Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Briseis- Hippodamia 8

Briseis, die door Dictys van Cretensis Hippodamia 8 genoemd wordt, is de vrome dochter van priester Briseus en heeft drie broers. Volgens de meeste mythen woonde zij bij haar vader in de stad Lyrnessus in Dardanië. Maar er zijn ook enkele oude schrijvers die stellen dat Briseis afkomstig was van het eiland Lesbos, de stad Pedasus of uit Mysië. Ze is een jong en fris meisje, met blozende wangen, prachtig haar en een goed geproportioneerd lichaam. De charmante en vriendelijke Briseis trouwt, en kreeg van haar vader als huwelijksgeschenk een groot deel van zijn land.

Gevangene

Tijdens de eerste jaren van de Trojaanse Oorlog wordt de stad waar Briseis woont aangevallen door de Griek Achilles en zijn Myrmidonen. Die slagen erin de muur om de stad te slechten en doden veel inwoners. Zo moet Briseis toezien hoe haar man en haar broers door de Myrmidonen worden gedood en wordt zij zelf gevangen genomen. Samen met zeven andere meisjes uit de stad, en veel buit, wordt ze door de Grieken meegevoerd naar hun scheepskamp aan de kust voor Troje. Daar wordt de buit verdeeld over het leger, en krijgt Achilles de mooie Briseis toegewezen.

Achilles

Briseis moet in het kamp slavendiensten voor Achilles verrichten, maar hij raakt al snel verliefd op de mooie en schuchtere Briseis. Hoewel in eerste instantie afwijzend, raakt ook Briseis gesteld op de trotse Achilles en ontwikkelde het stel in de loop van de oorlog een warme genegenheid voor elkaar. Zo komt Achilles, aan het eind van een dag strijd, verlangend naar zijn tent, wast zich snel, en deelt elke nacht het bed met zijn Briseis. Maar in het tiende jaar van de strijd ontstaat er ruzie tussen Achilles en legerleider Agamemnon vanwege de pest die in het scheepskamp heerst. Uiteindelijk moet Achilles Briseis afstaan aan Agamemnon, maar weigert hij om nog langer mee te vechten in de gelederen van de Grieken.

Agamemnon

Als Achilles even later in zijn tent terugkeert, zegt hij niets tegen Briseis. Kort daarna komen twee herauten van Agamemnon, Eurybates 1 en Talthybius, aan en wordt Briseis snel duidelijk wat er aan de hand is. Met tranen in de ogen kijkt ze om hulp naar Achilles, maar die zwijgt en geeft haar mokkend mee aan de twee. Dan fluistert Patroclus 1, de vriend van Achilles, haar in de oren: ‘Waarom huil je, Briseis? Het duurt maar even, en dan ben je weer terug.’ Zonder een afscheidskus wordt Briseis meegevoerd naar de tent van Agamemnon, rukt van ellende de haren uit haar hoofd, en moet voor de tweede keer het lot van een gevangene ondergaan. In de tent van Agamemnon verricht ze vele slavendiensten, maar wordt door hem nooit in zijn bed uitgenodigd. Vaak wil ze aan haar bewakers ontsnappen, maar is bang om door hen gegrepen en gedood te worden. Zo kwijnt de verliefde Briseis weg en droomt ’s nachts van haar Achilles.

Terugkeer

De treurende Briseis

Weken later wordt Briseis plotseling door Odysseus uit de tent gehaald die haar terugbrengt naar Achilles. Achilles had vrede gesloten met Agamemnon, nadat zijn vriend Patroclus 1 door de Trojaan Hector was gedood. Hij had zijn wrok laten varen, en besloten om wraak te nemen op Hector door weer deel te nemen aan de strijd. Agamemnon is hem hiervoor zo dankbaar dat hij de ongeschonden Briseis teruggeeft aan Achilles. Dolgelukkig gaat Briseis naar zijn tent maar slaakt een doordringende kreet als ze daar de dode Patroclus 1 ziet liggen. Jammerend zegt ze: ‘O, Patroclus 1, je leefde toen ik werd weggevoerd, maar nu ben je dood! Mijn leven is een keten van rampen. De één volgt op de ander. Je zei dat Achilles mij tot zijn wettige vrouw zou maken en mee naar huis zou nemen om de bruiloft met zijn Myrmidonen te vieren. O, je was altijd zo goed voor me. Ik zal nooit genoeg om je dood kunnen rouwen.

Dood Achilles

Hoewel gelukkig dat ze haar geliefde weer in haar armen kon sluiten, was de ellende voor Briseis nog niet over. Want kort na de begrafenis van Patroclus 1 verliest ook Achilles het leven voor de muren van Troje. Terwijl ze met haar nagels striemen op haar gezicht en lichaam trekt, staat ze bij zijn dode lichaam en klaagt: ‘Dit verdriet overtreft al het andere! Sinds de dag dat mijn broers stierven en mijn vaderland werd vernietigd overkwam mij nog nooit zo’n angst als jouw dood! Jij was mijn dag, mijn zonlicht, mijn lieve leven, mijn hoop. Mijn sterke beschermer tegen kwaad, dierbaarder dan al mijn schoonheid, ja meer nog dan mijn gestorven ouders! Jij was alles voor mij, jij alleen, hoewel ik een gevangene was. Je nam elke taak die een dienstmeid heeft van me af en hield me als jouw vrouw in je armen. Ah, en nu zal de een of andere heer uit Griekenland me naar het vruchtbare Sparta brengen, of naar het droge Argos. Die bittere beker der slavernij moet ik nu van jou leegdrinken! O ik wilde dat de aarde mijn dode gezicht bedekt had voordat ik jouw dood zag!

Hoe het verder met Briseis afliep laten de mythen in het duister. Er is slechts een enkele vermelding waarin zij Neoptolemus treft nadat ook hij naar Troje was gekomen. Toen ze hem zag was Briseis oprecht gelukkig en bedroefd tegelijk, en sloeg haar hart op hol omdat zij even dacht dat Achilles weer leefde.

Stamboom:

Briseus - Peleus Thetis
Briseis Achilles
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz