panorama rondom over de zee af, in de hoop ergens Antheus te zien, voortgedreven door de wind, en diens Phrygische tweeriemers, of Capys of het schild van Caicus op diens hoge achtersteven. Geen enkel schip was in zicht, maar wel zag hij op de kust drie herten zwerven; hen volgden hele roedels in het spoor en een hele troep graasde in het dal. Onmiddellijk bleef hij staan en greep zijn boog en snelle pijlen, wapens die de trouwe Achates meedroeg, en eerst trof hij de leiders zelf met hun hoge koppen en geweien als bomen, toen joeg hij ook paniek onder heel het gevolg en dreef de kudde met speren voort door het bladerrijke bos; en niet rustte hij voordat hij zeven kolossale dieren neergelegd had, een aantal gelijk aan de schepen. Van hier gaat hij op weg naar de haven, en verdeelt de buit onder alle mannen. Dan deelt hij ook de wijn uit die de goede Acestes in kruiken had opgeslagen op de kust van Sicilië, een gift van Acestes bij hun vertrek, en hij montert zijn sombere reisgenoten op met de woorden: 'Lotgenoten, wij hebben toch maar al te goed weet van vroegere ellende, jullie hebben wel erger meegemaakt, ook hieraan zal de godheid een einde maken. Jullie hebben ook de razende Scylla en de vervaarlijk donderende klippen genaderd, jullie hebben ook de stenen projectielen van de Cycloop over je heen gekregen: kop op, mannen, weg met die doemscenario's; ook deze toestand zullen we ons later nog eens vrolijk herinneren. Door wisselende lotgevallen en zoveel hachelijke toestanden blijven we op weg naar Latium, waar het lot ons een rustige woonplaats voorspelt; daar is het beschoren dat het rijk van Troje herrijst. Houdt vol en bewaar jezelf voor voorspoed'. Zo sprak hij, hoewel door zware zorgen gedrukt sprak hoop uit zijn gezicht: Hij drukte zijn wanhoop diep weg in zijn hart. Zij maakten zich gereed de buit tot een maal te verwerken; de huid haalden zij los van de buik en legden de ingewanden bloot. Een deel sneed het aan stukken en regen het lillend aan de braadspeten, anderen zetten koperen ketels op de kust en zorgden voor vuur. Toen kwamen zij door het voedsel weer op krachten, en, in het gras gelegen, deden zij zich te goed aan oude wijn en vet wildbraad. Nadat zij hun honger gestild hadden met het maal en de etensresten verwijderd, herdachten zij hun verloren metgezellen in een lang gesprek, zwevend tussen hoop en vrees: hoop dat zij nog leefden, of vrees dat zij al het ergste doormaakten en niet meer reageerden op een aanroeping. Vooral de ernstige Aeneas beklaagde in stilte nu eens het lot van de felle Orontes, dan weer dat van Amycus en het wrede noodlot dat Lycus trof, en de dappere Gyas en de dappere Cloanthus.

Aphrodite bij Zeus

I; 223-253
Reeds was hun klagen afgelopen, toen Zeus van de top van de hemel en de kusten en wijdverbreide volken, plots in de hemelkruin bleef staan en zijn ogen richtte op het rijk van Libië. Maar tot hem, terwijl hij deze interesse koesterde, sprak Aphrodite, zeer droef en haar glanzende ogen betraand: 'Gij, die de daden van mensen en goden, bestuurt met onwrikbare bevelen en ze kracht bij zet met uw bliksem, wat heeft mijn zoon Aeneas voor vreselijks tegen u kunnen begaan, en wat de Trojanen, voor wie, nu ze al zoveel verliezen tellen, heel de aarde afgesloten wordt wegens Italië? Met stelligheid hebt u beloofd dat uit dit begin mettertijd de Romeinen, een volk van leiders, zou voortkomen, verjongd uit het bloed van Teucer; dat zou zee, dat zou landen onder haar onbeperkte macht houden, welke visie, vader, heeft uw belofte gewijzigd? Hiermee toch placht ik mij te troosten bij Troje’s ondergang en droeve val tegen dat lot een gunstiger lot afwegend; nu echter jaagt eenzelfde noodlot mijn mannen na, achtervolgd al door zoveel ellende. Welk slot schenkt gij, grote koning, aan hun getob? Antenor heeft, ontsnapt uit de omsingeling der Grieken, Illyrische baaien binnen kunnen varen, en ongehinderd het verstolen rijk der Liburniërs en de bron der Timavus kunnen bezetten, vanwaar die door negen mondingen bruisend opduikt naar zee stroomt en in een donderende watermassa de akkers langsstroomt. Hier toch heeft hij de stad Patavium gegrondvest als een woonplaats der Teucriërs, en het volk haar naam gegeven, de Trojaanse wapens geofferd; nu rust hij begraven in kalme vrede: maar wij, jouw nazaten, aan wie je de hemelburcht toekent, wij worden, met (wanstaltig!) verlies van de schepen, in de steek gelaten wegens de drift van één enkeling, en ver van de Italische kusten gehouden. Is dit beloning voor respect? Geef je ons zo de heerschappij terug?'

I; 254-304
De vader van mensen en goden glimlachte tegen haar en met het gezicht waarmee hij hemel en stormen bedaart kuste hij zijn dochter en zei daarop: 'Bespaar je die vrees, Cyperse: onwrikbaar blijft je het lot van de jouwen; je zult de stad en de beloofde muren van Lavinium zien, en je zult de grootmoedige Aeneas omhoog voeren tot de sterren aan de hemel; geen visie brengt mij daar vanaf. Hij zal je (dat moet ik wel zeggen, omdat bezorgdheid om hem jou kwelt, ja verder nog zal ik de geheimen van het noodlot voor je ontrollen) een geweldige oorlog voeren in Italië, en barbaarse volken verpletteren, en de inboorlingen beschaving en veiligheid brengen, totdat een derde zomer hem in Latium als koning gezien heeft, en drie winters van oorlog gepasseerd zijn voor de Rutuliërs. Maar de jonge Ascanius, die nu ook de naam Julus kreeg, - Ilus heette hij zolang de koninklijke heerschappij van Ilium nog stand hield - zal dertig lange cycli met rondwentelende maanden met zijn heerschappij voltooien en dan zijn koningschap vanaf Lavinium overbrengen en met veel macht een versterkt Alba Longa opbouwen. Hier dan zal drie maal honderd volledige jaren geheerst worden door de nakomelingen van Hector, totdat Ilia, een priesteres van koninklijke bloede, zwanger van Ares, een tweeling zal baren. Daarna zal, gekoesterd in de warme bescherming van een wolvin als voedster, Romulus het volk overnemen en stadsmuren bouwen, aan Ares gewijd, en hij zal hen naar zijn naam als 'Romeinen' dopen. Aan hen leg ik geen machts- of tijdsbeperking op; een onbegrensd rijk heb ik voor hen in petto. Ja, zelfs de grimmige Hera, die nu nog de zee en de aarde en hemel uit vrees afbeult, zal haar gezindheid ten goede doen keren en met mij haar gunst schenken aan de Romeinen, heersers over de wereld, een volk in toga gehuld. Zo is besloten. Er komt een tijd bij het verstrijken der lustra dat het huis van Assaracus, Phthia en het vermaarde Mycene onderworpen zal houden en Argos, overwonnen, onderdanig zal zijn. Geboren zal worden uit een befaamde afkomst een Trojaanse Caesar, die zijn macht slechts met de oceaan zal begrenzen, zijn roem zelfs slechts met de sterren - Iulius, een naam, afgeleid van de grote Julus. Die zul je ooit opgelucht in de hemel ontvangen, beladen met buit uit het Oosten; ook hij zal bij geloften aangeroepen worden. Dan zullen de tijden milder worden, als de oorlogen afgelopen zijn; de eerbiedwaardige Fides en Vesta, Quirinus samen met zijn broer Remus zullen de wet voorschrijven; de afschuwelijke deuren van Bellum zullen met ijzeren grendels gesloten worden; de goddeloze Oorlogsrazernij zal daarbinnen gezeten op haar woeste wapens en achter haar rug geboeid met honderd bronzen ketens, huiveringwekkend tekeer gaan met bebloede muil'. Dit waren zijn woorden, en de zoon van Maia zond hij neer uit de hoogte om ervoor te zorgen dat de aarde en de burchten-in-aanbouw van het nieuwe Carthago gastvrijheid zouden bieden aan de Teucriërs en Dido hen, onkundig van het Lot, niet van haar gebied zou weren: hij vloog door de onmetelijke lucht met het roeiwerk van zijn vleugels en landde spoedig op de kust van Libya. En nu volbracht hij zijn opdracht en de Puniërs legden hun grimmige gevoelens af omdat de godheid dat wilde; de koningin toonde als eerste een vreedzame houding tegenover de Teucriërs en een welwillende instelling.

Aphrodite verschijnt aan Aeneas

I; 305-334
Maar de plichtsgetrouwe Aeneas, de hele nacht van alles bedenkend, besloot, zodra het gezegende licht aanbrak, erop uit te gaan en het onbekende gebied te verkennen en te onderzoeken op welke kust hij door de wind aangekomen was, wie haar bewoonde, mensen of dieren, - want zij leek hem onontgonnen - en zijn metgezellen uitsluitsel te brengen. De schepen liet hij verbergen in de kom onder de bossen, diepweg in een grot zodat zij rondom door bomen en koude schaduwen waren omsloten zelf ging hij op weg, vergezeld door alleen Achates twee werpspiesen met brede ijzeren punt drillend in zijn hand. Hem kwam zijn moeder midden in het bos tegemoet met het gezicht en het uiterlijk van een meisje en de attributen van een Spartaanse, of van een Thracische zoals, wanneer zij haar paarden uitput, Harpalyce, in haar galop de gevleugelde Hebrus voorbijstuivend. Want als een jageres had zij naar hun gewoonte om haar schouders een handzame boog gehangen, en ze had haar hoofdhaar prijsgegeven aan de wind, bloot haar knie en haar losse gewaad samengebonden tot een knoop. En zij sprak als eerste, "Ach, mannen, zeg mij of gij misschien een van mijn zusters hier rond hebt zien dwalen uitgerust met pijlen en de huid van een gevlekte lynx of roepend het spoor volgend van een schuimbekkend zwijn". Zo sprak Aphrodite; en haar zoon begon zijnerzijds als volgt: "Geen van je zusters heb ik gehoord of gezien, meisje, hoe mag ik je noemen? Want je gezicht is niet van een sterveling, en ook je stem niet: Nee, een godin zeker! Zijt gij de zuster van Apollo, of één van de Nimfen? Wees ons genadig en help ons, wie gij ook zijt, en leg ons uit onder welke hemelstreek wij ons toch bevinden, op welke kust ter wereld wij aangespoeld zijn. Onbekend met de mensen en het gebied zwerven we hier namelijk rond, hierheen gedreven door de wind en de golven: veel offerdieren zullen wij eigenhandig aan u wijden op het altaar."

I; 335-368
Toen sprak Aphrodite: 'Zeker niet acht ik mij een dergelijke eer waardig; Tyrische meisjes zijn gewoon een pijlkoker te dragen, en hun kuiten hoog te bedekken met een purperen jachtlaars. U ziet hier een Punisch rijk, Tyriërs en de stad van Agenor; maar het gebied is Libisch, een volk onbedwingbaar in oorlog. Koningin hier is Dido, een balling uit de stad Tyrus, op de vlucht voor haar broer. Verregaand is het onrecht, te veel om te vertellen maar beknopt zal ik de belangrijkste zaken uit de doeken doen. Haar echtgenoot was Sychaeus, zeer rijk aan gebied in Phoenicië, en bemind met grote liefde door de ongelukkige, aan wie haar vader haar als maagd had uitgehuwelijkt, en hij had haar in een eerste huwelijk met hem verbonden. Maar haar broer was koning over Tyrus, Pygmalion, door misdaad huiveringwekkender dan alle anderen. Tussen hen nestelde zich vervreemding. Hij doodde Sychaeus goddeloos vóór het altaar, verblind door dorst naar goud, geniepig met z'n zwaard, zonder dat deze op iets bedacht was, zonder oog voor de liefde van zijn zus; en lang wist hij zijn daad te verbergen, de schurk, van alles veinzend, met ijdele hoop beloog hij haar liefde. Maar zelf kwam de schim van de grafloze echtgenoot in haar dromen, op wonderlijke wijze zijn bleke gezicht opheffend, en legde de wrede altaargeheimnissen bloot en hoe zijn borst doorboord was door het zwaard, en hij openbaarde heel de geheime misdaad in hun huis. Toen drong hij aan snel weg te vluchten uit hun vaderland en als hulp voor haar tocht verraadde hij een oude schat verborgen in de aarde, een ongekende voorraad zilver en goud. Door deze gebeurtenis aangezet bereidde Dido een vlucht voor en zocht metgezellen: die een bittere haat tegen de tiran koesterden of een hevige angst voor hem, kwamen bijeen; schepen die toevallig onder zeil lagen eigenden zij zich toe en belaadden hen met goud: de rijkdom van Pygmalion voerden zij over zee; een vrouw was de leider van de operatie. Zij bereikten de streek waar gij nu geweldige stadsmuren ziet en hoe de vesting van het nieuwe Carthago oprijst, en de grond die zij hebben gekocht, Bursa genaamd naar de koop van een zo groot stuk land als zij met een ossenhuid konden omgeven.

I; 369-401
Maar jullie, wie zijn jullie toch of van welke kust hier gekomen, en waarheen zijn jullie op weg? 'Tot haar die deze vraag stelde zuchtte hij, en van diep uit zijn borst trok hij zijn antwoord: 'Godin, als ik weer vanaf het begin vertel, en u gelegenheid hebt het verslag van onze lijdensweg aan te horen, dan zal eerder avond, na het afsluiten van de Olympus, de dag ter ruste gelegd hebben. Wij zijn onderweg vanuit wat eens Troje was - als de naam 'Troje' wellicht ooit uw oren bereikte - over verre zeeën gevaren, maar storm, grillig als die is, heeft ons op Libische kust gedreven. Ik ben de plichtgetrouwe Aeneas, roemrucht tot in de hemel, die de huisgoden, ontrukt aan de vijanden, op de vloot met mij meevoer. Een vaderland, Italië, zoek ik en een geslacht, afkomstig van de hoogste, Zeus. Met twintig schepen ben ik de Phrygische zee opgevaren, mijn lotsbeschikking volgend, mijn moeder wees ons de weg, amper zeven zijn er nog over, gered uit de zee en de storm. In het woeste Libya dwaal ik nu rond, onbekend, behoeftig, verdreven uit Azië, weg van Europa'. Maar Aphrodite kon zijn klachten niet langer verdragen en onderbrak zijn smartelijk relaas met de uitroep: 'Wie gij ook bent, niet, geloof ik, ademt gij tegen de wil van de hemelingen uw levenslucht in, daar gij bij een Tyrische stad bent gekomen. Ga voort en begeef je vanhier naar het paleis van de koningin, want ik kondig je aan dat je metgezellen en de vloot die je noemde een veilige haven bereikt hebben en behouden zijn nu de wind is gedraaid, tenzij mijn ouders vergeefs mij geleerd hebben voortekens te duiden. Kijk naar die zwerm van twintig blije zwanen, waar een adelaar op af dook en aan de stralende hemel opjoeg; nu is te zien hoe ze in lange linie ofwel op aarde landen ofwel neerzien naar hen die al geland zijn: zoals zij bij hun landing met suizende vleugels klapperen en in groep de hemel doorkruisten onder juichend gegak, zo ook ligt jouw vloot en de bemanning van jouw mannen ofwel reeds in de haven of vaart met volle zeilen de monding in. Ga maar verder en loop waar de weg je heen leidt'.

I; 402-417
Aldus Aphrodite en, bij haar wegdraaien, schittert haar rozerode hals en haar onsterfelijke haren verspreiden een goddelijke geur, haar kleed golft neer tot onder aan haar voeten, in haar tred openbaart ze zich als godin. Zodra hij zijn moeder herkende, riep hij haar na met de woorden: 'Waarom misleid ge, zo wreed ook, uw zoon steeds, met schijngedaanten? Waarom elkaar niet omhelsd, en waarachtige woorden gewisseld?' Deze verwijten uit hij, dan gaat hij op weg naar de stad. Maar Aphrodite hulde hen op hun tocht in een donkere wolk, en een kleed van dichte nevel goot de godin om hen uit, opdat niemand hen kon onderscheiden, niemand hen kon storen, ophouden, bezorgen of naar de reden van hun komst vragen. Zelf vloog zij naar Paphos, en zocht haar geliefde eiland weer op, waar een tempel voor haar staat en honderd altaren Sabaeïsche wierook branden en geuren van verse bloemenkransen.

Aankomst van Aeneas in Carthago

I; 418-440
Intussen gingen ze op weg waar een pad dat mogelijk maakte. En weldra bestegen zij een heuvel die breeduit aan de stad grenst en uitzicht biedt over de burcht. Met bewondering bekijkt Aeneas het bouwwerk, ooit nomadenhutten, gefascineerd de poorten, de drukte en de geplaveide wegen. Hectisch zijn de Tyriërs in de weer, een deel trekt muren op, bouwt verder aan de grote burcht en wrikt steenbrokken omhoog met de hand, een ander deel kiest kavels uit voor huizen en baant die af met een greppel, men stelt wetten op, kiest magistraten en een onschendbare senaat, hier graven weer anderen een haven uit; daar legt men voor een theater diepe fundamenten aan, reusachtige zuilen worden uit de rotsen gehakt: hoge decors voor toekomstige drama's. Zoals het werk de bijen geen rust laat aan het begin van de zomer onder de zon in bloemrijke beemden, als de volwassen diertjes hun kroost naar buiten brengen, of als zij smeuige honing opslaan en hun raten volproppen met de zoete nectar, of vrachtjes aannemen van wie aanvliegen, of een slagorde opstellen om het luie slag darren te verjagen van de korven: het is een en al actie, en een tijmgeur stijgt op uit de honing. 'O gelukzaligen die nu al je stad onder dak hebt!' verzucht Aeneas en kijkt zijn ogen uit op de gevels in de stad. Hij wandelt de stad in, omgeven door de nevel, ('n wonderlijk verhaal), midden tussen de burgers, mengt zich onder die mannen maar wordt door niemand gezien.

I; 441-493
Middenin de stad was een heilig bos, zeer rijk aan schaduw, daar hadden de Puniërs, eens ontkomen aan stormachtige zeeën, een beeld opgegraven, op aanwijzing van koningin Hera: het hoofd van een vurig paard; zo zou het volk door de eeuwen heen succesrijk zijn in de oorlog en gewiekst in de handel. Hier stichtte de Sidonische Dido een reusachtige tempel voor Hera, rijk aan geschenken en doortrokken van de macht van de godin. Daarheen leidden trappen naar bronzen drempels, en bronzen posten stonden daartegen, de deurspil draaide aan bronzen deuren. Pas in dit woud heeft een nieuw fenomeen zijn vrees verbannen, hier durfde Aeneas eerst hopen op behoud en meer te vertrouwen, ondanks zijn barre omstandigheden. Want terwijl hij in de hoge tempelruimte alles bekeek, in afwachting van de vorstin, terwijl hij zich verwonderd afvroeg welk lot de stad kende en hij het handwerk der kunstenaars, in arbeid wedijverend, met respect bezag, viel zijn oog op een serie Trojaanse krijgstaferelen, en de oorlog die door zijn faam al over de aarde bekend was, de Atriden en Priamus en Achilles, woedend tegen beiden. Hij blijft opeens staan en zegt onder tranen: 'Welke plaats, Achates, welke streek op aarde is dan nog niet vervuld van onze ellende? Kijk, Priamus! Ook hier bestaat nog loon voor roemrijk gedrag; en tranen om lijden, ook hier wordt men beroerd door het lot van de stervelingen. Leg af je vrees; deze roem zal je behoud verzekeren.' Dat zei hij en verzadigde zijn geest aan wat nu slechts een beeld was, toch zwaar zuchtend, en zijn wangen doordrenkend met tranen. Want hij zag hoe de Grieken, in de oorlog rond Troje, hier op de vlucht sloegen en de Trojaanse strijdmacht hen terugdrong, daar weer de Phrygiërs met de helmbos dragende Achilles in een kar op hun hielen. Even verder herkende hij onder tranen de tenten van Rhesus met het sneeuwwitte zeildoek, die in de eerste slaap verrast door Tydeus' zoon met de grond werd gelijkgemaakt in een stroom van bloed; die joeg zijn vurige paarden weg naar zijn kamp, voordat zij hadden kunnen grazen bij Troje of drinken uit de Xanthus. Ergens anders vlucht Troilus, zijn wapens verloren, op zijn strijdkar, de ongelukkige jongen geen partij in een strijd met Achilles, hij wordt meegesleurd door zijn paarden, maar ligt achterover in een lege wagen, houdt toch nog de teugels, zijn hoofd en haren slepen over de grond, en zijn lans, naar beneden, trekt voren in het stof. Intussen gaan naar de tempel van de partijdige Athena de vrouwen van Troje, met loshangend haar en zij brengen een peplos treurig smekend terwijl ze zich op de borst slaan; de godin houdt, afgewend, de ogen naar de grond geslagen. Drie maal had Achilles Hector rond de muren van Troje gesleept, en het ontzielde lichaam verkocht hij voor goud; dan werkelijk slaakt hij een klachtkreet uit het diepst van zijn hart, als hij de buit, als hij de wagens, als hij het lichaam zelf van zijn vriend, en Priamus ziet, die zijn ongewapende handen uitstrekt. Zichzelf herkent hij ook, temidden der Grieken, en de Eonische linies en de troepen van de zwarte Memnon. De razende Penthesilea voert troepen Amazonen aan met hun sikkelvormige schilden, en raast in het strijdgewoel, haar ontblote borst ondersteund door haar zwaardriem, krijgszuchtig, en als meisje durft zij de slag aan met mannen.

I; 494-519
Terwijl deze wonderen door Aeneas worden bekeken terwijl hij perplex staat en gefixeerd op alleen deze aanblik is de vorstin naar de tempel gekomen, de zeer mooie Dido, omstuwd door een grote groep jongelingen. Zoals op de oevers van de Eurotas of over de kammen van de Cynthus Artemis haar koren aanvoert, van alle kanten gevolgd door talloze Oreaden: zij draagt een pijlkoker over haar schouder, in haar gang steekt zij uit boven alle godinnen; stille vreugde doorgloeit het hart van Leto: zo vertoonde zich Dido en zij straalde vreugde uit in de menigte terwijl ze het werk aan haar toekomstige rijk aanvuurde. Dicht bij het heilidom van de godin, midden onder de koepel van de tempel zette ze zich hoog op een troon, omgeven door een lijfwacht. Daar sprak zij recht en vaardigde wetten uit voor de mannen, in eerlijke porties deelde zij het werk toe of liet anders loten, toen Aeneas plotseling een grote toeloop zag naderen: Antheus, en Sergestus en de dappere Cloanthus en de andere Teucriërs, die de donkere stormkracht op zee weg had gedreven en ver weg naar andere kusten gevoerd had. Hij was sprakeloos en niet minder verrast was Achates van vreugde en vrees; zij waren wel verlangend de anderen te omhelzen; maar hun onbekendheid met de situatie doorkruiste hun aandrang. Zij hielden zich stil en spiedden vanuit de wolk die hen omgaf, wat het lot was der mannen, waar op de kust zij hun schepen verlieten, waarvoor zij kwamen. Waarschijnlijk als boden namens alle schepen vragen om hulp en zochten onder geroep deze tempel.

I; 520-558
Nadat zij binnengekomen waren en kans hadden gekregen te spreken richtte Ilioneus, als oudste, de volgende woorden tot Dido: 'Koningin, aan wie Zeus gunde een nieuwe stad te stichten, en rechtvaardig te heersen over trotse stammen, wij, ongelukkige Trojanen, door stormen over alle zeeën gevoerd, wij smeken u: laat niet onze schepen in vlammen opgaan; spaar ons, een eerzaam volk, en bekijk onze toestand nader. Wij komen geen inbreuk maken op de Lybische vrede of met wapengeweld buit naar de schepen slepen; na ons verlies ontbreekt ons die kracht en zo grote arrogantie. Er is een gebied (de Grieken noemen het Avondland), een oeroude streek, machtig door wapengeweld en vruchtbare grond; Oenotriërs bewoonden het vroeger; een jongere generatie zou het nu de naam Italia geven naar de naam van hun leider. Hierheen ging onze tocht; toen plotseling een donkergewolkte Orion neerstortte en ons weg van het water, naar onzichtbare zandbanken dreef, door felle windvlagen ver door de branding, waar de zee ons overspoelde, en over ontoegankelijke riffen uiteen dreef; wij, nog maar een handjevol, hebben naar uw kust kunnen zwemmen. Welk soort mensen leeft hier? En welk land is zo wreed dat het zo'n optreden toestaat? Ons wordt de gastvrijheid van het strand ontzegd; men begint oorlogen en verbiedt voet aan land te zetten. Als u maling hebt aan het mensengeslacht en straffen van stervelingen, weest dan indachtig de goden, die recht en onrecht bewaken. 'Wij hadden een koning, Aeneas, ieder ander in rechtsgevoel overtreffend, maar ook overtreffend in plichtsbesef, oorlog en wapens. Als het noodlot die man wil bewaren, als hij nog de lucht hier op aarde ademt en nog niet neerligt bij de grimmige schimmen, dan is er geen reden tot vrees: niet zal het u berouwen als eerste u beijvert te hebben in gastvrijheid. Wij hebben op het eiland Sicilië ook steden en wapens beschikbaar, van Acestes, beroemde Trojaan van afkomst. Sta ons toe de schepen, door stormen gehavend, aan land te trekken, en met hout uit het bos de balken te repareren en de riemen te scherpen: om, als het ons vergund wordt naar Italia te varen na onze metgezellen en koning terug te vinden, vol vreugde Italia en Latium te bereiken. Maar als onze redding vervlogen is en, beste vader der Teucriërs, de zee bij Lybië u verzwolgen heeft, er geen hoop meer rest op Julus, laat ons dan weer teruggaan naar de zee bij Sicania en de woonplaats die klaar staat vanwaar we hier kwamen, en laat ons Acestes als koning zoeken.

I; 559-578
Zo sprak Ilioneus; en alle Trojanen betuigden eenstemmig hun bijval. Toen sprak kort Dido, met gebogen hoofd: 'Zet de vrees van u af, Teucriërs, weg met uw zorgen. Onheil en het nieuwe van mijn koningschap dwingen me deze maatregelen te nemen en in de wijde omtrek mijn gebied te bewaken. Wie zou niet het volk Aeneaden kennen, wie niet de stad Troje, haar moedige mannen of het geweld van een zo grote oorlog? Niet zo afgestompt zijn wij Puniërs, en niet zo ver weg van de Tyrische stad spant de Zon zijn paarden in. Of gij nu wilt gaan naar het grote Hesperia en de Croniaanse akkers, of voorkeur hebt voor het gebied van Eryx en koning Acestes, met onze hulp zal ik jullie veilig begeleiden en daadkrachtig steunen. Wilt gij nog liever met mij in dit koninkrijk blijven: dan is de stad die ik sticht ook de uwe, trekt uw schepen aan land. Een Trojaan en een Tyriër zal door mij zonder onderscheid behandeld worden. En mocht toch uw koning zelf, door dezelfde storm voortgedreven, Aeneas, hier zijn! Zeker zal ik de kust doorzoeken en opdragen tot de grenzen van Lybië te verkennen, of hij als zwerver in bossen of steden rondzwerft.

Aeneas maakt zich bekend

I; 579-612
Gespitst op deze woorden verlangden de dappere Achates en vader Aeneas al lang uit hun nevel te komen. Achates richtte zich eerst tot Aeneas: 'Zoon van godin, wat nu, wat vind je hiervan? je ziet: alles is veilig, de vloot en bemanning behouden. Eén slechts ontbreekt, die wij zelf op zee zagen verdrinken; al het overige is precies zoals je moeder ons zei'. Nauwelijks had hij dit gesproken, of de wolk die hen omhulde brak plotseling open en loste op in heldere lucht. Daar stond Aeneas, hij straalde in het heldere licht, zijn gezicht en gestalte gelijk aan een god; want zelf had zijn moeder zijn hoofdhaar prachtig van haar zoon’s hoofd laten neergolven en een rode blos verleend en opwekkende glans aan zijn ogen vergund: zoals artiestenhanden pracht kan toevoegen aan ivoor, of wanneer zilver of Parisch marmer omgeven wordt door goud. Toen sprak hij als volgt de koningin toe, en onverwacht voor allen zei hij: 'Hier ben ik zelf aanwezig, de man naar wie u vraagt, de Trojaan Aeneas, ontkomen aan de Lybische zeeën. U, die de enige bent die medelijden hebt met de onuitsprekelijke ellende van Troje die ons, die nog over zijn van de Danaërs, uitgeput door al wat maar kan gebeuren te land en ter zee, behoeftig aan alles, wilt laten delen in openbare en privèrechten, u dank te betuigen naar waarde ligt niet binnen ons vermogen, Dido, noch van wat maar ergens rest van het Dardaanse volk, verspreid over de grote aardbol. Als enige goddelijke macht nog geeft om plichtsbetrachting, als ergens rechtschapenheid nog iets betekent en een geest die zich bewust is van wat juist is, mogen de goden u een waardige beloning schenken. Welke tijd, zo voorspoedig, heeft u voortgebracht? Welke ouders van zo'n formaat hebben u het leven geschonken? Zolang er rivieren naar zee stromen, zolang in de bergen de schaduwen door de dalen schuiven, zolang het hemelgewelf zijn sterren voedt, altijd zullen uw eer, uw naam en uw roem voortbestaan, welke aardstreken mij maar noemen.' Na deze woorden omarmde hij zijn vriend Ilioneus met zijn rechter-, met zijn linkerhand Sergestus, daarna ook de anderen, de dappere Gyas en de dappere Cloanthus.

Dido nodigt alle Trojanen uit voor een dankfeest

I; 613-630
Verbaasd stond de Sidonische Dido eerst over zijn verschijning, daarna over zijn zo omvangrijke lotgevallen, en zo nam zij het woord: 'Welke doem, zoon van een godheid, jaagt u voort door zo groot gevaar? Welke macht liet u stranden op afgelegen kusten? Bent u die Aeneas, die de eerbiedwaardige Aphrodite voor de Dardaniër Anchises baarde aan de oever van de Phrygische Simoïs? Ja, stellig herinner ik mij hoe Teucer naar Sidon kwam, verdreven uit zijn vaderland, op zoek naar een nieuw rijk met de hulp van Belus; mijn vader Belus verwoestte toen het vruchtbare Cyprus en hield het onder zijn zeggenschap. Al sedert die tijd is het lot mij bekend van de stad Troje en uw naam en de Pelasgische vorsten. Zelfs uw vijand roemde de Teucriërs met nadruk, en wilde wel zelf geboren zijn uit het oude geslacht van de Teucren. Daarom, komaan, treedt binnen, mannen, in ons paleis. Ook mij heeft een dergelijk lot gevoerd door vele ellende, maar tenslotte beschikt dat ik voet zette op dit land. Niet onbekend met leed, heb ik geleerd ongelukkigen te helpen.'

I; 631-656
Na deze woorden voerde zij Aeneas het paleis in en kondigde tegelijk een dankdienst voor de goden af in de tempel. Eveneens zond zij voor de scheepslui twintig stieren naar het strand, en de ruige ruggen van honderd grote zwijnen en honderd vette ooien en lammeren, als vreugdegeschenken voor die dag. Maar het paleis verandert van binnen in een schittering van koninklijke overdaad, en middenin bereidt men een feestmaal: kleden met kunstzin vervaardigd uit kostelijk purper, een schat aan zilver op de tafels, en in drijfwerk aangebracht op goud de dappere daden van voorouders, een zeer lange reeks prestaties geleverd door zovele mannen, vanaf de oudste oorsprong van het volk. Aeneas (hij kon zijn vaderliefde niet tot kalmte manen) stuurde Achates met spoed vooruit naar de schepen, om Ascanius dit alles te melden en hem zelf naar de stad te brengen; heel de zorg van de vader richtte zich op Ascanius. Ook de geschenken, gered uit de ruïnes van Troje, beval hij te brengen, een mantel stijf van gouden borduurwerk, en een sluier omrand met een gele acanthus, tooi van de Argivische Helena, die zij uit Mycene had meegebracht, toen zij op weg ging naar Pergamon voor haar verboden huwelijk een indrukwekkend geschenk van haar moeder Leda: voorts nog de scepter, die Iliona ooit had gedragen, de oudste dochter van Priamus, en een halssnoer met parels en een dubbele diadeem met goud en juwelen. Om deze taak snel uit te voeren haastte Achates zich naar de schepen.

Eros misleidt Dido

I; 657-694
Maar de Cytherische godin broedde op nieuwe ingrepen, dacht nieuwe plannen uit: dat Eros, veranderd van uiterlijk en aanzicht zou komen in plaats van de kleine Ascanius en met zijn gaven de vorstin tot hartstocht zou brengen, en in haar lichaam liefdesvuurvuur zou ontsteken: want zij was bang voor het huichelachtig huis en de Tyriërs met dubbele tong; de grimmige Hera hield haar alert en zorg dook steeds op in haar slaap. Dus sprak zij de gevleugelde Eros aan met deze woorden: 'Zoon, mijn kracht, als enige beschikkend over mijn grote invloed, zoon, jij die de bliksems van de hoogste vader durft trotseren, tot jou neem ik mijn toevlucht en smekend roep ik jouw goddelijke macht in. Dat jouw broer Aeneas op zee langs alle kusten doolt door de haat van de vijandige Hera, dat is je bekend en vaak heb je in onze smart gedeeld. Hem houdt de Phoenicische Dido vast en houdt hem op met zuigende prietpraat; maar ik vraag me bezorgd af, waar deze Heraïsche ontvangst op uit draait; op dit zo belangrijke moment zal zij zeker niet werkeloos toezien. Daarom wil ik tevoren de vorstin met een listig vuur inpalmen, opdat zij niet door een andere godheid verandert, maar zij met een even grote liefde als ik voor Aeneas bevangen blijft. Hoe je dit kunt bewerken, verneem dat nu als ons plan. De prins, mijn oogappel, maakt zich klaar om, op verzoek van zijn dierbare vader, naar de Sidonische stad te gaan met geschenken, gered uit de zee en het brandende Troje: hem, diep in slaap, zal ik verbergen op de hoge Cythera of op de gewijde plaats van de Ida, opdat niemand onze list kan doorzien of tussenbeide kan komen. Jij, neem heimelijk zijn uiterlijk aan voor niet langer dan één nacht, en maskeer je, zelf een jongen, met de typische gezichtstrekken van die jongen zodat, wanneer Dido, uitgelaten, jou op haar schoot zal nemen bij het koninklijk feestmaal en het drinken van wijn, en wanneer zij je omhelst en zoete kusjes geeft, jij een hartstochtelijk vuur kunt ontsteken en met je gif haar misleiden. Eros gehoorzaamt de opdracht van zijn geliefde moeder, gespt zijn vleugels los en stapt met voldoening rond als Ascanius. Maar Aphrodite strooit een rustige slaap over Ascanius' leden, en de godin tilt haar lieveling in haar schoot om hem naar de hoge wouden van Ida te brengen, waar zachte marjolein hem met bloemen omwasemt en hem omarmt met een heerlijke schaduw.

I; 695-722
Intussen ging Eros, gehoorzaam aan zijn opdracht, op weg en droeg blij de koninklijke cadeaus voor de Tyriërs, terwijl Achates hem voorging. Bij zijn komst had de vorstin zich al gezet tussen prachtige gobelins op een gouden sofa die in het midden geplaatst was. Nu komt vader Aeneas en ook de manschappen uit Troje daar samen en leggen zich neer op purperen spreien. Dienaren bieden water aan voor hun handen en dienen brood op in mandjes, en brengen servetten van geschoren wol. Vijftig kooksters staan in de keuken, die als taak hebben een lange reeks spijzen te verzorgen en het vuur in het fornuis te stoken; honderd andere diensters en evenveel dienaars van gelijke leeftijd staan klaar om het eten op tafel te zetten en er drinkbekers bij te zetten. Nu komen ook de Tyriërs in dichte drom de gastvrije zaal in, ze worden genood op de versierde sofa's plaats te nemen. Zij bewonderen de geschenken van Aeneas, bewonderen Ascanius, - het gloeiend gezicht van de godheid en zijn geveinsde conversatie,- de mantel en sluier, omzoomd door de gele acanthus. Vooral de ongelukkige Dido, gedoemd tot fatale liefdessmart kan maar niet uitgekeken raken en raakt steeds opgewondener bij dit kijken, die Phoenicische, en gelijk wordt ze geroerd door de knaap en de geschenken. Zodra hij Aeneas omhelsd heeft in warme omarming en zijn zogenaamde vader vervuld heeft met hevige liefdeontvamming zoekt hij de vorstin op; die blijft met haar ogen, met heel haar hart op hem gefixeerd en neemt hem soms op haar schoot, de niets vermoedende Dido weet niet hoe een machtige god het op haar begrepen heeft; maar hij, indachtig zijn moeder, begint allengs haar band met Sychaeus uit te wissen, en probeert haar hart, allang in berusting en verliefdheid ontwend, te overvallen met een levendige hartstocht.

Dido verzoekt Aeneas zijn verhaal te vertellen

I; 723-756
Zodra de maaltijd beëindigd was en de tafels aan kant zette men grote mengvaten neer en vulde die met wijn tot de rand. Er ontstaat rumoer en stemmen weerkaatsen door de ruime vertrekken. Aan het vergulde plafond hangen brandende luchters en fakkels verdrijven met vlammen het nachtelijk duister. Dan vraagt de vorstin de bokaal, zwaar van goud en juwelen - dit was een erfstuk van Belus en van allen na hem - en vult die met zuivere wijn; dan wordt tot stilte gemaand in het paleis: ‘Zeus, men zegt toch dat gij de vreemden hun recht geeft, wil deze dag tot een feest maken voor de Tyriërs en de Trojanen en laten onze nakomelingen zich deze lang heugen. Laat Dionysus, de schenker van vreugde, hier bij ons zijn en Hera genadig, en jullie, Tyriërs, vereer dit gezelschap met vriendelijk onthaal.' Na deze woorden plengde zij een eredronk op de tafel, en na het plengen nipte zij als eerste met haar lippen aan de schaal, dan reikt ze hem met een aanmoediging aan Bitia; die drinkt al te schielijk uit de volle, schuimende schaal en bemorst zich met wijn, daarna drinken de andere voornamen. De langharige Iopas, die nog les kreeg van de grote Atlas, doet de zaal weerklinken van zijn vergulde cither. Hij zingt van de zwervende maan en de kwellingen die de zon doorstaat, de oorsprong van mensen en dieren; de herkomst van regen en bliksems; de Poolster en regenbrengende Hyaden en de twee Beren; waarom de winterzonnen zich zo haasten onder te gaan in de Oceaan en welk obstakel de trage nachten zo ophoudt. Applaus op applaus laten de Tyriërs horen, gevolgd door de Trojanen. Van haar kant bracht de ongelukkige Dido de nacht door met allerlei gesprekken, en zij dronk een intense verliefdheid in, veel navragend over Priamus, veel ook over Hector; nu eens met welke wapens de zoon van de dageraad gekomen was, dan weer wat voor paarden Diomedes had, dan weer hoe groot Achilles was. 'Kom nu, mijn gast, en vertel ons vanaf het eerste begin de listen van de Danaërs, en het lot van de uwen, en ook uw zwerftochten; want het is toch al het zevende jaar dat u voortdrijft langs alle landen en zeeën'.

2018 Maarten Hendriksz