Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Argia 1

Argia 1 is de oudste dochter van koning Adrastus 1 uit Argos en zijn vrouw Amphithea 1. Ze heeft twee jongere zussen, Deipyle en Aegialia, en de halfbroers, Cyanippus 1 en Aegialeus 1. Deze laatste twee had haar vader bij andere vrouwen verwekt. Argia 1 en Deipyle, die al enkele jaren de huwbare leeftijd zijn gepasseerd en een jaar in leeftijd verschillen, zijn nog steeds ongetrouwd. Dit werd veroorzaakt door een orakel dat hun vader had gekregen van de god Apollo. Volgens dit orakel zou hij zijn dochters ten huwelijk schenken aan een borstelig zwijn en een geelbruine leeuw. Adrastus 1 en zijn ziener Amphiaraus begrijpen niets van dit orakel, terwijl de meisjes alleen al bij het vooruitzicht huiveren. Maar gehoorzaam aan hun vader schikken zij zich in hun lot en wachten in spanning de toekomst af.

Aankomst van Tydeus en Polynices

Op een nacht worden Argia 1 en Deipyle door hun vader uit bed geroepen en moeten naar de ontvangstkamer komen. Snel gehoorzamen ze aan zijn bevel, kleden zich op hun mooist aan en doffen hun gezichten op, waarna ze naar hun vader gaan. Deze heeft twee gasten op bezoek waarop de twee meisjes hen nieuwsgierig en steels van opzij aankijken. Van schrik schiet er bij hen een blos over de wangen en worden lijkbleek. Want de één draagt een mantel van een leeuwenhuid terwijl de ander die van een everzwijn om zijn schouders heeft hangen. Bang kijken ze naar hun vader die hen opdracht geeft om een maaltijd gereed te maken voor zijn gasten, Polynices en Tydeus, en die aan hen op te dienen. Als ze hiermee klaar zijn stuurt Adrastus 1 Argia 1 en Deipyle weer terug naar hun kamer.

Huwelijk

De volgende dag krijgen de zussen van hun vader te horen dat ze gaan trouwen. Gisteravond was het orakel van Apollo Adrastus 1 duidelijk geworden toen de twee mannen, gekleed als everzwijn en leeuw, in zijn huis arriveerden. Het zijn twee mannen van koninklijke afkomst die door problemen hun vaderland moesten verlaten. Argia 1 zal als vrouw gegeven worden aan Polynices, en Deipyle aan Tydeus. Tegen Argia 1 zegt Adrastus 1 tevens dat hij haar toekomstige man heeft beloofd hem te helpen weer aan de macht te komen in Thebe, waar hij vandaan kwam.

Bruiloft

De bruiloft van Argia

Toen het nieuws over de dubbele bruiloft zich door het land verspreidde kwamen van alle windstreken de gasten naar Argos. Op de trouwdag verdringen zich vele vrouwelijke gasten om Argia 1 en Deipyle en hernieuwen oude familiebanden. De ervaren vrouwen stellen hun angstige harten gerust en vertellen de meisjes wat zij moeten weten voor de eerste huwelijksnacht. Even later loopt het gezelschap de trappen op naar de bruiloftszaal als precies op dat moment een bronzen schild uit de nok van de tempel naar beneden valt en met veel geraas op de grond klettert. Iedereen schrikt en ziet dit als een slecht voorteken. Maar de plechtigheid gaat onverdroten verder. In pracht en majesteit, door uiterlijk en kleding, staat Argia 1 met Polynices voor het altaar. Om haar hals heeft ze een prachtige halsketting hangen, die ooit van Harmonia 1 is geweest, en ze van Polynices heeft gekregen. Dan, met een laatste hunkering naar haar maagdelijkheid, wordt Argia 1 in de echt verbonden met haar man Polynices.

Onrust

Enkele weken later, op een ochtend, terwijl ze nog op bed liggen en Argia 1 haar armen om Polynices heeft geslagen, zegt ze tegen hem: ‘Welke gedachten, lieve man, houden je zo bezig? Er ontsnapt niets aan de ogen van je liefhebbende vrouw. Ik weet van je slapeloze klachten en je bittere zuchten, als je aan Thebe denkt. Hoe vaak raak ik je met deze handen aan en ontdek dat je gezicht nat is van de tranen. Het is niet onze scheiding die me bezig houdt, hoewel onze liefde nog steeds pril is, noch heeft ons bed de eerste gloed van onze passie verloren. Het is je eigen veiligheid, o geliefde dat mijn hart zorgen baart. Wil jij je rijk ongewapend opzoeken, zonder vrienden? En zou je in staat zijn om Thebe veilig te verlaten, als je broer Eteocles 1 weigert om de macht af te staan? Ja, hij is trots en arrogant met die van jou gestolen macht! Maar ik ben ook doodsbang vanwege de waarzeggers. Waarheen zal de reis je leiden? Behalve dat het een gekoesterde passie is die je naar Thebe trekt?’ Daarop troost Polynices zijn vrouw, zegt dat ze zich geen zorgen moet maken, drukt een kus op haar wang, en mompelt dat er ooit gerechtigheid zal komen.

Klacht Argia

Maar Argia 1 kan de stille klacht van Polynices niet langer verdragen en gaat, als hij weer eens in zijn bed ligt te woelen, midden in de nacht naar haar vader. Met een gezicht dat ontsiert is door tranen zegt ze tegen Adrastus 1: ‘Ik kom naar u toe, vader, zonder mijn droevige man, want mijn slaap wordt sinds onze trouwdag door hem verstoord. Hij ligt elke nacht te woelen en kreunt dan over zijn verloren Thebe. Het is niet omdat hij mij dat opdraagt, maar omdat ik bang ben en het niet langer kan verdragen. Help hem vader, en help daarmee mij, om Thebe terug te krijgen. U hebt de macht om hem te genezen. Stem toe in een oorlog, kijk naar de gevallen staat van uw schoonzoon, en kijk naar mij, ik ben in verwachting van een zoon. Wat een schande zal hij ervaren als hij later over zijn afkomst hoort! Ik heb uw raad en opdrachten altijd gerespecteerd, maar moet ik nu zijn treurige klachten minachten? Het orakel heeft goed geoordeeld en ik heb een lieve man gekregen. Maar u weet niet wat een diepe genegenheid de ellende van mijn man teweegbrengt bij zijn bruid.’ Zo smeekt Argia 1 haar vader om Polynices te helpen.

Reactie Adrastus

Adrastus 1 kust haar betraande gezicht en antwoordde: ‘Nooit, mijn dochter, zal ik je vermanen omdat je met dit verzoek bij mij bent gekomen. Vrees niet, je verzoek is prijzenswaardig en verdient geen weigering. De goden geven mij echter veel stof om over na te denken. Maar stop niet met hopen op wat je vraagt. Een rijk als dit besturen is geen eenvoudige zaak en een oorlog kent vele consequenties. Te zijner tijd zullen je gebeden beantwoord worden, en hoef je niet te klagen dat je tranen vruchteloos waren. Troost je man en breng je zoon ter wereld. Het is de grootheid van deze onderneming die me doet twijfelen.’ Gerustgesteld door zijn woorden gaat Argia 1 terug naar bed en valt naast haar man in een diepe slaap.

Twijfel

Maar Adrastus 1 blijft twijfelen over het beginnen van een oorlog. Vooral door zijn ziener Amphiaraus, die de strijd afraadt, en Adrastus 1 vertelde dat de oorlog noodlottig zou aflopen en velen de dood zouden vinden. Ondanks de ongunstige voortekens wil Adrastus 1 toch doorzetten. Hij oefent grote druk uit op alle aanvoerders, die in zijn land wonen, om deel te nemen aan de tocht en manschappen voor de expeditie te leveren. Ook Amphiaraus zet hij onder druk, maar deze weigert omdat hij wist dat hij tijdens de campagne zou sterven. Daar Amphiaraus en Adrastus 1 het niet eens kunnen worden over de expeditie besluiten ze om de zaak aan het oordeel van Eriphyle, de zus van Adrastus 1 en de vrouw van Amphiaraus, over te laten. Daarop belooft Polynices aan Eriphyle de halsketting van Harmonia 1 te schenken als zij haar man weet te overreden om toch deel te nemen aan de expeditie.

Verraad Eriphyle

Argia en haar vader

Wanneer Polynices over zijn belofte aan Eriphyle vertelt is Argia 1 niet ongenegen om het prachtige sieraad af te staan. Ze begrijpt dat er anders geen leger komt als Amphiaraus blijft weigeren deel te nemen. Liefdevol zegt ze tegen haar man: ‘Het is geen geschikte tijd om mij te tooien met flonkerende juwelen, noch kan ik mij met jou verheugen over mijn ongelukkige schoonheid. Mijn twijfels en angsten worden voldoende getroost door mijn dienstmeisjes. Hoe kan ik de prachtige bruidsschat van Harmonia 1 dragen, terwijl jij bent opgesloten binnen je helm, en je tussen de wapens begeeft? Het past beter als de hemel mij die zegen gunt en ik de bruiden van Argos overtref door kleding. Laat mij de tempel vullen met mijn gebeden voor jouw veilige terugkeer, en laat Eriphyle de ketting dragen waar ze zozeer naar verlangt. Daarmee kan zij zich sieren terwijl haar echtgenoot met de oorlog bezig is.’ Zo ging de ketting naar Eriphyle. Dan verraadt Eriphyle haar eigen man, oordeelt dat de expeditie moet doorgaan, en is Amphiaraus gedwongen wordt om deel te nemen aan de expeditie en zijn eigen dood tegemoet te gaan.

Vertrek leger

Hierna beslist Adrastus 1 snel tot een oorlog en wordt het leger bijeengeroepen om tegen Thebe op te rukken. In die tijd bevalt Argia 1 van een zoon die ze Thersander 1 noemt. Wanneer het leger vertrekt zwaait Argia 1 haar man uit en geeft hem op het laatste moment nog een mantel mee die ze zelf gemaakt had. Met bekwame vingers had ze vele gouddraden in de purperen stof verwerkt die daardoor straalde wanneer de zon er op scheen. Hoog op een toren van het paleis staand wuift ze telkens naar Polynices, als deze zich omdraait om naar zijn vrouw te kijken, totdat hij uit het zicht verdwijnt en zij naar de tempel gaat om te bidden. Vele dagen verkeert Argia 1 in angstige spanning en wacht op berichten over het verloop van de oorlog en haar lieve Polynices. Aan deze spanning komt een einde wanneer een boodschapper het paleis bereikt. Snel gaat Argia 1 op de man af maar had zijn boodschap liever niet gehoord. Polynices is in de oorlog gesneuveld terwijl hij een duel met zijn broer Eteocles 1 uitvocht. ‘Bovendien,’ zo besluit de boodschapper, ‘ligt het lijk van Polynices nog onbegraven op de vlakte en moet daar, op bevel van de Thebaanse koning Creon 1, blijven liggen als prooi van de vogels en wilde dieren.

Rouwstoet

Jammerend stort Argia 1 zich op de grond, rukt zich de haren uit het hoofd, en trekt met haar nagels grote diepe striemen in haar gezicht van verdriet. Heel Argos is in rouw want er zijn vele mannen gesneuveld voor de muren van Thebe, waaronder zes grote aanvoerders. Na het eerste verdriet besluiten de vrouwen naar Thebe te gaan om daar bij hun geliefde mannen te rouwen en, als ze de kans krijgen, te begraven. Met sluik haar en bebloede gezichten gaat een grote groep vrouwen in het zwart gekleed op weg terwijl zij hun kleding aan stukken scheuren. Argia 1 gaat aan het hoofd van de groep en denkt niet aan haar vader of het koninkrijk. Slechts één naam is voortdurend op haar lippen, die van haar geliefde Polynices. Zo loopt de stoet vrouwen dagenlang door en treffen vlak voor Thebe de gewonde Ornytus 3. Die vertelt hen dat iedereen wordt weggejaagd bij de lijken, er wachters zijn opgesteld om te voorkomen dat ze worden begraven, en gedood worden als ze de bevelen van Creon 1 negeren. Uiteindelijk zegt hij tegen hen: ‘Vlucht, vlucht nu het nog veilig is, want alleen onder dwang zal Creon 1 menselijk worden.

Alleen

Onmiddellijk breekt er een hevige discussie onder de vrouwen uit en weten niet wat ze moeten doen. Sommigen stellen voor om bij de hooghartige Creon 1 te gaan smeken, anderen om te onderzoeken of koning Theseus, van Athene, wellicht hulp kan bieden. Omkeren komt bij geen van de vrouwen in hun gedachten op. Uiteindelijk wordt besloten om met z’n allen naar Theseus te gaan. Dan steekt er een plotselinge passie van vrouwelijke moed de kop op bij Argia 1. Ze weigert om haar man in de steek te laten, verzint een list om de trouwe groep vrouwen te verlaten, en gaat met minachting voor de dood alleen met de bewaker Menoetes 7 op weg om de wrede koning uit te dagen. Toewijding en passie sporen haar aan terwijl Polynices voor haar ogen lijkt te verschijnen en ze bij zichzelf zegt: ‘Ik kan niet wachten of Theseus wel of niet wil helpen, terwijl jij, mijn man, vergaat op het vijandelijke veld. Zal ik mijzelf ook voor de roofvogels werpen? Zelfs nu, terwijl je nog gevoel hebt in de wereld van de schaduwen, klaag je tegen de goden dat ik hardvochtig ben en er niet snel aankom.’ Zo, in zichzelf sprekend, snelt ze door de velden en vraagt aan mensen de weg naar Thebe terwijl ze hen met een grimmig gezicht aankijkt.

Aankomst Thebe

Op een gegeven moment zegt Menoetes 7 tegen Argia 1: ‘Het moet nu niet ver meer zijn, vrouwe. Een zware stank komt ons tegemoet golven en er zweven vele vogels door de lucht.’ Even later zien ze de muren van de stad verrijzen. Argia 1 huivert als ze met haar rechterarm naar de stad wijst en zegt: ’O stad die ik ooit begeerde en nu de verblijfplaats van onze vijanden is. Maar als je mijn dode echtgenoot ongeschonden teruggeeft zal je een geliefde plaats in mijn hart worden. Zie je welke kleding ik draag, ik, de schoondochter van Oedipus, die voor de eerste keer de poorten nadert? Ik smeek slechts om een brandstapel, een lichaam, en gelegenheid om te rouwen. Geef hem aan mij terug, smeek ik, die uit zijn land verbannen is en verslagen in de strijd. En kom jij ook, smeek ik, als geesten een gedaante hebben, en toon me de weg. Leidt me zelf naar je lichaam, dat heb ik verdiend!’ Zo sprekend ontstak ze een fakkel in de opkomende duisternis en snelde vooruit naar die vreselijke vlakte.

Zoektocht tussen lijken

Menoetes 7 waarschuwt Argia 1 aan Creon 1 te denken en de fakkel laag, en niet duidelijk zichtbaar, te houden. Zonder gids gaat ze alleen verder, over hindernissen van wapens, over gras dat glad is van het bloed, niet bang voor de somberheid of groepen ronddolende geesten die boven hun eigen ledematen klagen. Vaak blindelings, maar onachtzaam, op zwaarden en wapens stappend zwoegt ze om de gevallenen te ontwijken, en denkt dat ieder lijk degene is die ze zoekt. Met scherpe blik onderzoekt ze de verslagenen, keert buigend de lichamen op hun rug, en klaagt tegen de sterren dat zij onvoldoende licht geven. Dan wordt ze opgemerkt door de godin Hera, die bij toeval in de buurt was en Argia 1 helpt door de wolken iets opzij te jagen waardoor er een beetje maanlicht op de vlakte straalt. Even later ziet de arme Argia 1 de mantel van haar man die zij zelf voor hem gemaakt had, en nu met bloed is doordrenkt.

Gevonden

Argia en haar dode man

Als Argia 1 haar geliefde ziet liggen vloeit de kracht uit haar benen en valt ze languit over de dode Polynices. Ze zoekt met kussen naar zijn vertrokken geest en verzamelt wat bloed uit zijn haren en kleding alsof het een schat is. Huilend zegt ze tegen hem: ‘Mijn man, ben jij nu de aanvoerder die naar de oorlog marcheerde, en is dit de manier waarop ik op weg ging om jou in triomf te ontmoeten? Kijk naar me, Argia 1 is naar jouw Thebe gekomen. Ach, wat ben ik aan het doen? Jij ligt op de naakte aarde en dat is alles wat je zult doen in Thebe. Waarom eiste je die scepter op? Je had Argos, en zou in de zalen van mijn vader regeren. Maar waarom klaag ik? Ikzel bezorgde je deze oorlog door bij mijn vader te smeken. Ach, wat een diepe wond! Was dit het werk van je broer? Waar ligt hij, of heeft men hem al verbrand? Maar ook jij zal in het vuur branden, en mijn tranen zullen op je neerdalen. Mijn liefde zal jouw graf verzorgen en onze zoon zal hier getuige van zijn.’ Zo klaagde Argia 1 boven haar dode man.

Ontdekt

Dan klinkt opeens in de donkere nacht een vrouwelijke stem achter haar: ‘Wie ben je, vrouw?’ Het hart van Argia 1 slaat van schrik een slag over en bedekt met haar mantel snel zichzelf en het gezicht van Polynices. Lange tijd zegt ze niets, onthult dan haar gezicht, keert zich om naar de stem terwijl ze het lichaam blijft vasthouden, en zegt: ‘Als u net als ik, iets in deze gore slachtpartij komt zoeken en de wrede Creon 1 vreest, kan ik mij gerust aan u bekend maken. Ik ben de dochter van Adrastus 1 die bij mijn geliefde Polynices treurt, hoewel dit koninkrijk hem vervloekt.’ Dan valt de vreemde vrouw haar in de rede. ‘Heb geen angst voor mij, ik ben de partner in je verdriet. Het lichaam dat je vasthoudt is mijn broer. Neem hem, hij is van jou. Ach, schaamte voor de laffe toewijding van zijn zuster Antigone 1, jij was er eerder dan ik.’ Daarop valt ook Antigone 1 naast het lichaam van Polynices neer en treuren ze samen bij het dode lichaam terwijl ze elkaar hun verhaal vertellen.

Brandstapel

Samen dragen ze even later het verminkte lichaam naar de rivier Ismenus waar Polynices in het water gewassen wordt en ze alle bloedvlekken verwijderen. Toen het vuil wegewassen was zochten ze naar vuur om hun man en broer te verbranden, maar alle vuurkuilen waren dood en koud. Dan treffen ze nog één smeulende brandstapel aan en huilen tranen van vreugde. Onbekend met wie er op verbrand was smeekten Argia 1 en Antigone 1 dat het slachtoffer welwillend nog een lichaam zou toelaten. Ze wisten niet dat dit de brandstapel van Eteocles 1 was, de eveneens gesneuvelde broer van Polynices. Snel leggen ze hun geliefde op de stapel, wakkeren het vuur aan, en bidden tot de goden.

Broederstrijd

Zodra het vuur Polynices’ lichaam raakte werd Eteocles 1 zichtbaar. De stapel beefde en laaide met een dubbele vlam op. Elke vuurtong dreigde en streed met de ander om die te overtreffen waardoor het hout in beweging kwam en er ruimte ontstond. Dan roept Argia 1 geschrokken: ‘Het heeft geen zin. We hebben zelfs in zijn dood de woede van Eteocles 1 opgewekt. Hij neemt wraak door de geest van zijn broer af te wijzen. Zie je hoe de vlammen kleiner worden en zich naar de strijd haasten? Levend, ja, levend is die goddeloze haat. De oorlog was tevergeefs. Waar jullie je inspannen heeft Creon 1 uiteindelijk gewonnen! Jullie rijk is verdwenen, waarom dan nog zo kwaad? Voor wie gaan jullie nog zo te keer? Sus je woede. En jij, mijn man, uitgesloten van je recht, geef toe. Je vrouw en zuster smeken daarom, anders zullen wij in de vlammen springen om die met je te delen.

Ontsnapt

Ze was nauwelijks uitgesproken, toen een plotselinge trilling de vlakte deed schudden, en er een spleet in de grond bij de brandstapel ontstond. Bij het geluid springen onmiddellijk de wachters op van hun bedden. Gewapend zoeken ze in een grote kring het gebied af en vinden de twee vrouwen. Bars vraagt een aanvoerder hen wat ze aan het doen zijn. Beide vrouwen, die zagen dat het lichaam van Polynices al door het vuur verteerd was, bekennen openlijk dat zij het bevel van Creon 1 genegeerd hebben. Daarop geeft de aanvoerder bevel om de vrouwen gevangen te nemen en voor Creon 1 te leiden. Op het moment dat Antigone 1 haar handen uitsteekt om zich te laten boeien, weet Argia 1 handig gebruik te maken van de duisternis en ontsnapt. Onderweg naar huis komt ze haar zus Deipyle tegen in gezelschap van koning Theseus van Athene die op weg is naar Thebe om Creon 1 te dwingen alle andere aanvoerders een fatsoenlijke begrafenis te geven. Deze slaagt in zijn opzet waarna Deipyle en Argia 1 uiteindelijk weer als weduwes terugkeren in Argos.

Stamboom:

Adrastus 1 Amphithea 1 Oedipus Iocasta (Epicaste 1) / Eurygania
Argia 1 Polynices
Thersander 1

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz