Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Typhon

De gigantische Typhon

Afstamming en geboorte

De Godin van de aarde, Gaea, was kwaad op Zeus omdat die haar kinderen, de Titanen, had opgesloten in de Tartarus 2 en de Giganten had gedood. Uit wraak paart ze met Tartarus 1 en brengt in Cilicië Typhon ter wereld. Een wezen dat half mens en half dier was. In omvang en kracht overtreft hij alle kinderen die Gaea eerder op de wereld zette, en was zo reusachtig groot dat hij boven alle bergen uitstak. Met zijn hoofd beroerde hij regelmatig de Sterren en als hij zijn armen uitstrekte kon hij gelijktijdig het oosten en het westen aanraken.

Tot aan zijn dijen was Typhon menselijk, hoewel zijn benen gevormd waren van slangen. Zijn bovenlijf was bezet met kronkelende slangen die zich tot aan zijn hoofd konden uitstrekken en dan een luid gesis lieten horen. Uit zijn lijf groeiden honderd verschillende dierenkoppen, die vuur konden spuwen, terwijl heel zijn lichaam bedekt was met veren en er vanaf zijn hoofd en wangen verwilderde haren groeiden. Uit al die koppen klonken verschillende klanken die soms voor de Goden te verstaan waren, en de andere keer weer op het loeien van stieren leek, of het brullen van leeuwen.

Huwelijk en kinderen

Vlak na zijn geboorte paart Typhon met zijn zus Echidna en brengt zo allerlei andere monsters voort, die allen een kwelling van de mensheid zouden worden. Zo verwekte Typhon De Leeuw van Nemea, de tweekoppige hond Orthus en de Sphinx, die een plaag voor Thebe zou worden. Maar ook de draak (Ladon 1) die de appels van de Hesperiden bewaakte, en de hellehond Cerberus 1, evenals de dochter Chimaera, die door Amisodarus opgefokt zou worden in Lycië. Ook de zeug Phaea 1, de Draak 4 die de gouden vacht in Colchis bewaakte, Gorgon, Scylla 1, de Adelaar van Prometheus en de Hydra van Lerna waren hun kinderen. Zelfs de kwaadaardige Winden 2 die plotseling opsteken, uitgezonderd de vier Hoofdwinden 1 Zephyrus 1, Eurus, Boreas 1 en Notus, behoren tot het nageslacht van Typhon en Echidna. Al deze monsters werden geboren in een grot, die vanuit zee op Troje uitkeek. Er zijn ook enkele schrijvers die stellen dat de Harpijen, de latere dienaressen van Zeus, kinderen waren van Typhon, terwijl enkele schrijvers stellen dan Cerberus 1 en de Adelaar van Prometheus geen kinderen van Typhon waren, maar van Gaea en Tartarus 1.

Aanval op de Olympus

Door zijn woedende moeder Gaea opgestookt gaat Typhon vanuit Cilicië op weg naar de Olympus om het Hemelrijk van Zeus aan te vallen. Tijdens die aanval spuwt hij een enorme vuurregen uit zijn bekken en werpt grote rotsblokken op de berg. Als de Goden het monster zien aankomen, slaan zij van angst massaal op de vlucht en wijken uit naar Egypte, behalve Athena en Zeus, die alleen achterbleven. Typhon ging de vluchtende Goden achterna, en op advies van Pan veranderden zij zich in allerlei dieren om het monster te misleiden. Apollo werd een Havik, Hermes een Ibis, Ares 1 een vis, Artemis een kat, Dionysus 2 nam de vorm van een geit aan, Heracles een reekalf, Hephaistus een os, Pan, Aphrodite en Eros een vis en Leto een spitsmuis. De rest van de Goden namen elk een andere gedaante waar ze mee vertrouw waren.

Zeus is de enige die zich verweert en vanuit de verte Typhon bestookt met zijn bliksemschichten. Als de reus dichterbij komt slaat Zeus hem met een sikkel en jaagt Typhon naar de berg Casius in Syrië. Wanneer Zeus hem daar gewond ziet liggen begint hij een gevecht met het monster. Maar Typhon draait zijn kronkelende slangen om het lichaam van Zeus, krijgt hem zo in bedwang, en pakt zijn sikkel af. Daarmee snijdt hij de pezen uit de handen en voeten van Zeus, die hij verstopt in een berenhuid en achterlaat in een geheime grot.

Typhon valt de hemel aan

Daarna, op bevel van zijn moeder Gaea, stak Typhon zijn handen uit en greep de bliksems van Zeus. Vervolgens zette hij al zijn kelen open en liet een donderende oorlogskreet over de aarde schallen. De bliksems verstopte Typhon in een vossenhol tussen de rotsen, en reikte met zijn handen naar de hemel. Daar grijpt hij een aantal Sterren en Sterrenbeelden, en sleepte die naar een andere plek waardoor het daglicht vermengd werd met de nacht en heel het heelal in beroering was. Na de eerste schrik begonnen de Hemellichamen zich te verweren. Selene bezorgt de koppen van Typhon vele verwondingen met haar hoorns, de Seizoenen bewapenden de onverschrokken bataljons van de Sterren met vuur, terwijl Orion zijn zwaard trok. De lucht was vol geraas terwijl de Plejaden schreeuwden.

Aanval op het land

De gigantische Typhon

Na dit heftige verweer verplaatst Typhon zijn aanval naar het land. Hij schudde verschillende bergtoppen, verstoorde de loop van vele rivieren, en slingerde een salvo van klippen naar de zoute zee. Met zijn slangenbenen loopt hij vervolgens zelf de zee in. Met zijn benen in het water, en zijn hoofden in de wolken, slaakt hij een vreselijk gebrul uit. Heel zijn reusachtige lichaam bedekt de zee waardoor de zeehonden mekkerden, de dolfijnen verscholen zich in het diepe water en de zeeleeuwen spartelden in de modderige golven. Heel de wereld was in beroering waardoor er enorme golven ontstonden die de Olympus aanvielen. Typhon hield een nagemaakte drietand in één van zijn handen en brak met een knip van zijn vingers een eiland af aan de rand van het vasteland dat hij, al was het een bal, naar de Olympus wierp. Typhon probeert ook de bliksems van Zeus te werpen, maar deze waren te zwaar voor het monster met zijn tweehonderd handen, terwijl Zeus ze gemakkelijk met één hand tilde. De bliksems waren mat, en schoot er slechts een zacht vlam uit zijn handen, als een losse flodder van vlammen. Vaak slipten zij uit zijn vele handen en vlogen zigzaggend weg, de vertrouwde handen van hun meester missend.

Zeus smeedt een plan

Zeus, die dit alles met lede ogen aan moet zien, smeedt daarop een plan om het ondier te verslaan. Hij vermomt Cadmus, die hij onderweg was tegengekomen, als eenvoudige geitenhoeder, en geeft hem een herdersfluit waarop hij een lieflijk deuntje moet spelen. Tegen Eros zegt Zeus dat hij één van zijn pijlen op de Gigant moet afschieten om hem verliefd te maken. Zelf verandert Zeus zich in de gedaante van een stier. Zodra Eros zijn pijl heeft afgeschoten en Cadmus op zijn fluit begint te spelen vangen de oren van Typhon het geluid op. Hij is dol op de melodie en gaat op het geluid af. De bliksems laat Typhon achter in de grot.

Muziekwedstrijd

Zodra Cadmus het monster ziet wordt hij door angst bevangen en kruipt weg in een spleet tussen de rotsen. Maar Typhon lachte luid en zei tegen hem: ‘Waarom vrees je mij, geitenhoeder? Voor mij hoef je niet bang te zijn, ik jaag op Zeus. Laat hem met jouw fluit spelen, ik wil die niet. Ik stapel wolk op wolk, berg op berg, en laat dan in één keer een deun in de lucht klinken die dondert door heel de lucht. Maar laten we een wedstrijd houden, als je wilt. Jij speelt op je fluit terwijl ik zal donderen met mijn dondermuziek. En als ik eenmaal heerser ben van de Hemel, en de scepter van Zeus heb overgenomen, zal ik je rijkelijk belonen.

Daarop antwoordde Cadmus, die begreep dat de pijl van Eros effect had gehad: ‘Je hield van de muziek van mijn fluit toen je die hoorde. Vertel me, wat zal je doen wanneer ik een overwinningslied speel op de harp met de zeven snaren, om jouw troon te eren? Eens hield ik een wedstrijd met Apollo en versloeg hem met mijn eigen harp. Maar Zeus verbrandde mijn mooie snaren met een bliksem om zijn verslagen zoon een plezier te doen. Maar als ik ooit weer pezen kan vinden dan zal ik een lied spelen met mijn fluit die de bomen, bergen en alle wilde beesten zal betoveren. Maar wanneer jij Zeus en de Goden verslaat met je bliksems, spaar dan alleen Apollo. Terwijl Typhon feest viert aan zijn tafel, zullen hij en ik een wedstrijd houden, en zien wie dan wie zal verslaan in het huldigen van de machtige Typhon!’ Daarna zweeg Cadmus.

Daarop gaat Typhon snel terug naar zijn grot, greep de pezen van Zeus en bracht ze naar de listige Cadmus. De bedrieglijke herder dankte hem voor zijn onsterfelijke geschenk, behandelde de pezen met zorg en verstopte ze in een hol in de rotsen. Toen liet hij zacht en teder zijn adem ontsnappen, noten strelend terwijl hij de fluit bespeelde, en liet een wijsje horen sierlijker dan ooit. Typhon stak al zijn armen in de lucht en luisterde naar de melodie, en wist van niets meer. Hij was betoverd, terwijl de valse herder speelde alsof hij de doden tot leven wilde wekken met zijn fluit. Zo dreef hij Typhon tot waanzin terwijl diens ziel werd bekoord door de melodie.

De woede van Typhon

Hermes en Pan gingen daarop naar de grot waar Cadmus de pezen had achtergelaten, en plaatsen die terug bij Zeus. Terwijl Cadmus doorspeelde op zijn fluit sloop Zeus, onopgemerkt door Typhon, naar de grot en bewapende zich met de bliksems. Daarna omhulde hij Cadmus in een wolk, zodat Typhon niet achter het listige plan zou komen. Maar het monster wilde niets liever dan de betoverende melodie horen waardoor hij diep ontroerd werd. Maar Cadmus stopte plotseling met spelen waarna Typhon wakker werd uit zijn betovering, en naar de grot met de verstopte bliksems snelde. Tot zijn ontsteltenis kon hij die niet vinden en beseft plotseling dat hij in een val van Zeus was gelopen. Met rotsen smijtend snelt hij naar de Olympus. Heel de Wereld is wederom in beroering wanneer hij met zijn machtige lichaam over de Aarde marcheert. Onderaardse grotten donderden, steile berghellingen stortten in, en woeste bergrivieren denderden naar beneden. Riviernimfen sloegen op de vlucht terwijl Typhon zich voedde met alle wilde dieren die hij op zijn pad tegenkwam.

De gigantische Typhon

Opnieuw klettert het geluid van de strijd aan weerskanten. Zeus donderde luid brullend in de lucht, ranselde de wolken en vormde een dichte wolkengroep om zijn borst te beschermen tegen de projectielen van de Gigant. Ook Typhon liet van zich horen. Zijn stierenkoppen trompetterden en lieten een luid geloei horen waar de Olympus opnieuw door beefde. Het leek een leger dat zich klaarmaakt voor de strijd. De Gigant had één lichaam, maar vele nekken, ontelbare legioenen van armen, leeuwenkaken met scherpe slagtanden, haarbossen van slangen beklommen de Sterren. Bomen kneep hij fijn in zijn handen, en werden naar Zeus gesmeten. Maar die brandde hij tot stof met een enkele vonk van zijn bliksems, welke hij met kracht wierp.

Steun voor Zeus

Het gehele universum was in beroering. De vier Hoofdwinden 1, bondgenoten van Zeus, lieten zuilen van donker stof oprijzen in de lucht, grote golven aanzwellen, en joegen de zee op totdat alle kusten beefden. Uit de handen van Typhon regende het rotsblokken tegen de onvermoeibare bliksems van Zeus. Sommige aanvallen schoten voorbij de Maan, anderen wervelden door de lucht met een scherp gefluit, de winden werden weggeblazen door tegenwinden. Toen bewapende Zeus de twee zoons van Ares 1, Rumoer en Schrik. Rumoer stelde hij op met bliksems, Schrik bewapende hij met donderslagen, om Typhon vrees aan te jagen.

Overwinning tilde haar schild omhoog en hield dat beschermend voor Zeus. Enyo 1 viel aan met een schreeuw, en Ares 1 donderde. Zeus bood het hoofd aan de hevige storm, en stortte zich in zijn strijdwagen uit de hoge hemel neer. Nu eens streed hij met zijn bliksems, dan weer met donderslagen, of hij stortte grote buien van bevroren hagel in salvo’s neer. Dikke wolkbreuken barstten op het hoofd van de Gigant met harde slagen uiteen, en handen werden als met een mes van het monster afgesneden door de uit de lucht vallende buien. Eén hand rolde in het stof, afgesneden door de ijzige hagel, maar liet het rotsblok dat het vasthield niet vallen. Deze streed door terwijl hij viel, en schoot op eigen kracht in cirkels rollend over de grond. Eén hand werd gek, terwijl hij nog steeds het gewelf van de Olympus wilde aanvallen.

Terwijl hij bliksemschichten op de Gigant afvuurt jaagt Zeus hem naar de berg Nysa waar de Moiren verblijven. Die vertellen Typhon dat als hij bepaalde vruchten eet, hij sterker dan ooit zal worden. Het tegendeel is echter waar. Typhon wordt verder opgejaagd door Zeus en vlucht naar Thracië. Daarvandaan gooit hij complete bergen naar Zeus maar die kaatst hij met zijn bliksemschichten terug waardoor Typhon zwaar gewond raakt en er grote stromen bloed over de bergen stromen.

Typhon door de knieën

Zeus vocht door, zijn vertrouwde bliksems slingerend naar zijn tegenstander en doorboorde de leeuwenkoppen. Hij wierp zijn bliksem, een vlam verbrandde de talloze handen van het monster, een vlam verteerde zijn talloze schouders en de gespikkelde trossen van zijn slangen. Hemelse messen sneden de talloze hoofden af. Een ineenkrimpende komeet ontmoette Typhon vlak voor zijn gezicht waardoor het haar van het monster wegschroeide. De Gigant vocht door, zijn ogen waren verbrand tot as in de donkere rook, zijn wangen waren bedekt met witte rijp en zijn gezichten verslagen met sneeuwbuien. Hij leed onder de aanvallen van de vier Winden 1. Want als hij zijn flikkerende ogen naar de zonsopgang richtte, werd hij aangevallen door de moedige Eurus. Als hij naar het noorden blikte, werd hij aangevallen door de ijzige vrieskou van de winterse wervelwinden. Als hij acht sloeg op de van sneeuw zwangere Boreas 1, werd hij door natte en hete buien tegelijk door elkaar geschud. Als hij naar het westen keek huiverde hij voor Enyo 1, terwijl hij het geluid hoorde van de krakende Zephyrus 1 met zijn lente-gesel. Notus leidde een gloeiende wind tegen Typhon.

Gaea smeekt om hulp

Terwijl Typhon werd gegeseld door buien van bevroren hagelstenen, werd zijn moeder Gaea ook verslagen. De stenen projectielen en ijzige punten ziend, die in het vlees van de Typhon staken, bad zij met nederige stem tot de Helius. Ze smeekte hem om een roodgloeiende zonnestraal, zodat ze het verwarmende vuur kon gebruiken om het versteende water van Zeus te smelten, en zijn vriendelijke stralen uit te gieten over de bevroren Typhon. Zijzelf verenigde zich met zijn gekneusde lichaam, en toen ze zijn verbrande handen zag die overal in het rond lagen, smeekt ze één van de onstuimige winterstormen te komen, om de overweldigende dorst van Typhon te lessen met zijn verfrissende bries.

Typhon verslagen

Toen bracht Zeus de strijd in evenwicht. Gaea had haar sluier van bossen weggeworpen met haar hand, en treurde toen ze de rokende hoofden van Typhon zag. Terwijl zijn gezichten verschrompelden, zakte de Gigant bijna door zijn knieën. Zeus schetterde, zijn zege voorspellend, met een rollende donder. Wanneer Typhon aanstalten maakt om naar de Zee van Sicilië te vluchten gooit Zeus de berg Etna over hem heen. Het zware eiland drukt Typhon neer en hij kan er niet onder vandaan komen. Hij spartelt nog vaak tegen, wil zich naar boven vechten, maar de bergen rusten op zijn handen waardoor hij niet kan ontsnappen. Zo ligt hij daar, vaak zand en vlammen uit zijn keelgat ophoestend, en steeds proberend het massieve eiland weg te duwen. Dan schudt de Aarde waardoor zelfs Hades bang is dat er een scheur komt in de grond, en een brede aardspleet het daglicht doorlaat in zijn Schimmenrijk. Als bewaker stelt Zeus Hephaistus over de berg aan, die daar zijn aambeelden in een grot plaatst. Daarna keert Zeus terug als overwinnaar naar de Olympus.

Stamboom:

Tartarus 1 Gaea Tartarus 1 Gaea
Typhon Echidna
Adelaar van Prometheus, Cerberus 1, Chimaera, Draak 4, Ladon 1, Gorgon, Harpijen, Hydra van Lerna, Leeuw van Nemea, Orthus, Phaea 1, Scylla 1, Sphinx, Winden 2: Argestes

Bronnen:

©2016 Maarten Hendriksz