Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Castor

Afstamming en uiterlijk

De twee Dioscuren

Over de afstamming van Castor bestaat in de Griekse Mythologie geen eenduidigheid. Hij is of een zoon van oppergod Zeus, of van de sterveling Tyndareus. Deze onduidelijkheid komt voort uit het gegeven dat zowel Zeus als Tyndareus, in dezelfde nacht, het bed delen met Leda, de mooie dochter van Thestius of Zeus. Volgens de meest gangbare mythen werd tijdens die nacht ook de tweelingbroer van Castor, Polydeuces, verwekt. Deze Polydeuces was onsterfelijk en zou dus een zoon van Zeus zijn. Castor is sterfelijk en wordt daardoor de zoon van Tyndareus genoemd. Maar er zijn ook mythen die vermelden dat Zeus het bed met Leda deelde in de gedaante van een zwaan en de tweelingbroers, met hun zus Helena, uit een ei werden geboren. Naast Helena hebben de twee broers nog drie andere (half)zussen; Clytaemnestra, de latere vrouw van Agamemnon, evenals Phylonoe en Timandra 1.

Uiterlijk

De twee broers, die als twee druppels water op elkaar lijken, worden geboren in de stad Messene, in Laconië, en worden vanwege hun afstamming de Dioscuren of Tyndariden genoemd en soms ook wel Oebaliden, naar hun grootvader Oebalus 1. Castor en zijn broer groeien uit tot twee mannen met gespierde en goed verzorgde lichamen, die ze insmeerden met olijfolie. Voorts hadden ze een prachtig uiterlijk, grote ogen, een mooie huidskleur, en glanzende blonde haren. Ze bekwamen zich tot twee uitstekende ruiters, werd Castor beroemd om de wijze waarop hij wilde paarden kon temmen en Polydeuces vanwege zijn vaardigheid in het boksen. Bovendien was Castor een uitstekende strateeg, zeer vaardig in de strijd, en leermeester van de jonge Heracles die hij de omgang met wapens bijbracht.

Schaking van Helena

Als hun zus Helena, die pas twaalf jaar oud is maar tot prachtige schoonheid uitgroeide, op een dag aan het offeren is in de tempel van Athena wordt zij ontvoerd door Pirithous 1 en Theseus, de koning van Athene. De twee ontvoerders worden nog kort achtervolgd door een aantal inwoners van de stad maar die geven het bij Tegea op. Theseus verstopt Helena bij een vriend in Aphidnae, een district in de buurt van Athene, en liet zijn moeder voor het nog jonge meisje zorgen. Verder gaf Theseus opdracht om de verblijfplaats van Helena geheim te houden en vertrok toen met Pirithous 1 om een tocht naar de onderwereld te volvoeren. Als Polydeuces en Castor horen dat Theseus hun zus hebben ontvoerd ontsteken ze in woede en brengen een leger met mannen uit Arcadië en Laconië op de been.

Strijd tegen Athene

Zodra Castor en Polydeuces met hun leger voor de poorten van Athene staan doen ze in eerste instantie niemand kwaad en eisen alleen hun zus terug. Maar de inwoners van Athene antwoordden dat zij het meisje niet hebben en ook niet weten waar zij was gebleven. Hoewel de Dioscuren niet op een oorlog met de Atheners uit zijn treffen ze daarna voorbereidingen om de stad aan te vallen en maken ze zich gereed voor de strijd. Op dat moment komt een inwoner, Academus, naar het toe die hen zegt gehoord te hebben dat Helena in Aphidnae verborgen wordt gehouden bij een vriend van Theseus. Castor en Polydeuces bedanken Academus voor zijn informatie, zeggen hem eeuwige steun toe, breken het beleg van Athene op en gaan met hun leger op weg naar Aphidnae.

Bevrijding van Helena

Anders dan bij Athene praten de Dioscuren ditmaal niet met de inwoners en gaan onmiddellijk tot de aanval over zodra ze Aphidnae bereiken. Ze bestormen de stad en vernietigen die volledig, waarbij de sterfelijke Castor door koning van Aphidnus wordt verwond aan zijn rechterdijbeen. Na de gevechten gaan ze op zoek naar hun zuster, maar kunnen haar in eerste instantie niet vinden. Opnieuw maken ze gebruik van de kennis van Academus en vinden Helena uiteindelijk in het paleis van koning Aphidnus. Snel bevrijden ze het meisje en nemen bovendien Aethra 1, de moeder van Theseus, gevangen die op het meisje moest passen, om als slaaf voor hun zus te dienen. Als de Dioscuren hun zus ondervragen naar de gebeurtenissen met Theseus vertelt Helena hen dat ze, om aan straf te ontkomen, nog steeds maagd is. Volgens een enkele mythe had Theseus haar echter zwanger gemaakt van de dochter Iphigenia.

Jacht Everzwijn 2

De jacht op het everzwijn

Enig tijd later geeft Castor, samen met zijn broer Polydeuces, gehoor aan de oproep van koning Oeneus 1 uit Calydon om te komen helpen een groot en monsterlijk Everzwijn 2 te doden. Dit reusachtige dier maakt de landerijen onveilig en doodt daarbij ook de plaatselijke boeren. Net als de broers geven vele helden gehoor aan de oproep en worden aan het hof van Oeneus 1 negen dagen lang gastvrij onthaald. Op de tiende dag ontstaat er onenigheid tussen Cepheus 1 en Ancaeus 1 omdat een vrouw, Atalanta, zich ook meldde voor de jacht. De zoon van koning Oeneus 1, Meleager, damt de ruzie in en zegt dat Atalanta ook mee mag doen waarna de rust in het gezelschap weer enigszins terugkeert.

De jacht

De jacht begint en de broers gaan gewapend met een lans en rijdend op een sneeuwwit paard naar het bos waar het monster gewoonlijk huishoudt. Het jachtgezelschap probeert op alle mogelijke manieren het Everzwijn 2 te doden maar weten hem alleen licht te verwonden. Het beest wordt hierdoor nog woester en weet enkele jagers te verwonden. Dan gaat de tweeling op het monster af en zouden dat met hun lansen zeker gedood hebben. Maar het Everzwijn 2 wijkt plotseling van zijn pad af en duikt een dicht bos in waar paarden niet konden volgen. Uiteindelijk wordt het monster de dodelijke steek toegebracht door Meleager die daardoor ook de huid van het dier wint. Hierna ontstaat weer ruzie in het gezelschap, omdat Meleager de huid aan Atalanta schenkt, en vallen er enkele doden. Castor en Polydeuces bemoeien zich hier echter niet mee en keren heelhuids naar huis terug.

Tocht Argonauten

Castor en Polydeuces geven ook gehoor aan de oproep van Iason uit Iolcus, om deel te nemen aan een tocht om de ‘Gouden Vacht’ uit Colchis te gaan halen. Koning Pelias 1 had Iason opdracht voor deze gevaarlijke expeditie gegeven. Er verzamelen zich zo’n vijftig andere helden uit Griekenland in Iolcus waar ze zich inschepen op het schip de Argo. Vanwege de naam van dit schip zou deze reis later bekend komen te staan als de Tocht van de Argonauten. Onder deze Argonauten bevonden zich vele beroemde namen zoals Heracles, Peleus, Telamon, Zetes en Calais. De mannen besluiten om Iason als hun aanvoerder te accepteren en beginnen aan hun tocht.

Begin van de tocht

Aan het begin van de tocht, waarbij de Dioscuren een felrode mantel dragen, komen de Argonauten aan op het eiland Lemnos waar de vrouwen uit jaloersheid al hun mannen vermoord hadden. In eerste instantie zijn de vrouwen nogal afwijzend tegenover de Argonauten. Maar als Iason de eerste gesprekken heeft gevoerd, en het doel van zijn expeditie bekend heeft gemaakt, wijkt de angst bij de vrouwen en heten zij de Argonauten hartelijk welkom op hun eiland. Daar nemen de Argonauten enkele weken pauze en brengen de mannen menige nacht door in de bedden van de vrouwen. Zo zorgen zij weer voor nageslacht op het eiland waarbij ook Castor en Polydeuces hun plicht doen. Maar Heracles wordt ongeduldig, maant de mannen, en zo varen de Argonauten weer verder nadat zij innig afscheid hebben genomen van hun tijdelijke geliefden.

Dolionen

Aankomst van de Argonauten bij de Dolionen

Hierna komen ze aan bij de Dolionen waar de Argonauten hartelijk worden ontvangen en hun gastheren helpen om de Aardezonen te verslaan. Nadat ze daar weer vetrokken zijn wordt het schip ’s nachts door een storm naar dezelfde kust teruggedreven. De Dolionen denken in de duisternis dat zij worden overvallen door de Pelasgen en er ontstaat een strijd op leven en dood. De Dolionen zijn echter geen partij voor de Argonauten en vele van hen sneuvelen onder het geweld van de Argonauten. Zo schiet Polydeuces met een pijl Hebrus 2 neer en doorboort Hages, Thapsus en Nealces met zijn zwaard. Ook Castor treft enkele tegenstanders en laat Itys 3, op de plek waar hij hem trof, in het stof bijten nadat hij zijn zwaard door de maag van de man had gestoten. Bij het ochtendgloren ontdekken zowel de Dolionen als de Argonauten hun vergissing en wordt de strijd onmiddellijk gestaakt. Helaas zijn er dan al vele doden te betreuren en kunnen Castor en Polydeuces van verdriet nauwelijks de vrouw van de gesneuvelde koning optillen om haar bij het dode lichaam van haar man weg te trekken om hem naar de brandstapel te brengen.

Verschijning van Glaucus

Hierna varen de Argonauten weer verder en passeren met veel inspanning de Bewegende Rotsen (Symplegaden) en komen in de Zwarte Zee terecht waar Orpheus tijdens een kalme zee de bemanning betovert met zijn prachtige zangkunst. Dan steekt plotseling een storm op en is iedereen bang dat het schip zal vergaan. Orpheus, die in de mysteriën van Samothrace was ingewijd, bid dan tot de Goden en bedaarde de storm. Toen de wind ging liggen daalden er twee sterren boven de hoofden van de Dioscuren en was het hele gezelschap verbaasd over het wonder dat had plaatsgevonden. Bovendien verscheen de zeegod Glaucus 7 bij het schip en zei dat Castor en Polydeuces voortaan de Dioscuren (zoons van Zeus) zouden heten en met dezelfde eerbied als de Goden vereerd moesten worden. De bemanning concludeerde dat zeelieden bij een storm voortaan tot de Goden van Samothrace moesten bidden voor hun redding en dat dit fenomeen geopenbaard was door de Dioscuren.

Aankomst in Bebrycië

Kort daarna landen zij op de kust van Bebrycië waar koning Amycus 1 heerst. Deze grote en oersterke zoon van Poseidon heeft als gewoonte alle vreemdelingen die zijn land bezoeken uit te dagen voor een bokswedstrijd op leven en dood. Ook de Argonauten worden door Amycus 1 aangesproken en zegt: ‘Luister, zwervers, ik ben koning Amycus 1 en hier mag geen vreemdeling vertrekken voordat hij zijn vuisten in een bokswedstrijd met mij heeft beproefd met de dood als prijs Zoek dus een sterke tegenstander voor mij uit, slechts één van jullie, om zich met mij te meten.’ Zo sprak de woeste Amycus 1 terwijl zijn ogen rolden als een leeuw die door een speer getroffen was. Onmiddellijk melden zich een paar dappere mannen maar Polydeuces is onverbiddelijk en zegt dat hij de wedstrijd zal voeren. Hoewel Castor door angst werd bevangen wikkelt hij, samen met Talaus, de leren lappen om de handen van Polydeuces die Lycoreus 1, een knecht van Amycus 1, hen voor de voeten geworpen had. Dan gaat Polydeuces de kring van toeschouwers binnen om de wedstrijd met zijn tegenstander aan te gaan.

Bokswedstrijd

De twee beginnen elkaar direct te bedreigen en tasten met hun vuisten elkaars krachten af. De grote Amycus 1 dwingt de kleinere Polydeuces stap voor stap achteruit en gunt hem geen moment rust. Maar die wist telkens, zonder een schrammetje op te lopen, de slagen te ontwijken door achteruit te boksen. In de tussentijd bestudeert hij de zware slagen van Amycus 1 maar ziet ook diens zwakke punten en deelt op een gegeven moment een paar zware slagen aan hem uit. Zo ging de strijd een poosje op en neer en was het geklapper van hun tanden tot ver in de omtrek te horen. Door vermoeidheid krijgen ze gebrek aan adem en nemen een korte pauze waarbij het zweet van hun lijven gutste. Amycus 1 is verbaasd dat dit tengere mannetje zo lang stand weet te houden en besluit om hem direct aan het begin van de tweede ronde neer te slaan.

Overwinning

Na de rust gaat het tweetal opnieuw op elkaar af en richt Amycus 1 zich in zijn volle lengte op om zijn tegenstander met één formidabele slag neer te slaan. Polydeuces ziet het gevaar op zich afkomen, maakt een snelle schijnbeweging, boog zijn hoofd opzij, en ving de dreun op met zijn schouder. Onmiddellijk gaat hij in de tegenaanval en treft Amycus 1 net boven het oor waardoor zijn schedel brak. Pijnlijk getroffen valt Amycus 1 op zijn knieën, klonk er een luid gejuich onder de Argonauten, en blies zijn laatste adem uit. De Bebryciërs zien met stomme verbazing hoe hun, onverslaanbaar geachte, koning sterft en vallen dan de Argonauten aan. Maar nu hun koning gestorven was waren zij geen partij voor de Argonauten en werden op de vlucht gejaagd. Dankbaar dat zijn broer niet is gesneuveld verbindt Castor zijn wonden met bladeren en dankt de Goden door enkele stieren te offeren die hij uit de kudde van Amycus 1 nam.

Aankomst in Colchis

Enkele dagen later arriveren de Argonauten in Colchis nadat zij op het eiland van Ares 1 enkele schipbreukelingen hadden opgenomen. Daar heeft Iason, met enkele van de Argonauten, een ontmoeting met koning Aeëtes, een zoon van zonnegod Helius, en vraagt hem om de Gouden Vacht. Uiteraard is deze niet van plan om de vacht aan Iason te schenken. Bovendien heeft Aeëtes ruzie met zijn broer Perses 2 en dreigt er een burgeroorlog in Colchis waarvoor hij wel steun kan gebruiken van de Argonauten. Daarom zegt Aeëtes tegen Iason dat hij wellicht de Vacht wil schenken maar dat de Argonauten hem dan eerst moeten steunen in de strijd met zijn broer. Castor brengt dit bericht naar de op het schip wachtende bemanning en zegt: ‘Aeëtes is geen wilde, zoals wij verwachtten, en weigert ons de Gouden Vacht niet. Maar onder druk van een burgeroorlog zoekt hij onze steun. Iason bood hem onze steun aan en vraagt jullie onmiddellijk te komen.

Burgeroorlog

Burgeroorlog in Colchis

Zonder aarzelen gaan de Argonauten, volledig bewapend, naar de stad en staan enkele dagen later tegenover het leger van Perses 2 en barst de strijd los. Tijdens de gevechten ziet Castor de twee broers Gela en Medores, uit Hyrcanië, op een paar prachtige witte paarden rijden. De te voet gaande Castor staat direct in vuur en vlam voor de prachtige dieren en werpt zijn lans recht in de borst van Gela die van zijn paard tuimelt. Lachend pakt Castor de teugels van het paard en springt zelf op het dier. Dan komt Medores op hem af en zegt: ‘Kom, gun mij op z’n minst het lot van mijn broer te delen of om dit verraderlijke paard mijn speer te laten voelen.’ Zo sprak Medores, maar voordat hij uitgesproken was werd hij door een speer van iemand anders getroffen, en ging zijn eigen paard ervandoor. Hierna reed Castor op het paard over de vlakte, behendig draaiend en kerend, en zaait met zijn speer dood en verderf onder de tegenstanders. Uiteindelijk weet Aeëtes de strijd te winnen, dankzij de hulp van de Argonauten, en slaat Perses 2 op de vlucht.

Krachtproef

Hoewel dankbaar voor de hulp van de Argonauten is koning Aeëtes niet bereid om de Gouden Vacht aan Iason te schenken. Opnieuw verzint hij een taak die eerst uitgevoerd moet worden en zegt tegen Iason dat één van zijn mannen een krachtproef moet uitvoeren om aan te tonen dat ze dapper genoeg zijn om de Vacht te verdienen. Diegene moet twee grote vuurspuwende stieren voor een ploeg spannen, het land omploegen, en vervolgens enkele Drakentanden zaaien. Als Iason over deze onmogelijke en dodelijke proef aan zijn mannen vertelt springen Castor en Polydeuces, samen met Telamon en Idas 1, onmiddellijk op om de uitdaging aan te gaan, terwijl de rest aarzelt en zwijgt. Maar Iason besluit, als aanvoerder, de proef zelf te ondergaan en dankt hen voor het aanbod. Gelukkig weet Iason hulp te krijgen van tovenares Medea 1, de dochter van Aeëtes, die verliefd op hem was geworden en slaagt hij in zijn opdracht.

Thuisvaart

De Argonauten begrijpen dat Aeëtes opnieuw een smoes zal verzinnen. Dus stelen ze direct na de proef de Gouden Vacht en vluchten, samen met Medea 1, het land uit. Aeëtes is woedend en achtervolgt het schip waardoor de Argonauten gedwongen worden om via een enorme omweg naar huis terug te keren. Gedurende deze thuisreis beleven de Argonauten nog vele avonturen maar weten uiteindelijk, na een maandenlange zwerftocht, heelhuids thuis te komen waar Iason de Vacht aan koning Pelias 1 schenkt. Met een list weet Medea 1, die met de Argonauten was meegevaren, ervoor te zorgen dat Pelias 1 door zijn dochter aan stukken wordt gesneden, en wordt Argonaut Acastus, de zoon van Pelias 1, de nieuwe koning van Iolcus. De Dioscuren merken hier echter niets van omdat zij al op weg waren naar huis.

Overige daden

Om de dood van zijn vader Pelias 1 te eren organiseert Acastus een jaar later begrafenisspelen waar vele Argonauten aan deelnemen. Ook Peleus en de Dioscuren doen mee. Tijdens de spelen wordt Astydamia 3, de vrouw van Acastus, verliefd op Peleus en stuurt bericht dat ze graag het bed met hem wil delen. Peleus wil hier niets van weten waarna Astydamia 3 hem vals beschuldigt bij Acastus. Toen Acastus dit hoorde vond hij het niet juist om zijn oude tochtgenoot te doden, en verzon een list. Hij nam Peleus mee uit jagen op de berg Pelion en liet hem, tijdens een rustpauze, slapend achter als prooi voor de Centauren. Maar Peleus werd gered door Chiron en zwoer wraak te nemen op de overspelige Astydamia 3. Samen met Castor en Polydeuces, en een groot leger, trekt hij op tegen de stad Iolcus waar ze Astydamia 3 afslachten en het leger tussen de lillende brokstukken door de stad binnenleidden. Hierna keren de Dioscuren terug naar hun huis in Sparta.

Heracles

Daar komt ook hun oude tochtgenoot Heracles enige tijd later op bezoek en vraagt de twee broers hem te steunen bij zijn wraak op Laomedon 1. Nadat Heracles de Argonauten had verlaten was hij bij koning Laomedon 1 in Troje terechtgekomen die hem slecht had behandeld en het verdiende om bestraft te worden. ‘Als de Dioscuren met hem meegingen’, zo zei Heracles, ‘zouden vele anderen hem ook volgen.’ Castor en Polydeuces beloven hem alles wat hij vroeg, en gingen met Heracles en een groot leger naar Troje. Daar leidt Heracles het leger naar de stad maar blijven de Dioscuren bij de schepen achter om die te bewaken. Daar wordt het tweetal door Laomedon 1 aangevallen maar worden ontzet door Heracles die terugkeerde en Laomedon 1 doodde. Gezamenlijk plunderen ze Troje en keren daarna weer heelhuids terug naar huis. Tijdens deze tocht stichtte het tweetal nog de stad Dioscoris maar blijven er niet zelf wonen.

Beroemdheden

Zo werden de Dioscuren, na de tocht met de Argonauten, grote beroemdheden die vele andere mannen in dapperheid overtroffen. Ze schonken hulp aan diegenen die behoefte had aan hun steun en verwierven, door hun sterke geest en moed als aanvoerders, evenals hun rechtvaardigheid en vroomheid, grote faam bij alle mensen. Vooral onder zeevaarders genoten zij veel aanzien en werd het tweetal vaak aangeroepen als een schip door een storm overvallen werd en ze in grote nood verkeerden.

Vrijers van Helena

Als hun zus Helena de huwbare leeftijd bereikt komen er vele vrijers naar het hof van haar vader Tyndareus. In die tijd was het niet de gewoonte om rechtstreeks je bedoelingen kenbaar te maken aan de vader van het meisje en werd er van een tussenpersoon gebruik gemaakt. Zo worden de twee broers overspoeld met verzoeken van vrijers en mochten zij vele geschenken voor Tyndareus in ontvangst nemen om aan hun vader te geven en een goed woordje voor de vrijer te doen. Op een gegeven moment probeert ook Agamemnon, de machtige koning van Mycene, de mooie Helena te schaken. Voordat hij zijn plan kan uitvoeren ontdekken Castor en Polydeuces echter zijn bedoelingen en rukken te paard tegen Agamemnon op. Maar Tyndareus, die geen strijd wil, doet een goed woordje bij de broers voor Agamemnon zodra die om genade vroeg. Uiteindelijk wijst Tyndareus de broer van Agamemnon, Menelaus, aan als echtgenoot voor zijn (stief)dochter Helena.

Trojaanse Oorlog

Als Helena kort daarna door de Trojaan Paris wordt geschaakt gaan Castor en Polydeuces direct met een schip achter Paris aan. Maar toen zij op het eiland Lesbos landden en te horen kregen dat Helena vrijwillig met Paris was meegegaan gaven zij de achtervolging op, vervloeken hun zus, en willen niets meer met haar of de gevolgen van de schaking te maken hebben. Ze weigeren dan ook ronduit om deel te nemen aan de strafexpeditie van de Grieken tegen de Trojanen en zeggen dat zij niet verantwoordelijk gesteld willen worden voor haar misdaad, en zeker niet voor haar eventuele terugkeer naar Griekenland. Ook tegen de afgezanten van Priamus, die hij naar Griekenland stuurde om het geschil bij te leggen, zijn de Dioscuren even resoluut en weigeren om aan een oplossing voor het conflict mee te werken.

Schaking Hilaira en Phoebe 2

Schaking van Hilaira en Phoebe

Castor en Polydeuces gaan in plaats daarvan op vrouwenjacht en raken hevig verliefd op de mooie Hilaira en Phoebe 2, dochters van Leucippus 1, de broer van hun vader Tyndareus, die als priesteressen in de tempel van Athena en Artemis dienst deden. Leucippus 1 had zijn dochters echter al beloofd uit te huwelijken aan Idas 1 en Lynceus 1, de zoons van Aphareus 2, die ook aan de tocht van de Argonauten hadden deelgenomen. De Dioscuren trekken zich hier echter niets van aan en ontvoeren de meisjes, die zij tot hun vrouwen maken. Polydeuces trouwde met Phoebe 2 en kregen samen een zoon Mnesileus. Castor nam Hilaira tot vrouw en werd bij haar vader van de zoon Anagon. De eveneens verliefde Idas 1 en Lynceus 1 proberen in eerste instantie nog de hun toegezegde vrouwen terug te eisen maar de Dioscuren weigeren dit botweg. Dan nemen Idas 1 en Lynceus 1 de wapens op en gaan op Castor en Polydeuces af.

Dood van Castor

In de omgeving van Aphidnae treft het viertal elkaar, en zoeken naar een geschikte plek om hun geschil voor eens en altijd uit te vechten. Ze gaan met hun zwaarden op elkaar af en er ontbranden twee felle gevechten. Tot grote verbazing van Castor weet Lynceus 1 hem het zwaard door de borst te steken en begint de sterfelijke Castor aan zijn reis naar het land der schaduwen. De onsterfelijke Polydeuces, die zijn broer ziet sneuvelen, gaat woedend op Lynceus 1 af en doorboorde diens nek met zijn lans waardoor ook hij sterft. Dan valt Idas 1 op Polydeuces aan maar wordt door Zeus met een bliksem tegengehouden. Idas 1 vlucht en Polydeuces zakt bedroefd door de knieën bij het lichaam van zijn dode broer en neemt hem in zijn armen.

Plaatsvervangende dood

Terwijl de hemel al zich voor hem opende bidt Polydeuces tot zijn vader Zeus: ‘Hoor mijn woorden aan, vader. Verdeel de hemel, die je nu aan mij wil schenken, tussen ons tweeën. De helft van een geschenk is beter dan het hele.’ Zo sprak hij en Zeus gunde hem die eer, waardoor zijn broer verlost werd van de dood. Sindsdien leeft de één afwisselend een dag in de hemel terwijl de ander in de onderwereld verblijft. Volgens een andere mythe vochten de Dioscuren niet met Lynceus 1 en Idas 1 omdat zij hun vrouwen geschaakt hadden maar omdat zij hun vee hadden gestolen. Volgens weer een andere mythe werden de Dioscuren, na hun plaatsvervangende dood, door Zeus als het sterrenbeeld Tweeling aan de hemel geplaatst om de zeelieden te gidsen tijdens de woeste stormen die op zee konden heersen.

Stamboom:

Zeus / Tyndareus Leda Leucippus 1 -
Castor Hilaira
Anagon

Bronnen

©2015 Maarten Hendriksz