Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Aeson

Aeson is een zoon van koning Cretheus 1, en diens nicht Tyro, die in de stad Iolcus wordt geboren, dat zijn vader in Thessalië had gesticht. Hij heeft twee volle broers: Pheres 1 en Amythaon 1. Daarnaast heeft hij nog twee halfbroers, Pelias 1 en Neleus, die zijn moeder, voordat zij getrouwd was met Cretheus 1, baarde aan Poseidon.

In zijn jonge jaren is Aeson een krachtige man die aanwezig is op de bruiloft van Pirithous 1 waar hij deelneemt aan de strijd tegen de dronken Centauren. Wanneer Pholus 1 hem aanvalt doodt Aeson de Centaur met een zware gouden beker. Hij gebruikt daarbij ook zijn fonkelende zwaard dat hij van zijn halfbroer Peleus had gekregen.

Tijdens zijn jeugd neemt Aeson, samen met vele andere koningen, deel aan meerdere oorlogen, maar is in basis een gelovig en goedaardige man die bescheiden leeft en veel gastvrienden ontvangt. Zo wisselt hij eens gastgeschenken uit met Salmoneus, de broer van zijn vader, die hem een prachtige beker geeft in ruil voor een pijlenkoker en goud.

Na de dood van zijn vader Cretheus 1 werd Aeson, hoewel hij dat wel had verwacht, geen koning over Iolcus. Zijn oudere halfbroer Pelias 1 greep de macht over het land nadat hij veel strijd had geleverd met zijn broer Neleus. Aeson is geen zwakkeling maar durft het niet tegen Pelias 1 op te nemen en berust in het feit dat hij geen koning van Iolcus zal worden.

Huwelijk en kinderen

Over het huwelijk van Aeson lopen de meningen van de oude schrijvers uiteen. Volgens enkelen trouwde hij met Polymede, de dochter van Autolycus 1, volgens anderen met Alcimede 1, de dochter van Phylacus 2, en weer anderen schrijven dat zijn vrouw Amphinome 3 heette. De mythen zijn het wel eens dat hij bij zijn vrouw een zoon, Iason, verwekte en daarna nog een zoon Promachus 3.

De jeugd van Aeson

Aeson laat Iason opvoeden bij de Centaur Chiron op de bosrijke Pelion waar hij bekend werd om zijn moed en goedheid. Hij was een vriendelijke jongeman die iedereen als zijn persoonlijke vriend behandelde. Toen koning Pelias 1 zag dat hij niet zo’n zwakkeling was als zijn vader Aeson, en bang was dat Iason aanspraak zou maken op de troon, gaf hij hem opdracht om de Gouden Vacht uit Colchis te halen in de overtuiging dat Iason bij deze poging zou sterven.

De intussen al zeer oude Aeson is ontroostbaar dat zijn zoon de tocht wil ondernemen, maar wil hem niet tegenhouden. Zo zegt hij tegen hem op de dag dat de Argonauten aan hun tocht beginnen: ‘Ach, had ik maar mijn kracht van vroeger toen deze hand Pholus 1 verpletterende. Ik zou de eerste zijn geweest die mijn wapens op de koperen achtersteven had geplant, en zou mij verheugen om het schip met trillende riemen te roeien. Maar de goden hebben mijn gebeden verhoord en ik zie een groot aantal koningen die met je mee gaan waar jij de aanvoerder van bent. Laat Zeus ook mijn volgende gebed verhoren: Dat jij binnenkort als overwinnaar terugkeert met de Gouden Vacht om je schouders.’ Zo sprak hij terwijl Iason zijn oude vader om de nek vloog. Die dag vertrekt Iason en denkt Aeson dat hij zijn zoon nooit meer zal zien.

Dood van Aeson

Zodra Iason met zijn Argonauten was vertrokken brachten Aeson en Alcimede 1, samen met hun zoontje Promachus 3, een heilig offer aan de goden van de onderwereld om hun zoon Iason te beschermen tegen alle gevaren die hem te wachten stonden. Maar ook koning Pelias 1 zat niet stil, uit angst dat de populaire Aeson aanspraak zou maken op de troon, en gaf zijn soldaten opdracht om Aeson, zijn vrouw en zijn zoontje te doden.

Terwijl Aeson en zijn vrouw in een veld bij een greppel vol bloed staan, roept de priester de geesten uit de onderwereld aan. Dan komt de oude Cretheus 1 uit de greppel omhoog zweven en staart naar zijn treurende zoon. Nadat Cretheus 1 wat van het bloed gedronken had zegt hij tegen zijn zoon: ‘Ban al je angsten uit! Je zoon vliegt over de zee en nadert steeds meer zijn doel. Nog even en dan zal hij terugkeren met een rijke buit en een bruid uit Scythië. Dan zou zelfs ik er naar verlangen om uit de aarde te barsten om hem te verwelkomen. Maar voor jou bereidt die gewelddadige koning Pelias 1 een dodelijke misdaad met wapens voor, broer tegen broer. Waarom beneem jij je niet van het leven en ontsnapt zo aan die oude bibberende ledematen van jou? Kom, je bent mijn zoon en de stille menigte van geesten roepen je naam al.’

Aeson bedenkt op welke manier hij de bedreiging van Pelias 1 kan overtreffen en op een waardige wijze zijn lot kan omarmen. Hij denkt ook aan zijn tweede, nog onvolwassen zoon, in wie hij nog grote moed en kennis over dappere daden moet wekken. Dan ziet Aeson een grote zwarte stier staan en neemt een besluit. Met een mes snijdt hij de keel van het beest door, vangt met een beker het bloed op dat naar buiten gutst, en zegt: ‘O Zeus, die het koningschap aan mensen toebedeelt. Laat onverbloemde angst heersen in het hart van Pelias 1. Laat hem geloven dat mijn zoon zal terugkeren van zijn tocht. Laat hem in voortdurende angst naar de kust snellen om te kijken of het schip van mijn zoon al is teruggekeerd. Laat de Dood elk pad van ontsnapping afsluiten dat hij beraamt en laat hem mijn vloek niet overtreffen. Gun hem, die verrader, een beschamend einde, een onbetamelijke dood. Laat zijn eigen familie hem aan stukken scheuren en verminken. Laat zijn ledematen nooit in een graf begraven worden. Laat dit de straf zijn voor het bevel dat hij aan mijn zoon gaf.

Dan heft Aeson de beker met het stierenbloed op, neemt een paar grote slokken, en geeft de beker aan zijn vrouw die hem tot de laatste druppel leegdrinkt. (De oude Grieken waren er van overtuigd dat stierenbloed giftig was.) Onder de aanstormende soldaten ontstond een groot tumult en trokken, op bevel van Pelias 1, hun wapens. Zij zagen het oude paar al in de greep van het lot, hun ogen doods starend, een giftige stroom bloed uitbrakend. En Promachus 3, het onschuldige kind, werd bleek toen hij zijn ouders zag. De soldaten verminkten de kleine jongen en stuurden hem achter zijn ouders aan. Bibberend overleed hij naast Aeson, maar de uitgesproken vloek overleed echter allerminst.

alternatieve versie

De oude Aeson

Volgens een alternatieve versie van de mythen stierf Aeson niet, maar bleef hij in leven tot het moment dat zijn zoon terugkeerde met de Gouden Vacht en zijn nieuwe vrouw Medea 1. Hij is echter te zwak van ouderdom om zijn zoon vreugdevol te verwelkomen en ligt bijna dood op zijn bed. Iason die gek is op zijn vader smeekt Medea 1 huilend om hem met haar toverspreuken weer jong te maken. Hoewel Medea 1 beweert dat ze daar niet toe in staat is doet ze toch wat Iason vraagt. Ze brouwt een toverdrank en giet dat in de keel van de stervende Aeson. Zodra hij dit binnen krijgt verdwijnt zijn magerte, de ingevallen groeven in zijn gezicht trekken weg, zijn grijze haren worden blond, en Aeson voelt zich weer de man die hij veertig jaar geleden was. Vervolgens springt hij van zijn bed en omhelst vreugdevol zijn teruggekeerde zoon.

Stamboom:

Cretheus 1 Tyro Autolycus 1 / Phylacus 2 / - - / Clymene 4 / -
Aeson Polymede / Alcimede 1 / Amphinome 3
Iason, Promachus 3

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz