Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Antenor 1

Antenor 1 is de zoon van Aesyetes en Cleomestra die in Troje werd geboren. Hij heeft twee broers met de namen Alcathous 1 en Assaracus. Antenor 1 trouwt met Theano 1, de dochter van Cisseus 1, wat een zeer vruchtbaar huwelijk blijkt te zijn. Want Antenor 1 verwekt veertien zoons met de namen: Acamas 1, Agenor 1, Archelochus 1, Coon, Demoleon 1, Eurymachus 3, Glaucus 5, Helicaon 1, Iphidamas 1, Laodamas 1, Laodocus 1, Medon 2, Polybus 1 en Thersilochus 3. Voorts heeft hij nog een dochter die trouwde met Eurydamas 5. Naast zijn wettige kinderen bij Theano 1 heeft Antenor 1 ook nog een bastaardzoon, Pedaeus, die hij verwekt tijdens een vrijpartij met een buitenechtelijke vrouw. Antenor 1 woont in het centrum van Troje, vlakbij het heiligdom van Ganymedes, tegenover de tempel van Athena.

Raadgever

Hij ontwikkelt zich tot een lange en gracieuze man die alle zaken goed overdacht en dan sluwe, maar voorzichtige, besluiten nam. Hij ontwikkelt een warme band met Priamus, de zoon van koning Laomedon 1, die een leeftijdgenoot van hem is. Omdat zijn vader Aesyetes met de dochter van koning Tros 1 was getrouwd, en zijn eigen vrouw een zus was van de vrouw van Priamus, wordt Antenor 1 al snel opgenomen in de voorname kringen van Troje. Daar valt hij op door zijn schranderheid en wordt lid van de Raad van wijzen die de koning adviseren in staatszaken. Zo leeft Antenor 1 jarenlang tussen de edelen van Troje tot er zich problemen aftekenen aan de horizon van Troje.

Heracles en Laomedon

Nadat koning Laomedon 1 geweigerd had om zijn dochter Hesione 2 aan Heracles te schenken, nadat deze haar gered had van een zeemonster 2, dreigt de held met een oorlog tegen Troje. Jaren later komt Heracles met een leger terug en verovert de stad die hij daarna volledig vernietigt. Tijdens de strijd doodt hij Laomedon 1 en al zijn zoons, uitgezonderd Priamus. Deze was erg van streek en zorgde ervoor, nadat Heracles vertrokken was, dat de stad opnieuw werd opgebouwd. Tevens liet hij een reusachtige muur om de stad bouwen, zodat deze niet weer zo eenvoudig vernietigd kon worden, en vernoemde één van de poorten in de muur naar Antenor 1. Toen hij zag dat Troje veilig was riep Priamus, die intussen een oude man was geworden, Antenor 1 bij zich en vertelde dat hij als gezant naar Griekenland moest gaan. ‘De Grieken’, zei hij, ‘hadden hem groot onrecht aangedaan door zijn vader Laomedon 1 te vermoorden en Hesione 2 mee te voeren’. Antenor 1 krijgt vervolgens opdracht om Hesione 2 terug te halen.

Gezant in Griekenland

antenor als gezant

Antenor 1 ging aan boord van een schip en zeilde naar Magnesia om Peleus te bezoeken. Drie dagen lang ontving Peleus hem gastvrij, en vroeg op de vierde waarom hij was gekomen. Antenor 1 zei dat hij, namens Priamus, was gekomen om Hesione 2 terug te eisen van de Grieken. Toen hij dit hoorde, was Peleus diep verontwaardigd, en gaf hij Antenor 1 bevel om van zijn land te vertrekken. Antenor 1 vertrok en ging naar zijn schip, zeilde langs Boeotië, en kwam bij het eiland Salamis. Daar probeerde hij Telamon te overtuigen om Hesione 2 terug te geven. ‘Het is niet goed,’ zei hij, ‘om een meisje van koninklijke bloede als slavin vast te houden.Telamon antwoordde dat hij niets verkeerds had gedaan, weigerde haar terug te geven, en beval Antenor 1 om uit zijn land te vertrekken.

Daarop ging Antenor 1 naar Achaea, waar hij Castor en Polydeuces probeerde te overtuigen om Priamus schadeloos te stellen en diens zuster Hesione 2 terug te geven. Castor en Polydeuces ontkenden dat Priamus enig leed was aangedaan, en lieten Antenor 1 vertrekken. Toen ging hij naar Pylos en vertelde Nestor het doel van zijn komst. Zodra Nestor begreep waarvoor hij gekomen was, schold hij Antenor 1 uit. ‘Hoe durf je’ vroeg hij, ‘deze missie te ondernemen? De Trojanen waren de eersten die met de beledigingen waren begonnen.’ Toen Antenor 1 merkte dat hij niets bereikte, en met minachting werd behandeld, stapte hij in zijn schip en keerde terug naar zijn vaderland. Daar bracht hij verslag uit bij Priamus, vertelde wat elk van hen gezegd had en hoe iedereen hem behandeld had, en drong er bij de koning op aan om oorlog te voeren.

Krijgsraad van Priamus

Priamus riep onmiddellijk al zijn zonen en raadgevers bijeen en vertelde over de mislukte missie van Antenor 1. Priamus is van mening dat ze een strafexpeditie tegen de Grieken moeten opzetten om hen zo te laten boeten voor hun misdaden. Daarbij spoort hij zijn zoons aan om het commando over deze expeditie op zich te nemen. Zijn oudste zoon, Hector, zegt dat hij de wensen van zijn vader zal uitvoeren, maar is bang dat de expeditie zal mislukken. ‘De Grieken hebben vele oorlogszuchtige mannen voortgebracht terwijl wij zelf de laatste jaren in ledigheid hebben doorgebracht en geen schip hebben gebouwd.’ Daarop zegt Paris, een andere zoon van Priamus: ‘Als mijn vader dat wenst zal ik naar Griekenland gaan en deze onderneming leiden’. Er was reden om aan te nemen dat de Goden hem zouden helpen, want, terwijl hij op de berg Ida in de bossen aan het jagen was, had Hermes de godinnen Hera, Aphrodite en Athena naar hem toegebracht om over hun schoonheid te oordelen.

Daar beloofde Aphrodite aan Paris, wanneer hij haar tot de mooiste uitriep, dat hij de mooiste van alle vrouwen in Griekenland als vrouw zou krijgen en zij hem altijd zou steunen. Toen Paris de belofte van Aphrodite hoorde, besliste hij dat zij de mooiste was. Door dit gebeuren kreeg Priamus de hoop dat Paris zou slagen in de missie en gaf hem opdracht met een vloot, die nog gebouwd moest worden, naar Griekenland te gaan. Helenus 1, zijn andere zoon, begon echter te voorspellen dat wanneer Paris een Griekse vrouw naar huis bracht, de Grieken haar zouden achtervolgen en Troje overmeesteren. Maar Troilus, de jongste van Priamus’ zoons, spoorde hen aan tot oorlog en er werd door de zoons van Priamus unaniem besloten om een vloot klaar te maken en die naar Griekenland te sturen.

Terugkeer van Paris

Enkele maanden later keert Paris in Troje terug en brengt Helena, de dochter van Menelaus die hij in Griekenland geschaakt had, met zich mee. Hij had ook de schatkamer van Menelaus geplunderd en laat aan zijn vader de vele kostbaarheden zien die hij had meegenomen. Tot een strafexpeditie tegen de Grieken was Paris niet gekomen omdat hij al zijn zinnen op de mooie Helena had gezet. Vele mensen spreken hun afkeer uit over zijn daad, en zijn lafheid, en vervloeken het precedent dat hij met deze schaking had geschapen. Priamus, verontrust door de gang van zaken, riep zijn zoons bijeen en vroeg wat zij adviseerden. Die antwoordden unaniem dat, ongeacht wat er gebeurd was, Helena niet teruggegeven mocht worden. Zij zagen, zonder twijfel, dat wanneer dit zou gebeuren, zij alle rijkdommen zouden verliezen die met haar meegekomen waren.

Zijn zoons verlatend, riep Priamus de Raad bijeen. Nadat hij hen had verteld wat zijn zoons hadden besloten, vroeg hij elk lid om advies. Maar voordat iemand zijn mening kon geven, brak Paris plotseling in bij de Raad en bedreigde alle aanwezigen. Zij konden beter niet tegen zijn wil ingaan. Ondertussen was er buiten het paleis een woedende menigte bijeen gekomen die in opstand was gekomen vanwege de daad van Paris. Dit zorgde ervoor dat hij zichzelf met gewapende broers omringde en een aanval op de menigte uitvoerde. Want hij was bang dat de mensen hem iets zouden aandoen. Velen werden gedood, maar uiteindelijk werd de slachtpartij gestopt door diegenen die in de Raad aanwezig waren onder aanvoering van Antenor 1 en keerde de menigte terug naar hun huizen.

Gezantschap uit Griekenland

Enige tijd later komt er een gezantschap van de Grieken naar Troje om de vrijlating van Helena, en de teruggave van alle geroofde rijkdommen, te eisen. Dit gezantschap, dat uit Odysseus, Palamedes en Menelaus bestond, werd ondergebracht in het huis van Antenor 1 die hen, samen met zijn vrouw Theano 1, gastvrij en stijlvol welkom heette. Kort daarop verschijnt dit gezelschap voor de Raad van koning Priamus. In die bijeenkomst pleitte Odysseus met alle mogelijke argumenten voor de teruggave van Helena en haar rijkdommen. Hij liet alles wat Paris gedaan had de revue passeren en zwoer dat de Grieken, bij een weigering, snel deze misdaden zouden wreken.

Toen Odysseus uitgesproken was, heerste er een lange stilte. Deze werd uiteindelijk verbroken door Panthus, die met luide stem zei: ‘Odysseus je spreekt tegen mensen die niet in staat zijn om te doen wat zij willen. Wij zijn niet in staat om deze situatie te verhelpen.’ En vervolgens zei Antenor 1: ‘Omdat we wijze en verstandige mensen zijn, gunnen wij je alles wat je zegt. En als we de macht hadden, zouden we overeenkomstig adviseren. Maar anderen, die meer belang stellen in persoonlijke hebzucht dan in het algemeen welzijn, hebben de controle over dit land.’ Daarop brak Menelaus, vol woede en donker fronsend, de bijeenkomst af met dreigingen over vernietiging en keerde de gezanten terug naar het huis van Antenor 1.

Toen de zoons van Priamus verteld werd wat er gebeurd was, zwoeren zij in het geheim de afgezanten te ontvoeren. Zij geloofden dat die, nadat hun missie gefaald was, terug zouden keren naar Griekenland en een grootste oorlog tegen Troje zouden ontketenen. Antenor 1 verijdelde echter dit complot, ging naar Priamus, en klaagde over de samenzwering. Zijn zoons zwoeren niet samen tegen de afgezanten, maar tegen zichzelf, en dit kon hij niet verdragen. Kort daarna informeerde hij de afgezanten, trof alle voorzorgsmaatregelen, gaf ze een bewaker, en stuurde ze bij de eerste de beste gelegenheid ongedeerd naar huis.

Schepen voor de kust

De afgezanten, nadat zij in Sparta waren teruggekeerd, vertelden over het besluit van de Trojanen en beschreven de vijandige woorden en daden tegen hen van Priamus en zijn zoons. Maar zij prezen Antenor 1 met grootse woorden over de goede trouw die hij had betoond. Hierna is een oorlog met de Grieken niet meer tegen te houden en, met een vloot van meer dan duizend schepen met op elk schip vijftig strijdbare jongemannen, zeilen naar Troje. Als zij op de kust landen brandt er een bloedige strijd los die meer dan tien haar zou duren en aan beide zijden veel mensenlevens zou kosten. Vanwege zijn hoge leeftijd neemt Antenor 1, net als Priamus, niet deel aan de gevechten. Beiden moeten wel lijdzaam toezien hoe vele van hun eigen zoons sneuvelen in die lange strijd met de Grieken voor de muur van de stad.

Oorlog

Oorlog

Als in het tiende jaar van de oorlog de strijd weer eens oplaait, zit de Raad met koning Priamus in vergadering bijeen en komt de mooie Helena aanlopen. Vlug dempen zij hun stemmen en zeggen tegen elkaar. ‘Wie ter wereld kan het de Grieken of Trojanen kwalijk nemen dat zij zo lang moeten lijden vanwege haar. Ze is inderdaad het levende evenbeeld van de onsterfelijke godinnen. Maar het zou beter voor ons zijn, ondanks haar schoonheid, als zij zich in zou schepen om naar huis terug gaan in plaats van hier te blijven als het dreigende noodlot voor ons en onze kinderen.’ In het daaropvolgende gesprek met Helena vertelt Antenor 1 aan Helena dat de Grieken Menelaus en Odysseus veel indruk op hem gemaakt hebben toen zij, vlak voor het begin van de strijd, op bezoek waren om te bemiddelen in het conflict. ‘Daar ik hun gastheer was weet ik hoe zij er uitzagen en hoe hun inborst is. Hoewel Menelaus gemakkelijk sprak in enkele zinnen om zijn bedoelingen duidelijk te maken, was het toch Odysseus die als spreker de meeste indruk maakte,’ vertelt hij haar.

Kort bestand

Even later wordt in de stad bekend gemaakt dat er een kans bestaat om de oorlog te beëindigen door een tweegevecht tussen de Griek Menelaus en de Trojaan Paris. Om dat gevecht te kunnen houden wordt er een bestand tussen de twee strijdende partijen gesloten. Samen met koning Priamus rijdt Antenor 1 mee op diens strijdwagen naar de open ruimte die tussen de twee legers op de vlakte voor de stad is gemaakt. Legerleider Agamemnon en koning Priamus leggen beiden een eed af om het bestand te bezegelen en de uitslag van de tweekamp te respecteren. Na het afleggen van deze eed stappen Priamus en Antenor 1 weer in hun wagen en vertrekken naar de stad, terwijl achter hun verdwijnende ruggen de twee kemphanen zich gereed maken voor het gevecht.

Vruchteloze pleitrede

Later die dag zit Antenor 1 in de vergadering bijeen samen met de andere raadgevers. De Trojanen hadden het bestand, oneervol, verbroken en de Grieken vielen nu razend van woede aan. In de woelige raadsvergadering stelt Antenor 1 bitter het volgende voor: ‘Trojanen,’ zo zegt hij, ‘luister naar wat ik mij genoodzaakt zie om voor te stellen. Laten we schoon schip maken met de Grieken en Helena aan hen teruggeven, samen met al haar bezit. Door te blijven strijden, zoals wij doen, hebben wij ons tot plegers van meineed gemaakt. Daar kan naar mijn mening nooit iets goeds uit voortkomen. Geen andere keus hebben we dan te doen wat ik zei.’ Na die woorden springt Paris overeind en zegt woedend tegen hem: ‘Antenor 1, die woorden van jou zijn een aanfluiting. Wist je heus niets beters te zeggen? Maar als je werkelijk meent, wat je zei en dit serieus voorstelt, dan moeten de Goden je brein verstoord hebben en wordt het tijd dat ik de dappere Trojanen ronduit mijn mening zeg. Ik verklaar zonder meer dat ik mijn vrouw nooit zal opgeven, al ben ik bereid om wat ik uit Griekenland meenam terug te schenken, en nog wat meer bovendien.’ Uiteindelijk besluiten de Trojanen om alles bij het oude te laten en door te strijden tegen de Grieken.

Ochtendgebed

Enkele dagen later, toen de nacht ten einde liep en de lucht met pracht en praal gloeide, klom Antenor 1 naar de bovenkant van de muur en sprak een gebed tot Zeus. ‘Heer van de hemel, luister naar mijn gebed! Stuur die oorlogminnende en moordzuchtige Achilles weg van onze stad. Want er zijn hier duizenden mensen in de burcht van Priamus omgekomen. Er komt geen einde aan dit onheil. Moord en verwoesting nemen steeds meer toe. O Zeus, doet het u niets dat wij worden afgeslacht door onze vijanden. U helpt hen, maar vergeet uw zoon, de goddelijke Dardanus 1! Maar, als het uw bedoeling is dat de Grieken ons zullen vernietigen, doe het dan nu, en rek ons lijden niet langer!’ Zo bad hij geëmotioneerd. Zeus in de Hemel luisterde, en haastte zich om er een eind aan te maken, waar hij eerst had getreuzeld. Hij verleende hem de weldaad, dat talloze zonen van Troje en hun kinderen zouden omkomen. Maar het eerste gedeelte van het gebed verhoorde hij niet.

Discussie in de Raad

Achilles wordt uiteindelijk verslagen door Paris, die hem een pijl, met hulp van Apollo, in zijn hiel schiet waardoor de held sterft. Maar de Grieken geven niet op en dringen steeds feller aan waardoor de Trojanen bijna niet meer uit hun stad durven te komen. Toen zij de hachelijke situatie van Troje inzagen gingen Antenor 1, Polydamas en Aeneas naar Priamus en vroegen hem een vergadering van de raad bijeen te roepen om over de toekomst van Troje en haar bewoners te praten. Priamus ging akkoord, en de vergadering werd bijeengeroepen waar Antenor 1 als eerste sprak. ‘De Trojanen,’ zei hij, ‘hebben hun voornaamste verdedigers verloren. Hector en de andere zoons van de koning, samen met leiders van de bondgenoten zijn gesneuveld. Maar de Grieken hebben nog steeds veel van hun dapperste aanvoerders, zoals Agamemnon en Neoptolemus, die niet minder moedig is dan zijn vader Achilles. Bovendien waren de Trojanen omsingeld en uitgeput van angst.’ Daarom, drong hij er opnieuw op aan Helena terug te geven inclusief de zaken die Paris had meegenomen. Ze moesten vrede sluiten.

Beslissing van Priamus

Toen zij enige tijd over het sluiten van vrede hadden gesproken, stond Amphimachus 6 op, de zoon van Priamus, en riep vervloekingen af over Antenor 1 en zijn medestanders, terwijl hij hen de manier verweet waarop zij acteerden. Hij vond dat de Trojanen hun leger naar buiten moesten leiden, het scheepkamp aanvallen, en nooit opgeven totdat zij werden verslagen of stierven voor hun land. Nadat Amphimachus 6 had gesproken, stond Aeneas op die hem probeerde te overtuigen. Kalm en rustig maar met overtuiging sprekend drong ook hij er bij de Trojanen op aan om vrede te sluiten met de Grieken. Daarna pleitte Polydamas voor de zelfde koers als Aeneas. Na deze rede stond Priamus met grote ergernis op en riep vele vervloekingen af over Antenor 1. ‘Hij was de reden,’ zei hij, ‘waardoor de oorlog was ontstaan. Want hij was de gezant geweest die naar Griekenland was gezonden. Antenor 1, die nu voor vrede pleitte, pleitte toen voor oorlog bij zijn terugkeer uit Griekenland, terwijl hij vertelde hoe smadelijk hij was behandeld.’ Daarop besluit Priamus dat er geen vrede gesloten zal worden en gaf iedereen opdracht om voorbereid te zijn wanneer het aanvalssein werd gegeven.

Samenzwering

De vesting Troje

Diezelfde dag ontmoetten Antenor 1 en de raadsleden Aeneas, Polydamas, Ucalegon en Dolon 1 elkaar in het geheim. Zij waren verbaasd over de koppigheid van de koning, die, omringd door de vijand, er de voorkeur aan gaf om te sterven in plaats van vrede te sluiten, en zo de vernietiging van zijn land en bevolking veroorzaakte. Antenor 1 had een plan om hun probleem op te lossen dat hij, als de anderen hem trouw zouden zweren, zou onthullen. Toen ze allen hadden gezworen vertelde hij zijn plan. ‘We moeten,’ zei hij, ‘ons land opgeven, en wel op zodanige wijze dat wij onszelf en onze gezinnen kunnen redden. Iemand moet naar Agamemnon gaan en hem dat vertellen. Ze moesten snel handelen, want hij had gemerkt dat Priamus, toen hij de raad verliet, woedend was omdat hij hem had aangespoord om vrede te sluiten. En hij vreesde dat de koning een verraderlijk plan aan het uitwerken was.

Daarop begonnen zij een samenzwering tegen Priamus en zijn zoons, en maakten plannen om Helena aan Menelaus terug te geven, samen met de zaken die waren meegenomen. Maar Deiphobus 1, die van de plannen hoorde, nam Helena en trouwde zelf met haar. Later, toen Priamus de Raad betrad, wierp Aeneas hem vele beledigingen voor de voeten. Uiteindelijk zwichtte de koning voor de wens van de edelen en gaf Antenor 1 opdracht om naar de Grieken te gaan om een eind aan de oorlog te maken. Nadat deze vanaf de muur tekens had gegeven dat hij met de Trojanen wilde onderhandelen ging hij naar de schepen, waar de Grieken hem verwelkomden en aanspoorden om met hen samen te werken

Overleg met de Grieken

Antenor 1 vertelde hen, met een lange toespraak, hoe de Goden de Trojaanse koningen altijd straften voor hun ondoordachte daden. Laomedon 1, zei hij, had tegen Heracles gelogen, en dus was zijn koninkrijk vernietigd. Daarna, vanwege de invloed van Hesione 2, kwam Priamus, die nog jong was en geen aandeel had in hetgeen er gebeurd was, aan de macht. Vervolgens, steeds slechter en dwazer wordend, had die het tot een gewoonte gemaakt om iedereen aan te vallen. Hij had gedood en lichamelijk letsel toegebracht, zijn eigen bezittingen sparend en die van anderen zoekend. Dit voorbeeld werd overgenomen, als de ergste van alle plagen, door zijn zoons, die zich aan niets aantrokken van wat heilig of aards was. Toen Antenor 1 eindelijk uitgesproken was, vroeg hij de Grieken vertegenwoordigers te kiezen om met hem over vrede te spreken. Want dit was de reden waarom de Trojaanse raadsleden hem eropuit gestuurd hadden.

Daarop kozen de Grieken Agamemnon, Idomeneus 1, Odysseus en Diomedes 1, en kwamen in het geheim bijeen. In die bijeenkomst werd naast de overgave van de stad, onder andere besloten dat Aeneas gespaard zou blijven en de helft van Priamus’ rijkdommen aan Antenor 1 gegeven zouden worden. Toen ze dachten dat hun plannen volledig waren werd Antenor 1 teruggestuurd naar Troje om verslag uit te brengen, dat wezenlijk afweek van wat zij werkelijk hadden besloten. Hij moest zeggen dat de Grieken een offer aan het voorbereiden waren, een geschenk voor Athena, en dat ze, mits Helena teruggegeven zou worden, maar al te blij waren om de oorlog te beëindigen en naar huis terug te keren. Zo ging Antenor 1 terug naar Troje. Toen bekend werd dat Antenor 1 was teruggekeerd, snelden alle Trojanen en hun bondgenoten naar hem toe om hem te spreken. Ze wilden horen wat er gebeurd was bij de Grieken. Maar Antenor 1 stelde zijn verslag uit tot de volgende dag.

Boodschap aan de Raad

Bij het aanbreken van de dag ging Antenor 1 naar de bijeenkomst van de Raad en vertelde daar het verhaal dat hij had besproken met de Grieken. ‘Het is een trieste zaak om in oorlog te zijn met de Grieken. Maar het is nog triester dat we vanwege een vrouw vijanden hebben gemaakt, die via gezamenlijke voorvaderen zelfs met ons verbonden zijn. Ik ben van mening dat Priamus en zijn zoons in deze zaak schuldig zijn. Maar de echte schuld voor alles wat er gebeurd is berust bij Helena. Waarom zouden we haar houden? Zullen we de Grieken niet liever smeken om haar terug te nemen en een volledige compensatie aanbieden voor de manier waarop we hen behandeld hebben? Wat mijzelf betreft, ik vertrek, ik ga weg. Ik weiger om nog langer aan deze misdaad deel te nemen. Er was ooit een tijd dat het plezierig was om in deze stad te leven. Onze families waren veilig, ons land ongedeerd. Maar nu zijn we al deze dingen kwijtgeraakt. Wie kan het ontkennen? Ik kan het niet langer verdragen te blijven bij diegenen wiens daden voorbestemd zijn om de val van hun land te veroorzaken. Voorkom tenminste dat dit gaat gebeuren. We moeten de Grieken, in ruil voor ons leven, datgene aanbieden dat zij snel genoeg zullen bezitten als zij ons gedood hebben. En wat Priamus betreft, laat hem al zijn rijkdommen houden, laat hem overwegen dat rijkdom belangrijker is dan zijn volk. Onze misdaden hebben ons ingehaald, en zijn we verslagen.’ Zo beëindigde Antenor 1 huilend zijn toespraak.

Priamus geeft toe

Iedereen rouwde en, hun handen naar de hemel strekkend, toonden hun instemming. Allen riepen dat Priamus een eind aan hun ellende moest maken. Met één stem schreeuwden zij dat hun geboorteland verlost moest worden. Toen sprak Priamus, zijn haren uitrukkend en verschrikkelijk huilend, hen toe. ‘Nu werd hij niet alleen gehaat door de Goden maar ook nog door zijn eigen volk. Vroeger had hij vrienden, familieleden, en medeburgers om hem te troosten in zijn ellende, maar nu was er niemand meer te vinden. Hij had onderhandelingen willen beginnen toen zijn oudste zoons nog leefden en niet tot nu willen wachten. Niemand, was echter in staat om het verleden over te doen. Zij moesten nu plannen maken en hun hoop op de toekomst stellen. Hij bood alles aan wat hij bezat voor de verlossing van Troje, en gaf Antenor 1 opdracht hierop toe te zien. Maar nu, omdat zij hem zo haatten, zou hij hen verlaten. Wat ze ook zouden beslissen om te doen, hij vond het goed.’ Toen de koning vertrokken was, besliste de Raad dat Antenor 1 naar de Grieken moest terugkeren om te horen wat zij precies wilden. Daarna ging de Raad uiteen.

Vredesvoorwaarden

Rond middernacht kwam Helena in het geheim naar Antenor 1. Ze vermoedde dat de Trojanen op het punt stonden om haar terug te geven aan Menelaus en was bang dat zij door hem gestraft zou worden. Vervolgens, smeekte zij Antenor 1 om, wanneer hij met de Grieken sprak, hen te vertellen, en namens haar te smeken, dat ze terug wilde keren naar haar volk nu Paris dood was en Troje haatte. Bij zonsopgang ging Antenor 1 naar het scheepskamp en vertelde de Grieken alles over het besluit van de stad. Uiteindelijk werden zij het eens hoe de stad het beste verraden kon worden en keerde Antenor 1 terug naar Troje, in het gezelschap van de Grieken Odysseus en Diomedes 1. De Raad werd snel bijeen geroepen en daar, in aanwezigheid van het Griekse tweetal, begon men over de vredesvoorwaarden te discussiëren. Tijdens deze besprekingen, ontstond er plotseling veel kabaal en geschreeuw in Troje. De Raadsleden renden naar buiten en hoorden dat de zoons van Paris en Helena waren omgekomen, verpletterd onder het dak van hun huis dat was ingestort.

De besprekingen van de Raad werden uitgesteld, en de delegatie van de Grieken ging met Antenor 1 mee om in zijn huis te eten en de nacht door te brengen. Daar vertelde Antenor 1 hen over een oud orakel dat Troje in puin zou vallen zodra het Palladium, een oud houten standbeeld van Athena, buiten de muren van de stad gebracht zou worden. Verder kwam Antenor 1 met hen overeen, om geen achterdocht bij de Trojanen op te wekken, dat hij in de Raad zich zoveel mogelijk tegen de eisen van de Grieken zou verzetten. De plannen werden afgerond waarna de delegatie van de Grieken naar hun schepen terugkeerde.

Schadevergoeding

Nadat de zoons van Paris, met veel ceremonieel, waren begraven werden de onderhandelingen over vrede hervat. Na een lange discussie over van alles en nog wat, ontstond uiteindelijk de vraag welke schadevergoeding er betaald moest worden. Diomedes 1 vroeg om vijfduizend talenten aan goud, een zelfde hoeveelheid zilver en honderdduizend maateenheden tarwe, voor een periode van tien jaar. Toen waren alle Trojanen stil, uitgezonderd Antenor 1 die zei dat de Grieken niet als Grieken handelden maar als barbaren. Wat zij vroegen was onmogelijk, het was duidelijk dat zij de oorlog wilden voortzetten onder het voorwendsel van vrede. Bovendien had Troje niet zoveel goud en zilver als de Grieken eisten. Indien de Grieken vasthielden aan deze gewetenloze eisen moesten de Trojanen hun poorten sluiten, de tempels van hun Goden in brand steken, en zichzelf en hun land in totale verwoesting werpen.

Diomedes 1 antwoordde: ‘We zijn niet uit Argos gekomen om speciale voorwaarden aan Troje te schenken, maar om tot de dood te strijden. Daarom, als jullie zo verlangend zijn naar de dood, de Grieken staan klaar. Maar als jullie de stad in de as willen leggen, dan zullen wij dat niet verhinderen. De Grieken, wanneer zij onrechtvaardig worden behandeld, nemen wraak. Dat is hun manier.’ Toen vroeg Panthus aan de Grieken een dag uitstel om over het voorstel na te denken. De vergadering werd verdaagd en de delegatie ging met Antenor 1 mee naar zijn huis. Die nacht gaat Antenor 1, samen met Odysseus, in het geheim naar de tempel van Athena. Daar bedreigen ze de priesteressen met geweld en beloven hen veel goud als ze het Palladium mee zouden geven. De priesteressen zwichten voor het geweld en het goud waarna Odysseus het beeld meeneemt in zijn wagen verstopt waarmee hij naar Troje was gekomen.

De list

Bij het aanbreken van de dag, kwam de Trojaanse Raad opnieuw bijeen. Toen de Griekse afgezanten waren aangekomen, smeekte Antenor 1, alsof hij de wraak van de Grieken vreesde, om vergeving voor het feit dat hij eerder zo vrijmoedig had gesproken namens zijn vaderland. Odysseus antwoordde dat hij niet zozeer boos was omdat de onderhandelingen waren uitgesteld, maar wel omdat de gunstige tijd om uit te zeilen snel voorbijging. Na een lange discussie, werden zij het uiteindelijk eens over een afkoopsom van totaal tweeduizend talenten aan goud en tweeduizend aan zilver. Daarna keerden de Grieken terug naar hun schepen om verslag uit te brengen. Toen de aanvoerders bijeen waren, vertelde de delegatie alles wat er gezegd en gebeurd was, en hoe Odysseus, samen met Antenor 1, het Palladium had gestolen. Vervolgens werd, in het diepste geheim, de list met het houten paard besproken en hoe ze dat het beste konden aanpakken. Het paard moest zo groot zijn dat de Trojanen gedwongen zouden zijn om een deel van hun muren af te breken.

Vrede

De volgende dag gaan tien aanvoerders van de Grieken naar Troje om daar de voorwaarden van de vrede te bekrachtigen. Antenor 1 was gastheer en voldeed vriendelijk aan alle behoeften. Bij het ochtendgloren kwam de Raad bijeen in de tempel van Athena, en Antenor 1 kondigde officieel de tien gezanten aan die door de Grieken waren gestuurd om de voorwaarden van de vrede te bekrachtigen. Daarop werden de gezanten de Raad binnen geleidt, en werden er handen geschud. Daar werd besloten om de vrede de volgende dag te ratificeren. Heilige eden moesten gezworen worden, voor dit doel, en altaren opgericht in het midden van de vlakte waar iedereen het kon zien. Toen de voorbereidingen getroffen waren zwoeren de Grieken, de Goden aanroepend, zich te houden aan de afspraken die zij hadden gemaakt met Antenor 1. Namens de Trojanen legde Antenor 1 dezelfde eed af en werd er uitgebreid geofferd aan de Goden. Na de vrede op deze wijze geratificeerd te hebben, gingen beide partijen terug naar hun volk. De Trojanen zwaaiden de hoogste lof toe aan Antenor 1, hem vererend als een god waar hij maar verscheen. Zij geloofden dat hij alleen verantwoordelijk was voor het verdrag en de vrede met de Grieken. Nu werd overal, zoals beide partijen wilden, de oorlog beëindigd. Grieken voelden zich vrij om naar Troje te gaan. Trojanen kwamen naar de schepen. En de Trojaanse bondgenoten gingen naar huis, profiterend van het verdrag en zich dankbaar voelend over de vrede.

Het houten paard

Troje staat in brand

In Troje, zorgden Antenor 1 ervoor dat het exacte bedrag in goud en zilver naar de tempel van Athena werd gebracht. Intussen trokken de Grieken het Houten Paard tot aan de muren van de stad. De Trojanen was verteld om het religieus te ontvangen als een heilig offer aan Athena en stroomden uit de poorten om het paard vrolijk te verwelkomen. Een offer werd gebracht, en zij trokken het dichter naar hun stad. Toen zij zagen dat het te groot was om de poort te passeren, besloten zij om een deel van hun muur neer te halen, die eeuwenlang onbeschadigd had gestaan, en het meesterwerk was van Poseidon en Apollo. Toen het sloopwerk bijna gereed was, veroorzaakten de Grieken opzettelijk vertraging. Ze zeiden dat de Trojanen het beloofde goud en het zilver moesten betalen voordat zij het paard Troje binnen mochten trekken. Dus was er een pauze waarin, de muren half gesloopt, Odysseus alle Trojaanse timmerlieden inhuurde om te helpen bij het repareren van de schepen. Toen de vloot zo op orde was gebracht, en het goud en zilver was betaald, gaven ze de Trojanen opdracht om hun sloopwerk voort te zetten. Zodra een deel van de muren was neergehaald, haastte een vrolijke menigte van grappen makende mannen en vrouwen zich voort om het paard de stad in te slepen.

Vernietiging van Troje

Ondertussen zeilden de Grieken, nadat alles in de schepen was gestuwd en het scheepskamp in brand gestoken, naar kaap Sigeum waar zij wachtten totdat het nacht was geworden. Zodra de Trojanen, die versleten waren, in slaap waren gevallen, keerden de Grieken terug naar de stad, met doodse stilte zeilend. Kort daarop trokken ze door de bres in de muur de slapende stad binnen en slachtten iedereen af. Er kwam geen eind aan het doden en moorden. Ouders en kinderen werden gedood, terwijl geliefden moesten toekijken, en daarna ook jammerend werden gedood. Op dezelfde wijze werden de gebouwen van de stad in brand gestoken en vernietigd. De enige woningen die werden gespaard waren die Antenor 1, waar wachters waren neergezet. Toen de stad tot de grond was afgebrand, verdeelden de Grieken buit en de gevangengenomen vrouwen en kinderen.

Een nieuw vaderland

Nadat de Grieken waren vertrokken bleef Antenor 1 achter in Troje, waar hem de trieste taak wachtte om alle doden te begraven en vele begrafenisplechtigheden te organiseren. Daar er zo vele waren gestorven zag hij zich gedwongen om één grote brandstapel te maken en daarop alle lijken te verbranden. Daarna bleef hij alleen achter in een nagenoeg onbewoonde stad. Toen echter bekend werd dat Antenor 1 de controle over Troje had verkregen, ondersteunden alle overlevenden van de oorlog, die ontsnapt waren aan de slachting van die verschrikkelijke nacht, zijn bewind. In korte tijd waren zijn volgelingen aangegroeid tot enorme aantallen, hield Iedereen van hem, en vertrouwde op zijn wijsheid. Zijn dierbaarste vriend was Oenideus, de koning van de Cebreniërs. Maar de stad herbouwen was geen optie en dus zeilde Antenor 1, met een grote groep aanhangers, naar Noordoost Griekenland om daar, in Illyrië, een nieuwe stad te stichten. Er is echter ook een mythe die stelt dat Antenor 1 naar Italië ging, daar ruim voor Aeneas aankwam, en de stad Patavium stichtte.

Stamboom:

Aesyetes Cleomestra Cisseus 1 -
Antenor 1 Theano 1
Acamas 1, Agenor 1, Archelochus 1, Coon, Demoleon 1, Eurymachus 3, Glaucus 5, Helicaon 1, Iphidamas 1, Laodamas 1, Laodocus 1, Medon 2, Polybus 1, Thersilochus 3, een dochter

Aesyetes Cleomestra - -
Antenor 1 -
Pedaeus

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz