Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Mieren

De ijverige mier

Mieren worden veelvuldig opgevoerd in de Griekse Mythologie. Zo komen deze vlijtige diertjes Psyche te hulp wanneer zij als straf binnen één nacht voor de Godin Aphrodite een enorme berg met zaadjes van linzen, bonen, erwten, papaver graan, gerst en gierst moet sorteren. Dan komen de mieren haar massaal te hulp, sorteren met z’n allen de berg, en liggen de volgende ochtend zeven gesorteerde stapels klaar voor Aphrodite. Een mier schiet ook de uitvinder Daedalus te hulp als hij een draad door een schelp heen moet steken. Oppergod Zeus nam eens de gedaante aan van een mier, en verwekte zo bij Eurymedusa 2 de zoon Myrmidon.

Myrmidonen

Maar de meest bekende mythe over mieren is die van koning Aeacus op het eiland Aegina. Nadat alle menselijke bewoners en dieren, door toedoen van Hera, op het eiland waren gestorven is Aeacus radeloos. Overal waar hij keek zag hij de dood en gaat ten einde raad naar de tempel van Zeus om een koe te offeren. Maar het dier valt zelf, door de pest, op het offermes en laat hierbij een jammerlijk geloei horen. Van ontzetting roept Aeacus: ‘O Zeus, machtige vader! Als het waar is dat u het bed gedeeld hebt met Aegina 1, en dus mijn ware vader bent, redt dan mijn volk of laat mij anders verdwijnen onder aarde!’ Daarop laat Zeus een bliksem door de lucht schieten.

Terwijl hij daar staat ziet Aeacus een grote stoet mieren tegen een eik opkruipen, die enorme vrachten met hun kleine kopjes voortduwden langs een paadje in de rimpelige schors. Verbaasd over hun aantal roept hij: ‘Hoogste vader, gun mij evenzovele burgers, geef mijn lege stad weer volk!’ Dan begint de hoge eik te trillen en te schudden met al zijn takken zonder dat er wind was. Aeacus staat eerst verstijfd van schrik maar kust dan de boomstam terwijl er in zijn hart een stille hoop begint te ontwaken. Die nacht krijgt Aeacus in zijn paleis een droom dat terwijl de eik hevig aan het trillen is, alle mieren uit de boom vallen. Op de grond worden ze steeds groter en groter, en richten zich uiteindelijk op. Ze verliezen hun mierenpootjes en nemen de vorm aan van mensen.

Dan schrikt Aeacus wakker, vervloekt de beelden die hij heeft gezien, en beklaagt zich dat de hemel hem niet helpt. Maar in het paleis klinkt een luid geroezemoes. Dan komt zijn kleine zoon, Telamon, de slaapkamer inrennen en roept bij de deur: ‘Vader! Kom buiten kijken! U raadt nooit wat u daar ziet!Aeacus springt uit zijn bed en herkent de mensen die hij in zijn droom had gezien, en hem begroeten als koning. Opgetogen verdeelt Aeacus vervolgens de stad en het land onder zijn nieuwe bewoners, en noemt hen Myrmidonen, mierenzonen, naar hun ontstaan. Het is een spaarzaam en strijdbaar volk dat hard werkt, naar winst streeft, en die ook wil behouden. Deze Myrmidonen zijn ook de eersten die roeischepen bouwden met gebogen zijkanten en zeilen op hun schepen gebruikten.

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz