Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Kraai - Raaf

De kraai

De kraai, die in de Griekse mythologie menigmaal verwisseld wordt met de raaf, is de heilige vogel van Athena, en leeft volgens Hesiodus net zo lang als negen generaties van oude mannen samen. In de mythen wordt de kraai of raaf menigmaal opgevoerd als een praatzieke vogel die graag roddelt en geen geheim kan bewaren. Zo verklapt deze vogel aan Athena dat de dochters van Cecrops 1 toch in de kist hadden gekeken waar zij de pasgeboren Erichthonius 2 in had verstopt, en de zussen had verboden om erin te kijken. Van woede slaat Athena de zussen vervolgens met waanzin en plegen ze zelfmoord.

Volgens een ander verhaal werd de kraai, Toen Apollo aan het offeren was, erop uit gestuurd om zuiver water te gaan halen. Nadat hij verscheidene bomen met vijgen had gezien die nog niet rijp waren, ging de kraai in een van de bomen zitten en wachtte tot ze rijp zouden zijn. Na enige dagen toen de vijgen rijp waren en hij er een paar had gegeten, zag de wachtende Apollo hem gehaast aan komen vliegen met een schaal vol water. Voor deze traagheid strafte Apollo, die ander water had moeten gebruiken vanwege de traagheid van de kraai, hem op de volgende wijze. Zolang de vijgen rijpen, kan de kraai niet drinken, omdat hij in die dagen een pijnlijke keel heeft. Om de dorst van de kraai uit te beelden, zette Apollo de schaal als Sterrenbeeld aan de hemel, met de waterslang eronder om de dorstige kraai te vertragen. Want de kraai lijkt naar het eind van zijn staart te pikken om toestemming te vragen naar de schaal te gaan.

Weer andere schrijvers stellen dat de kraai Coronis 1 was, de dochter van Phlegyas 2. Ze baarde Asclepius aan Apollo. Maar nadat Ischys, zoon van Elatus 2, met haar geslapen had, vertelde de kraai dit, die alles had gezien, aan Apollo. Vanwege het onplezierige nieuws veranderde de jaloerse Apollo hem in zwart in plaats van zijn oorspronkelijke witte kleur, en doorboorde Ischys met zijn pijlen.

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz