Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Ajax 1

Ajax 1 is een zoon van Telamon, de koning van het eiland Salamis, en diens tweede vrouw Periboea 5. Telamon noemde zijn zoon Ajax 1 omdat, toen Heracles tot Zeus bad dat Telamon een mannelijke nakomeling mocht krijgen, er een Adelaar (aietos) in de lucht verscheen. Ajax 1 groeit op tot een reus van een man met brede borstkas. Hij is een uitstekende, maar grimmige, krijger die bekend komt te staan als een wilskrachtig en zeer moedig man die niet aflaat tijdens de strijd. Hij hanteert daarbij een enorm schild dat met zeven ossenhuiden is bedekt en bijna niet te doordringen is. Hij heeft zwart krullend haar en een heldere stem. Zijn broer is Teucer 1, die door Telamon bij Hesione 2, de zuster van koning Priamus van Troje, verwekt werd.

Aanloop tot de oorlog

Vrijer van Helena

Als Ajax 1 een volwassen man is geworden reist hij, net als vele andere prinsen in Griekenland, af naar koning Tyndareus om hem om de hand van zijn dochter, Helena, te vragen. Daar bood hij vele geschenken en wonderlijke daden aan om haar te overtuigen. Zo beloofde hij alle ossen, schapen en iedereen die in Troezen en Epidaurus woonde voor haar bijeen te willen drijven en te schenken. Tyndareus is bang dat hierdoor strijd zal ontstaan en laat alle vorsten, op advies van Odysseus, zweren dat ze te hulp zullen snellen, als de huwelijkse staat van de uitverkoren bruidegom door iemand anders niet gerespecteerd zal worden. Ook Ajax 1 legt deze eed af, maar als alle kandidaten de eed hebben afgelegd kiest Tyndareus Menelaus uit als bruidegom voor Helena.

Oproep tot de oorlog

Nadat Helena door de Trojaan Paris geschaakt was ging Menelaus naar zijn broer, de machtige koning Agamemnon, in Mycene en verzocht hem een leger op de been te brengen om tegen Troje op te trekken. Deze stuurde een heraut naar alle koningen om hen te herinneren aan de eed die ze gezworen hadden, en waarschuwde hen stuk voor stuk om maatregelen te treffen voor de veiligheid van hun eigen vrouw met de opmerking dat deze belediging ook alle andere vorsten van Griekenland raakte.

Samenkomst van de vloot

Niemand verzaakt zijn militaire plecht en de strijdlustige Ajax 1 bedenkt zich geen moment. Hij gaat, samen met zijn stiefbroer Teucer 1, met twaalf bemande schepen naar de haven van Athene waar een grote oorlogsvloot van meer dan duizend schepen zich verzamelt. Daar aangekomen bouwt hij binnen een paar dagen, samen met Achilles en Diomedes 1, nog eens vijftig extra schepen waarmee ze een bruggenhoofd konden vormen in Troje.

Strijd in Mysië

De Grote Ajax

Agamemnon geeft bevel om te vertrekken en de vloot zeilt weg. Omdat ze de vaarroute naar Troje niet kenden belanden ze in Teuthranië, een landstreek in Mysië, en plunderen het gebied in de veronderstelling dat het Troje was. Nadat Teuthranius, koning van Mysië, zag hoe het land geplunderd werd, bewapende hij de Mysiërs, joeg de Grieken massaal naar hun schepen en doodde er velen.

Achilles en Ajax 1, die zagen dat de strijd resulteerde in zware verliezen aan hun kant, verdeelden het leger onder hen tweeën en vielen de vijand feller aan. Zijzelf streden aan het front van de gevechten, degenen die vluchtten achtervolgend, dan weer staand blijvend, als een muur, tegen degenen die aanvielen. Op deze manier, door de eersten of een van de eersten in elke ontmoeting te zijn, verwierven zij voor zichzelf en onder de mannen en de vijand, een roemruchte reputatie voor dapperheid.

Ondertussen haastte Teuthranius, nadat hij gemerkt had dat Ajax 1 grote roem verwierf in de strijd, zich naar hem toe om hem te treffen. Maar hij is geen partij voor de grote Ajax 1 en stierf er strijdend door diens zware speer. Daarop valt Telephus, een Mysiër maar van geboorte Grieks, opnieuw de Grieken aan maar wordt van verre verwond door de speer van Achilles. De Grieken behalen uiteindelijk de overwinning en kiezen weer zee. Dan steekt er een zware storm op waardoor de vloot uiteengeslagen wordt en iedereen terugkeert naar Griekenland.

Aulis

Enige jaren later verzamelt de vloot zich opnieuw, maar nu in de haven van Aulis. Ook nu is Ajax 1, samen met zijn broer Teucer 1, weer aanwezig. Net als alle andere Grieken maakt hij het offer van Iphigenia meer waardoor de vloot uiteindelijk definitief naar Troje kan vertrekken. Ditmaal hebben zij als gids Telephus bij zich. Deze was naar Griekenland gekomen omdat een orakel hem verteld had dat zijn wond, die door de speer van Achilles was veroorzaakt, alleen door hem genezen kon worden. Achilles geneest zijn wond en uit dankbaarheid dient Telephus daarop als gids voor de vloot. Samen met Achilles en Phoenix 1 wordt Ajax 1, door Agamemnon, als aanvoerders van de vloot benoemd waarbij Ajax 1 de rechterflank voor zijn hoede neemt.

Aankomst in Troje

Ditmaal lukt het de vloot wel om Troje te vinden en vaart recht op de kust af. Daar worden zij opgewacht door de Trojanen die proberen te voorkomen dat de Grieken landen op het strand. Achilles en Ajax 1 vochten zeer moedig en joegen de Trojanen angst aan. Sommigen van de Trojanen, die zich tegen het tweetal durfden te verweren, trokken zich snel terug, en uiteindelijk werden alle Trojanen op de vlucht gejaagd. Zo waren de Grieken in staat, vrij van vijandelijke aanvallen, hun schepen op het droge te trekken en ze veilig op te stellen. Daarbij lagen de schepen van Achilles en Ajax 1 op de flanken waar zij onverschrokken elke aanval van de Trojanen zouden afslaan.

De daarop volgende dagen wordt er regelmatig strijd geleverd met de Trojanen maar lukt het de Grieken niet om direct een overwinning te forceren. Tijdens deze gevechten leiden Agamemnon, Menelaus, Achilles en Ajax 1 de Grieken terwijl de Trojanen worden aangevoerd door Hector. Na elk gevecht wordt er een bestand afgesproken om gewonden van het slagveld te verwijderen en de doden te verbranden.

Eerste negen jaar oorlog

Stedenbedwinger

Maar de regelmatige aanvallen van de Trojanen veroorzaakte toch zware verliezen bij de Grieken. Daarom werd besloten om steden in de omgeving van de stad aan te vallen en te vernietigen. Zo gaat Ajax 1, net als Achilles, met zijn mannen op pad en voert een aanval uit tegen het Thracische Chersonese. Toen koning Polymestor 1 van Chersonese, de moed van Ajax 1 leerde kennen bedacht deze dat het nutteloos was om te strijden en zocht naar voorwaarden voor een overgave. Als eerste schonk hij Ajax 1 Polydorus 1, de zoon van koning Priamus van Troje. Als tweede gaf hij goud en andere kostbaarheden en ten derde beloofde hij een jaar lang graan aan de Grieken te leveren. Als laatste verbrak hij het verdrag dat hij met Priamus had gesloten waarop Ajax 1 de vijandelijkheden stopzet.

Dan gaat Ajax 1 naar het land van de Phrygiërs. Daar doodt hij in een tweegevecht hun koning Teuthras 3 en veroverde binnen een paar dagen de stad die hij in brand stak nadat hij deze geplunderd had. In de buit bevindt zich ook de dochter van Teuthras 3, Tecmessa 1. Daarop zeilt hij terug naar het scheepskamp waar de buit, volgens goed gebruik, onder de Grieken verdeeld werd. Ajax 1 krijgt, als beloning voor zijn moed en inzet daarbij Tecmessa 1 toegewezen die hij tot zijn geliefde maakt. Maar naast haar krijgt Ajax 1 nog vele andere gevangengenomen vrouwen toegewezen waaronder Glauce 6, de dochter van Cycnus 3. Na zijn terugkeer besluiten de Grieken wederom een gezantschap naar de Trojanen te sturen om de teruggave van Helena te eisen in ruil voor de teruggave van Polydorus 1.

De Trojanen weigeren en opnieuw gaat Ajax 1 op pad om steden in de omgeving van Troje te teisteren die trouw waren aan Priamus. Hij nam de rijke steden Pitya en Zelia in en verwoeste vliegensvlug Gargarum, Arisbe, Gergithia, Scepsis en Larissa. Nadat hij van de inwoners te horen had gekregen dat er vele kudden met allerlei dieren graasden op de berg Ida, en al zijn soldaten het eisten, viel hij snel de bergen aan. Nadat hij de herders had gedood dreef Ajax 1 een groot aantal runderen weg en weerstond niemand hem meer. Iedereen vluchtte waar hij verscheen, en zo, toen de tijd rijp leek, keerde hij terug naar het kamp, afgeladen met buit, waar hij gelijktijdig met Achilles aankwam.

Hoewel Ajax 1 een strijd minnende man was maakte hij tussendoor ook tijd vrij voor zijn gevangen genomen vrouwen en verwekte twee zoons. Bij Tecmessa 1 de kleine Eurysaces en in het negende jaar bij Glauce 6 de baby Aeantides .

Twist van Achilles

Zo gaan de eerste negen jaar van de oorlog voorbij en breekt het tiende jaar aan. In die periode wordt er, naast de strooptochten, menige veldslag geleverd met de Trojanen waarbij Ajax 1 zich als aanvoerder telkens moedig gedraagt en in de voorste gelederen strijd. Ver in dat tiende jaar van de oorlog breekt de pest uit in het legerkamp en is Ajax 1 aanwezig in de tent van Agamemnon als deze, om het meisje Briseis, ruzie krijgt met Achilles. Hierdoor weigert Achilles nog langer voor de Grieken te vechten en zijn die hun belangrijkste aanvoerder kwijt. Ondanks zijn vriendschap met Achilles blijft Ajax 1 trouw aan koning Agamemnon.

Lof voor Ajax

Nadat Zeus een bedrieglijke droom heeft gezonden aan koning Agamemnon, waardoor deze denkt dat het nu het moment is aangebroken om de Trojanen aan te vallen, stelt hij zijn legers op en inspecteert ze voor het begin van de strijd. Ook Ajax 1 maakt zijn mannen gereed voor de strijd en krijgt een pluim van Agamemnon over de wijze waarop hij dat doet. ‘Voor u heb ik geen bevelen, en al helemaal geen aansporingen.’ Zegt hij. ‘De wijze, waarop u uw mannen aanvoert, is aanmoediging genoeg, zodat zij tot het uiterste zullen gaan. Bij de goden, ik wilde dat iedereen deze geestdrift bezat! Dan zou Troje snel vallen en met de grond gelijk gemaakt zijn!’ Ondanks deze lof van Agamemnon bewaart Ajax 1 nors het stilzwijgen.

Maar ook de Trojanen vatten moed toen zij de vele brandstapels zagen die waren opgericht om de Grieken, die aan de pest waren overleden, te verbrandden en stellen eveneens hun leger op om de Grieken tegemoet te treden, onder aanvoering van Hector. De twee legers rukken op waarbij Ajax 1 de rechtervleugel aanvoert. Zodra de legers binnen elkaars bereik waren, slaakte iedereen de oorlogskreet en nam deel aan de strijd. Het gevecht duurde enige tijd, en de aantallen slachtoffers aan beide zijden waren groot.

Strijd na het bestand

Na enige uren wordt er die dag een bestand afgesproken waarbij Menelaus en Paris met elkaar zullen strijden in een tweekamp. Deze tweekamp wordt echter verstoord door de godin Aphrodite, die haar kleinzoon Paris van een zekere dood redt, en wordt de strijd weer hervat. Ajax 1 dood dan al snel zijn eerste vijand van die dag. Met zijn speer treft hij Simoisius in zijn linkerborst tot diep in de schouder. Zijn vijand is dood voordat hij op de grond valt. Antiphus 3, één van de zoons van koning Priamus, werpt daarop een speer naar Ajax 1 maar mist hem. Al strijdend moedigt Ajax 1 vervolgens de Grieken aan om meer Trojanen te doden.

Maar ook de Trojanen maken slachtoffers onder de Grieken. Hector doodt op een gegeven moment twee Grieken die een strijdwagen mennen, Anchialus 1 en Menesthes. Ajax 1 is diep bedroefd als hij die twee ervaren strijders ziet vallen. Snel gaat hij naar het tweetal toe en met zijn lans hoog geheven treft hij Amphius 2 uit Peisus. Ajax 1 dreef zijn lans door de gordel van de man tot diep in zijn buik. Als Amphius 2 dood op de grond ligt wil Ajax 1 hem van zijn wapenuitrusting beroven. Veel gelegenheid kreeg hij echter niet want de Trojanen wierpen de ene speer na de andere op hem af. Veel ervan bleven in zijn schild steken en Ajax 1 kon nog net een voet op het lijk zetten en zijn lans uit het lichaam rukken. De wapenuitrusting kon hij echter niet pakken want de hagelbui aan speren werd steeds dichter zodat Ajax 1 moest wijken.

Als de Trojanen, aangemoedigd door de god Apollo, met hernieuwde moed weer op de Grieken aanvallen slaat Ajax 1 als eerste een Trojaanse strijdgroep uiteen. Acamas 2, de beste van de Thracische strijders krijgt de speer van Ajax 1 net onder de rand van zijn helm in zijn hoofd waarna het donker voor zijn ogen wordt en zijn vrienden vluchten.

Tweekamp met Hector

Aan het einde van de dag wordt door de strijdende partijen, op advies van de goden Athena en Apollo, afgesproken dat er een tweekamp tussen de held Hector en de beste strijder van de Grieken op leven en dood gevoerd moet worden. Hector daagt de Grieken uit om een strijder aan te wijzen. In eerste instantie meldt Menelaus zich maar wordt tegengehouden door zijn broer Agamemnon die weet dat hij geen partij is voor Hector. Als zich niemand meldt, allen zijn kennelijk bevreesd voor Hector, spreekt Nestor de Grieken vermanend toe en maakt hen uit voor lafaards. Na deze woorden van de grijsaard springen negen man op, waaronder Ajax 1. Nestor laat het lot beslissen wie de strijd zal voeren met Hector en wordt Ajax 1 door het lot aangewezen.

Verheugd door zijn uitverkiezing roept Ajax 1Ik ben blij dat ik uitverkoren ben, want ik weet dat ik die Hector kan verslaan. Aan u, mijn vrienden, vraag ik slechts dat u allen voor mijn overwinning tot Zeus wilt bidden. Doe dit in stilte zodat de Trojanen het niet zullen horen, of bij nader inzien, doe het maar hardop, wij zijn immers voor niets of niemand bang. Niemand zal met mij kunnen doen wat hij wil en niemand zal mij op de vlucht jagen door grof geweld of door een list. Ik ben immers ook goed in staat om te vechten. Niet voor niets ben ik geboren en opgevoed in Salamis.

Duel tussen Ajax en Hector

Terwijl de mannen baden voor de overwinning van Ajax 1, fatsoeneerde hij zijn wapenuitrusting en stormde daarna op Hector af. Met een glimlach op zijn grimmige gezicht rende hij naar de Trojaan, bij wie het hart in zijn keel begint te kloppen als hij de reus op zich af ziet komen. Als Ajax 1 bijna bij Hector is stopt hij en zegt: ‘Hector, je gaat nu meemaken waarover strijdbare Grieken beschikken, zelfs als zij niet kunnen rekenen op Achilles met zijn leeuwenhart. Ondanks dat hebben wij meer dan genoeg mannen die het tegen u op kunnen en durven nemen. Daar je de uitdager bent is het echter aan jou om de strijd te beginnen.

Daarop antwoordde Hector: ‘Ajax 1, probeer mij maar geen schrik aan te jagen alsof ik een kind zonder ervaring ben in de strijd. Ik ken alle gruwelen van de strijd en weet echt wel hoe ik mijn schild moet hanteren. Ik weet ook hoe ik mijn strijdwagen moet mennen en ik ken de knepen van een gevecht van man tegen man. Maar een man zoals jij wens ik niet stiekem te besluipen. Kijk hoe ik duidelijk zichtbaar mijn lans dril en, met de zegen van de goden, jou daarmee hoop te raken.’ Met die woorden hief Hector zijn speer, mikte en smeet het wapen met enorme kracht weg. Hij raakte het schild van Ajax 1 voluit, maar de speer drong niet door de zeven lagen koeienhuid heen.

Daarop haalde Ajax 1 uit met zijn zware lans en trof het schild van Hector. De lans ging dwars door het schild en borstharnas van Hector heen, maar wist die tijdig opzij te springen waardoor hij slechts een lichte schampwond in zijn zijde opliep. Nadat de twee strijders hun speren hadden losgewrikt vielen ze op elkaar aan als verscheurende leeuwen. Hector trof Ajax 1 opnieuw midden in zijn schild maar bleefhet wapen er weer in steken. Ajax 1 sprong op Hector af en trof hem met zijn lans in de nek waarna het bloed begon te vloeien. Maar Hector gaf niet op en pakte een kantige steen van de grond en wierp die met geweld naar Ajax 1. Ook deze steen weerde Ajax 1 af met zijn schild waarna hij een nog grotere steen naar Hector wierp. De steen werd met zoveel kracht geworpen dat het schild van Hector versplinterde en hijzelf op de grond viel. Hector, door zijn schild gehinderd, lag uitgestrekt op de grond en zou door Ajax 1 overmeesterd zijn als Apollo, de beschermer van Hector, hem niet snel overeind geholpen had. Beiden trokken nu hun zwaarden om elkaar in mootjes te hakken toen de herauten van beide partijen tussenbeide kwamen. Zij hieven hun staven in de hoogte en zeiden: ‘Kom, mannen, staak nu de strijd. Zeus heeft u beiden lief en u bent beiden uitstekende speervechters, dat hebben we allemaal kunnen zien. Het is nu bijna donker, dus staak de strijd.

Het was Hector, die om de tweekamp vroeg,’ zegt Ajax 1 tegen hen, ‘Zeg tegen hem dat als hij als eerste de strijd staakt, ik zijn voorbeeld zal volgen'. Daarop antwoordde Hector vervolgens: ‘Ajax 1, je bent groot, sterk en lenig en van de Trojanen de beste lansvechter. Nu ik je dit beken stel ik voor dat wij vandaag de strijd staken. Wij kunnen elkaar op het slagveld nog genoeg keren ontmoeten en dan doorgaan waar we gebleven waren, en dan de goden over ons lot laten beslissen. De duisternis valt dus laten wij het advies van de herauten volgen. We zullen beiden hartelijk ontvangen worden door onze mannen die blij zullen zijn met onze terugkeer. Maar laten wij vanwege onze familiebanden, voordat wij uiteengaan, eerst onderling geschenken uitwisselen zodat later zowel de Grieken als de Trojanen kunnen zeggen dat wij vochten als leeuwen doch uiteengingen als goede vrienden.’ Na deze woorden geeft hij aan Ajax 1 zijn met zilver beslagen zwaard en gaf Ajax 1 aan Hector zijn schitterende gordel waarna zij terug keerden naar hun eigen gelederen.

Teucer en Ajax

De volgende dag begint de strijd opnieuw. Zeus, die heeft besloten om voorlopig Hector te steunen, heeft de andere goden verboden om zich nog met het verloop van de strijd te bemoeien en stuurt enorme bliksems naar het leger van de Grieken die daarop door de Trojanen worden teruggedrongen naar hun eigen scheepskamp. Ook Ajax 1 is bang voor de bliksems van Zeus en trekt zich terug.

Als de Trojanen de gracht en schutswal om het kamp hebben doorbroken ontstaat er een geweldige strijd binnen het scheepskamp en dreigen de Grieken vermorzeld te worden. Agamemnon spreekt zijn mannen nieuwe moed in waarna deze, onder aanvoering van Diomedes 1, tot de tegenaanval overgaan. Samen met zijn broer Teucer 1, een uitstekende boogschutter die zich verschuilt achter het grote schild van Ajax 1, zoekt dit tweetal hun slachtoffers uit onder de Trojanen. Ajax 1 draait langzaam zijn schild rond terwijl Teucer 1 zoekt naar een man die hij kan beschieten. Als hij die heeft gevonden en getroffen met een pijl zoekt Teucer 1 weer dekking achter het schild van zijn broer en begint het ritueel opnieuw.

Op een gegeven moment heeft Hector in de gaten wat Teucer 1 uithaalt en werpt een grote steen naar de boogschutter. De steen treft Teucer 1, raakt zijn schouder en breekt zijn sleutelbeen, waardoor hij is uitgeschakeld en door zijn knieën zakt. Beschermend gaat Ajax 1 over hem heen staan om hem te dekken met zijn schild. Als de avond valt zitten de Grieken opgesloten in hun scheepskamp en zijn ze omsingeld door de Trojanen. De strijd wordt door de invallende duisternis gestaakt.

Gezantschap naar Achilles

’s Avonds zitten de Griekse legerleiders bijeen om te overleggen hoe zij uit deze benarde situatie kunnen ontsnappen. Ajax 1 stelt voor een gezantschap naar Achilles te sturen die moet proberen hem over te halen weer mee te doen aan de strijd. ‘We moeten,’ zo sprak hij, ‘nu handelen, in het licht van onze recente overwinning en het gunstige bestand dat we hadden afgesloten. We moeten hem opzoeken, niet vanwege onze nood, maar alleen om hem de eer te gunnen die hij had verdiend. We willen hem aan onze kant, eenvoudigweg vanwege zijn grootsheid. Bovendien,’ zo smeekte Ajax 1, ‘moest Agamemnon de bereidheid tonen om zich te verzoenen met Achilles. In de huidige omstandigheden, vechtend, in de staat waarin zij verkeerden, deze verschrikkelijke oorlog ver van hun vaderland, behoorde iedereen enkel en alleen aan het gemeenschappelijke doel te denken.’ Na zijn redevoering zegt Agamemnon dat hij bereid is om hem daarvoor veel en dure geschenken te geven als hij toestemt. Samen met Phoenix 1, Diomedes 1 en Odysseus wordt Ajax 1 vervolgens uitgekozen om als afgezant naar Achilles te gaan.

Als zij bij de tent van Achilles aankomen, springt deze verrast op en heet zijn vrienden van harte welkom. ‘Hoewel ik zeer boos ben zijn er geen twee andere Grieken die ik liever zie dan u, Ajax 1 en u, Odysseus.’ Hij noodt zijn gasten binnen en laat Patroclus 1 zijn beste wijn inschenken en hen een uitstekende maaltijd bereiden. Nadat hun dorst gelest en hun honger gestild is vertelt Odysseus met welke boodschap zij gestuurd zijn en hoezeer de Grieken in de problemen zitten. Achilles weigert echter ronduit om terug te keren in de strijd en handhaaft zijn vete met Agamemnon.

Als Odysseus opnieuw probeert om Achilles over te halen spreekt ook Ajax 1 zich uit. ‘Odysseus, mijn schrandere vriend en strijdmakker, laten we gaan. Het lijkt me dat deze keer onze missie mislukt is. We moeten onmiddellijk terug naar de anderen die ongetwijfeld nog wakker zijn en hen het nieuws vertellen, hoe slecht dit ook is. Ik kan echter niet nalaten om op te merken hoe hardnekkig die Achilles is in zijn wrok. Hoe onbarmhartig hij is, om geen ogenblik aan zijn vrienden te denken. Dezelfde vrienden die hem tot een afgod van het leger maakten. Ik noem het onmenselijk. Is het zelfs in geval van moord niet gebruikelijk om bloedgeld aan te nemen voor een gedode zoon of broer. De moordenaar hoeft zelfs niet te vluchten uit het land als hij de familie zoengeld betaalt en zo hun trots en gekwelde gevoelens bevredigt. Maar u, Achilles, en de goden mogen weten waarom, hebt uzelf opgezweept tot die onstilbare woede om een meisje. Wees alstublieft toch een beetje toegefelijker, Agamemnon biedt u zeven van de jongste en mooiste meisjes aan, met daarnaast nog allerlei andere schatten en rijkdommen. Denk ook eens aan uw plicht als gastheer. We zijn onder uw dak en wensen niets anders dan uw beste vrienden te blijven onder alle Grieken die hier in Troje zijn.

Achilles antwoordde hem dat hij zeer zinvolle woorden heeft gesproken maar dat zijn bloed kookt van woede en bij zijn beslissing blijft. ‘Ga dus maar terug naar de andere leiders en deel ze mijn besluit mede. Ik wil niet meer van de strijd horen totdat Hector met zijn leger mijn schepen heeft bereikt. Dan zal ik weer deelnemen aan de strijd en hem tot staan brengen.’ De afgezanten gaan daarop terug naar de andere Grieken om hen het treurige nieuws te vertellen. Daarna gaat de vergadering uiteen en naar bed, zonder een oplossing voor de situatie te hebben bedacht.

Nachtelijk overleg

’s Nachts wordt Ajax 1 gewekt door Menelaus. Deze vraagt hem om op te staan en mee te komen naar een extra nachtelijke vergadering, bijeengeroepen door koning Agamemnon. Ajax 1 stemt toe en ze lopen samen naar een plek die net buiten de schutsgracht om het kamp is gelegen. Als ze daar aankomen zijn de andere Griekse leiders al aanwezig. Nestor voert op dat moment het woord en adviseert om een nachtelijke spionageactie te organiseren in het Trojaanse kamp. De leiders stemmen hiermee in en direct springt Diomedes 1 op die zegt dat dit nu precies een klusje is voor hem. De vergadering stemt met zijn aanbod in en vraagt hem een andere Griek uit te kiezen als medespion. Ajax 1, en vele andere Grieken bieden zich aan maar Diomedes 1 kiest Odysseus. De vergadering gaat vervolgens weer uiteen en ook Ajax 1 gaat weer naar bed.

Zeus steunt Hector

De volgende ochtend wordt Ajax 1 wakker van een luide en verschrikkelijke kreet. De godin van de Tweedracht, gezonden door Zeus, staat op het schip van Odysseus en bezielt de harten van alle Grieken, met haar kreet, om door te strijden tot het bittere einde. Ook die dag ontstaat er weer een verschrikkelijke strijd tussen de Grieken en Trojanen en volgt aanval op tegenaanval. Aan het einde van de ochtend staan de Grieken weer bijna voor de poorten van Troje als Zeus besluit in te grijpen en Hector onoverwinnelijk maakt waardoor de Grieken weer terug gedrongen worden. Agamemnon raakt tijdens deze gevechten gewond, en moest zich uit de strijd terugtrekken.

Buste Ajax

Ook Odysseus raakt op een gegeven moment gewond en wordt massaal aangevallen door de Trojanen. In het nauw gedrongen roept hij driemaal om hulp naar zijn medestrijders. Menelaus, die zijn geroep hoort, waarschuwt Ajax 1 en vraagt hem te helpen om Odysseus uit zijn benarde positie te bevrijden. Samen gaan zij erop af en vinden Odysseus, bloedend uit een wond, temidden van een overmacht aan Trojanen. Vlug gaat Ajax 1, ter bescherming, als een reusachtige toren met zijn schild voor Odysseus staan. Van schrik stuiven de Trojanen er vandoor en Menelaus neemt Odysseus bij de arm en voert hem af van het strijdtoneel.

Ajax 1 werpt zich vervolgens op de Trojanen en doodt Doryclus 1, een bastaardzoon van koning Priamus. Daarna verwondt hij Pandocus, Lysander, Pyrasus en Pylartes 1. Als een stormram gaar Ajax 1 door de Trojaanse gelederen. Hector ziet wat er gebeurt en rijdt met zijn strijdwagen richting Ajax 1 maar valt hem niet direct aan en zoekt onder de Grieken vooralsnog andere tegenstanders uit.

Uiteindelijk grijpt Zeus in en strooit angst in het hart van Ajax 1. Deze blijft verbijsterd staan, kijkt om zich heen naar zijn vrienden, en keert zich om. Stap voor stap wijkt hij terug en loert fel achterom. De Trojanen volgen op de voet en proberen hem met hun wapens te verwonden. Elke keer als ze te dicht in de buurt komen keert Ajax 1 zich om, vlamt zijn strijdlust weer, op en valt de Trojanen woedend aan. Koppig als een ezel verweert hij zich, hun speren en lansen ontwijkend, en vertraagt daardoor de opmars van de Trojanen naar het Griekse kamp.

In de buurt gekomen van het kamp ziet Eurypylus 2 in welke benarde positie Ajax 1 zich bevindt en komt hem te hulp. Onmiddellijk doodt hij de Trojaanse aanvoerder Apisaon 1 en wil hem beroven van zijn wapenuitrusting. Maar Paris ziet waarmee hij bezig is en schiet hem een pijl in zijn rechterdij. Eurypylus 2 kan nog net wegvluchten tussen zijn kameraden maar roept hen wel op nog even stand te houden om Ajax 1 te helpen. De mannen geven gehoor aan zijn oproep en helpen ook Ajax 1 om veilig terug te keren binnen de schutgracht.

Strijd om het scheepskamp

Aanval op het scheepskamp

Zodra hij binnen het kamp is, en de poorten gesloten, neemt Ajax 1 direct de verdediging ter hand. Hij moedigt de mannen aan en spoort ze aan om door te vechten tot het bittere einde. Degene waarbij hij geen strijdlust aantreft krijgen andere taal van hem te horen. ‘Grieken, mijn vrienden,’ zo zegt hij, ‘nu is er voor iedereen werk aan de winkel. Maar dat weten jullie zelf ook wel. Laat niemand luisteren naar het dreigen van de Trojanen om vervolgens naar de schepen te vluchten. Alleen voorwaarts en aanvallend strijden, of je nu uitblinkt boven de anderen of niet! Moedig elkaar aan, vertrouw op Zeus, die deze aanval van de Trojanen zal keren en hen terug zal jagen naar hun eigen stad.’ Zo hield hij de gelederen van de Grieken bijeen.

Als de Trojanen de muur om het kamp aanvallen wordt Ajax 1 door de heraut Thootes, gezonden door Menestheus 1, om hulp gevraagd. Zijn strijdgroep, die de poort verdedigt, wordt massaal aangevallen door Lyciërs die dreigen de poort in te nemen. ‘Mijn heer Ajax 1, en aanvoerders der Grieken,’ zo sprak Thootes, ‘Menestheus 1, mijn edele meester, verzoekt u naar hem toe te komen, al is het maar voor even, om hem uit de moeilijkheden te helpen. Het liefst u en uw naamgenoot, de kleine Ajax 2, want het einde schijnt voor hem en zijn mannen nabij. De Lyciërs stormen recht op onze stellingen af, en we weten allemaal wat voor woeste krijgers dat zijn als het tot een gevecht van man tegen man komt. Maar als u het hier al even hard te verduren hebt komt dan alleen en breng uw broer, de bekwame boogschutter, Teucer 1 mee.’ Ajax 1 weigert zijn hulp niet en wendt zich tot de andere Ajax 2 en zegt tegen hem: ‘Jij blijft hier, Ajax 2, samen met de kloeke Lycomedes 1, en jullie zorgen ervoor de vijand hier bezig te houden, terwijl ik daarheen ga en de tegenaanval leid. Spoedig zal ik hier weer terug zijn, zodra ik onze vrienden gered heb.

Met die woorden trok Ajax 1 erop uit, samen met zijn broer Teucer 1 en gevolgd door Pandion 1, die zijn kromboog droeg. Onderweg naar de post waar de vijandelijke druk het grootst was, liepen ze langs de binnenzijde van de muur en bereikten de stelling waar Menestheus 1 het bevel voerde. Hier troffen zij als tegenstanders de machtige voorhoede van de Lyciërs aan onder bevel van hun leiders, die op het bolwerk afstormden. Daar wierpen zij zich op de vijand en het daveren van de strijd verdubbelde door hun inzet.

Ajax 1 was daarop de eerste die een tegenstander velde. Hij tilde een puntig rotsblok, dat een mens van normale kracht nog niet met twee handen opgetild zou krijgen, hoog boven zijn hoofd en wierp dat tegen het hoofd van Epicles. Zijn schedel versplinterde binnen zijn helm en hij stortte dood ter aarde neer. Daarna probeert Ajax 1 Sarpedon 1, een zoon van Zeus, te treffen. Deze had met zijn blote handen een bres in de muur geslagen waardoor de Trojanen het kamp in konden komen. Ajax 1 trof hem met zijn wapen maar drong niet door het schild van Sarpedon 1 heen. Vooralsnog hield hij de Trojanen wel tegen.

De wal doorbroken

De Trojanen slagen er uiteindelijk in om de muur te nemen en stormen, onder aanvoering van de grote Hector, het kamp van de Grieken binnen. Op dat moment schiet de god Poseidon de Grieken te hulp. Deze neemt de gedaante van de Griek Calchas aan en roept naar de twee Ajaxen. ‘Mijne heren, als u zo moedig blijft als u nu bent dan kunt u de Grieken redden van de ondergang. De Trojanen zijn wel met man en macht door de bres in de muur gekomen maar ik geloof niet dat ze veel verder zullen opdringen. Alleen bij deze bres hebben ze uw linies doorbroken dus weersta daar de Trojanen en verzamel de nodige mannen om u heen. Als u ze daar tegenhoud dan is er nog hoop om te voorkomen dat ze uw schepen in brand steken.

Als Poseidon uitgesproken is raakt hij de twee Ajaxen aan met zijn staf en hun harten worden met enorme moed gevuld. Daarna verdwijnt Poseidon. De kleine Ajax 2 was de eerste die de god herkende en zei tegen de grote Ajax 1. ‘Het was één van de Olympische goden die ons toesprak. Ik voel mij vanbinnen dat hij mijn hart heeft veranderd. Ik ben twee keer zo gretig om de Trojanen te bestrijden dan voor zijn toespraak.’ De grote Ajax 1 antwoordde hem: ‘Ik voel precies hetzelfde. Mijn geest is in vervoering en mijn voeten dansen van vreugde. Mijn handen popelen om mijn speer te drillen om die Hector alleen aan te vallen.

Als Hector de Griek Amphimachus 1 met zijn speer doodt en hem van zijn wapenuitrusting tracht te beroven gaat Ajax 1 op hem af en treft hem met zijn lans op zijn schild. Hoewel Hector zelf niet geraakt wordt wankelt deze wel door de kracht van de aanval en ziet zich gedwongen zich iets terug te trekken. Samen met de kleine Ajax 2 pakt de grote Ajax 1 vervolgens het lijk van de Trojaan Imbrius, slepen het uit het strijdgewoel en beroven hem van zijn wapens. Daarna gaan de twee Ajaxen weer naar het front en strijden daar onvermoeibaar zij aan zij, geholpen door hun dienaren, en houden de Trojanen vast bij de bres in de muur.

Weer een treffen met Hector

Als de Trojanen ingesloten dreigen te raken door de Grieken verzamelt Hector zijn verspreide troepen en voert hen zelf aan in één massale aanval op de verdedigers van het kamp. Als de bloeddorstige oorlogsgod Ares 1 zelf gaat hij tekeer in de gelederen van de Grieken. Op dat moment stapt Ajax 1 naar voren en daagt Hector uit. ‘Jij daar, brutale praatjesmaker, dacht je soms de Grieken angst aan te jagen. De krijgskunst is ons niet onbekend. Omdat Zeus jullie helpt wil dat nog niet zeggen dat je onze schepen kunt vernielen. We hebben onze wapens gereed en zijn bekwaam genoeg om ermee te vechten. Wij zullen eerder die mooie stad van jou nemen en plunderen dan dat jij onze schepen in de brand kunt steken. En wat jezelf betreft, de tijd is nabij dat je in je haast om te vluchten de goden zult smeken om je paarden sneller te makken dan haviken en je op tijd binnen de muren van je stad kunt komen.

Als een gelukkig voorteken kwam na de woorden van Ajax 1 hoog in de lucht een Adelaar aangevlogen om kracht bij te zetten aan zijn woorden. De Grieken vatten moed en juichen van vreugde. Hector laat zich er echter niet door van de wijs brengen en zegt: ‘Dat onzinnige gebral van jou is nu precies wat je van zo’n dwaze zwetser verwachten mag. Ik moet zeggen dat je jezelf overtreft. Ven één ding ben ik echter zeker. Deze dag zal een ramp worden voor heel het leger van de Grieken. Jij zult samen met alle anderen sterven door mijn speer als je het waagt om het tegen mij op te nemen. Sneuvelen zal je bij de schepen als lekkernij voor de Trojaanse honden en roofvogels.’ Daarop stormt hij en zijn mannen, onder het slaken van hun strijdkreet, op de Grieken af. Deze hieven daarop hun eigen strijdkreet aan en het krijgsrumoer steeg op tot in de hemel bij Zeus.

Hector wierp zijn speer naar Ajax 1, die vlak tegenover hem stond, en raakte hem daar waar de beide draagriemen van zijn borstharnas elkaar voor de borst kruisen. Het wapen drong niet door de knoop heen en Hector was woedend omdat hij zo’n krachtige worp had gedaan zonder resultaat. Hij week daarop terug tussen zijn mannen om daar dekking te zoeken. Ajax 1 greep een grote steen, toen Hector terugweek, en wierp die tegen de borst van de Trojaanse leider. Als een tol draaide de moedige Hector rond en tuimelde in het stof, glipte de speer hem uit zijn hand, en viel bijna flauw van de pijn.

Snel dekken de Trojanen hun leider met schilden en dragen hem van het slagveld af. Toen de Grieken dit zagen vielen zij met hernieuwde moed op de Trojanen aan. Als de Trojaan Polydamas een Griek verslaat en een luide triomfkreet slaakt valt de dichtbij staande Ajax 1 hem aan. Hij werpt zijn speer maar Polydamas kan deze nog net ontwijken en het wapen treft de Trojaan Archelochus 1 in de nekwervel. Als deze valt heft Ajax 1 een juichkreet aan en roept: ‘Bedenk, Polydamas, of de dood van die man niet ruimschoots opweegt tegen die van Prothoenor 1. Op zijn uiterlijk afgaand was hij bepaald geen lafaard noch van lage geboorte, eerder een broer of zoon wellicht van die vorst van u, van Antenor 1. Opvallend hoeveel hij op hem lijkt.’ Ajax 1 wist echter heel goed wie het was, die hij gedood had. En de Trojanen zonk het hart in de schoenen. Vervolgens gaat Ajax 1 verder met het doden van Trojanen en doodt de aanvoerder van de Mysiërs, Hyrtius.

Strijd tussen de schepen

Als Hector, die door de god Apollo is genezen, weer op het strijdtoneel verschijnt, slaat de schrik om het hart van de Grieken. De Griek Thoas 2 ziet het gevaar en adviseert de mindere strijders om zich rond hun schepen terug te trekken terwijl hij met de beste strijders stand houdt om de aanval van Hector, die door Zeus geholpen wordt, te weerstaan. Die raad wordt aanvaard en onder aanvoering van Ajax 1 en enkele andere Griekse leiders verzamelen deze hun troepen terwijl de hoofdmacht zich terugtrekt bij de schepen. Dicht opeen wachten zij de Trojanen af. Deze worden geholpen door de god Apollo en tegen wil en dank moet Ajax 1 en zijn groep zich terugtrekken op de schepen.

Strijd tussen de schepen

Terwijl een deel van zijn manschappen bij de andere schepen in de aanval gaat richt Hector zich op het schip van Ajax 1. Die twee vechten als kemphanen maar slagen er niet in om elkaar te verwonden of te doden. Wel slaagt Ajax 1 er in om Caletor 2 met een speer in zijn borst te doden toen deze met een fakkel probeerde om het schip in de brand te steken. Als Hector zijn neef zo in het stof ziet vallen roept hij zijn mannen op om het lichaam te bergen voordat de Grieken kans zien om hem te beroven. Na deze oproep werpt hij een speer naar Ajax 1 maar mist hem en treft de schildknaap van Ajax 1, Lycophron 1, die naast hem stond. Ajax 1 huivert als hij dit ziet en zegt tegen zijn stiefbroer Teucer 1, ‘We hebben een trouwe vriend verloren. Waar zijn je boog en dodelijk pijlen?’ Zijn broer pakt daarop zijn boog en begint op de Trojanen te schieten alsof het prijzenwedstrijd was.

Als Teucer 1 op Hector richt knapt, door toedoen van Zeus, de pees en valt de boog op de grond. Als Ajax 1 dit ziet zegt hij: ‘Ja, mijn vriend, de goden zijn vandaag niet op onze hand. Pak dus een lange lans, snoer je schild om en ga onze mannen voor, recht op de vijand af. Die Trojanen mogen ons dan nu de baas zijn, we kunnen ze op zijn minst laten zien dat we nog kunnen vechten. We zullen ze zo duur mogelijk laten betalen willen ze de schepen in handen krijgen.’

Hector en Ajax 1 moedigen hun mannen opnieuw aan en Ajax 1 roept: ‘Denk aan uw plicht Grieken! Er rest ons geen andere keus dan hier jammerlijk om te komen, of de schepen te redden en ons leven! Of denken jullie soms, dat je te voet naar huis kunt keren als die Trojanen eenmaal, met Hector aan het hoofd, onze schepen in de as gelegd hebben? We hebben geen beter plan dan hen tegemoet te treden en met hen te vechten, man tegen man, vuist tegen vuist. Of wij in leven blijven of niet, het is beter nu eens en vooral de strijd te beslechten, dan ons door een zwakkere vijand dood te laten drukken tegen de boeg van onze schepen.

Met die woorden schonk hij weer moed aan zijn mannen en valt de Trojanen opnieuw aan. Hij doodt daarop Laodamas 1, de zoon van Antenor 1, de leider van het voetvolk der Trojanen. Ook tijdens het gevecht moedigt hij zijn mannen aan. ‘Vrienden, wees mannen en denk aan uw eer. Op het slagveld moet u niets anders vrezen dan schande en oneer. Want als krijgers daar niet bang voor zijn zullen zij eerder worden gered dan dat zij sneuvelen. In de vlucht schuilt geen eer of redding.’ Zijn mannen hebben nauwelijks aanmoediging nodig en omringen de schepen met een haag van brons. Maar nog altijd spoorde Zeus de Trojanen aan tot de aanval.

Onder aanvoering van de steeds driestere Hector drijven de Trojanen, met hulp van Zeus, de Grieken uiteindelijk helemaal terug op hun schepen. De trotse Ajax 1 geeft niet op en rent links en rechts rond over de schepen. Hierbij zwaait hij met een lange paal van wel vijftien meter lang. Als een kunstrijder springt hij er mee van het ene naar het ander schip en moedigt de Grieken aan om hun schepen en tenten te beschermen.

Hector dringt steeds verder op en laat Ajax 1 met talloze pijlen bestoken. Deze kan uiteindelijk niet standhouden en wordt op een schip van de achtersteven teruggedrongen naar de stuurbank. Daar houdt hij stand en weert elke Trojaan met zijn lange paal af, die met een brandende fakkel komt aanlopen. Gelijktijdig roept hij zijn vrienden toe; ‘Vrienden, dappere Grieken, knechten van Ares 1, wees mannen en denk aan de faam van uw moed! Denk niet dat wij achter ons nog hulptroepen hebben of een sterke muur die ons redt in de nood? Hier is geen stad met wallen en sterkten in de buurt die ons veiligheid kan schenken of nieuwe manschappen. Dit is de vlakte voor Troje en heel Troje loopt te wapen. In de rug hebben we de zee en ver weg is ons vaderland. Willen wij overleven dan moeten wij vechten als leeuwen!’ Al sprekend hanteerde hij dreigend zijn scheepspaal en doodde daarmee twaalf man voor de schepen en scheidde niet van zijn wapen.

De strijd om het schip wordt steeds feller en Ajax 1 kan zijn stelling niet langer houden door de wil van Zeus en de constant aanhoudende pijlenregen. Zijn flonkerende helm, waar de Trojanen constant op mikken, gonsde en dreunde van de pijlen die keer op keer het brons raakten. Zijn linker schouder is verlamd omdat hij zo lang met zijn schild heeft gezwaaid, hoewel niemand het hem nog had kunnen afnemen. Hij hijgde zwaar en langs zijn armen en benen droop het zweet. Waar hij ook keek, nergens zag hij iets of iemand om hem uit zijn benarde situatie te helpen.

Op een gegeven moment gaat Hector recht op Ajax 1 af en hakt met zijn zwaard de kop van de essenhouten speer af. Verbijsterd kijkt Ajax 1 naar het nu nutteloze wapen en beseft dat de goden zich met de strijd bemoeien. Zeus wil de Trojanen de zege geven door alle weerstand nutteloos te maken. Dekking zoekend wijkt uiteindelijk ook Ajax 1 en de Trojanen steken met vlammende toortsen snel de brand in het schip. Op dat moment is Patroclus 1 bij Achilles op bezoek en smeekt hem of hij zelf, in de wapenuitrusting van Achilles, aan de strijd mag deelnemen want zijn hart breekt als hij ziet in welke situatie de Grieken verkeren. Als Achilles het vuur van het schip van Ajax 1 ziet stemt hij toe en maant Patroclus 1 tot spoed. Zeus heeft zijn doel bereikt, Achilles weer bij de strijd betrekken zodra een schip in de brand staat, en laat Hector nu aan zijn lot over.

Patroclus valt aan

Patroclus 1 leidt de legergroep van Achilles en valt de Trojanen onverhoeds aan. Deze denken dat het Achilles is die weer meedoet aan de strijd en slaan verschrikt op de vlucht. De Grieken vatten weer moed en gaan geestdriftig op de Trojanen af. Ajax 1 heeft nu nog maar één wens, Hector aan zijn lange lans te rijgen. Deze was echter bedacht op het dreigende gevaar en beschermde zijn brede schouders met zijn schild. Hij begreep wel dat de kansen in de oorlog gekeerd waren, en hield zoveel mogelijk stand om zijn troepen de kans te geven zo ordelijk mogelijk te vluchten naar de stad.

Patroclus 1 doodt tijdens de daaropvolgende slag Sarpedon 1, de zoon van Zeus. De ontstelde en op wraak beluste Trojanen trachten nog een tegenoffensief in te zetten en stormen recht op de Grieken af met vooraan Hector. Patroclus 1 roept intussen naar de beide Ajaxen: ‘Heren, laat dit bericht uw hart sterken en uw strijdlust aanwakkeren. Sarpedon 1, die reus van een strijder, ligt dood ter aarde. Hij was degene die als eerste onze muur bestormde. Laten we trachten om ons van zijn lijk meester te maken en het van zijn wapens te beroven terwijl wij gelijktijdig zijn vrienden doden, die zijn lichaam ongetwijfeld zullen beschermen.

Agamemnon en de twee Ajaxen, grepen tijdens de toen volgende slachtpartij, vele zoons van Priamus die zij doodden. Agamemnon doodde Aesacus en Deiopites en ook Archemachus 2, Laodocus 4 en Philenor. De Ajaxen doodden Mylius, Astynous 2, Hippothous 2 en Hippodamas 1. Op dat moment kwam Hector, die ook in de gaten had wat er gebeurde, hen te hulp en weet op zijn beurt Patroclus 1, waarvan hij denkt dat het Achilles is, te doden.

Strijd om het lijk van Patroclus

Menelaus, die in buurt was, zag dat Hector zijn lichaam wil onteren en de wapenuitrusting van Achilles wil stelen. Snel loopt hij naar de linkerflank waar Ajax 1 zijn troepen aanspoort en zegt: ‘Mijn vriend, kom snel met me mee om al strijdend het lijk van Patroclus 1 ontzetten. Naakt als het is kunnen we het wellicht nog voor Achilles redden. Zijn wapenuitrusting heeft Hector al gestolen.’ De dappere Ajax 1 werd diep door die woorden bewogen, en samen banen ze zich een weg door het gewoel van de strijd.

Hector staat op het punt om het hoofd van Patroclus 1’ lichaam te slaan en het lijk weg te slepen als Ajax 1 zwaaiend met zijn schild aankomt. Hector gaat er als een haas vandoor in zijn strijdwagen met de wapenuitrusting van Patroclus 1. Ajax 1 gaat daarop beschermend over het lichaam van Patroclus 1 staan met naast hem de blonde Menelaus. Blazend van woede, en de ogen tot spleten geknepen, stellen zij zich zo op om elke Trojaan die het waagt om in de buurt te komen neer te slaan.

Even later komt Hector, die de wapenuitrusting van Patroclus 1 heeft aangedaan, weer opzetten met een grote groep Trojanen, om ook het lichaam van Patroclus 1 aan de Grieken te ontfutselen. Op dat moment zegt Ajax 1 tegen Menelaus, ‘Mijn vriend, ik heb weinig hoop dat wij nog levend van dit slagveld zullen komen. Maar het lijk van Patroclus 1 kunnen we hier niet achterlaten. Toch maak ik mij bezorgder over onszelf want Hector komt met een overmacht aan mensen onze kant op. Vlug, laten we proberen de leiders van de Grieken te hulp te roepen, als onze stemmen tenminste zover reiken.

Rondom het lichaam ontbrandt een geweldige strijd. Aanvankelijk drijven de Trojanen de Grieken terug van het lijk waarbij het hen niet lukte om ook maar één Griek te doden. Toen zij zich opmaakten om het lijk van Patroclus 1 weg te slepen snelde Ajax 1 als eerste weer naar voren en verdreef op zijn beurt weer de Trojanen. Ajax 1 doodt Hippothous 1, die een riem aan de voet van Patroclus 1 had gebonden, met een speer door zijn hoofd en voorkwam zo dat de Trojanen het lichaam aan de Gieren in Troje konden voeren.

Strijd met Hector

Hector nam zijn kans waar en wierp een speer naar Ajax 1. Deze was hem te vlug af en ontweek het wapen. Op zijn beurt wierp Ajax 1 nu zijn speer en trof Phorcys 1 in de buik. Hij viel in het stof en zijn ingewanden puilden uit de wond. Hierna weken de Trojanen iets terug. Ajax 1 gaf intussen aan zijn kameraden bevel om het lichaam van Patroclus 1 te omringen met mannen. Niemand mocht wijken van het lijk of gaan vechten in de voorste gelederen. Allen moesten dicht bij elkaar en bij Patroclus 1 blijven.

De Trojanen vielen weer aan en de aarde rondom de groep kleurde zich rood van het bloed, voornamelijk Trojanen maar ook bij de Grieken viel menige dode te betreuren. In een door Zeus aangebrachte dikke mist ging de strijd uren door. Verderop streden Trojanen en Grieken echter ongehinderd onder een klare hemel. Allerwegen blonk heldere zonneschijn, en boven vlakte noch heuvels viel er aan de lucht ook maar één wolkje te bekennen. De strijd was daar niet zo fel, want vaak rustten de strijders, bleven op een afstand van elkaar en vermeden elkanders scherpe speren. Doch in het midden van het slagveld, waar die dichte nevel hing, leden de beste der Grieken, belemmerd door de zwaarte van hun bronzen schilden, onder de rampen en het leed van de oorlog.

Automedon, roept op een gegeven moment de hulp in van de twee Ajaxen en Menelaus. ‘Laat anderen het lijk van Patroclus 1 verdedigen en kom ons helpen. Wij worden aangevallen door Hector en Aeneas, de besten der Trojanen, die op ons afstormen.’ Het drietal geeft gehoor aan de oproep en gaan met Automedon mee. Als zij bij het strijdgewoel aankomen, deinzen Hector en Aeneas terug en laten hun slachtoffers liggen waar zij liggen. Het drietal gaat daarop weer terug naar de strijd om het lichaam van Patroclus 1.

Ondanks dat de Trojanen uit het scheepskamp zijn verdreven lukt het de Grieken niet om hen helemaal terug te drijven naar hun stad. De Trojanen dreigen zelfs weer overwicht te krijgen en het lijkt erop dat Zeus de zege aan de Trojanen ging gunnen. Dit ontgaat Ajax 1 niet en hij zegt tegen Menelaus: ‘Een dwaas kan zien dat Zeus die van Troje helpt. Elke speer die zij werpen treft doel terwijl onze speren in de grond belanden zonder schade of onheil aan te richten. We moeten dus zonder hulp van die Olympiër het lijk wegslepen om onze vrienden bij de schepen een blij weerzien gunnen. Niet zonder angst zullen zij zich afvragen of er dan niets is wat die razende Hector kan stuiten. Konden we maar een boodschap zenden naar Achilles over de dood van zijn boezemvriend.’ Tegen Menelaus zegt hij vervolgens: ‘Kijk rond of u Antilochus ziet en als hij nog leeft zeg hem dan dat hij naar Achilles gaat om hem het nieuws over de dood van zijn vriend te melden.

Menelaus voldoet aan dit verzoek en gaat op zoek naar Antilochus. Enige tijd later komt hij terug en meldt aan Ajax 1: ‘Ik heb de boodschapper naar de schepen gestuurd met een bericht voor Achilles. Toch koester ik weinig hoop dat hij zal komen. Zonder hem moeten wij zien wat wij kunnen en proberen het lijk kunnen weg te voeren en ons eigen leven redden voor het geweld van die van strijdlust gillende Trojanen.

Wat u daar zegt, Menelaus, is volkomen juist.’ Antwoordt Ajax 1 hem. ‘Pak samen met Meriones het lijk van Patroclus 1 op en breng het terug naar het scheepskamp. Samen met de kleine Ajax 2 proberen wij dan de Trojanen tegen te houden.’ Als Menelaus en Meriones het lichaam oppakken en weg dragen komen de Trojanen joelend achter hen aan. De twee Ajaxen stellen zich daarop teweer en voorkomen zo dat deze het lichaam afpakken.

Zwoegend met hun last lopen Meriones en Menelaus terug naar het kamp. Achter hun ruggen worden zij beschermd door Ajax 1 en Ajax 2 die zich verweerden tegen de constante aanvallen van de Trojanen. Vooral Aeneas en Hector probeerden het lijk te veroveren. Driemaal greep Hector de dode Patroclus 1 bij een voet en trachtte het lijk weg te rukken en driemaal joegen de beide Ajaxen hem weg. Hector was echter vastbesloten om het lichaam te roven en bleef de Grieken achtervolgen. Hij was echter niet in staat om de Ajaxen te overwinnen terwijl het dit tweetal niet lukte om Hector definitief te verjagen.

Achilles laat zijn wrok varen

Ajax troost Achilles

Intussen heeft Achilles de dood vernomen van zijn vriend. Hij ontsteekt in een verschrikkelijke woede en wil Hector doden. Op een gegeven moment stuurt Hera Iris 1 naar Achilles dat hij zich moet laten zien op het strijdtoneel als hij het lichaam van zijn vriend nog wil redden. Deze heeft echter geen passende wapenuitrusting meer en vraagt aan Iris 1 wat hij moet doen. ‘Ga naar de schutgracht, gekleed als u bent, en vertoon je aan de Trojanen. Wellicht schrikken ze zo van je verschijning dat ze de strijd staken en anderen het lichaam van Patroclus 1 veilig kunnen stellen.’ Zegt Iris 1 tegen hem. Dit advies heeft het beoogde effect en mede vanwege de invallende duisternis wordt de strijd gestaakt. Die avond treurt Achilles bij het lijk van zijn vriend en wordt daar door Ajax 1 en zijn andere vrienden getroost.

Toen gaf Agamemnon een diner ter ere van Ajax 1, waar hij hem zeer hoog roemde en vele prachtige geschenken gaf. Ook de andere aanvoerders loofden de moed van Ajax 1. Niemand zweeg en vertelde over zijn dappere daden. Hoe hij had gestreden met Hector op de schepen, een gevecht om te herinneren, en de schepen bevrijd had van het vuur. Er was niemand die daar op dat moment aan twijfelde. De dag daarop verslaat Achilles bijna in zijn eentje de Trojanen en drijft hen terug in de stad. Ook doodt hij Hector die hij meesleept naar het scheepskamp. Ajax 1 neemt tijdens die gevechten veertig Trojanen gevangen, waaronder twee zoons van Priamus: Pisus 2 en Evander 1.

Spelen ter ere van Patroclus

Nu de Trojanen zijn teruggedreven in hun stad kan Achilles zijn beste vriend Patroclus 1 begraven. Alle aanvoerders, en ook Ajax 1, spannen zich in om een grote brandstapel te bouwen met hout dat zij vanaf de Ida halen. Met veel ceremonieel wordt uiteindelijk Patroclus 1 verbrandt en organiseert Achilles daarna begrafenisspelen ter ere van zijn vriend.

begrafenisspelen

Ajax 1 neemt deel aan de worstelwedstrijd en neemt het op tegen zijn vriend Odysseus. De twee grijpen elkaar vast met hun krachtige armen en onder druk van hun spieren kraken hun ruggen. Zo staat het tweetal lange de kracht van elkaar te testen en begint het zweet van hun lijven te stromen. Denkend aan de mooie prijzen die Achilles heeft uitgeloofd strijden ze door, maar Odysseus krijgt Ajax 1 niet op de grond en Ajax 1 Odysseus niet. De toekijkende Grieken beginnen al ongeduldig te worden als Ajax 1 tegen Odysseus zegt: ‘Til mij nu omhoog of anders doe ik het bij jou en dan mag Zeus beslissen wie deze wedstrijd wint.’ Ajax 1 tilt daarop Odysseus omhoog maar deze trapt Ajax 1 in zijn knieholte waardoor hij valt met Odysseus bovenop hem. Nu wilde Odysseus Ajax 1 optillen maar kreeg hem niet van de grond en sloeg een been om zijn knie waardoor zij beiden opnieuw vallen. Ze willen voor de derde keer opspringen maar worden gestopt door Achilles. ‘Vecht niet langer,’ zegt hij, ‘verdere inspanning is nutteloos, jullie beiden komt de prijs toe. Aanvaardt die dan kunnen de andere spelen volgen.’ Ze geven gehoor aan zijn verzoek, wassen het stof van hun gezicht, en trekken tevreden hun mantels weer aan.

Ajax 1 neemt ook deel aan de wedstrijd zwaardvechten. Zijn tegenstander is Diomedes 1. In het strijdperk gaan ze zo vol vechtlust en bloeddorst op elkaar af dat de toeschouwers hun adem inhouden. Als ze binnen elkaars bereik komen hakken zij driemaal op elkaar in. De vierde keer slaagt Ajax 1 erin om het ronde schild van Diomedes 1 te doorboren. Er vloeit echter geen bloed omdat de punt blijft steken in het borstharnas van Diomedes 1. Deze mikte nu op de nek van Ajax 1 en weet hem uiteindelijk licht te raken. De toeschouwers, bezorgd om het leven van hun vrienden, roepen de strijders toe om de strijd te staken en de prijzen te verdelen. Ajax 1 krijgt dan van Achilles het prijszwaard samen met een schede en een draagriem. Ook voor het discuswerpen geeft Ajax 1 zich op. Ondanks zijn geweldige kracht werpt Ajax 1 niet het verst en wint de tweede prijs. De eerste prijs was voor Polypoetes 1. Bij het hardlopen was de uitslag precies andersom en wint Ajax 1 het van Polypoetes 1.

Strijd met Penthesilea

Tijdens de begrafenis kwam Penthesilea aan. Zij bracht een groot leger Amazonen en andere naburige volken met zich mee. Enkele dagen later rukte zij met haar leger op en deed een aanval, zonder enige steun van de Trojanen, zo groot was haar vertrouwen in haar macht. De Grieken stellen opnieuw hun leger op en Ajax 1 voert daarbij de voetsoldaten aan. Naar voren lopend met hun schilden duwen zij iedereen terug die op hun pad kwam, en veroorzaakte zo een ravage onder de Amazonen.

Maar verder weg op het slagveld richt Penthesilea een enorme slachting aan onder de Grieken. Als Ajax 1 even uitrust van de strijd, en ziet hoe de Amazone huishoudt onder zijn vrienden, gaat hij, samen met Achilles, op haar af. Toen Penthesilea die twee zag aankomen, als verscheurende beesten door een tamme kudde, ging ook zij op hen af. Haar bronzen platen kletterden op haar schouders terwijl zij voortbewoog. Als eerste vloog de speer uit de hand van Penthesilea die recht op het schild van Achilles afging. Deze schampte daarop af en trillende splinters vlogen alle kanten op.

Toen richtte ze haar lans naar Ajax 1, en tartte de twee met felle woorden: ‘Ha, tevergeefs vloog een speer uit mijn hand! Maar met deze tweede zal ik in één slag de kracht en moed van twee vijanden bedwingen. Sterven zullen jullie. Kom dichterbij, kom hierheen door die drukte om met mij te strijden, zodat je zult kennismaken met de kracht die schuilgaat in de borst van de Amazonen. Mijn bloed is met oorlog vermengd! Geen sterveling overwon mij, maar de Oorlogsgod, met zijn onverzadigbare oorlogskreet. Daarom is mijn kracht groter dan enige nadere man.’ Zo sprak ze met hoongelach.

De lans vloog snel, en raakte de zilveren scheenplaat van Ajax 1, die daarop afketste. Want het Lot had nog niet besloten dat een wapen van de vijand het bloed van Ajax 1 zou proeven in deze bittere oorlog. Hij liep geen verwonding van de Amazone op, maar draaide zich om en ging vandaar op het Trojaanse leger af, en liet Penthesilea aan Achilles over. Want in zijn hart wist hij dat ze, met al haar gepoch, Achilles weinig moeite in de strijd zou kosten. Zijn voorgevoel klopt want in een felle strijd weet Achilles haar uiteindelijk te doden.

Strijd met Memnon

Niet lang daarna kwam koning Memnon, de zoon van Eos 1, in een harnas dat was vervaardigd door Hephaistus, aan in Troje en bracht een ontelbare groep van donker gekleurde Ethiopiërs met zich mee. Dagenlang werd er van zonsopgang tot zonsondergang gevochten en werden de Grieken van lieverlee teruggedreven. Daarop besloten de Grieken om Memnon tot een tweegevecht uit te dagen en moest een sterke Griek aangewezen worden om die taak op zich te nemen. Agamemnon stemt hierin toe maar stelt wel dat Menelaus, Odysseus en Idomeneus 1 niet gekozen mochten worden. Uiteindelijk valt het lot op Ajax 1.

Bij zonsopgang bewapenden de Grieken zich, stelden hun troepen op, en gingen naar de strijd. Memnon, niet minder alert, trok ook op, samen met alle Trojanen. Toen beide legers gereed waren, begon de strijd. Zoals verwacht, vielen er vele mannen aan beide zijden dood neer, of trokken zich dodelijk gewond terug. Toen Ajax 1 dacht dat de tijd rijp was, stapte hij uit de gelederen en riep de koning. Maar eerst riep hij Odysseus en Idomeneus 1 om hem te verdedigen in het geval anderen hem zouden aanvallen. Ook Memnon, die zag dat Ajax 1 naar voren kwam, sprong van zijn strijdwagen en ging hem lopend tegemoet.

In beide legers wedijverden hoop en vrees met elkaar gedurende de tweestrijd. Maar uiteindelijk stak Ajax 1 zijn speer midden in het schild van Memnon en drukt die, heel zijn gewicht en al zijn kracht gebruikend, er dwars doorheen in de zij van Memnon. De metgezellen van Memnon, toen zij zagen wat er gebeurde, snelden hem te hulp en probeerden Ajax 1 weg te duwen. Maar deze tussenkomst van de barbaren dwong Achilles te handelen. Hij ging het strijdperk in, begon een gevecht met Memnon en dreef uiteindelijk zijn speer door de keel van Memnon, waar het schild hem geen bescherming gaf, en valt de Ethiopiër dood neer op de grond.

De onverwachtse dood van Memnon, de vijandelijke geestdrift brekend, versterkte die van de Grieken. Nu keerden de Ethiopiërs zich om, sloegen op de vlucht, en zetten de Grieken de achtervolging in, terwijl zij dood en verderf zaaiden. Polydamas probeerde de strijd nieuw leven in te blazen, maar werd snel omsingeld en viel, in de lies getroffen, door Ajax 1. Men kon overal op de vlakte wanordelijk vluchtende Ethiopiërs en Trojanen zien, zonder aanvoerders, in groepen en rennend, elkaar hinderend, Het veld vlakbij de muren van de stad stroomde van het bloed. Ajax 1 doodde in deze slag Antiphus 3, Agavus, Agathon en Glaucus 4, allen zoon van Priamus. De rest van het Trojaanse leger, wetend dat Memnon dood was, vluchtte naar de stad en vergrendelde de poorten.

Dood van Achilles

De strijd barst dagen later opnieuw los en Achilles wordt bij de Scaeïsche poort door Paris, met hulp van Apollo, dodelijk gewond met een pijl in zijn hiel. Als Achilles dood is ontstaat er een gruwelijk gevecht om diens lichaam. Maar Ajax 1 liet hem niet in de steek, ging schrijlings over de dode staan, en dreef met zijn lange lans allen van het lijk weg. Toch deinsden de Trojanen, zich rond hem verdringend, niet terug en vochten met snelle stormlopen om de prijs.

Maar Ajax 1 maalt niet om hun aanvallen. Als eerste stak hij Agelaus 8 in de borst, de zoon van Maeon 2, waarna Thestor 4 volgde. Hij versloeg Ocythous, Agestratus, Aganippus, Zorus, Nessus 3, en Erymas 1, die van Lycië kwam met de moedige Glaucus 1. Door zijn dood verkilde het bloed van Glaucus 1, want dit was zijn beste vriend. Met een snelle steek doorboorde hij de zeven huiden op het schild van Ajax 1, maar raakte zijn vlees niet, de speerpunt bleef steken in die dikke huiden. Maar Glaucus 1 trok zich niet terug uit dat hardvochtige gevecht, brandend van verlangen om Ajax 1 te doden. Honend dreigt hij hem: ‘Ajax 1, men noemt jou de machtigste van alle Grieken, neem je net als Achilles in acht, anders zal je, dat weet ik zeker, deze dag naast die dode krijger komen te liggen!

Daarop keek Ajax 1 hem met een donkere blik smalend aan en zei: ‘Jij lafhartige ellendeling, weet je niet meer hoe Hector, machtiger dan jij, toch ineen kromp voor mijn speer. Ja, met al zijn dapperheid twijfelde zijn verstand. Jouw gedachten zijn op de dood gericht, die mij durft uit te dagen voor een gevecht, ik die veel sterker ben dan jij! Je moet niet denken dat de vriendschap van onze ouders jou zal beschermen, noch dat jouw geschenken aan mij je ongedeerd zullen sparen voor de oorlog, zoals eens Tydeus’ zoon deed. Hoewel je aan zijn woede ontsnapte, zal ik niet toestaan dat je levend uit de strijd komt. Ha, je vertrouwt op de vele vrienden die bij je zijn, zwermend om het lijk van Achilles? Voor hen zal mijn snelle aanval de zwarte en onheilspellende dood betekenen.

Toen draaide hij om de Trojanen heen, die weken voor zijn macht. Maar nog steeds zwermden er strijders rond het lichaam van Achilles, terwijl in het stof talloze doden lagen, en de strijd steeds dodelijker werd. Dan valt Ajax 1 opnieuw aan en verslaat Glaucus 1 die achterover op Achilles valt. Maar Aeneas zwoegt hard om hem te redden, samen met enkele vrienden, die het lichaam wegslepen. Aeneas streed met Ajax 1 om die te verwonden totdat deze hem met de speer in zijn rechter onderarm stak. Snel verliet Aeneas het stijdtoneel om zich te laten verzorgen in Troje.

Maar Ajax 1 verlaat zijn post niet en valt iedereen die in de buurt komt aan met snelle stoten van zijn lans, terwijl zijn grote hart pijn leed om zijn machtige neef die gedood was. Dan komt Odysseus hem te hulp en trekt de vijand zich terug wanneer hij Maenalus 3, de zoon van Pisander 5, neerslaat en daarna nog vele anderen. Nog meer Grieken snellen te hulp om het tweetal te redden uit hun benarde positie.

Toen richtte Paris zijn boog op Ajax 1, maar deze was op zijn hoede, en wierp snel een steen naar het hoofd van de boogschutter. Die weggeslingerde dood dreunde tegen zijn gekuifde helm, en duisternis omringde hem. Hij viel bewusteloos neer in het stof waarna zijn vrienden hem snel optilden en naar Troje brachten. Ajax 1 zond hem een wraakzuchtige schreeuw achterna: ‘Hond, je bent vandaag nog net aan de dood ontsnapt! Maar je laatste uur zal binnenkort komen door enkele Griekse handen, of die van mij, maar nu heb ik een edeler taak, om het lichaam van Achilles uit moordenaarshanden redden.

Toen draaide hij zich weer naar de vijand, een snelle ondergang brengend zoals die rondom Achilles nog niet gezien was. Vele Trojanen gaven de geest onder zijn sterke handen, of konden tegen hem geen stand houden. Als bange wezels vluchtten zij naar hun stad, bevreesd voor de machtige oorlogskreet van Ajax 1, terwijl hij hen met bloeddruipende handen achtervolgde. Ja, de één na de ander zou door hem verslagen worden, als zij niet door de stadspoorten gevlucht waren. Toen pas gaf hij de strijd op en liep terug naar het scheepskamp, terwijl zijn voeten nooit de grond raakte vanwege alle lijken die op de grond lagen.

Rouw om Achilles

Toen de poorten werden gesloten en het doden was geëindigd, namen de Grieken Achilles mee terug naar de schepen. Al de aanvoerders huilden om het verlies van hun held. Ze haastten zich om veel hout uit de bossen op de Ida te halen en een brandstapel te bouwen op de plek waar die van Patroclus 1 had gestaan. Toen, nadat zij het lichaam op zijn plek hadden gelegd, staken zij de brandstapel aan, en voerden zo de riten van de begrafenis uit. Ajax 1 handelde met bijzondere toewijding, en hield drie dagen lang continue de wacht totdat alle overblijfselen waren verzameld. Zelfs de moeder van Achilles, Thetis, komt uit zee om met hem te spreken en te steunen in zijn verdriet. Want hij was meer dan iemand anders bedroefd over de dood van Achilles, zo verdrietig dat hij het bijna niet kon uithouden. Hij had meer dan alle anderen van Achilles gehouden en hem uiterst trouw gediend, want Achilles was niet alleen zijn familie en dierbaarste vriend maar ook, dat er vooral toe deed, de meest moedige man die er was.

Ajax 1 laat voor zijn vriend een grafheuvel opwerpen en toen deze bijna klaar was arriveerde Neoptolemus, de zoon van Achilles en Deidamia 1. Nadat hem was verteld hoe zijn vader gestorven was, vulde hij de Myrmidonen met zijn troepen aan, en sprak hen nieuwe moed in. Zij waren de dappersten en het beroemdst in de oorlog. Weldra was zijn aankomst bekend, en werden alle aanvoerders bijeen geroepen. Toen ze hem smeekten om zich te beheersen, zei hij, kalm antwoordend, dat hij goed genoeg wist dat mannen dapper moesten ondergaan wat de goden wilden dat er zou gebeuren. Bovendien werd zijn verdriet verzacht door het feit dat Achilles niet was gedood in een tweegevecht of in het vuur van de strijd. Achilles kon nooit verslagen worden door enig persoon, levend of dood, uitgezonderd Heracles. Toen hij uitgesproken was, besloten zij om de volgende dag te vechten.

Die ochtend spreekt Diomedes 1 de Grieken in de vergadering toe: ‘Als we strijdlustig zijn, vrienden, zullen we feller met de gehate vijand vechten, omdat zij hoop hebben gekregen nu Achilles niet meer leeft. Kom laat we hen bestrijden, met wapenrusting, strijdwagens, en paarden. Roem wacht op ons zwoegen.’ Maar Ajax 1 antwoordde hem: ‘Je woorden zijn moedig, en geen ijdel gepraat, de mannen aansporend, wier harten popelen om de strijd aan te binden met de Trojaanse mannen, Diomedes 1. Maar we moeten tussen de schepen blijven totdat Thetis weer uit de golven komt. Want haar hart heeft haar ingegeven om mooie prijzen te brengen voor begrafenisspelen. Dat vertelde ze mij enkele dagen geleden, voordat ze in zee dook. En, ik denk, dat zij nu bijna in de buurt is. Gindse Trojanen zullen weinig zin hebben in de strijd, terwijl ik nog in leven ben, en jij, en de edele Agamemnon.

Diomedes 1 antwoordde: ‘Beste vriend, als Thetis inderdaad deze dag met mooie geschenken komt voor begrafenisspelen van haar zoon, dan blijven we bij de schepen wachten, en houden alle anderen hier. Men moet aan de wil van de onsterfelijken voldoen. Ja, aan Achilles ook, hoewel de onsterfelijken het niet wilden, we moeten eer betonen aan de dankbare doden.’ Kort daarna kwam Thetis uit zee en keken de Grieken met verwachtingsvolle gezichten naar haar. Tussen hen in stalde zij haar prijzen uit en riep de kampioenen op om deel te nemen aan de Spelen ter ere van Achilles.

Spelen voor Achilles

Als eerste staat een worstelwedstrijd op het programma. Diomedes 1 en Ajax 1 melden zich direct aan om hun krachten te meten en lopen naar het midden van het strijdperk. Als de wedstrijd begint vechten ze als leeuwen die beiden even sterk zijn waardoor het gevecht lang kan duren. Op een gegeven moment slaat Ajax 1 zijn armen om Diomedes 1. Maar deze draait zijn heup onder zijn tegenstander, tilt de gigant op, en smijt hem met een heupworp op de grond gooit waarna hij zelf over hem heen valt. Met een woedende schreeuw worstelt Ajax 1 zich vrij en springt weer, net als Diomedes 1, overeind. Woedend dagen zij daarop elkaar uit en gaat de strijd voort. Zo gaat de wedstrijd onverminderd voort waarbij nu eens de een, en dan weer de ander een klein voordeel behaalt. Uiteindelijk staat Nestor op en zei tot de twee: ‘Edele zonen, stop nu met de strijd, want jullie zijn aan elkaar gewaagd. We weten nu dat jullie de machtigste strijders zijn, sinds de grote Achilles is gestorven.’ Toen zagen zij af om nog verder te zwoegen en wreven het overvloedig stormende zweet uit hun ogen. Daarop gaf Thetis hen de beloofde prijs, vier dienstmaagden, die zij broederlijk deelden.

Hierna volgt de bokswedstrijd waar Ajax 1, nog uitblazend van de worstelwedstrijd, niet aan deelneemt maar met genoegen naar kijkt. Als het lanswerpen op het programma staat is hij er als de kippen bij om zich aan te melden. Maar geen enkele andere Griek is in staat om dat zware brons zo ver weg te smijten als die stoere Ajax 1. Alle mannen keken dan ook met verbazing toe toen zij zagen hoe ver dat brons uit zijn handen vloog dat twee mannen met veel inspanning nauwelijks van de grond konden tillen. Zo kreeg Ajax 1 uit handen van Thetis, opnieuw een prijs, de wapens van Memnon die hem, na zijn dood, waren afgenomen.

Zo gaat de dag voort met allerlei spelen en wordt de wedstrijd met handen en voeten door Thetis aangekondigd. Ook nu meld Ajax 1 zich weer als eerste en daagt de aanwezige helden uit. Maar zij keken met bewondering naar zijn machtige spierkracht, en niemand durfde de strijd met hem aan te gaan. Zij vreesden hem in hun hart, uit angst dat zijn onoverwinnelijke handen het lichaam van zijn tegenstander zou breken, en die niets dan pijn zou resten. De mannen gaven heimelijk tekens aan Euryalus 1, want zij wisten dat hij goedgeschoold was in die vechtkunst. Maar ook hij vreesde de reus, en riep: ‘Vrienden, elke andere Griek, die jullie willen, zal ik blijmoedig bestrijden, maar de machtige Ajax 1, nee! Hij is veruit te sterk voor me. Hij zal mijn lijf uit elkaar scheuren, als zijn woede in hem omhoog komt. Van zijn onoverwinnelijke handen, denk ik, zal ik niet winnen en de schepen levend bereiken.’ Allen lachten luid, terwijl het hart van Ajax 1 gloeide van triomf en hij ontving glimmende talenten zilver als prijs uit de handen van Thetis.

Het einde van Ajax

De wapens van Achilles

Aan het eind van de spelen sprak de zwartgesluierde Thetis temidden van de Grieken in haar diepe verdriet over Achilles: ‘Nu zijn alle sportprijzen gewonnen die ik in mijn verdriet heb uitgeloofd voor mijn kind. Laat nu de machtigste van de Grieken naar voren komen die mijn dode van de vijand gered heeft. Aan hem geef ik deze roemvolle wapens die zelfs de gezegenden met plezier bekijken.’ Toen stonden Ajax 1 en Odysseus op. Beide helden betwistten elkaar hevig de eer, maar konden elkaar niet overtuigen. Uiteindelijk schreeuwt Ajax 1: ‘Laat Idomeneus 1, Nestor en Agamemnon hierover beslissen. Zij kennen de waarheid over de daden die zijn aangericht in die roemvolle en zwaar vermoeiende strijd’. ‘Ook ik vertrouw hen volkomen’, zei Odysseus, ‘want zij zijn oordeelkundig en wijs.

Het drietal weigert echter om een uitspraak te doen, omdat zij ook wel voorzien dat de verliezer zich tegen hen zal keren, en beiden helden hard nodig hebben in de strijd tegen de Trojanen. Dus besluiten ze dat Trojaanse gevangenen maar moeten beslissen en vertellen wie van de twee hen de meeste angst aanjaagt. Daarop plaatsen zij Ajax 1 en Odysseus tussen de gevangenen in met de opdracht hen te overtuigen met hun argumenten. De woedende Ajax 1 begon als eerste.

Pleitrede van Ajax

woordenstrijd met Odysseus

Odysseus, krankzinnige ziel, waarom denk je dat je mijn gelijke bent? Durf je te zeggen dat, toen Achilles dood in het stof lag en de Trojanen om hem heen zwermden, je die woedende menigte terug drong. Je bent lafhartig en een zwakke ellendeling in vergelijking met mij. Geen strijdlustig hart is er in je borst, maar list en verraad is slechts alles waar je om geeft. Ben je vergeten hoe je terugdeinsde voor het leger dat naar Troje ging vertrekken en wij je moesten dwingen om te volgen? Door jouw advies lieten we Philoctetes kreunend van angst op Lemnos achter en je braamde ook de vernietiging van Palamedes! En nu durf jij het tegen mij op te nemen, mijn vriendelijkheid vergetend, of respect voor de man die je eens redde, toen je in strijd verdronk door de aanval van de vijand, en je, verlaten door alle Grieken, midden in het tumult van de strijd, ook nog eens op de vlucht sloeg!

Onderkruipsel, waarom heb je al je schepen midden in het centrum gelegd, afgeschermd van je vijanden, en durfde je die niet net als ik, aan de verre vleugel op het zand te trekken? Omdat je bang was! Jij was het niet die de schepen van het verterende vuur redde. Maar ik stond daar moedig en weerstond Hector. Ja, zelfs hij week voor me terug in de strijd. Jij vreesde hem met dodelijk angst! Oh, was dit onze strijd maar geweest tijdens die slag, toen het gebrul van het conflict rond de dode Achilles opsteeg! Dan had je met je eigen ogen gezien hoe ik die mooie wapenrusting en hun heer uit de strijd en tussen woedende vijanden naar de tenten heb gedragen.

Maar hier kun je alleen vertrouwen op slinkse toespraken, en azen op een plek tussen de machtigen! Jij, je hebt geen kracht om de onoverwinnelijke wapens van Achilles te dragen, of zijn zware speer te slingeren in jouw zwakke handen! Maar ze passen prima bij mijn lichaam. Ja, het is gepast dat ik die roemvolle wapens draag. Maar waarom staan we met onbeleefde woorden over Achilles’ roemvolle wapens tegenover elkaar te hakketakken? Kom, laten we in de strijd met bronzen speren proberen te bepalen wie van ons tweeën de beste is in het moorddadige recht. Want Thetis heeft in ons midden de prijs voor dapperheid geplaatst, niet voor verderfelijke woorden. In de volksmond hebben mannen daar een uitdrukking voor. In dapperheid sta ik ver boven je, en de grote Achilles is familie van me.’ Zo sprak de woedende Ajax 1.

Weerwoord van Odysseus

Met afkeurende blik en bittere woorden weersprak de vindingrijke Odysseus hem: ‘Ajax 1, waarom richt je deze dwaze woorden tegen mij? Je hebt me verderfelijk, slap en een zwakkeling genoemd. Toch boog ik op een veel beter verstand en rede dan jij, zaken die de macht van mensen verhogen. Woedende stieren worden getemd om onder het juk van de mensen gespannen te worden. Vanwege mijn scherpe verstand koos men mij uit om op te trekken naar Troje. Ja, en machtige daden bereikten wij samen. Ik was het die de alom beroemde Achilles naar de zonen van Atreus bracht, hun steun in de strijd. Toen het leger een kampioen nodig had, kwam hij niet door jouw handen, noch door overreding van de andere Grieken. Ik trok hem met zachte afschrikwekkende woorden naar de plek waar sterke mannen strijden. Het woord heeft grote macht over mensen, als wellevendheid hen inspireert’.

Dapperheid is een leeg begrip. Omvang en grootte van een man leidt tot niets, achtergesteld door wijsheid. Maar de onsterfelijken gaven mij zowel kracht als wijsheid, en maakten me tot een zegen voor het leger. Je hebt mij niet, zoals je vertelde, in het verleden gered op de vlucht voor de vijanden. Ik vluchtte niet, maar weerstond standvastig de aanval van heel die Trojaanse bende. De vijand kwam als een woedende vloed en door mijn handen kortte ik vele levensdraden in. Je sprak niet de waarheid toen je zei dat je me beschermde of redde, maar vocht voor je eigen leven, opdat geen speer je in de rug zou prikken als jij je zou omkeren om te vluchten uit de strijd. Mijn schepen? Ik trok ze in het centrum op het droge, niet bang voor de strijdwoede van enige vijand, maar om steun te geven aan de zonen van Atreus bij mogelijke calamiteiten in de oorlog’.

jij trok je schepen te ver bij hen vandaan op het strand om hen te steunen. Meer nog, ik striemde met wrede striemen mijn lichaam, en ging naar de Trojaanse burcht, zodat ik al hun plannen voor deze ongemakkelijke oorlog te weten zou komen. Nooit vreesde ik Hector’ speer. Ik stond in de frontlinie, toen hij, blakend van vertrouwen, ons allen uitdaagde. Ja, in het gevecht om Achilles, doodde ik meer vijanden dan jij. Ik was het die de dode koning met zijn wapenrusting redde. Ik vrees je speer niet in het minst, maar mijn smartelijke wond ergert me van de pijn, de wond die ik opliep tijdens het gevecht om deze wapenrusting en hun dode heer. Zowel in mij als in Achilles stroomt het bloed van Zeus. Zo sprak Odysseus.

Reactie van Ajax

De sterke Ajax 1 antwoordde hem opnieuw. ‘Slimste en meest verderfelijke van alle mannen, noch ik, noch enige andere Griek, zag jou zwoegen in de strijd, toen de Trojanen fel streefden om de dode Achilles weg te slepen. Door mijn kracht met de speer begaven enkele knieën het in het gevecht, en werden anderen door paniek bevangen toen zij onophoudelijk aanvielen. Daarna vluchtten zij als ganzen of als kraanvogels die vluchten voor een duikende Adelaar wanneer zij zich voeden in een grazige weide. Zo, trokken de Trojanen zich in angst terug voor mijn speer en flitsende zwaard, en vluchtten naar Troje om aan de vernietiging te ontkomen. Als ze daar al aankwamen, vocht jij nergens in mijn buurt met vijanden. Ergens ver temidden van andere rangen zwoegde jij, niet in de buurt van Achilles, waar die ene grote veldslag woedde.’ Hierna zweeg Ajax 1.

Reactie van Odysseus

Het sluwe hart van Odysseus antwoordde: ‘Ajax 1, ik beschouw mezelf niet slechter dan jij in wijsheid of macht, hoe flink je ook in uiterlijk vertoon bent. Nee, ik ben veel scherper van verstand in al de ogen van de Grieken dan jij. Wat betreft dapperheid in de strijd ben ik je gelijke die jou mogelijk overtreft. Dit weten de Trojanen, die beven als zij mij in de verte zien. Ja, ook jij en anderen kennen mijn kracht door die zware worstelwedstrijd, toen Achilles roemvolle prijzen uitstalde naast de baar van de vermoordde Patroclus 1.’ Ook Odysseus zweeg nadat hij dit gezegd had.

Het oordeel

De twee kemphanen waren uitgesproken en de gevangen werd gevraagd nu uitspraak te doen aan wie de wapens gegeven moesten worden. Na een kort overleg deelden zij unaniem mede dat die geschonken moesten worden aan de in de oorlog zo machtige Odysseus. Deze verheugde zich zeer, terwijl er een diep gekreun te horen was bij de andere Grieken. Ajax 1 stond stijf op en werd plotseling overvallen door een enorme razernij. Al het bloed in zijn lichaam kookte, zijn gal zwol op, en hij barstte in woede uit. Zijn lever wierp zich tegen zijn darmen en hevige pijnen schoten heen en weer tussen zijn hersens en zijn lichaam, terwijl een duisternis zijn geest overviel. Met naar de grond starende ogen stond hij daar nog steeds als een strandbeeld totdat zijn vrienden om hem heen gingen staan en hem naar zijn schip leidden terwijl zij troostende woorden mompelden.

Waanzin van Ajax

Eenmaal achtergelaten in zijn tent wilde Ajax 1 niet weten van eten of drinken, noch overviel de slaap hem. Woedend trok hij zijn wapenrusting aan en greep het zwaard. Nu eens dacht hij erover om de schepen in brand te steken, en alle Grieken af te slachten, dan weer om met plotselinge uithalen van zijn zwaard het lichaam van Odysseus aan stukken te hakken. Zulke dingen nam hij zich voor. Dat zou hij snel gedaan hebben, als Athena hem niet met waanzin geslagen had. Want haar hart ging naar Odysseus uit die voortdurend offers aan haar bracht. Daarom wendde ze de macht van Ajax 1 van de Grieken af.

In zijn waanzin haastte hij zich alle kanten op, waar zijn voeten hem ook droegen. Meedogenloos tierend met een kokend hart, als een ketel die ziedend boven de haard van Hephaistus hangt, met onophoudelijk sissende vlammen langs de zijkanten uit brandende houtblokken. Als een wilde zee ging hij tekeer, als een stormvlaag, als de gevleugelde macht van onvermoeibare vlammen tussen de bergen die gek geworden zijn door een machtige windvlaag, wanneer het grote brandende bos afbrokkelt door de vurige hitte. Zo ging Ajax 1, zijn moedige hart door felle pijnen gefolterd, in gekmakende ellende tekeer. Schuim bedekte zijn lippen. Een beestachtig brullen kwam uit zijn keel. Op zijn schouders rammelde zijn wapenrusting. Zij die hem zagen beefden, geïntimideerd door het vreeswekkende schreeuwen van die ene man.

Vanuit de Oceaan rees de dageraad op maar Ajax 1 zwierf nog steeds rond, met een moorddadige waanzin in zijn hart. Hij stormde op de schapen af, als een woeste leeuw wiens wilde hart razend is vanwege de honger. Hier, daar, overal sloeg hij hen neer, en liet de dieren dood achter in het dikke stof in de veronderstelling dat hij de Grieken hun verdiende loon bezorgde. De herders die de razende man tekeer zagen gaan scholen als bange hazen in het kreupelhout waar zij zich uit angst nauwelijks durfden te bewegen. Uiteindelijk stond Ajax 1 stil boven een afgeslachte ram, en met een dodelijke lach schreeuwde hij: ‘Lig daar in het stof, als voer voor honden en vogels! Achilles’ roemvolle wapens hebben je niet gered, omdat jouw dwaasheid wedijverde met een betere man! Sterf, hond! Geen vrouw zal je nog beminnen of omarmen. Noch zullen je ouders jou weer begroeten, de steun voor hun oude dag! Ver van je land zullen honden en Gieren je verslinden!’ Zo schreeuwde hij, denkend dat daar tussen de vele doden de met bloed besmeurde Odysseus lag.

Dood van Ajax

dood van Ajax

Maar op dat moment nam Athena zijn waanzin van hem af waardoor het waas voor zijn ogen verdween. Toen zag Ajax 1 al die dode schapen op de aarde liggen. Hij keek er verbaasd naar en realiseerde zich dat zijn zinnen door de goden waren bedrogen. Zijn benen weigerden nog langer dienst, terwijl zijn ziel beefde van angst, en kon hij zich van afgrijzen niet meer bewegen. Maar toen zijn wilde gedachten tot bedaren waren gekomen, kreunde hij van ellende, en riep in angst uit: ‘Wee mij, waarom haten de goden mij zo? Ze hebben mijn geest verwoest, en die met waanzin gevuld, zodat ik al die onschuldige schapen heb afgeslacht! Ik wenste dat een god met mijn handen Odysseus’ verderfelijke hart zo zou hebben gewroken, die schurk, hij liet een vloek op mij neerkomen! O dat zijn ziel moge lijden onder alle kwellingen die de Wraakgodinnen maar voor schurken kunnen bedenken! Moge zij over alle andere Grieken de moorddadige strijd brengen, ellendig leed, en ook over Agamemnon! Dat hij niet ongedeerd naar huis mag terugkeren waar hij zo lang naar uitkijkt! Maar waarom zou ik hem vergezellen, ik, een dappere man, met die ellendelingen? Ten onder gaan met het Griekse leger, mijn leven te gronde richten, nu zo ondraaglijk! De dappere heeft geen recht meer op loon, de minderen worden meer geëerd en geliefd, nu deze Odysseus door de Grieken wordt aanbeden. Uiteindelijk hebben ze mij en al mijn daden vergeten, alles wat ik heb gedaan en doorstaan voor hun zaak.’ Zo sprak de dappere Ajax 1 en stak toen het zwaard, dat hij van Hector had gekregen, door zijn keel. Het bloed spoot naar buiten en de aarde kleurde donker toen hij op de grond viel.

Even later wordt Ajax 1 door de Grieken gevonden en beklagen zijn broer Teucer 1 en Tecmessa 1 de dode. Vooral Tecmessa 1 is overstuur want zij is van de stoere man gaan houden tijdens haar gevangenschap in zijn tent. De liefde was wederzijds want Ajax 1 had haar tot zijn eerste vrouw gemaakt, zelfs boven alle andere vrouwen die hij had veroverd in die tien jaar. Daarop had zij, in zijn machtige armen geklemd, hem een jaar eerder een zoon gebaard die zij Eurysaces hadden genoemd. Bitter kreunend valt zij naast de dode in het stof en klaagt: ‘Helaas voor mij, ben jij nu dood, niet door de handen van de vijanden in het gevecht overwonnen, maar door die van jezelf! Over mij is een eeuwigdurend verdriet gekomen! Ik had nooit verwacht jouw betreurenswaardige dag van de dood hier in Troje mee te maken! O, door ruwe handen van het Lot verbrijzelde visioenen! O dat de aarde zich wijd gapend voor mijn graf had geopend voordat ik jouw bittere ondergang moest aanschouwen.

Begrafenis van Ajax

De koningen verzamelden zich diep bedroefd rond de dode, vele handen tilden het reusachtige lichaam op, en brachten het snel naar de schepen, waar zij het gestolde bloed wegwasten dat op dat machtige lichaam en wapenrusting kleefde. Vervolgens wikkelden zij hem in linnen. De jongemannen brachten van de Ida enorme hoeveelheden hout, en stapelden dit rond het lijk. Daaromheen stapelde zij in een grote cirkel nog veel meer hout waar zij schapen op legden, mooi geweven mantels, vette koeien, kampioen renpaarden, glanzend goud, en wapenuitrustingen zonder weerga, welke de held op verslagen vijanden had veroverd.

Toen staken zij de alles in brand, en vanaf zee waaide een wind, gezonden door Thetis, om het grote lichaam van Ajax 1 te verteren. Heel de nacht en heel de ochtend laaide het vuur naast de schepen onder dat reusachtige lichaam door de stuwende kracht van die hevige wind. Temidden van de vlammen, geheel in wapenrusting, lag Ajax 1, alle vreugde van de strijd vergeten, terwijl een grote menigte zich verdrong op het strand en toekeek. De Trojanen waren blij, maar de Grieken bedroefd.

Nadat zijn lichaam door de verwoestende vlammen was verteerd, doofden de Grieken het vuur met wijn, verzamelden de botten, en legden die eerbiedig in een gouden kist. Deze werd begraven onder een hoge heuvel vlak naast de landtong van Rhoeteüm. Alle koningen sneden daarop hun haar af en legden dat bovenop het graf. De zoons van Ajax 1, Aeantides en Eurysaces werden, samen met hun moeders, aan zijn halfbroer Teucer 1 gegeven om verder groot te brengen.

Ajax in de onderwereld

Na zijn dood wordt de schim van Ajax 1 nog eenmaal gezien wanneer Odysseus in de onderwereld aankomt tijdens zijn thuisreis vanuit Troje. Samen met Achilles, Patroclus 1 en Antilochus komt Ajax 1 nieuwsgierig aanlopen om te kijken wie de nieuweling is maar blijft nukkig staan als hij ziet dat het Odysseus is. Hij houdt zich afzijdig van de rest omdat hij nog steeds vol wrok zit over het feit dat hij de wapens van Achilles niet kreeg toegewezen. Als Odysseus dit merkt spreekt hij hem aan: ‘Ajax 1, kon zelfs de dood jouw woede jegens mij niet doen vergeten om die vervloekte wapens? Die hebben de goden tot een ramp voor de Grieken gemaakt, want wij verloren er jou door. Om jouw dood treuren wij onophoudelijk net als om die van Achilles. Er is geen enkele schuldige aan te wijzen, nee, Zeus moest wel een vreselijke haat jegens de Grieken koesteren om jou dit lot zo toe te bedelen. Maar kom nader, vorst, om mijn woord en bedoeling te horen, kalmeer je woede in je trotse gemoed’. Zo sprak Odysseus, maar Ajax 1 antwoordde niet en ging achter de andere schimmen van de gestorvenen weer het rijk van de Duisternis in.

Stambomen:

Telamon Periboea 5 Cycnus 3 Proclia
Ajax Glauce 6
Aeantides

Telamon Periboea 5 Teuthras 3 -
Ajax Tecmessa 1
Eurysaces

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz