Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Arsippe

Arsippe is een dochter van koning Minyas uit Orchomenus in het noorden van Boeotië en heeft vier zussen met de namen: Clymene 4, Leuconoe 3, Leucippe 5 en Alcathoe. Arsippe en haar zuster zijn keurige en godvrezende meisjes, maar staan zeer afwijzend tegenover Dionysus 2 wanneer deze zijn godsdienst in Griekenland introduceert. Ze geloven niet dat hij een zoon van Zeus is en vinden de feestroes omtrent de god onduldbaar.

Terwijl de priester van Dionysus 2 alle huismoeders en slavinnen van hun taak had weggeroepen om feest te vieren en de groene thyrsus ter hand te nemen, zitten de meisjes, behalve Clymene 4, ieder aan hun weefgetouw. Eén van hen oppert om elkaar onder het weven verhalen te vertellen terwijl de vrouwen, die Dionysus 2 volgen, feestvieren. De meisjes stemmen in en één van hen begint met het verhaal van Pyramus en Thisbe.

Wevende meisjes

Als haar zuster is uitgesproken neemt Alcathoe het woord en zegt, terwijl haar weefstok op en neer gaat door de draden van het doek: ‘De liefde van de herder Daphnis 1 bij de Ida, hoe hij in een steen veranderde werd omdat een Nimf jaloers was op zijn vriendin, is welbekend, dus daarvan spreek ik niet. Ook zal ik niet vertellen over Sithon 1, die om de beurt man en vrouw was, iets nieuws in de natuur. Ook Celmis sla ik over, de trouwe oppas van Zeus toen deze nog klein was. En ook zal ik niet over Crocus en zijn Smilax vertellen, die bloemetjes werden. Mijn verhaal is onbekend, maar boeiend. De bron van Salmacis is erg berucht. Haar heilloze water schaadt, ja, verwijft degene die het aanraakt. Iedereen weet van de kracht van de bron, maar de oorzaak kent men niet. Dus luister.’ Daarna vertelt zij aan haar zusters het verhaal van Hermaphroditus en zijn belevenissen met de Nimf Salmacis 2.

Als Alcathoe haar verhaal verteld heeft doen de meisjes er verder het zwijgen toen en werken gestaag door aan hun weefgetouwen terwijl zij zich niet bekommeren om het feest van Dionysus 2. Plotseling, de schemering was al ingevallen, klinkt er een luidruchtig tamboerijngeroffel in de verte waarna hun weefgetouwen groen kleuren, en er klimopranken uit hun weefdoeken omhoog schieten. Ook het paleis begint plotseling te schudden terwijl een rossige gloed door de zalen trekt. De meisjes ontvluchten angstig de plek waar zij zitten en gaan op zoek naar een veilige plek om te schuilen.

Maar terwijl zij vluchten, trekt er een dun vlies langs hun armen. Een dunne vleugel bedekt wat nu hun pootjes zijn en is in het donker niet goed te zien hoe zij hun meisjeslichamen kwijtraken. Ze missen vlerken om te vliegen, maar kunnen zich wel verheffen op doorschijnende dunne vleugels. Als ze iets tegen elkaar willen zeggen klinkt hun stem heel zwak als een licht piepend klagen. Ze zoeken liever huizen op dan bos en vliegen ’s nachts, uit haat voor het daglicht. Ze zijn veranderd in vleermuizen.

Volgens een andere versie nam Dionysus 2 de gedaante van één van de vier meisjes aan en vertelde hen om niets te missen van de geheimzinnige riten van de god. Maar zij schonken hier geen aandacht aan. Daarop wordt Dionysus 2 zo boos dat hij één van hen veranderde in een stier en daarna weer in een luipaard terwijl hij melk en nectar uit hun weefgetouwen liet vloeien. Na deze tekens sloeg de angst om het hart van de meisjes, nu geloofden zij wel, en wierpen lootjes in een pot om te bepalen wie haar zoon aan de god moest offeren om hem goedgunstig te stemmen. Het lot viel op Leucippe 5 die haar zoon, Hippasus 10, aan stukken scheurde en aan Dionysus 2 offerde. Daarna verlieten zij het huis van hun vader en trokken de bergen in. Daar knabbelden zij aan klimop en kamperfoelie totdat Hermes hen met zijn staf aanraakte en in verschillende vliegende wezens veranderde. Eén van hen werd een vleermuis, en de anderen in uilen die allen het zonlicht haatten.

Stamboom:

Minyas - - -
Arsippe -
-

Bronnen:

©2014 Maarten Hendriksz