Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Calamus

Calamus is de zoon van riviergod Meander 1 uit Carië in Klein-Azië, en heeft een zus Cyanea. Hij is een grote sierlijke jongen, superieur aan al zijn leeftijdgenoten, die fijngevoelig en snel ter been was. Bovendien bezat hij een natuurlijke gratie, met bescheiden ogen waaruit een glans schoot als hij iemand aankeek. Calamus was heimelijk verliefd op zijn speelkameraad Carpus, die nog mooier was dan hijzelf. Dit tweetal houdt vaak een hardloopwedstrijd langs de rivier van zijn vader, waarbij Calamus zich dan expres liet vallen om zo de overwinning aan de bekoorlijke Carpus te gunnen.

Calamus en Carpus

Zwemwedstrijd

Als Carpus een bad in de rivier nam, ging Calamus met hem mee en speelden ze samen in het water. Daarna houden ze op een dag eens een zwemwedstrijd, en laat Calamus zijn vriend opnieuw voorop gaan zodat hij achter hem naar zijn peddelende voeten kon kijken. Soms zwemt Calamus even iets sneller om daarna Carpus weer snel voor te laten gaan. Zijn vriend zou ook deze wedstrijd gewonnen hebben als hij niet plotseling door een jaloerse windvlaag overvallen was, en een grote golf water in zijn mond terecht kwam waardoor hij verdronk.

Klaagzang Calamus

Calamus haalt van schrik nog net de oever en roept: ‘Spreek, Najaden! Welke wind heeft Carpus gegrepen? Ga naar een andere fontein, verlaat het water van mijn vader, en drink niet van het water dat Carpus vermoordde! Mijn vader heeft de jongen nooit gedood! De wind heeft een wrok tegen mij en doodde Carpus. Geen twijfel mogelijk dat hij jaloers was en hem trof met een storm. Mijn ster zonk in de rivier en is niet meer boven gekomen. Waarom zou ik nu nog verder willen leven!’ zo jammerde Calamus terwijl de tranen uit zijn ogen stroomden.

Zelfmoord Calamus

Ter ere van de dode sneed hij een lok van zijn haar, lang gekoesterd en bewaard, en hield die in de hoogte voor zijn vader, en sprak de laatste woorden: ‘Accepteer dit haar, en dan mijn lichaam. Want ik zal het licht van een nieuwe dageraad niet meer aanschouwen zonder Carpus. Carpus en Calamus hadden een leven, en zullen beiden in dezelfde rivier sterven. Bouw op de oever, Najaden, een lege grafheuvel voor ons, en laat op de grafsteen dit lied graveren: ‘Ik ben het graf van Carpus en Calamus, een stel verliefden, die het meedogenloze lot doodde in de dagen van weleer.’' Na deze woorden wierp Calamus zich in de rivier en verdronk, terwijl hij het water van zijn vader inslikte. Sindsdien draagt het riet aan de oevers zijn naam, dat meebuigt op de vlagen van de wind.

Stamboom:

Meander 1 - - -
Calamus Carpus
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz