Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Alcimede 1

Alcimede 1, uit Thessalië, is de dochter van Phylacus 2 en Clymene 4, de dochter van Minyas. Ze heeft een broer, Iphiclus 1, en volgens enkele mythen een zus Evadne 2. Alcimede 1 trouwt met Aeson die bij haar twee zoons, Iason en Promachus 3, verwekt. Wanneer haar zoon, Iason de volwassenheid bereikt wordt hij door koning Pelias 1, de halfbroer van Aeson, op een gevaarlijke zoektocht gestuurd om in Colchis de Gouden Vacht te gaan halen die door Phrixus 1, een ver familielid, daar naar toe was gebracht. Deze tocht zou bekend komen te staan als de tocht van de Argonauten.

Afscheid van Iason

Alcimede 1 en Aeson zijn uiterst bedroefd als zij over de gevaarlijke tocht horen die hun zoon gaat ondernemen. Wanneer Iason bij hen aankomt om afscheid te nemen staren zij hem met vochtige ogen aan maar willen hem niet tegenhouden. Daarop spreekt hij kalmerende woorden en valt het tweetal uiteindelijk van verdriet in slaap. De volgende ochtend worden zij wakker en zien dat hun zoon verdwenen is. Vlug rennen ze naar de haven waar zij nog net hun zoon aantreffen die op het punt staat om weg te varen.

Jammerklacht Alcimede

Daar zegt de luid jammerende Alcimede 1 tegen haar zoon: ‘Mijn zoon, je gaat onverdiende ontberingen tegemoet, en wij moeten van elkaar scheiden. Toch wil mijn geest niet toegeven dat jij dit ongeluk tegemoet moet gaan. Om jou was ik altijd bang voor oorlogen en vreemde landen. Ik moet aan andere goden beloften doen. Als de Schikgodinnen jou naar mij terug brengen, en de zee gekalmeerd kan worden door gebeden van bibberende moeders, dan kan ik het levenslicht en een langdurige angst verdragen. Maar als het Fortuin andere zaken voor jou in gedachten heeft, heb dan, lieve , medelijden met ons ouders, terwijl wij alleen in angst leven en nog geen verdriet kennen. Ach, wat een verdriet! Wat ben ik bang voor Colchis en de vacht van de verdwenen Phrixus 1? En wat een dagen, wat een nachten van slapeloze angst zie ik voor me! Hoe vaak zal ik in onmacht vallen bij het geluid van de branding op de kust, in angst om jou! Sla je armen om mij heen, smeek ik, en verlaat me met woorden die voor altijd in mijn oren zullen klinken, en sluit nu deze ogen met jouw lieve handen.

Jammerklacht Aeson

Maar zijn vader Aeson moedigde de geest van Iason aan en zei: ‘Ach, had ik maar mijn kracht van vroeger toen deze hand Pholus 1 verpletterende, nadat hij mij bedreigde met een fraaie beker, hem verpletterend met een zware gouden beker. Ik zou de eerste zijn geweest die mijn wapens op de koperen achtersteven had geplant, en zou mij verheugen om het schip met trillende riemen te roeien. Maar de gebeden van je vader zegevieren, en de hoge goden hebben mijn geloften gehoord. Want ik zie een groot aantal koningen in onze zee, en jij bent hun aanvoerder. Zo, zo waren zij met wie ik gewend was om te gaan en te volgen. En laat nu alleen die dag resteren, laat Zeus mijn gebed verhoren, die dag wanneer je als overwinnaar terugkeert van de Scythische koning en de Scythische oceaan, je schouders stralend door de geredde vacht, en ik je ontvang, en mijn daden ruimte maken voor jouw jeugd.’ Zo sprak hij. Daarop hielp Iason zijn moeder overeind, die tegen zijn borst was neergevallen, en vloog zijn oude vader om diens nek.

Offer

Zodra Iason met zijn Argonauten was vertrokken brachten Aeson en Alcimede 1, samen met hun kleine zoon Promachus 3, een heilig offer aan de goden van de onderwereld om hun zoon Iason te beschermen tegen alle gevaren die hem te wachten stonden. Maar ook koning Pelias 1 zat niet stil, uit angst dat de populaire Aeson aanspraak zou maken op de troon, en gaf zijn soldaten opdracht om hem, samen met zijn vrouw en kleine zoontje te doden.

Terwijl Aeson en Alcimede 1 in een veld bij een greppel vol bloed staan roept de priester de geesten uit de onderwereld aan. Dan komt de oude Cretheus 1, de vader van Alcimede 1, uit de greppel omhoog zweven en staart naar zijn treurende schoonzoon. Nadat Cretheus 1 wat van het bloed gedronken had zegt hij tegen Aeson: ‘Ban al je angsten uit! Je zoon vliegt over de zee en nadert steeds meer zijn doel. Nog even en dan zal hij terugkeren met een rijke buit en een bruid uit Scythië. Dan zou zelfs ik er naar verlangen om uit de aarde te barsten om hem te verwelkomen. Maar voor jou bereidt die gewelddadige koning Pelias 1 een dodelijke misdaad met wapens voor, broer tegen broer. Waarom beneem jij je niet van het leven en ontsnap zo snel aan die oude bibberende ledematen van jou? Kom, je bent mijn zoon en de stille menigte van geesten roepen je naam al.

Zelfmoord Aeson en Alcimede

Dood van Alcimede en Aeson

Aeson bedenkt op welke manier hij de bedreiging van Pelias 1 kan overtreffen en op een waardige wijze zijn lot kan omarmen. Hij denkt ook aan zijn tweede, nog onvolwassen zoon, in wie hij nog grote moed en de kennis over moedige daden moest wekken. Dan ziet Aeson een grote zwarte stier staan en neemt een besluit. Met een mes snijdt hij de keel van het beest door, vangt met een beker het bloed op dat naar buiten gutst, en zegt: ‘O Zeus, die het koningschap aan mensen toebedeelt. Laat onverbloemde angst heersen in het hart van Pelias 1. Laat hem geloven dat mijn zoon zal terugkeren van zijn tocht. Laat hem in voortdurende angst naar de kust snellen om te kijken of het schip van mijn zoon al is teruggekeerd. Laat de elk pad van ontsnapping afsluiten dat hij beraamt en laat hem mijn vloek niet overtreffen. Gun hem, die verrader, een beschamend einde, een onbetamelijke dood. Laat zijn eigen familie hem aan stukken scheuren en verminken. Laat zijn ledematen nooit in een graf begraven worden. Laat dit de straf zijn voor het bevel dat hij aan mijn zoon gaf.

Dan heft Aeson de beker met het stierenbloed op, neemt een paar grote slokken, en geeft de beker daarna aan Alcimede 1 die hem tot de laatste druppel leegdrinkt. (De oude Grieken waren er van overtuigd dat stierenbloed giftig was.) Onder de aanstormende soldaten ontstond een groot tumult en trokken, op bevel van hun koning, hun wapens. Zij zagen het oude paar al in de greep van het lot, hun ogen doods starend, een giftige stroom bloed uitbrakend. En Promachus 3, het onschuldige kind, werd bleek toen hij zijn ouders zag. De soldaten verminkten hem en stuurden hem achter zijn ouders aan. Bibberend overleed hij naast Aeson, maar de uitgesproken vloek overleed echter allerminst.

Stamboom:

Phylacus 2 Clymene 4 Cretheus 1 Tyro
Alcimede 1 Aeson
Iason, Promachus 3

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz