Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Calchas

Calchas, de ziener

Calchas is een zoon van Thestor 1 uit Mycene en een beroemde ziener die vooral tijdens de Trojaanse Oorlog een belangrijke rol speelde. Hij heeft een broer, Theoclymenus 2, en twee zussen: Leucippe 3 en Theonoe 1. Aan de hand van de vlucht van vogels kan Calchas, net als zijn vader, de toekomst voorspellen of gebeurtenissen uit het verleden verklaren.

Het verbond

Nadat de Griekse Helena door de Trojaan Paris was ontvoerd ontstaat er grote opschudding in Griekenland. Koning Agamemnon van Mycene roept alle belangrijke vorsten van het land bijeen en verzoekt hen deel te nemen aan een strafexpeditie tegen Troje om Helena, de vrouw van zijn broer Menelaus, terug te halen. Iedereen stemt in en Agamemnon geeft Calchas opdracht om dit verbond met een offer te bezegelen. Daarop laat Calchas een zwijn brengen, snijdt dat doormidden, en legt de stukken in oostelijke en westelijke richting op de grond. Toen gaf hij alle vorsten opdracht om hun zwaarden te trekken en langs het offer te lopen, Terwijl ze hun zwaarden met bloed besmeurden zwoeren ze een eed om door te vechten totdat Troje volledig vernietigd was. Zo werd het verbond van de Grieken bezegeld en gaan alle vorsten naar huis om een leger op de been te brengen en de nodige schepen te verzamelen.

Deelname Achilles

Calchas voorspelt Agamemnon later dat Troje alleen ingenomen kan worden als ook Achilles deel uitmaakt van het leger van de Grieken. Deze zoon van Peleus is echter door zijn moeder Thetis, die ook kennis had van de toekomst, naar een geheime locatie gebracht en lijkt van de aardbodem verdwenen te zijn. Calchas raadpleegt daarop de vlucht van de vogels om zijn verblijfplaats te ontdekken en onthult dat Achilles zich schuil houdt op het eiland Delos. Dan geeft Agamemnon aan Odysseus opdracht Achilles op te halen van Delos, en hem naar de haven van Athene te brengen waar de oorlogsvloot zich verzamelt.

De haven van Athene

Ook Calchas gaat met twintig schepen, als aanvoerder van de mannen uit Acarnië, naar de haven van Athene. Daar had zich intussen een vloot van meer dan duizend schepen verzameld, met elk een bemanning van vijftig strijdlustige Grieken. Vlak voor vertrek brengen de Grieken een offer aan de Goden om een voorspoedige reis af te smeken. Toen het altaar gloeide van het vuur zagen ze tot hun schrik een Draak 1 met vuurrode schubben onder het altaar vandaan schieten. Het ondier vloog een boom in waar zich, op de hoogste tak, een nest bevond met negen jonge mussen. De Draak 1 verslindt één voor een de angstige vogeltjes, at ook de moeder op, en veranderde daarna voor hun ogen in steen. Calchas zag dit als een gunstig voorteken en riep: ‘Grieken! Wees verheugd, wij zullen winnen! Troje gaat vallen, maar het wordt voor ons een lange strijd die negen jaar zal duren. Pas in het tiende jaar zullen wij overwinnen en het bolwerk van de Trojanen innemen en verwoesten.

Eerste Vertrek van de vloot

Hierna vaart de vloot uit, maar omdat men de route naar Troje niet kende en de wind ongunstig was dreef de vloot richting Mysië. Daar ging een deel van de vloot aan land om te plunderen maar werden gestopt door Telephus, een zoon van Heracles, die de gelande Grieken massaal naar hun schepen joeg en velen van hen doodde. Nadat er vredesbesprekingen zijn gevoerd met de gewonde Telephus verlaten de Grieken Mysië en varen de zee weer op. Maar er stak een hevige storm op waardoor de vloot uiteengeslagen werd, en iedereen weer in Griekenland terugkeerde. Agamemnon geeft niet op en verzamelt opnieuw de vloot. Ditmaal komt die bijeen in de haven van Aulis waar de Grieken zich gereed maken om voor de tweede keer naar Troje te vertrekken.

Aulis

Terwijl de vloot in de haven ligt te wachten schiet Agamemnon, tijdens de jacht, een hert dood en pocht dat Artemis het niet beter had kunnen doen. Bovendien vergeet hij na de jacht een dankoffer uit te brengen aan de godin. Artemis is hier zo kwaad over dat zij een windstilte veroorzaakt waardoor de vloot niet uit kan zeilen. Dan leest Calchas de vlucht van de vogels en weet wat de oorzaak is, maar ook hoe de windstilte opgeheven kan worden. Hij aarzelt om de oplossing aan Agamemnon te vertellen, maar kan op een gegeven moment niet langer zwijgen. Calchas vertelt Agamemnon dat de maagdelijke Artemis boos op hem is en alleen verzoend kan worden met een offer van maagdenbloed waarna zij de windstilte op zal heffen. Bovendien maakt hij Agamemnon duidelijk dat deze maagd zijn oudste dochter Iphigenia is die geofferd moet worden.

Offer van Iphigenia

In eerste instantie weigert Agamemnon hieraan te voldoen maar zwicht uiteindelijk voor de woorden van zijn broer Menelaus. Dan stuurt Agamemnon een boodschapper naar zijn vrouw, die moet zeggen dat hun dochter met Achilles gaat trouwen, en lokt het tweetal zo naar Aulis. Zodra moeder en dochter in Aulis arriveren, krijgen zij de waarheid te horen en wordt Iphigenia naar het offeraltaar geleid. Als ze klaar staat doet Calchas een offerkrans om haar hoofd en pakt zijn scherpe offermes. Snel spreekt hij een gebed tot de godin uit en zoekt met zijn hand een geschikte plek om Iphigenia in de keel te steken. Dan toont Artemis genade voor het dappere meisje. Ze vormt een dikke mist om Iphigenia, terwijl er een luide donderslag door de lucht klinkt, en legt een hert op het altaar terwijl ze het meisje wegvoert naar Tauris. Calchas geeft een schreeuw van schrik, toen hij dit onverwachtse teken van de godin zag, en roept luid: ‘Grieken, zien jullie dit offerdier dat de godin op het altaar heeft gelegd? Ze heeft ons offer aanvaardt en schenkt ons nu een goede wind! Dus mannen, vat moed en ga naar de schepen. Vandaag zullen wij de haven verlaten om naar Troje te varen.

Pest in het scheepskamp

Mede dankzij de adviezen van Calchas weten de Grieken uiteindelijk Troje te bereiken. Geheel conform de voorspellingen wordt het een lange strijd en weten noch de Grieken of de Trojanen elkaar in de eerste negen jaar van de oorlog te verslaan. Tijdens het tiende jaar van de strijd is Calchas aanwezig in de tent van koning Agamemnon waar de Grieken zich afvragen waarom Apollo de pest in het scheepskamp heeft laten uitbreken. Calchas zegt dat hij het antwoord kent maar durft dit niet bekend te maken uit angst voor de woede van Agamemnon. Tegen Achilles zegt hij: ‘Je vraagt me bekend te maken waarom Apollo boos is op de Grieken. Dat zal ik vertellen maar voordat ik dat doe moet je mij beloven me te beschermen. Ik weet namelijk maar al te goed dat ik iemand tot vijand ga maken die over ons allen de baas is. De gewone man is verloren als hij de koning beledigt. Hij mag misschien nu zijn woede beheersen maar zijn wrok blijft smeulen tot de dag dat hij de rekening vereffent. Bedenk dus, Achilles of je mijn veiligheid kunt waarborgen.

Ruzie

De ruzie van Agamemnon en Achilles

Heb geen angst Calchas,’ antwoordde Achilles, ‘maar vertel ons alles wat de vogels je vertelden. Ik zweer bij Zeus dat zolang ik leef geen van de hier aanwezige Grieken je een haar zal krenken. Zelfs niet als de man die je bedoelt koning Agamemnon is en het bevel over ons allen voert.’ Dit antwoord stelde Calchas gerust en zegt: ‘Apollo is niet boos om een gebroken gelofte of een nalatigheid in onze eerbetuigingen aan hem. Hij is boos omdat Agamemnon zijn priester beledigde toen deze om een losprijs kwam vragen voor zijn dochter Chryseis 1. Apollo zal niet eerder stoppen met zijn pest verwekkende pijlen totdat wij Chryseis 1, zonder losprijs en met rijke offers, hebben terug gegeven aan haar vader.’ Na deze woorden gaat Calchas zitten en ontbrandt er een felle woordenstrijd tussen Achilles en Agamemnon met als resultaat dat Achilles weigert om nog langer met de Grieken mee te strijden. Ondanks dat volgt Agamemnon het advies van Calchas op en stuurt het meisje Chryseis 1 terug naar haar vader waarna de pest ophoudt.

Drie voorwaarden

De Grieken herstellen van de pest en weten in eerste instantie niet wat zij nu, zonder Achilles, moeten doen. Dan dringt Menelaus er in de raad op aan om de strijd voort te zetten en vertelde Calchas, die de voortekens bestudeerd had, dat zij moesten doorvechten en de Trojanen niet moesten vrezen. Gedurende dat jaar, terwijl de Grieken wanhoopten hun doel ooit nog eens te bereiken, voorspelde Calchas dat Troje alleen ingenomen kon worden als er aan drie voorwaarden was voldaan. De boog van Heracles moest in hun gelederen aanwezig zijn en de zoon van Achilles, Neoptolemus moest naar Troje komen om deel te nemen aan de gevechten. De derde voorwaarde was dat het Palladium uit de tempel van Athena gestolen moest worden en in het scheepskamp gebracht.

Het houten paard

De Grieken, die verlangden naar het einde van de strijd, voerden de opdracht van Calchas uit waarna hij de aanvoerders van het leger bijeen riep. In opdracht van Apollo had hij de tekens in de lucht gelezen en zegt tegen de aanvoerders: ‘Gisteren zag ik een teken. Een valk achtervolgde een duif die in een spleet tussen de rotsen vluchtte. De valk wachtte lange tijd buiten de spleet tot de duif weer tevoorschijn zou komen, maar die bleef rustig in haar schuilplaats zitten. Dan verbergt de valk zich in een struik en vloog de duif, die dacht dat de kust veilig was, naar buiten. Toen dook de valk op de duif en doodde haar. Daarom zeg ik jullie nu, We moeten Troje niet met geweld proberen te verslaan maar een list gebruiken.’ De mannen luisteren zwijgend toe en weten in eerste instantie geen list te verzinnen. Dan springt Odysseus op en zegt dat een aantal moedige mannen zich in een reusachtig groot paard moeten verstoppen, terwijl het leger net doet of het zich terugtrekt. Dat paard moeten ze voor de muren van Troje slepen en net doen of dit een offer aan Athena is zodat de Trojanen het paard de stad inslepen. ’s Nachts konden de mannen dan het paard verlaten en de poorten van de stad openzetten waarna het heimelijk teruggekeerde leger de stad kon veroveren.

Calchas’ aanmoediging

Zo sprak Odysseus, en alle mannen prezen hem. Vooral Calchas prees hem met die prachtige list en zegt tegen de aanvoerders: ‘Zoek niet langer naar andere listen, vrienden. Luister naar die slimme en wijze Odysseus. Ja, deze list zullen ook de Goden goedkeuren, luister, want Zeus stuurt nieuwe tekens! Zie, in de hoogte schieten de donder en bliksem van Zeus door de hemel! Kijk, hoe vogels van rechts voorbijschieten, en krijsen met lange kreten! Ga, we hoeven niet langer bij Troje rond te blijven hangen. Harde noodzaak vult de vijand met wanhopige moed die lafaards dapper maakt. Dan zijn mannen het meest gevaarlijk, wanneer zij hun leven wagen in uiterste roekeloosheid voor de dood, zoals de zonen van Troje nu rond hun stad strijden, belust op het gevecht.’ Dan barsten de Grieken in een gejuich uit en gaan aan de slag om het houten paard te bouwen.

De val van Troje

Als het paard gereed is, verbergen een groot aantal dappere mannen zich er binnenin en slepen anderen het in het zicht van de Trojanen. Vervolgens trekken de Grieken hun schepen in zee en doen net of ze de strijd opgeven en blijft het paard op de vlakte achter. Ook Calchas heeft zich in het paard verscholen om de mannen met adviezen terzijde te staan. De list slaagt en het paard wordt door de Trojanen binnen hun muren gesleept waarna er in de stad een geweldig feest met veel drank wordt gehouden omdat de oorlog eindelijk is afgelopen. Die nacht, terwijl de Trojanen hun roes uitslapen komen de mannen uit het paard, zetten de poorten open en marcheert het Griekse leger de stad in. Er volgt een bloedige slachtpartij onder de Trojanen, die in hun slaap worden overvallen, en wordt de stad, huis voor huis, in brand gestoken. Tijdens de gevechten waarschuwt Calchas de Grieken om Aeneas niet te doden. ‘Hij is gedoemd om uit dit land te vertrekken en in een ander land een nieuw vaderland te stichten.’ De Grieken luisteren naar de wijze Calchas en de volgende ochtend is de stad, na vele onwaardige daden, volledig vernietigd, en een groot aantal Trojaanse vrouwen gevangen genomen om tot slavin gemaakt te worden.

Thuisreis

De ziener Calachas

Toen de tijd was aangebroken om naar huis terug te keren, stak er een zware storm op die verscheidene dagen aanhield. Calchas verklaarde deze storm door te melden dat de geesten van de doden ontevreden waren en er nog enkele offers gebracht moesten worden. ‘Bovendien,’ zo zegt hij, ‘is Athena kwaad vanwege de goddeloosheid van Ajax 2, die de Trojaanse Cassandra had verkracht voor de voeten van het beeld van Athena. We kunnen beter over land teruggaan om te voorkomen dat velen van ons verdrinken in de golven.’ De meeste Grieken luisteren niet naar zijn waarschuwing, willen niet langer wachten, trekken de schepen vanaf het strand de zee in en vertrekken. Maar Amphilochus 1, Podalirius en Polypoetes 1 volgen zijn advies op en laten hun schepen achter in Troje.

Dood van Calchas

Samen met deze mannen komt Calchas lopend aan in de stad Colophon waar een andere beroemde ziener, Mopsus 1, woonde. Deze zoon van Apollo ontving de mannen gastvrij en daagde Calchas uit tot een wedstrijd op het terrein van de zienerskunst. Calchas stemde in en vroeg aan Mopsus 1: ‘Hoeveel vijgen groeien er aan de vijgenboom die daar staat?’ Daarop antwoordde Mopsus 1: ‘Tienduizend plus één vijg’, en dit antwoord bleek precies te kloppen. Vervolgens vroeg Mopsus 1 aan Calchas hoeveel biggen de drachtige zeug, die op het erf liep, in haar buik droeg en wanneer ze die zou werpen. ‘Acht’, antwoordde Calchas met een glimlach. Dan reageert Mopsus 1: ‘De voorspelling van Calchas is volkomen fout. Als het gaat om exacte voorspelkunst is niemand zo rijk als ik, de zoon van Apollo en Manto 1. Ik voorzie dat zij niet acht, maar negen biggen in haar buik draagt, dat ze allemaal mannelijk zijn, en dat ze zonder enige twijfel morgen in het zesde uur geboren zullen worden.’ Toen dat gebeurde, stierf Calchas van ergernis. Zo vervulde Calchas de eerdere voorspelling dat hij zou sterven zodra hij een ziener zou ontmoeten die kundiger was dan hijzelf.

Stamboom:

Thestor 1 - - -
Calchas -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz