Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Agamemnon - Atride

Familievete

Afstamming

Over de ouders van Agamemnon, en zijn broer Menelaus, bestaan een tweetal varianten. Hij is of de zoon van koning Atreus en Aerope, of de zoon van Plisthenes 1 en Cleolla. In het laatste geval is Plisthenes 1 dan een zoon van Atreus en Aerope, en Atreus de grootvader van Agamemnon. Als reden voor deze verwarring wordt door Dictys van Cretensis opgegeven dat Plisthenes 1 jong stierf zonder een naam op te bouwen. Daarop nam Atreus, die medelijden had met de kleine jongens, hen op in zijn huis en bracht ze groot als prinsen. Naast zijn broer Menelaus heeft Agamemnon ook nog een zus Anaxibia 4. Agamemnon groeit in Mycene op tot een blondharige, grote en krachtige man met een voorname houding. Daarnaast was hij zeer welsprekend en wijs. Als kinderen van Atreus worden Agamemnon en Menelaus ook wel Atride, of samen de Atriden genoemd.

Familievete

Vanwege de oude vloek van Oenomaus 3 hebben Atreus en zijn broer Thyestes 1 hun leven lang ruzie en plegen de meest afschuwelijke daden tegenover elkaar. Zo wordt Atreus eens door hem verdreven uit Mycene en neemt Thyestes 1 het koningschap van Mycene over. Agamemnon en zijn broer worden dan door hun voedster naar Polyphides 1 in Cicyon gebracht. Deze stuurt hen echter weer door naar koning Oeneus 1 in Aetolië. Niet veel later brengt Tyndareus het tweetal terug naar Mycene waar zij Thyestes 1, die naar het altaar van Hera was gevlucht, een eed laten afleggenen en hem dwingen om als banneling in het buitenland te gaan wonen.

Agamemnon krijgt de macht

Later moeten Agamemnon en Menelaus, in opdracht van Atreus, Thyestes 1 weer gaan zoeken en hem naar Mycene brengen. De twee gaan naar Delphi voor advies waar op dat moment Thyestes 1 toevallig aanwezig is om ook het orakel te raadplegen hoe hij wraak kon nemen op zijn broer. Agamemnon en Menelaus grijpen Thyestes 1 en brengen hem naar Atreus die hem in de gevangenis werpt.

Huwelijk en kinderen

Enige jaren later volgt Agamemnon zijn vader Atreus op als koning van het rijke Mycene en trouwt met Clytaemnestra, de dochter van Tyndareus uit Lacedaemon (Sparta), nadat hij haar man, Tantalus 3, en hun pasgeboren kind had gedood. Bij Clytaemnestra verwekt Agamemnon zes of zeven kinderen: vijf dochters Chrysothemis 1, Laodice 2, Iphianassa 1, Iphigenia, Electra 4 en een zoon Orestes 2. Volgens Vergilius had Agamemnon nog een tweede zoon met de naam Halesus 2 die naar Italië emigreerde.

Volgens een enkele mythe was Iphigenia geen dochter van Atreus maar van Theseus en Helena. De zus van Helena, Clytaemnestra, zei tegen Agamemnon dat zij het kind had gebaard en bracht haar groot. Want Helena had tegen haar broers, de Dioscuren, gezegd dat zij nog maagd was nadat zij op jonge leeftijd was geschaakt door Theseus.

Aanloop naar de oorlog

Schaking van Helena

Helena was een uitzonderlijke schoonheid en haar vader, Tyndareus, was bang dat er vanwege de vele koninklijke vrijers die op haar af kwamen strijd zou ontstaan tussen de koningen van Griekenland. Op advies van Odysseus besluit hij dat Helena zelf haar man mag uitkiezen en laat alle vrijers zweren dat zij haar keuze zouden respecteren. Ze moesten ook zweren dat zij de man die Helena zou kiezen desgewenst met wapens zouden steunen wanneer haar enig onrecht werd aangedaan. Daarop kiest Helena Menelaus, de broer van Agamemnon, die zo ook het koningschap over Sparta verwerft.

Wanneer koning Catreus van Kreta zijn testament opmaakt moeten al zijn nakomelingen naar Kreta komen om te vernemen wat hun aandeel is. Daar Agamemnon en Menelaus kleinkinderen van hem zijn, via hun moeder Aerope, gaan de twee broers naar Kreta. Catreus vermaakt al zijn bezittingen, uitgezonderd de heerschappij over zijn steden en landen, aan de zoons van zijn dochters waardoor Agamemnon en Menelaus in bezit komen van grote hoeveelheden goud en zilver.

Terwijl Agamemnon en Menelaus op Kreta verbleven was de Trojaan Paris in Sparta aangekomen waar hij Helena schaakte. Toen Menelaus, bij zijn thuiskomst, geschokt hoorde dat Helena was ontvoerd ging hij direct naar zijn broer Agamemnon in Mycene en verzocht hem een leger op de been te brengen om deze belediging te wreken en Helena terug te halen. Deze stuurde een heraut naar alle koningen om hen te herinneren aan de eed die ze gezworen hadden. Hij waarschuwde hen ook om maatregelen te treffen voor de veiligheid van hun eigen vrouw met de opmerking dat deze belediging alle heersers van Griekenland raakte.

Het bondgenootschap

De koningen gaven bericht hun steun te zullen verlenen. Alleen Odysseus moeten zij dwingen om zijn eed gestand te doen nadat Palamedes gedreigd had zijn pasgeboren zoon Telemachus voor de ploeg te werpen. Nadat alle koningen zich in Argos verzameld hadden verdeelde Agamemnon grote hoeveelheden goud onder hen om ze zo nog gretiger voor een oorlog met de Trojanen te maken. Daarna besloten ze unaniem om hun verbond als volgt te bezegelen: De ziener Calchas gaf opdracht om een zwijn in hun midden te brengen, sneed dat in tweeën en lag de helften in oostelijke en westelijke richting. Daarna gaf hij aan iedereen opdracht om hun zwaarden te trekken, langs het offer te lopen, en hun zwaarden te besmeuren met het bloed van het zwijn.

Ze zwoeren tegen Troje op te trekken en net zo lang te vechten totdat het rijk van koning Priamus volledig was vernietigd. Daarop benoemden zij Agamemnon tot legerleider omdat hij de broer van de benadeelde en ook de rijkste en machtigste koning van Griekenland was. Ook werden de onderbevelhebbers voor de vloot en het legerkamp benoemd. Nadat deze regelingen getroffen waren gingen de koningen terug naar hun eigen rijken om daar hun legers uit te rusten en zich gereed te maken voor de oorlog. Ook Achilles, hoewel deze niet naar de hand van Helena gedongen had, wordt overgehaald deel te nemen aan de oorlog.

Na twee jaar was iedereen klaar met de voorbereidingen en verzamelde zich in de haven van Athene een vloot van ruim duizend schepen met elk zo’n vijftig mannen met hun wapens en paarden. Als belangrijkste aanvoerder zorgde Agamemnon voor honderd schepen. In opdracht van Agamemnon vulden ze hun schepen met grote hoeveelheden graan zodat zij niet in de problemen zouden komen door gebrek aan voorraden. In de tussentijd probeerde Agamemnon, door boodschappers te sturen, ook bondgenoten te verwerven in het buitenland. Dit mislukte volledig omdat Priamus, die lucht had gekregen van de komende oorlog, meer goud bood dan Agamemnon. Alleen koning Cinyras 1 van Cyprus belooft vijftig schepen maar zou er later slechts één, onder bevel van de zoon van Mygdalion, sturen.

Vertrek vanuit Athene

Toen iedereen in de haven van Athene was aangekomen riep Agamemnon de leiders in een raadsvergadering bijeen. Hij prees hen en spoorde ze aan de wandaad die was gepleegd zo snel mogelijk te wreken. ‘Laat een ieder,’ zo zei hij, ‘vertellen hoe hij zich voelde.’ Toen adviseerde hij, voor ze zouden wegzeilen, het orakel van Apollo in Delphi te raadplegen. De raadsvergadering ging unaniem akkoord met dit voorstel en benoemde Achilles tot leider van deze missie. Deze ging, samen met Patroclus 1, naar Delphi en komt enige tijd later terug met het bericht dat de Grieken naar Troje zouden zeilen en daar het beleg zullen volhouden totdat het was gevallen. Ook brengt hij de ziener Calchas met zich mee waarmee hij in Delphi vriendschap had gesloten.

Agamemnon besluit om een dankoffer aan Apollo uit te brengen. Maar tijdens dat offer krijgen ze een teken van de goden over het verloop van de oorlog. Tijdens die offerplechtigheid, in de haven bij de bron, komt er vanonder het altaar een Draak 1 met vuurrode schubben tevoorschijn die in de boom bij de bron ging zitten. Op de hoogste tak van de boom was een nestje met acht mussenjongen die angstig scholen tussen de bladeren. Ondanks hun gepiep werden de jonge vogeltjes, inclusief hun moeder, door het beest verslonden. Hierna werd de Draak 1 door de Zeus veranderd in steen. De Grieken keken verbaasd naar dit tafereel en vroegen zich af wat dit teken te betekenen had. Calchas verklaarde daarop onmiddellijk dat de oorlog negen jaar zou gaan duren en Troje in het tiende jaar zou vallen.

Hierna geeft Agamemnon het bevel om te vertrekken en zeilt de vloot weg. Omdat ze de vaarroute naar Troje niet kenden belandden ze in Teuthranië, een landstreek in Mysië, en plunderen het gebied in de veronderstelling dat het Troje was. Nadat Telephus, koning van Mysië en zoon van Heracles, zag hoe het land geplunderd werd, bewapende hij de Mysiërs, joeg de Grieken massaal naar hun schepen en doodde er velen. Toen Achilles op hem afstormde, wachtte hij hem niet af. Toen hij vluchtte raakte Telephus verstrikt in een wijnrank en door Achilles met een speer in zijn dij gewond. Als de Grieken daarna Mysië met hun vloot verlaten steekt er een zware storm op waardoor ze uiteen worden geslagen.

De haven van Aulis

Daarop interpreteerde Calchas de voortekens en zei dat ze moesten omkeren om vanuit Aulis te vertrekken. Zo verzamelden de Grieken zich nu in de haven van Aulis. Daar vraagt Agamemnon zich in grote onzekerheid af hoe hij in Troje moet komen zonder gids om de route te wijzen. Maar toen kwam Telephus uit Mysië met zijn wond, die door Achilles was toegebracht, en maar niet wilde genezen. Apollo had hem gezegd dat hij pas genezing zou vinden als de veroorzaker van de wond als arts zou optreden. Gekleed in vodden kwam hij in Aulis aan en smeekt Achilles om hulp met de belofte dat hij hem de route naar Troje zou wijzen. Achilles geneest de wond met behulp van schilfers roest die hij van zijn speer krabde. Dan vertelt Telephus hen de route die door de zienerskunst van Calchas bevestigd wordt en hij beloofd als gids mee te gaan.

In diezelfde periode schiet Agamemnon, tijdens de jacht, een hert neer en pocht: ‘Zelfs Artemis had het niet beter gekund’. Hier is de godin zo kwaad over dat zij dagenlang een storm laat waaien waardoor de vloot verhinderd wordt om uit te zeilen. De aanvoerders begrijpen niet waarom die wind maar blijft waaien en vragen Calchas zijn zienerskunsten te gebruiken om de oorzaak te achterhalen. Deze verklaart dat Artemis woedend is vanwege het gepoch van Agamemnon en dat het geschoten hert haar zeer dierbaar was. Ze zal de storm niet eerder laten luwen totdat de dader zijn mooiste dochter aan haar geofferd heeft. Als dit bericht tot het leger doordringt, benaderden alle aanvoerders Agamemnon. Smekend en dreigend, proberen ze hem te overtuigen om het offer snel te brengen, maar hij weigerde hardnekkig en resoluut.

Ondertussen woedde de storm onverminderd voort totdat Odysseus onverwachts in de remedie voorzag. Niemand wist van zijn plan. Hij deed of hij uit woede terugkeerde naar zijn koninkrijk vanwege de weigering van Agamemnon, maar ging in werkelijkheid naar Mycene en gaf Clytaemnestra een brief van haar echtgenoot die hij had vervalst. De strekking van deze brief was als volgt: Achilles weigert om naar Troje uit te varen totdat hij getrouwd is met hun oudste dochter, Iphigenia, die zij aan hem beloofd hadden. Daarom, moest zij zo snel mogelijk Iphigenia naar Aulis sturen, samen met haar bruidsschat.

In aanvulling op deze brief vertelde Odysseus haar vele dingen om het geloof in de echtheid ervan bij Clytaemnestra te versterken. Zij gelooft Odysseus en gaat samen met Iphigenia met hem mee, die de twee vrouwen naar Aulis brengt. Toen Agamemnon hoorde wat er gebeurd was, wilde hij vluchten, ofwel vanwege de liefde voor zijn dochter, of omdat hij geen deel wilde hebben aan zo’n misdadig offer. Nestor ontdekte echter zijn voornemen, en met een lange overtuigende toespraak, waarmee hij effectiever en beter kon pleiten dan iemand anders in Griekenland, overtuigde hij Agamemnon om te blijven.

Iphigenia bij het altaar

Maar nog is Agamemnon niet bereid om zijn eigen dochter te offeren. Pas nadat zijn broer Menelaus op hem inspreekt geeft hij schoorvoetend toe. Op dat moment komt zijn vrouw Clytaemnestra met Iphigenia de tent van haar man in en hoort wat er gebeuren gaat. Er ontstaat een enorme woordenwisseling tussen het echtpaar en Clytaemnestra verliest alle geloof in haar man. Ze besluit naar Achilles te gaan en hem om hulp te vragen voor haar dochter. Achilles, die niets wist van het zogenaamde huwelijk, is uiterst boos over deze schending van zijn eer en belooft Clytaemnestra alsnog met haar dochter te trouwen en Iphigenia van de slacht te redden. Maar uiteindelijk beslist Iphigenia om vrijwillig haar dood tegemoet te gaan en berust Achilles mokkend in haar beslissing.

Odysseus, Menelaus en Calchas werden in het bos van Artemis belast met de uitvoering van het offer terwijl alle anderen op een afstand werden gehouden. Agamemnon, die zijn kind voor het offer zag verschijnen, kreunde luid, trok de mantel voor zijn ogen, en liet met afgewend gezicht zijn tranen stromen. Iphigenia bleef dichtbij haar vader staan en zei: ‘Vader, hier hebt u mij. Ik bied mijn lichaam vrijwillig voor mijn vaderstad en voor heel Griekenland aan. Brengt u mij naar het altaar, offer mij, als dat door het orakel wordt geëist. Ik wens u allen hier succes en bid dat het u gegund wordt om in triomf naar het vaderland terug te keren. Niemand van uw mannen hoeft mij aan te raken. Ik zal zwijgend en kalm mijn hals aanbieden.’ Meer zei zij niet, en ieder stond versteld over de kordaatheid en moed van het meisje.

Iphigenia loopt samen met Agamemnon naar het altaar waar de priester een gebed uitsprak, en met zijn zwaard haar keel onderzocht op zoek naar de beste plek om toe te steken. Maar plotseling brulde en donderde de bliksem, en maakte een wervelwind van stof de duisternis compleet. Toen hoorden zij een stem uit het bos die zei: ‘De goden wensen dit offer niet, en geen mens zal haar aanrakenArtemis had medelijden met het moedige meisje gekregen en verwisselde haar voor een hert. Agamemnon zou, na zijn overwinning in Troje, via zijn vrouw een passende straf krijgen. Daarop verdwijnt de duisternis en gaat de storm liggen.

De mannen zien een verkoold hert liggen terwijl het altaar geheel met bloed bespat is. Daarop zegt Calchas, die onvoorstelbaar blij is: ‘Aanvoerders van de Grieken, ziet u dit offerdier dat de godin op het altaar heeft gelegd? Dit dier is meer welkom dan het kind, dat met haar edele bloed het altaar zou besmeuren. Zij heeft dit graag aanvaard en schenkt ons nu een goede wind en de kans om Troje aan te vallen. Dus, soldaten, vat moed, ga naar uw schepen. Vandaag moeten wij Aulis verlaten om de zee over te steken.'Zo neemt Agamemnon afscheid van zijn vrouw, maar was Clytaemnestra zijn daad absoluut niet vergeten.

Agamemnon neemt afscheid van zijn vrouw en zegt: ‘Vrouw, wij zijn gezegend met ons kind, want zij verkeert nu echt onder de goden. Ga jij nu naar huis want de vloot vaart uit en ik neem afscheid. Het zal lang duren voor ik je, terug uit Troje, weer kan begroeten. Ik laat een zanger bij je achter om de stilte te verpozen en je te beschermen tegen mogelijke vrijers. Het ga je goed.

Delos

Onderweg naar Troje maakt Agamemnon een tussenstop op het eiland Delos van koning Anius. Deze heeft drie dochters, Elais, Spermo en Oeno die de Wijnbouwsters genoemd worden omdat Dionysus 2 hun het vermogen had geschonken uit aarde olijfolie, graan en wijn te produceren. Agamemnon laat de drie meisjes onder dwang ophalen en gaf hun bevel het Griekse leger te voeden wanneer ze in Troje zijn. De meisjes weten te vluchten naar hun broer Andros 1 maar de vloot gaat ze achterna en moet Andros 1 zijn zussen onder dwang afstaan aan Agamemnon. Ten einde raad heffen de meisjes hun handen ten hemel, roepen Dionysus 2 aan, veranderen voor de ogen van Agamemnon in duiven, en vliegen weg.

Tenedos

Vervolgens zeilt Agamemnon verder en komt op het eiland Tenedos aan, vlak voor de Trojaanse kust. Daar worden ze met stenen bekogeld door koning Tenes. Achilles doodt de koning plus de complete bevolking, en verovert het eiland, waarna de buit door Agamemnon verdeelt wordt over het leger. Terwijl ze een offer aan Apollo brengen komt er vanaf het altaar een waterslang op hen af, die Philoctetes bijt. Deze was uit wraak door Hera op Philoctetes afgestuurd omdat hij Heracles had geholpen door een brandstapel voor hem te bouwen. Omdat de wond niet te genezen viel en een smerige stank begon te verspreiden, die het leger niet kon verdragen, bracht Odysseus hem met de boog van Heracles, die hij in zijn bezit had, op bevel van Agamemnon naar Lemnos, waar hij hem aan land zette. Hij kon daar in de verlatenheid van het eiland in zijn voedsel voorzien door de vogels neer te schieten.

Op Tenedos belegt Agamemnon ook een raadsvergadering met alle aanvoerders. Er wordt besloten om, voordat de vloot op Trojaanse bodem zal landen, eerst een gezantschap naar Troje te sturen om de teruggave van Helena en de gestolen rijkdommen terug te eisen. Agamemnon wijst Diomedes 1, Menelaus en Odysseus aan om deze taak uit te voeren. Gelijktijdig stuurde hij Achilles en Telephus eropuit om Mysië te plunderen in een gebied dat geregeerd werd door koning Teuthras 2.

Als ze in die regio aankomen en het land beginnen te plunderen komt Teuthras 2 met zijn leger aan. Daarop jaagt Achilles hen op de vlucht, en verwondde ook de koning. Hij zou Teuthras 2 afgemaakt hebben als Telephus hem niet in de weg had gestaan. Deze kwam Teuthras 2 te hulp en beschermde hem onder zijn schild, want hij herinnerde zich hun vriendschap, vanuit de tijd in zijn jeugd toen Teuthras 2 zich een genereuze gastheer had betoond.

De oude Teuthras 2 besefte dat hij niet lang meer zou leven, en benoemde Telephus tot erfgenaam van de troon en koning van Mysië. Wanneer Teuthras 2 sterft verzorgt Telephus een prachtige begrafenis voor hem en dringt Achilles eropaan om achter te blijven om voor zijn nieuwe koninkrijk te zorgen. ‘Telephus,’ zegt hij, ‘zou de Grieken veel meer tot steun zijn door voorraden te sturen dan naar Troje te gaan.’ Zo bleef Telephus achter, en Achilles, die veel buit meevoerde, keerde terug naar het leger op Tenedos. Zijn verslag van de gebeurtenissen kreeg de goedkeuring en lof van Agamemnon.

Intussen waren de gezanten bij Priamus aangekomen waar Odysseus de eisen van Agamemnon mededeelde. ‘Als Helena en de buit’, zei hij, ‘werden teruggegeven en passende schadeloosstellingen gegeven, zouden de Grieken in vrede vertrekken.Priamus verwerpt het aanbod, verklaarde de oorlog aan de Grieken, en gaf bevel om het gezantschap het land uit te zetten. Zo keerde zij terug bij Agamemnon die daarop de raad weer bijeen riep om de aanvalsplannen te bespreken. Ondertussen kwam ook Palamedes met dertig schepen aan op Tenedos. Door ziekte was hij niet in staat geweest om in Aulis te verschijnen en bood hiervoor zijn verontschuldigingen aan, waarop Agamemnon hem vroeg om aan te schuiven bij de raadsvergadering.

Negen jaar strijd

Landing bij Troje

De Grieken debatteren of zij hun aanval ’s nachts in het geheim zullen uitvoeren of gewoon overdag. Palamedes spoorde hen aan om het overdag te doen, want zo zouden zij de vijandelijke legers uit de zwaar ommuurde stad lokken. Zijn advies werd unaniem aangenomen waarop Agamemnon het leger toespreekt en hij absolute en totale loyaliteit van hen eist. Daarop wordt het teken gegeven en zeilt de complete vloot op de kust van Troje af.

De Trojanen, onder aanvoering van Hector, verdedigen moedig hun land en als eerste wordt Protesilaus door Hector gedood nadat deze vele Trojanen van het leven had beroofd. De verliezen aan beide kanten zijn zwaar totdat Achilles aankomt en Cycnus 3 doodde, waarna de Trojanen binnen de veilige muren van Troje vluchtten. Daarop leidt Agamemnon zijn leger naar het land, trekt de schepen op het droge, en laat een kamp opzetten. De volgende dag leidde Hector zijn leger de stad uit en maakte zich gereed voor de strijd. Agamemnon stelde zijn troepen tegenover hem op, terwijl zij hun oorlogskreten slaakten. De strijd die ontstond was zwaar en hevig zonder dat één van de twee legers een echte overwinning wist te behalen. Om de vele doden te kunnen begraven wordt er een bestand afgesproken waarbij de vijandelijkheden gestaakt werden.

Strooptochten

Nadat de doden begraven zijn stuurt Agamemnon opnieuw gezanten naar Troje om de teruggave van Helena en de gestolen rijkdommen op te eisen. Als de Trojanen opnieuw weigeren vallen de Grieken de stad aan. Maar de Trojanen op hun beurt blijven niet rustig in hun stad zitten en vallen van tijd tot tijd het scheepskamp aan. Agamemnon besluit uiteindelijk om eerst de steden in de omgeving van Troje aan te vallen en die te vernietigen zodat de Trojanen minder bondgenoten en voedsel tot hun beschikking zouden hebben.

AStrijd voor Troje

Hij geeft bevel aan Achilles, en vele andere grote strijders om deze taak op zich te nemen, terwijl hij zelf in het scheepskamp achterblijft. Het lukt deze mannen om vele steden te vernietigen en komen na elke strooptocht met veel buit terug in het scheepskamp. De buit werd, volgens goed gebruik onder de Grieken, over heel het leger werd verdeeld, waar Agamemnon, als aanvoerder, telkens het grootste deel van kreeg. Wanneer Achilles weer van één zijn strooptochten terugkeert, ontvangt Agamemnon uit de buit zo het meisje Chryseis 1 waar hij hevig gesteld op raakt en een zoon Chryses 3 bij verwekt. Achilles krijgt Briseis toebedeeld, en ook hij raakt enorm gesteld op het buitenlandse meisje.

Dood van Palamedes

In deze periode beraamt Odysseus, omdat hij door Palamedes verraden en gedwongen was om aan de oorlog mee te doen, een plan om hem te vermoorden. Hij stuurt een soldaat naar Agamemnon met het bericht dat hij in een droom gewaarschuwd is om het kamp voor één dag te verplaatsen. Agamemnon geloofde die waarschuwing en gaf opdracht om het kamp één dag te verplaatsen. De volgende dag vond een soldaat het dode lichaam van een Phrygiër met een brief van koning Priamus aan Palamedes. Als Agamemnon de brief onder ogen krijgt leest hij dat Priamus veel goud aan Palamedes belooft als deze volgens afspraak het kamp van Agamemnon zou verraden. Palamedes werd daarop voor Agamemnon gebracht die, uiteraard, de misdaad ontkende. Daarop geeft Agamemnon een aantal mannen opdracht om de tent van Palamedes te doorzoeken en deze vinden, begraven in de grond, een grote hoeveelheid goud die daar door Odysseus was verstopt. Toen Agamemnon het goud zag geloofde hij dat de aanklacht waar was en veroordeelde Palamedes ter dood.

Achilles verliefd

Gedurende de eerste negen jaar worden er meerdere veldslagen geleverd, waarbij er over en weer vele slachtoffers vallen. Maar de Grieken zijn niet in staat om Troje te veroveren en ook de Trojanen lukt het niet om de Grieken van hun kust te verdrijven. In die periode worden er na elke grote veldslag regelmatig langdurige bestanden afgesproken om de doden te begraven en de gewonden de gelegenheid te geven om te herstellen. Gedurende die bestanden heerste er vrede en gingen de Trojanen en Grieken bij elkaar op bezoek alsof er niets aan de hand was.

Zo ging tijdens één zo’n bestand Achilles, en een paar van zijn mannen, naar Troje om de religieuze ceremoniën te bekijken in de tempel. Daar zag hij de dochter van Hecabe 1, Polyxena 1, als priesteres dienen en viel als een blok voor haar schoonheid. Hoe langer hij naar haar keek, des te dieper werd zijn passie en wilde hij haar als vrouw hebben. Achilles ging ’s avonds terug naar het scheepskamp en smeekte uiteindelijk Automedon om naar Hector te gaan en hem zijn huwelijksaanzoek over te brengen. Hij moest hem vertellen dat hij een eind aan de oorlog zou maken als Hector zijn zus als vrouw zou geven. Hector eiste daarop dat, als bewijs van goede wil, Achilles de zoons van Plisthenes 1 en Ajax 1 moest doden of anders niets van een overeenkomst wilde weten.

Toen Achilles dit hoorde werd hij vreselijk kwaad en schreeuwde in de eerste slag, nadat het bestand was geëindigd, dat hij Hector zou doden. Uiteindelijk komt Achilles bij zijn positieven en biecht heel de geschiedenis op aan Agamemnon en Menelaus. Deze proberen hem te troosten door erop te wijzen dat hij het meisje snel genoeg in bezit zou krijgen, want, zoals altijd, zou geweld slagen waar smeekbeden faalden.

De veldslagen gaan door en gedurende deze periode staat Agamemnon zijn mannetje en weet vele Trojanen te doden. Er zijn ook enkele mythen waarin de Griekse aanvoerders twijfelen aan de juistheid van de beslissingen van Agamemnon en zou deze meerdere malen ontheven zijn van zijn positie als legerleider. Maar uiteindelijk komen zij elke keer terug op hun beslissing en wordt Agamemnon weer in zijn positie hersteld. Zo kabbelt de oorlog verder, en geheel volgens de voorspelling, sleept deze zich voort naar het tiende jaar van de oorlog.

Laatse jaar oorlog

De pest

In het tiende jaar van de oorlog komt de priester van Apollo, Chryses 1, met een grote afkoopsom het kamp inlopen. Deze houdt hij omhoog en smeekt Agamemnon om zijn dochter, Chryseis 1, terug te geven in ruil voor de afkoopsom. Gezien de grootte van de afkoopsom waren de overige aanvoerders wel bereid om de ruil te aanvaarden maar Agamemnon wil daar niets van weten. Hij scheept Chryses 1 met ruwe woorden af en waarschuwt hem om niet meer terug te komen.

De priester vertrok maar beklaagde zich bij Apollo en smeekte hem te helpen. Apollo verhoorde het gebed en begon het scheepskamp met pijlen te bestoken die een pestepidemie veroorzaakten. De Grieken werden massaal ziek en stierven met honderden tegelijk. Deze plaag duurde negen dagen waarna Achilles een raadsvergadering bijeen riep. Hier zei hij tegen de legerleider: ‘Agamemnon, deze oorlog wordt een terugtocht als dit zo doorgaat. Waarom is Apollo zo boos op ons. Braken wij een belofte en moeten wij hem met een offer eren zodat we verlost worden van deze zwarte dood?

Daarop springt Calchas uit de groep aanvoerders op en zegt: ‘Ik kan je het antwoord wel geven Achilles maar ben bang om het te vertellen. Want het antwoord zal Agamemnon woedend maken en ik ben geen partij voor hem.’ Daarop antwoordt Achilles: ‘Heb geen vrees beste Calchas, en vertel ons alles wat u weet en ik zal u, zo lang ik leef en bij zinnen ben met mijn leven beschermen.

Dit stelt Calchas gerust en zegt: ‘Het gaat niet om een gebroken belofte maar over Agamemnon die zijn priester zo grof behandelde en de losprijs weigerde. Daarom treft Apollo ons met zijn pijlen en zal hij dat blijven doen totdat wij het meisje teruggegeven hebben aan haar vader’. Na die woorden springt Agamemnon onmiddellijk woedend overeind en roept: ‘Ongeluksprofeet dat je bent, je hebt nooit iets goeds in mijn voordeel voorspeld. Nu maak je de mannen weer wijs dat Apollo hen uitroeit omdat ik die losprijs weigerde. En dat is niet zo verwonderlijk want ik hou meer van haar van mijn vrouw Clytaemnestra. Maar desondanks ben ik bereid om haar terug te geven maar dan wil ik wel onmiddellijk een ander. Ik hoef toch niet met lege handen achter te blijven.

Twist met Achilles

Daarop springt Achilles woedend op en schreeuwt: ‘En waar moeten wij voor uwe hoogheid een nieuwe prijs vandaan halen om uw onverzadigbare hebzucht mee te bevredigen? Hebben we een magazijn met buit die nog niet verdeeld is? Datgene wat we uit de steden plunderden is verdeeld, of moeten we soms aan de mannen vragen om hun buit weer terug te brengen? Nee, geef het meisje terug, zoals de god beveelt.

Hierop antwoord Agamemnon. ‘Hoe dapper je ook bent, Achilles, met je slimme woorden misleidt je mij niet. Denkt je nu echt dat ik haar zo maar laat gaan zonder een tegengeschenk. Nee, maar ik zal er verder geen woorden aan vuil maken als het leger mij schadeloos stelt met een ander meisje. Zo niet dan zoek ik er zelf een uit, en misschien neem ik die van jou wel. Wat de gevolgen daarvan zijn, omdat je kwaad bent, is mij van latere zorg. Laten we nu een schip van het strand trekken met offervee en het meisje Chryseis 1 aan boord. Eén van onze aanvoerders kan meegaan om het offer te brengen om daarmee de gunst van Apollo weer terug te winnen.

Achilles kijkt Agamemnon met een donkere blik aan en zegt: ‘Onbeschofte sluwe plannenmaker. Moet je altijd op je eigen voordeel uit zijn. Hoe kun je verwachten dat ook maar één van je mannen trouw blijft. Ik heb geen ruzie met Troje. Om jou, gewetenloze, en je broer Menelaus nemen wij deel aan deze oorlog. Je schijnt dat echter vergeten te zijn. En nu dreig je me mijn prijs, waarvoor ik zo hard gevochten heb te stelen. Ik vecht het hardst maar jij neemt het meest van de buit. Ik stop met vechten en ga naar huis terug. Ik blijf hier niet meedoen aan een oorlog voor een man die me beledigt terwijl ik schatten voor hem verzamel.

Ga gerust, als je gaan wilt,’ antwoordde Agamemnon. ‘voor mij hoef je niet te blijven. Er blijven meer dan genoeg mannen die wel respect voor mij hebben. Bovendien heb ik ook nog Zeus met zijn goddelijke raad. Buiten dat heb ik een verschrikkelijke hekel aan mannen die alleen maar leven van ruzie, strijd en geweld. Goed, je bent sterk, maar dat heb je van een god gekregen. Vertrek nu met je schepen en mannen dan kun je thuis de held spelen. Ik heb je hier niet nodig en je woede laat mij koud. Maar wees ervan verzekerd dat, zodra Chryseis 1 afvaart op het schip, ik je prijs, het meisje Briseis, uit je tent zal laten halen zodat je weet wie van ons tweeën de sterkste is.

Woedend wil Achilles Agamemnon met zijn zwaard aanvallen maar de godin Athena maant hem tot kalmte. Na een kort gesprek met de godin spreekt Achilles weer tot Agamemnon. ‘Dronken dwaas, hondengezicht met de moed van een hert. Nooit had je de moed om met de mannen ten strijde te trekken of met één van de andere leiders op strooptocht te gaan. Als de dood zo bang ben je. Je blijft liever in het kamp om de buit te stelen van mannen die je dwars zitten. Uitbuiter van een volk, dat zwak, al te zwak is. Anders zou je nu al berouw hebben van je woorden. Maar let op wat ik nu ga zeggen. Ik zweer, bij deze staf in mijn handen, dat de dag zal komen dat de Grieken mij als één man enorm zullen missen, en dan zal je, in wanhoop, niet bij machte zijn om hen te helpen. Bij honderden tegelijk zullen zij vallen onder de handen van de Trojaan Hector. Dan zal wroeging je hart verteren omdat je de beste van je mannen nu wegstuurt.

Na die woorden wierp Achilles de staf op de grond en ging zitten. Daarop sprong de oude en wijze Nestor op en zei: ‘Wat een ramp treft nu de Grieken, maar wat een geweldige overwinning voor de Trojanen, die ruzie tussen jullie. Als ze het konden horen wat er gezegd is dan zou heel Troje zo luid juichen dat wij het hier konden horen. Achilles en Agamemnon, luister naar mijn goede raad in het belang van ons allen. U Agamemnon, vergeet uw recht als leider en neem Achilles zijn prijs niet af. En u Achilles, vergeet uw twist met Agamemnon. Zijn gezag komt van Zeus zelf en dwingt tot eerbied. Met een godin als moeder bent u ongetwijfeld de sterkste maar Agamemnon is uw meerdere omdat hij het bevel over heel het leger voert. Doch Agamemnon, laat uw eis varen, zodat Achilles ons niet verlaat in de strijd.

Strijd om Briseis

Eerbiedwaardige grijsaard,’ antwoordde Agamemnon, ‘er valt niets af te dingen op wat u zegt. Deze man wil echter de leiding overnemen. Maar ik leg me daar niet bij neer. Bij de genade van de goden werpt hij met kracht zijn speer, maar daarmee gaven ze hem nog niet het recht om mij te beledigen.’ Daarop viel Achilles hem in de rede met de woorden ‘Een dwaas, een sukkel mogen ze me noemen als ik van plan was om alles maar goed te vinden wat je zegt. De anderen kun je bevelen maar niet mij. Met mijn geduld houdt ook mijn gehoorzaamheid op. Maar luister goed naar wat ik nu ga zeggen. Geen hand zal ik opheffen om dat meisje tegen jou te beschermen, want je hebt nu eenmaal besloten om wat je me schonk af te pakken. Maar wat ik daarnaast nog meer bezit, in mijn schip, daar zal je niets van nemen. Waag het toch en iedereen zal kunnen zien hoe je donkere bloed langs mijn speer druipt.

Na deze woordenstrijd verlaat Achilles de tent en gaat Agamemnon naar het strand waar hij bevel geeft het schip, dat het meisje naar haar vader moet brengen, in het water te trekken. Hij liet offers aan boord brengen en stelde Odysseus als gezagvoerder aan waarna het schip met het meisje Chryseis 1 vertrok. Vervolgens beval Agamemnon zijn mannen zich met zeewater te reinigen waarna ze op het strand een rijk offer van stieren brachten aan de goden. Na dit offer riep Agamemnon zijn herauten Talthybius en Eurybates 1 bij zich en zei: ‘Ga naar de tent van Achilles, neem het meisje Briseis van hem af, en breng haar hier. Als hij weigert haar op te geven dan kom ik met meer mannen en ziet het er nog slechter voor hem uit.’ Na deze woorden vertrokken de twee.

Droom van Agamemnon

Nadat de moeder van Achilles bij Zeus gesmeekt heeft om haar zoon te helpen stuurt de oppergod ’s nachts een bedrieglijke Droom naar Agamemnon. De Droom gaat naar de tent van Agamemnon waar hij hem in een diepe slaap aantreft. Deze neemt de gedaante van Nestor aan en fluisterde zacht in de oren van de koning: ‘Slaapt u, Agamemnon? Het past een leider die verantwoordelijk is voor duizenden mannen niet om de hele nacht te slapen. Luister goed naar me en let op. Weet dat ik van Zeus kom, die veel met u opheeft. Hij wil dat u onmiddellijk uw mannen onder de wapens oproept. De kans om Troje met zijn machtige muren en poorten in te nemen is nu gekomen. De goden zijn het eens geworden en met instemming van allen is het lot van Troje nu bezegeld. Onthoud wat ik u gezegd heb als u wakker wordt.’ Daarop verdween de Droom.

Toen Agamemnon wakker werd klonk de stem van de Droom nog na in zijn oren. Hij stond op van zijn bed, kleedde zich aan, en ging zijn tent uit om herauten te bevelen het leger bijeen te roepen. Tevens gaf hij bevel om de legerleiding op te roepen om naar zijn tent te komen voor overleg. Nadat alle leiders gearriveerd waren zegt Agamemnon: ‘Vrienden, in mijn slaap werd ik bezocht door een droom. Deze sprak mij aan met al mijn titels en vroeg of ik sliep.’ Vervolgens vertelt hij wat de Droom hem gezegd had. ‘Nu moeten we overleggen hoe we de stad willen overweldigen en de troepen gereed maken voor de veldslag. Ik weet echter niet of de soldaten, na de woordenwisseling van gisteren met Achilles, mij nog trouw zijn en wil hen op de proef stellen. Ik stel voor om het leger toe te spreken en aan te moedigen om naar huis te gaan. U allen moet echter tussen hen in gaan staan en hen aansporen om hier te blijven. Dan zullen we weten hoe het gesteld is met de moed en bloeddorst van onze mannen.

Nestor stond op en sprak vervolgens de vergadering toe. ‘Vrienden’ zo zei hij, ‘had iemand anders dan koning Agamemnon ons deze droom verteld dan zouden wij het een bedrieglijke droom genoemd hebben en zouden we zeker niet van plan geweest zijn om hem op te volgen. Maar nu onze legeraanvoerder die droom zelf heeft gehad stel ik voor om onmiddellijk al datgene te doen dat is voorgesteld en onze mannen klaar te maken voor de strijd.’ Iedereen was het hiermee eens en vertrok om de mannen te verzamelen. Nadat allen hun plaats op het verzamelterrein hadden ingenomen stond Agamemnon op met de door Hephaistus vervaardigde koningsstaf in zijn hand en sprak de mannen toe.

Agamemnon test het leger

Dappere vrienden en strijders,’ zo begon Agamemnon, ‘ik moet u helaas een droef bericht vertellen. De oppergod Zeus, die mij eens plechtig verzekerde dat wij pas weer naar huis zouden zeilen als Troje gevallen was, is van gedachten veranderd. In zijn wijsheid heeft hij mij bevolen om van hier te vertrekken en terug te keren naar Argos. Wat een schande voor ons, en wat moeten onze kinderen hier wel niet van denken, dat zo’n schitterende legermacht nutteloos ingezet werd tegen een zwakkere tegenstander. Zwakker vraagt u zich af, jazeker, want kwam het tot een wapenstilstand tussen ons en hielden we een telling dan zouden wij veruit in de meerderheid zijn ten opzichte van de Trojanen. Helaas hebben ze vele bondgenoten die hen helpen en die ons al negen jaar lang belemmeren om de stad in te nemen. Onze schepen rotten op het strand, onze vrouwen en kinderen zitten thuis op ons te wachten. Dus luister naar mijn raad en ga naar de schepen. Trek ze in het water en zeil terug naar huis want Troje zullen wij, zonder de instemming van Zeus, nooit veroveren.

Even was het stil onder de soldaten. Toen barstte er een geweldig tumult los en begonnen zij, onder het slaken van bulderende kreten naar de schepen te rennen. Men begon onmiddellijk vaargeulen uit te diepen op het strand en de stutten onder de schepen weg te slaan. Volgens plan begonnen de raadgevers van de koning, onder leiding van Agamemnon, op de mannen in te praten en te vertellen dat ze geen gevolg moesten geven aan de oproep van de koning maar dat dit slechts zijn manier was om zijn manschappen op de proef te stellen. Ze zouden door Agamemnon zwaar gestraft worden als ze door gingen met de schepen te water te laten. Uiteindelijk luisteren de soldaten en keren terug naar de verzamelplaats waar het weer stil en rustig wordt.

Odysseus snoert Thersites de mond

In die stilte begint Thersites, die graag naar huis, wil tegen Agamemnon te spreken. ‘Heer,’ schreeuwt hij hem toe, ‘wat zit u nog dwars en wat wilt u nog meer? Uw tenten zijn vol brons en mooie vrouwen. Komt u misschien goud te kort Omdat wij u altijd de eerste keus geven als wij een stad geplunderd hebben hebt u toch nergens gebrek aan. Wat jullie betreft, vrienden, vrouwen zijn jullie, want mannen kan ik jullie niet noemen. Laten we naar huis gaan, dan kan Agamemnon hier blijven, zich verheugend met zijn schatten, en tot inzicht komen dat hij zonder mannen niets waard is. Hij heeft Achilles beledigd, die heel wat meer waard is dan hijzelf. Maar hij? Hij ging er vandoor met zijn meisje en hield haar voor zichzelf.

Als Thersites is uitgesproken staat Odysseus op en snoert hem de mond met enkele gevatte opmerkingen die de manschappen wel bevallen. Vervolgens richt hij zich tot Agamemnon. ‘Heer, de Grieken beledigen u nu zoals nog nooit iemand is beledigd. Ze vergeten echter de belofte die ze deden toen zij u volgden vanuit Argos. Naar huis terug keren zouden ze pas als Troje was gevallen. Nu jammeren ze als oude wijven om terug te mogen keren. Echt kwalijk kunnen we ze dat niet nemen want negen lange jaren zijn we hier al vol van heimwee, ellende en strijd. Maar het zou toch wel een schande zijn als we na al die jaren met lege handen naar huis terug keren. Vrienden, hou het nog even langer vol en denk aan de voorspelling die Calchas deed toen wij in de haven van Aulis waren, vlak voor het vertrek naar Troje, en de Draak 1 acht jonge mussen en haar moeder opat. In het tiende jaar zou de stad pas vallen volgens Calchas en thans voltrekt zich zijn voorspelling. Luister dus en blijf hier totdat we Troje hebben veroverd.

Nestor maant Agamemnon

Na Odysseus staat de oude Nestor op en spreekt tot Agamemnon en zijn mannen. ‘Als domme jongens die niets van de oorlog begrijpen gedragen wij ons. Wat is er overgebleven van onze heilige eden en verdragen. Met woorden strijden wij nu terwijl wij dat met het zwaard moeten doen en Troje innemen. Blijf bij uw besluit, Agamemnon. Ga als leider voor in de strijd en laat die paar lafaards die weg willen maar naar huis gaan. Ik ben er van overtuigd dat Zeus ons destijds een gunstige uitslag beloofde en dat Troje gaat vallen. Laat dus niemand naar huis gaan voordat we met de Trojanen afgerekend hebben. Degen die dat wel doen zullen door Zeus met een bliksemschicht geraakt worden en hier dood achterblijven. Dus Agamemnon, stel een goed aanvalsplan op en luister naar goede raad. Hierbij geef ik die van mij. Verdeel uw mannen naar eigen stad en stam en laat hen leiden door hun eigen leiders zodat ze elkaar bijstaan in de strijd. In afzonderlijke groepen zullen wij zo de Trojanen aanvallen. Aldus kunt u gelijk zien of de mannen lafaards zijn of dat de goden tussen ons en Troje in staan.

Hierop antwoordde Agamemnon: ‘Waren er maar tien van die mannen zoals u in mijn raad dan zou Troje al gevallen zijn. Uw plan is goed, dus laten we ons voorbereiden op de strijd. Laten we nu allen een goede maaltijd gebruiken, de paarden voeren, en de wapens scherp maken. Maak ook de strijdwagens gereed voor een felle aanval die een volle dag zal gaan duren zonder pauze of rust. Aan het einde van die dag zullen allen moe en de paarden bezweet zijn. En mochten er lafaards achterblijven bij de schepen dan zullen deze aan de honden en haviken gevoederd worden.’ Met luid gejuich werden de woorden van Agamemnon door de soldaten begroet en ging iedereen zich voorbereiden op de komende veldslag.

Offer voor de strijd

Om de goden gunstig te stemmen bereidde Agamemnon een rijk offer voor. Hij liet een vijfjarige, vetgemeste, os slachten en nodigde de leiders der Grieken uit om aan het offer deel te nemen. Allen namen de gerstekorrels in de hand terwijl Agamemnon het gebed uitsprak. ‘Roemvolle en machtige Zeus, geef dat de zon niet onder zal gaan voordat ik het paleis van Priamus heb verwoest en er niets meer overeind staat dan zwartgeblakerd puin. De poorten in vlammen zijn opgegaan en ik met mijn speer de borst van Hector heb doorboord.Zeus hoorde zijn gebed en nam zijn offer aan maar in ruil daarvoor zou hij hem alleen dubbele lasten en verdriet schenken.

Nadat het offer was gebracht aten ze allen met een enorme eetlust. Na de maaltijd gaf Agamemnon bevel aan de herauten om op hun trompetten te blazen en het leger te verzamelen. De aanvoerders stelden hun manschappen in slagorde op en in het midden van allen stond Agamemnon als een rots in de branding. Zo trok het leger op naar Troje waar intussen ook Hector zijn leger had opgesteld en de Grieken naderde.

Tweestrijd Paris en Menelaus

Op het moment dat de legers elkaar willen aanvallen zien Paris en Menelaus elkaar. Zij besluiten om, in plaats van de legers te laten strijden, elkaar in een tweekamp te bevechten. Als Menelaus wint krijgt hij zijn vrouw Helena terug en als Paris wint zullen de Grieken Troje niet meer bestrijden. Om dit tweegevecht te laten plaatsvinden wordt een bestand afgesproken, gaan beide legers gaan op de vlakte zitten, en leggen de wapens neer. Agamemnon moet zijn boogschutters, die Hector constant met hun pijlen beschieten, tot rust manen.

Strijd voor Troje

Om het bestand te bekrachtigen spreken Agamemnon en Hector af dat zij dit zullen doen met een offer aan Zeus en een plechtige eedaflegging. Agamemnon stuurt vervolgens zijn heraut Talthybius naar de schepen om een paar lammeren te gaan halen. Als hij terugkeert en de dieren op de offerplaats bijeen heeft gedreven staan Agamemnon en Odysseus op, mengen wijn in de wijnvaten, en gieten water over de handen van de leiders. Daarop trekt Agamemnon zijn mes en snijdt wat van de wol van de kop van een lam af. De herauten verdelen dat onder de leiders van zowel de Grieken als de Trojanen.

Daarna heft Agamemnon zijn handen ten hemel en bad hoorbaar voor allen: ‘O, almachtige Zeus, die heerst vanaf de Ida, en u Helius, die alles ziet vanaf uw hoge plek aan de hemel, en u Hades, die de zielen van de doden laat boeten voor geschonden eden. Ik roep u allen op als getuige van onze eed en het houden daarvan. Als Paris wint en Menelaus doodt dan mag hij Helena houden en gaan wij met onze schepen naar huis. Maar doodt Menelaus Paris dan zullen de Trojanen Helena uitleveren met al haar bezittingen en de Grieken ruimschoots schadeloos stellen. En als Paris mocht sterven maar Priamus weigert te betalen dan zal ik hier blijven en vechten tot de oorlog is beëindigd.

Met zijn mes snijdt Agamemnon de keel van de lammeren open en laat hen snakkend naar lucht neervallen op de grond. Daarop worden de bekers gevuld met wijn uit het mengvat die zij sprenkelden op de grond en sprak men het oeroude gebed tot de goden uit. ‘Almachtige Zeus, en u andere onsterfelijke goden, dat de hersenen van hen die het bestand verbreken net zo op de grond mogen spatten als deze druppels wijn. En niet alleen van hen maar ook van hun kinderen en dat vreemden hun vrouwen zullen nemen.Zeus hoorde het gebed maar was niet van plan om de hoop op vrede al zo snel in te vullen.

Daarop betreden Paris en Menelaus het afgezette strijdperk en binden de strijd met elkaar aan. Paris is duidelijk de mindere en wordt bijna gedood door Menelaus. De godin Aphrodite grijpt echter in en laat Paris van het strijdperk verdwijnen in een wolk mist. Als Agamemnon dit ziet stapt hij naar voren en roept de Trojanen toe: ‘Trojanen, Dardaniërs en hun bondgenoten, luister naar mij. Het is duidelijk dat Menelaus heeft gewonnen. Stuur nu Helena met haar schatten en stel ons schadeloos zoals we hebben afgesproken.

Menelaus gewond

Onder invloed van de godin Athena, die de Trojanen wil vermorzelen, schiet de Trojaan Pandarus 1 een pijl naar Menelaus welke bij hem een ondiepe wond in zijn buik maakt. Onmiddellijk begint zijn bloed te stromen. Agamemnon huivert als hij het bloed ziet en grijpt zijn broer bij de hand terwijl hij verschrikt zegt: ‘Mijn geliefde broer, was het uw dood die ik bezwoer toen ik dat bestand sloot en u erop uit stuurde om voor ons allen tegen Troje te strijden? Maar een bestand, door ons eigenhandig bezegeld en gewijd wordt, niet zo eenvoudig teniet gedaan. Zeus mag misschien de straf uitstellen maar uiteindelijk neemt hij wraak en de straffen zijn zwaar. De dag zal komen dat Troje vernietigd wordt. Maar mocht u nu sterven, mijn broer, wat zal ik dan rouwen om u. En hoe schandelijk zal dan mijn terugkeer zijn naar Argos.

Menelaus stelt zijn broer gerust en vertelt hem dat de pijl slechts een lichte vleeswond heeft gemaakt die hem heus het leven niet zal kosten. Agamemnon is echter bezorgd over zijn broer en vraagt hem om de wond desondanks toch te laten onderzoeken door een arts en te laten behandelen met een pijnstillende balsem. Hij geeft zijn schildknaap Talthybius opdracht om de arts Machaon te gaan halen om zijn broer te helpen.

Agamemnon inspecteert het leger

Intussen trekken de Trojanen op om weer met het gevecht te beginnen en verbreken zo het bestand. Dan toont Agamemnon wat hij werkelijk waard is, en was er geen sprake meer van vrees, loomheid of aarzeling om tot de strijd over te gaan. Alleen driftige vechtlust en een vurig verlangen naar de overwinning was er in zijn hoofd. Hij liet zijn strijdwagen achter bij Eurymedon 1 en liep de mannen langs om hen aan te moedigen. Toen hij aangekomen was bij een groepje Grieken zag Agamemnon dat ze druk bezig waren om zich voor te bereiden op de strijd. ‘Dat is de ware strijdlust, blijf die koesteren.’ zei Agamemnon. ‘Eedbrekers kunnen niet op hulp van Zeus rekenen en zullen hun zachte vlees moeten offeren aan de aasetende Gieren als wij vandaag hun stad plunderen, terwijl wij hun vrouwen en kinderen meenemen naar onze schepen.

Trof Agamemnon echter mannen aan die terugdeinsden voor de strijd dan konden zij rekenen op woedende woorden en snerende verwijten. ‘Schutters van naam, maar in werkelijkheid een stel oude wijven.’ riep hij dan. ‘Hebben jullie geen schaamtegevoel en waarom staan jullie daar, verbijsterd als herten. Jullie zien er uit alsof je een bange droom hebt in plaats van naar de wapens te grijpen. Wachten jullie soms op de Trojanen totdat zij onze schepen op het strand bedreigen en Zeus dan zijn hand zal opheffen om ons te beschermen.

Zo deed Agamemnon zijn ronde langs het leger en sprak hun moed toe over de aankomende strijd. Toen hij bij de strijdgroep uit Kreta kwam sprong zijn hart op van blijdschap. Aangevoerd door Idomeneus 1, zelf zo dapper en sterk als een everzwijn, stonden zij te popelen om op de Trojanen los te gaan. Agamemnon sprak Idomeneus 1 vol lof toe: ‘Van al mijn Grieken is er geen een op wie ik meer reken dan op u, niet alleen op het slagveld maar ook daarbuiten. Trek nu ten strijde en vermorzel die Trojanen.’ ‘Op mij kunt u rekenen,’ antwoordde Idomeneus 1 hem, ‘en op de plechtige eed die ik u bezwoer toen deze oorlog begon. Roep de rest van de Grieken op tot de strijd om die bestandschenders te doden.

Zeer in zijn schik met dit antwoord ging Agamemnon verder en kwam terecht bij de legergroepen van de twee Ajaxen. Die twee waren zich druk aan het bewapenen en achter hen maakten zich het voetvolk eveneens gereed voor de strijd. Tegen hen sprak Agamemnon: ‘Voor u beiden heb ik geen bevelen of aanmoedigingen. De manier waarop u uw mannen aanvoert is aanmoediging genoeg zodat zij tot het uiterste zullen vechten. Ik zou willen dat deze moraal al mijn soldaten bezaten. Dan zou het snel afgelopen zijn met Priamus en zijn stad, en zou deze spoedig met de grond gelijk gemaakt zijn.

Na deze woorden kwam hij bij Nestor, die bezig was om zijn mannen op te stellen rond hun leiders en hen aanmoedigend tot de strijd. Nestor stelde zijn wagenmenners op in het voorste gelid met daarachter een dichte groep goed getrainde soldaten. Tussen hen in zette hij de minder betrouwbare mannen zodat ook zij genoodzaakt waren om te vechten. Agamemnon voelde zich warm worden van binnen toen hij hem zo bezig zag en zei: ‘Eerbiedwaardige oude grijsaard, hoe blij zou ik zijn als uw lichaamskracht net zo groot was als uw geestkracht. Maar de jaren tellen zwaar, kon u die maar afwentelen en weer een jongeman worden.Nestor antwoordde hem: ‘Agamemnon, ook ik zou graag de man weer zijn die ik vroeger was, maar de goden schenken ons nu eenmaal niet al hun gunsten tegelijk. Toch zal ik meerijden met mijn wagenstrijders en hen aanvoeren. Van mij krijgen zij hun bevelen en plannen voor de strijd.

Tevreden met wat hij zag ging Agamemnon verder met zijn rondgang en kwam bij Menestheus 1 en Odysseus. Zij stonden nog werkeloos toe te kijken want de oproep tot de strijd had hen nog niet bereikt. Zij stonden en wachtten, totdat de andere troepen op zouden rukken om de strijd met de Trojanen te beginnen. Toen hij dit zag barste Agamemnon in woede uit en zei: ‘U daar, Menestheus 1, en u Odysseus, meester in het maken van plannen tot uw eigen voordeel. Waarom houdt u zich zo achteraf en laat anderen de spits afbijten? Vooraan moet u zijn om de eerste stoot op te vangen. Als ik een feestmaal geef voor mijn leiders bent u anders ook haantje de voorste en bent u gretig genoeg om uw deel te nemen van het vlees en de wijn! Nu staat u daar maar te kijken terwijl tien legerkorpsen toesnellen op de vijand en u steekt geen hand uit!

Woedend keek Odysseus hem aan. ‘Hoe kunt u die woorden in de mond nemen, Agamemnon.’ zei hij, ‘Durft u te beweren dat wij in een gevecht ooit achteraan bleven. Zodra de Grieken slaags raken met de voorste gelederen van de Trojanen zult u mij in de voorhoede zien strijden. Maar tot het zover is zijn uw woorden onzin!’ Agamemnon die de ergernis op het gezicht van Odysseus zag glimlachte en zei verontschuldigend: ‘Odysseus, u moet geen berisping of vermaan in mijn woorden zoeken, ik zal u zelfs niet verder aansporen. Ik weet wel dat u mij in uw hart goedgezind bent. We zijn het eens en spreken er maar niet meer over. Mocht ik u daarnet beledigd hebben laat dan de goden mijn woorden uitwissen en dan maken wij het na de strijd wel weer goed met elkaar.

Daarop vervolgde Agamemnon zijn ronde en kwam bij de grootmoedige Diomedes 1 aan. Deze stond in zijn stevige strijdwagen met de paarden ervoor te wachten. Agamemnon keek naar Diomedes 1 en riep hem tot de orde. ‘Wat moet dat betekenen Diomedes 1? Je vader, Tydeus, wachtte nooit af maar wierp zich altijd als eerste in de strijd, zijn vrienden ver vooruit en blakend van strijdlust!Diomedes 1 wierp hem een bitterzoete blik toe en zei: ‘Zwijg, kerel, en spreek niet voor je beurt. Ik neem het je niet kwalijk dat je, als opperbevelhebber, de troepen aanspoort tot de strijd. Verslaan de Grieken de Trojanen en nemen Troje in dan is de eer aan jou, maar worden ze verslagen dan treft jou de smaad. Kom het is onze tijd om ons klaar te maken voor de strijd die ophanden is.

Opnieuw strijd

Zo trokken alle Grieken op naar de Trojanen en er barste een geweldige strijd los. Aan het eind van de ochtend hebben de Grieken de overhand en drijven de Trojanen terug in de richting van hun stad. Als de Trojaanse wagenstrijder Odius 1 als eerste zijn wagen keert drijft Agamemnon hem een speer in de rug zodat Odius 1 uit zijn wagen valt en rinkelend in zijn harnas ter aarde stort.

Als de Trojanen, onder aanmoediging van Hector, een tegenaanval inzetten gaat Agamemnon zijn troepen wederom langs en moedigt hen aan. ‘Laat zien dat u mannen bent.’ zegt hij. ‘Toon uw dapperheid en verlies elkaar in het heetst van de strijd niet uit het oog. Waar mannen elkaar zien worden er meer gered dan gedood. Hij die echter vlucht ontvangt geen redding noch roem.’ En terwijl hij sprak gooide hij zijn speer en raakte de Trojaan Deicoon 1, een zoon van Priamus, die in de voorste gelederen streed. De speer raakte zijn schild en ging er dwars doorheen. Door zijn gordel drong de speer in de buik van Deicoon 1 die daarop dood ter aarde stortte.

Later op de dag neemt Menelaus een Trojaan, Adrastus 3, levend gevangen. Deze probeert te voorkomen dat Menelaus hem doodt en biedt een rijke afkoopsom als hij zijn leven spaart. Menelaus is net van plan om in te stemmen, maar dan komt Agamemnon naar zijn broer toe. Hij had alles gezien en gehoord, en zegt: ‘Maar m’n beste broer, waarom zo schuchter om hem het leven te benemen? Behandelden die van Troje je ook zo voorkomend, toen ze hun intrek namen in je huis? Nee, geen één van hen moeten we in leven laten, zelfs de kinderen niet in de schoot van hun moeder! Heel dat volk moet uitgeroeid worden, zodat niemand meer aan hen denkt of een traan laat!’ De juistheid van die woorden deed Menelaus van gedachten veranderen en duwde Adrastus 3 van zich af met zijn hand. Daarop stak Agamemnon een speer in zijn de zij van Adrastus 3. Toen Adrastus 3 in elkaar zakte zette Agamemnon vervolgens kalm een voet op zijn borst, en trok de essenhouten speer uit de wond.

Strijd tussen Ajax en Hector

Aan het eind van die dag daagt de strijdlustige Hector, op aanraden van Apollo en Athena die een pauze in het gevecht willen, de Grieken uit om een tweegevecht te houden. Agamemnon stemt in met dit voorstel en beiden grijpen hun speer in het midden vast, dwingen de soldaten terug, en bevelen hen te op de grond te gaan zitten, zodat er een open ruimte overbleef tussen de legers. Staande tussen beide legers nam Hector het woord. ‘Trojanen en Grieken, luister naar mijn voorstel. Zeus gunde ons geen langdurig bestand. Kennelijk is hij van plan om ons te laten zwoegen en lijden voordat u Grieken onze stad verovert of dat wij Trojanen uw scheepskamp verwoesten. U hebt in uw leger de moedigste mannen van heel Griekenland. Is één daarvan bereid om tegen mij in het strijdperk te treden voor een gevecht op leven en dood? De winnaar mag degene die sneuvelt van zijn wapenuitrusting ontdoen maar moet het lichaam teruggeven aan zijn vrienden zodat het op een fatsoenlijke manier verbrandt kan worden.’ Als de Grieken langdurig zwijgen over dit voorstel staat Menelaus op en meldt zich aan als tegenstander van Hector hoewel hij weet dat hij voor die geweldenaar geen partij is.

Agamemnon, die zich dit ook realiseert, pakt zijn broer bij zijn rechterhand en zegt: ‘Menelaus, dwaas die je bent, er is niemand die je dwingt tot deze dwaasheid. Trek je terug, hoe beschamend ook. Zoek door die eerzucht van jou niet een man uit die veel sterker is dan jij. Je zou de eerste niet zijn die terugschrikt voor Hector. Zelfs Achilles twijfelde om hem op het veld van eer te ontmoeten, en die is veel sterker dan jij. Ga dus weer zitten tussen je mannen, want de Grieken zullen wel een ander vinden om tegen die man daar te strijden. Hector mag dan zonder angst en vol strijdlust zijn, ik weet zeker dat hij blij zal zijn als hij dit gevecht overleeft waar hij om gevraagd heeft.

Menelaus zwicht voor de wijze raad van zijn broer en gaat weer zitten. Vervolgens springt Nestor op en begint de Grieken uit te schelden voor lafaards nu zij zo in hun schulp kruipen en niet tegen Hector willen strijden. Er volgt nog een heel betoog en uiteindelijk springen er negen man op die het gevecht willen aangaan, waaronder koning Agamemnon. Nestor maakt daarop negen lootjes en gooit deze in de helm van Agamemnon. Nestor schudt de helm en het lot van de grote Ajax 1 valt er uit. Deze kampioen is blij met zijn verkiezing en maakt zich gereed voor de strijd. Er volgt een geweldige tweekamp tussen die twee machtige strijders die elkaar met speer, zwaard en stenen bevechten. De een is echter niet in staat om de ander te verslaan en gelukkig grijpen twee verstandige herauten in. Talthybius namens de Grieken en Idaeus 1 namens de Trojanen. Daar de avond begint te vallen stellen zij voor om die dag de strijd te staken en de volgende dag verder te gaan. Beide leiders van de legers stemmen in met dit voorstel.

Het voorstel van Paris

Toen zij de koninklijke tenten bereikten offerde Agamemnon namens iedereen aan Zeus een vijfjarige stier die ze slachtten en uitbeenden waarna ze het vlees verdeelden in kleine stukjes. Nadat deze maaltijd was klaargemaakt aten zij met veel smaak en eerde Agamemnon Ajax 1 door hem het hele ribstuk van het offerdier te geven. Toen zij gegeten hadden stond Nestor op en sprak tot de koning, ‘Agamemnon, mijn heer, wij leden vandaag zware verliezen. Dus stel ik voor, dat u bij het krieken van de dag een bestand afkondigt. Laat ons dan samen aan het werk gaan om onze doden te verzamelen en deze hier brengen op wagens, getrokken door ossen en muildieren, en hen dan verbranden.’ Aldus Nestor’s plan, waar iedereen het mee eens was.

Als de Griekse leiders de volgende ochtend voor overleg weer bijeen zijn komt de Trojaanse heraut Idaeus 1 hun kring binnen. ‘Mijn heer Agamemnon, en u, overige leiders der Grieken,’ zo begon Idaeus 1, ‘namens koning Priamus en de andere Trojaanse leiders kom ik u een voorstel doen. Paris, die de oorzaak is van deze oorlog, wil alle schatten en bezittingen die hij meenam, toen hij Helena schaakte, aan u teruggeven met het nodige van zichzelf erbij. Helena wil hij echter niet opgeven hoewel de heren van Troje hem daartoe wel geprobeerd hebben over te halen. Voorts verzoeken zij om de vijandelijkheden te staken terwijl wij onze doden verbranden. Daarna kunnen wij de strijd voortzetten totdat de goden over ons beslist hebben.

In volmaakte stilte ontvingen de leiders der Grieken dit voorstel, totdat Diomedes 1 opspringt en zegt: ‘Laat niemand ook maar even denken om dit voorstel van Paris te aanvaarden, al was het Helena zelf. Zelfs de grootste dwaas kan zien dat het lot der Trojanen bezegeld is.’ Als één man juichten de leiders van de Grieken Diomedes 1 toe. Vervolgens nam Agamemnon het woord en sprak tot de bode der Trojanen: ‘Idaeus 1, u hebt het gehoord, hoe wij Grieken erover denken. Hun antwoord hebt u, en ik stem ermee in. Wat het verbranden der doden betreft, dat is wat anders. Daartegen wil ik me niet verzetten. Laat de wapens zolang rusten en dat Zeus van dit bestand getuige mag zijn.’ Al sprekend hief hij zijn staf op, zodat alle goden dit teken zouden zien, waarna Idaeus 1 terugkeerde naar Troje.

Vervolgens gaan de Grieken in opdracht van Agamemnon aan het werk. Zij verzamelen hun doden en maken grote brandstapels waarop ze de lichamen verbranden. Tevens geeft Agamemnon opdracht om een schutwal om het scheepskamp te bouwen met daaromheen een diepe gracht waarin scherpe staken worden opgesteld. Zeus is het met het verloop van de oorlog niet eens en besluit persoonlijk in te grijpen. Hij verzint een nieuw plan en verbiedt de overige goden om zowel de Grieken als de Trojanen nog langer te helpen. In de tussentijd laat hij de donder over de vlakte voor Troje rommelen. Als de Grieken dagen later klaar zijn met het verbranden van hun doden en het bouwen van hun muur houden zij een groots feestmaal.

Trojanen voor de wal

De volgende dag begint de strijd opnieuw, die heen en weer golft. Tegen de middag heft Zeus zijn weegschaal die in het nadeel van de Grieken uitslaat. Onmiddellijk laat Zeus een bliksem neerkomen tussen de Grieken die van schrik verstijven. Ze hebben de moed niet meer om langer stand te houden en slaan op de vlucht naar hun scheepskamp. Onder aanvoering van Hector, die door Zeus onoverwinnelijk is gemaakt, achtervolgen de Trojanen de Grieken en vallen de muur om het kamp aan.

Als de meeste Grieken in het kamp zijn, en de poorten gesloten, klimt Agamemnon, ingegeven door een gedachte die gezonden is door de godin Hera, op het schip van Odysseus en spreekt het leger toe. ‘Het is een schande, Grieken, hoe we ons als oude wijven gedragen en op de vlucht laten jagen. Wat is er geworden van jullie snoeverij toen wij aan het begin van de veldtocht op Lemnos waren. Jullie pochten dat in een gevecht van één tegen tweehonderd wij het nog van de Trojanen zouden winnen. En vandaag blijken we met ons allen niet opgewassen tegen die ene Hector. En hij zal niet schromen om onze schepen in vlammen te doen opgaan. O, Zeus, werd een koning ooit meer misleid en bedrogen, zo berooid van zijn glorie. Toch verzuimde ik, op mijn weg hier naar toe, nooit om een offer te brengen in een van uw tempels. Op al die altaren verbrandde ik het vet en de schenkels van stieren in mijn verlangen om Troje te veroveren. O Zeus, verhoor tenminste dit gebed. Laat de Trojanen ons niet overweldigen en laat ons het leven behouden.

Zeus werd geroerd door het gebed van Agamemnon. In gedachten beloofde hij het Griekse leger te redden en zond een Arend uit met een ree in zijn klauwen. De vogel liet het dier voor het altaar van Zeus vallen waar de Grieken normaal aan Zeus offerden. Toen zij dit teken van Zeus zagen vatten ze weer moed en vielen de Trojanen met nieuwe strijdlust aan en, onder aanvoering van Diomedes 1, gaan Agamemnon en vele andere Grieken weer op de Trojanen af.

Vooral Teucer 1 maakt direct veel slachtoffers onder de Trojanen met zijn boog. Als deze negen Trojanen heeft gedood gaat Agamemnon op hem toe en zegt: ‘Teucer 1, held van mijn hart, blijf schieten, zoals u nu doet, en u zult de Grieken nog redden en roem brengen aan uw vader, Telamon. Als Zeus en Athena mij ooit toestaan om Troje te plunderen dan zal ik u, na mijzelf, de eerste keus gunnen. Hetzij een drievoet van goud of een paar prachtige volbloeden of een mooie vrouw om uw bed mee te delen.’ Hoewel ze moedig strijden belegeren de Trojanen aan het eind van de dag de Grieken in hun scheepskamp maar valt de nacht in waardoor de strijd gestaakt moet worden.

Agamemnon wanhopig

Die nacht is Agamemnon de wanhoop nabij en roept zijn legerleiders bijeen voor overleg. Als zij verzamelt zijn staat Agamemnon op om hen toe te spreken. Daarbij kreunt hij erbarmelijk en lopen de tranen hem over de wangen. ‘Vrienden,’ zo zegt hij, ‘leiders en raadgevers der Grieken. Zeus bracht mij een verpletterende slag toe. Die wrede god die mij eerst beloofde dat ik de muren van Troje omver zou werpen, is weer eens van mening veranderd en dwingt mij nu, tot mijn bittere teleurstelling, om met schande overladen en met verlies van de helft van mijn leger naar Argos terug te keren. Het is duidelijk dat Zeus dit in zijn almacht heeft besloten. Laat dus iedereen mijn bevelen opvolgen. We bemannen onze schepen en gaan naar huis. Troje met zijn brede straten zal ons nooit in handen vallen.

De tirade van Agamemnon wordt door de legerleiders in doodse stilte ontvangen. Geruime tijd zitten ze daar, zwijgend, terneergeslagen, totdat Diomedes 1 overeind springt. ‘Agamemnon, mijn heer,’ zo begon hij, ‘het is in de eerste plaats u en uw vervloekte domheid waar ik mij hier in de raad, zoals mijn recht is, tegen verzet. Waar gelijken vergaderen mag men vrijuit zijn mening verkondigen, dat weet u en u mag er geen aanstoot aan nemen. U deed onlangs nog hetzelfde door mij, voor het hele leger, een melkmuil en een lafaard te noemen. Niemand van de Grieken, jong of oud, die het niet hoorde. Maar volgens mij heeft Zeus in zijn wijsheid u bepaalde zaken vergeten te geven. Hij schonk u de staf van de koning en het recht op de eerbied die erbij hoort. Moed schonk hij u echter niet. En wat is macht zonder moed? Denkt u nu echt dat de Grieken zo laf zijn als uw woorden aangeven. Als u er vandoor wilt gaan, bij alle goden, ga dan! De weg is vrij, uw schepen waarmee u van Mycene kwam liggen klaar. Maar de rest van de Grieken blijft hier totdat wij Troje hebben overwonnen. Maar nee, laten ook zij maar gaan. Sthenelus 1 en ik zullen vechten totdat wij ons doel bereikt hebben. Op bevel van Zeus zijn wij immers hier!

De Griekse leiders waren allen verheugd over de woorden van Diomedes 1 en juichten hem luid toe. Daarop stond de oude Nestor op en ook hij rekende op zijn recht om vrijuit te spreken in de raad. Hij noemt Agamemnon vervolgens een vijand van zijn land, van zijn volk en van zijn huis. Nadat hij deze woorden heeft gesproken roept Nestor Agamemnon op om een goede maaltijd voor zijn legerleiders te bereiden om de situatie opnieuw te bespreken en te luisteren naar het advies van de wijste raadgever die de Grieken hebben. Aldus wordt besloten.

Verzoeningspoging met Achilles

Enige tijd later, als allen hun honger hebben gestild en hun dorst gelest, neemt Nestor het woord en richt zich opnieuw tot Agamemnon. ‘Geachte vorst,’ zo begint hij, ‘u bent koning van een machtig en groot volk en in die functie benoemd door Zeus. U staat daardoor boven alle anderen en behoort raad te geven en naar goede raad te luisteren. En goede raad zal ik u nu geven om uit deze situatie met de Trojanen te geraken. Het is allemaal begonnen met die verderfelijke twist tussen u en Achilles over het meisje Briseis. Wij allen waren ertegen maar u met uw ontembare humeur dreef uw zin door en beledigde onze beste strijder, Achilles. Dit is daarom mijn plan. Laten wij, vanavond nog, alle noodzakelijk stappen ondernemen om ons met Achilles te verzoenen met prachtige geschenken en onze nederige verontschuldigingen.

Eerbiedwaardige oude grijsaard,’ antwoordde Agamemnon. ‘U allen hebt volkomen gelijk in uw oordeel dat ik tekort ben geschoten en me heb laten meeslepen in een jammerlijke bevlieging en daardoor de dwaasheid beging om Achilles te beledigen. Ik ben echter bereid om mijn fout publiekelijk toe te geven en aan Achilles een grote schadeloosstelling te geven. In aanwezigheid van u allen wil ik de schitterende geschenken opnoemen die ik hem zal geven als Achilles bereid is om onze twist te vergeten en weer terug te keren in de strijd. Zeven ongebruikte drievoeten voor boven het vuur zal ik hem geven, met daarbij nog tien talenten goud, twintig ketels van het mooiste koper en twaalf van de beste renpaarden die in een wedstrijd hun prijs meer dan waard zijn. Alleen al met de prijzen die ik won met deze paarden zou een man niet slecht af zijn.

Bovendien wil ik hem zeven vrouwen geven die zeer kundig zijn in het weven en die ik koos als mijn prijs uit de buit toen Achilles de stad Lesbos veroverde. Uiteraard zal ik hem ook Briseis teruggeven en daarbij onder ede verklaren dat ik het bed niet met haar gedeeld heb of met haar sliep zoals man en vrouw normaal doen. Al deze gaven zal ik hem onmiddellijk doen toekomen. Later, als wij Troje hebben veroverd, kan hij de buit met ons delen en zijn schip vol laden met goud en brons zoveel als zijn hart begeert. Tevens mag hij dan twintig knappe Trojaanse vrouwen voor zichzelf uitzoeken. En zijn wij eenmaal in Argos teruggekeerd dan kan hij mijn schoonzoon worden en trouwen met één van mijn dochters. En in plaats dat hij mij een bruidsschat moet betalen zal ik hem een bruidsgift geven groter dan enige vader aan zijn dochter als bruidsschat meegaf.

Maar zelfs daarbij zal ik het niet laten. Ik zal hem heerser maken over de zeven steden Cardamyle, Enope, Hyre, Pherae, Antheia, Aepeia en Pedassus. Dicht bij zee liggen deze plaatsen en de bewoners zullen hem huldigen met een overvloed aan gaven als was hij één van de goden zelf. Daarnaast zullen deze bewoners hem ook nog een rijke schatting betalen als hun rechtmatige heerser. Dit alles zal ik hem geven als hij zwicht en onze twist wil vergeten en zijn wil laat buigen voor die van mij. Ik ben tenslotte een machtiger vorst dan hij en ook nog ouder in jaren.’ Zo sprak Agamemnon tot de verzamelde legerleiders.

De aanvoerders zijn zeer verheugd over het gulle voorstel van Agamemnon en besluiten afgezanten naar Achilles te sturen om hem het goede nieuws mede te delen. Men is het snel eens dat dit maar een paar mannen moeten zijn en Phoenix 1, de grote Ajax 1, Nestor en Odysseus worden gekozen. Voordat zij echter mogen vertrekken wassen de aanwezigen hun handen en bidden tot Zeus om een succesvolle verzoening.

Uren later keren de afgezanten terug van hun missie en gaan de tent van Agamemnon binnen waar de legerleiders nog steeds verzameld zijn. Iedereen springt op als de mannen de tent binnenkomen. Agamemnon roept als eerste naar OdysseusVertel onmiddellijk, bloem van de Griekse moed en ridderlijkheid, of Achilles de schepen zal redden van de vuurzee of is zijn trots niet te stillen?Odysseus kijkt Agamemnon aan en zegt ‘Nog geen seconde is die man op andere gedachten te brengen of wil hij zwichten voor uw gulle gaven. Hij zegt dat u maar bij uzelf en uw vrienden te rade moet gaan hoe u uw schepen en mannen van het vuur wilt redden. Hijzelf dreigt morgenochtend vroeg zijn schepen in zee te trekken en met zijn mannen naar huis terug te keren. Nooit zult u uw doel bereiken, zo zei Achilles, zolang Zeus een beschermende hand boven de stad houdt.

Niemand sprak toen Odysseus zweeg en allen waren ontdaan door de boodschap van Achilles. Uiteindelijk zegt Diomedes 1 tegen de koning. ‘Agamemnon, het is diep te betreuren dat u uzelf vernederd hebt om een smekeling te worden in de ogen van Achilles en hem zo’n vorstelijk aanbod te doen. We moeten die man nu maar met rust laten. Laten we maar gaan slapen en zodra de nieuwe dag aanbreekt onze legers weer in slagorde opstellen. U moet ze dan weer moed inspreken en aanmoedigen en hen, als voorbeeld, voorgaan in de strijd.’ Daarna bestudeerde Calchas de voortekens en vertelde hen dat zij moesten doorvechten en geen angst hebben voor de recente successen van de Trojanen. Alle leiders waren het eens met deze woorden en begaven zich naar hun tenten om de rest van de nacht nog wat te slapen.

Zorgen in de nacht

Agamemnon kon echter de slaap niet vatten. Hij werd door teveel zorgen gekweld. Zucht na zucht steeg diep uit zijn borst op en zijn hart was met angstige voorgevoelens vervuld. Nadat hij was opgestaan en wandelde over de versterkte muur om het scheepskamp werd hij getroffen door de ontelbare kampvuren die voor Troje en om zijn kamp brandden. Keek hij naar zijn eigen schepen dan rukte hij zijn haren uit het hoofd als aanklacht naar Zeus. Uiteindelijk wist hij niets beters te doen dan rechtstreeks naar Nestor te gaan in de hoop dat zij wellicht samen een plan konden bedenken dat hun onderneming kon redden van de ondergang.

Als Agamemnon zich aankleedt om naar Nestor te gaan komt zijn broer Menelaus aanlopen die ook niet kan slapen. Agamemnon vraagt hem of hij de grote Ajax 1 en Idomeneus 1 wil wekken en hen te vragen naar de tent van Nestor te komen voor overleg. ‘Het is thans wel duidelijk Menelaus,’ zo zegt Agamemnon tegen hem, ‘dat Zeus zich tegen ons heeft gekeerd. Als je gezien hebt wat Hector in zijn eentje tegen heel ons leger kan uitrichten dan kan dat niet anders of Zeus helpt die man. We moeten dus een plan bedenken om ons zo goed mogelijk te verdedigen en wellicht spionnen sturen om de situatie te verkennen.’ Daarop stuurt hij zijn broer weg en loopt naar de tent van Nestor.

Als Agamemnon bij de tent van de oude Nestor aankomt, treft hij hem slapend op zijn bed aan. Nestor wordt verschrikt wakker en vraagt wie hem in zijn slaap komt storen. Agamemnon antwoordde: ‘Nestor, ik ben het, Agamemnon, de man die door Zeus is uitverkoren om te beproeven met zorgen zolang hij ademt en zijn lichaam beweegt. Ik ben op pad omdat ik mij zorgen maak over het verloop van de oorlog en de hachelijke toestand waarin de Grieken zich bevinden. Mijn bezorgdheid is zo groot dat ik de slaap niet kan vatten en buiten mezelf ben, mijn hart klopt als een bezetene en mijn knieën weigeren haast om dienst te doen. Wilt u iets voor me doen, kom dan met me mee om de wachtposten langs te gaan en te kijken of ze hun plicht niet vergeten en slapen. De vijand zit ons dicht op de hielen en van hun plannen weten we niets. Misschien wagen ze vannacht wel een overval op ons scheepskamp.

Ik ben er zeker van,’ antwoordde Nestor hem, ‘dat Zeus de hooggespannen verwachtingen van Hector niet in vervulling zal laten gaan. Integendeel, hij zal zich zorgen genoeg moeten maken als Achilles zijn wrok vergeet en zich weer in de strijd werpt. Het spreekt vanzelf dat ik met u meekom. Maar laten we ook Diomedes 1, Odysseus, de twee Ajaxen, Idomeneus 1 en Meges 1 wekken. Maar wat Menelaus betreft verbaast het mij dat hij nu niet naast u staat en ligt te slapen op het ogenblik dat de toestand zo hopeloos is.’ Daarop reageert Agamemnon met de woorden, ‘O, goede oude vriend, ik heb vaak genoeg gewenst dat u hem eens onderhanden zou nemen. Hij is vaak genoeg geneigd tot nietsdoen en laat de dingen op hun beloop. Vannacht was hij echter eerder op dan ik en is de mannen al aan het wekken die u net noemde. Laten wij dus ook naar de poort gaan waar zij zich verzamelen.

Als de mannen bij de poort aankomen zijn de anderen al aanwezig. Op een open plek, voorbij de gracht, gaan zij zitten en overleggen wat hun te doen staat. Uiteindelijk besluiten zij, op voorstel van Nestor, om twee verspieders naar het kamp van de Trojanen te sturen. Ze kiezen als eerste Diomedes 1. Agamemnon zegt tegen hem: ‘Diomedes 1, mijn trouwe vriend, kies nu een metgezel naar uw eigen keuze. Laat u niet beïnvloeden door rang of stand maar neem iemand die u het beste lijkt.’ Dit zegt hij omdat hij bezorgd was om zijn broer Menelaus. Diomedes 1 had zijn keuze echter al gemaakt en vertelde dat hij Odysseus meenam. Daarop vertrokken ze naar het kamp van de Trojanen. Agamemnon en de overigen blijven achter en besluiten weer naar bed te gaan.

Agamemnon’s heldendaden

Strijd

De volgende ochtend wordt Agamemnon wakker door een geweldige strijdkreet van de godin van de tweedracht die zijn hart vervuld met strijdlust en de wil om tot het uiterste te strijden. Met een luide kreet geeft Agamemnon zijn troepen bevel om zich klaar te maken voor de strijd. Zelf hult hij zich in een schitterende wapenuitrusting. Hij bond bronzen scheenplaten om zijn benen en om zijn borst het kuras dat was gemaakt van horizontale repen brons die waren versierd met donkerblauw emaille, goud en tin. Vervolgens hing hij zijn zwaard aan zijn riem en pakte het prachtig versierde schild. Als laatste nam hij zijn helm met dubbele kam van paardenstaarten en zijn speer. Aldus aangekleed stapte hij naar buiten om de strijd met de Trojanen weer aan te gaan, bezield met de moed van een leeuw.

De hele morgen golft de strijd heen en weer en volgt aanval op tegenaanval. Aan het einde van de ochtend spreken de Grieken elkaar bemoedigend toe en onder aanvoering van Agamemnon verbreken zij uiteindelijk de gelederen der Trojanen. Tijdens deze aanval doodde Agamemnon de wagenstrijder Bienor 1 en zijn menner Oileus 2. Deze laatste was uit zijn strijdwagen gesprongen om zich tegen Agamemnon te verdedigen maar die trof hem met zijn speer aan de helm die daar dwars door heen ging zodat zijn hersenen tegen de binnenkant van zijn helm spatten.

Nadat Agamemnon de lijken van hun wapenuitrusting had ontdaan ging hij op Isus en Antiphus 3 af, twee zoons van Priamus, die in hun strijdwagen kwamen aanrijden. Agamemnon treft Isus met zijn speer in de borst en brengt Antiphus 3 met zijn zwaard een zware slag bij zijn oor toe waarna deze dood uit de wagen tuimelt. Toen hij ook deze twee van hun wapenuitrusting ontdeed herkende hij het tweetal. Ooit had Achilles hen al eens krijgsgevangen gemaakt en hen naar het scheepskamp gebracht waarna ze weer waren vrijgelaten tegen een grote afkoopsom.

Daarop komt een strijdwagen, met een op hol geslagen tweespan, aanrijden met daarin Pisander 3 en Hippolochus 2. Twee zoons van de steenrijke Antimachus 1. Als een leeuw sprong Agamemnon op het tweetal af. Nog voordat ze uit de strijdwagen waren smeekten ze hem al om hun leven te sparen. ‘Neem ons levend gevangen en onze vader zal u een groot losgeld betalen’ zeiden ze met de tranen in hun ogen tegen Agamemnon. ‘Als u beiden zonen bent van Antimachus 1,’ antwoordde Agamemnon hen, ‘die de onbeschaamdheid had om de onmiddellijke dood van Menelaus te bepleiten toen hij als afgezant naar Troje kwam, dan zult u nu voor die schanddaad van uw vader boeten.’ Daarop trof hij Peisander met zijn speer in de borst en wierp hem uit de wagen op de grond. Hippolochus 2 sprong na deze woorden op Agamemnon af, maar werd door hem snel gedood met zijn zwaard en hakt hij vervolgens de armen en hoofd van diens romp.

Agamemnon liet de twee liggen waar zij lagen en wierp zich opnieuw in het heetst van de strijd. Hij vuurde de Grieken aan en joeg hen op om de Trojanen te doden waar zij maar konden. Zeus hield Hector ver van het strijdgewoel waardoor Agamemnon vrijelijk zijn gang kon gaan en tegen het middaguur vluchtten de Trojanen naar hun stad. Agamemnon leek onkwetsbaar en doodde de ene na de andere Trojaan in zijn onverzadigbare moordlust. Al strijdend stond hij, en zijn leger, al weer bijna voor de poorten van Troje, maar Zeus had echter andere plannen.

Op aansporen van Zeus begonnen de Trojanen nu Agamemnon aan te vallen. Als eerste kwam Iphidamas 1 op hem af, een bondgenoot van de Trojanen. Toen Iphidamas 1 vlakbij was wierp Agamemnon zijn speer maar miste hem. Op zijn beurt haalde Iphidamas 1 uit met zijn speer en trof Agamemnon in de gordel onder zijn borstharnas. De speer drong niet door de gordel heen waarna Agamemnon de schacht van het wapen greep en uit de handen van Iphidamas 1 rukte. Vervolgens haalde Agamemnon uit met zijn zwaard en trof Iphidamas 1 in de nek waardoor deze ter aarde viel. Agamemnon plunderde het lijk en ging er met de schatten vandoor.

Coon, de broer van Iphidamas 1, had alles gezien en viel Agamemnon van opzij aan met zijn speer. Hij raakte hem onder de elleboog, midden in de voorarm, en de speer drong dwars door het vlees heen. Hoewel een huivering van pijn door hem heen joeg gaf Agamemnon niet op en stoof op Coon af. Juist toen deze zijn dode broer aan het wegslepen was trof hij hem met zijn speer waardoor hij zijn laatste adem uitblies. Ook deze strijder hakte Agamemnon het hoofd af.

Zolang het warme bloed nog uit de wond stroomde streed Agamemnon door. Toen het bloed stolde en de wond begon te drogen werd hij echter overweldigd door de pijn en beval zijn wagenmenner om hem terug te brengen naar het scheepskamp. Tot de Grieken riep Agamemnon: ‘Vrienden, aanvoerders en raadslieden, het is thans aan u om onze schepen te beschermen want Zeus gunt mij de rest van de dag niet om door te strijden.’ Na deze woorden reed hij weg om zich te laten verzorgen door een dokter in het scheepskamp.

Trojanen in het scheepskamp

Aan het einde van de volgende middag is de situatie aan het front weer volledig veranderd. Agamemnon, Eurypylus 2 en Machaon zijn gewond, hebben de Trojanen weer de overmacht en achtervolgen de Grieken tot binnen het scheepskamp, onder aanvoering van de door Zeus gesteunde Hector, en richten een slachting onder de Grieken aan. Agamemnon was, steunend op zijn staf, samen met de eveneens gewonde Diomedes 1 en Odysseus, naar de rand van het scheepskamp gelopen om, met de dood in het hart, het verloop van de strijd te kunnen volgen. Als Agamemnon de oude Nestor ziet aankomen zegt hij; ‘Nestor, held van de Grieken, waarom keert u de strijd de rug toe om hier te komen? Ik ben bang dat Hector waar gaat maken wat hij eens bezwoer toen hij dreigde alle schepen in brand te steken en vervolgens ons hele leger in de pan te hakken. Ik raak de gedachte niet kwijt dat hij deze belofte waar gaat maken en krijg het idee dat heel mijn leger één lijn trekt met die wrokkende Achilles, en niet bereid is om voor onze schepen te vechten.

Daarop antwoordde Nestor: ‘Zeker, die ramp lijkt niet meer af te wenden. De muur die wij bouwden leek onneembaar, maar waar je nu ook kijkt zie je vluchtende Grieken en is er overal verwarring. We zullen ons verstand moeten gebruiken om ons leven te redden.’ Vertwijfeld antwoordde Agamemnon hem: ‘Aangezien de strijd tot vlak bij de schepen is genaderd, en noch de gracht of de muur ons hebben geholpen lijkt het mij het verstandigste om de schepen die het dichtst bij het water liggen in zee te trekken en een eind verder voor anker te gaan. Later kunnen we dan de andere schepen ophalen als de Trojanen er tenminste nog iets van overlaten. Het is beter te vluchten dan gevangen genomen te worden.

Na deze woorden van Agamemnon roept Odysseus woedend tegen hem, ‘Mijn heer, hoe kunt u nu zoiets zeggen. U wilt onze aanvoerder zijn? Lafaards zou u moeten leiden in plaats van mannen zoals wij. Zo wilt u dus afscheid nemen van Troje. U kunt beter zwijgen want de mannen zouden nog aangestoken kunnen worden door uw lafhartige woorden. U moet uw verstand volledig zijn kwijt geraakt dat u zoiets durft voor te stellen. Denkt u nu echt dat de mannen nog zullen doorvechten als ze zien hoe wij de schepen in zee trekken? Als u doet wat u zegt dan zal zeker gebeuren waar u bang voor bent.’ Beschaamd antwoord Agamemnon hem: ‘U spreekt harde woorden tot mij Odysseus. Maar goed, ik zal de mannen niet dwingen om tegen hun wil zee te kiezen. Maar laat één van u mij adviseren wat ik dan zal doen. Of hij nu jog of oud is, ik zal naar hem luisteren.

Diomedes 1 gaat op de vraag van Agamemnon in en adviseert hem om naar het slagveld te gaan. ‘Daar we gewond zijn nemen we niet deel aan de strijd maar houden ons afzijdig. Vanaf onze posities moedigen wij de anderen aan om fanatiek door te strijden en diegene die zich terug getrokken hebben aansporen tot nieuwe deelname aan de strijd.’ Agamemnon aanvaardt dit advies en gaat samen met de andere gewonde leiders naar het slagveld. De god Poseidon had alles gehoord en gezien en nam Agamemnon bij de hand en zegt tegen hem. ‘Agamemnon, ongetwijfeld is Achilles verheugd nu hij kan zien hoe de Grieken in de problemen zitten. U echter moet niet denken dat alle goden wrok tegen u koesteren. De dag is nabij dat de Trojaanse leiders het stof van de vlakte zullen doen opstuiven en in grote haast naar hun stad zullen vluchten.’ Na deze woorden slaakt de god een enorme strijdkreet waardoor het hart van iedere Griek weer met hoop wordt vervuld.

Op advies van Poseidon gaan Agamemnon en de andere leiders op hun mannen af en reorganiseren de verdediging. Zij lopen langs de gelederen en zorgen dat de beste strijders de beste wapens krijgen en de mindere mannen de mindere wapens. Toen dit gebeurd was vielen de Grieken opnieuw op de Trojanen aan, terwijl de god Poseidon hen eveneens met woord en daad helpt. Ajax 1 slaagt er uiteindelijk in om de Trojanen bij de schepen vandaan te jagen nadat deze er één in brand hadden gestoken, en ook Patroclus 1, die het niet kan aanzien hoe de Grieken terug worden gedrongen, strijd weer mee terwijl hij de Myrmidonen aanvoert. Hij heeft hier van Achilles toestemming voor gekregen die zelf nog steeds weigert om mee te vechten. Patroclus 1 doodt een groot strijder van de Trojanen, Sarpedon 1, waarna de Trojanen weer een heel eind worden teruggedreven. Zo valt de avond en worden de vijandelijkheden gestaakt.

Achilles laat zijn wrok varen

Maar de boezemvriend van Achilles, Patroclus 1, was aan het eind van die dag ook gesneuveld in de strijd en is Achilles ontroostbaar. En als hij, luid weeklagend, de Grieken oproept om mee te rouwen over de dood van zijn vriend gaat Agamemnon naar hem toe. Aangekomen bij de opgebaarde dode, spreekt de diepbedroefde Achilles Agamemnon aan. ‘Zeg mij, Agamemnon, wat was het nut van de ruzie om het meisje Briseis die ons verscheurde? Had Artemis haar maar gedood met een pijl op de dag toen ik haar roofde. Dan waren er niet zoveel Grieken gedood en had mijn goede vriend Patroclus 1 nog geleefd. Ik stel daarom voor om onze twist te vergeten en ons weer gezamenlijk in de strijd te werpen om die Trojanen te vermorzelen.

Agamemnon en Achilles verzoenen zich

Hierop nam Agamemnon het woord en zei: ‘Wat u daar zegt hebben mijn mannen mij vaak verweten. Wij waren verblind door de godin van de tweedracht toen ik u in de bijeenkomst uw meisje ontnam. Thans ben ik echter bereid om onze twist bij te leggen en u alles te geven wat ik eerder al voorstelde om u terug te doen keren in de strijd. Als u wilt kunt u hier wachten dan laat ik meteen de geschenken halen.

Achilles antwoordde dat dit wel even kon wachten en hij meer behoefte had aan overleg om een goed krijgsplan voor de volgende dag te bespreken. Op advies van Odysseus laat Agamemnon echter eerst een goed maal voor zijn mannen bereiden. ‘Na een dag van zware gevechten zijn de mannen uitgehongerd en moeten zij weer nieuwe energie opdoen en op krachten komen.’ zegt hij. Tevens stelt Odysseus aan Agamemnon voor om de geschenken toch te laten komen zodat iedereen goed kan zien hoe verheugd hij is dat Achilles weer meedoet aan de strijd. Tenslotte zegt Odysseus tegen Agamemnon: ‘Het zou ook verstandig zijn om in het openbaar te zweren dat u het meisje nooit hebt aangeraakt en voortaan wat nauwgezetter te zijn met uw woorden.

Na deze woorden van Odysseus antwoordt Agamemnon: ‘Odysseus, die woorden van u hebben mijn hart verheugd. Geen leemte was er in uw rede, die gaaf was van punt tot punt. Niet enkel ben ik bereid, maar begerig om de eed af te leggen, die u van mij verlangde. Niet meinedig zal ik zijn binnen het gehoor der onsterfelijken! Doch dat Achilles, hoe gebrand zijn hart ook is, hier wacht, samen met u en de anderen totdat de geschenken hierheen zijn gebracht vanuit mijn schip en wij ons plechtig verzoenen. U, schrandere Odysseus, draag ik op om de beste jongemannen van heel ons leger uit te zoeken om de geschenken uit mijn schip te gaan halen, die wij Achilles beloofden. Laat ook Talthybius zich haasten om een everzwijn te bereiden als offer aan Zeus en de Zonnegod dat wij hen hier in het kamp zullen brengen in bijzijn van heel het verzamelde leger.

De rappe Achilles gaf hem als antwoord: ‘Agamemnon, wat u voorstelt is goed, maar stel de uitvoering ervan uit, als de strijd wat tot rust is gekomen en ik niet zo woest begerig ben om er gewapend op uit te trekken. De mannen, onze vrienden, vermoord door Hector, toen Zeus Vader hem de zege schonk, liggen verminkt op het slagveld, en u wilt ons tot een feestmaal noden! Nee, ik zou de mannen nu onmiddellijk en nuchter ten strijde sturen, en als de zon dan ondergegaan is en wij hebben al strijdend de smaad uitgewist, laat ze dan naar hartenlust eten. Ikzelf zal niet eerder ook maar iets eten of drinken, want mijn vriend ligt vermoord in mijn tent, door het onbarmhartige brons verscheurd, zijn voeten gestrekt naar de deur, met om hem heen huilende en weeklagende makkers. Neen, wat u daar allemaal voorstelt, daaraan kan mijn hart thans niet denken, doch slechts aan bloed en moord en het gereutel van stervenden.

Nadat de geschenken voor Achilles zijn gehaald en uitgestald kwam Agamemnon overeind om zijn gelofte af te leggen. Talthybius trad op hem toe, met in zijn handen een everzwijn. Agamemnon trok zijn mes, dat aan zijn gordel hing, en begon de offerplechtigheid met wat borstelharen van het everzwijn af te snijden. Daarop hief hij smekend de handen tot Zeus op. De Grieken, elk op zijn plaats en zwijgend, zoals het hun paste, in afwachting van de woorden van hun vorst, die met de onsterfelijken sprak. Smekend, de blik op hemel gericht riep hij: ‘Hoor mij aan, Zeus, van de goden de allerhoogste! En ook roep ik de Aarde en de Zon aan, en ook u Wraakgodinnen, die onder de aarde wonen, om de meinedigen te straffen! Ik verklaar dat ik mijn handen nooit heb uitgestrekt naar Briseis. Dit heb ik niet gedaan tijdens stoeipartijen en ook niet in ernst om haar tot de bijslaap te verleiden. Onberoerd bleef zij altijd in mijn tent. Doch is het niet waar, wat ik zweer, dat de goden mij dan straffen, mateloos onbarmhartig, zoals zij steeds doen, als er iemand meinedig is.

Aldus Agamemnon, en hij reet met het wrede brons de keel van het everzwijn open. Talthybius nam snel de strot van het dier en wierp die met een brede zwaai in de zee tot voedsel der vissen. Daarop stond Achilles op en sprak de Griekse krijgers toe: ‘Hoezeer verblindt Zeus toch de mensen! Ik kan me niet voorstellen, dat koning Agamemnon mij tot een zo langdurige wrok zou hebben geprikkeld of zo koppig begerig mij dat meisje ontroofd, als Zeus vader niet broedde op een slachting onder de Grieken. Maar laten we nu gaan eten en dan ten strijde trekken.’ Aldus sprak Achilles en snel werd de vergadering ontbonden, en de legertroepen vertrokken naar hun schepen, terwijl de hooghartige Myrmidonen de geschenken opnamen en naar de tent brachten van Achilles. De paarden werden door zijn schildknapen naar zijn kudden gedreven en de vrouwen namen plaats in zijn tent.

Spelen ter ere van Patroclus

Toen Achilles zich verzoend had met Agamemnon, Briseis naar hem teruggekeerd was, en hij Hector ongewapend wilde aanvallen, zorgde zijn moeder Thetis voor een wapenrusting van Hephaistus. De volgende dag ontbrandt de strijd opnieuw en drijven de Grieken de Trojanen definitief terug in hun stad. Achilles, in zijn prachtige wapenrusting, doodt Hector en sleept het lijk mee naar het kamp van de Grieken. Aan het einde van de dag wordt Achilles naar de tent van Agamemnon gebracht. Dit koste enige moeite daar hij nog steeds veel verdriet had over de dood van zijn boezemvriend Patroclus 1.

Wanneer hij in de tent aankomt, weigert hij om zich te reinigen van het bloed van zijn vijanden dat nog aan zijn lichaam kleeft. Hij verzoekt Agamemnon om opdracht aan de manschappen te geven om hout te gaan verzamelen voor de brandstapel van Patroclus 1. Agamemnon willigt de vraag van Achilles in waarna enige tijd later de crematie van Patroclus 1 wordt uitgevoerd. Na de crematie organiseert Achilles spelen ter ere van zijn gestorven vriend waar veel aanvoerders aan deelnemen. Intussen waagden de Trojanen zich niet meer uit de stad.

Na die spelen komt koning Priamus ’s nachts heimelijk naar de tent van Achilles en weet hem te overreden het lichaam van zijn zoon, Hector, terug te geven in ruil voor een grote hoeveelheid rijkdommen. Daarop spreekt Achilles, zonder overleg met Agamemnon, een bestand af van twaalf dagen zodat Priamus de tijd heeft om zijn zoon waardig te begraven maar zegt hem ook dat daarna de gevechten weer opnieuw beginnen.

Penthesilea

Na de begrafenis stelt Agamemnon zijn leger op voor de poorten van de stad en daagt de Trojanen uit om naar buiten te komen en te vechten. Maar Priamus bleef in de stad, verhoogde zijn versterkingen en wachtte op Penthesilea, die met haar Amazonen zou komen, die hij met veel goud en zilver overtuigd had om de Trojanen te steunen. Toen Penthesilea aankwam, stelde ze haar leger op tegenover dat van Agamemnon. Er ontstond een enorm gevecht dat verscheidene dagen duurde en de Grieken uiteindelijk naar hun schepen vluchtten. Daarbij kon Diomedes 1 nauwelijks voorkomen dat Penthesilea de schepen in brand stak en alle Griekse strijders vernietigde.

Na deze strijd, hield Agamemnon zijn leger in het kamp. Penthesilea kwam elke dag naar voren, de Grieken dodend, en probeerde hen tot een gevecht naar buiten te lokken. Maar Agamemnon, op advies van de raad, versterkte het kamp, verdubbelde de bewaking, en weigerde om naar buiten te komen en te strijden. Uiteindelijk weet Achilles Penthesilea te doden waarna de slagkracht van de Amazonen is gebroken, ze allen worden gedood, en de overgebleven Trojanen hun stad weer in vluchten.

De volgende dag komt er een heraut van Priamus bij Agamemnon die vraagt om het lichaam van de dode koningin terug te geven aan de Trojanen. Uit medelijden, en als eerbetoon aan de dappere maagd, wil Priamus Penthesilea, met haar schitterende wapenrusting en paard, opbaren in de burcht van Troje en begraven onder een grafheuvel. Agamemnon stemt toe en er wordt weer een bestand afgesproken om de doden te eren en te cremeren. Maar aan het eind van die dag zit Achilles samen met de andere aanvoerders in de tent van Agamemnon aan een groot feestmaal.

Memnon

Niet lang daarna kwam koning Memnon aan in Troje en bracht een ontelbare groep van donker gekleurde Ethiopiërs met zich mee. Opnieuw stelt Agamemnon zijn troepen op tegen de Trojanen die nu door een groot leger werden gesteund. Dagenlang werd er van zonsopgang tot zonsondergang gevochten en werden de Grieken van lieverlee teruggedreven. Daarop besloten de Grieken om Memnon tot een tweegevecht uit te dagen en moest een sterke Griek aangewezen worden om die taak op zich te nemen. Agamennon stemt hierin toe maar stelt wel dat Menelaus, Odysseus en Idomeneus 1 niet gekozen mochten worden. Uiteindelijk valt het lot op Ajax 1.

Bij zonsopgang bewapenden de Grieken zich, stelden hun troepen op, en gingen naar de strijd. Memnon, niet minder alert, trok ook op, samen met alle Trojanen. Toen beide legers gereed waren, begon de strijd. Zoals verwacht, vielen er vele mannen aan beide zijden dood neer, of trokken zich dodelijk gewond terug. Toen Ajax 1 dacht dat de tijd rijp was, stapte hij uit de gelederen en riep de koning. Maar eerst riep hij Odysseus en Idomeneus 1 om hem te verdedigen in het geval anderen hem zouden aanvallen. Ook Memnon, die zag dat Ajax 1 naar voren kwam, sprong van zijn strijdwagen en ging hem lopend tegemoet.

In beide legers wedijverden hoop en vrees met elkaar gedurende de tweestrijd. Maar uiteindelijk stak Ajax 1 zijn speer midden in het schild van Memnon en drukt die, heel zijn gewicht en al zijn kracht gebruikend, er dwars doorheen in de zij van Memnon. De metgezellen van Memnon, toen zij zagen wat er gebeurde, snelden hem te hulp en probeerden Ajax 1 weg te duwen. Maar deze tussenkomst van de barbaren dwong Achilles te handelen. Hij ging het strijdperk in, begon een gevecht met Memnon en dreef uiteindelijk zijn speer door de keel van Memnon, waar het schild hem geen bescherming gaf, en valt de Ethiopiër dood neer op de grond.

De onverwachtse dood van Memnon, de vijandelijke geestdrift brekend, versterkte die van de Grieken. Nu keerden de Ethiopiërs zich om, sloegen op de vlucht, en zetten de Grieken de achtervolging in, terwijl zij dood en verderf zaaiden. De rest van het Trojaanse leger, wetend dat Memnon dood was, vluchtte naar de stad en vergrendelden de poorten.

Dood van Achilles

Tijdens die vlucht richtte Achilles voor de muren van de stad een grote ravage aan onder de vijand. Hij zou uiteindelijk heel de stad verwoest hebben als Apollo niet kwaad op hem geworden was vanwege al die doden. Deze gaat naast Paris staan, die in het wilde weg pijlen afschoot en duwt de boog in de richting van Achilles. De pijl komt in zijn hiel terecht en hij voelt een hevige pijn, terwijl een dodelijke ziekte zijn hart treft. Achilles wankelt en valt om als een toren in het stof.

Ondanks de folterende pijn trekt Achilles de pijl uit de ongeneselijke wond. En hoewel zijn kracht, door die giftige wond, afneemt springt hij op en stormt op de vijand af. Met zijn lans doodt hij nog vele Trojanen maar uiteindelijk begeeft zijn lichaam het en blaast hij zijn laatste adem uit. Om zijn lichaam wordt hevig gestreden maar de Grieken weten te voorkomen dat hun held door de Trojanen wordt weggesleept en komt Agamemnon een bestand met Priamus overeen om hem met ere te begraven.

Ondanks zijn eerdere ruzie met Achilles is Agamemnon verslagen van verdriet. Zo kreunt hij bij het lijk: ‘Jij bent omgekomen, beste van alle Griekse mannen, en hebt het leger onbeschermd achtergelaten! Nu je bent gestorven, zijn wij een makkelijker prooi voor de vijanden. Je hebt de Trojanen een plezier gedaan met jouw dood, die jou vreesden als schapen een leeuw. Zij zullen de slag nu zelfs gretig naar de schepen brengen. Zeus, Vader, u bedriegt stervelingen met misleidende woorden! U beloofde mij dat de burcht van Priamus vernietigd zou worden. Maar die gegeven belofte laat U niet uitkomen, maar u bedroog mijn hart. Ik zal het doel van de oorlog niet bereiken, nu Achilles er niet meer is.’ Zo huilde hij met gekweld hart.

Daarop verzorgen zij het dode lichaam van Achilles en geeft Agamemnon opdracht om een grootste begrafenis te houden. Er wordt zeventien dagen en nachten lang getreurd om zijn dood waarbij ook zijn moeder Thetis en de negen Muzen aanwezig waren. Uiteindelijk wordt Achilles op een grote brandstapel gecremeerd en zijn botten toegevoegd aan de urn waarin die van zijn boezemvriend Patroclus 1 al aanwezig waren. Daarop werpen De Grieken aan de kust een grote grafheuvel op waaronder zij de urn begraven. Dan organiseert Thetis spelen ter ere Achilles en reikt diverse prijzen uit aan de winnaars. Agamemnon neemt deel aan de wagenrace en weet daarbij de eerste prijs in de wacht te slepen waarna Thetis hem beloont met een zilveren borstplaat.

Strijd om de wapens

Toen sprak de zwartgesluierde Thetis in haar diepe verdriet over Achilles: ‘Nu zijn alle sportprijzen gewonnen die ik in mijn verdriet heb uitgeloofd voor mijn kind. Laat nu de machtigste van de Grieken naar voren komen die mijn dode van de vijand gered heeft. Aan hem geef ik deze roemvolle wapens die zelfs de Gezegenden met plezier bekijken.

Odysseus en de grote Ajax 1 stonden op en maakten op grootse wijze ruzie over deze prijs waarbij elk de eer voor zichzelf opeiste. Uiteindelijk vroegen zij aan Agamemnon om als scheidsrechter op te treden en de beslissing te nemen wie de wapens zal krijgen. Agamemnon zit vreselijk omhoog met dit verzoek en weet niet aan wie hij de wapens moet geven. Want wie hij ook kiest, de ander zal zeer teleurgesteld zijn en zich terugtrekken uit de strijd terwijl elke Griek nog nodig was. Hij vraagt advies aan zijn broer Menelaus en ook aan Nestor. De laatste adviseert hem om de Trojanen te laten beslissen terwijl Menelaus het niet weet.

Uiteindelijk besluit Agamemnon om de gezamenlijke legerleiders te laten beslissen door stemming en krijgt Odysseus, na veel wikken en wegen van de raad (en een beetje hulp van Athena), de wapens van Achilles toegewezen. Verscheurd door verdriet wil Ajax 1 ’s nachts het leger aanvallen maar Athena trof hem met waanzin waarna hij zich met zijn zwaard op het vee stortte. Hij richtte daarbij een slachting aan onder de kudde, in de veronderstelling dat het Grieken waren. De volgende ochtend komt hij tot bezinning, ontdekt wat hij gedaan heeft, en stort zich op zijn eigen zwaard. Agamemnon wil voorkomen dat Ajax 1 verbrand werd, zelfmoord was een schande, maar Odysseus weet hem te overtuigen om dit niet te doen vanwege de prestaties van de held in het verleden.

Einde van de oorlog

Steun voor de Grieken

Een paar dagen nadat Achilles is begraven komt Neoptolemus, de zoon van Achilles, naar het Griekse scheepskamp. De Grieken begroeten hem verheugd, alsof hij Achilles zelf is. Agamemnon organiseert een feest voor de jongeman waarbij hij tegen Neoptolemus zegt: ‘Jij bent waarlijk de zoon van de dappere Achilles, je bent waarlijk zijn evenbeeld in stoere macht, schoonheid, gestalte, moed, en karakter. Mijn hart staat in vuur en vlam als ik je zie. Ik vertrouw erop dat jouw handen en speer het gindse leger van vijanden zal verslaan, en de wereldberoemde stad van Priamus zal verwoesten. Je bent net als je vader! Het lijkt alsof ik hem zelf tussen de schepen zie, toen zijn schreeuw van woede vanwege de dood van Patroclus 1 de gelederen van de Trojanen deed sidderen. Maar hij is bij de Onsterfelijken, en, buigend vanuit de hemel, stuurt jou vandaag om de Grieken op het nippertje van vernietiging te redden.

Op advies van Calchas stuurt Agamemnon ook Diomedes 1 en Odysseus naar het eiland Lemnos om daar Philoctetes op te halen. Deze was, volgens Calchas, nodig in het leger om de overwinning op de Trojanen te kunnen behalen. Wanneer de twee terugkeren kijkt Agamemnon verwondert naar Philoctetes alsof er een dode is opgestaan uit de dood. Ook voor hem geeft Agamemnon een feest en spreekt hem toe: ‘Beste vriend, wees niet boos op ons toen we jou op Lemnos achterlieten. We moesten dit doen van de gezegende goden. En, ik denk, dat de goden veel ellende over ons wensten te brengen, beroofd van jou, die het vaardigst is van alle mannen in het doden van vijanden met pijlen. Aangezien wij toen verblind waren, ten onrechte zoals nu blijkt, zullen wij dat goedmaken met rijke geschenken, als we de statige torens van Troje hebben ingenomen. Maar nu krijg je zeven dienstmaagden, twee snelle paarden, en twaalf driepoten, zodat je hart zich alle dagen kan verheugen. En tijdens feesten zal koninklijke eer jouw deel zijn in mijn tenten.Philoctetes bedankt Agamemnon, zegt dat hij zijn excuus begrijpt en accepteert, en belooft dapper mee te strijden om de Trojanen te vernietigen.

Het paard

Kort na het bestand krijgen de Trojanen opnieuw hulp van een bondgenoot. Eurypylus 6, een zoon van Heracles, komt met een groot leger uit Mysië naar Troje. En opnieuw begint een zware strijd waarbij Agamemnon en zijn broer het leger op grootste wijze leiden. Maar de Grieken, versterkt met Neoptolemus en Philoctetes, met zijn boog van Heracles, weten uiteindelijk het leger van Eurypylus 6 te verslaan en begint de laatste slag.

Agamemnon stelde zijn troepen weer op, de mannen aansporend, en leidde hen naar de strijd. Aan de andere kant kwamen de Trojanen uit hun stad. De strijd werd hervat en het rumoer dat ontstond was groot, waarbij aan beide zijden velen stierven. Paris, die met veel succes zijn boog gebruikte, doodde vele Grieken maar Philoctetes weet uiteindelijk de Paris met een pijl te doden. De Trojanen, die het lichaam van Paris gered hadden, vluchtten terug naar de stad, uitgeput, door de verwoestend felle aanval van Diomedes 1 die hen tot aan de muren achtervolgde. Toen gaf Agamemnon opdracht de hele stad te omsingelen.

Die nacht verschijnt de godin Athena in een droom van Epeius en draagt hem op een groot houten paard te bouwen. De volgende ochtend vertelt deze zijn droom aan de Grieken en onmiddellijk geeft Agamemnon zijn mannen opdracht om naar de Ida te gaan en daar bomen om te kappen voor de bouw van het paard. De Grieken zwoegen als muilezels en binnen enkele dagen is het enorme paard gereed. Daarop spreekt Odysseus de mannen toe en onthult het plan hoe er definitief een eind aan de oorlog gemaakt kan worden door gewapende mannen in het paard te verstoppen en net te doen of de Grieken zich terugtrekken. Deze mannen moeten dan ’s nachts, als de Trojanen slapen en van feestvreugde in een roes verkeren, uit het paard kruipen, de poorten openzetten, en het inmiddels teruggekeerde leger de stad binnenlaten. Er moet alleen één Griek achterblijven om de Trojanen wijs te maken dat het paard een offer aan Athena is dat zij binnen de muren van hun stad moeten slepen. Sinon meldt zich als vrijwilliger voor die taak.

Daarop geeft Agamemnon het bevel om het plan van Odysseus uit te voeren. Een groep Grieken verstopt zich in het paard, het legerkamp en de tenten worden in brand gestoken, en de vloot zeilt weg van de kust van Troje naar het eiland Tenedos waar zij zich in een baai schuilhouden. Agamemnon had zich liever ook in het paard verborgen maar het leger weerhield hem hiervan omdat zij wilden dat hij het leger en de vloot zou aanvoeren, samen met de oude Nestor. Op het eiland installeert Agamemnon een uitkijkpost op een hoge heuvel om uit te kijken naar het afgesproken signaal van Sinon waarna ze weer naar Troje zullen varen.

Vernietiging van Troje

De Trojanen trappen in de list van de Grieken en slepen het paard de stad in. Die nacht wordt in de stad een groot feest gevierd waarna de meeste Trojanen uiteindelijk dronken op hun bed liggen. Dan kruipen de Grieken uit het paard, openen de poorten en stroomt het, intussen teruggekeerde, leger de stad binnen waarna een verschrikkelijke slachtpartij begint waarbij enorm veel misdaden worden gepleegd. De Grieken gaan zelfs zo hevig te keer dat zij zelfs enkele goden beledigen door Cassandra op het altaar van Athena te verkrachten. Ook Agamemnon neemt een deel van de slachting voor zijn rekening en doodt zestien Trojanen.

Wanneer Menelaus uiteindelijk zijn vrouw Helena vindt en op het punt staat haar te doden spreekt Agamemnon hem toe: ‘Verdraag nu je woede, Menelaus. Het zou een schande zijn om je wettelijke vrouw te doden, door wie we veel ellende hebben moeten doorstaan, terwijl we voor wraak op Priamus afgingen. Helena was niet, zoals jij schijnt te denken, de schuldige, maar hij die de wetten van het Gastheerschap in de wind sloeg, en jouw gastvrijheid misbruikte. Maar god heeft hem met de dood gestraft.

Uiteindelijk wordt de stad in brand gestoken, van haar rijkdommen beroofd, en veel vrouwen gevangen genomen die naar de schepen worden gebracht. De volgende dag wordt de buit verdeeld waarbij Agamemnon zijn gebruikelijke aandeel in ontvangst neemt en ook Cassandra, de dochter van koning Priamus, krijgt toegewezen. Toen ze op het punt stonden naar huis te varen, werden ze door Calchas tegengehouden met de mededeling dat Athena woedend op hen was vanwege het goddeloze optreden van de kleine Ajax 2 die Cassandra op haar altaar had verkracht. Tegelijkertijd voorspelde Cassandra, geïnspireerd door de goden, dat Agamemnon bij zijn thuiskomst zou sterven, verraderlijk vermoord door leden van zijn huishouden. Verder, zei ze, wachtte de rest van de Grieken rampen en dood, terwijl ze probeerden terug te keren naar hun vaderland.

Terugkeer naar Griekenland

Terwijl de vloot ligt te wachten op een gunstige wind verschijnt plotseling de geest van Achilles boven zijn graf. Hij kijkt de Grieken dreigend aan en zegt: ‘Grieken, laten jullie mij vergeten achter? Is dit jullie dank voor mijn daden? Doe wat je moet doen en laat mijn graf niet zonder eerbewijzen achter. Verzoen de schim van Achilles en offer Polyxena 1.’ Hoewel Agamemnon het er in eerste instantie niet mee eens is geeft hij, na overleg met de andere aanvoerders, bevel om de opdracht van Achilles uit te voeren en Polyxena 1 op zijn graf te slachten.

Toen de tijd om uit te zeilen was aangebroken, stak er een zware storm op die verscheidene dagen aanhield. Calchas vertelde de Grieken dat de geesten van de doden ontevreden waren. Daarop roept Agamemnon de aanvoerders in een vergadering bijeen om te besluiten wat zij moesten doen. Tijdens deze bijeenkomst krijgt Agamemnon ruzie met zijn broer Menelaus. Deze wilde direct naar huis terugvaren, maar Agamemnon drong er op aan te wachten en een offer te brengen aan Athena. Het leger is verdeeld en er is geen sprake meer van een gezamenlijke terugtocht. Ongeveer de helft van het leger besluit om onmiddellijk te vertrekken en de andere helft sluit zich aan bij Agamemnon en besluiten om eerst aan Athena te offeren.

Nadat Agamemnon aan Athena geofferd had zeilde hij weg van Troje. Net als vele andere Grieken wordt ook hij op zee overvallen door een storm en lijden een aantal van zijn schepen schipbreuk. Desondanks weet Agamemnon een groot aantal van zijn schepen te behouden en keert samen met Cassandra, voor wie hij intussen warme gevoelens is gaan koesteren, veilig terug in Griekenland.

Dood Agamemnon

moordplannen

Wanneer Agamemnon thuis aankomt wordt hij, schijnbaar, hartelijk ontvangen door zijn vrouw Clytaemnestra. Deze heeft hem echter de dood van haar dochter Iphigenia nooit vergeven en is een verhouding aangegaan met Aegisthus. Als Agamemnon een bad neemt krijgt hij daarna van Clytaemnestra een hemd aangereikt waarin geen mouwen zitten. Als Agamemnon dit probeert aan te trekken, en worstelt om de mouwen voor zijn armen te vinden, wordt hij door Clytaemnestra en Aegisthus vermoord die hem met een bijl de hersens inslaan. Wederom was de vloek van Oenomaus 3 in vervulling gegaan en werd Agamemnon veroordeeld tot de schimmen in het dodenrijk.

Daar treft Agamemnon de schim van Achilles. Nadat zij in gesprek zijn geraakt beschrijft Agamemnon aan Achilles diens begrafenis en het verdere verloop van de Trojaanse Oorlog. Enkele jaren later, wanneer Odysseus nog steeds niet teruggekeerd is uit Troje en worstelt om thuis te komen, daalt deze af in de onderwereld. Agamemnon gaat op hem af en wil de held omhelzen. Daar hij dood is lukt dit niet maar ze kunnen wel met elkaar praten. Daarop vertelt Agamemnon aan Odysseus wat er met hem bij zijn terugkeer gebeurd is en hoe hij vermoord werd door zijn vrouw. Ook vertelt Agamemnon Odysseus hoe moet handelen om te voorkomen dat ook hij bij zijn thuiskomst vermoordt wordt.

Wanneer Odysseus uiteindelijk bij zijn thuiskomst afrekent met de vrijers van zijn vrouw Penelope 1, en die in het schimmenrijk terecht komen, spreekt Agamemnon tenslotte nog met één van deze vrijers, Amphimedon 1. Deze vertelt hem wat er gebeurde toen Odysseus thuis kwam en hoe de vrijers werden gedood.

Stambomen:

Atreus / Plisthenes 1 Aerope / Cleolla Tyndareus Leda
Agamemnon Clytaemnestra
Chrysothemis 1, Iphianassa 1, Iphigenia, Electra 4, Laodice 2, Orestes 2, Halesus 2

Atreus / Plisthenes 1 Aerope / Cleolla Chryses 3 Isione
Agamemnon Chryseis 1
Chryses 3

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz