Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Acoetes 1

Acoetes 1 werd in Lydia geboren als zoon van straatarme ouders. Zijn vader heeft geen vee of grond maar is wel vaardig in het verschalken van vissen door een snoer met haken. Deze vaardigheid leert hij ook zijn zoon Acoetes 1 en hij zegt daarbij tegen hem: ‘Hier, visserszoon en erfgenaam, bied ik je mijn hele rijkdom.’ Nadat zijn vader is gestorven gaat Acoetes 1 naar zee waar hij spoedig uitgroeit tot een uitstekende stuurman die het roer kan hanteren en de sterren lezen.

Op een goede dag vaart hij naar Delos, waar hij voor de kust van Chios aanlegt, en naar land roeit om met zijn mannen de nacht op het strand door te brengen. De volgende dag laat hij hen vers water inslaan bij de bronnen en wanneer de mannen terug keren voeren ze een mooie gevangen genomen jongen met zich mee. De jongen lijkt in een roes te verkeren, maar aan zijn kleding, uiterlijk en houding ziet Acoetes 1 dat hij meer dan menselijk moet zijn.

Snel verontschuldigt Acoetes 1 zich bij de god voor het gedrag van zijn mannen en installeert zich voor de loopplank om te voorkomen dat ze de jongen op het schip brengen. De mannen worden woedend en stompen Acoetes 1 in zijn gezicht. Dan maakt de jongen zich bekend als de god Dionysus 2 en zegt: ‘Wat voeren jullie uit, matrozen? Waar brengen jullie mij naar toe, hoe ben ik hier terecht gekomen?’ Eén van de mannen antwoordt: ‘Wees maar niet bang, naar welke havenstad wil je heen?’ Daarop antwoordt Dionysus 2 dat hij graag naar Naxos wil en beloven de matrozen leugenachtig aan zijn wens te voldoen.

Acoetes en Dionysus

Vervolgens zet Acoetes 1 koers naar Naxos. Een eind uit de kust fluisteren de mannen hem in zijn oor een andere koers te varen, want zij willen de jongen voor een mooie losprijs verkopen. Acoetes 1 weigert dit ronduit waarna het roer door een van de matrozen wordt overgenomen. Dan begint Dionysus 2 zijn spel en doet net of hij in huilen uitbarst terwijl hij roept: ‘Jullie brengen me niet naar Naxos, zoals beloofd. Waarom ontvoeren jullie zo’n zwakke jongen?’ De matrozen lachen hem uit en zeilen arrogant verder.

Dan begint er op het schip klimop te groeien en verschijnen er lynxen en gevlekte panters naast Dionysus 2 op het dek. Vervolgens beginnen de mannen te veranderen in vissen en duiken een voor een in zee. Alleen de doodsbange Acoetes 1, die van angst staat te bibberen, wordt door Dionysus 2 gespaard. Tegen hem zegt de god: ‘Wees maar niet bang en breng me naar Naxos.’ Daar aangekomen gaat het tweetal aan land en wordt Acoetes 1 een trouwe volgeling van de god.

Later wordt Acoetes 1 gevangen genomen door koning Pentheus 1, die een hekel heeft aan de volgelingen van Dionysus 2, en laat hem opsluiten in de gevangenis. Tevens geeft hij opdracht om Acoetes 1 wreed te folteren en daarna ter dood te brengen. In de nacht daarop gaan de gevangenisdeuren vanzelf open, vallen de ketens van zijn polsen, en kan Acoetes 1 als vrij man vluchten.

Stamboom:

- - - -
Acoetes 1 -
-

Bronnen:

©2013 Maarten Hendriksz