Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Ajax 2

Ajax 2 is een zoon van Oileus 1 en zijn vrouw Eriopis die in Locrië werd geboren. Hij heeft een krachtig gebouwd lichaam, donker haar en is een plezierig en alert persoon. Ajax 2 is kleiner dan de zoon van Telamon, de grote Ajax 1, en ontwikkelt zich tijdens zijn jeugd tot een uitstekende hardloper en goed speerwerper. Hij heeft nog een halfbroer, Medon 1, die zijn vader, Oileus 1, buitenechtelijk verwekte bij de nimf Rhene 1, en ongeveer net zo oud is als Ajax 2. Er zijn echter enkele oude schrijvers die stellen dat Rhene 1 ook de moeder van Ajax 2 was.

Vrijer van Helena

Net als vele andere jongemannen reist Ajax 2 af naar Sparta om Tyndareus de hand van zijn (stief)dochter Helena te vragen die is uitgegroeid tot een prachtige schoonheid. Tyndareus, die bang is dat er om zijn dochter strijd zal ontstaan tussen de vrijers, laat hen allen, op advies van Odysseus, zweren dat ze te hulp zullen snellen als de huwelijkse staat van de uitverkoren bruidegom door iemand anders niet gerespecteerd zal worden. Ook Ajax 2 legt deze eed af. Wanneer alle kandidaten de eed hebben afgelegd kiest Tyndareus de Spartaan Menelaus uit als bruidegom voor Helena en gaat Ajax 2 teleurgesteld en met lege handen naar huis terug.

Vertrek naar Troje

Enige jaren later, zodra Menelaus te weten kwam dat zijn vrouw Helena ontvoerd was door de Trojaan Paris, ging Menelaus naar zijn broer Agamemnon in Mycene en verzocht hem een leger op de been te brengen om tegen Troje op te trekken en Griekenland te mobiliseren. Deze stuurde een heraut naar elk van de koningen om hen te herinneren aan de eed die ze gezworen hadden. Ook Ajax 2 doet zijn eed gestand en belooft Agamemnon om met een aantal schepen en gewapende soldaten naar Aulis te komen om vandaaruit naar Troje te varen.

Samen met zijn halfbroer, Medon 1, gaat Ajax 2 als aanvoerder van de Locriërs met veertig schepen (enkele schrijvers zeggen twintig of zevenendertig schepen) naar Troje. Onder zijn bevel staan de mannen uit Cynus, Opus, Calliarus, Bessa, Scarphe, Augeiae, Tarphe, Thronium en het land aan de oevers van de rivier de Boagrius. In Troje aangekomen strijd Ajax 2, de eerste negen jaar, dapper mee in het leger en weet in leven te blijven tot en met het tiende jaar van de strijd.

Twist van Achilles

Net als alle andere aanvoerders is Ajax 2 aanwezig in de tent van Agamemnon wanneer deze ruzie krijgt met Achilles over het meisje Briseis nadat de pest in het scheepskamp is uitgebroken. Ajax 2 blijft echter trouw aan Agamemnon maar is erg teleurgesteld vanwege de weigering van Achilles om nog langer voor de Grieken tegen de Trojanen te vechten. De volgende dag spreekt Agamemnon zijn manschappen toe en begint een nieuwe slag in de oorlog. Als even later in de ochtend de Trojanen het bestand hebben gebroken, na het duel tussen Menelaus en Paris, begint de strijd echt en moedigt Ajax 2 zijn mannen aan. Deze hebben echter weinig aanmoediging nodig, onbevreesd als ze zijn voor het geweld en het woeste geschreeuw van de Trojanen. Samen met Idomeneus 1 voert Ajax 2 het centrum van het leger aan.

Heel die dag strijd Ajax 2 dapper mee zonder veel roemrijke momenten. Wanneer Hector, aan het einde van de dag, één van de Grieken uitdaagt om met hem een tweegevecht aan te gaan blijft Ajax 2 in eerste instantie, net als iedereen, zitten. Als daarop Nestor de Grieken vermanend toespreekt en hen lafaards noemt meldt hij zich met enkele andere dapperen aan om het tegen Hector op te nemen. Het lot valt echter op de grote Ajax 1. De tweekamp eindigt onbeslist en de duisternis valt in.

De volgende dag begint de strijd opnieuw. Zeus, die heeft besloten om voorlopig Hector te steunen, heeft de andere goden verboden om zich nog langer met het verloop van de strijd te bemoeien en stuurt enorme bliksems naar het leger van de Grieken die daarop door de Trojanen worden teruggedrongen naar hun eigen scheepskamp. Ook Ajax 2 is bang voor de bliksems van Zeus en trekt zich terug.

Strijd scheepskamp

Als de Trojanen de volgende dag de gracht en schutswal om het kamp van de Grieken hebben doorbroken ontstaat er een geweldige strijd en dreigen de Grieken vermorzeld te worden. Agamemnon spreekt zijn mannen nieuwe moed in waarna deze, onder aanvoering van Diomedes 1, tot de tegenaanval overgaan. Ook Ajax 2 neemt deel aan deze uitval.

Ajax en Ajax

’s Nachts wordt Ajax 2 gewekt en vraagt men hem om op te staan en mee te komen naar een extra nachtelijke vergadering, bijeengeroepen door koning Agamemnon. Ajax 2 stemt toe en gaat naar de plek buiten de schutsgracht, die om het kamp is gelegen. De vergadering besluit om een nachtelijke spionageactie te organiseren in het Trojaanse kamp. Direct springt Diomedes 1 op en zegt dat dit nu precies een klusje is voor hem. De vergadering stemt met zijn aanbod in en verzoekt hem een andere Griek uit te kiezen als medespion. Ajax 2, en vele andere Grieken bieden zich aan maar Diomedes 1 kiest Odysseus. De vergadering gaat uiteen en Ajax 2 gaat weer naar bed.

De volgende dag worden de Grieken bijna verslagen, teruggedrongen en omsingeld in hun scheepskamp. Samen met de grote Ajax 1 moedigt de kleine Ajax 2 de Grieken aan om de strijd vol te houden en organiseren de verdediging van de schutmuur om het kamp. Bij sommigen lieten ze het bij een zacht verwijt, doch anderen die alle weerstand hadden opgegeven, kregen van hen wel wat anders te horen. Ieder kreeg van hen loon naar werken. Aanmoediging of vermaning, net wat hun het beste kon opwekken tot een nieuwe strijd. ‘Grieken, vrienden,’ zo spraken zij, ‘thans is er voor ieder van jullie werk aan de winkel. Maar dat weten jullie zelf maar al te goed. Laat niemand luisteren naar de dreigementen van de Trojanen om dan naar de schepen te vluchten. Allen vooruit en aanvallen, of je nu uitblinkt boven de anderen of aan anderen gelijk! Moedig elkaar aan, vertrouw op Zeus alleen, die deze aanval van de Trojanen zal afwenden en hen terugjagen naar hun eigen stad.’ Zo spraken de twee Ajaxen tot de Grieken en hielden hen in een gesloten front bijeen.

Op het moment dat de Trojanen de muur om het kamp aanvallen worden de beide Ajaxen, door een boodschapper, om hulp gevraagd. De strijdgroep van Menestheus 1, die de poort verdedigt, wordt massaal aangevallen door de Lyciërs die de poort dreigen in te nemen. ‘Mijn heer Ajax 1, en aanvoerders der Grieken,’ zo sprak de boodschapper, ‘Menestheus 1, mijn meester, verzoekt u naar hem toe te komen, al is het maar voor even, om hem uit de moeilijkheden te helpen. Het liefst u en uw naamgenoot, want het einde schijnt voor hem en zijn mannen nabij. De Lyciërs stormen recht op onze stellingen af, en we weten allemaal wat voor woeste krijgers dat zijn als het tot een gevecht van man tegen man komt’. De grote Ajax 1 weigert zijn hulp niet en wendt zich tot de kleine Ajax 2 en zegt tegen hem: ‘Jij blijft hier, Ajax 2, samen met Lycomedes 1. Jullie zorgen ervoor de vijand hier bezig te houden, terwijl ik daarheen ga en de tegenaanval leid. Spoedig zal ik hier weer terug zijn, zodra ik onze vrienden gered heb.

Uiteindelijk slagen de Trojanen erin om de muur te nemen en stormen, onder aanvoering van de grote Hector, het kamp van de Grieken binnen. Op dat moment schiet Poseidon de Grieken te hulp. Deze neemt de gedaante van de Griek Calchas aan en roept naar de twee Ajaxen. ‘Heren, als u zo moedig blijft als u nu bent dan kunt u de Grieken redden van de ondergang. De Trojanen zijn wel met man en macht door de bres in de muur gekomen maar ik geloof niet dat ze veel verder zullen opdringen. Alleen bij deze bres hebben ze uw linies doorbroken dus weersta daar de Trojanen en verzamel de nodige mannen om u heen. Als u ze daar tegenhoud dan is er nog hoop om te voorkomen dat ze uw schepen in brand steken.

Hulp van Poseidon

Zodra Poseidon is uitgesproken raakt hij de twee Ajaxen aan met zijn staf en hun harten worden met grote moed gevuld. Daarna verdwijnt Poseidon. De kleine Ajax 2 was de eerste die de god herkende en zegt tegen de grote Ajax 1. ‘Het was één van de Olympische goden die ons toesprak. Ik voel vanbinnen dat hij mijn hart heeft veranderd. Ik ben twee keer zo gretig om de Trojanen te bestrijden dan voor zijn toespraak.’ De grote Ajax 1 antwoordde hem: ‘Ik voel precies hetzelfde. Mijn geest is in vervoering en mijn voeten dansen van vreugde. Mijn handen popelen om mijn speer te drillen om die Hector alleen aan te vallen.

Wanneer Hector de Griek Amphimachus 1 met zijn speer doodt en hem van zijn wapenuitrusting tracht te beroven gaat de grote Ajax 1 op hem af en treft hem met zijn lans op zijn schild. Hoewel Hector zelf niet geraakt wordt wankelt deze wel door de kracht van de aanval en ziet zich gedwongen iets terug te trekken. Samen met de kleine Ajax 2 pakt de grote Ajax 1 vervolgens het lijk van de Trojaan Imbrius, slepen het uit het strijdgewoel en beroven hem van zijn wapens. In zijn razende woede over de dood van Amphimachus 1 slaat de kleine Ajax 2 Imbrius het hoofd af en werpt het als een bal tussen de strijdende Trojanen waar het doorrolt tot aan de voeten van Hector. Daarna gaan de twee Ajaxen weer naar het front en strijden daar onvermoeibaar zij aan zij, geholpen door hun dienaren, en houden de Trojanen vast bij de bres in de muur. Samen strijden ze, door Poseidon aangespoord, als een onvermoeibaar koppel in de voorste gelederen der Grieken.

Als op een gegeven moment Hector, door de grote Ajax 1, met een steen wordt geveld en het strijdtoneel moet verlaten vatten de Grieken opnieuw moed. De kleine Ajax 2 valt als eerste een Trojaan aan. Met zijn scherpe lans treft hij Satnius in zijn zijde die daarop ineen zakt en er een felle strijd tussen de twee partijen ontvlamt om het lichaam van de gedode Trojaan. Wanneer de Trojanen, in de op en neer gaande strijd om het scheepskamp, weer eens worden teruggedrongen ontpopt de kleine Ajax 2 zich als een ware doodsfabriek en slaat vele Trojanen neer. Niemand van de Grieken is zo snel ter been om de vluchters achterna te gaan en ze met zijn zwaard doden.

Patroclus

Als Patroclus 1 zich weer in de strijd werpt denken de Trojanen dat het Achilles is omdat hij zich heeft gehuld in de wapenuitrusting van Achilles. De Trojanen slaan op de vlucht en als Ajax 2 Cleobulus ziet struikelen, krijgt hij hem levend te pakken. Met zijn zwaard maakt hij korte metten met de Trojaan en doodt hem met een machtige slag in zijn nek.

Nadat Patroclus 1 Sarpedon 1, de zoon van Zeus, heeft verslagen roept hij naar de beide Ajaxen: ‘Mijne heren, Sarpedon 1 ligt hier dood ter aarde. Hij was de eerste, die onze muur bestormde en er een bres in sloeg. Laten wij trachten om ons van zijn lijk meester te maken en het te schenden. Vervolgens proberen we zijn wapens te roven en de vrienden, die het lijk zullen beschermen, te doden met onze scherpe zwaarden.

Enige uren later wordt Patroclus 1 door Hector gedood die ook zijn wapenuitrusting steelt. De Trojanen proberen daarop het lichaam van Patroclus 1 mee te slepen. Menelaus, die het ziet, probeert dit te voorkomen maar is in de minderheid. Luid roept hij de andere Grieken om hulp. Ajax 2 hoort de noodkreet van Menelaus en snelt als eerste naar hem toe, gevolgd door menig andere Griekse leider. Vervolgens ontstaat er een heftige strijd om het lichaam tussen de Trojanen en Grieken. Wanneer de Grieken op een andere plek, door Hector en Aeneas, in het gedrang komen worden ze door Automedon te hulp geroepen. Ook aan deze oproep geven de beide Ajaxen gehoor en snellen te hulp. Als ze aankomen, wijken Hector en Aeneas die het niet wagen om dit verschrikkelijke tweetal te weerstaan.

De dode Patroclus

Daarna worden ze opnieuw door Menelaus geroepen om hem te steunen bij het verdedigen van het lijk van Patroclus 1. Ook nu gaat het onvermoeibare tweetal op weg en neemt de verdediging van het lichaam ter hand. Zelf gaat Menelaus op zoek naar een bode die het nieuws over de dood van Patroclus 1 naar Achilles kan brengen. Als Menelaus terugkomt, deelt hij het tweetal mede dat de bode onderweg is. Hij vertelt er ook bij dat hij weinig hoop heeft dat Achilles zal komen om hen te helpen. ‘Zonder hem zullen we moeten proberen het lijk weg te voeren naar het scheepskamp en tevens ons eigen leven zien te redden.’ Ze spreken af dat Menelaus en Meriones het lichaam zullen dragen en de twee Ajaxen uit alle macht proberen te verhinderen dat de Trojanen het lichaam zullen afpakken. Als daarop de mannen het lichaam oppakken komen de Trojanen schreeuwend met hun speren achter hen aan.

Zwoegend met hun last lopen Meriones en Menelaus terug naar het kamp terwijl zij achter hun rug worden beschermd door Ajax 1 en Ajax 2 die zich verweren tegen de constante aanvallen van de Trojanen. Vooral Aeneas en Hector probeerden het lijk te veroveren. Driemaal greep Hector de dode Patroclus 1 bij een voet en trachtte het lijk weg te rukken en driemaal joegen de beide Ajaxen hem weg. Hector was echter vastbesloten om het lichaam te roven en bleef de Grieken achtervolgen. Hij was echter niet in staat om de Ajaxen te verslaan terwijl het dit tweetal niet lukte om Hector definitief te verjagen.

Intussen heeft Achilles gehoord van de dood van zijn vriend. Van woede wil hij direct Hector doden maar heeft geen passende wapenuitrusting. Op een gegeven moment stuurt Hera Iris 1 naar Achilles met het bericht dat hij zich moet laten zien op het strijdtoneel als hij het lichaam van zijn vriend nog wil redden. Omdat hij geen wapenuitrusting meer heeft vraagt hij Iris 1 hoe hij dat moet doen. ‘Ga naar de schutgracht, gekleed als u bent, en vertoon u aan de Trojanen. Wellicht schrikken ze zo van uw verschijning dat zij de strijd staken en de anderen zo het lichaam van Patroclus 1 veilig kunnen stellen.’ Dit advies heeft het beoogde gevolg en mede vanwege de invallende duisternis wordt de strijd gestaakt. Die avond treurt Achilles bij het lijk van zijn vriend en terwijl hij door Ajax 2 en zijn andere vrienden wordt getroost.

Begrafenis Patroclus

De dag daarop verslaat Achilles bijna in zijn eentje de Trojanen en drijft hen terug in de stad. Ook doodt hij Hector waarna hij deze meesleept naar het scheepskamp. Toen dit was gebeurd, spoorde Achilles de wachters aan om vooral goed op te letten of de vijand geen aanval op hun gebruikelijke manier zou uitvoeren, terwijl men met de voorbereidingen van de begrafenis van Patroclus 1 bezig was. Bijgevolg bewapenden de wachters zich en lieten die nacht de wachtvuren fel branden. Bij zonsopgang ging Ajax 2, samen met de aanvoerders, Ialmenus 1, Ascalaphus 1, Epeius en Meriones hout op de berg Ida te gaan halen. Bij tergkomst bouwde men een grote brandstapel van het hout dat zij meebrachten, vijf speren lang en vijf speren breed.

Als Patroclus 1 is gecremeerd organiseert Achilles spelen ter ere van zijn vriend. Als eerste wordt een wagenwedstrijd georganiseerd. Gedurende de race, wanneer de wagens in de verte op de terugweg zijn, krijgen Ajax 2 en Idomeneus 1 een woordenstrijd over wie er voorop ligt. Wanneer Idomeneus 1 roept dat volgens hem Diomedes 1 aan kop ligt antwoord Ajax 2 hem: ‘Idomeneus 1 wat voor onzin verkoop je me daar! Daar in de verte draven de paarden in vliegende vaart. Je bent de jongste niet meer onder ons en evenmin heb je een scherpe blik. Toch zeg je dat je alles gezien hebt. Spreek toch niet voor je beurt in het gezelschap van meerderen. Het tweespan aan kop is dat van Eumelus 1. Kijk maar, daar is Eumelus 1 zelf, staande in zijn wagen en met de teugels in zijn handen.’ Woedend antwoordt Idomeneus 1 hem: ‘Ajax 2, jij kwaadaardige ruziezoeker! In het ruziemaken ben je een held, maar dat is ook alles waarin je uitblinkt. Maar vooruit, laten we er om wedden, wie daar alleen vooraan rijdt. Laten we wedden om een drievoet of een ketel van prachtig koper. Dan zal je zien wie er gelijk heeft, als het op betalen aankomt. Agamemnon hier, zal voor ons beiden beslissen.’ Daarop springt Ajax 2 weer overeind om hem van repliek te dienen, maar ook Achilles gaat staan. ‘Ajax 2 en Idomeneus 1, zoek niet langer ruzie. Dat geeft geen pas en jullie zouden het van de anderen ook niet dulden. Ga weer zitten in de kring en kijk naar de wedstrijd. Spoedig zullen de paarden dichtbij zijn en weten we wie eerste is en wie tweede.’ Zo sprak Achilles.

Bij het hardlopen neemt Ajax 2, samen met Odysseus en Antilochus deel aan de wedstrijd. Bij de start wijst Achilles hen in de verte de paal waar ze omheen moeten lopen om daarna weer terug te rennen. Ze stuiven als herten weg maar Ajax 2 heeft al snel een voorsprong met dicht op zijn hielen Odysseus. Deze loopt zo dicht achter hem dat Ajax 2 zijn hijgende adem in zijn nek kan voelen. Odysseus zet alles op alles om te winnen en bidt in gedachten tot de godin Athena om hem te helpen. De godin verhoort zijn gebed en zorgt ervoor dat Ajax 2 vlak voor de finish struikelt. Deze valt op de grond en krijgt zijn mond en neusgaten vol koemest, want ze liepen over de weide waar de koeien gelopen hadden die waren geslacht voor de uitvaart van Patroclus 1. Ajax 2 wordt tweede in de wedstrijd en krijgt van Achilles een grote mestkoe als prijs. Als hij zijn prijs in ontvangst neemt zegt Ajax 2: ‘De drommel moge me halen, maar die godin die Odysseus helpt waar zij kan, heeft mij beentje gelicht!’ Iedereen lachte daarna hartelijk om hem.

Laatste wapenfeiten

De volgende dag laait de strijd weer op en doodt Achilles Hector waarna de Trojanen massaal hun stad invluchten. Tijdens deze slag doet Ajax 2 weer dapper mee en weet menige Trojaan naar de onderwereld te sturen. De Trojanen komen hun stad niet meer uit totdat de Amazone Penthesilea hen te hulp komt. Zij vatten weer moed en gaan samen met haar weer op de Grieken af. De Amazonen zijn uitstekende krijgers en weten vele Grieken te verslaan. Maar de twee Ajaxen leiden de voetsoldaten en doodden iedereen die zij op hun pad tegenkwamen. Uiteindelijk slaagt Achilles erin om Penthesilea te doden waarna de resterende Amazonen de moed verliezen. Ajax 2 slaagt er dan in om Derinoe midden tussen keel en schouder te treffen met zijn speer waarna de Amazone dood ter aarde stort.

Maar de strijd is nog niet gewonnen want de Trojanen blijven onneembaar achter de muren van hun stad. Enkele dagen later komt de Ethiopiër Memnon met een enorm leger naar Troje en volgt er een woeste strijd. Achilles weet ook deze aanvoerder te verslaan waarna de Ethiopiërs op de vlucht slaan. Tijdens deze slag verliest Priamus vele van zijn zoons. Aretus 1 en Echemmon 1 werden gedood door Odysseus. Dryops 1, Bias 5 en Chorithan door Idomeneus 1. Ilioneus 4 en Philenor door Ajax 2, Thyestes 3 en Telestas door Diomedes 1. Antiphus 3, Agavus, Agathon en Glaucus 4 door de andere Ajax 1. En Astnynomus door Achilles.

Dood Achilles

Hoewel de Trojanen hun stad bijna niet meer uitkomen weten zijn toch Achilles, met hulp van Apollo, met een pijlschot te doden. Daarop vatten zij moed en stormen de stad uit om te proberen het lichaam van Achilles weg te roven. Rond het lichaam wordt hevig gestreden maar de grote Ajax 1 weet te voorkomen dat de Trojanen het lichaam wegslepen. Ook de kleine Ajax 2 laat zich niet verjagen en weet samen met Sthenelus 1 een groot aantal Trojanen te doden en hen uiteindelijk terug de stad in te jagen.

Nadat de poorten waren gesloten en het doden geëindigd, namen de Grieken Achilles mee terug naar de schepen, terwijl al de aanvoerders huilden om het verlies van hun held. Daarop haastten zij zich om veel hout uit de bossen op de Ida te halen en een brandstapel te bouwen op de plek waar die van Patroclus 1 had gestaan. Na de begrafenis worden er weer spelen georganiseerd om de dode te eren. Ook deze keer staat er een hardloopwedstrijd op het programma waarbij Ajax 2 revanche wil nemen voor de vorige wedstrijd. Zijn voornaamste tegenstander is Teucer 1, de zoon van Telamon, en beiden buigen voor Thetis voordat zij aan de wedstrijd beginnen.

De uitslag was lange tijd onzeker. Nu eens lag Ajax 2 voor en dan weer Teucer 1. Maar toen zij het einddoel naderden, werden de voeten van Teucer 1 belemmerd door onaardse krachten. Een of andere god liet zijn voet tegen de stronk van een diepgewortelde tamarisk aankomen en hij bezeerde zijn linkerenkel flink. De aderen zwollen rood op rondom het gewricht. Een groot gejuich klonk op van iedereen die naar de wedstrijd keek. Ajax 2 schoot hem opgetogen voorbij en rende naar zijn Locriërs die hun heer toejuichten. Zij dreven de prijskoeien naar hun schepen waar zij voer voor de beesten op de grond wierpen.

Even later doet Ajax 2 weer mee aan de wedstrijd boogschieten waar hij het wederom tegen Teucer 1 op moet nemen. Ver bij hen vandaan zette Agamemnon een helm met een wuivende pluim neer en zei: ‘De meesterschutter is hij die de pluimenkam van de helm wegschiet.’ Onmiddellijk schoot Ajax 2 als eerste zijn pijl, en raakte de helmrand, die het messing luid lied rinkelen. Daarna schoot Teucer 1 met een ernstig gezicht als tweede, en de snelle pijl schoor de pluim weg. Het volk schreeuwde luid toen zij het zagen, en loofden hem luidkeels.

Houten Paard

Nu de Trojanen niet meer uit hun stad kwamen en de Grieken niet in staat waren om de muur te veroveren was er een list nodig om in de stad te komen. Na raadpleging van een orakel wordt besloten om een groot houten paard te bouwen waarin een groot aantal dappere Grieken zich verschuilen terwijl de rest van het leger net doet alsof zij van de Trojaanse kust zijn vertrokken. Ajax 2 behoort, net als vele andere grote aanvoerders van de Grieken, tot de mannen die in het paard plaats nemen. De bouwer van het paard, Epeius, ging als laatste naar binnen, trok de touwladders op waarlangs zij omhoog waren geklommen, en sloot het geheime luik.

De rest van het leger trekt de schepen in zee en zeilt weg naar een naburige eiland waar zij zich in een baai schuilhouden. Eén Griek blijft achter om de Trojanen, zodra zij de stad uit komen, een verhaaltje op de mouw ter spelden dat zij het paard de stad in moeten trekken als offer aan de godin Athena. De Trojanen trappen in de val en slepen het paard, met veel gezwoeg, de stad binnen. Daarna vieren zij een groot feest om de verlossing van de Grieken te vieren en liggen ’s nachts allemaal dronken op bed. Dan klimt Ajax 2, samen met alle andere verborgen mannen, uit het paard en begint de vernietiging van Troje. Enkele Grieken gaan naar de stadpoorten om die open te zetten voor de rest van het leger dat intussen in het geheim is teruggekeerd.

Verkrachting Cassandra

Het leger van de Grieken verspreidt zich daarop in de stad en gaat huis voor huis langs om de Trojanen te doden. De Trojanen proberen zich nog te verzetten maar het is een verloren strijd. Ouders en kinderen werden gedood, terwijl geliefden toekeken, jammerden, en op hun beurt ook werden gedood. Tijdens dit bloedvergieten doodt Ajax 2 menig Trojaan waaronder Amphimedon 3. Veel familieleden van Priamus vluchtten naar de heiligdommen van de goden en ook Cassandra vluchtte naar de tempel van Athena. Wanneer Ajax 2 in de tempel aankomt, ziet hij Cassandra zich daar vastklampen aan het beeld van de godin. Hij wordt overvallen door een woeste passie en, ondanks haar smeekbeden waar hij zich niets van aantrekt, verkracht Cassandra onder het beeld van de godin. Athena wilde niet naar de schanddaad kijken, maar omhulde zich met een mantel van schande en woede. Ze keerde haar strenge ogen naar het tempeldak, en het heilige beeld kreunde, terwijl de heilige vloer krachtig beefde. Toch stopte Ajax 2 niet met zijn dwaze zonde, want zijn ziel was gek van wellust. Na zijn daad rukt hij het beeld van Athena omver en sleept Cassandra als gevangene naar het scheepskamp. Athena is, ondanks dat zij voor de Grieken is, woedend en zint op wraak.

Dood van Ajax

Nadat alle Trojanen gedood waren, staken de Grieken de stad in brand en verdeelden de buit. Toen ze daarna op het punt stonden naar huis te varen, werden ze door Calchas tegengehouden met de mededeling dat Athena woedend op hen was vanwege het goddeloze optreden van Ajax 2. Een groot aantal Grieken slaat deze waarschuwing in de wind en stappen toch in hun schepen. Wanneer de vloot in de buurt van Euboea komt gaat Athena naar Zeus en smeekt hem om de Grieken te straffen. Deze geeft haar zijn bliksems om een storm op zee te veroorzaken.

Ajax vervloekt de goden

Kort daarop slaat de Grieken de angst om het hart wanneer zij enorme golven op zich af zien komen en de schepen heen en weer worden gesmeten in een dikke mist. Een zwarte nacht daalt neer over de schepen terwijl de winden om hen heen bulderen. Ook Poseidon kwam naar boven en liet de zee genadeloos wild deinen. Uit de hoogte werpt Athena haar bliksems terwijl Zeus de hemel laat donderen. Dan richt Athena haar woede op Ajax 2 en smijt een bliksemschicht naar zijn schip waardoor dat in een oogwenk uiteenspat in kleine stukken. De mannen in het schip werden alle kanten op geslingerd waarna enorme golven over hen heen sloegen. Stikkend in het sissende zoute water van de wurgende branding dreven zij op zee. Ook Ajax 2 dreef op een plank van zijn schip, en peddelde met zijn sterke handen door het zoute water. De goden zagen het en verwonderden zich over de moed en kracht van de man. Maar de golven smeten hem nu eens hoog door de mistige lucht, dan weer dompelden zij hem onder, alsof ze hem wilden begraven in een ziedende draaikolk.

Maar zijn handen zwoegden onvermoeibaar voort. Links en rechts van hem sloegen bliksemschichten neer, en doofden in zee. Want Athena was nog niet van plan om hem te doden, ondanks haar woede, voordat hij de beker van zwoegen en pijn tot de laatste druppel had leeggedronken. Zo hield ze hem lange tijd vol ellende bezig, en kwelde hem van alle kanten. Maar wanhoop moedigde nog steeds zijn kracht aan en hij riep: ‘Al komen alle woedende goden op mij af, en zetten alle zeeën tegen mij op, toch zal ik aan hen ontsnappen!’ Maar hij ontsnapte niet aan de wraak van de Goden, want woest van verontwaardiging markeerde Poseidon de plek waar zijn handen zich aan de rotsen van Caphereus vastklampten, en liet in barse woede zowel zee als land door een aardbeving schudden.

Daarop stortte aan alle kanten de rotsen van Caphereus ineen en gleed het rotsblok, waar Ajax 2 zich wanhopig aan vastklampte, in zee. Hij dreef rond tussen uitstekende punten, terwijl het vel van zijn handen werd gestroopt, en het bloed onder zijn vingernagels uit liep. De brullende golven worstelden met hem, en het schuim maakte al zijn haren en baard wit. Toch zou hij zijn lot ontlopen zijn, als Poseidon, kwaad over zijn volharding, niet de aarde had gespleten, en een rots naar beneden had geslingerd, Zo begroef deze rots, vanuit de hoogte geslingerd, de sterke Ajax 2 terwijl dit hem vastpinde op een scherpe, uitstekende, rotspunt. Zo kwam de zwarte dood over Ajax 2, waar land en zee een verbond hadden gesloten om hem te doden. Na zijn dood begroef Thetis hem op Myconos

Stamboom:

Oileus 1 Eriopis / Rhene 1 Priamus Hecabe 1
Ajax 2 Cassandra
-

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz