Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Anchises 1

Anchises is een zoon van Capys 1 en Themiste, die in Dardanië werd geboren en een broer heeft met de naam Acoetes 2. Anchises groeit op tot een mooie jongeman, die er uitzag als een onsterfelijke god, terwijl hij de koeien van zijn vader op de heuvels van de berg Ida hoedde. Daar wordt hij opgemerkt door de godin van de liefde, Aphrodite, die direct van hem hield. Snel gaat ze terug naar huis, waar ze zich op haar mooist aankleedde, en keert ’s avonds terug naar Anchises die op dat moment een lied speelt op zijn lier.

Kennismaking met Aphrodite

Aphrodite en Anchises

Toen Anchises Aphrodite zag bekeek hij haar van top tot teen, en verwonderde zich over de verhevenheid en stralende houding van de hem onbekende vrouw. Vriendelijk verwelkomde hij haar en zegt: ‘Wees gegroet, wie van de godinnen je ook bent die naar mijn huis is gekomen. Ik zal een altaar voor je oprichten en elk seizoen rijke offers brengen. Wees mij vriendelijk gezind en gun dat ik een vooraanstaande man onder de Trojanen mag worden met sterke nakomelingen.

Daarop antwoordde Aphrodite: ‘Anchises, weet dat ik geen godin ben. Waarom vergelijk je mij met de onsterfelijken? Ik ben slechts een stervelinge en de beroemde Otreus 1 uit Phrygië is mijn vader. Daar heeft Hermes mij gevangen genomen toen ik samen met de Nimfen voor Artemis aan het dansen was. Hij vertelde me dat ik je wettelijke echtgenote moest worden, en vele flinke kinderen moest baren. Nadat Hermes me dit verteld had zette hij me hier bij jou af en ging er vandoor. Dus ik smeek je, neem me, onbevlekt en onervaren in de liefde, en toon me aan je vader en moeder. Ik zal geen slechte dochter voor hen zijn. Stuur bovendien een boodschapper naar mijn vader in Phrygië om hem te vertellen waar ik ben. Zij zullen je vele schitterende geschenken sturen als bruidsschat. Neem die aan en bereidt vervolgens de bruiloft voor die eervol is in de ogen van de mensen en goden.

Verwekking van Anchises

Na haar woorden groeide er een zoet verlangen in het hart van Anchises en werd hierdoor tot over zijn oren verliefd. Snel antwoordde hij: ‘Als je een stervelinge bent, en de befaamde Otreus 1 je vader is zoals je zegt, en hier gekomen bent door de wil van Hermes, en mijn vrouw wil worden, dan zal geen god of sterveling mij beteugelen totdat ik nu hier met jou de liefde heb bedreven. Nee, zelfs niet als Apollo een pijl van zijn zilveren boog zou schieten. Welwillend zou ik afdalen naar het huis van Hades, O vrouwe, mooi als de godinnen, als ik eenmaal met jou naar bed ben geweest.’ Zo sprak Anchises en nam Aphrodite bij de hand. Samen gingen ze zijn huis binnen, naar de slaapkamer waar het bed, met zachte leeuwenhuiden bedekt, al voor hen gereed stond. Toen Aphrodite op het bed lag deed ze eerst haar sieraden af, maakte haar gordel los, en hing haar prachtige kleding over een stoel. En daarna, door de wil van de goden, bracht de sterfelijke Anchises een heerlijke nacht door met de onsterfelijke godin, niet goed wetend wat hij deed.

Vroeg in de volgende ochtend werd Aphrodite wakker, goot nog wat slaap uit over de ogen van Anchises, en trok haar mooie kleding weer aan. Daarna boog ze over het bed en maakte Anchises wakker. ‘Wordt wakker, waarom slaap je zo diep? Doe je ogen open en vertel me of ik er hetzelfde uitzie als toen je me voor het eerst zag?’ Zodra Anchises zijn ogen open deed, en haar zag, werd hij bang en keek de andere kant op. Zijn gezicht in zijn mantel verbergend zegt hij: ‘Zodra ik je gisteravond zag, godin, wist ik dat je goddelijk was. Maar je vertelde mij niet de waarheid. Laat me als straf geen leeg leven leiden onder de mensen, en heb medelijden met mij. Want degene die met een onsterfelijke godin slaapt is later nog maar een halve man.

Waarschuwing aan Anchises

Aphrodite glimlacht liefdevol naar haar minnaar en antwoordt: ‘Anchises, put moed en vrees niet. Je hoeft van mij, of de andere goden, geen kwaad te vrezen, want jij bent dierbaar aan de goden. En je zult een lieve zoon hebben die over de Trojanen zal regeren, en zijn kinderen na hem, die voortdurend geboren zullen worden. Hij zal Aeneas heten, want ik voelde mij enorm verdrietig toen ik in het bed van een sterfelijke man ging liggen. Maar nu zijn degenen van jouw ras altijd het dierbaarst voor de goden qua schoonheid en gestalte.

Ik wil geen onsterfelijke van je maken onder de andere goden en zo, voortdurend met je getrouwd, te moeten leven. Maar als je kon blijven leven met de gedaante zoals je er nu uitziet, en mijn echtgenoot zou zijn, zou ik nooit verdrietig meer zijn. Maar, helaas, de ouderdom zal ook jou binnenkort inpalmen. En dan zou ik me voortdurend schamen onder de goden. Want tot nu vreesden zij mijn listen waarmee ik hen, vroeger of later, liet paren met sterfelijke vrouwen, en hen zo onderwierp aan mijn wil. Maar mijn woorden hebben nu geen kracht meer onder de goden, nu ik een kind in mijn buik draag, na gemeenschap met een sterfelijke man.

Wat dit kind betreft, zodra hij het licht ziet, zullen de Bergnimfen hem grootbrengen. Zij zullen mijn zoon bij zich houden en hem grootbrengen. Over vijf jaar zal ik weer terugkeren en je mijn zoon brengen. Breng hem dan direct naar Troje. En als een sterveling je ooit vraagt wie jouw lieve zoon heeft gebaard, zeg dan wat ik je nu opdraag. Vertel dat hij een nakomeling is van een van de Nimfen die hier op de hellingen wonen. Maar als je de waarheid vertelt en pocht dat je met Aphrodite hebt geslapen, zal Zeus je in zijn woede treffen met een bliksem.’ Nadat de godin dit gezegd had, vertrok ze en steeg op naar de hemel en liet een verblufte Anchises achter.

Vertrek naar Troje

Aphrodite en Anchises

Jaren later komt Aphrodite haar belofte na en brengt de kleine Aeneas bij Anchises. Dit ondanks het feit dat Anchises zijn belofte brak en, tijdens een glas wijn, aan vrienden had verraden het bed gedeeld te hebben met Aphrodite. De godin is echter nog steeds verliefd op Anchises en vergeeft hem zijn misstap. Ze deelt zelfs nog een keer het bed met Anchises waardoor een tweede zoon, Lyrus, het levenslicht aanschouwt. Anchises gaat met zijn twee zoontjes naar Troje en klimt daar, aan het hof van koning Priamus, op tot een vooraanstaande man die deelneemt aan de raadsvergaderingen met de koning. Anchises blijkt ook een uitstekend paardenfokker en ontwikkelt in Troje een nauwe vriendschapsband met de naburige volken, waaronder de Thraciër, Cisseus 1.

Overige kinderen

Volgens Homerus had Anchises ook nog enkele andere kinderen bij een onbekende vrouw. Eén van deze kinderen is de dochter Hippodamia 2. Als kind is zij de lieveling van haar ouders en overtreft al haar broers en zussen in schoonheid, behendigheid en verstand. Haar huwelijkt Anchises1 uit aan Alcathous 1, een van de beste mannen in Troje.

Trojaanse Oorlog

Op een gegeven moment wordt Anchises ontboden naar het paleis van koning Priamus voor een belangrijke raadsvergadering. Daar wordt gemeld dat Paris, de zoon van Priamus, de Griekse Helena heeft geschaakt en naar Troje heeft meegenomen. Nu dreigen de Grieken met oorlog als Helena niet onmiddellijk wordt teruggegeven. Bovendien wordt melding gemaakt van de droom van Hecabe 1, de vrouw van Priamus, die een voorspellende droom heeft gehad dat Troje vernietigd zal worden. Er ontstaat een heftige discussie in de raad maar uiteindelijk wordt besloten om Helena niet terug te geven. Men verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen met de Grieken. Het tegendeel is waar en enkele jaren later ligt er een vloot van meer dan duizend schepen voor de kust en is de Trojaanse Oorlog, die tien jaar zal duren, een feit.

Weigering van Anchises

Na tien jaar zware strijd, waar Anchises vanwege zijn hoge leeftijd niet aan deelneemt, lukt het de Grieken uiteindelijk om, met de list van het houten paard, de stad binnen te komen en die in brand te steken. Binnen de stad worden verwoede gevechten gevoerd maar delven de Trojanen één voor één het onderspit en worden door de Grieken gedood. Hoewel de zoon van Anchises, Aeneas, dapper stand houdt ziet deze dat de strijd niet meer gewonnen kan worden en besluit, mede op aandringen van Aphrodite, te vluchten. Als hij thuis aankomt, weigert Anchises mee te vluchten en zegt tegen zijn zoon: ‘Jij bent nog jong en in de kracht van je leven. Als de goden mij hadden willen redden zoude ze de stad wel gespaard hebben, Neem je vrouw en zoontje mee, en vlucht. Ik zal door mijn eigen hand sterven.Aeneas en zijn vrouw Creusa 2 dringen aan maar Anchises blijft bij zijn besluit. Als iedereen jammert over zijn besluit verschijnt er plotseling een voorteken, en begint er een kleine vlam boven het hoofd van de jonge zoon van Aeneas te branden.

Voorteken

Als Anchises dit ziet richt hij verheugd zijn ogen naar de hemel en bid tot de goden: ‘Almachtige Zeus, als u nog naar mij luistert, richt dan uw blik op ons en als we door plichtsbetrachting iets verdienen, bied ons dan hulp vader, en bevestig dit teken.’ Anchises was nauwelijks uitgesproken, of er klinkt met plotseling geweld van links een donderslag, en duikt er een ster door het duister van de hemel en verspreidt met zijn vurige staart een helder licht. Dan geeft Anchises zich gewonnen en spreekt tot de goden, in ontzag voor hun ster: ‘Nu is er van dralen geen sprake meer. Zeus, ik ga mee en beschermt u deze familie, bescherm ook mijn kleinzoon. Dit was een teken van u, en in uw handen ligt het lot van Troje. Nu geef ik toe, zoon, en weiger niet langer je gezelschap.' Toen hij uitgesproken was tilde Aeneas zijn oude vader Anchises op zijn rug, nam zijn zoontje bij de hand, en vertrok samen met zijn vrouw Creusa 2 uit het huis.

Vlucht

De vlucht van Anchises en Aeneas

Ze sluipen langs donkere paden en duiken in donkere nissen weg zodra ze op op vijandelijke Grieken stuitten. Ze waren al bijna bij de stadspoort toen plotseling het geluid van voetstappen achter hen klonk. Dan roept Anchises: ‘Vlucht, zoon, daar komen ze aan. Ik zie geschitter van schilden en de glans van zwaarden.’ Snel schiet Aeneas een steeg in maar raakt in de haast hierdoor zijn vrouw kwijt. Uiteindelijk lukt het hem om samen met zijn vader en zoontje ver buiten de stad te komen en een grafheuvel te bereiken waar nog enkele andere Trojanen ook naar toe zijn gevlucht. Dan laat Aeneas zijn vader en zoontje achter bij vrienden en keert terug naar de stad om zijn vrouw te zoeken. Bij het krieken van de dag keert Aeneas bedroefd terug en meld aan zijn vader dat Creusa 2 niet meer te redden was. Intussen heeft zich op de grafheuvel een grote menigte Trojanen verzameld die allen ongedeerd de stad hebben kunnen ontvluchten.

Alternatieve afloop

Volgens de schrijvers Dares Phrygius en Dictys van Cretensis vluchtten Anchises en zijn zoon Aeneas niet uit Troje maar liepen zij over naar de Grieken. Samen met enkele andere Trojanen smeden zij een plan om de poorten open te zetten en zo de stad te verraden. Als dank voor hun hulp sparen de Grieken hun leven maar branden toch de stad plat. Noodgedwongen moeten Anchises en zijn zoon daarna toch op zoek naar een nieuw vaderland.

Vertrek uit Azië

Anchises en Aeneas werpen zich op als aanvoerders van deze mensenmassa en besluiten om naar Antandrus te trekken. Door tekenen van de goden worden ze daar aangemoedigd om een vloot te bouwen en op zoek te gaan naar een nieuw vaderland. Na enkele maanden, de zomer was maar net begonnen, waren de schepen gereed en gaf Anchises het bevel om te vertrekken. Onder tranen zagen de Trojanen hun vaderland verdwijnen achter de horizon en voeren weg in de richting die de wind en het lot hun schepen dreef. Zij hadden nog geen enkel besef waar ze naar toe moesten gaan. In eerste instantie komen ze in Thracië aan, waar koning Lycurgus 6 regeert. Hij was vroeger een bondgenoot van de Trojanen, maar liep tijdens de oorlog over naar de Grieken. Dan adviseert Anchises zijn zoon om dit misdadige land snel te verlaten en verder te zeilen.

Delos en Kreta

Het eerstvolgende eiland dat bereikt wordt is Delos waar Anchises een oude gastvriend treft, koning Anius, die eveneens priester van Apollo is. Deze ontvangt Anchises en zijn zoon gastvrij in zijn paleis waar ze hun avonturen vertellen. Anius vertelt hen dat op Kreta Idomeneus 1 verjaagd was en zijn rijk vrij is om in bezit te nemen. De volgende ochtend vertrekken de Trojanen, zeilen langs Naxos, Olearos, Paros, de Cycladen en arriveren enkele dagen later op Kreta. Ze trekken de vloot op het droge en zijn in de veronderstelling dat ze hun nieuwe vaderland bereikt hebben. Snel zetten ze de contouren van het nieuwe Troje uit op het land en gaan ijverig aan de slag om nieuwe huizen te bouwen. Maar dan breekt de pest uit en smeekt Anchises zijn zoon om terug te keren naar Delos en daar Apollo te vragen wat nu werkelijk hun nieuwe vaderland moet worden.

Lotsbestemming

Diezelfde nacht spreken in een droom de oude huisgoden tot Aeneas en zeggen hem dat hij naar het Avondland moet vertrekken om daar zijn nieuwe stad te stichten. De volgende ochtend meldt Aeneas verheugd zijn droom aan Anchises en zegt dat ze naar Corythus moeten vertrekken in het land van de Ausoniërs. Dan zegt Anchises: ‘Mijn zoon, alleen Cassandra voorspelde mij deze bestemming toen we nog in Troje leefden. Nu herinner ik mij dat zij deze toekomst voor ons volk heeft voorspeld en vaak het Avondland noemde. Maar wie geloofde of bekommerde zich om haar. Laten wij ons schikken naar Apollo's vermaning en deze betere keuze maken.' Aldus Anchises en allen stemden vol enthousiasme in met zijn woorden en gingen de zee weer op.

Harpijen

Zodra ze op zee zijn worden de Trojanen overvallen door een storm en raken uit koers. Na vier dagen storm komen ze in onbekend water terecht, en zien in de verte bergen oprijzen. Snel bemannen ze de roeiriemen en gaan op de onbekende kust af. Het blijken de Strophaden te zijn waar de Harpijen wonen sinds zij van de tafel van Phineus 1 verstoten zijn. De hongerende Trojanen slachten daar enkele koeien uit een kudde om hun honger te stillen, maar als ze die willen opeten graaien de Harpijen het voedsel voor hun neuzen weg. Dan grijpen de Trojanen naar hun wapens en vallen de vliegende monsters aan.

Op dat moment zegt, Celaeno 3, de aanvoerster van de Harpijen: 'Durven jullie na het doden van runderen ook nog oorlog te voeren, en onschuldige Harpijen te verjagen uit hun vaderland? Luister dan naar mijn woorden die Apollo mij verteld heeft. Jullie varen naar Italia en zullen dat bereiken. Maar het zal jullie niet gegund worden daar een stad te bouwen voordat een afschuwelijke hongersnood, de straf voor deze aanslag op ons, jullie dwingen zal de tafels met jullie kaken af te knagen.' Na deze woorden dook ze met een slag van haar vleugels het bos in en verdween. Dan roept Anchises: 'Goden, voer uw dreigementen niet uit. Wend dit lot van ons af en behoed ons.' Vervolgens geeft hij opdracht om het ankertouw los te maken en de schoten te vieren.

Tussenstop bij Leucata

De wind spant de zeilen en wederom zijn ze zwervers op zee. Ze passeren Zacynthos, Dulichium, Same en Neritos met zijn steile rotsen. Ze laten de klippen van Ithaca links liggen, en verwensen de wrede Odysseus. Dan vertonen zich de bergtoppen van Leucata, domein van de Apollo. Moe varen ze hier naar toe en landen bij een klein stadje. Het anker wordt uitgeworpen en op de kust brengen ze, als dank voor hun redding, zoenoffers aan Zeus. Daar treffen ze de ziener Helenus 1 en Andromache, hun oude stadgenoten die eveneens Troje zijn ontvlucht. Dit tweetal ontvangt de vluchtelingen gastvrij en zegt Helenus 1, bij het afscheid tegen Anchises: 'Anchises, oogappel van de goden, tweemaal gered uit de ondergang van Troje. Daar zie je het land van Ausonië. Steven er met volle zeilen op af. En toch moet je, eenmaal op zee, daar langs blijven koersen. Want Apollo bedoelt de andere kant van het land. Vaarwel.’ Anchises bedankt hem vriendelijk voor zijn woorden en wederom gaan de Trojanen de zee op.

De oostkust van Italië

Ze varen naar het westen en zien in de verte de oostkust van Italië. Dan vult Anchises het grote mengvat met pure wijn, en roept de goden aan, hoog op de achterplecht staand. 'Gij, goden der zee en het land en heersers over de stormen, maak onze overtocht simpel en laat de wind ons behulpzaam voortstuwen.’ Ze varen verder naar het zuiden en zien dan in de verte Sicilië liggen. Daar ontdekken ze een tempel van Athena en vier witte paarden die op de kust lopen. Verschrikt roept Anchises: ‘O, gastland, je voorspelt oorlog, paarden worden voor oorlog opgetuigd. Maar toch zijn die viervoeters ook gewend voor een wagen te lopen en onder het juk de leidsels te dragen. Ik hoop dat jullie ook vrede brengen.’ Snel zeilen ze verder om Sicilië heen en horen daar een enorm geraas. 'Hier is de Charybdis, deze klippen, deze afschuwelijke rotsen, die Helenus 1 ons voorspelde. Redt ons hieruit, vrienden, en zet je aan de riemen.’ Prompt volgt de bemanning dit bevel op en passeren ze met veel gezwoeg de dreiging en zetten voet aan de grond op Sicilië waar ze in de duisternis hun kamp opslaan.

Dood van Anchises

De volgende ochtend duikt er een gedaante uit het bos op. Het blijkt de Griek Achaemenides te zijn die, tijdens de thuisreis van Odysseus, op het eiland is achtergebleven en zich daar schuil heeft gehouden voor de mensen etende Cyclopen. Hij smeekt Anchises hem te redden en deze reikt hem, zonder te dralen, zijn hand en belooft hem steun, waarna Achaemenides zijn verhaal vertelt. Hij is nog niet uitgesproken of de Trojanen zien op de berg een Cycloop bewegen. Snel gaan ze naar hun schepen en zien de Cycloop naar zee lopen waar deze zijn ene bebloede oog uitwast dat door Odysseus is uitgestoken. Zelfs van verre wekt de reus een enorme vrees op bij de Trojanen, zeilen snel verder langs de kust, en arriveren in de haven van Drepanum. Hier sterft Anchises plotseling. Zijn oude lichaam kon de vele ontberingen tijdens de lange zwerftocht niet meer opbrengen. De Trojanen begraven hun oude leider en varen, enkele dagen later, verder. Hoewel ze vlakbij hun eindbestemming waren, zouden ze nog een grote omweg maken voordat zij hun nieuwe Troje konden bouwen.

Het graf van Anchises

Anchises in de onderwereld

Bijna een jaar later keert Aeneas weer terug bij het graf van zijn vader nadat hij tijdens zijn reis ver uit de koers is geraakt en bij koningin Dido in Phoenicië is geweest. Ter ere van Anchises organiseert Aeneas Spelen waar alle Trojaanse mannen, die nog op de vloot in leven zijn, aan meedoen, terwijl hij in het huis van Acestes logeert. Dan breekt er een brand uit op zijn vloot en is Aeneas radeloos. Bedroefd brengt hij een offer bij het graf van Anchises. Daar verschijnt plotseling de schim van zijn vader in de rook die tegen hem zegt: ‘Mijn zoon, ik kom hierheen in opdracht van Zeus, die de brand op de vloot wist te blussen en medelijden met je hebt. Gebruik het enige schip dat nog overgebleven is, en neem een groep van uitgelezen jongemannen mee naar Italia. Daar zal je een onbehouwen volk moeten verslaan. Maar daarvoor moet je eerst in de onderwereld afdalen en mij bezoeken. De kuise Sibyl zal je er naartoe leiden na een offer met veel bloed van zwarte schapen. Dan zal je alles vernemen. Voor nu vaarwel.Aeneas voldoet aan het verzoek van zijn vader en treft de nodige voorbereidingen om in de onderwereld af te dalen.

Hereniging vader en zoon

In de onderwereld wacht Anchises ongeduldig op de komst van zijn zoon en ziet hem na enige tijd verschijnen in gezelschap van de oude Sibyl. Verheugd strekt hij zijn armen naar hem uit en roept: ‘Daar ben je dan toch! Ik mag je nog eens terugzien, m’n zoon. En we mogen elkaar nog eens spreken! Wat een landen, hoeveel zeeën heb je doorploegd, dat ik je nu mag omarmen! Welke grote gevaren heb je niet doorstaan, mijn zoon! Wat was ik bezorgd dat het Phoenicische rijk je de das om zou doen!’ Daarop zegt Aeneas: ‘Laat me je omarmen, vader, en onttrek je niet aan mijn omhelzing'. Met deze woorden vergoot hij een stroom van tranen en probeerde driemaal zijn armen om hem heen te slaan. Driemaal ontglipte de schim zijn vergeefs samenkomende handen, als een ijle wind of een vluchtig droom.

Toekomstvoorspelling

Dan vertelt Anchises zijn zoon alles wat er gebeurt in de onderwereld en hoe de geesten van het water uit de bron van Lethe drinken en heel hun sterfelijke leven vergeten. Na alle wederwaardigheden tegen elkaar verteld te hebben zegt Anchises tegen zijn zoon: ‘Nu zal ik je beschrijven welke roem aan de nazaten van Dardanus 1 ten deel gaan vallen’. Vervolgens voorspelt hij Aeneas hoe deze uiteindelijk de Italiaanse kust zal bereiken om daar een stad te stichten. Hoe hij de stamvader zal worden van een roemrijk geslacht dat heel de wereld zal veroveren en bekend zal komen te staan als de Romeinen. Aan het eind van zijn verhaal wellen er tranen in de ogen van Anchises op en zegt. ‘Nu moeten ik voor altijd afscheid van je nemen en moet jij verder om al deze prachtige dingen in gang te zetten. Ik zal je terugvoeren naar de poort zodat jij weer terug naar de levenden kan en ik hier achterblijf. Vaarwel!’ Zo laat Anchises zijn zoon gaan en wordt er van hem nooit meer iets vernomen.

Stamboom:

Capys 1 Themiste Uranus / Zeus Zeeschuim / Dione 1
Anchises Aphrodite
Aeneas, Lyrus

Capys 1 Themiste - -
Anchises -
Hippodamia 2

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz