Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Alcestis

Alcestis is de oudste dochter van koning Pelias 1 uit Iolcus in Thessalië en diens vrouw Anaxibia 2, maar soms wordt ook Phylomache als zijn vrouw genoemd. Alcestis heeft één broer: Acastus, en zeven zussen: Amphinome 4, Evadne 4, Hippothoe 2, Medusa 4, Pelopia 1 en Pisidice 3. Vanwege de schoonheid van Alcestis lopen vele vrijers de deur plat bij haar vader Pelias 1. Deze declareert dat hij zijn dochter alleen als vrouw zal schenken aan degene die er in slaagt een leeuw en een everzwijn voor een wagen te spannen. Enige tijd later komt Admetus 1, de koning van Pherae, geholpen door Apollo, met zo’n wagen voorrijden. Pelias 1 doet zijn woord gestand en geeft zijn dochter als vrouw mee aan Admetus 1.

Als Admetus 1 vergeet om Artemis een offer te brengen bij zijn huwelijk met Alcestis neemt de godin wraak. Ze zorgt ervoor dat in zijn slaapkamer een overvloed aan slangen aanwezig is als hij naar bed wil gaan. Apollo, die op dat moment in loondienst is bij Admetus 1, helpt de koning en regelt voor hem bij de Moiren dat hij van de dood gevrijwaard is als hij iemand anders kan vinden die voor hem wil sterven als zijn moment daar is. Zo overleeft Admetus 1 de aanval van de slangen en leeft hij lang en gelukkig met zijn mooie, en kuise, vrouw. Ze krijgen twee zoons Eumelus 1 en Pheres 4 die later zouden deelnemen aan de Trojaanse Oorlog, als bevelhebbers van de mannen uit Pherae, en nog een dochter Perimele 4.

Dood Alcestis

Wanneer Admetus 1 ernstig ziek wordt, en het zijn tijd is om te sterven, kan Admetus 1 niemand vinden die voor hem dood wil gaan. Uit liefde voor haar man biedt Alcestis vrijwillig aan om in zijn plaats te gaan. Als zij in de onderwereld aankomt wordt ze echter teruggestuurd door Persephone 1 die zegt dat het haar tijd nog niet is. Volgens een andere versie heeft Heracles, die toevallig net in de buurt was, haar uit de onderwereld gehaald na een gevecht met Hades en haar weer terugbracht bij Admetus 1.

Zo keert Alcestis terug in de bovenwereld waar zij weer samen met haar man mag verder leven. Op een gegeven moment komt de tovenares Medea 1, die haar zwager Iason tijdens zijn tocht met de Argonauten als vrouw uit Colchis heeft meegenomen, naar Iolcus, bij Alcestis en haar zusters. Medea 1 zegt dat zij hun oude vader, Pelias 1, weer jong kan maken met een toverdrank. Als Alcestis tegen Medea 1 zegt dat dit onmogelijk is tovert Medea 1 een mist voor haar ogen om ervoor te zorgen dat zij makkelijker te overtuigen wordt.

Door middel van kruiden laat zij vreemde dingen voor de zusters in de lucht verschijnen die echt leken te zijn. Zo lijkt het of Medea 1 een oude ram in een bronzen ketel deed waaruit even later een jong lammetje tevoorschijn sprong. Overtuigt dat Medea 1 inderdaad hun vader een verjongingskuur kon geven doden de zusters daarop hun vader, uitgezonderd de vrome Alcestis die haar handen niet wil vuilmaken aan haar verwekker, en kookten de stukken van zijn lichaam in een bronzen ketel. Toen de zussen zich later realiseerden dat ze bedrogen waren, en een moord hadden gepleegd, vluchtten ze het land uit.

Stamboom:

Pelias 1 Anaxibia 2 / Phylomache Pheres 1 Clymene 4
Alcestis Admetus 1
Eumelus 1, Pheres 4, Perimele 4

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz