Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Aeacus

Geboorte en huwelijk

Toen Zeus eens wilde samenliggen met Aegina 1, de dochter van Riviergod Asopus 1, was hij bang dat zijn eigen vrouw Hera dit zou ontdekken. Daarom nam Zeus de gedaante van een Adelaar aan en ontvoerde het meisje naar het eiland Oenone, waar hij haar zwanger maakte. Als resultaat werd de zoon Aeacus geboren en kreeg het eiland van Zeus de naam Aegina, naar zijn moeder. Volgens verschillende oude schrijvers heette het eiland daarvoor niet Oenone maar Oenopia of Phlius. Aeacus groeit op tot een godvrezende jongeman en trouwt met Endeis, de dochter van Sciron, bij wie hij twee zoons kreeg, Peleus en Telamon. Volgens de onbekende schrijver Pherecydes is Telamon niet een broer, maar een vriend van Peleus. Telamon zou dan een zoon zijn van Actaeus 1 en Glauce 4, de dochter van Cychreus.

Wraak van Hera

Toen Hera later het overspel van Zeus ontdekte, en omdat het eiland naar haar rivale was vernoemd, stuurde zij via een slang een gruwelijke pest naar het eiland die het water in elke bron vergiftigde. Gedurende vier maanden stierven er elke dag mensen. Maar ook de wilde dieren, het vee in de kuddes, en paarden bleven niet onbesmet terwijl er vele duizenden giftige adders over het land kropen. Overal lagen onbegraven kadavers en lijken, half vergaan, die een verpestende stank verspreidden. Niemand kon de ziekte genezen omdat de oorzaak niet werd herkend en het eiland nagenoeg ontvolkt raakt. Aeacus is radeloos en weet niet wat hij moet doen. Overal waar hij keek zag hij de dood en gaat ten einde raad naar de tempel van Zeus om een koe te offeren. Maar het dier valt zelf, door de pest, op het offermes en laat hierbij een jammerlijk geloei horen. Van ontzetting roept Aeacus: ‘O Zeus, machtige vader! Als het waar is dat u het bed gedeeld hebt met Aegina 1, en dus mijn ware vader bent, redt dan mijn volk of laat mij ook verdwijnen onder aarde!’ Daarop laat Zeus een bliksem door de lucht schieten. ‘Ik voel uw macht,’ zegt Aeacus, ‘en bid, dat uw besluit mij gunstig is. Het teken dat u stuurde geeft mij vertrouwen.’

Mieren

aeacus

Terwijl hij daar staat ziet Aeacus een grote stoet mieren tegen een eik opkruipen, die enorme vrachten met hun kleine kopjes voortduwden langs een paadje in de rimpelige schors. Verbaasd over hun aantal roept hij: ‘Hoogste vader, gun mij evenzovele burgers, geef mijn lege stad weer volk!’ De hoge eik begon te trillen en te schudden met al zijn takken zonder dat er wind was. Aeacus staat eerst verstijfd van schrik maar kust dan de boomstam terwijl er in zijn hart een stille hoop begint te ontwaken. Die nacht slaapt Aeacus in zijn paleis en droomt dat dezelfde eik hevig aan het schudden is en alle mieren uit de boom vallen. Op de grond worden ze steeds groter en groter en richten zich uiteindelijk op. Ze verliezen hun mierenpootjes en nemen de vorm aan van mensen. Dan schrikt Aeacus wakker, vervloekt de beelden die hij had gezien, en beklaagt zich dat de hemel hem niet helpt. Maar in het paleis klinkt een luid geroezemoes. Dan komt de kleine Telamon zijn slaapkamer inrennen en roept bij de deur: ‘Vader! Kom buiten kijken! U raadt nooit wat u daar ziet!’ Aeacus springt uit zijn bed en herkent de mensen die hij in zijn droom heeft gezien en hem begroeten als koning.

Myrmidonen en Phocus

Aeacus dankt Zeus met een groot dankoffer, verdeelt de stad en het land onder zijn nieuwe bewoners, en noemt hen Myrmidonen, mierenzonen, naar hun ontstaan. Het is een spaarzaam en strijdbaar volk, dat hard werkt, naar winst streeft en die ook wil behouden. Deze Myrmidonen zijn ook de eersten die roeischepen bouwen met gebogen zijkanten en zeilen op hun schepen gebruiken. Aeacus ontdekte als eerste goud op de berg Tasus in Panchaea, en is een liefhebber van paarden die zijn zoons, Peleus en Telamon, opvoedt op tot deugdzame mannen. Ook Zeus begunstigt het tweetal en schenkt hen grote kracht en macht. Aeacus had ondertussen ook het bed gedeeld met Psamathe 1, de dochter van Nereus, die zich in eerste instantie veranderde in een zeehond omdat ze niet met Aeacus wilde slapen. Bij haar kreeg Aeacus de zoon Phocus 1 waarop hij bijzonder gesteld was omdat de jongen net zo knap was als hij goed was. Maar Psamathe 1 houdt het niet lang uit bij Aeacus en vertrekt weer naar Egypte.

Jaloerse broers

Omdat Phocus 1 uitzonderlijk presteerde bij sportwedstrijden, beraamden zijn broers Telamon en Peleus, uit jaloezie een moordaanslag. Telamon kreeg door loting die taak toegewezen en trof Phocus 1, toen ze samen aan het trainen waren, met een discus op het hoofd waardoor de jongen stierf. Samen met Peleus verborg Telamon het lichaam in een bos. Maar omdat de moord niet onopgemerkt bleef werden ze door de rechtvaardige Aeacus van Aegina verbannen. Peleus vlucht naar Phthia, het tegenwoordige Thessalië, waar hij ritueel werd gereinigd door koning Actor 5 en Telamon vluchtte naar Salamis.

Koning Aeacus

aeacus

Als koning van Delos groeit Aeacus uit tot één van de rechtvaardigste mannen in Griekenland en bouwt een hechte band op met de stad Athene. Toen heel Griekenland eens met misoogsten te kampen had, vanwege de vervloeking van koning Minos 1 van Kreta tegen Athene, verklaarden de orakeluitspraken van de goden dat Griekenland verlost zou worden van het ongeluk als Aeacus voor hun redding zou bidden. Toen Aeacus dat deed, werd Griekenland, behalve Athene, verlost van haar onvruchtbaarheid. Jaren later, als Aeacus al op leeftijd is, komt koning Minos 1 van Kreta met grote vloot op bezoek. Aeacus vraagt Minos 1 naar zijn komst en die vertelt dat hij hem komt smeken om zijn hulp bij de oorlog tegen de Atheners omdat die, volgens hem, zijn zoon Androgeus 1 hebben gedood. Maar Aeacus zegt hem: ‘U vraagt iets wat niet kan, iets wat mijn stad niet doen mag, want geen land is nauwer met Athene verbonden dan het mijne, en dat is een hecht verdrag.’ Teleurgesteld reist Minos 1 af, terwijl hij roept: ‘Dat verdrag komt jullie duur te staan!’ Want dreigen lijkt hem op dat moment nuttiger dan nu al oorlog te voeren en op voorhand zijn kracht te verspillen.

Boodschap uit Athene

De vloot uit Kreta is nog net aan de horizon te zien als er een schip uit Attica aan de kade aanmeert. Aan boord is Cephalus 2 met orders vanuit de stad Athene. Aeacus heet hem hartelijk welkom en, zodra de eerste begroetingen zijn gewisseld, brengt Cephalus 2 zijn boodschap over. Zijn koning Aegeus 1 vraagt om hulp op grond van hun verdrag en voorvaderlijke rechten, omdat Minos 1 heel Griekenland in zijn macht wil krijgen. Op deze boodschap, die in fraaie zinnen was gegoten, sprak Aeacus, zwaar leunend op de scepter in zijn hand: ‘Vraag ons geen hulp, Athene, want die kunt u altijd krijgen! Nee, aarzel niet, beschouw het leger, dat mijn eiland heeft, en alles wat mijn rijk aan te bieden heeft als het uwe. Ik heb genoeg soldaten, altijd meer dan wie mij aanvalt en godzijdank heerst hier een tijd van ongeremde voorspoed.’ De volgende ochtend vertrekt Cephalus 2 samen met een groot leger van de Myrmidonen naar Athene om die stad te helpen in de strijd met Minos 1 van Kreta.

Dood

Aeacus is uiteindelijk oud en afgeleefd, laat zijn koninkrijk achter aan Peleus, en sterft. In de onderwereld aangekomen wordt hij door Hades, vanwege zijn vrome leven, benoemd tot poortwachter en rechter om vonnissen te vellen over de gestorven mensen die zich tijdens hun leven hebben misdragen. Hades geeft hem ook de sleutels van zijn rijk in bewaring.

Stamboom:

Zeus Aegina 1 Sciron / Chiron Chariclo 2 / -
Aeacus Endeis
Peleus, Telamon

Zeus Aegina 1 Nereus Doris 2
Aeacus Psamathe 1
Phocus 1

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz