Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Dido

Dido is de dochter van koning Belus 2 en werd geboren in de stad Tyrus of Sidon in Libya. Ze heeft een jongere zus Anna en een oudere broer die Thias of Pygmalion 2 genoemd wordt. Dido werd door haar vader uitgehuwelijkt aan Sychaeus uit Phoenicië, die veel land bezit en koning over Tyrus was. Maar tussen Sychaeus en Thias ontstaat wrevel omdat de laatste jaloers was op de rijkdommen van Sychaeus. Om diens bezit te verwerven doodt hij Sychaeus in het geheim met zijn zwaard voor een altaar van een van de Goden. Thias weet zijn daad lang te verbergen totdat Dido een droom krijgt waarin haar dode echtgenoot vertelt hoe hij vermoord is door haar broer. Sychaeus adviseert Dido bovendien te vluchten voor Thias en onthult de plek waar hij vele rijkdommen in de grond heeft verstopt.

Vlucht

Aangezet door de droom bereidt Dido haar vlucht voor en bracht een grote groep metgezellen bijeen die een bittere haat tegen Thias koesterden. Ze eigende zich een aantal schepen toe, die toevallig in de haven lagen, en vlucht, met de vele rijkdommen van Sychaeus aan boord, over zee. Na enkele weken bereikt zij een het gebied Bursa, aan de kust van Noord-Afrika, en besluit Dido om daar haar nieuwe vaderland te stichten. Ze koopt een groot stuk grond van de lokale bevolking en begint aan de bouw van een stad die ze Carthago noemt.

Bouw van Carthago

Dido ontvangt de Trojanen

Als eerste laat Dido een reusachtige tempel bouwen voor Hera nadat ze, op aanwijzing van de godin, een beeld van een paardenhoofd uit de grond hadden opgegraven. Dido laat in de tempel haar troon neerzetten, vaardigt wetten uit en spreekt recht bij meningsverschillen. Bovendien verdeelt ze het werk in eerlijke porties en vuurde haar metgezellen aan om de stad verder uit te bouwen met prachtige woningen en paleizen. Terwijl Dido het werk eens aan het verdelen was brengen bewakers een groep vreemde mannen voor haar troon. Dido, die nieuwsgierig is wie het zijn, geeft één van hen verlof om te spreken en de oudste van de groep, Ilioneus 5, richt het woord tot haar.

Smeekbede van Ilioneus

'Koningin, aan wie Zeus het gunde een nieuwe stad te stichten, en rechtvaardig te heersen over trotse stammen. Wij zijn ongelukkige Trojanen, die na de vernietiging van Troje door stormen over alle zeeën zijn gereisd. Wij smeken u, laat onze schepen niet in vlammen opgaan, en spaar ons. Wij komen geen inbreuk maken op uw vrede of uw schepen te stelen. We zijn onze aanvoerder en koning Aeneas kwijt en missen eenvoudig de macht daarvoor. We waren op weg naar het Avondland toen een storm ons plotseling overviel en uiteindelijk voor uw kust aan de grond liepen. We zijn nog maar met een handjevol mannen en konden ons lijf redden door naar uw kust te zwemmen waar uw wachters ons gevangen namen. Sta ons toe de schepen aan land te trekken en te repareren. Daarna zullen we weer vreedzaam vertrekken en trachten onze koning te vinden om de tocht naar het Avondland voort te zetten.

Reactie van Dido

Dan antwoordt Dido: ‘Zet uw vrees van u af, Trojanen. Rampen en mijn nieuwe koningschap dwingen me deze maatregelen te nemen en mijn gebied te bewaken. Wie kent Aeneas niet en het arme Troje dat door de Grieken is vernietigd. Of u nu naar Hesperia of Sicilië wilt gaan, wij zullen u helpen en steunen om de schepen te herbouwen. Maar wilt u niet liever hier blijven in mijn koninkrijk en uw schepen aan land trekken. Uw mannen zullen zonder onderscheid met mijn eigen mensen door mij behandeld worden. Bovendien zal ik onze kust laten afspeuren om te ontdekken of uw koning, Aeneas, door dezelfde storm ook ergens in mijn gebied rondzwerft.

Verschijning Aeneas

Dido is nauwelijks uitgesproken of Aeneas staat voor de troon van Dido. Hij was door zijn moeder, de godin Aphrodite, al die tijd in een wolk verborgen en had zo het gesprek tussen Dido en Ilioneus 5 woordelijk kunnen volgen. Terwijl Dido hem verbaasd aankijkt zegt Aeneas: ‘Hier ben ik, de man waar u naar vroeg, de Trojaan Aeneas, die ook van de storm is gered. Ik zou u graag willen bedanken voor uw vriendelijk woorden tegen ons Trojanen, maar bezit het vermogen niet meer om dat te doen. U bent de enige die nog medelijden heeft met wat resteert van Troje en ons, die behoefte hebben aan alles, wil steunen. Mogen de Goden u een waardige beloning schenken voor uw rechtschapenheid en plichtsbetrachting. Welke ouders van formaat hebben u het leven geschonken om ons zo ter wille te zijn. Wij zullen u voor eeuwig ins ons hart sluiten.’ Daarna omarmt hij zijn verloren gewaande kameraden

Vriendelijke ontvangst

Dan neemt Dido weer het woord, terwijl ze in de tussentijd naar de prachtige verschijning van Aeneas had zitten kijken die door Aphrodite een goddelijke uitstraling had gekregen. ‘Welk noodlot heeft u getroffen en welke macht liet u stranden op mijn kust. Bent u die Aeneas, die Aphrodite voor Anchises 1 baarde aan de oever van de Simois? Ja, ik herinner me hoe Teucer 1 naar ons land kwam nadat hij uit zijn vaderland was verdreven en op zoek was naar een nieuw rijk. Mijn vader Belus 2 hielp hem en verwoestte toen het vruchtbare Cyprus om het onder zijn heerschappij te brengen. Sinds die tijd is het lot van Troje mij bekend. Maar, laten we naar mijn paleis gaan. Ook ik ben door een dergelijk lot getroffen en zette voet op dit land. Ik ben dus niet onbekend met leed en heb geleerd om ongelukkigen te helpen.

Aphrodite grijpt opnieuw in

Na deze woorden nam zij Aeneas mee naar haar paleis en kondigde een dankdienst voor de Goden af in de tempel. Eveneens stuurde zij twintig stieren voor de scheepslui naar het strand, en honderd grote zwijnen met nog eens honderd vette ooien en lammeren. In haar paleis laat ze een feestmaaltijd bereiden om Aeneas en zijn mannen welkom te heten. Aeneas had intussen een boodschapper naar de schepen gestuurd om zijn zoon Ascanius 3 op te halen met de opdracht, om van het weinige dat ze nog bezaten, een geschenk voor Dido mee te nemen. Opnieuw grijpt Aphrodite in en laat ze haar zoon, de liefdesgod Eros, de plaats innemen van Ascanius 3 om er zo voor te zorgen dat Dido via hem verliefd zou worden op Aeneas.

Feestmaaltijd

Zodra de jongen de zaal in komt waar de feestmaaltijd wordt gegeven kan Dido haar ogen nauwelijks van hem afhouden. Ze raakt geroerd als hij Aeneas omhelst en bewondert de geschenken die hij heeft meegebracht. Daarna gaat de kleine Ascanius 3 naar Dido, die hem op schoot neemt. Zonder dat ze iets in de gaten heeft doet Eros zijn werk, wist de herinnering aan haar geliefde Sychaeus, en laat een hevige hartstocht in haar ontvlammen voor de mooie Aeneas en zijn zoon Ascanius 3. Zodra de maaltijd beëindigd was zette men grote wijnvaten neer en vraagt Dido om stilte. ‘Laat Dionysus 2, de schenker van vreugde, hier bij ons zijn en jullie vereren met een vriendelijk onthaal.’ Na deze woorden plengde zij een offer aan de Goden, nam een slok, en liet vervolgens de wijnschaal rondgaan bij de gasten. Het feest gaat tot diep in de nacht door, terwijl Dido steeds verliefder wordt. Ze vraagt Aeneas honderduit over de gebeurtenissen in Troje en hoe de stad uiteindelijk is gevallen. Daarop vertelt Aeneas al zijn belevenissen en luistert Dido de rest van de nacht ademloos en met rode wangen toe.

Bekentenis

Dido verleifd

De volgende ochtend spreekt Dido tijdens het ontbijt met haar zus, en hartsvriendin: 'Anna, wat een wonderlijke gast heeft onze woonplaats nu bezocht. Wat ziet hij er prachtig uit en wat heeft hij een sterk zijn karakter. Ik geloof echt dat hij van de Goden afstamt. Ach, welke ellende heeft hij al meegemaakt, wat een avonturen heeft hij gisteravond verteld. Als ik niet gezworen had om nooit meer te trouwen, na de dood van mijn geliefde Sychaeus, dan zou ik misschien wel voor hem bezwijken. Ik beken het, Anna, hij heeft mijn liefde gewekt en mijn droevige hart weer tot leven gewekt. Ik herken de warmte van vroeger maar kan mijn eed niet breken.’ Zo sprak Dido jammerend tegen haar zus terwijl de tranen van haar wangen stroomden.

Anna

Dan zegt Anna: ‘Lieve Dido, mij dierbaarder dan mijn leven, wil je dan de rest van je leven kinderloos slijten? Geloof je dat de as en schim van je man zich daar in zijn graf over bekommert? Laat dat toch rusten, geen enkele man heeft jou in je rouwtijd nog aangeraakt. Je hebt alle krijgsheren versmaadt die ooit thuis en nu hier naar je hand dongen. Ga je nu ook vechten tegen de liefde waar je mee instemt? Ga een verbintenis aan met die man zodat we in onze nieuwe stad veilig zijn tegen de om ons heen liggende krijgslustige steden. Wat een stad, wat een rijk, zal je zien groeien wanneer je met hem trouwt. Vraag slechts de Goden om hun zegen.

Vlinders in de buik

Met deze woorden zet Anna het hart van Dido in vuur en vlam en gaf hoop aan haar weifelende geest. Snel gaan ze samen naar de tempel om een offer brengen aan de goden en vraagt Dido toestemming aan de Goden voor een huwelijk met Aeneas. Maar de Goden hebben andere plannen en zwijgen. Een week lang verteert het liefdesvuur haar hart en toont ze aan Aeneas nu eens de gebouwen die al klaar zijn, en geeft dan weer een banket waarbij ze aan zijn lippen hangt als Aeneas over zijn avonturen vertelt. ’s Nachts ligt ze in het duister op bed, smachtend, en ziet hem in gedachten vertellen terwijl ze Ascanius 3 op schoot houdt. In de tussentijd beramen de Goden het vervolg op deze affaire.

Jachtpartij

Aan het eind van de week besluit Dido een jachtpartij te organiseren en gaat zij, prachtig gekleed en gezeten op een vurig paard, de stoet voor naar de bergen waar zich ook Aeneas en Ascanius 3 in bevinden. Daar aangekomen galoppeert Ascanius 3 op zijn paard, dat hij van Dido heeft gekregen, alle kanten op in de hoop een woest everzwijn te treffen. Maar dan begint de lucht, onder luid gerommel, te betrekken en barst er een enorme regenbui los. Het jachtgezelschap valt uiteen en, door toedoen van de Goden, komen Aeneas en Dido in dezelfde grot terecht. Dan trekt Dido zich niets meer aan van reputatie, fatsoen of geheime liefde en valt Aeneas in de armen. Enkele uren later is de bui over, keren de twee als man en vrouw terug naar de stad, en is Dido in de zevende hemel.

Opdracht van de goden

Ook Aeneas kan zijn geluk niet op, noemt haar liefkozend Melissa, en vergeet dat hij op weg was naar een nieuw vaderland om een nieuw Troje te stichten. Heel de winter helpt hij Dido met het verder uitbreiden van de stad, terwijl ze openlijk als man en vrouw leven in het paleis, en elkaar met schandelijke wellust vertroetelen. Maar in het voorjaar krijgt Aeneas bezoek van Hermes die hem, in opdracht van Zeus, maant om weer verder te gaan met zijn zoektocht. Hij zegt hem bovendien dat hij Dido moet achterlaten omdat in het nieuwe vaderland een andere echtgenote op hem wacht. Aeneas is ontsteld en weet in eerste instantie niet wat hij moet doen. Uiteindelijk besluit Aeneas het bevel van Zeus op te volgen en geeft zijn mannen opdracht om, in het geheim, de schepen zeilklaar te maken en van voorraden te voorzien.

Ontdekking

Maar Dido ontdekt dat de vloot gereed wordt gemaakt om uit te varen en spreekt Aeneas aan. Radeloos roept ze tegen hem: ‘Hoop je nu echt, trouweloze, een zo groot onrecht stil te houden en mij eenzaam en alleen achter te laten door stiekem te vertrekken! Houdt onze liefde jou niet hier? Ben je de belofte in de grot, toen we voor het eerst in elkaars armen lagen, nu al vergeten? Ik smeek je, bij ons huwelijk, als ik je ooit aan mij verplicht heb of je ter wille ben geweest, vergeet dat onzalig plan. Vanwege jou heerst er nu haat bij mijn buren en mijn geschonden eer. Wat rest mij nog als jij weg gaat? Moet ik wachten op mijn broer Thias tot hij mijn stad komt verwoesten of mijn buren me als slavin wegvoeren. Nee, ik sterf nog liever dan dat ik dat laat gebeuren.’ Zo smeekt Dido bij Aeneas.

Weerwoord

Aeneas keek bij haar woorden star voor zich uit en onderdrukte met moeite zijn gevoelens. Uiteindelijk zegt hij: ‘Ik zal nooit al jou weldaden ontkennen of met spijt terugdenken aan mijn Melissa. Ik was niet van plan om te vertrekken maar heb bevel gekregen van Zeus om verder te gaan met mijn zoektocht naar een nieuw vaderland en moet jou achterlaten. Stop met je klachten en geloof me als ik zeg dat ik niet uit vrije wil vertrek om weer op zoek te gaan naar een nieuw vaderland.’ Zo spreekt Aeneas enige tijd tegen Dido maar dan ontploft ze, terwijl ze hem met een schampere blik aankijkt.

Woede uitval

'Jij hebt geen godin als moeder, trouweloze, maar de huiveringwekkende Kaukasus met zijn harde rotsen heeft jou gebaard. Waarom zou ik nog veinzen of me sparen voor ernstiger grieven? Ik redde je, aangespoeld op de kust en van alles berooid. Ik, dwaas die ik was, gaf je een deel van mijn macht en redde je vloot. Maar goed, ik houd je niet tegen. Ga maar en zeil weg. Maar als de Goden nog iets betekenen dan hoop ik dat je op de klippen zult lopen en dan vaak mijn naam zult roepen. Ik zal je van verre vervolgen en als de dood mijn lichaam scheidt van mijn geest, zal ik je als schim overal achtervolgen. Boeten zal je, ellendeling!’ Dan breekt ze, vlucht weg, en rent met gepijnigd hart naar haar kamer waar ze flauw valt van verdriet.

Laatste smeekbede

Terwijl Aeneas doorgaat met de voorbereidingen voor het vertrek, onderneemt Dido nog één poging om hem bij zich te houden. Ze roept Anna en zegt: ‘Zie toch eens, Anna, hoe heel de kust wemelt van de mensen en ze popelen om weg te varen. Als ik in staat was dit leed te tarten, zus, zou ik ook in staat zijn om het te dragen. Ga jij nog één keer naar hem toe en smeek hem mijn laatste wens te vervullen. Ik vraag hem niet om met me te trouwen, wat hij wel beloofd heeft, of het Avondland te vergeten, maar om slechts nog wat langer hier te blijven totdat ik dit leed heb leren verdragen. Deze allerlaatste gunst vraag ik hem, en als hij mijn wens vervult zal ik dat veelvoudig vergelden met mijn dood.’ Zo zegt Dido tegen Anna die vervolgens naar Aeneas toegaat om de boodschap over te brengen. Maar hij bleef onberoerd voor haar woorden en bleef gehoorzaam aan het bevel van de Goden

Doodsverlangen

Dido is geschokt door de botte weigering van Aeneas en besluit, overmand door verdriet, een eind aan haar leven te maken. Om haar zus niet te alarmeren verzint ze een list en zegt: ‘Anna, ik heb een middel gevonden dat hem aan mij teruggeeft of anders mijn verliefde hart van hem losmaakt. Er kwam vanuit het westen een priesteres die mij met haar magische kunsten beloofde te bevrijden van mijn verdriet. Ik zweer bij de Goden en jou, liefste zuster, dat ik me tegen mijn zin verlaat op de magische kunsten. Bouw heimelijk bij het paleis een brandstapel en leg daar de wapens op die de huichelaar in mijn slaapkamer achterliet. Leg er ook het bed op dat mijn ondergang was. Alle herinneringen aan die goddeloze moeten verbrand worden, zo zegt de PriesteresAnna, die niet geloofde dat haar zus een zelfmoord aan het voorbereiden was en medelijden had met haar zus voert de opdracht uit en bouwt in het binnenhof van het paleis een grote brandstapel.

Twijfel

Dido treurt om het vertrek van Aeneas

Dido versiert de brandstapel zelf met grafkransen en roept daarna driemaal de onderwereldgoden aan en bezweert haar stervensuur, wel wetend dat de Goden op de hoogte zijn van haar lot. Ze besluit om de volgende dag haar lot in handen te nemen en die nacht nog één keer alles te overdenken. IJsberend loopt ze door haar slaapkamer en slaat de twijfel weer toe. ‘Wat moet ik doen? Kan ik met hangende pootjes teruggaan naar die man uit Numidië, die ik zo vaak als echtgenoot afwees? Of zal ik met de Trojanen meevaren? Maar wie zal me, als ik dat vraag, op zijn schip mee willen nemen. Ach, hulpeloze, heb je intussen niet voldoende ervaring met meineden. Sterf toch, zoals je verdiend hebt en begraaf je hart in het zwaard en zal mijn belofte aan Sychaeus houden.’ Zo praat Dido heel de nacht tegen zichzelf.

Vertrek Aeneas

Dan komt de zon op en ziet Dido, vanuit het paleis, dat de vloot is uitgevaren en Aeneas, zonder afscheid te nemen, is vertrokken. Woedend ziet ze de schepen vertrekken, slaat zich met haar vuisten op de borst, en snijdt de blonde lokken van haar hoofd. Uiteindelijk zegt ze: ‘Zon, jij die alles op aarde ziet, en jij, Hera, die medeplichtig is aan dit vertrek, hoor de laatste woorden van de stervende Dido aan. Als het die afschuwelijke man lukt om een haven te bereiken en aan land te komen, omdat Zeus dat wil, laat hem dan om hulp smeken en een onwaardige dood van zijn de zijnen beleven. Laat hem nooit vrede meemaken, of de vruchten van het gewenste koningschap zien. Laat hem voor die tijd sneuvelen en begraven worden in een onbekend graf. Dit is mijn bede, en met deze woorden neem ik afscheid van dit leven.

Zelfmoord

Dan rent ze naar buiten, met bleke wangen, en beklimt de brandstapel. Daar trekt ze het zwaard van Aeneas uit zijn schede. Ze aarzelt even als ze als zijn spullen op de brandstapel ziet liggen en het vertrouwde bed, waarop ze zovele hartstochtelijke momenten heeft meegemaakt. Treurend zegt ze: ‘Lieve dood, neem nu dit leven aan en verlos mij van mijn verdriet. Ik heb een prachtige stad gesticht en mijn man gewroken. Wat zou ik gelukkig zijn geweest als die schepen onze kust maar nooit bereikt hadden. Ik sterf ongewroken, maar toch verkies ik de dood.’ Na deze woorden laat ze zich voorover vallen op de punt van het zwaard en wordt het duister om haar heen. Haar bedienden snellen jammerend toe, maar zijn te laat. Ook Anna hoort het rumoer en komt aanrennen en ziet verbijsterd haar met bloed besmeurde zus op de brandstapel liggen. Treurend om haar dood voldoet Anna uiteindelijk aan de laatste wens van Dido en steekt het hout aan zodat Dido aan haar laatste reis kan beginnen. Op haar marmeren graf laat Anna de spreuk zetten: Elissa, vrouw van Sychaeus. Aeneas was de oorzaak van haar dood, en zijn zwaard. Maar van Dido zelf kwam de slag waardoor zij viel.

In de onderwereld

Dido leeft als schim voort in de onderwereld waar ze haar geliefde Sychaeus weer treft en samen door de duisternis dolen. Enkele maanden later komt ook, de nog levende, Aeneas naar de onderwereld om daar een bezoek te brengen aan zijn gestorven vader. Als hij de schim van Dido ziet breekt hij in tranen uit en roept: ‘

Ongelukkige het bericht dat mij bereikte was dus waar dat je bent gestorven door mijn zwaard. Was ik, ellendige, de oorzaak van je dood? Ik zweer je bij Goden, mijn koningin, dat ik tegen mijn wil van je kust ben vertrokken. Nee, het was het bevel van de Goden die me ook nu dwingen om hier in de duisternis tussen de schimmen door te trekken. Ik begrijp nu pas welk leed ik door mijn vertrek heb aangericht. Blijf staan en onttrek je niet aan mijn blik. Dit is de laatste kans dat ik tot je mag spreken'. Maar Dido hield haar blik op de grond gericht en vertrok geen spier in haar gezicht. Zonder verder iets te zeggen keert ze zich om en gaat op Sychaeus af die haar liefde wel beantwoordde.

Stamboom:

Belus 2 - - -
Dido Sychaeus
-

Belus 2 - Anchises 1 Aphrodite
Dido Aeneas
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz