Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Cephalus 2

Cephalus 2 is een zoon van koning Deion uit Phocis en diens vrouw Diomede 2. Hij heeft vier broers: Aenetus, Phylacus 2, Nisus 1, Actor 3, en een zus Asterodia 1. Cephalus 2 was een knappe jongen die uitstekend overweg kon met de slinger en daarmee menige prijs behaalde tijdens de Spelen die van tijd tot tijd werden georganiseerd. Cephalus 2 volgt zijn vader op als koning van Phocis en trouwt met Procris 1, de mooie dochter van Erechtheus of Pandion 3 uit Athene, die net als hij van jagen hield en op wie Cephalus 2 hevig verliefd was. De liefde is wederzijds, ze beloven elkaar om nooit ontrouw te zijn, en hun geluk is groot.

Ontmoeting met Eos

Een maand na het huwelijk gaat Cephalus 2 ’s morgensvroeg alleen op hertenjacht en begint zijn netten uit te zetten in het bos. Dan wordt hij plotseling meegetrokken door Eos 1, de godin van de dageraad, die de liefde met hem wil bedrijven. Maar Cephalus 2 is trouw aan zijn vrouw, zegt dat ook tegen de godin, en weigert op de avances van Eos 1 in te gaan. Eos 1 is beledigd en roept: ‘Stop met dat gezeur, ondankbare hond! Houd je Procris 1 maar. Je krijgt er alleen spijt van, dan kan ik je voorspellen.’ Woedend liet ze daarna Cephalus 2 naar huis gaan. Maar op weg naar huis klinken de woorden van Eos 1 nog na in zijn hoofd en begint Cephalus 2 te vermoeden dat Procris 1 hem misschien ontrouw is.

Huwelijkstest

Hij besluit om de proef op de som te nemen en stuurt een bediende op zijn vrouw af met een grote hoeveelheid goud. Deze kreeg opdracht om tegen Procris 1 te zeggen dat er iemand, die zij niet kende, verliefd op haar geworden was en het goud aanbood om het bed met haar te delen. Procris 1 weigert ronduit, bleef trouw aan haar gelofte en zei: ‘Er is er maar één, op wie ik blijf wachten en aan wie ik mijn hart verpand heb.’ en stuurt de bediende weg. Als Cephalus 2 daarna de dubbele hoeveelheid goud stuurt accepteert Procris 1 toch het voorstel, en gaat naar het huis waar de ontmoeting zal plaatsvinden. Daar ‘betrapt’ Cephalus 2 Procris 1 terwijl ze in bed ligt te wachten. Beschaamd vlucht ze het huis uit en gaat als vluchteling naar koning Minos 1 van Kreta.

Uitdager uitgedaagd

Hereniging Cephalus en Procris

Enkele jaren later keert Procris 1, onherkenbaar verkleed als man met kortgeknipte haren, terug en wordt een jachtmakker van Cephalus 2. Tijdens de jacht maakt ze gebruik van een werpspeer die ze op Kreta had gekregen en nooit zijn doel miste. Bovendien was ze in het bezit van een hond, Laelaps 2 die altijd zijn prooi ving. Toen Cephalus 2 zag dat hij nooit meer iets ving tijdens de jacht en alles de kant van Procris 1 opging, wilde hij de speer voor zichzelf hebben. Maar 'hij'weigerde waarna Cephalus 2 ‘hem’ ook een deel van zijn koninkrijk beloofde. De vermomde Procris 1 weigerde nog steeds maar zei: ‘Als je dit echt witl, gun me dan datgene dat jongens niet gegund wordt.’ Brandend van verlangen om de speer en de hond in zijn bezit te krijgen, beloofde Cephalus 2 wat ze wilde. Toen ze in de slaapkamer kwamen, trok Procris 1 haar tuniek uit en toonde dat ze een vrouw was en zijn echtgenote. Bovendien verweet ze Cephalus 2 dat hij een veel schandelijker daad had gepleegd dan zij. Maar het stel is nog steeds gek op elkaar en verzoent zich waarna Cephalus 2 de hond en de speer kreeg.

De hond Laelaps 2

In die periode had Amphitryon aan Creon 1, de koning van Thebe, gevraagd hem te helpen met een oorlog tegen de Taphiërs. Creon 1 weigerde tenzij Amphitryon hem helpt om de omgeving van Thebe te verlossen van een vos die het vee verslond en de mensen aanviel. Amphitryon accepteerde deze voorwaarde en vroeg Cephalus 2 hem te helpen met zijn hond. Cephalus 2 stemde in, mits hij een aandeel van de buit kreeg die op de Taphiërs veroverd zou worden, en gaat met een grote groep jagers naar Thebe. Zodra de jagers de vos hebben ingesloten laat Cephalus 2 zijn hond los en gaat die als een haas achter de vos aan. De mannen zien hoe de twee achter elkaar aan rennen maar krijgt Laelaps 2 de vos niet te pakken. Hij lijkt de vos vaak bijna in de staart te bijten maar weet die elke keer een andere kant op te schieten, en ontsnapt zo aan de scherpe kaken. Want de Goden hadden in het verleden verordend dat de vos niet gevangen kon worden, en dat niets aan de hond kon ontsnappen als deze op jacht ging. Daarop lost Zeus het dilemma op door beide dieren in steen te veranderen zodat de goddelijke beloftes niet gebroken werden.

Expeditie naar de Taphiërs

Daarna gaat Cephalus 2 en enkele andere bondgenoten met Amphitryon mee op de strafexpeditie naar de Taphiërs en hun koning Pterelaus. Die was echter onsterfelijk gemaakt door Poseidon, die een gouden haar in zijn hoofd had geplant. En zo lang Pterelaus in leven was, konden Amphitryon en zijn bondgenoten de stad Taphos niet veroveren. Maar toen de dochter van Pterelaus, Comaetho 1, verliefd was geworden op Amphitryon en de gouden haar van Pterelaus uit zijn hoofd had getrokken, stierf Pterelaus en onderwierp Amphitryon al de eilanden. Hij doodde Comaetho 1 en voer met de buit naar Thebe. De eilanden gaf hij aan Heleus en Cephalus 2 die er steden stichtten die ze naar zichzelf vernoemden. Cephalus 2 keert terug naar huis, waar Procris 1 intussen was bevallen van een gezonde zoon Acrisius 2, en zou Cephalus 2, volgens de schrijver Diodorus Siculus, ook nog de zoon Caenes bij haar verwekken.

Oude gewoonten

Thuis pakt Cephalus 2 zijn oude gewoonte weer op en gaat, zonder hond, vol goede moed weer op jacht. Hij is heel de ochtend druk in de weer en wil ’s middags, vermoeid, gaan uitrusten van de inspanningen die hij zich met de werpspeer van Procris 1 getroost had. Terwijl hij in de hitte naar een geschikte plek zoekt zingt Cephalus 2 een lied voor de zuidenwind Zephyrus 1: ‘Kom, mijn lieve Zephyrus 1, verkwik me, kom in mijn armen, mijn liefste wens, kom, en verlicht de hitte die mij schroeit!’ Zo zong hij allerlei dwaze taal en bracht een misverstand in de wereld. Want iemand anders hoorde wat hij zong en dacht dat Cephalus 2 zijn lied voor een Nimf met de naam Zephyrus zong. De man liep direct naar Procris 1 en fluisterde haar in wat hij had gehoord. Hevig ontsteld verdenkt zij haar man weer met Eos 1 om te gaan en besluit hem de volgende keer tijdens de jacht stiekem in de gaten te houden.

Dood van Procris

De dood van Procris

Cephalus 2 is de volgende dag weer druk in de weer met zijn speer en zingt na een mooie vangst opnieuw: ‘Kom, Zephyrus 1, troost mijn arbeid!’ Maar dan lijkt hij een soort gezucht uit de struiken te horen, en breekt er even later een tak. In de veronderstelling dat er wild in de struiken verscholen zit werpt hij snel zijn speer tussen de takken. Vlug zoekt hij tussen de struiken wat hij heeft gevangen en ziet daar plotseling Procris 1, dodelijk in haar borst getroffen, bloedend op de grond liggen. Ze tracht het wapen nog uit de wond te trekken en het bloeden te stelpen. Jammerend scheurt Cephalus 2 haar kleding aan stukken, bindt de repen stof om haar lijf, waarna hij haar zachtjes in zijn armen optilt. Zwak en stervend zegt ze tegen hem: ‘Ik smeek je, deel het bed niet met die Zephyrus 1!’ Dan dringt het tot Cephalus 2 door wat er aan de hand is, en legt aan zijn vrouw uit voor wie hij gezongen had. Zolang ze haar ogen open kon houden kijkt Procris 1 haar man aan en kust hij voor het laatst haar lippen. Dan sterft ze vredig, lijkt het, met minder droevig gezicht.

Eeuwige ballingschap

Voor de moord op zijn vrouw moet Cephalus 2 terecht staat om de Areopagus, wordt hij tot eeuwige ballingschap veroordeeld, en mag nooit meer naar Phocis terugkeren. In Thebe wordt hij later gezuiverd van de moord en keert als oude man terug naar Athene. Daar aangekomen wordt hij door koning Aegeus 1 naar Aegina gestuurd met de opdracht hulp te vragen aan koning Aeacus tegen Minos 1 van Kreta die met oorlog dreigt. Op het eiland aangekomen heet Aeacus Cephalus 2 hartelijk welkom en brengt Cephalus 2 zijn boodschap over. Dan zegt Aeacus: ‘Vraag mij geen hulp, Cephalus 2, want die heeft u altijd al! Nee, aarzel niet, beschouw het leger, dat mijn eiland heeft, en alles wat mijn rijk heeft als het uwe. Ik heb genoeg soldaten, altijd meer dan wie mij aanvalt en godzijdank heerst hier een tijd van ongeremde voorspoed.’ Daarop antwoordde Cephalus 2 beleefd: ‘Laat dit altijd zo blijven. Ik hoop zelfs dat uw volk nog mag groeien.

Laatste daden

Zo wisselen ze beleefdheden met elkaar uit en vertellen elkaar die avond verhalen uit het verleden. Dan vraagt Aeacus, die de prachtige speer welke Cephalus 2 bij zich heeft is opgevallen, hoe hij het wapen in zijn bezit heeft gekregen. Huilend vertelde Cephalus 2 hem het verhaal over zijn treurige huwelijk, en hoe Procris 1 het wapen in haar bezit had gekregen dat haar dood werd. En dat dit alles veroorzaakt omdat hij weigerde op de avances van Eos 1 in te gaan. ‘Had ik dat maar wel gedaan!’ besluit hij kreunend. De volgende dag vertrekt Cephalus 2 met een groot leger van de Myrmidonen en gaat terug naar Athene om de stad te helpen in de strijd met Minos 1.

Stamboom:

Deion Diomede 2 Erechtheus / Pandion 3 Praxithea 4 / -
Cephalus 2 Procris 1
Acrisius 2 (Arcesius), Caenes

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz