Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Antigone 1

Antigone 1 is de oudste dochter van koning Oedipus uit Thebe en Iocasta, die ook wel Epicasta of Eurygania wordt genoemd. Wat Oedipus en Iocasta echter niet van elkaar wisten was dat zij moeder en zoon waren. Naast hun dochter Antigone 1 verwekt dit incestueuze koppel nog een dochter, Ismene 2 en twee zoons, Polynices en Eteocles 1. Vanwege de incest van Oedipus straffen de Goden Thebe door de gewassen op het land te laten verdorren waardoor er armoede in Thebe heerste. Wanneer Oedipus de ziener Tiresias vraagt waarom zijn land zo geplaagd wordt, antwoordde deze dat als iemand met Drakenbloed, een afstammeling van Cadmus, stierf voor zijn land, Thebe van de plaag verlost zou worden. Oedipus begrijpt niets van het orakel maar komt er later achter dat hij met zijn moeder is getrouwd. Toen hij zich realiseerde welke afschuwelijke daad hij gepleegd had nam Oedipus een gouden speld en stak als boetedoening zijn ogen uit. Het koninkrijk gaf hij aan zijn jonge zoons Eteocles 1 en Polynices, onder de voogdij van zijn schoonvader Creon 1, en vertelde hen dat zij om de beurt elk een jaar moesten regeren. Daarna gaat hij vrijwillig in ballingschap om zo de plaag van Thebe op te heffen.

Aankomst in Colonus

Antigone en haar vader

De plichtsgetrouwe Antigone 1 wil haar blinde vader niet alleen door het land laten strompelen en gaat met Oedipus mee om hem te begeleiden. Zo zwerft het tweetal een aantal jaren door Griekenland en komen uiteindelijk terecht in het plaatsje Colonus, vlakbij Athene. Daar vraagt Oedipus aan zijn dochter om even te gaan zitten en de plek te beschrijven. Antigone 1 zegt hem dat de plek haar heilig lijkt omdat er in overvloed laurier, olijven en wijnstokken groeien. Even later komt een vreemdeling aan die zegt dat ze daar niet mogen blijven omdat dit het heiligdom van de Eumeniden is. Als Oedipus dit hoort slaakt hij een zucht van verlichting en zegt tegen Antigone 1. ‘We hoeven niet verder, mijn kind, want dit is de plek van mijn lotsbestemming.'

Aankomst van Ismene

Even later komt ook Ismene 2, de zus van Antigone 1, aan op de plek en vallen de zussen elkaar snikkend in de armen. ‘O, Antigone 1,’ zegt ze, ‘wat heb ik lang moeten zoeken om jullie te vinden.’ Dan vraagt Oedipus aan Ismene 2 waarom haar broers niet hebben geholpen met zoeken en vertelt Ismene 2 het nieuws dat Eteocles 1 en Polynices ruzie hebben gekregen. ‘Vroeger waren zij verstandig en luisterden naar de wijze raad van hun oom Creon 1. Maar verlangend naar de macht kregen zij ruzie en verdreef de jongste van de twee, Eteocles 1, zijn broer Polynices uit de stad en greep zelf de macht over Thebe. Polynices vluchtte naar Argos en smeedde daar nauwe banden met koning Adrastus 1. Nu dreigt hij binnenkort met een leger naar Thebe te komen om zijn broer van de troon te stoten.’ Ze zegt ook dat het orakel een uitspraak heeft gedaan dat de Thebanen Oedipus, dood of levend, moeten opsporen voor het welzijn van hun land, en dat Creon 1 eveneens naar Oedipus op zoek is.

Aankomst Creon

Als Ismene 2 naar de tempel van de Eumeniden is gegaan, om te offeren, komt ook Creon 1 met een aantal bedienden aan op de plek waar Oedipus en Antigone 1 zich bevinden. Er ontvouwt zich een verhitte discussie tussen hem en Oedipus waarbij Creon 1 smeekt en dreigt om naar Thebe terug te komen. Oedipus blijft echter weigeren waarna Creon 1 gewelddadig wordt en Antigone 1 grijpt om het tweetal mee te sleuren naar Thebe. Ook Ismene 2, die intussen was teruggekeerd van het offeren wordt door Creon 1 gevangen genomen. Dan komt Theseus aanlopen, de koning van Athene die is gewaarschuwd door een aantal bedienden, en verijdelt dat vader en dochters worden weggevoerd. Creon 1 en zijn mannen worden uit het land verdreven en de twee meisjes teruggegeven aan Oedipus die hen vreugdevol in zijn armen sluit. Oedipus bedankt Theseus uitvoerig voor zijn hulp waarna deze hem zegt dat vluchtelingen altijd welkom zijn in zijn land, en er bij hem thuis een vreemdeling wacht die Oedipus graag wil spreken.

Aankomst Polynices

Oedipus weigert de plek te verlaten en vraagt Theseus de vreemdeling naar hem toe te sturen. Theseus vertrekt en enige tijd later ziet Antigone 1 haar broer Polynices in de verte naderen. De beide zussen verwelkomen onder vele tranen hun broer en vragen naar de reden van zijn komst. Dan vertelt hij over de ruzie met zijn broer en hoe hij uiteindelijk, na vele omzwervingen, bij koning Adrastus 1 in Argos terecht is gekomen. ‘Deze ontving mij gastvrij, samen met een andere vluchteling Tydeus, en gaf ons beiden één van zijn dochters als vrouw. Maar omdat ik bleef treuren over mijn verloren rijk besloot Adrastus 1 mij te helpen door een leger op de been te brengen. Dit leger maakt hij momenteel gereed om, onder aanvoering van enkele beroemde mannen tegen Thebe op te rukken. Zo wil hij mij weer aan de macht helpen.’ Aan het eind van het verhaal vraagt Polynices aan Oedipus of deze hem wil helpen.

Vervloeking

Als Oedipus het verhaal heeft aangehoord, en de ruzie tussen zijn twee zoons, ontbrandt hij in woede en zegt: ‘O, ondankbare en misdadige zoons, jullie zijn een schande voor je oude vader. Jullie zijn mijn zoons niet meer en ik vervloek de dag dat jullie geboren werden. Het noodlot ligt al in je blik opgesloten, maar nog niet zo dreigend als straks, wanneer jouw legerbendes naar Thebe snellen. Die stad zal door jouw legermacht niet vallen. Jij zult net als je broer onder het bloed sneuvelen. Ga nu heen, vaderloze, en leef verder onder mijn vloek: Dat je ons vaderland nooit met lansen zal overwinnen en nooit naar Argos zal terugkeren, maar door de hand van je broer zult sterven en hem doden, die jou eens verbannen heeft. Zo luidt mijn vloek, en ik roep tot de Tartarus, die gruwelijke duisternis, om jou naar hem toe te voeren. Vertrek, en zeg tegen je bondgenoten dat Oedipus zijn zonen deze eergeschenken heeft toebedeeld.

Antigone probeert haar broer over te halen

Geschrokken over de woede-uitbarsting van zijn vader, zegt Polynices tegen Antigone 1: ‘Wat had ik aan deze reis. Ben ik hierom uit Argos vertrokken? Dit kan ik aan niemand van mijn vrienden vertellen. O zus, die de vervloeking van mijn vader hoorde. Ik smeek je bij de Goden, als deze vervloeking in vervulling gaat, laat mijn lichaam dan niet zonder offer liggen, maar schenk mij een graf.’ Dan zegt Antigone 1: ‘Ik smeek je, Polynices, luister naar mijn woorden. Keer zo snel mogelijk terug naar Argos en laat het leger daar. Veroorzaak niet de ondergang van Thebe.’ Maar Polynices antwoordde dat hij geen balling wilde blijven en niet kon leven met de schande om zo door zijn broer bespot te worden. Daarop zegt Antigone 1: ‘Begrijp je niet dat de voorspelling, dat jullie elkaar zullen doden, juist zo bewaarheid wordt?Polynices wil echter niet luisteren en vertrekt, na innig afscheid genomen te hebben van zijn zussen, en vertrekt naar Argos om de voorbereidingen voor de oorlog af te ronden.

Dood van Oedipus

Oedipus is weer alleen met zijn dochters, maar dan begint het plotseling in de hemel te donderen. Verschrikt roept hij tegen zijn dochters: ‘Mijn tijd is gekomen, Zeus roept me. Haal vlug Theseus want ik moet hem nog het een en ander vertellen.’ Wanneer Antigone 1 vraagt hoe hij dat zo zeker weet antwoordt Oedipus dat hij dat nu eenmaal weet, en dringt aan om Theseus te gaan halen. Zodra Theseus is aangekomen zondert hij zich met Oedipus af en zien de zussen hun vader nooit meer terug. Want enige tijd later komt Theseus melden dat hun vader is gestorven, zonder graf achter te laten, en zij terug moeten keren naar Thebe. Na het uiten van vele jammerklachten nemen de meisjes afscheid van Theseus en gaan op weg naar hun stad. Onderweg proberen ze plannen te smeden om zo de dreigende broedermoord mogelijk nog te voorkomen.

Antigone kijkt naar het leger

Ze keren veilig terug in Thebe en enkele maanden later verschijnt het leger van Polynices voor de muur van de stad. Op dat moment klimt Antigone 1, samen met de bediende Phorbas 10, naar boven om op de muur naar het leger te kijken dat voor elke poort in de muur een grote groep soldaten positioneert. Antigone 1 probeert haar broer tussen de mannen te ontdekken en vraagt aan Phorbas 10 wie al die aanvoerders zijn. Uiteindelijk ziet Antigone 1 haar broer, dicht bij het graf van Niobe 1, samen met legerleider Adrastus 1. Die middag gaat Antigone 1 met Ismene 2 en hun moeder naar het legerkamp om hun broer Polynices te spreken. Onderweg dragen ze smekelingentakken in hun handen die zijn omhuld met wol. Bij Polynices aangekomen omarmen de drie vrouwen hem en smeekt Iocasta haar zoon om de broederstrijd op te geven. Ook Antigone 1 en Ismene 2 smeken onder veel tranen nogmaals hun broer om de strijdbijl te begraven en zijn bereid om in het conflict te bemiddelen. Maar Polynices weigert resoluut en de vrouwen keren terug naar de stad. In hun kamer aangekomen jammeren de zussen over hun ellende, het huwelijk van hun ouders, maar vooral over de dreigende oorlog.

Duel tussen broers

Er wordt enkele dagen zwaar gestreden waarbij in beide kampen veel slachtoffers vallen. Vooral de aanvallers hebben het zwaar te verduren, en vele van de zeven aanvoerders sneuvelen. Uiteindelijk wordt besloten, om nog meer slachtoffers te voorkomen, dat de broers Eteocles 1 en Polynices een tweekamp zullen uitvechten om de macht over Thebe. Het duel wordt gehouden en de voorspelling van Oedipus komt uit. Beide broers doden elkaar, waarna de strijd opnieuw losbarst en de Thebanen er uiteindelijk in slagen om de aanvallers op de vlucht te jagen. Een bode vertelt het jammerlijke nieuws over de dood van haar broers aan Antigone 1 en deze is ontroostbaar.

Bevel van Creon

Antigone en haar vader

De volgende dag maakt Creon 1 bekend dat dat niemand Polynices, of één van de anderen die met hem waren meegekomen naar Thebe, mocht begraven. De lichamen moeten op het open veld blijven liggen als voer voor de honden en andere beesten. Antigone 1 kan dit niet verdragen en gaat ’s nachts naar het slagveld om te rouwen bij het lichaam van Polynices. Als ze bij haar dode broer aankomt, ziet ze Argia 1 rouwen, de vrouw van Polynices. Samen besluiten ze om de dode held toch een begrafenis te geven zoals het hoorde. Na een lange jammerklacht te hebben geuit, wassen de twee vrouwen zijn lichaam en leggen hem op dezelfde brandstapel waarop ook zijn broer, Eteocles 1, lag. Op dat moment worden de twee vrouwen betrapt door enkele wachters die speciaal voor dit doel waren aangesteld. Argia 1 weet te ontsnappen, maar Antigone 1 wordt gegrepen en voor koning Creon 1 geleid waar ze, met geboeide handen, gelaten voor zijn troon staat in afwachting van haar straf.

Veroordeling Antigone

Creon 1 vraagt haar bars: ‘Wel, jij daar met je gebogen hoofd, ontken je of geef je toe dat je mijn bevelen hebt genegeerd om de lijken onbegraven op de vlakte te laten liggen?’ Dan richt Antigone 1 trots haar hoofd op en zegt: ‘Ik ontken niets en geef toe dat ik de dader ben. Waar u opdracht toe gaf is tegen de ongeschreven wetten van de Goden. En deze wetten zijn niet van vandaag of gisteren maar eeuwig.’ Zo beschimpt ze Creon 1 en tergt hem tot het uiterste. Dit maakt Creon 1 nog kwader dan hij al was, en besluit Antigone 1 ter dood te veroordelen om een voorbeeld te stellen aan de andere Thebanen. Aan zijn zoon Haemon 2, aan wie Antigone 1 als vrouw was beloofd, geeft hij opdracht om haar levend op te sluiten in hetzelfde graf als waar haar broer Polynices in begraven was. Haemon 2 probeert, uit liefde voor Antigone 1, zijn vader nog op andere gedachten te brengen maar deze is onverbiddelijk en dreigt zelfs om hem te doden als Haemon 2 zijn bevel niet uitvoert.

Dood Antigone

Uit angst voor zijn vader voert Haemon 2 Antigone 1 af. Maar de liefde voor Antigone 1 is sterker dan de angst voor zijn vader en hij trouwt in het geheim met Antigone 1. Daarna verstopt hij haar bij enkele herders, en vertelt tegen zijn vader dat Antigone 1 de hongerdood is gestorven in het graf van haar broer. Antigone 1 baarde negen maanden later een zoon, die tot volwassenheid opgroeide. Toen hij deelnam aan de spelen van Thebe herkende Creon 1 de zoon aan het merkteken dat alle nakomelingen van Cadmus op hun lichaam dragen. Creon 1 laat daarop de zoon doden waarna, Haemon 2 en Antigone 1 zelfmoord plegen. Er zijn echter ook een aantal mythen die deze liefdesgeschiedenis tussen Haemon 2 en Antigone 1 overslaan en het meisje eenzaam de hongerdood sterft in het graf van haar broer.

Stamboom:

Oedipus Iocasta (Epicasta) / Eurygania Creon 1 Eurydice 9
Antigone 1 Haemon 2
Een zoon

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz