Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Cadmus

Cadmus is de zoon van de geleerde en wijze koning Agenor 3, uit de stad Sidon in Phoenicië, en zijn vrouw Argiope 3 die ook wel Telephassa of Carmenta werd genoemd. Cadmus heeft drie broers; Phoenix 2, Cilix en Phineus 1, en een zus Europa 2. Agenor 3, die het letterschrift had uitgevonden, onderwijst zijn zoon Cadmus eveneens in deze kunst waardoor hij in staat is om brieven te schrijven en verhalen aan het ‘papier’ toe te vertrouwen. Maar aan dit onderwijs komt abrupt een einde als de zus van Cadmus, Europa 2, wordt ontvoerd door Zeus. Hierdoor was Agenor 3 radeloos van verdriet en stuurde al zijn kinderen eropuit om haar te zoeken. Hij geeft hen bovendien de boodschap mee om niet terug te keren als zij Europa 2 niet konden vinden. Zo vertrekt Cadmus, samen met zijn broers en moeder, van huis en gaan op zoek naar zijn zus.

Zoektocht

Omdat de broers geen idee hebben waar zij moeten zoeken besluiten zij elk een andere kant op te gaan. Zo gaat Phoenix 2 naar Afrika, en Cilix naar het westen van Klein-Azië. Cadmus gaat samen met zijn moeder Argiope 3 en een aantal Phoeniciërs op weg naar Thracië. Onderweg worden ze op zee door een storm overvallen en weet Cadmus nog net Rhodos te bereiken. Als dank voor zijn redding bouwt Cadmus op het eiland een tempel voor Poseidon en laat enkele Phoeniciërs achter als tempelwachters. Hierna zeilt Cadmus verder en komt uiteindelijk in Thracië terecht, waar hij overal navraag doet naar zijn verdwenen zus Europa 2. Nadat hij een groot gebied had doorkruist besluit Cadmus om samen met zijn moeder in Thracië te gaan wonen en vandaaruit verder te zoeken.

Verzoek van Zeus

Tijdens een van deze zoektochten arriveert Cadmus in Klein-Azië, bij de grot van Arima, waar hij wordt aangesproken door de hulpeloze Zeus. Die was op dat moment verwikkelt in een strijd met de reusachtige Typhon, die zijn bliksems en hielpezen had gestolen. Zeus vraagt Cadmus hem te helpen en Cadmus stemt in, een god kun je immers niets weigeren. Daarop bouwt Zeus voor hem een hut van gevlochten rietmatten, veranderde zijn gedaante in een eenvoudige herder, gaf Cadmus een fluit om op te spelen, en zegt: ‘Kijk vrolijk, Cadmus, speel op je fluit en het zal mooi weer worden in de hemel. Talm en ik zal verslagen worden door dat monster, want hij heeft mijn wapens en hielpezen gestolen. Wordt voor één ochtend herder, speel een mooie melodie, en redt de heer van het heelal. Ik zal je ruimschoots belonen voor je dienst en een prachtige vrouw schenken. Betover dat monster met je melodie en help me om mijn bliksems weer in handen te krijgen.’ Na deze woorden vertelt Zeus wat Cadmus nog meer moet doen en verdween, de vermomde Cadmus alleen achterlatend op de berg.

Ontmoeting met Typhon

Dan gaat Cadmus bij een boom zitten en begint op zijn fluit een vrolijk herderswijsje te spelen. Zodra Typhon de muziek hoort gaat hij op de herder af, waardoor de hemel verduisterde vanwege diens enorme omvang. Als Cadmus het monster ziet slaat de schrik hem in de benen en verbergt hij zich in een spleet tussen de rotsen. Maar Typhon ziet hem wegkruipen en zegt: ‘Waarom kruip je weg, herder? Ik heb strijd met Zeus, niet met jou, en verzamel geen fluiten. Kom speelt verder en laten we een muzikale wedstrijd houden. Jij speelt verder op je fluit terwijl ik het laat donderen met de bliksems van Zeus. Ik zal je rijkelijk belonen voor je spel, als ik Zeus heb verslagen en de nieuwe heerser ben geworden, en je Athena of Leto als bruid geven, of één van de andere godinnen. Dus speel een lied voor de nieuwe heerser van de Olympus.’ Hierop antwoordde Cadmus: ‘Je hoorde me op de fluit spelen, maar ik ben nog beter op de lier met zeven snaren. Maar Zeus verbrandde mijn snaren met zijn bliksems. Maar als jij snaren voor me weet te vinden dan zal ik een lied voor je spelen dat de bomen en bergen zal betoveren, en kunnen we een echte wedstrijd houden.

De list

De gigantische Typhon

Typhon stemt in, gaat snel de pezen halen die hij van Zeus gestolen had, en geeft ze aan Cadmus. De nepherder bedankte hem vriendelijk voor zijn onsterfelijke gift, deed of hij ze op de lier spande, en verstopte ze in een hol tussen de rotsen, zodat Zeus ze later kon ophalen. Toen nam Cadmus zijn fluit en liet een sierlijk en betoverend wijsje horen. Daarop stak Typhon zijn armen in de lucht, luisterde naar de melodie, en wist van niets meer. Zo hield Cadmus de aandacht van Typhon gevangen en kon Zeus, voorzichtig sluipend en zich in een wolk hullend, zijn pezen grijpen om zich daarna weer met zijn bliksems te bewapenen die Typhon in een andere grot had verstopt. Zodra dit gebeurd is verbergt Cadmus zich, terwijl hij door blijft spelen, in een spleet tussen de rotsen, en stopt dan abrupt met zijn spel. Het hoofd van Typhon schiet met een ruk overeind, beseft wat er gebeurd is, en gaat snel terug naar zijn grot om de bliksems op te halen. Als hij de grot leeg aantreft breekt er een verschrikkelijke strijd uit tussen Zeus en Typhon, maar weet de oppergod uiteindelijk het monster te verslaan.

Zeus beloont Cadmus

Na afloop vergat Zeus zijn helper niet en zei tegen Cadmus: ‘Cadmus, je hebt me uitstekend geholpen en zal ik je, als dank, tot de schoonzoon maken van Ares 1 en Aphrodite. Laat de herinnering aan je woedende vader Agenor 3 varen, en vrees ook niet voor je broers. Ze leven allen nog en vonden onderdak bij verschillende volkeren. De Moiren sponnen voor jou echter een ander lot, dat ik niet bekend mag maken. Maar geef je zoektocht naar Europa 2 op en ga naar het centrum van de wereld, Delphi. Bezoek daar het orakel om de rest te horen.’ Daarop keert Cadmus terug naar zijn huis in Thracië, waar zijn moeder net was gestorven. Bedroefd lag hij haar in een graf en ging op weg naar Delphi om het orakel te raadplegen.

Achtervolging van de koe

Daar vertelt het orakel tegen Cadmus dat hij zich geen zorgen moet maken over Europa 2, want zij was gelukkig getrouwd met Asterius 3 op Kreta, en had zijn hulp niet nodig. ‘Zoek in plaats van de stier 1 die Europa 2 ontvoerde, naar een koe met een maanvormig teken op haar flank. Volg dit dier en sticht een stad op de plek waar zij van vermoeidheid gaat liggen.’ Zo sprak het orakel tegen Cadmus. Kort daarna ziet hij een koe, zonder herder, met het beschreven teken, en gaat achter het dier aan. Het beest is kennelijk onvermoeibaar want ze laat de Cephissus achter zich, trekt door het land van Phocis en blijft dan eindelijk staan. Ze kijkt om naar de man die haar al die tijd gevolgd heeft, en gaat uiteindelijk op de grond liggen. Dan knielt ook Cadmus, drukt kussen op de vreemde bodem, en begroet de velden en heuvels van zijn nieuwe vaderland, en noemde het Boeotië (Koe-land).

De bron

Nu het goddelijke orakel was vervuld, bouwde Cadmus een altaar om de koe te offeren en de Goden te bedanken. Om het offer en zijn handen te kunnen reinigen heeft hij schoon water nodig en geeft een aantal van zijn metgezellen opdracht om een bron te zoeken. Enkele uren later keerde er slechts één van hen terug met het bericht dat ze een bron hadden gevonden in een naburig bos. Die werd echter bewaakt wordt door een Draak 3 van Ares 1, en had al zijn metgezellen gedood. Dan grijpt Cadmus een lans en een werpspies, kleedt zich in een beschermende leeuwenhuid, en gaat woedend naar de bron. Als hij in het bos de vermoordde mannen aantreft, met de Draak 3 erboven die zich tegoed deed aan hun lijven, roept Cadmus kwaad: ‘Mijn trouwe vrienden, hier ben ik om jullie dood te wreken of te delen.’ Na die woorden greep hij een groot rotsblok en slingerde dat met alle kracht naar de Draak 3.

Gevecht met de Draak 3

Elk ander dier zou door de inslag verpletterd zijn maar de Draak 3 zat nog ongedeerd, beschermd door zijn schubben, op zijn plek. Dan werpt Cadmus zijn werpspies en trof de Draak 3, tussen de schubben door, precies in de kronkelende ruggengraat. Ziedend van de pijn draaide de Draak 3 zijn kop, beet in de schacht van de spies, en wist met veel moeite het wapen, met achterlating van de punt, uit zijn lijf te wrikken. Met opgezwollen aderen van woede, en slierten kokend schuim die uit zijn bek druipen, blaast het monster zwarte rookwolken uit terwijl hij op Cadmus afgaat. Zo belagen ze elkaar enige tijd en loeren op een kans om hun tegenstander te treffen.

Verschijning Athena

Als Cadmus bijna uitgeput is, verschijnt plotseling de godin Athena die tegen hem zegt: ‘Cadmus, steun en bondgenoot van Zeus! Ben je bang als je slechts één draak 3 ziet? Zeus vertrouwde jou tijdens de strijd, en versloeg Typhon met diens bataljon aan hoofden. Wees niet bang voor dit creatuur, Ares 1 zal zijn reptiel niet redden, want ik zal je helpen. Maar als hij dood is, neem dan de tanden van dat verschrikkelijke beest, en zaai ze als graankorrels in de grond. Haal de slangachtige oogst van vechtende reuzen binnen, en verenig de bataljons van Aardgeborenen in een gemeenschappelijke vernietiging. Laat er vijf in leven want zij zijn de Gezaaiden die zullen opschieten tot de roemrijke oogst van Thebe.’ Op het moment dat Athena is uitgesproken voert de Draak 3 een aanval op Cadmus uit. Hij kan nog net opzij springen terwijl hij snel zijn lans vooruit steekt en het wapen diep in de keel van de Draak 3 duwt en doordrukt. Cadmus dringt het monster steeds verder achteruit totdat de lans er aan de achterkant weer uitkomt en hij de drakenbek aan een boom spietst. Dan werpt Cadmus een groot rotsblok naar de kop, die verbrijzeld wordt, en het dier zijn laatste adem uitblaast.

Drakentanden

Cadmus in gevecht met de draak

Dan pakt Cadmus zijn mes, snijdt de kop van het lijf, en slaat met een steen de tanden uit de bek van het dode dier. Intussen zwoer Ares 1, die op last van Zeus vol verdriet de dood van zijn Draak 3 had moeten aanzien, om wraak te nemen op Cadmus. Zich niet van dit dreigement bewust verzamelde Cadmus de Drakentanden in zijn helm begon aan de opdracht van Athena. Hij ploegt voren in de harde grond, zaait daar de helft van de Drakentanden in, en gaat dan aan de kant van het veld zitten wachten op wat er ging gebeuren. Lang hoeft hij niet te wachten en komt de grond in beweging. Eerst kwam er een rij speren uit de grond omhoog, en toen helmen met kleurrijke pluimen. Dan volgen er hoofden en mannenschouders en staat er uiteindelijk een grote groep krijgers op het veld. Cadmus schrok van deze nieuwe vijand, zocht naar wapens om hen te bestrijden, en wierp ten einde raad een grote steen tussen de Aardgeborenen in. Dan klinkt er een stem tussen de krijgers: ‘Nee, laat dat! Meng je niet in onze strijd!’ en trof vanwaar hij stond één van zijn broers met een felle zwaardstoot. Daarop breekt er een dodelijk gevecht uit tussen de Aardgeborenen en sterft de een na de ander. Uiteindelijk zijn er nog vijf over die, in opdracht van Zeus, hun wapens weggooien en vrede met elkaar sluiten. Hun namen waren: Chthonius 2, Echion 1, Hyperenor 2, Pelorus 1 en Udaeus.

Nog meer strijd

Zodra de strijd was afgelopen waste Cadmus zijn lichaam in de bron, en offerde de koe op het altaar als eerbetoon aan Athena. Bovendien gaf hij aan de godin de andere helft van de Drakentanden die ze op haar beurt weer doorgaf aan koning Aeëtes in Colchis. Maar met de dood van de Draak 3 kwam er geen eind aan de taken van Cadmus. Als straf voor het doden van het beest stookt Ares 1 enkele volken in de omgeving op tegen Cadmus, en wordt hij een jaar lang door hen aangevallen. Samen met zijn Aardgeborenen voerde Cadmus zo strijd met de Ectenen, de Aeoliërs en andere in Boeotië levende stammen. Als hij om meer soldaten vroeg kwam er een bonte zwerm buren om Cadmus te helpen, en stroomde het bloed van de slachtoffers als rivieren door het land. Uiteindelijk boog het leger van tegenstanders het hoofd smekend voor Cadmus, en stopten de conflicten.

Stichting van Thebe

Dan kan Cadmus beginnen aan datgene dat hem voorspeld was, het stichten van een nieuwe stad, die hij Thebe noemde, maar door zijn volgelingen ook wel Cadmea genoemd werd, waar hij als koning over heerste. Cadmus verdeelde de ruimte, in wegen en bouwgrond, en richtte er gebouwen op, zoals die ook in zijn oude vaderland waren gebouwd. Iedereen was druk in de weer, de ene arbeider met de ander, en hakte met houwelen bouwstenen uit de rotsen van de naburige hellingen, of maakte planken van bomen uit de dichte bossen. Cadmus voltooide heiligdommen voor de Goden en huizen voor het volk, volgens de regelen der bouwkunst en ontwierp de funderingen voor een omringende muur met zeven poorten. Maar het bouwen van de muur zelf, om de stad te beschermen, liet Cadmus over aan de toekomstige bewoners, en ging op reis om zijn door Zeus beloofde vrouw op te halen in Samothrace.

Samothrace

Daar komt Cadmus aan het begin van de lente in de haven aan en verlaat zijn schip. Snel gaat hij op weg naar het paleis van Electra 3, de pleegmoeder van Harmonia 1, om met zijn aanstaande vrouw kennis te maken. Het paleis is splinternieuw en was een meesterwerk van Hephaistus, die het versierd had met vele ornamenten. De muren waren betegeld met prachtig mozaïek en in het midden van het paleis bevond zich een omsloten tuin vol vruchtbomen, en bloemen. Terwijl Cadmus de tuin aan het bewonderen is komt Emathion 2 aanlopen, de zoon van Electra 3, die de heersende koning van het eiland was. Die heet hem van harte welkom, nodigt Cadmus uit voor een maaltijd, en brengt hem naar zijn moeder. Gezamenlijk gebruiken ze een heerlijke maaltijd waarbij over koetjes en kalfjes wordt gesproken en Cadmus met gebogen hoofd de nieuwsgierige blikken ontwijkt.

Boodschap van Zeus

Maar na de maaltijd schoof Cadmus zijn stoel dichter naar die van Electra 3, die hem met grote nieuwsgierigheid vragen stelde. Hij liet de opwinding van zijn droevige omzwervingen achterwege en sprak over zijn beroemde geslacht. De woorden stroomden als een fontein over zijn lippen. Terwijl Cadmus, Electra 3 en Emathion 2 zo in gesprek zijn komt plotseling Hermes, die zich in een wolk heeft verborgen, de zaal binnen en gaat naar Electra 3. De twee mannen zien hem niet, maar Electra 3 wel, die van tafel opstaat en Hermes meeneemt naar een stil hoekje van het paleis. Dan komt Hermes direct ter zake en zegt: ‘Ik ben door Zeus vanuit de hemel gestuurd, jouw bedgenoot en beschermer van gasten, om je te melden dat Harmonia 1 moet trouwen met de even oude Cadmus, zonder dat je om een huwelijksgift moet vragen. Gun deze beleefdheid aan Zeus, want toen de onsterfelijken in nood verkeerden werden zij door deze vreemdeling met zijn muziek gered.' Uiteraard geeft Electra 3 gehoor aan de opdracht van Zeus en worden de voorbereidingen van een bruiloft getroffen.

Bruiloft

Cadmus en Harmonia

Toen de grote dag aanbrak kwamen van heinde en verre de mensen naar het feest. Ook de Goden daalden uit de hemel neer, zongen feestelijke hymnen, en brachten geschenken mee voor het bruidspaar. Zeus schonk aan Cadmus succes bij al zijn ondernemingen, Apollo gaf een boog, terwijl Hera een met juwelen bezette troon schonk. Ook de ouders van Electra 3, Aphrodite en Ares 1, waren aanwezig die Harmonia 1 een prachtige halsketting en mantel schonken welke door Hephaistus was vervaardigd. Hoewel goedbedoeld zouden die laatste twee cadeaus later voor veel ellende en problemen zorgen. Aan het eind van de avond tokkelde Apollo een liefdeshymne op zijn harp, terwijl hij werd begeleid door de negen Muzen en vertrok het bruidspaar naar het bruidsvertrek, waar Cadmus de maagdelijke Harmonia 1 tot zijn vrouw maakte.

Kinderen

Het tweetal keert de volgende dag als man en vrouw terug naar Thebe waar de regeerperiode van Cadmus zijn aanvang neemt. Vanwege de lessen van zijn vader schonk Cadmus aan de Thebanen vele vaardigheden. Zo schonk hij hen de vaardigheid om taal weer te geven op papier, en leerde hen de bewegingen van de maan en sterren te verklaren. Thebe kreeg al snel zijn plek tussen de andere Griekse steden en werd Cadmus een rijk man die in voorspoed leefde ondanks zijn ballingschap. Tussen de bedrijven door groeit ook de liefde tussen Cadmus en Harmonia 1 en worden zij de trotse ouders van vier dochters, de oudste Autonoe 4, toen Ino, daarna Agave 3 en als vierde de schoonheid Semele. Ten slotte voegde Harmonia 1 een kleine zoon, Polydorus 3, toe aan het gezin, en maakte Cadmus blij met een troonopvolger. Volgens de schrijver Fulgentius zou ook Maro een dochter van Cadmus zijn.

Schoonzoons

Zo regeert Cadmus vele jaren over zijn stad en kiest echtgenoten voor zijn dochters. Zijn oudste dochter Autonoe 4 gaf hij aan de buitenlander Aristaeus, de bijenhouder, en schonk hem vele geschenken. Ino huwelijkt hij uit aan Athamas 1, de zoon van Aeolus 1, en Agave 3 aan Echion 1, één van de Aardgeborenen. Terwijl Cadmus nog aan het zoeken is naar een geschikte man voor zijn jongste dochter, Semele, laat oppergod Zeus zijn oog op het mooie meisje vallen en deelt het bed met haar. Zijn jaloerse vrouw, Hera, stookt het meisje echter op om aan Zeus te vragen zijn ware gedaante te tonen waarna Semele, die intussen zwanger is, sterft door het vurige uiterlijk van de oppergod. Zeus weet nog wel het kind uit haar buik te redden en brengt dat bij Ino om op te voeden.

Ongelukkige huwelijken

Jaren later blijkt deze zoon de wijngod Dionysus 2 te zijn die, in eerste instantie, door de Thebanen niet wordt vereerd als god. Als straf maakt Dionysus 2 alle vrouwen, inclusief de dochters van Cadmus, waanzinnig, en trekken ze de bergen in waar ze wilde orgiën houden. Pentheus 1, de zoon van Agave 3, wil deze orgiën zelf wel eens zien, maar wordt door de vrouwen ontdekt en door zijn eigen vrouw en moeder aan stukken gescheurd. Later wordt ook Actaeon, de zoon van Autonoe 4, aan stukken gescheurd door zijn eigen honden, nadat hij Athena naakt had zien baden, en wierp Ino zich met haar zoontje in zee uit angst voor haar man Athamas 1 die waanzinnig was geworden. Door al deze gebeurtenissen heeft Cadmus, ondanks al zijn successen met de stad, veel verdriet en moet hij samen met zijn vrouw vele malen naar een begrafenis van zijn ongelukkige kinderen en kleinkinderen.

Illyrië

Moe van alle ellende draagt de geknakte Cadmus het koningschap van Thebe over aan Echion 1, en vertrekt met Harmonia 1 uit de stad die hij zelf gesticht had. Ze trekken naar het noordwesten van Griekenland en komen terecht bij de Encheliërs in Illyrië. Deze bevolkingsgroep leefde in strijd met de noordelijke Illyriërs. Een orakel voorspelde aan de Encheliërs dat wanneer ze de leiding over hun leger aan Cadmus zouden geven ze zeker waren van de overwinning. Aldus gebeurde en de Illyriërs werden verslagen. Vervolgens werd Cadmus koning van de Illyriërs, en baarde Harmonia 1 hem nog een zoon Illyrius.

Dood van Cadmus

Zo sleten de oude Cadmus en Harmonia 1 hun jaren in een vergeten uithoek van Griekenland. Toen ze daar, krom van ouderdom en ellende, over hun jeugd spraken zei Cadmus: ‘Was de Draak 3 die ik indertijd doodde soms heilig, en laten de Goden mij daarom zo zwaar boeten? Als dat zo is, laat me dan zelf een slang zijn!’ Hij is nog niet uitgesproken of Cadmus veranderde prompt in een slang. Hij merkt hoe er zich schubben op zijn huid vormen en dat zijn lichaam donker wordt met een blauwe spikkeling. Hij valt naar voren, op zijn borst, zijn benen groeien samen en worden langzaamaan steeds dunner tot een spitse staart. Alleen gezicht is nog menselijk, en hij roept: ‘Kom bij me, lieve vrouw! Raak me aan zolang er nog iets van mij over is, tot ik helemaal een slang ben!’ Cadmus wil nog verder spreken, maar zijn tong is plotseling gespleten in twee helften, en klinkt er alleen nog maar gesis. Dan smeekt ook Harmonia 1 de Goden om in een slang veranderd te worden, en glijden er even later twee slangen weg, vreedzaam naast elkaar, en worden ze nooit meer in levende lijve gezien. Vele jaren later brengt Zeus de twee oudjes over naar het mooiste deel van de onderwereld, de Elyseese Velden.

Stamboom:

Agenor 3 Argiope 3 (Telephassa / Carmenta) Aphrodite Ares 1
Cadmus Harmonia 1
Agave 3, Autonoe 4, Ino, Polydorus 3, Semele, Illyrius, Maro

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz