Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Achaemenides

Achaemenides is een zoon van Adamastus die op Ithaca het levenslicht aanschouwt. Zijn vader was zeer arm waardoor Achaemenides besluit om met Odysseus mee te gaan naar de Trojaanse Oorlog om daar zijn geluk te beproeven. Hij overleeft de bloedige strijd en zeilt, na de val van Troje, mee terug op het schip van Odysseus. Tijdens deze thuisreis komen zij aan op het eiland Sicilië waar de mensenetende Cycloop Polyphemus 2 woont.

Achtergelaten

De bemanning wordt door de Cycloop gevangen genomen en opgesloten, in de grot waar hij woont, en is van plan om elke dag een paar van hen op te peuzelen. Odysseus maakt met een list het ene oog van de Cylcoop blind waarna ze allemaal uit de grot weten te ontsnappen. Ook Achaemenides ontsnapt maar raakt tijdens de vlucht zijn scheepsmakkers kwijt en ziet hen even later met hun schip wegzeilen. Hij verbergt zich uit angst voor de woedende Cycloop en kijkt vanuit zijn schuilplaats hoe hij enorme rotsblokken naar het vertrekkende schip werpt. Uiteindelijk verdwijnt het schip ongedeerd uit het zicht.

De cycloop Polyphemus in de grot

Huiverend ziet Achaemenides de blinde Cycloop, met zijn bloedende oog, scheldend en tierend over het eiland zwerven. In gedachten komt dat verschrikkelijk beeld weer bij hem op van die verschrikkelijke avond van gisteren. De Cycloop zat daarbij in zijn grot en greep met zijn grote klauwen een paar makkers van Achaemenides die hij tegen de rotswand stukbrak en daarna hun warme, met bloed bespatte, lichamen naar binnen schrokte, botten met zijn tanden vermalend en tussendoor grote slokken wijn nemend.

Vijanden

Wekenlang zwerft Achaemenides over het eiland, zichzelf voedend met eikels, gras en bessen. Doodsbang en hongerig verstopt hij zich bij elk gerucht, bang om door de ronddolende Cycloop ontdekt te worden. Na drie maanden ziet hij, zoekend naar voedsel, een schip de kust naderen, en zwaait naar de bemanning. Deze ontdekken de man en varen naar de kust. Bij aankomst zien ze de onbekende en uitgeteerde Achaemenides uit het bos komen terwijl deze smekend zijn handen naar hen opheft. Hij is smerig en draagt een woeste baard terwijl doorns zijn lompen bijeen houden. Zodra hij de Trojanen ziet, die worden aangevoerd door Aeneas, houdt Achaemenides onthutst de pas in, maar besluit toch om door te lopen.

‘Bij de sterren en goden, en dit weldadige licht van de hemel’, zegt Achaemenides tegen hen, ‘neem mij mee, Trojanen, naar waar dan ook ter wereld. Ik weet wel dat ik één van de Grieken was die jullie stad aanviel en deelnam aan de oorlog. Werp me, nu mijn misdaad bekend is, daarvoor maar in stukken in zee en verdrink me in dat onmetelijke water. Want als ik dan toch moet sterven, dan liever door mensenhanden dan door die verschrikkelijke Cycloop. Want naast Polyphemus 2 wonen er nog vele meer van die monsters op dit eiland.

Vlucht van het eiland

Achaemenides was nog maar net uitgesproken of de Trojanen zien Polyphemus 2 voortbewegen bovenop een berg. Hij heeft als staf een pijnboom in handen die hem steunt bij het lopen en om zijn pad voor hem te onderzoeken. Snel slaan de Trojanen op de vlucht en nemen Achaemenides met zich mee. Als Polyphemus 2 het rumoer van het schip hoort draait hij zijn blinde oog naar het geluid en geeft een verschrikkelijke schreeuw. Hij is niet in staat om iets naar hen te werpen maar de andere Cyclopen komen verschrikt uit de bossen aanrennen en staren naar het verdwijnende schip in de verte.

Uiteindelijk komen de Trojanen aan bij het vasteland van Italië, in het land van Macareus 5 die ook een tochtgenoot van Odysseus is geweest. Deze vertelt op zijn beurt aan Achaemenides het verdere verloop van de tocht van Odysseus vanaf het punt dat Achaemenides achterbleef op het eiland.

Stamboom:

Adamastus - - -
Achaemenides -
-

Bronnen:

©2013 Maarten Hendriksz