Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Stieren Aeetes

De stier van Aeetes

De twee stieren die koning Aeetes uit Colchis bezat had hij gekregen van Hephaistus, de God van de smeedkunst. Het zijn twee bijzondere beesten, met bronzen poten en bronzen bekken waaruit ze felle vlammen uit blazen, en alleen gehoorzaam zijn aan Aeetes. Die maakt voor hen een ondergrondse en verstevigde stal, waar ze door hun eigen vuur en rook werden omhuld.

Op een dag worden ze door Aeetes van hun stal gehaald, en zien de stieren in het veld een vreemde jongeman (Iason, de aanvoerder van de Argonauten) wijdbeens op hen staan wachten. Woest gaan de beesten op hem af, terwijl de vlammen uit hun bekken loeiden, en beuken met hun hoorns op het schild waar Iason zich achter verborg. Terwijl ieder ander mens door de vlammen verteerd zou zijn, bleef Iason echter ongedeerd, en ging zelfs tot de tegenaanval over. Hij greep de hoorn van de rechter stier met zijn blote handen vast en sleepte het dier zo naar het bronzen juk, waar hij het beest vastbond aan de bronzen dissel. Vervolgens gaat hij op de tweede stier af en gaf het beest een harde schop tegen de bronzen boot. Ook deze stier gaat door de knieën en wordt Iason naar het juk gesleept en ingespannen.

Na hen aangespoord te hebben met een speer, en de stieren zich in eerste instantie hevig verzetten, beginnen ze uiteindelijk als twee tamme ossen, de ploeg voort te trekken en zaait Iason de tanden van een draak 3 in de voren als zaaigoed. Zo ploegen de stieren heen en weer over het veld, totdat alle tanden van de draak 3 zijn ingezaaid. Dan bevrijdt Iason de stieren van het juk, en jaagt ze een ander weiland in om bij te komen van hun inspanningen.

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz