Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Apollo - Phoebos - Thymbraeus 1 - Deliër - Loxias - Musegetes

Inleiding

Apollo was onder de oude Grieken de god die als geen ander de waarden van hun beschaving vertegenwoordigde en was, na Zeus, samen met Athena één van hun belangrijkste Goden. Zo was hij de god van de voorspellingen, de geneeskunde en de muziek. Daarnaast was hij een uitstekende boogschutter die zijn doel van grote afstand trefzeker kon raken. Net als zijn vader Zeus was Apollo een god die snel in vuur en vlam stond wanneer hij een jonge vrouw zag, had vele nakomelingen, en met zijn hulp, en die van de Nimfen, werden vele jongens tot man gemaakt.

Bijnamen

Apollo werd in heel de wereld vereerd en zijn er dan ook vele heiligdommen voor hem opgericht. Vanwege die wijdverspreide verering stond hij onder vele namen bekend. Zo werd hij, afhankelijk in welk deel van de wereld men was, Smintheus, Loxias, Thymbraeus, Deliër, Boedromius, Clarius of Carneius genoemd. Als leider van de Muzen werd hij ook Musegetes (leider van de Muzen) genoemd en vanwege zijn geboorte op het eiland Delos Deliër. Apollo werd ook vaak Phoebos genoemd, de god van de zon, maar in de oude mythen wordt hier meestal Helius mee bedoeld.

Heiligdommen en steden

Beroemde heiligdommen van Apollo bevonden zich verspreid over heel de wereld zoals op kaap Actium, in Athene, bij Troje, in Lycië, Clarus, Cirrha, Dindymus en op het eiland Delos, waar hij geboren was, en Ceos in de stad Carthaea. De beroemdste plek waar Apollo werd vereerd was Delphi, dat ook wel Pytho wordt genoemd. Naar deze plek in Griekenland trokken mensen uit heel de wereld om via een orakel te vernemen hoe een probleem opgelost kon worden of om een voorspelling over de toekomst aan te horen. Voorts was Apollo ook een stichter en beschermer van vele steden zoals Amyclae, Cilla en Sparta terwijl de rivier Ladon zijn rivier werd genoemd.

Uiterlijk

Apollo

Apollo was een prachtige god met een schitterende oogopslag en een stralend uiterlijk. In de oude mythen wordt vanwege dit stralende uiterlijk vaak beschreven dat hij gekleed gaat in een gouden tuniek, mantel en sandalen. Zijn haren zijn dan eveneens van goud, die als trossen langs zijn hoofd vallen, waar welriekende olie vanaf druipt. Als Apollo onderweg was droeg hij rechts altijd een gouden zwaard, een zilveren boog in zijn linkerhand, en hing er om zijn schouders een pijlenkoker. Apollo was een krachtige, mooie en jonge, Olympische god die bij zijn vader Zeus op de Olympus woonde en altijd aan diens rechterhand zat

Aan Apollo gewijde dieren

Poseidon schonk Apollo een prachtig vierspan om voor zijn wagen te spannen. De namen van deze vier paarden, die de Seizoenen moesten voorstellen, waren: Erythraeus, Actaeon, Lampus en Philogeus. Wanneer hij zich voortbewoog dreunde heel het land onder zijn machtige voeten en sidderden soms zelfs de mindere Goden van ontzag wanneer hij aankwam. Om zijn boodschappen te verspreidden gebruikte Apollo de snelle havik. Daarnaast was hij dol op de laurier en de Iris 1, en was hij tevens de beschermheer van boogschutters en zangers.

Afstamming en geboorte

Apollo is de zoon van oppergod Zeus en Leto, één van de Titanen. Hij wordt direct na zijn tweelingzus Artemis op het eiland Delos geboren nadat de Jaloerse Hera zijn moeder over heel de wereld had opgejaagd en haar geen plek gunde om te bevallen. Apollo is net als Artemis direct volwassen en krijgt in plaats van de borst, ambrozijn en nectar als voeding. Zodra hij dit goddelijke voedsel had geproefd was Apollo niet meer te houden en zei: ‘De lier en de boog zullen mij altijd dierbaar zijn, en ik zal de onfeilbare wil van Zeus aan de mensheid verkondigen, en zij die mijn moeder hebben opgejaagd zullen niet aan mijn wraak ontkomen’ Zodra Leto was hersteld van de geboorte nam ze haar twee kinderen mee, en ging op weg naar de Olympus om ze aan Zeus voor te stellen. Onderweg krijgt Apollo zijn paarden van Poseidon, zijn zwaard en pijl en boog van Hephaistus en leert hij via Pan, de zoon van Zeus en Hybris, de zienerskunst.

Delphi

Hiermee gewapend gaat Apollo, op advies van de Nimf Telphusa, naar Delphi waar Themis een orakel had boven een spleet in de grond, waar hallucinerende dampen uit omhoog stegen. De plek wordt bewaakt door de slang Python, dezelfde die zijn moeder Leto had opgejaagd, die Apollo verhindert om bij het orakel te komen. Woedend pakt Apollo daarop zijn boog en schiet het monster met duizend pijlen dood. Zodra dit gebeurd is zegt hij: ‘Op deze plek zal ik een grote tempel bouwen en een orakel voor de mensheid zijn. Hier zullen zij eeuwig offers van honderd stieren brengen, zowel zij die op de Peloponnesus wonen als degenen uit Europa en van de eilanden, om me vragen te stellen. En ik zal hen allemaal onfeilbaar advies geven, terwijl ik hen beantwoord in mijn tempel.’ Hij begint direct de funderingen aan te leggen waarna Trophonius en Agamedes, de zoons van Erginus 2, het werk overnemen en samen met vele anderen het bouwwerk afronden. Om als priesters in zijn tempel te dienen lokt Apollo de bemanning van een schip uit Kreta naar de kust en leert hen alle rituelen die uitgevoerd moeten worden om zijn erediensten in de tempel uit te voeren en de schatten in ontvangst te nemen.

Orakelplaats

Zo begint Apollo zijn orakels waar hij de besluiten van Zeus en andere Goden aan de mensen voorspelt, en hen de goddelijke wetten van gehoorzaamheid en vrede onderwees. Omdat zijn priesteres, die boven een spleet in de aarde zetelt, bedwelmt wordt door de dampen die uit de aarde komen, worden de orakels vaak in onbegrijpelijke bewoordingen uitgesproken. De mensen weten deze orakels dan ook meestal niet direct te duiden en moeten dan een beroep doen op een ziener voor nadere uitleg. Maar de juistheid van zijn voorspellingen werden zo beroemd dat bezoekers uit heel de wereld samendringen bij zijn orakel om antwoorden te verkrijgen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ook zieke mensen komen naar Delphi om te horen wat ze moeten doen om genezen te worden van hun kwaal en zien de mensen Apollo, naast een kundig voorspeller, ook steeds meer als genezer.

Ontvangst bij Zeus

Nadat hij zijn heiligdom in Delphi gesticht heeft willen Apollo en Artemis verder trekken naar de Olympus om hun vader Zeus te ontmoeten. Op dat moment komt de reus Tityus aan die hun moeder Leto wil verkrachten en haar naar zich toetrekt. Leto roept haar kinderen om hulp en Apollo en Artemis schieten Tityus met hun pijlen dood. De reus moet zwaar boeten voor zijn vergrijp want in de Tartarus vreten elke dag de Gieren aan zijn hart. Als ze later bij hun vader aankomen, wordt het tweetal hartelijk door hem verwelkomt en mag Apollo aan zijn rechterhand naast hem komen zitten. Hij nodigt Apollo ook uit om op de Olympus te komen wonen en één van de Olympische Goden te worden. Zeus vertelt hem bovendien dat de strijd om de macht over hemel en aarde nog niet volledig is gestreden en vraagt Apollo zijn onvoorwaardelijke steun. Uiteraard zegt Apollo die steun toe aan zijn vader.

Strijd om de macht

Lang hoeft Apollo niet te wachten en helpt hij zijn vader tijdens de Titanenstrijd. Samen met Athena, en Artemis helpen ze hem om de Titanen in de Tartarus te werpen. Ook wanneer de Giganten de Olympus aanvallen steunt Apollo zijn vader. Met zijn pijlen schiet hij de ene pijl na de andere op deze reuzen af. Vanwege de onsterfelijkheid van de Giganten hebben deze pijlen pas effect nadat Heracles de Olympiërs komt helpen met zijn, in het gif van de Hydra gedoopte, pijlen. Dan schiet Apollo een pijl in het linkeroog van Ephialtes 1 en maakt Heracles het werk af door een pijl in het rechteroog te schieten. Uiteindelijk weten de Olympiër zo de Giganten te verslaan maar is de strijd om de macht nog niet afgelopen. Ditmaal stuurde Gaea Typhon op de Olympus af. Dit monster is zo reusachtig groot en sterk dat de Olympiërs, uitgezonderd Zeus, op de vlucht slaan. In paniek vluchtten zij naar Egypte, uitgezonderd Athena en Zeus. Typhon ging hen achterna, waardoor de Goden zich gedwongen zagen om van gedaante te veranderen om te kunnen ontsnappen. Zo werd Apollo een havik, Hermes een ibis, Ares 1 werd een vis en Artemis een kat. Uiteindelijk weet Zeus Typhon te verslaan met zijn bliksems en is de strijd om de macht definitief gestreden.

Hermes

Veediefstal

Na deze oorlogen breekt er een kalme tijd aan voor de Goden waarbij zij al hun aandacht aan de mensen kunnen besteden. Als dank voor zijn orakels krijgt Apollo vele runderen van de mensen en komt zo in bezit van een grote kudde koeien die in Pieria, onderaan de Olympus, grazen. Op een dag merkt Apollo dat een groot deel van zijn kudde is gestolen. Snel gaat hij op zoek naar de dader en komt in Onchestus terecht waar hij een oude man , die over zijn hek leunt, ondervraagt: ‘oude man, ik ben vanuit Pieria gekomen op zoek naar mijn vee. De zwarte stier graasde alleen en ver verwijderd van de rest, maar honden volgden de koeien. Deze werden achtergelaten, de honden en de stier, maar de koeien dwaalden weg uit het sappige weiland. Nu vertel me, oude man, heb jij misschien iemand gezien die achter deze koeien liep?

Zoektocht

Apollo en Battus

Dan zegt de oude man tegen hem: ‘Mijn zoon, het is moeilijk om alles te vertellen dat de ogen hebben gezien. Want vele reizigers trekken hier voorbij, sommigen gebogen door veel kwaad, en sommigen vrolijk. Het is echter moeilijk om iedereen te kennen. Echter, ik was de hele dag aan het graven in mijn wijngaard totdat de zon onderging, en ik dacht, goede heer, maar ik weet het niet zeker, dat ik een kind zag, wie het ook was, dat het vee volgde. Een kind dat een staf vasthield en van links naar rechts liep. Hij dreef hen achterwaarts voort naar Pylos, met hun koppen naar hem toe.’ Op dat moment ziet Apollo een grote vogel vliegen en ineens wist hij dat dit voorteken betekende dat Hermes, de zoon van Zeus en Maia, de dief was.

Onverklaarbare sporen

Apollo gaat snel naar Pylos om zijn koeien te zoeken terwijl hij steeds kwader wordt. Daar aangekomen ontdekt hij de sporen van zijn koeien, maar kan zijn ogen niet geloven, en roept: ‘Oh, oh! Het is een waar wonder wat mijn ogen zien! Dit zijn inderdaad de sporen van mijn koeien, maar ze zijn achterwaarts gedraaid. Maar die andere zijn niet de sporen van een man of vrouw of van grijze wolven. Wie het ook zijn mag die zulke monsterlijke voetafdrukken maakt. De sporen aan deze kant van de weg zijn wonderlijk, maar nog wonderlijker zijn die aan de andere kant.’ Nadat hij dit gezegd had haastte Apollo zich naar Cyllene en ging naar de grot waar Maia en de pasgeboren Hermes woonden.

Aanklacht tegen Hermes

In de grot aangekomen ziet hij Maia bij het vuur zitten en Hermes in zijn wieg liggen waar hij zijn, pas uitgevonden, lier onder zijn armen knelde. De kleine jongen rolde zich tot een bal en deed net of hij sliep maar was in feite klaarwakker. Apollo keek in elke hoek van de grote grot en opende alle kasten die vol stonden met nectar en heerlijke ambrosia. Er was veel goud en zilver in opgeslagen, en kleding van de Nimf, sommigen paars en anderen zilverwit, zoals die worden bewaard in de heilige huizen van de gezegende Goden. Nadat hij alles onderzocht had zei Apollo tegen Hermes: ‘Kind, haast je en vertel mij over mijn vee, of wij zullen snel ruzie krijgen. Dan zal ik je grijpen en in de stoffige Tartarus werpen, en noch je vader of moeder zullen je kunnen bevrijden en je weer naar het licht terugbrengen.

Ontkenning

Dan zegt Hermes: ‘Apollo, wat zijn dat voor hardvochtige woorden? Kom je hier zoeken vanwege het vee? Ik heb ze niet gezien, ik heb nog nooit van ze gehoord, niemand heeft iets over hen verteld. Ik kan je geen nieuws over hen geven, of de beloning voor nieuws in ontvangst nemen. Zie ik eruit als een veedrijver, een stalknecht? Dit is geen werk voor mij, ik geef om slaap, en melk uit mijn moeders borst, en doeken om mijn schouders, en warme baden. Laat niemand iets horen over dit conflict. Wat je zegt is buitengewoon overdreven. Ik werd gisteren geboren, en mijn voeten zijn zacht en de grond eronder is ruig. Niettemin, ik zal een zware eed bij het hoofd van mijn vader zweren en beloven dat ik onschuldig ben, noch iemand anders heb gezien die jou vee heeft gestolen.

De lier

Dat zei Hermes, met snelle blikken uit zijn ogen, en trok vragend zijn wenkbrauwen op terwijl hij alle kanten op keek. Maar Apollo lachte zachtjes en zei tegen hem: ‘O schurk, bedrieger, slimmerik, je spreekt zo onschuldig dat ik zeker weet dat jij het hebt gedaan. Jij zult een plaag worden voor menige eenzame herder wanneer je in de buurt van kudden komt, en naar hun vlees verlangd. Maar kom nu, als je niet je laatste slaap wilt slapen, kom uit je wieg om niet voortdurend prins der dieven genoemd te worden.’ Nadat Apollo dit gezegd had sprong Hermes op en nam Apollo hem mee naar Pylos terwijl Hermes onderweg op zijn lier speelde, die hij van een schildpad had gemaakt. Apollo werd bevangen door een niet aflatend verlangen naar dat instrument en zegt tegen Hermes: ‘Beste bedrieger, dat lied van jou is vijftig koeien waard, en ik denk dat we onze ruzie nu maar vreedzaam moeten schikken. Maar kom op, vertel me, heb je dit geweldige instrument al sinds je geboorte, of heeft de een of andere god het je gegeven en geleerd om er zo hemels op te spelen?

Vriendschap

Toen antwoordde Hermes hem listig: ‘Je vraagt me, Apollo, hoewel ik niet jaloers ben, om jou mijn kunst te leren. Ik zal het je vertellen, want ik probeer vriendelijk tegen je te zijn. Jij die alle zaken kent, sinds je bij Zeus aan tafel zit. Ze zeggen dat door de uitlatingen van Zeus jij zijn orakels en riten gekregen hebt en daardoor grote rijkdommen vergaarde. Welnu, omdat je zo sterk verlangt, zoals nu blijkt, om op de lier te spelen, te zingen, en jezelf zo vrolijk te stemmen, neem die dan aan als geschenk, en schenk jij, mijn vriend, dan roem aan mij. Zing prachtig met deze vriend in je handen, want jij bent vaardig in goede, en prachtig rijmende, liederen. Gebruik hem vol vertrouwen bij de rijke feesten en prachtige dansen, een vreugde voor dag en nacht, en geef mij dan jouw koeien.’ Nadat Hermes dit gezegd had gaf hij de lier aan Apollo, die hem in ruil zijn zweep gaf en hem de herder van kuddes noemde. Sindsdien zijn de twee Goden onafscheidelijke vrienden en verheugde Zeus zich over zijn twee zoons.

Ontgoocheling van Ares

Apollo wordt op een dag eens door Hermes geroepen om mee te komen naar het huis van Hephaistus. Als ze daar aankomen, staan daar ook de andere mannelijke Goden luid te lachen om de Goden Ares 1 en Aphrodite, die naakt op bed liggen. Ze zijn gevangen in een net dat de man van Aphrodite, Hephaistus, had gespannen om het overspelige tweetal op heterdaad ten toon te stellen. Ook Apollo moet lachen en zegt: ‘Hermes, zou jij ook niet, omsnoerd door die sterke banden, in bed willen liggen bij de gouden Aphrodite?’ Maar de serieuze Poseidon kan niet lachen om de grap van Apollo en dringt er bij Hephaistus op aan om het stel snel te bevrijden.

Muzikant

Virtuoos

Apollo, de muzikant

Uiterst verheugd met zijn van Hermes verkregen muziekinstrument oefent Apollo met de lier tot hij een virtuoze speler is geworden en brengt, prachtig zingend met zijn heldere stem, menig lied ten gehore. Terwijl hij speelt lijken er lichtstralen van hem af te komen en straalt zijn kleding. Hij trekt veel op met de negen Muzen en brengt samen met hen, tijdens de veelvuldige feestmalen van de Goden op de Olympus, met zijn prachtige stem en het welluidende getokkel op zijn lier, vele liederen ten gehore. Hij inspireert ook menig mens, zoals Orpheus, om zich te bekwamen in de muziek en de verhalen van weleer op aangename wijze ten gehore te brengen. Ook Athena probeert tijdens de banketten van de Goden muziek te maken met een fluit die ze gemaakt heeft van een bot. Maar de Goden lachen haar uit, vanwege de bolle wangen die ze erdoor krijgt en werpt de fluit in Phrygië weg.

Marsyas

De Satyr Marsyas 1, een zoon van Olympus 2 of Oeagrus 1, vond het muziekinstrument en keek er met bewondering naar. Hij kende het gebruik ervan niet, maar merkte, toen hij erop blies, dat de fluit een toon voortbracht, en met behulp van zijn vingers liet hij afwisselend zijn adem door de gaten stromen. Hij oefende dagenlang en leerde er zo vaardig op spelen. Zelfverzekerd over zijn spel daagt Marsyas 1 op een dag Apollo uit tot een muziekwedstrijd. Apollo stemt in en zij kiezen de Muzen als scheidsrechter. Ze spraken af dat de winnaar met de verliezer mocht doen wat hij wilde. De wedstrijd begint en beiden spelen op vaardige wijze een lied op hun instrument. Dan draait Apollo zijn lier ondersteboven en speelt verder terwijl hij aan Marsyas 1 vraagt om hetzelfde te doen. Toen Marsyas 1 dat niet kon werd Apollo tot winnaar uitgeroepen. Uit wraak, vanwege de uitdaging, stroopt Apollo elk stukje huid van Marsyas 1 af en hing het in een boom om te bollen in de wind. Uit het bloed van Marsyas 1 dat op de grond stroomde ontstond de rivier die de naam van Marsyas 1 kreeg.

Koning Midas

Ook de natuurgod Pan daagt Apollo uit voor en muziekwedstrijd, waarbij Pan zijn panfluit bespeelt. Ditmaal bestaat de jury uit de berggod Tmolus 1 en koning Midas. De twee beginnen en de jury luistert ademloos toe. Iedereen is het erover eens dat Apollo de winnaar is behalve koning Midas die stelt dat dit onredelijk is. Apollo kan het niet verdragen dat zulke stomme oren nog op mensenoren lijken en zegt: ‘Je zult oren krijgen die passen bij je geest om te kunnen oordelen’. Apollo is nauwelijks uitgesproken of er prijken twee enorme ezelsoren op het hoofd van de koning. Later straft Apollo Midas nog een keer door alles wat de koning aanraakte, inclusief zijn voedsel, te veranderen in goud maar schenkt hem uiteindelijk genade.

Eerste liefde

Belediging van Eros

Omdat hij even geen muziek meer wil maken besluit Apollo zich verder te bekwamen in het boogschieten. Als hij Eros ook bezig ziet met zijn boog roept Apollo smalend: ‘Wat ben je toch aan het doen, kwajongen. Zo’n boog past toch beter om mijn schouders. Ik kan er feilloos mee schieten en heb er onlangs Python nog mee gedood. Pak liever een fakkeltje en ga je liefdesvuur verspreiden!’ Beledigd roept Eros: ‘Je schiet inderdaad altijd raak, Apollo. Maar ik raak je net zo goed met mijn pijlen.’ en raakt Apollo met een gouden pijl, die de liefde opwekt. Tevens schiet hij een loden pijl, die liefdesvuur dooft, naar de mooie Daphne 1, de dochter van riviergod Peneus, waardoor ze van geen enkele man meer iets wil weten en op de vlucht slaat als een van hen haar te na komt.

Daphne

Apollo en Daphne

Zodra Apollo Daphne 1 ziet staat hij in vuur en vlam, ziet de gloed die uit haar ogen straalt, en lippen die meer te bieden hebben. Hij kijkt naar haar blote armen en benen, droomt van datgene wat verborgen is, en jaagt die begeerte ook na. Maar zij vlucht sneller dan de wind en blijft niet staan als hij haar aanroept: ‘Daphne 1, ik smeek je, blijf! Ik volg je niet vijandig! Je vlucht, mijn Nimf, zoals een lam een wolf ontvlucht, maar ik jaag uit liefde. Pas toch op, je valt…, de doornstruiken schrammen je benen en dan krijg ik nog de schuld. Waar jij nu loopt is ruw terrein, maak minder haast, ik smeek je, vlucht niet zo snel, dan zal ik je minder haastig achtervolgen! Ik ben geen bergbewoner en ook geen onbehouwen herder die zijn kudden in het oog houdt. Denk toch na, je wéét niet wie je ontloopt, ik ben heerser van Delphi en Zeus is mijn vader!’ Hij wilde nog veel meer zeggen, maar zij rende verder en leek dubbel zo mooi.

De Laurier

Door het vluchten groeit haar gratie en de jonge god verliest zich niet langer in vruchteloze liefdespraat, maar volgt nu met versnelde pas. Hij nadert het vluchtende meisje steeds dichter en haar krachten zijn ten einde, terwijl ze uitgeput raakt van het rennen. Radeloos roept ze uiteindelijk naar haar vader: ‘Ach vader, help me! Een riviergod heeft toch macht? Bevrijdt me van dit lichaam dat me veel te mooi doet zijn!’ Haar klacht weerklinkt nog als een starre stijfheid haar bevangt. Haar zachte borst wordt door een dunne laag schors omsloten, haar armen groeien uit tot takken en haar voeten, eerst zo snel, zijn nu verstokt tot trage wortels en wordt haar hoofd een kruin. Haar gratie is het enige wat rest. Nog steeds bemint Apollo haar, zijn vingers langs de boomstam voelen haar hart nog sidderen onder de nieuwe bast, en met zijn armen om haar takken heen, als om een lichaam, kust hij het hout, maar zelfs dat hout buigt van zijn kussen weg. Dan spreekt Apollo haar toe: ‘Omdat je mijn vrouw niet kunt worden, zal je in elk geval mijn boom zijn en mijn lier en pijlenkoker sieren.’ Aldus Apollo. De laurierboom knikte met de nieuw ontstane takken en bewoog haar kruin alsof het een hoofd was. Sinds die tijd kreeg Apollo de bijnaam Daphneus.

Zeus Leto Peneus / Ladon 2 / Amyclas 2 Creusa 4 / - / Diomede 3
Apollo Daphne 1
-

Zieners en priesters

In Troje

Sinds die tijd is de tak van de laurier het teken van Apollo en dragen ook zijn priesters dit teken als bewijs dat zij aan hem gewijd zijn, en in staat om de toekomst te lezen aan de hand van verschillende tekens. Zo worden er in de oude mythen vele namen genoemd van zieners en hun bijzondere gaven. In Troje schonk Apollo aan Calchas, de zoon van Thestor 1 die eveneens een ziener was, het vermogen om de toekomst te voorspellen aan de hand van de vlucht van de vogels. Ook Cassandra, de dochter van koning Priamus, schonk Apollo zienersgaven omdat hij verliefd op haar was. Maar toen ze zijn liefde niet beantwoordde, spuwde hij haar in haar mond, waardoor niemand haar woorden geloofde hoewel ze de waarheid sprak. Ook haar broer, Helenus 1, was in staat om de toekomst te voorspellen. Maar er waren ook tempeldienaren die dienst deden in zijn heiligdommen en een rol speelden in de mythen. Zo waren bekende priesters in Troje: Panthus, Chryses 1 en Laocoon 1. Deze laatste werd door Apollo gedood omdat hij trouwde zonder instemming van de god.

In Griekenland

In Griekenland leefden eveneens zieners die ten tonele werden gevoerd in beroemde mythen. Zo waren Amphiaraus, de zoon van Oicles, en Melampus 1, de zoon van Amythaon 1, van grote waarde tijdens de tocht van de Zeven tegen Thebe. Als Amphiaraus tijdens deze veldtocht sterft wordt hij opgevolgd door Polyphides 2 die door Apollo tot de beste ziener onder stervelingen wordt gemaakt. Zo worden er in de verschillende mythen vele namen van zieners en priesters omschreven waarvan de bekendste zijn: Anius (op Delos), Maeon 1, Melampus 1, Manto 1 en haar vader Tiresias, Maron, Mopsus 1 en zijn vader Ampycus 1, Sibyl, Thiodamas 2, Polyxo 3 en nog vele anderen. Naast de tak van de laurier zijn al deze priesters en zieners te herkennen aan de witte band die zij om hun hoofd dragen. Aan deze zieners is het verboden om over zaken die de Goden betreffen te spreken zoals Phineus 1 ervaart nadat hij de plannen van Zeus aan de mensen onthult. Apollo neemt dan het licht uit zijn ogen weg en laat de Harpijen het voedsel van zijn tafel stelen.

Geneesheer

Deze zieners en priesters onderwees Apollo in zijn heiligdommen ook in de geneeskunde waardoor in de tempels vele zieke mensen kwamen. Zij hoopten, door een nacht in de tempel door te brengen, dat de god hen in hun dromen een medicijn zou tonen waardoor ze van hun kwaal genezen zouden worden. Zo wisten zijn aanhangers vele ziekten de baas te worden en vaak de Dood uit te stellen. Maar ook anderen, die een gelovig en eerbaar leven leidden, zoals de Centaur Chiron, onderwees Apollo in de geneeskunde en leerde hen vele kruiden te herkennen en te gebruiken om ziekten te genezen.

Slavendiensten

Asclepius

Ondanks de afwijzing van Daphne 1 wordt Apollo, in Thessalië, opnieuw verliefd op een meisje dat volgens de ene schrijver Arsinoe 2 heette, de dochter van Leucippus 1, en volgens de ander Coronis 1, de dochter van Phlegyas 2. Toen Apollo haar zag stond hij onmiddellijk in vuur en vlam en kwam direct met haar samen. Terwijl ze zwanger was liet hij het meisje in de gaten houden door een raaf, zodat niemand haar geweld aan kon doen. Maar zij was ontrouw en sliep met Ischys. Apollo vervloekte de raaf die dat bericht kwam brengen, en maakte hem zwart, terwijl hij tot dan toe wit was geweest, en doodde het meisje met één van zijn pijlen. Terwijl haar brandstapel al brandde, haalde hij haar kind, Asclepius, en bracht het naar de Centaur Chiron. Samen leidden ze deze zoon op tot een bekwaam geneesheer die ook vaardig was in de jacht. Volgens een enkele mythe was Eriopis ook een dochter van Arsinoe 2 en Apollo.

Zeus Leto Leucippus 1 / Phlegyas 2 - / -
Apollo Arsinoe 2 / Coronis 1
Asclepius, Eriopis

Woede van Zeus

Nadat Asclepius chirurg geworden was, en zich in het vak bekwaamd had, verhinderde hij niet alleen dat sommige mensen stierven, maar haalde zelfs gestorvenen terug uit de dood. Hij had namelijk van Athena het bloed gekregen dat uit de aderen van de Gorgo Medusa 1 gestroomd was, en dat wat uit de linker aderen gestroomd was gebruikte hij tot verderf van de mensen, en uit de rechter aderen voor hun redding. Omdat Zeus bang werd dat de mensen elkaar van de dood zouden redden trof hij Asclepius met een bliksemschicht. Uit woede over de dood van zijn zoon doodde Apollo uit wraak de Cyclopen, die de bliksemschichten voor Zeus vervaardigd hadden. De woedende Zeus wil Apollo dan in de Tartarus wilde werpen, maar door een smeekbede van Leto stelde Zeus dit vonnis bij en gaf Apollo opdracht om een jaar lang als slaaf in dienst te treden van een mens.

Slavendienst bij Admetus

Admetus in zijn wagen

Zo kwam Apollo in Pherae bij koning Admetus 1, de zoon van Pheres 1, waar hij een jaar lang als herder dienst moet doen. De deugdzame en vrome Admetus 1 ontvangt Apollo uiterst vriendelijk en stelt hem aan als herder over zijn veestapel. Vanwege de rechtschapenheid van Admetus 1 ontstaat er een warme vriendschap tussen de twee, en Apollo zorgt er tijdens zijn dienstjaar voor dat alle koeien tweelingen werpen. Hij speelt op zijn fluit ook mooie deuntjes voor de paarden van Admetus 1 waardoor deze uiterst vruchtbaar werden. Apollo fokt en traint bovendien twee merries van de koning, waardoor die zo snel worden als vogels en geoefend om schrik te verspreiden op de slagvelden.

Hulp aan Admetus

Net als vele andere vorsten dingt Admetus 1 naar de hand van de mooie Alcestis, maar wijst haar vader Pelias 1 alle aanzoeken ontwijkend af. Uiteindelijk schreef Pelias 1 een wedstrijd uit waarbij hij beloofde om zijn dochter te schenken aan diegene die wilde dieren voor een rijtuig kon inspannen. Admetus 1 vroeg Apollo hem te helpen, en deze gaf Admetus 1 een wild everzwijn en een leeuw, en spande die in voor een wagen waarmee Admetus 1 naar Pelias 1 reed waardoor die gedwongen werd zijn dochter aan hem mee te geven. Wanneer Admetus 1 voor zijn huwelijk de godin Artemis vergeet te offeren vertelt Apollo hem dat hij haar genoegdoening moet geven, of anders vroegtijdig zal sterven. Weer helpt Apollo hem door met de Moiren te regelen dat wanneer het moment van sterven voor Admetus 1 kwam, hij van de dood gevrijwaard zal worden als iemand zich vrijwillig aanbiedt om in zijn plaats te sterven.

Slavendienst bij Laomedon

Na deze wraak verlaat Apollo de berg Tmolus en vliegt door de heldere lucht naar zijn heiligdom in het Troje van koning Laomedon 1. Daar ziet hij hoe Laomedon 1 de muren van het nieuwe Troje bouwt, en hoe dat machtige bouwwerk moeizaam en langzaam vordert onder een enorme krachtsinspanning. Samen met Poseidon doet Apollo zich dan voor als sterveling en bouwt, in ruil voor een bedrag aan goud, met behulp van zijn muziek de muren op voor de koning. Tijdens deze werkzaamheden weet Apollo *urea (onvolledige naam), een dochter van Poseidon, te verleiden en verwekt bij haar de zoon Ileus. Als het werk af is ontkent Laomedon 1 dat er een afspraak over een beloning is gemaakt en dreigt Apollo, aan handen en voeten geboeid, als slaaf te verkopen naar een ver eiland. De koning dreigt ook bij het tweetal hun oren af te snijden als ze er niet snel vandoor gaan. Daarop gaan de twee verbitterd over het gemiste loon, en met wraak in het hart weg.

Zeus Leto Poseidon -
Apollo *urea
Ileus

Wraak van Apollo

Om Laomedon 1 op de proef te stellen stuurt Apollo een besmettelijke ziekte naar de stad, en Poseidon een monster dat door een enorme vloedgolf op het land wordt aanspoelde en de mensen greep. Op grond van orakeluitspraken die verkondigden dat er een eind aan de ellende zou komen wanneer Laomedon 1 zijn dochter Hesione 2 als voedsel aan het monster zou voorzetten, bond deze haar vast aan de rotsen vlak bij de zee. Heracles, die op de terugweg was van zijn negende opdracht, zag hoe Hesione 2 daar als offer was neergezet, beloofde haar te redden als hij van Laomedon 1 de merries zou krijgen die Zeus had gegeven als genoegdoening voor de roof van Ganymedes. Toen Laomedon 1 dat beloofde, doodde Heracles het monster en redde Hesione 2. Maar ook deze opdracht weigert Laomedon 1 te honoreren.

Wrekende god

Otus en Ephialtes

Zo straft Apollo iedereen die zich oneerbiedig gedraagt tegenover de Goden en loopt het voor diegenen vaak slecht af. Dat ondervinden de reuzen Otus 1 en Ephialtes 2, de zoons van Poseidon, wanneer zij op negenjarige leeftijd de Olympus bedreigen door de berg Ossa er bovenop te willen stapelen. Maar voor ze zover kunnen komen schiet Apollo het tweetal met zijn pijlen dood. Volgens een andere versie probeerde het tweetal Artemis aan te randen en stuurde Apollo een hert tussen hen door. Gek van woede proberen zij het dier met hun speren te doden, maar doodden elkaar. Als straf worden zij in de Tartarus opgesloten waar ze eeuwenlang gemarteld worden.

Niobe

Dood van Niobe's kinderen

Ook Niobe 1 moet het ontgelden wanneer zij pocht dat ze met haar twaalf kinderen vruchtbaarder is dan Leto die maar twee kinderen had. Woedend klaagt Leto tegen haar kinderen, Artemis en Apollo, over de hoogmoed van Niobe 1. Maar nog terwijl zij aan het klagen is zegt Apollo tegen haar: ‘Stil! Het stelt de straf alleen maar uit’. Hetzelfde zei Artemis, en na een snelle glijvlucht door de lucht stond het tweetal, gehuld in nevelen, al in Thebe. De zoons van Niobe 1, die in de bossen op de Cithaeron aan het jagen waren, sneuvelen één voor één door de pijlen van Apollo. De meisjes, die in het paleis verbleven, wachtte hetzelfde lot door de pijlen van Artemis. De nu kinderloze Niobe 1 is waanzinnig van verdriet, en verandert in een rots waar nu nog steeds de tranen van afdruppelen. Volgens enkele mythen overleefden echter één dochter en één zoon het drama.

Orion

Wanneer zijn zus Artemis, in weerwil van haar belofte om maagd te blijven, eens verliefd wordt op Orion neemt Apollo dit zwaar op. Hij geeft Artemis uitbranders maar zij luistert niet naar Apollo en wil met Orion trouwen. Omdat hij geen resultaat bij haar bereikt gaat Apollo over tot andere maatregelen wanneer Orion ver in de zee gaat zwemmen. Met Artemis gaat Apollo een weddenschap aan dat zij het zwarte object, ver op zee, niet kan raken met haar pijlen. Omdat ze een expert in die kunst genoemd wilde worden, schoot Artemis een pijl af en doorboorde het hoofd van Orion. De golven brachten het gebroken lichaam naar de kust, en Artemis, diep bedroefd omdat ze hem gedood had, zijn dood bewenend met vele tranen, plaatste hem tussen de sterrenbeelden.

Cragaleus

Ten gevolge van de dood van Orion was de verstandhouding tussen Artemis en Apollo enige tijd verstoord. Zij kregen ruzie over het bezit van de stad Ambracia in Epirus terwijl ook Heracles aanspraak maakte op deze stad van de Dryopen. Zij leggen hun geschil voor aan de oude, maar wijze, koning Cragaleus, met het verzoek om een uitspraak te doen. Apollo zei dat de stad hem toebehoorde omdat Melaneus 5, zijn zoon bij een onbekend gebleven vrouw, koning van de Dryopen was en hijzelf grote gunsten aan de stad had bedeeld. Artemis wilde haar geschil met Apollo binnen de perken houden, maar claimde dat zij met zijn toestemming Ambracia eerlijk had verworven. Heracles op zijn beurt bracht het argument in dat Ambracia en heel Epirus aan hem toebehoorde. Cragaleus hoorde alle argumenten aan en bevestigde dat de stad aan Heracles toebehoorde. Apollo werd woedend, raakte Cragaleus met zijn hand aan, en veranderde hem in een rots op de plek waar hij stond. De Ambracianen offerden aan Apollo, maar erkenden dat de stad van Heracles en zijn zoons was.

Zeus Leto - -
Apollo -
Melaneus 5

Liefhebbende god

Eurytus 4 / Periphas 5

Voor vrome en rechtschapen mensen is Apollo echter een vriendelijke god die niet schroomt om hen te bekwamen in een van zijn vaardigheden. Zo schenkt hij aan Eurytus 4, (één van de Argonauten) een prachtige boog en maakt hem een bekwaam boogschutter. Ook de vrome en rechtvaardige Periphas 5, een Aardgeborene die in Attica woonde en daar koning was, offerde veelvuldig aan Apollo terwijl zijn eerlijke beslissingen talloos waren. Vanwege zijn uitmuntende leiderschap begonnen de mensen van Attica hem meer te vereren dan Zeus en richtten zelfs heiligdommen voor Periphas 5 op. Zeus was hier zeer verontwaardigd over en wilde het huishuiden van Periphas 5 vernietigen met zijn bliksems. Apollo vroeg Zeus hem niet volkomen te vernietigen omdat hij voortdurend door Periphas vereerd was. Zeus gunde dit aan Apollo en veranderde de koning en zijn vrouw in vogels.

Arion

Omdat Arion 1 van Methymna zeer vaardig was in het bespelen van de lier, was koning Periander van Corinthe dol op hem. Toen Arion 1 toestemming van de koning had gekregen om zijn kunst in het land uit te oefenen en een groot fortuin had vergaard, bedachten zijn bedienden, samen met de zeelui, een plan om hem te vermoorden. Apollo verscheen in zijn droom en drong er bij Arion 1 op aan om voor zijn moordenaars te zingen met de bloemenkrans der dichters, en zichzelf over te geven aan diegenen die hem wilden komen helpen. Arion 1 volgt de droom op en wordt door Dolfijnen gered. Aan het eind van zijn leven plaatst Apollo zijn lier en de Dolfijn als Sterrenbeelden aan de hemel.

Glaucus

Toen Glaucus 3, zoon van Minos 1 en Pasiphae 1, met een bal speelde, viel hij in een kruik vol honing. Tijdens de zoektocht van de ouders, vroegen zij het orakel van Apollo naar hun jongen. Apollo vertelde hen: ‘U is een wonderkind geboren. Wie dit verklaard zal het kind naar jullie terugbrengen’. Toen hij dit gehoord had, begon Minos 1 de zieners te ondervragen en wist Polyidus 1, de zoon van Coeranus 3, het orakel te verklaren. De kleine Glaucus 3 werd door hem gevonden maar verkeerde niet meer tot der levenden. Opnieuw helpt Apollo zijn ziener door een slang naar hem toe te sturen waardoor Glaucus 3 weer levend werd. Minos 1 is hem uiteraard zeer dankbaar en stuurt Polyidus 1 met vele geschenken terug naar huis.

Eumelus

Eumelus 4, uit Thebe in Boeotië, had een zoon die Botres heette. Deze Eumelus 4 vereerde Apollo, en schonk hen gulle offers. Op een dag toen hij aan het offeren was, at zijn zoon Botres die erbij aanwezig was, de hersens van het schaap voordat het dier op het altaar geofferd was. Zich realiserend wat er gebeurde, pakte Eumelus 4 boos een brandend stuk hout van het altaar en sloeg de jongen daarmee op zijn hoofd. Botres viel, zwaar bloedend, hevig stuiptrekkend neer. Toen zijn moeder dit zag, net als de bedienden, uitten zij hevige jammerklachten. Apollo kreeg medelijden, omdat Eumelus 4 hem had vereerd, en veranderde de jongen in een bijeneter die tot aan de dag van vandaag zijn eieren ondergronds legt en daar altijd, druk in de weer, boven vliegt.

Heracles

Met de beroemde zoon van Zeus, Heracles, heeft Apollo een haatliefdeverhouding. Als beschermeling van Zeus schenkt Apollo hem, na het volbrengen van enkele grote prestaties een pijl en boog, en onderwees hem tot een volleerd schutter. Maar toen Heracles, nadat hij door Hera waanzinnig was gemaakt, zijn vrouw Megara en zijn kinderen doodde en weer bij zinnen kwam smeekte hij Apollo om een orakel hoe hij kon boeten voor zijn misdaad. Omdat Apollo dat niet wilde, nam Heracles wraakzuchtig de driepoot van het altaar weg. Op dat moment grijpt Apollo in en wil een gevecht aangaan met Heracles. Voordat dit kan gebeuren laat Zeus een bliksemschicht tussen de twee kemphanen inslaan waardoor ze begrijpen dat een duel door hun vader niet op prijs wordt gesteld. Later bracht Heracles, in opdracht van Zeus, de drievoet terug, en smeekt hij Apollo, hoewel onwillig, antwoord te geven. Apollo vertelt Heracles dan dat hij van zijn misdaad gezuiverd kan worden wanneer hij zich als slaaf laat verkopen in het buitenland aan Omphale. Ook aan het eind van zijn leven, wanneer zijn lichaam is vergiftigd door het bloed van de Centaur Nessus 1, zegt Apollo tegen Heracles dat hij een grote brandstapel moet bouwen en zichzelf verbranden om zo gezuiverd te worden van het gif.

Iason

Ook Iason, de zoon van Aeson, is Apollo goed gezind. Wanneer deze door koning Pelias 1 op pad wordt gestuurd om de Gouden Vacht te gaan halen in Colchis voorspelt Apollo aan Iason dat hij hem de weg over zee zal wijzen als Iason, aan het begin van de tocht, een uitgebreid offer brengt. Apollo had eerder aan Pelias 1 voorspeld dat hem een gruwelijk lot stond te wachten en gedood zou worden door een man uit zijn volk die op één sandaal bij hem zou arriveren. De wijze Iason doet wat hem gevraagd wordt en brengt, voordat hij vertrekt, een offer van enkele stieren aan Apollo. Ook Apollo houdt woord, geeft Iason een heilige drievoet mee, en helpt de Argonauten diverse keren tijdens hun tocht en wijst hen de weg, of redt ze uit een benarde situatie.

Liefdes met mensen

Acalle

Op Kreta deelt Apollo eens in het geheim het bed met Acalle, de dochter van koning Minos 1. Ze bevalt negen maanden later van een zoon Miletus 1 die ze, uit angst voor haar vader, in het bos te vondeling legt. Door de wil van Apollo kwamen er wolven uit het bos om het kind te bewaken en melk te geven. Minos 1 is echter zo kwaad op zijn dochter dat hij haar in ballingschap naar Lydia stuurt. Volgens enkele andere schrijvers heette haar zoon niet Miletus 1 maar Amphithemis (Garamas). Volgens weer een andere schrijver was de moeder van Miletus 1 niet Acalle, maar Aria of Deione.

Zeus Leto Minos 1 / Cleochus / - - / - / -
Apollo Acalle / Aria / Deione
Miletus 1 / Amphithemis (Garamas)

Aethusa

Met Aethusa, de dochter van de zeegod Poseidon en de Plejade Alcyone 3, verwekt Apollo de zoon Eleuther die als eerste een standbeeld voor Dionysus 2 opricht.

Zeus Leto Poseidon Alcyone 3
Apollo Aethusa
Eleuther

Apis

Bij een onbekende vrouw verwekt Apollo in Locrië een zoon Apis 2. Deze zoon maakte Apollo tot een bekwaam genezer en ziener die het land van de Pelasgen zuiverde van dodelijke monsters met tovenarij en spreuken.

Zeus Leto - -
Apollo -
Apis 2

Chione

Soms hielden twee Goden gelijktijdig van dezelfde vrouw. Zo gebeurde dat met Chione 2, de dochter van Daedalion, die door sommige oude schrijvers ook wel Philonis genoemd wordt. Wanneer het meisje veertien jaar is komen op een dag Apollo vanuit Delphi, en Hermes vanaf de Cyllene, die beiden direct verliefd op het meisje werden toen ze haar zagen. Apollo stelt zijn verlangens uit tot middernacht maar Hermes kan niet wachten en bestrijkt de ogen van het meisje met zijn staf. Ze ligt in hemelse betovering en staat de lust van de god toe. Maar ’s nachts verkleedt Apollo zich als oude dienares en deelt eveneens het bed met het meisje.

Na een zwangerschap van negen maanden brengt Chione 2 twee zoons ter wereld. Philammon 2 van Apollo, en Autolycus 1 van Hermes. Vanwege het verdriet om zijn enige dochter wilde Daedalion van een hoge rots springen maar werd door Apollo veranderd in een vogel, de havik. Volgens een enkele schrijver was de moeder van Philammon 2 niet Chione 2 of Philonis maar Leuconoe 2, een zuster van Daedalion.

Zeus Leto Daedalion / Daedalion / Eosphorus -
Apollo Chione 2 (Philonis) / Leuconoe 2
Philammon 2

Chrysothemis 3

Parthenos is de dochter van Apollo die hij op het schiereiland Chersoneus verwekte bij het meisje Chrysothemis 3. Omdat deze dochter jong stierf wordt ze door Apollo als het sterrenbeeld Maagd tussen de sterren geplaatst.

Zeus Leto - -
Apollo Chrysothemis 3
Parthenos

Cleobule

Bij het meisje Cleobule 3 verwekt Apollo de zoon Euripides. Of hier de bekende tragedieschrijver mee bedoeld wordt is onduidelijk.

Zeus Leto - -
Apollo Cleobule 3
Euripides

Creusa

Net buiten Athene maakt Apollo, in een grot aan de kust, met geweld Creusa 1, de dochter van koning Erechtheus, tot zijn vrouw. Toen haar tijd gekomen was beviel ze in dezelfde grot waar ze door Apollo verkracht was, en legde haar zoon Ion 1 in een korf om daar te sterven. Apollo beschermt zijn kind en stelt twee slangen als bewakers aan, terwijl hij zijn broer Hermes vraagt om het kind met mand en al naar zijn tempel in Delphi te brengen. Op het moment dat Hermes de mand op de trap van de tempel neerzet komt Apollo’s priesteres naar buiten en neemt uit medelijden het kind in de tempel op waar zij hem opvoedt. Jaren later komt Creusa 1 naar Delphi om advies te vragen aan het orakel over haar kinderloosheid. Door inmenging van Apollo herkent zij de volgende dag de jongen als haar eigen zoon en neemt hem mee naar huis. Later zal Ion 1 de stamvader worden van de Ioniërs op de Peloponnesus.

Zeus Leto Erechtheus -
Apollo Creusa 1
Ion 1

Amphissa

In Thessalië leefde eens het meisje Amphissa die er voor koos om maagd te blijven en als herder haar kudden te weiden. Apollo kon het mooie meisje echter niet weerstaan, ontvoerde haar naar Libya waar hij Amphissa onder bracht bij de Nimfen en verwekte bij haar de zoon Aristaeus. De Nimfen gaven de jongen naast zijn eigen naam nog twee andere namen: Numius (Herder) en Agreus 1 (Jager). Apollo stichtte er vervolgens een stad die hij naar haar vernoemde. Amphissa maakte hij tot Nimf en bracht zijn zoon naar Chiron om opgevoed te worden.

Zeus Leto Macareus 2 Canace
Apollo Amphissa (Euboea 1)
Aristaeus (Numius / Agreus 1)

Cyrene

Ook de Nimf Cyrene 2 koos ervoor om maagd te blijven maar werd eveneens door Apollo verleid. Uit deze ontmoeting kwam de zoon Idmon 1 voort. Deze zoon ging bij zijn stiefvader Abas 2 wonen waar hij, door zijn echte vader, een uiterst kundige voorspeller werd via het duiden van de vlucht der vogels.

Zeus Leto Peneus / Hypseus 1 - / Nimf 4
Apollo Cyrene 2
Idmon 1

Delphus

Bij een onbekend gebleven sterfelijke vrouw verwekte Apollo de zoon Delphus.

Zeus Leto - -
Apollo -
Delphus

Dryope

Dryope 1 is het mooiste meisje van Oechalia of Oeta en hoedde, in gezelschap van de Hamadryadische Nimfen, de kuddes van haar vader. Deze Nimfen, die graag in haar gezelschap verkeerden leerden het meisje dansen en zingen. Apollo, die haar zag dansen, voelde een grote drang om met haar te paren en veranderde zich in een schildpad. Dryope 1, samen met de andere Nimfen, was er door geamuseerd en speelde met het diertje. Ze zette hem aan haar boezem waarna Apollo de schildpad veranderde in een slang. De verschrikte Nimfen lieten Dryope 1 alleen waarna Apollo de liefde met haar bedreef. Dryope 1 rende daarna bang naar het huis van haar vader, Eurytus 2, maar zei niets tegen haar ouders. Toen Andraemon 4, de zoon van Oxylus 2, korte tijd later met Dryope 1 trouwde, beviel zij van Amphissus, de zoon van Apollo. Zodra Andraemon 4 volwassen was bewees hij een sterkere man te zijn dan alle anderen, en stichtte een stad bij de berg Oeta die de naam van de berg kreeg.

Zeus Leto Eurytus 2 -
Apollo Dryope 1
Amphissus

Hecabe

Volgens een minder gangbare variant in de mythen is Troilus een zoon van Hecabe 1 en Apollo, in plaats van Hecabe 1 en Priamus, de koning van Troje.

Zeus Leto Dymas 1 -
Apollo Hecabe 1
Troilus

Hypermnestra

Volgens een enkele schrijver was de ziener Amphiaraus niet de zoon van Oicles maar van Apollo en Hypermnestra 1, de dochter van Thestius.

Zeus Leto Thestius Eurythemis
Apollo Hypermnestra 1
Amphiaraus

Hyria

Bij Hyria, de dochter van Amphinomus 2, verwekt Apollo een zoon Cycnus 7. Deze zoon was een mooie verschijning maar lomp en boers van karakter die dol was op de jacht en in het land woonde tussen Pleuron en Calydon. Op een gegeven moment maakt Cycnus 7 een eind aan zijn leven door zich in het meer van Canope te werpen. Zijn moeder Hyria doet uit verdriet hetzelfde, waarna Apollo de twee verandert in zwanen en het meer omdoopt tot Zwanenmeer.

Zeus Leto Amphinomus 2 -
Apollo Hyria
Cycnus 7

Lapithes

Volgens enkele oude schrijvers was ook Lapithes 1 een zoon van Apollo, die hij verwekte bij een onbekende sterfelijke vrouw.

Zeus Leto - -
Apollo -
Lapithes 1

Manto 1

In Delphi is Manto 1, de dochter van de beroemde ziener Tiresias, werkzaam in de tempel als priesteres van Apollo. Bij haar verwekte Apollo een zoon Mopsus 1 en onderwijst hem als geen ander in de kunst van het voorspellen door het duiden van de vlucht der vogels. Deze zoon zou deelnemen aan de jacht op het Everzwijn 2 van Calydon.

Zeus Leto Tiresias -
Apollo Manto 1
Mopsus 1

Phthia

Bij Phthia 2, een vrouw uit de stam der Cureten die in het gebied leefden dat later Aetolië genoemd zou worden, verwekt Apollo drie zoons: Dorus 2, Laodocus 2 en Polypoetes 2.

Zeus Leto - -
Apollo Phthia 2
Dorus 2, Laodocus 2, Polypoetes 2

Proclia

Volgens enkele oude schrijvers is Apollo op het eiland Tenedos de vader van Tenes bij Proclia in plaats van Cycnus 3. Deze zoon werd zeer geliefd door zijn vader want Thetis waarschuwde Achilles bij de landing op het eiland dat hij Tenes niet mocht doden daar Apollo hem anders zou doden.

Zeus Leto Laomedon 1 Strymo / Placia / Leucippe 1
Apollo Proclia
Tenes

Psamathe

Nadat Apollo de slang bij Delphi had gedood kwam hij bij het huis van koning Crotopus. Deze koning heeft een kuise dochter, Psamathe 2, die het geweld van Apollo verafschuwde. Toch heeft ze een rendez-vous met de god en krijgt negen maanden later een zoon, Linus 4. Om haar schande geheim te houden voor haar vader legt ze het kind te vondeling, waarna de baby verscheurd werd door wilde honden. Van verdriet biecht Psamathe 2 haar escapade op aan Crotopus, maar die is onverbiddelijk en laat zijn dochter een gruwelijke dood ondergaan. Apollo vernam dit bericht te laat en bedacht een troost voor haar ellendige lot. Hij creëerde een monster in de onderwereld dat ’s nachts de huizen in het koninkrijk van Crotopus binnensloop en daar de pasgeboren baby’s bij de moederborsten wegrukte en opvrat.

Koning Crotopus laat het er echter niet bij zitten en gaat met een grote groep jongemannen achter het monster aan. Met zwaarden en scherpe staken weten ze het monster te doden. Maar dan ontsteekt Apollo in een razende woede en, terwijl hij op de top van de Parnassus zit, dreef de groep met pest verwekkende pijlen uiteen en doodde velen van hen. Door de pest verrot de oogst op het land. Ten einde raad gaat Crotopus naar de tempel van Apollo om genade af te smeken, en zijn eigen leven aan te bieden als genoegdoening. Uit respect voor deze moed laat Apollo de pest verdwijnen en liet Crotopus zijn leven behouden die sindsdien een jaarlijks festival organiseert om de god te verzoenen.

Zeus Leto Crotopus -
Apollo Psamathe 2
Linus 4

Rhoeo

Staphylus en Chrysothemis 3, uit Castabus op Chersonesus, kregen drie dochters, die Molpadia 1, Rhoeo en Parthenos werden genoemd. Apollo sliep met Rhoeo en maakte haar zwanger. Haar vader, die geloofde dat zij door een gewone sterfelijke man was verleid, werd boos, sloot woedend zijn dochter op in een kist, en wierp die in zee. Maar de kist spoelde aan op Delos, waar Rhoeo beviel van een jongen die zij Anius noemde. En Rhoeo, die op deze wonderlijke manier onverwachts was gered, lag de baby op het altaar van Apollo en bad tot de god om het leven van zijn eigen kind te redden. Daarop verborg Apollo het kind een tijdje, maar dacht later na over de opvoeding van het kind, onderwees hem in de voorspellingen, en verleende hem zo veel eer.

De zussen van het meisje vielen in slaap toen ze naar de wijn van hun vader keken, een drank die pas recent ontdekt was door de mensen. Terwijl zij sliepen kwam een huiszwijn binnen, brak de wijnkruik, en vernietigde zo de wijn. De meisjes, toen zij zagen wat er gebeurd was, vluchtten uit angst voor hun vader naar de kust en stortten zich van de hoge rotsen af in zee. Maar Apollo, uit genegenheid voor hun zus, redde de meisjes en vestigde ze in steden op Chersonesus.

Zeus Leto Staphylus Chrysothemis 3
Apollo Rhoeo
Anius

Sinope

In Boeotië ontvoert Apollo de Najade Sinope 2, de dochter van riviergod Asopus 1, die eens bij Zeus had bedongen om maagd te blijven. Maar Apollo laat zich hierdoor niet weerhouden en ontvoerd de maagd naar Assyrië waar hij haar tot de liefdesdaad dwingt. Uit deze ontmoeting kwam de zoon Syrus voort die later koning van de Syriërs zou worden.

Zeus Leto Asopus 1 Metope 2
Apollo Sinope 2
Syrus

Thero

In Boeotie beminde Apollo Thero, de dochter van Phylas 3 en werd vader van de paardentemmende Chaeron met zijn taaie kracht.

Zeus Leto Phylas 3 Deiphile
Apollo Thero
Chaeron

Afgewezen liefdes

Marpessa

Apollo maakt op een gegeven moment de mooie Marpessa 1 het hof en ontvoert het meisje. In haar angst vraagt ze aan Zeus om in een IJsvogeltje veranderd te worden. Maar ook de sterke Idas 1, een zoon van Aphareus 2, die op dat moment de sterkste man van de wereld is heeft zijn oog op Marpessa 1 laten vallen. Hij komt de god achterna met een, van Poseidon gekregen, gevleugelde wagen en pakt Marpessa 1 van Apollo af. Op zijn beurt gaat Apollo het tweetal achterna en haalt hen bij Messenië op de Peloponnesus in. Daar breekt tussen de twee een gevecht uit om de gunsten van het meisje waarbij Idas 1 Apollo bedreigt met diens eigen boog. Dan haalt Zeus de twee kemphanen uit elkaar, en laat het meisje beslissen met wie ze wil samenwonen. Omdat Marpessa 1 bang is dat Apollo haar in de steek zal laten, wanneer ze oud is, kiest ze voor Idas 1.

Sibyl

Eens raakt Apollo in vuur en vlam voor het kuise meisje Sibyl. Hij probeert haar met cadeaus voor zich te winnen en zegt tegen haar: ‘Zeg maar wat je hebben wilt, Sibyl, en je zult je wens vervuld zien’. Daarop wijst zij op een hoop bijeengeworpen zand en vraagt Apollo evenzoveel jaren te mogen leven als al die korrels bij elkaar, maar vergat daarbij om ook de eeuwige jeugd te vragen. Apollo wil haar die hoge leeftijd wel schenken, mits hij haar beminnen mocht. Maar Sibyl wees hem af en leidde sindsdien een ongehuwd bestaan, waarbij ze evenzovele jaren leefde als er zandkorrels in de bewuste hoop zaten. Door de ouderdom verschrompelt ze tot een oud vrouwtje, vol plooien, en krimpt uiteindelijk tot een nietig mensje. Apollo heeft echter nooit meer naar haar om gekeken.

Mannelijke liefdes

Branchus

Apollo schuwde de mannenliefde niet en beminde, net als de jongen Hyacinthus 1, ook de herder Branchus 2 terwijl deze zijn geiten liet grazen.

Zeus Leto - -
Apollo Branchus 2
-

Hyacinthus 1

De grootste liefde van Apollo is die met de mooie jongen Hyacinthus 1 die in Delphi woonde. Apollo dacht niet meer aan zijn orakels, en verwaarloosde al zijn taken om maar in de buurt van de jongen te zijn. Hij zeulde met diens netten, dreef de kudde van de jongen door de bergen en voedde zo dagenlang zijn hartstocht. Op een dag, midden in de zomer, doen ze hun kleren uit, en smeren zich met glanzende olie in voor een wedstrijd met de discus. Apollo gooit als eerste en werpt de schijf ver weg door het wolkendek. Ook Hyacinthus 1 werpt, maar de schijf werd door de wind, de jaloerse Zephyrus 1, weer naar hem terug geblazen en kwam tegen zijn hoofd. zodra Apollo dit zag wordt hij zo bleek als een vaatdoek, tilt de jongen in zijn schoot, en dept het bloed weg dat uit de vreselijke wond druipt. Maar ondanks als zijn vermogens is Apollo niet in staat om Hyacinthus 1 te genezen, en sterft de jongen.

Treurend zit Apollo naast het dode lichaam en zegt: ‘Nu sterf je, Hyacinthus 1, van je eerste bloei beroofd! Ik zie de wond die mij beschuldigt. Mijn rechterhand is door jouw dood veroordeeld, ik ben de oorzaak van je dood! En toch, waar ligt mijn schuld? Tenzij het discusspel de schuld moet krijgen, of omdat wij schuldig zijn omdat wij minnaars waren. Ai, kon ik mijn leven maar voor jou afstaan, of met jou de dood ingaan! Maar daar mijn lotsbeschikking dat niet toestaat, zal je voor altijd bij mij zijn. Je naam blijft op mijn lippen, en als ik mijn lier bespeel zullen mijn liederen jou bezingen! Je wordt een nieuwe bloem, waarin mijn klachten staan getekend.’ Zodra Apollo dit had gezegd verdween het bloed op de grond. Glanzend stond daar een bloem die op een lelie leek, maar purper van kleur was, en tekende Apollo op die bladeren de inscriptie Ai, Ai. Letters waarmee hij zijn smart uitdrukte.

Zeus Leto Pierus / Amyclas 2 / Oebalus 1 Clio 1 / Diomede 3 / -
Apollo Hyacinthus 1
-

Cyparissus

Kort daarna wordt Apollo verliefd op Cyparissus, een wonderschone jongen van het eiland Ceos. Maar ook deze liefde is geen lang leven beschoren. Want als de jongen per ongeluk zijn geliefde reuzenhert met een speer doodt is hij ontroostbaar. De jongen blijft maar om het dode dier treuren terwijl Apollo hem probeert te troosten. Uiteindelijk smeekt Cyparissus de Goden om eeuwig in de rouw te mogen blijven en wordt hij door hen veranderd in een Cipresboom. Apollo is wederom uiterst verdrietig en zegt na de metamorfose tegen de boom: ‘Ik zal altijd om je treuren en jij om anderen want je zult het symbool zijn van verdriet.

Zeus Leto - -
Apollo Cyparissus
-

Hymenaeus

Net als Hyacinthus 1 was Hymenaeus 2, de zoon van Magnes 4 uit Magnesia, een wonderschone jongeling. Apollo zag de jongen, werd verliefd op hem, en wilde het huis van Magnes 4 niet meer verlaten. Opnieuw vergat Apollo alles wat er om hem heen gebeurde en stal Hermes voor de tweede keer zijn kudde.

Zeus Leto Magnes 4 -
Apollo Hymenaeus 2
-

Liefdes met godinnen

Calliope

Daar Apollo veel in de buurt van de Muzen verkeerde kon het niet uitblijven dat hij ook met hen het bed deelde. Zo verwekt hij bij de oudste Muze, Calliope, de twee zeer muzikale zoons Orpheus en Linus 1. Orpheus zou later aan de tocht van de Argonauten deelnemen terwijl Linus 1 won met zingen tijdens de eerste Spelen die in Griekenland werden georganiseerd.

Zeus Leto Zeus/ Uranus Mnemosyne / Gaea
Apollo Calliope
Linus 1, Orpheus

Thalia

Apollo deelde ook het bed met Thalia 3, een andere Muze, en werd bij haar vader van de Corybanten, de priesters van de moedergodin Cybele (Rhea).

Zeus Leto Zeus/ Uranus Mnemosyne / Gaea
Apollo Thalia 3
Corybanten

Lycoreus

Bij een onbekende Nimf 5 werd Apollo de vader van de zoon Lycoreus 2.

Zeus Leto - -
Apollo Nimf 5
Lycoreus 2

Othris

Bij de Nimf Othris verwekt Apollo een zoon Phagrus. Later krijgt deze Phagrus nog een stiefbroer wanneer Othris het bed deelt met Zeus en de zoon Meliteus het levenslicht schenkt.

Zeus Leto - -
Apollo Othris
Phagrus

Persephone

Apollo probeert net als Ares 1, ook Persephone 1, de goddelijke dochter van Demeter, in zijn bed te krijgen. Om dat voor elkaar te krijgen is hij bereid om de stad Amyclae, het eiland Delos en zijn tempel bij Clarus aan Demeter te schenken indien zij haar dochter aan hem als vrouw wil geven. Maar Demeter is bang dat Persephone 1 ontvoerd zal worden en verstopt het meisje op het eiland Sicilië waardoor Apollo achter het net vist.

Thebe

Stichting van Thebe

Apollo draagt ook Thebe, in Boeotië, een warm hart toe. Dat begint reeds bij de stichting van de stad wanneer hij Cadmus, die op zoek is naar zijn zus Europa 2, het volgende orakel geeft: ‘Je zult in het veld een koe ontmoeten, een dier dat nooit een juk gevoeld, of een ploeg getrokken heeft. Volg haar spoor en waar ze in het gras uitrust sticht jij een stad, die Thebe, in Boeotië (Koeienland), zal heten.’ Nadat Cadmus de stad gesticht had trouwt hij met Harmonia 1, de dochter van Aphrodite, en wordt er een grote bruiloft gevierd waarop ook de Goden aanwezig zijn, en voor de eerste keer geschenken aan een bruidspaar geven. Uiteraard schonk Apollo een boog, en speelt hij tijdens de bruiloft op zijn lier terwijl de Muzen vele liederen ten gehore brachten.

De eerste Dionysus

Toen Dionysus 1, het kind van Zeus en Persephone 1 dat Zagreus werd genoemd, voor de eerste keer geboren werd, en kort daarna door de Titanen verscheurd werd, ging Zeus treurend met de restanten van diens lichaam naar Apollo. Hij verzoekt hem om zijn zoon mee te nemen en het verminkte lichaam te begraven. Gehoorzaam aan zijn vader droeg Apollo de dode naar de Parnassus en lag het lichaam daar ter ruste. Later zou Dionysus 2, in Thebe, opnieuw geboren worden maar nu als kind van Zeus en Semele.

Laius

Laius

Ook de latere koning van Thebe, Laius 1, kon op de warme belangstelling van Apollo rekenen. De god voorspelt hem driemaal, in een orakel, om kinderloos te blijven wanneer hij zijn koninkrijk wilde redden. Maar Laius 1 volgde zijn natuurlijke driften en sloeg het advies van de god in de wind. Hij kreeg een zoon, die hij voor dood achterliet op de berg Cithaeron. Maar de baby werd gered door een herder die hem naar Corinthe bracht, waar hij tot volwassenheid opgroeide. Deze zoon, Oedipus, dacht dat hij een zoon van de koning van Corinthe was, terwijl hij in feite alleen door hem was geadopteerd omdat de koning kinderloos was. Maar omdat hij zijn (pleeg)ouders wantrouwde ging Oedipus naar Delphi om de waarheid te achterhalen.

Oedipus

In Delphi vertelde het orakel hem dat hij niet naar zijn vaderland terug moest keren, want daar zou hij zijn vader doden en het bed delen met zijn moeder. toen hij dit gehoord had, wilde Oedipus niet meer terugkeren naar Corinthe, omdat hij dacht dat hij het kind was van degenen die zijn ouders genoemd werden. Terwijl hij op een wagen door Phocis reed, kwam hij op een smalle weg Laius 1 tegen, die in zijn wagen kwam aanrijden. Toen Polyphontes 3, de heraut van Laius 1, hem beval opzij te gaan en een van zijn paarden doodde, omdat Oedipus weigerde en voor oponthoud zorgde, werd Oedipus kwaad en doodde hij zowel Polyphontes 3 als Laius 1. Vervolgens kwam hij in Thebe en trouwde (onbewust) met zijn moeder.

Eteocles en Polynices

Oedipus verwekt twee zoons, Eteocles 1 en Polynices, bij zijn moeder maar die kregen later ruzie over de macht. Vervolgens verdrijft Eteocles 1 zijn broer Polynices, die vlucht naar koning Adrastus 1 in Argos. Deze koning kreeg van Apollo een orakel dat er schoonzoons naderden in de gedaante van een everzwijn en een leeuw. Dan arriveren Polynices, gekleed in een leeuwenhuid, en Tydeus die een huid van een everzwijn droeg. Adrastus 1 begrijpt ineens het orakel van Apollo en geeft hen elk een dochter als vrouw. Als goed schoonvader steunt hij zijn nieuwe zoon en vormt een leger dat onder Zeven aanvoerders tegen Thebe oprukt om ervoor te zorgen dat Polynices in zijn rechten hersteld wordt. Tijdens deze strijd van de Zeven tegen Thebe sneuvelt één van de belangrijkste zieners van Apollo: Amphiaraus.

Trojaanse Oorlog

Voorspellingen

Wanneer de Trojaanse Oorlog uitbreekt zijn de Goden onderling verdeeld. Apollo is, ondanks dat hij in het verleden slecht behandeld is door koning Laomedon 1, op de hand van de Trojanen en steunt hen zoveel mogelijk tegen de Grieken. Apollo is aanwezig op de bruiloft van Peleus en Thetis, waar de kiem wordt gelegd voor de oorlog, waar hij, samen met de Muzen, vele liederen ten gehore brengt. Ondanks zijn antipathie tegen de Grieken voorspelt Apollo hen dat zij in Troje de overwinning zullen behalen. De strijd zal echter tien jaar duren en vele slachtoffers maken. In de haven van Aulis voorspelt hij hen ook dat er pas een goede wind zal gaan waaien voor de vloot nadat Agamemnon zijn dochter Iphigenia heeft geofferd aan Artemis.

Pest in het scheepskamp

In het tiende jaar van de oorlog is Apollo is de veroorzaker van de twist tussen Achilles en koning Agamemnon. Wanneer zijn priester, Chryses 1, naar het scheepskamp van de Grieken gaat om zijn krijgsgevangen dochter vrij te kopen wordt deze grof behandeld en weggestuurd door koning Agamemnon. De priester doet beklag bij zijn god die besluit om hem te helpen. Tien dagen lang schiet Apollo pest verspreidende pijlen af op het kamp van de Grieken. Uiteindelijk geven de Grieken het meisje Chryseis 1, de dochter van Chryses 1, terug aan haar vader de priester. Deze verzoekt daarop zijn god te stoppen met het sturen van ziekteverwekkende pijlen naar het Griekse kamp. Apollo geeft gehoor aan zijn gebed. De Grieken offeren vervolgens een offerdier en prijzen Apollo met een welluidend lied dat zijn hart stal toen hij het hoorde.

Hector

Aan zijn beschermeling Hector geeft Apollo een drievoudig gepantserde helm van brons om zijn hoofd te beschermen. Als de Grieken op de Trojanen afstormen, nadat deze het bestand hebben verbroken, schreeuwt hij hen vanaf de burcht tegen de Trojanen: ‘Vooruit, Trojanen in jullie strijdwagens! Geef de Grieken geen ogenblik de overhand! Ze zijn niet van steen of ijzer gemaakt! Ook zijn ze niet weerloos voor zwaard of speer! En bovendien strijdt Achilles niet meer mee want die mokt bij zijn schepen.

Hulp aan Aeneas

Even later redt Apollo de gewonde Aeneas, wanneer Aphrodite hem uit haar armen laat vallen en van het strijdtoneel wil afvoeren, maar zelf verwond wordt door de Griek Diomedes 1. Snel grijpt Apollo Aeneas, wanneer hij op de grond valt, en hult hem in een wolk om hem te beschermen tegen de lansen van de Grieken. Daarop valt Diomedes 1, in zijn overmoed, Apollo zelf aan. Driemaal slaat Apollo het schild van Diomedes 1 weg. Wanneer Diomedes 1 echter voor de vierde keer aanvalt zegt Apollo tegen hem: ‘Pas op, Diomedes 1, en verdwijn uit mijn ogen! Denk niet dat je gelijkwaardig aan een god bent. Deze zijn immers van een heel ander geslacht dan de sterfelijke mensen.’ Van schrik druipt Diomedes 1 af en Apollo draagt Aeneas weg uit het strijdtumult naar zijn tempel op de heilige heuvel van Pergamus. Aeneas wordt daar verzorgd door de godinnen Leto en Artemis. Intussen keert Apollo terug naar het slagveld en roept naar de god Ares 1. ‘Ares 1, kun jij niet wat doen aan die razende Diomedes 1. In de toestand waarin deze nu verkeert, is hij zelfs in staat om het tegen Zeus op te nemen’. Ares 1 geeft gehoor aan zijn oproep waarna Apollo terugkeert naar zijn heiligdom op de heuvel. Daar aangekomen schenkt Apollo nieuwe kracht aan Aeneas en laat hem terugkeren in de strijd. Zelf keert hij ook weer terug in de strijd en helpt samen met Ares 1 de Trojanen waar mogelijk.

Athena en Apollo

Enige tijd later ziet Apollo Athena van de Olympus naar het slagveld rennen om de Grieken te helpen. Snel loopt hij op haar af en vraagt: ‘Athena, waarom daal je zo snel van de hoge Olympus af? Met welke plannen kom je naar beneden? De ondergang van de Grieken heb je niet op het oog dus ga je zeker je best doen voor die Grieken. Maar luister naar mij, want ik heb nog een beter plan. We stoppen voor vandaag de strijd tussen de Grieken en Trojanen waarna ze morgen opnieuw kunnen beginnen en doorgaan totdat de Grieken met Troje kunnen doen wat ze willen. Jij bent immers toch niet eerder tevreden tot ze de stad met de grond gelijk hebben gemaakt.’ Daarop antwoordt Athena: ‘Koning van de boogschutters, dat was ik inderdaad van plan. Maar hoe wilt je de mannen de strijd laten staken?’ Dan zegt Apollo: ‘We kunnen bij Hector de strijdlust zo aanwakkeren dat hij één van de Grieken uitdaagt tot een tweegevecht op leven en dood. De Grieken zullen daarna één van hun beste strijders uitkiezen om het tegen Hector op te nemen.Athena stemde in met het plan en samen gaan ze, in de gedaante van twee Gieren, op een boomtak van een hoge eik zitten om de tweekamp gade te slaan.

Opdracht van Zeus

’s Nacht beveelt Zeus aan Apollo om Hector onoverwinnelijk te maken en daarnaast ook alle Grieken angst aanjagen. Het is de wens van Zeus dat de Trojanen door de muur om het kamp van de Grieken heen breken zodat de Grieken zich op hun schepen moeten terugtrekken. Tevens geeft Zeus bevel dat de andere Goden zich niet meer met de strijd mogen bemoeien. Als de volgende dag de strijd weer ontbrandt trekt Poseidon, die niet aanwezig was op de nachtelijke bijeenkomst, zich niets aan van de bevelen van Zeus en helpt de Grieken tijdens de stormloop van de Trojanen op het scheepskamp. Daarop beveelt Zeus dat Iris 1 en Apollo naar de berg Ida moeten komen waar hij op dat moment verblijft en hen instructies zal geven. Op de berg aangekomen krijgt Apollo bevel om naar Hector te gaan. ‘Wek in hem de allesvernietigende moed der wanhoop zodat hij de Grieken aanvalt waar maar mogelijk is totdat de Grieken op hun schepen zijn terug gedreven.’ zegt Zeus.

Aansporing van Hector

In de gedaante van een havik vliegt Apollo snel naar het strijdtoneel en zegt tegen Hector: ‘Waarom zit je hier op de grond Hector, ver van je manschappen? Ben je gewond?’ Hierop antwoordde Hector: ‘Wat voor god bent u heer? Weet u dan niet dat Ajax 1 mij net met een grote steen op de borst heeft getroffen toen ik zijn mannen neersabelde bij de schepen. Ik heb de moed en de kracht niet meer, en dacht dat mijn laatste uur had geslagen.’ Dan kijkt Apollo hem aan en zegt: ‘Houdt moed en heb vertrouwen, Zeus zelf zal u beschermen. Beveel uw talloze wagenmenners dat zij naar het scheepskamp rijden. Ik, Apollo, zal hen zelf voorgaan en de weg voor hen effenen en de Grieken op de vlucht jagen.’ Zo sprekend stortte Apollo moed en vertrouwen in het hart van Hector waarna deze zich weer in de strijd wierp.

Strijd voor de wal

Ook Apollo werpt zich in de strijd en gaat gehuld in een nevel de Trojanen voor. In zijn handen heeft Apollo de Aegis van zijn vader Zeus, die enorme schrik bij de mensen teweegbrengt zodra hij hiermee zwaait. Wanneer hij deze stil hield ging de strijd gelijk op, maar zodra Apollo met het kledingstuk begon te zwaaien zonk de moed bij de Grieken in de schoenen en werden bevangen door schrik, waarna zij als een kudde schapen op de vlucht sloegen. Zo zorgde Apollo ervoor dat de Grieken teruggedreven werden van de muur en konden de Trojanen die aanvallen. Wanneer Hector opnieuw zijn mannen aanmoedigt dicht Apollo, met het gemak van een god, de gracht voor de muur en maakt zo een pad waarop de wagenmenners met hun wagens naar de muur kunnen rijden. Ook valt Apollo de muur aan die de Grieken met zoveel inspanning hebben gebouwd en sloopt die stukje bij beetje. Als de Trojanen binnen het kamp zijn blijft Apollo hen beschermen. Zo voorkomt hij dat Polydamas, de zoon van Panthous, door een speer gedood werd door hem tijdig te laten bukken.

Sarpedon

De Dood van Sarpedon

Op een gegeven moment, als de Grieken bijna reddeloos verloren zijn, werpt de vriend van Achilles, Patroclus 1, zich in de strijd. Gehuld in de wapenuitrusting van Achilles richt hij een verschrikkelijke slachting aan onder de Trojanen. Ook de zoon van Zeus, Sarpedon 1, valt onder zijn handen en brengt daarna diens vriend Glaucus 1 een diepe wond in zijn arm toe. Apollo heelt echter de wond en stort zijn hart weer vol moed. Maar Zeus, in zijn almacht, heeft ondertussen besloten dat de Grieken ver genoeg teruggedrongen zijn, en laat zijn steun aan de Trojanen varen. Tegen Apollo zegt Zeus: ‘Vlug, mijn zoon, haal mijn andere zoon Sarpedon 1, weg uit het strijdgewoel en breng hem naar een afgelegen plek. Was hem daar in schoon helder water, zalf hem met ambrozijn en wikkel hem in onvergankelijke gewaden. Geef hem dan aan de Dood zodat die hem kan wegvoeren naar Lycië waar zijn familie hem kan begraven.’ Apollo voldoet aan het verzoek van zijn vader en, nadat hij zijn stiefbroer heeft afgegeven aan de Dood, keert terug naar het slagveld.

Aanval van Patroclus

De Grieken, onder aanvoering van Patroclus 1, staan intussen al weer bijna voor de poorten van Troje. De stad zou hen in handen zijn gevallen als Apollo zich niet had opgesteld op de muur om de stad. Driemaal viel Patroclus 1 de muur aan en even zovele malen wierp Apollo hem terug, zwaaiend met zijn schild en goddelijke handen. Toen Patroclus 1 voor de vierde maal kwam aanzetten riep Apollo met een verschrikkelijke kreet naar Patroclus 1. ‘Terug jij, het mooie Troje is niet voor jouw speer bestemd, zelfs niet voor Achilles, die toch veruit uw meerdere is.’ Toen Patroclus 1 dit hoorde trok hij zich terug om de woede van de god te ontwijken. Dan gaat Apollo naar de poort van de stad om Hector te helpen, die daar op zijn wagen staat te twijfelen. Apollo verschijnt naast hem in de gedaante van Asius 1, zijn oude oom, en spreekt hem toe. ‘Hector, waarom staak je de strijd en verwaarloos je jouw plicht? Ik wilde dat ik jonger was, dan zou ik je leren wat het loon van een lafaard is. Vooruit, ga achter dat tweespan van Patroclus 1 aan. Met hulp van Apollo kun je hem wellicht nog inhalen en treffen.’ Daarop geeft Hector zijn paarden de zweep en gaat Apollo voor hem uit om verwarring onder de Grieken te zaaien.

Dood van Patroclus

Als de zon begint te dalen hult Apollo zich in een dichte nevel en gaat op Patroclus 1 af. Als hij achter hem staat geeft hij de Griek een enorme klap op rug tussen zijn schouders. Door het geweld van de slag valt de helm van zijn hoofd, en puilen zijn ogen bijna uit zijn hoofd. Apollo gespte vervolgens het harnas van Patroclus 1 los dat op de grond viel. Nog steeds verdoofd door de slag wordt Patroclus 1 daarop door een speer getroffen in zijn schouder. Patroclus 1 ontwaakt uit zijn verdoving en trekt het wapen uit zijn lichaam. Maar het kwaad is geschiedt en Hector doodt Patroclus 1 met zijn lans en berooft hem van zijn wapenuitrusting.

Strijd om het lijk

De Grieken willen het lijk van Patroclus 1 terugbrengen naar hun kamp en er ontbrand een zware strijd om het naakte lichaam. Apollo stuurt Hector op Menelaus af om te voorkomen dat hij de wapenuitrusting van de Trojaan Euphorbus 1 rooft. Als Hector staat te bedenken hoe hij het beste de paarden van Patroclus 1 kan vangen spoort Apollo Hector opnieuw aan om Menelaus aan te vallen. ‘Waarom zo belust om de paarden van Achilles na te jagen. Ze zijn heel moeilijk te vangen en nog moeilijker te temmen. Alleen Achilles kan ermee omgaan, want zijn moeder is een godin. Terwijl u zich wijdt aan een gril staat daar Menelaus, gebogen over het lijk van Patroclus 1, die één van de beste strijders van Troje Euphorbus 1, heeft gedood’. Na deze toespraak trekt Apollo zich terug uit het gewoel van de strijd.

Aansporing van de Trojanen

De strijd om het lichaam van Patroclus 1 gaat onverminderd verder en Apollo blijft de Trojanen onvermoeibaar aansporen en angst zaaien onder de Grieken. Ook de Trojaan Aeneas wordt door Apollo, in de gedaante van de heraut Periphas 2, aangespoord. ‘Als Zeus je werkelijk kwaad gezind was hoe kun je dan hopen Troje te redden? Ik heb mannen gekend die, zonder steun van Zeus, op hun wapens vertrouwden. En nu hebt je nog wel de steun van Zeus. Het is zijn wens recht op de Grieken af te gaan en hen leed te berokkenen omdat zij het lichaam van Patroclus 1 proberen weg te voeren naar de schepen.’ Even later spreekt Apollo Hector aan, in de gedaante van Phaenops 3, die staat te wijfelen of hij de Menelaus zal aanvallen. ‘Welke Griek zal je ooit nog vrezen, Hector, als je bang bent voor Menelaus die als strijder nooit geweldig uitblonk? Thans valt deze Griek onze gelederen aan en sleept een goede vriend van je weg die hij zojuist heeft gedood.’ Uiteindelijk lukt het de Grieken om het lijk van Patroclus 1 te redden en wordt, vanwege de invallende duisternis de strijd gestaakt.

Gesprek met Aeneas

De volgende dag gaat Achilles als een dolleman tekeer onder de Trojanen en drijft hen definitief terug naar hun stad. Apollo houdt hem echter weg en stuurt Aeneas op Achilles af terwijl hij de gedaante van Lycaon aanneemt en zegt: ‘Aeneas, raadgever van de Trojanen. Wat is er geworden van alles dat je, wijn drinkend met de andere Trojaanse vorsten, snoevend beloofde. Vol goede wijn beloofde je om Achilles te ontmoeten in een gevecht van man tegen man.’ Daarop antwoordde Aeneas: ‘Waarom zet je me op tegen die man? Alleen het idee al maakt me misselijk. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik die kerel ontmoet. Toen ik nog vee hoedde op de berg Ida zat hij me al met zijn speer na. Gelukkig maakte Zeus me snel genoeg om aan hem te kunnen ontsnappen. Het is voor een mens onmogelijk om die man te overwinnen. Altijd heeft hij de één of andere god op zijn hand die hem steunt of hem uit de narigheid helpt. Bovendien heeft hij een speer die nooit mist en pas tot rust komt in het vlees van een strijder. Maar mochten de Goden besluiten dat er een gelijke strijd komt dan zal hij niet zo eenvoudig de zegen behalen.

Waarom roep je zelf de onsterfelijke Goden niet om hulp’, antwoordde Apollo aan Aeneas. ‘Iedereen weet toch dat je een zoon bent van Aphrodite. De moeder van Achilles is ook een godin maar van een veel lagere rang dan zij. Ga dus onmiddellijk op Achilles af en laat u niet bang maken door zijn gedreig of scheldpartijen.’ Zo stortte Apollo moed in het hart van Aeneas. Apollo gaat daarop aan de zijkant van het strijdtoneel zitten om te kijken hoe het gevecht afloopt. Ook de andere Goden zijn huiverig om zich in de strijd te mengen, bang als ze zijn om een godenstrijd te ontketenen. Achilles doodt Aeneas niet maar gaat op zoek naar Hector. Dan gaat Apollo gaat naar Hector en vertelt hem om een directe confrontatie met Achilles te mijden. ‘Blijf bij je manschappen,’ zegt hij, ‘zodat je in ieder geval omgeven bent door je mannen als hij je vindt. Treft hij je alleen dan zal zijn speer je zeker vinden of anders zijn zwaard.Hector, die in de gaten heeft dat hij door een god wordt gewaarschuwd, luistert en blijft tussen zijn mannen strijden.

Redding van Hector

Op een gegeven moment ziet Hector Achilles in de verte strijden en waagt een poging om hem te raken met zijn werpspeer. Athena heeft hem echter in de gaten, blaast de speer weg van Achilles, en stuurt die terug naar Hector waar het wapen aan zijn voeten neerkomt. Onder het slaken van luide kreten gaat Achilles vervolgens op Hector af. Maar Apollo hult zijn beschermeling in een dichte nevel, en trekt hem telkens weg als er gevaar dreigt. Driemaal haalt Achilles uit met zijn lans maar driemaal treft hij niets anders dan lucht. Uiteindelijk geeft Achilles de pogingen op en scheldt Hector uit voor lafaard die zonder de hulp van Apollo niets waard is. Achilles blijft Trojanen neermaaien als strohalmen in een veld en drijft velen de rivier de Scamander in waar hij ze stuk voor stuk doodt. De riviergod vaart op een gegeven moment kwaad uit tegen Apollo. ‘Gehoorzaamt u zo aan de bevelen van Zeus!’ Zegt hij tegen hem. ‘Zei hij niet dat u de Trojanen moest bijstaan en beschermen totdat de avond valt!

Ruzie met Poseidon en Artemis

Later wordt Apollo tijdens de strijd door de woedende Poseidon aangesproken vanwege zijn steun aan de Trojanen. ‘Kennelijk ben je de tijd in loondienst van koning Laomedon 1 vergeten Apollo.’ zegt hij tegen hem. ‘Die man dreigde onze oren af te snijden en ons te verkopen. Maar toch steun jij zijn nakomelingen! Zou je ons niet beter helpen om die Trojanen aan een ellendig einde te helpen.’ Dan zegt Apollo: ‘Ik heb geen zin om met jou te strijden Poseidon. Laten wij Goden een eind maken aan de strijd en die aan de stervelingen overlaten.’ Na dit gezegd te hebben vertrok Apollo van het strijdtoneel, maar kreeg nu de volle laag van zijn zus Artemis. ‘Zo gaat de grote boogschutter er dus vandoor en laat de overwinning aan Poseidon. Waarom draag je een boog als je hem toch niet gebruikt, lafaard. Ik zou het gepoch tegen de andere Goden over je schietvaardigheid maar laten.’ jouwt ze hem na. Maar Apollo gaf geen antwoord, en gaat naar Troje, bezorgd als hij was om de stevigheid van de muren rond de stad.

Aanval van Achilles

Achilles

Nu de Goden zich hadden teruggetrokken uit de strijd zijn de Trojanen geen partij meer voor Achilles en worden door de Grieken in de stad teruggedreven. Als de Trojanen massaal door de poorten naar binnen gaan stormt Apollo naar buiten om hen zoveel mogelijk te redden van de dood. Daar aangekomen stort hij moed in het hart van Agenor 1, de zoon van Antenor 1. Gehuld in een nevel gaat hij naast hem staan om de aanstromende Achilles te keren. Door Apollo overmoedig gemaakt werpt Agenor 1 een speer naar Achilles en raakt zijn scheenbeen die echter met een ondoordringbare scheenplaat van tin was beschermd. Woedend stormt Achilles op Agenor 1 af maar Apollo ontneemt hem de zege door Agenor 1 in een dichte mist te hullen. Vervolgens misleidde Apollo Achilles door zelf in de gedaante van Agenor 1 te verschijnen en hem van de stad weg te lokken. Achilles gaat Apollo achterna door de velden in de richting van de rivier de Scamander zodat de vluchtende Trojanen de stad binnen kunnen trekken en de poorten sluiten.

Gesprek met Achilles

Als de poort dicht is onthult Apollo zijn ware aard aan Achilles en roept tegen zijn vijand: ‘Zeg op, waarom achtervolg je mij, rappe zoon van Peleus? Hoe waagt een sterveling het om op een onsterfelijke na te jagen. Heb je dan nog steeds niet in de gaten dat ik een god ben? Heeft jouw strijdlust je verstand zo beneveld? De strijd tegen Troje ben je er kennelijk door vergeten want alle strijders zijn intussen de poort binnen gegaan. Mij zal je echter nooit kunnen doden’. Ontgoocheld antwoordde Achilles: ‘Waarom moest u me misleiden en weglokken van de muur. Veel, heel veel, Trojanen zouden vandaag nog in het stof gebeten hebben als u met uw goddelijke bemoeizucht er niet tussen was gekomen en mij van mijn roem beroofde. Als ik de macht daartoe bezat zou ik mij op u wreken.’ Verbeten als hij was ging Achilles hierna terug naar de muren van de stad.

Dood van Hector

Daar aangekomen vindt hij Hector nog buiten de poort. Deze wil in eerste instantie de strijd aanbinden met de Griek, maar besluit alsnog dat niet te doen, en vlucht voor Achilles. Snel rennend gaan ze rond de stad en Apollo schenkt Hector kracht aan zijn knieën en geeft hem vleugels. Als ze driemaal om de stad hebben gerend houdt Zeus zijn weegschaal in de hand. Deze slaat door naar het doodslot van Hector, en moet Apollo hem verlaten. Even later doodt Achilles, met steun van Athena, Hector. Vastgebonden aan zijn strijdwagen, sleept Achilles het naakte lichaam van Hector meerdere keren om de stad. Daarna rijdt hij terug naar het scheepskamp waar hij het stoffige lijk in de brandende zon laat liggen voor de honden. Dan laat Apollo een donkere wolk uit de hemel neerdalen, zodat de zon het vlees niet kon verdrogen, en beschermde het lichaam met de Aegis zodat het niet kon beschadigen tijdens de ritten om de stad.

Begrafenis van Patroclus

Als Patroclus 1 is begraven organiseert Achilles lijkspelen ter nagedachtenis aan zijn vriend. Omdat Apollo nog steeds boos is op Diomedes 1, die zoveel Trojanen doodde, slaat hij deze, tijdens de wagenrennen, de zweep uit handen om hem zo de wedstrijd te laten verliezen. Athena geeft de zweep echter terug aan Diomedes 1. Ook tijdens de wedstrijd boogschieten bemoeit Apollo zich met de uitslag. Als Teucer 1 aan de beurt is om te schieten vergeet hij een passend offer te beloven aan Apollo als hij zijn doel raakt. De god laat vervolgens zijn pijl afzwenken waardoor Teucer 1 zijn doel mist. Meriones belooft wel een offer aan Apollo, en zijn pijl raakt trefzeker het doel, een hoog vliegende duif.

Godenraad

Intussen ligt nog steeds het lijk van Hector onbegraven achter de strijdwagen van Achilles. Na elf dagen neemt daarop Apollo het woord in de raad der Goden. ‘Goden,’ zegt hij, ‘wat bent u verschrikkelijk wreed. Heeft Hector dan nooit voor jullie een offer gebracht van uitgelezen runderen of geiten. En nu doen jullie geen enkele moeite om zijn lijk te redden zodat zijn vrouw, zijn vader of zijn volk hem terug kunnen zien. Ze zouden hem met pracht en praal cremeren. Nee liever beschermen jullie de koppige Achilles die zich nooit weet te gedragen. Als een leeuw zint hij op wreedheid zonder achting of eerbied voor anderen. Die Achilles blijft het lijk maar slepen rond de muren en het graf van Patroclus 1. Is dat edel en voorbeeldig?’ Woedend geeft Hera hem repliek op zijn woorden maar Zeus sust de opkomende ruzie en geeft opdracht om Thetis, de moeder van Achilles, naar de Olympus te laten komen. Zij moet Achilles bewerken om hem het lijk van Hector terug te laten geven aan zijn vader.

Dood van Achilles

De Trojanen krijgen het lichaam van Hector terug maar zijn, zonder hun dode leider, niet in staat om de Grieken ver van hun muren te jagen. Na de begrafenis van Hector vallen ze onder aanvoering van Achilles opnieuw de stad aan en ontsteekt Apollo in woede. Vlug springt hij van de Olympus af en schreeuwt naar Achilles, terwijl hij op de muur staat: ‘Ga weg van de Trojanen, zoon van Peleus! Het betaamt u niet veel langer om uw vijanden te doden, opdat anders een Olympische god uw trots vernedert.’ Maar Achilles trekt zich niets van hem aan en roept dapper terug: ‘Apollo, waarom zet je mij tegen mijn wil op om te vechten met de Goden, en wil je die arrogante Trojanen beschermen? Voorheen heb je mij al door misleiding van de strijd afgewend, toen je Hector voor de eerste keer van zijn vernietiging redde, waardoor alle Trojanen in Troje in juichen uitbarstten. Nee, trek jezelf terug, keer terug naar het huis van de Gezegenden, opdat ik je niet versla – ja, hoewel je onsterfelijk bent!’ Dan verdwijnt Apollo, die woedend is, uit het zicht van de sterfelijken en gaat achter Paris staan die vanaf de muur op de Grieken schiet. De pijl die hij afvuurt stuurt Apollo richting Achilles en komt in de hiel van de held terecht, de enige plek van zijn lichaam waar hij kwetsbaar was. Lange tijd houdt Achilles de strijd nog vol maar sterft uiteindelijk aan de wond. Dan keert Apollo tevreden terug naar de Olympus.

Woede van Hera

Daar aangekomen ziet Hera hem en zegt: ‘Wat een smadelijke daad heb jij vandaag verricht, Apollo. Ben je de dag vergeten waarop alle Goden aanwezig waren op de bruiloft van Peleus? Ja, te midden van alle feestvierders zong jij hoe Thetis de zee verliet om de bruid van Peleus te worden. Hoe alle kinderen van de aarde kwamen luisteren terwijl jij op je harp speelde. Ben je dit allemaal vergeten, en nu heb je een meedogenloze daad verricht, een op een god lijkende man gedood, hoewel je met de andere Goden nectar hebt gedronken, biddend dat hij de zoon zou worden die Thetis aan Peleus kon schenken. Maar dat gebed ben je vergeten terwijl je de Trojanen bevoordeelde. Hij, een sterveling, in tegenstelling tot jou, onsterfelijk! O, jij bent van je verstand beroofd, jij ellendeling! Achilles betoonde ons altijd respect, ja, was van ons ras. Ha, maar de straf van Troje zal niet verminderen, hoewel Achilles is gesneuveld. Want zijn zoon zal binnenkort van Scyros naar de oorlog komen om de Grieken te helpen, niet minder in kracht dan zijn vader, een vloek voor zijn vele vijanden. Maar jij, jij dwaas, hoe kun jij de Nereide onder ogen komen, wanneer zij tussen de Goden in de hal van Zeus staat, die jou eens prees, en liefhad als haar eigen kind?’ Maar Apollo zegt niets, en loopt zwijgend door.

Einde van de oorlog

Als de Trojanen tegen het einde van de Trojaanse oorlog het houten paard binnen de muren van de stad willen trekken waarschuwt Cassandra en Laocoon 1 dat dit een list van de Grieken is om hun stad te veroveren. Ook Apollo stuurt de Trojanen een teken. Twee slangen 7 kwamen door de zee vanaf de naburige eilanden aanzwemmen en verslinden de zoons van Laocoon 1. Ondanks al deze waarschuwingen luisteren de Trojanen niet en is hun lot beslecht. In een nachtelijke aanval veroveren ze heel de stad en branden die tot de grond toe af. Slechts enkele Trojanen, waaronder Aeneas, weten de stad veilig te ontvluchten en gaan met enkele schepen op zoek naar een nieuw vaderland. Gedurende deze reis steunt Apollo Aeneas vele malen met raad en daad om er zo voor te zorgen dat de Trojanen in Italië een nieuw Troje kunnen stichten. Wanneer de Grieken met hun schepen naar huis zijn gevaren, besluiten Poseidon en Apollo om de muur, die de Grieken om hun kamp hadden gebouwd, te vernielen. Ze verzamelen al het water van de rivieren de Rhesos, Heptaporos, Caresos Rhodios, Granicos, Asopus, Scamander en de Simois in één monding. Deze geweldige rivier laten ze negen dagen lang beuken tegen de muur terwijl Zeus het onafgebroken laat regenen. Stukje bij stukje wordt de muur gesloopt en afgevoerd naar zee totdat er van het complete kamp niets meer over is en het land weer in oude staat hersteld is.

Orestes

Orakel van Apollo

Bij zijn terugkomst in Griekenland wordt Agamemnon door zijn vrouw, Clytaemnestra, en haar minnaar verraderlijk gedood terwijl hij een bad neemt. Orestes 2, de zoon van Agamemnon en Clytaemnestra besluit jaren later wraak te nemen en vraagt via een orakel advies aan Apollo hoe hij dat het beste kan doen. Hoewel dat volgens de Griekse wetten ten strengste is verboden raadt Apollo Orestes 2 aan om zowel Clytaemnestra als haar minnaar te doden. Hij zegt hem tevens toe dat hij voor deze daad vrijuit zal gaan. Orestes 2 volgt het advies van Apollo op en doodt het overspelige tweetal. Na deze dubbele moord wordt Orestes 2 echter achtervolgd door de Erinyen die hem als straf tot waanzin drijven. Daarop klaagt Orestes 2 bij Apollo, die hem adviseert de moed niet op te geven en naar Athene te gaan om daar voor de rechtbank te verschijnen. ‘Daar zullen wij, met rechters voor uw zaak en met woorden middelen vinden u voor altijd van dit lijden te verlossen, want ik heb u aangespoord uw eigen moeder te doden. Denk eraan, laat uw geest niet bezwijken van angst. En u, broer van mijn eigen bloed, zoon van mijn vader, Hermes, bescherm hem. Doe uw naam eer aan en wees zijn Geleider, hoedt deze man die mijn smekeling is. U weet, Zeus respecteert het respect voor wie buiten de wet staat. Laat hem onder gunstig geleide de wereld ingaan.

Aresheuvel

Na veel lijden komt Orestes 2, en de Erinyen, in Athene aan waar zij zich melden voor de rechtbank op de Areopagus die door de godin Athena wordt voorgezeten. Orestes 2 legt zijn geval aan de rechtbank voor en roept als getuige Apollo op. Deze houdt een vurig pleidooi voor zijn beschermeling en stelt dat Orestes 2 niet veroordeeld mag worden. Ook de Erinyen komen aan het woord en stellen dat er geen enkele excuus is voor de moord die Orestes 2 begaan heeft op zijn moeder. Wanneer er vonnis gewezen moet worden staken de stemmen van de rechters en moet Athena uiteindelijk de beslissing nemen en besluit, na veel wikken en wegen om Orestes 2 vrij te spreken. Sindsdien staat de rechtbank bekend als Areopagus en dienen vonnissen minimaal met één stem meerderheid geveld te worden.

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz