Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Andromache

Andromache is de dochter van koning Eëtion 1, en diens vrouw Chryseis 1 (Astynome 3) uit Thebe in Lycië, dat onder aan de berg Placos ligt. Ze heeft zeven broers waarvan één de naam Podes had. Andromache groeit op tot een mooi lang meisje met stralende ogen en een eerlijk karakter. Ze was bescheiden, vroegwijs en charmant, en uiterst kuis toen ze de huwbare leeftijd bereikte. Door al deze eigenschappen wordt ze de vrouw van Hector, de oudste zoon en kroonpretendent van koning Priamus uit Troje. Deze haalt haar op uit het huis van haar vader en neemt zijn bruid mee naar Troje. Als bruidsgeschenk brengt hij, naast een gouden bruidsschat, ook een prachtige haartooi voor haar mee.

Grieken voor de stad

Ze gaan samen in het paleis van Hector’s vader wonen maar wordt hen daar geen rustig huwelijk gegund. Kort nadat Andromache in Troje is gearriveerd vallen de Grieken de stad aan en begint de Trojaanse Oorlog die tien jaar zou duren. Aan het begin van de strijd overvalt Achilles de stad Thebe-onder-Placos van haar vader Eëtion 1 en doodt hem en al zijn zoons. Diens vrouw Chryseis 1 voert hij af naar het scheepskamp van de Grieken dat zij op de kust voor Troje hebben ingericht. Tijdens de oorlog is Andromache veel op zichzelf aangewezen omdat Hector, als aanvoerder van de Trojanen, veelvuldig op het slagveld aanwezig moet zijn. Als liefhebbende vrouw zorgt ze, als hij thuis is, voor hem maar ook voor zijn paarden en voedert die met in honing gedrenkte haver en geeft ze wijn te drinken.

Kinderen

Andromache verkeert vaak in doodangst om haar man, wanneer hij bezig is op het slagveld, en gaat dan vaak via geheime doorgangen naar haar schoonouders toe om naar de strijd voor de muren van de stad te kijken. Daar staart ze dan bedroefd naar de legers en kijkt of ze haar man in het strijdgewoel kan ontdekken. Maar wanneer hij weer heelhuids thuiskomt is alles goed en delen ze liefdevol het bed. Zo wordt het tweetal tijdens de oorlog de trotse ouders van twee zoons, de oudste Laodamas 5, en in het negende jaar van de strijd hun jongste zoon, Astyanax 1, die door Hector ook wel liefkozend Scamandrius 2 wordt genoemd.

Bezorgde moeder

Andromache en Hector

Als kersverse moeder is Andromache nog bezorgder om Hector en als zij hem, na zware gevechten te hebben gevoerd, de stad ziet inlopen rent ze snel op hem af en barst in tranen uit. Terwijl ze zijn handen pakt zegt ze: ‘Je bent gek, Hector. Jouw moed zal je dood nog eens worden. Je denkt niet aan je kleine jongens en al helemaal niet aan je ongelukkige vrouw die je spoedig tot weduwe zult maken als je zo door gaat. Op een zekere dag zullen de Grieken je omsingelen en doden. En als ik jou verlies dan kan ik ook beter dood zijn, want ik heb geen vader en moeder of broers meer. Dus, lieve Hector, je bent mijn vader, mijn moeder, mijn broer en mijn echtgenoot tegelijk. Heb medelijden en blijf hier bij mij in de burcht en maak je vrouw niet tot weduwe en je zoons niet tot wezen. Roep je Trojanen bijeen en verzamel hen bij dat deel van de muur die het makkelijkst te bestormen is’.

Reactie van Hector

Hector kijkt zijn vrouw bezorgd aan en antwoordt: ‘Alles wat je zegt is ook voor mij een zorg. Maar als ik me als een lafaard verschool, en weigerde om te vechten, dan zal ik de Trojanen nooit meer onder ogen durven komen. Daarnaast stuit het me tegen de borst omdat ik, als goed strijder, het tot een gewoonte heb gemaakt om altijd in de voorste linies te strijden en daar roem te oogsten voor mijzelf en mijn vader. In het diepst van mijn ziel weet ik dat de dag nadert dat de Grieken Troje zullen innemen. Toch lijd ik niet het meest onder de gedachte wat de Grieken dan met de Trojanen zullen doen. Ik vrees meer dat jij door de Grieken wordt weggevoerd en, in Argos, zwoegend aan het weefgetouw voor hen zal moeten werken als slavin. En deze Grieken zullen dan zeggen: Kijk, daar gaat de vrouw van Hector. O, goden, laat mijn lichaam begraven zijn voordat ik die kreten van je hoor als zij je wegvoeren’.

Geschrokken Astyanax 1

Als Hector uitgesproken is wil hij zijn jongste zoontje oppakken om hem op de arm te nemen. Maar het kind drukt zich van angst tegen de boezem van Andromache, geschrokken van de welvende bos paardenhaar die op zijn helm prijkt en voor zijn ogen zwaaide. Hector en Andromache moeten beiden lachen en vlug neemt Hector zijn helm af en kust zijn zoontje. Tot Zeus bidt hij: ‘Laat deze zoon, net als ik, één van de voornaamste mannen van Troje worden en een goed vorst zijn. Moge de mensen later zeggen dat hij nog een dapperder man is dan zijn vader als hij terugkomt uit de strijd. Laat hem dan ook de bebloede wapenuitrusting van de vijand, die hij doodde, meebrengen naar huis en vreugde schenken aan zijn moeder’.

Afscheid

Hierna geeft Hector zijn zoon terug aan Andromache en drukt hem tegen haar zachte borsten waarna zij door haar tranen heen glimlacht. Als Hector dit ziet streelt hij haar, geroerd, met zijn hand en zegt: ‘Liefste, wees toch niet zo bedrukt. Niemand zal me voor mijn tijd doden. Maar niemand, vrouw of man, held of lafaard, kan aan zijn noodlot ontsnappen. Ga nu naar huis en aan het werk met het weefgetouw. Oorlog is een zaak voor mannen en deze strijd is een taak voor alle mannen van Troje en vooral van mezelf’. Na deze woorden nemen ze afscheid en gaat Andromache naar haar huis. Daar aangekomen klaagt ze samen met haar dienstvrouwen om haar man, want ze voorvoelde dat hij binnenkort zou sneuvelen, en ze hem nooit meer zou zien.

Dood van Hector

Enkele dagen later is Andromache aan een weefgetouw bezig als zij buiten haar kamer kreten en gejammer hoort. Direct begint ze over heel haar lichaam te beven en de weefspoel valt uit haar handen. Tot haar dienaressen roept ze: ‘Laat twee van u met mij meegaan want ik wil gaan kijken wat er aan de hand is. Ik hoorde de stem van mijn schoonmoeder en een felle angst omklemt mijn hart en mijn knieën knikken. Een verschrikkelijk onheil moet het huis van Priamus getroffen hebben. O, dat mijn oren nooit horen wat deze ramp is. Maar ik vrees met grote vreze dat Achilles mijn dappere man buiten de poort de pas heeft afgesneden en hem naar het open veld heeft gejaagd. Ik vrees dat het met de moed van Hector is gedaan. Nooit bleef die held bij zijn vrienden maar moest altijd naar voren stormen en allen in moed overtreffen.’ Als door een geest bezeten stormt Andromache vervolgens haar woning uit met de dienaressen achter haar aan. Zodra ze op de muur aankomt zoekt ze speurend de vlakte af, en ziet vol ongeloof hoe het zielloze lichaam van Hector, achter de strijdwagen van Achilles, in het stof wordt weggesleept naar het Griekse scheepskamp.

Weeskinderen

Het wordt zwart voor haar ogen en Andromache valt flauw. Snel wordt ze ondersteund door de zussen en schoonzussen van Hector, die Andromache naar haar slaapkamer brengen. Als Andromache eindelijk tot bewustzijn komt barst ze in snikken uit en zegt klagend tegen de aanwezige vrouwen: ‘Helaas, o Hector, helaas. Wij werden beiden onder een ongelukkig gesternte geboren. Ik wilde dat ik nooit geboren was. Nu ben je dood en laat mij in ellende achter als weduwe in je huis. Onze zoons, die wij samen ter wereld brachten, zijn nog maar kleine kinderen. Zelfs als ze aan de gruwelen van de Grieken ontkomen, wacht hen alleen leed en ellende. Wezen vinden geen vrienden en lopen met terneergeslagen blikken rond. Al bedelend lopen zij rond om de aandacht van andere vaders te trekken. En door degen die wel ouders hebben zullen zij worden verstoten en uitgejouwd met de woorden: Weg jij! Vaderloos kind. Nu je dood bent wachten hen alleen talloze rampen. Jij bent dood en de Grieken zullen de honden aan je lichaam laten eten.’ Zo rouwde Andromache over de dood van haar man en de andere vrouwen klaagden met haar mee.

Teruggave van Hector

Enige dagen later koopt koning Priamus, de schoonvader van Andromache, het lijk van Hector vrij bij Achilles en brengt hem terug naar de stad op een wagen die wordt getrokken door muildieren. Cassandra, die op de muur op uitkijk staat, slaakt een kreet waardoor alle Trojanen gewaarschuwd worden en de dode held de stad in geleiden. Daar wordt Hector in zijn woning opgebaard en Andromache zit ontroostbaar, met zijn hoofd in haar handen, aan zijn doodsbed en heft opnieuw een rouwklacht aan. Volgens de schrijver Dictys Cretens ging Andromache echter met Priamus mee naar Achilles en wierp ze zich, samen met haar jongste zoontje, smekend aan de voeten van Achilles. Ook in deze situatie lukt het hen om het lichaam van Hector vrij te kopen.

Rouw

Andromache en de dode Hector

Rouwend zit Andromache bij haar dode man, en zegt: ‘O, Hector, zo jong verloor jij het leven en laat mij hier als weduwe achter met ons jongste weerloze kind. Zal hij ooit tot man kunnen groeien. Voordat dat gebeurd zullen de muren van Troje vallen. Jij beschermde de vrouwen en kinderen van Troje, maar die zullen nu spoedig weggevoerd worden door de Grieken. En jij, mijn kind, zult mij volgen om ver van huis slavenarbeid te verrichten onder een meedogenloze meester. Of misschien wordt je wel door een Griek bij een arm gegrepen en van de muur gegooid als wraak omdat Hector één van zijn bloedverwanten doodde. Menige Griek beet immers in het stof door de hand van Hector, want hij kende in het heetst van de strijd geen genade. Ach, mijn Hector, groot leed bracht jij over je ouders, maar wie draagt er meer leed om jou dan ikzelf. Mij trof toch de aller diepste smart omdat je niet in bed stierf en nog eenmaal je handen naar mij uitstrekte om een teder laatste woord tot mij te spreken. Dat woord zou ik dan de rest van mijn leven als schat hebben gekoesterd en bewaard’. Zo klaagde Andromache en de Trojaanse vrouwen klaagden met haar mee.

Dood van Astyanax

Enkele weken later wordt Troje veroverd door de Grieken en in brand gestoken. De vrouwen, terwijl zij zich smekend aan de altaren en godenbeelden vastklampen, worden krijsend door de Grieken tussen de vlammen door als buit aan hun haren meegesleurd en afgevoerd naar het scheepskamp. Andromache, met Astyanax 1 in haar armen, en Cassandra verbergen zich heel die gruwelijke nacht in de tempel van Athena maar worden uiteindelijk gevonden door de kleine Ajax 2 en Odysseus. Net als alle andere Trojaanse vrouwen wordt Andromache, met haar zoontjes, naar het Griekse scheepskamp afgevoerd. Daar besluiten de Grieken, op aanraden van Odysseus, om Astyanax 1 te doden en zo te voorkomen dat hij later, wanneer hij volwassen is, wraak zal nemen op de moordenaars van zijn vader. Andromache die de dood van haar zoon jammerend moest aanschouwen, toen deze van de muur werd geworpen, smeekt dat zij ook gedood wil worden. Haar oudste zoon wordt echter door de Grieken gespaard.

Verdeling van de buit

Voordat de Grieken terugkeren naar huis verdelen zij onder het leger de buit, inclusief de vrouwen die zij gevangen hebben genomen. Samen met haar overgebleven zoon Laodamas 5 wordt Andromache als slavin toegewezen aan Neoptolemus, de zoon van Achilles, terwijl Polyxena 1 op het graf van Achilles werd geofferd en haar schoonzus Cassandra aan legerleider Agamemnon werd toegewezen. Zo varen de Trojaanse vrouwen in gevangenschap als slavinnen mee met hun nieuwe heer om in Griekenland slavendiensten te verrichten. Jammerend kijken ze vanaf de schepen naar hun, langzaam achter de horizon, verdwijnende vaderland en roepen in koor: ‘Troje, vaarwel! Wij zijn nu buit van de Grieken en zullen hier nooit meer terugkomen’.

Moeder in Phthia

Zo reist Andromache en haar zoon met de jonge Neoptolemus naar Griekenland. Daar krijgt Neoptolemus van zijn grootvader Peleus in Phthia een huis, ver van andere mensen, om in te wonen. Neoptolemus zet Andromache als slavin aan het werk maar is er ook niet vies van om regelmatig het bed met de nog altijd mooie Andromache te delen. Zo verwekt hij vijf zoons bij de, in eerste instantie onwillige, Andromache. Hun namen waren: Molossus, Amphialus 2, Olympia, Pielus en Pergamus. Maar toen Neoptolemus hoorde dat zijn officiële verloofde Hermione 1, door haar vader Menelaus, was uitgehuwelijkt aan Orestes 2 ging hij naar Sparta om haar op te eisen bij Menelaus. Deze wenste niet op zijn eerdere belofte terug te komen en gaf Hermione 1 mee aan Neoptolemus. Die nam haar mee naar Phthia waar hij met Hermione 1 in het huwelijk trad.

Jaloezie van Hermione

Andromache als slavin

Nadat hij getrouwd was deelde Neoptolemus het bed nier meer van Andromache. Hermione 1 lukt het echter niet om zwanger te worden en zij denkt dat Andromache haar met geheime toverkracht onvruchtbaar heeft gemaakt om zo zelf haar plaats als bedgenoot van Neoptolemus weer in te kunnen innemen. Op dat moment vertrekt Neoptolemus naar Delphi om het orakel te bedanken dat hij er tijdens de Trojaanse Oorlog in geslaagd was om de moordenaar, Paris, van zijn vader Achilles voor zijn misdaad te laten boeten en te doden. Dan ziet Hermione 1 haar kans schoon en kwelt Andromache waar zij maar kan. Ze laat haar eigen vader Menelaus komen om bij hem te klagen hoe slecht ze behandeld wordt door Neoptolemus en hoe deze de voorkeur gaf aan een gevangengenomen slavin in plaats van haar. Tevens dringt ze er bij hem op aan om alle zoons van Andromache te doden. Menelaus gelooft de leugen van zijn dochter en treft voorbereidingen om de jongens af te slachten.

Orestes

Dan komt Orestes 2 naar Phthia en hoorde van Menelaus wat er aan de hand was. Ook hij dringt er bij Menelaus op aan om de jongens te doden. Zelf gaat hij achter Neoptolemus aan om hem te doden. Hij haatte Neoptolemus omdat hij met Hermione 1, die aan hem beloofd was, getrouwd was. In Delphi slaagt Orestes 2 er in om Neoptolemus te doden en keert daarna terug naar Phthia om Hermione 1 op te halen. Menelaus, die via de Nimf Thetis de waarheid over Hermione 1 te horen krijgt, ziet af van zijn moordplannen voor de zoons van Andromache en vertrekt. Alleen achtergebleven stuurt Peleus, de grootvader van Neoptolemus, op advies van Thetis Andromache naar Epirus. Hij zegt haar daar te trouwen met Helenus 1, haar vroegere zwager, die in de havenstad Buthrotum woont en als koning regeert.

Helenus en Aeneas

Zo vertrekt Andromache en gaat op weg naar Epirus. Daar aangekomen treedt ze in het huwelijk met Helenus 1 en wordt al snel zwanger van de zoon, Cestrinus. Kort na haar aankomst krijgt Andromache een grote verrassing te verwerken. Op het moment dat zij een offer brengt in de tempel staat plotseling de Trojaan Aeneas voor haar neus. Ze verstijft bij de aanblik en zegt na een lange stilte: ‘Is dit waar, leef je nog godinnenzoon?’ en barst in tranen uit. Aeneas omarmt de geschrokken Andromache en zegt: ‘Wis en waarachtig leef ik nog, nee, twijfel niet, want wat je ziet is echt waar. Ach, welk lot werd het jouwe, weduwe van zo'n machtige man, of welke toestand, waardig genoeg, werd nu jouw deel, Andromache. Ben je steeds nog de bedgenote van Neoptolemus? Andromache slaat haar ogen neer en vertelt fluisterend wat haar allemaal overkomen is en dat ze nu getrouwd is met Helenus 1. Daarop vraagt ze hem naar zijn gebeurtenissen en vertelt Aeneas over zijn zoektocht naar een nieuw vaderland.

Laatste reis

Andromache nodigt Aeneas uit bij haar thuis om gezamenlijk een maaltijd met Helenus 1 te gebruiken en alle bijzonderheden met elkaar uit te wisselen. Tijdens de maaltijd openbaart Helenus 1 de ziener, aan Aeneas hoe hij zijn nieuwe vaderland moet bereiken en nemen ze de volgende dag bedroefd afscheid van elkaar. Andromache schenkt hem daarbij een keur aan prachtige kleding en zegt: ‘Laat deze kleding een blijk zijn van de blijvende liefde van Andromache, de vrouw van Hector, voor jou’. Daarop vaart Aeneas weg en staart Andromache hem bedroefd na. Jaren later, na de dood van Helenus 1, ging het koningschap over het gebied over op de zoon van Neoptolemus, Molossus. Dan gaat Andromache met haar zoon Pergamus mee die met een groot aantal vrijwilligers naar Azië vertrok. Daar doodt hij de despoot Areius in Teuthranië en wordt er koning. Uiteindelijk sterft daar Andromache, als oude vrouw, en richt haar zoon een heiligdom voor zijn moeder op in de stad.

Stamboom:

Eëtion 1 Chryseis 1 Priamus Hecabe 1
Andromache Hector
Astyanax 1, Laodamas 5

Eëtion 1 Chryseis 1 Achilles Deidamia 1
Andromache Neoptolemus
Amphialus 2, Olympia, Molossus, Pielus, Pergamus

Eëtion 1 Chryseis 1 Priamus Hecabe 1
Andromache Helenus 1
Cestrinus

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz