Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Amphiaraus - Oeclides

Algemeen

Amphiaraus is voornamelijk bekend als de ziener die als één van de aanvoerders deelnam aan de campagne van de Zeven tegen Thebe. Hij was een krijgshaftige man en de lieveling van zowel Zeus als Apollo. Van de laatste kreeg hij de gave om aan de hand van de vlucht der vogels de toekomst te voorspellen en die in orakeltaal aan de mensen te verklaren. Deze vaardigheid beoefende hij samen met een andere ziener, Thiodamas 2 de zoon van Melampus 1.

Afstamming en huwelijk

Amphiaraus werd in de stad Argos in de streek Argolis geboren als zoon van Oicles en diens vrouw Hypermnestra 1, de dochter van Thestius uit Pylos. Vanwege zijn vader wordt hij ook wel Oeclides genoemd. Alleen de schrijver Hyginus, in zijn Fabels, stelt dat Amphiaraus een zoon was van Apollo en Hypermnestra 1. Amphiaraus heeft twee zusters: Polyboea en Iphianira 2. In zijn jeugd groeit Amphiaraus uit tot een man met mooie ogen die door vele vrouwen bewonderd werd en door Apollo verder onderwezen in het voorspellen van de toekomst. Na onderstaande avonturen trouwde Amphiaraus met Eriphyle, de dochter van Talaus en Lysimache 1, en worden zij samen de trotse ouders van twee zoons: Alcmaeon en Amphilochus 1.

Jacht op het Everzwijn 2 van Calydon

Jacht op het Everzwijn

Net als vele andere jongelingen in Griekenland geeft de nog ongetrouwde Amphiaraus in zijn jeugd gehoor aan de oproep van koning Oeneus 1, van Calydon, om mee te helpen een groot en monsterlijk Everzwijn 2 te doden dat diens landerijen onveilig maakte. Hij gaat naar het hof van de koning en wordt daar negen dagen lang gastvrij onthaald. Op de tiende dag ontstaat er onenigheid tussen Cepheus 1 en Ancaeus 1 omdat er ook een vrouw, Atalanta, wil meedoen aan de jacht. De zoon van koning Oeneus 1, Meleager, damt de ruzie in en zegt dat zij ook mee moet doen. De jacht begint en Amphiaraus doet hier dapper aan mee. Als het Everzwijn 2 omsingeld wordt door de groep probeert het dier uit te breken en doodt dan de twee ruziezoekers Cepheus 1 en Ancaeus 1. Atalanta lukt het daarna als eerste een pijl in de rug van het monster te schieten terwijl Amphiaraus even later een pijl in een oog van het dier schiet. Uiteindelijk wordt het monster de dodelijke steek toegebracht door Meleager die daardoor ook de huid van het dier wint.

Tocht van de Argonauten

Amphiaraus geeft ook gehoor aan de oproep, van Iason uit Iolcus, om deel te nemen aan een tocht om de Gouden Vacht uit Colchis te gaan halen, in opdracht van koning Pelias 1. Samen met ongeveer vijftig andere helden uit Griekenland, de Argonauten, zeilt hij vanuit Iolcus, onder aanvoering van Iason, met het schip de Argo weg om aan een tocht met vele avonturen en gevaren te beginnen. Onderweg luisteren de Argonauten gefascineerd naar de voorspellingen die Amphiaraus doet en zijn achteraf vaak verbijsterd als die uiterst accuraat blijken te zijn. Na een klein jaar keert Amphiaraus weer heelhuids terug waarna hij zich definitief thuis vestigt en trouwt met Eriphyle.

Polynices en Adrastus

Jaren later komen bij koning Adrastus 1, in Argos, ’s nachts twee vluchtelingen aan die hun toevlucht zoeken bij de toegang van zijn paleis. Daar krijgt dit tweetal ruzie en moet koning Adrastus 1 tussenbeide komen om de kemphanen uit elkaar te halen. Het blijken Tydeus en Polynices te zijn die uit hun land zijn verbannen. Hij neemt het tweetal op in zijn huis en geeft hen, op basis van een orakel dat Amphiaraus van Apollo niet aan hem mocht verklaren, zijn twee dochters als vrouw. Hij heeft vooral te doen met Polynices uit Thebe die door zijn broer van de troon is verstoten. Om zijn dochter tevreden te stellen besluit Adrastus 1 een leger op de been te brengen om zijn schoonzoon te helpen en hem weer op de troon te helpen.

Verzoek van Adrastus

Zo komt Adrastus 1 ook bij Amphiaraus met het verzoek om deel te nemen aan de expeditie naar Thebe en vraagt hem tevens om zijn vermogens in te zetten om de afloop van deze tocht te voorspellen. Samen met de oude ziener, Melampus 1, geeft Amphiaraus gevolg aan het verzoek van de koning om de voortekenen te onderzoeken. In eerste instantie proberen ze de voortekens te ontdekken aan de hand van ingewanden en bloed van het vee. Toen dit geen resultaat opleverde besloten zij door te gaan en te speuren naar de voortekenen in de lucht. Met dit doel voor ogen beklimmen zij vroeg in de ochtend de berg Aphesas. Getooid met olijfbladeren in hun haren die bijeen worden gehouden door een witte hoofdband beginnen ze op de top aan hun arbeid.

Angstwekkende voorspelling

Amphiaraus probeert met gebeden de gunst van Zeus voor zich te winnen en smeekt hem: ‘Almachtige Zeus, schenk ons raad met uw snelle vogels en toon ons de voortekenen en oorzaken die in de hemel op de loer liggen. Het is allemaal bekend vader, gun ons die voorkennis over de ophanden zijnde oorlog. Laat elke vogel zich in de lucht verenigen.’ Zo sprak hij en ging zitten op een hoge rots om naar de vogels te kijken. Ook Melampus 1 richt een gebed tot Zeus en samen turen zij lange tijd naar de vogels die in de lucht zweven. Uiteindelijk komen ze tot de conclusie dat de voortekenen uiterst ongunstig zijn. De expeditie zal onder leiding van zeven aanvoerders naar Thebe vertrekken maar niet slagen in hun opdracht. Tot zijn schrik zag Amphiaraus ook dat hijzelf en alle aanvoerders, uitgezonderd Adrastus 1, zouden sneuvelen. Onmiddellijk heeft hij spijt dat ze de toekomst hebben gelezen en rukt de haarband van zijn hoofd waardoor de olijfbladeren op de grond vallen. Samen lopen ze terug naar beneden om Adrastus 1 het treurige nieuws te vertellen en hem af te raden om de expeditie door te zetten.

De halsketting van Harmonia

Ondanks de ongunstige voortekens wil Adrastus 1 toch doorzetten en oefent grote druk uit op alle aanvoerders die in zijn land wonen om deel te nemen aan de tocht en manschappen voor de expeditie te leveren. Ook Amphiaraus wordt onder druk gezet om deel te nemen, maar deze weigert omdat hij wist dat hij tijdens die campagne zou sterven. Daar Amphiaraus en Adrastus 1 het niet eens konden worden over de expeditie besloten zij dat ze de zaak aan het oordeel van Eriphyle, de zus van Adrastus 1, zouden overlaten. Daarop belooft Polynices aan Eriphyle de halsketting van Harmonia 1 te schenken als zij haar man weet te overreden om toch deel te nemen aan de expeditie. Eriphyle beslist ten voordele van Adrastus 1 waarna Amphiaraus instemt om aan de campagne deel te nemen. Hij was wel de mening toegedaan dat hij door zijn vrouw was verraden en gaf zijn zoon Alcmaeon de opdracht om, als hij dood was, zijn moeder te doden.

Vertrek naar Thebe

Zo vertrekt Amphiaraus samen met zes aanvoerders en een aanzienlijk leger zijn eigen dood in Thebe tegemoet, als één van de zeven legeraanvoerders. De namen van de andere zes aanvoerders waren: Adrastus 1, Polynices, Tydeus, Capaneus, Hippomedon 1 en Parthenopaeus. Dit leger zou later bekend komen te staan als de Zeven tegen Thebe. Takjes van de olijf sieren de helm van Amphiaraus terwijl een witte hoofdband om zijn vuurrode haar was gewikkeld. Staande op zijn strijdwagen, met de teugels en het zwaard in handen, volgt achter hem zijn eigen leger dat deel uitmaakt van het geheel. Zijn manschappen, die zich allen achter zijn schild met de verslagen Python geschaard hebben, zijn afkomstig uit Amyclae, Pylos, Malea, Caryae, Pharis, Messe, Taygetes, en gebieden naast de Eurotas. Maar ook de mannen uit Elis, Pisa en de streek langs de rivier Alpheus, volgen het wapenschild van Amphiaraus.

Nemea

Onderweg naar Thebe komt het leger in Nemea aan, waar Lycurgus 4 koning was, en gaan ze op zoek naar water voor de dorstige mannen. Daar wees Hypsipyle hun de weg naar een bron en liet voor dat moment Opheltes 1, de baby van Eurydice 2 en Lycurgus 4, die door haar verzorgd werd alleen. Terwijl ze de weg wees naar de bron, werd het achtergelaten kind door een slang 6 gedood. Toen Adrastus 1 en zijn metgezellen terugkwamen, doodden ze de slang 6 en begroeven het kind. Maar Amphiaraus vertelde dat het een ongunstig teken was dat hun de toekomst voorspelde waarna het leger het dode kind de naam Archemorus (begin van onheil) gaf. Ter ere van de gestorven jongen organiseerden de zeven aanvoerders Spelen waaraan ze zelf ook deelnamen. Bij de paardenrace won Adrastus 1, bij de hardloopwedstrijd Eteoclus en bij het boksen Tydeus. Bij het verspringen en het discuswerpen won Amphiaraus opnieuw en bij het speerwerpen Laodocus 3, bij het worstelen Polynices, en bij het boogschieten Parthenopaeus. Na afloop van de spelen trekt het leger weer verder maar zouden later jaren periodiek gehouden worden en bekend komen te staan als de Nemeïsche Spelen.

Aankomst bij Thebe

Vlak voordat het leger de stad bereikt worden ze aangevallen door twee tijgers die de God Dionysus 2 op hen had afgestuurd. Met een woest gebrul stormen zij op het leger af en één van de beesten grijpt met een machtige sprong de wagenmenner van Amphiaraus. Door toeval was hij het eerste slachtoffer maar Amphiaraus vertaalde het wederom als een slecht voorteken voor de komende strijd. Uiteindelijk weten een paar moedige Argivers de dieren te doden waarna het leger Thebe bereikt. Omdat er zich zeven poorten in de muur rondom Thebe bevonden sloeg elke aanvoerder zijn kamp op tegenover één van deze poorten. Zo ook Amphiaraus die zich bij de Proetische Poort opstelde. In de stad stellen zich tegenover deze legers evenzovele aanvoerders van de Thebanen op en maken zich gereed voor de strijd.

Strijd om Thebe

De volgende dag begint de strijd wanneer de Thebanen uit de stad oprukken en de legers op de vlakte aanvallen. In eerste instantie was Amphiaraus onwillig om de strijd te beginnen maar wordt hij uitgejouwd door Tydeus die hem een lafaard noemt terwijl Amphiaraus hem uitkaffert voor opruier. Uiteindelijk begint ook hij aan de slag in de wetenschap dat zijn laatste uren hebben geslagen. Zoals voorspeld verliep de strijd niet voorspoedig voor de Argivers en verliest de ene na de andere aanvoerder het leven door de wapens van de Thebanen of door hulp van de goden. Zo wordt Capaneus, wanneer hij met behulp van een ladder de muur beklimt, door Zeus met een bliksem gedood. Door toedoen van de goden weten de Argivers de stad niet te veroveren maar weten de Thebanen ook de Argivers niet te verdrijven. En nadat er vele goede mannen gesneuveld waren besloten beide legers dat Polynices, en zijn broer Eteocles 1, de koning van Thebe, een duel moesten uitvechten om het koningschap over Thebe. Beide broers doodden elkaar en ontstond er opnieuw een hevige strijd.

Dood van Amphiaraus

Dood van amphiaraus

Nu weten de Thebanen wel een overwicht te behalen en slaan de Argivers op de vlucht. Op dat moment wordt Tydeus door Melanippus 5 met een zwaard in zijn buik gestoken. Toen hij halfdood op de grond lag, bracht Athena hem een middel dat ze van Zeus gevraagd had, waarmee ze hem onsterfelijk wilde maken. Maar zodra Amphiaraus, die Tydeus haatte, dat merkte sneed hij het hoofd van Melanippus 5 af en gaf dat aan Tydeus. Deze hakte het in tweeën en slurpte de hersenen op. Toen Athena dat zag, bekroop haar een gevoel van hevige walging, wat haar ervan weerhield hem een weldaad te bewijzen. Daarna vluchtte Amphiaraus met zijn strijdwagen langs de rivier Ismenus waarbij hij werd achtervolgd door Periclymenus 2. Nog voordat deze hem in de rug kon steken sloeg Zeus met zijn bliksem een spleet in de aarde waar Amphiaraus met wagen en al inreed en door de aarde werd verzwolgen. In de spleet kijkt Amphiaraus omhoog om voor de laatste keer het daglicht te zien en vuurt intussen zijn paarden aan totdat de spleet zich sloot en het daglicht voor eeuwig buitensloot.

Ontvangst door Hades

Amphiaraus viel met wagen en al in de onderwereld waar hij de geesten angst aanjoeg met zijn wapens. Hij was nog niet door het begrafenisvuur verteerd en het zweet van de strijd gutste nog van zijn lichaam. Zijn aanwezigheid verraste de Lotsgodinnen en ook de heer van de onderwereld, Hades. Deze was juist bezig de nieuw aangekomen doden van de oorlog te ondervragen over de misdragingen in hun leven toen hij de zojuist gearriveerde Amphiaraus zag. Woedend valt hij uit en zegt: ‘Wie komt hier zo onverhoeds met zijn strijdwagen naar de onderwereld? Wie heeft onze duisternis verstoord en het stille volk over het leven verteld? Waar komt deze dreiging vandaan en wie van mijn broers wil oorlog met me voeren? En wat zal uw lot zijn die zo halsoverkop mijn lege rijk intuimelde over een verboden pad?

Antwoord van Amphiaraus

Terwijl hij langzaamaan vervaagt stapt Amphiaraus van zijn wagen af en zegt waardig tegen Hades: ‘Als het voor schaduwen is toegestaan om hier te spreken, tegen U, grote koning. Vergeet uw dreigementen, en veroordeel in uw woede niet iemand die slechts een man is die uw wetten vreest. Ik kom niet om te plunderen of voor een verboden bruid. Ik was eens Apollo’s meest geliefde voorspeller en heb dit lot niet verdiend door een misdaad. Door verraad van mijn vrouw sloot ik mij bij het leger uit Argos aan tot ik, tijdens een plotselinge stuiptrekking van de aarde, door de duisternis verzwolgen werd. Zonder brandstapel of praalgraf werd ik naar de onderwereld gestuurd. Ik zal nooit iets ondernemen of mij nog iets herinneren. Ik ben tevreden om mijn schaduw in ontvangst te nemen. Wees zachtaardig en bewijs dat u barmhartiger bent dan de andere goden. En als mijn vervloekte vrouw ooit hierheen komt, reserveer dan voor haar dodelijke kwellingen. Zij is waardiger aan uw woede dan ik, o rechtschapen heer!’ Daarop aanvaarde Hades zijn smeekbede en heette Amphiaraus welkom.

Stamboom:

Oicles / Apollo Hypermnestra 1 Talaus Lysimache 1
Amphiaraus Eriphyle
Alcmaeon, Amphilochus 1

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz