Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Diomedes 1 - Oenides - Tydeides

Afkomst en jeugd

De buste van Diomedes

Diomedes 1, en zijn broer Idomeneus 1 zijn de zoons van Tydeus en Deipyle, de dochter van koning Adrastus 1, die in Argos werden geboren. Als Diomedes 1 en zijn broer nog zuigelingen zijn gaat Tydeus, als één van de Zeven aanvoerders, naar Thebe om de aanspraken op de troon van zijn zwager Polynices af te dwingen. Net als zes andere aanvoerders keert Tydeus niet terug en heeft Diomedes 1 zijn vader nooit gekend. Zo groeit Diomedes 1, vaderloos, op tot een gedrongen jongeman die, net als zijn vader, een heetgebakerd karakter bezit. Hij is ongeduldig en uitdagend in de strijd, waarbij hij een luide oorlogskreet laat klinken, en is de felste van alle strijders. Toch heeft Diomedes 1 een sobere levenswijze, met een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid en kan zich ook als een waardig edelman gedragen.

Grootvader Oeneus

In zijn vroege jeugd wil Diomedes 1 graag kennismaken met zijn grootvader Oeneus 1 in Calydon, waar zijn vader Tydeus was geboren. Door deze afstamming noemde men Diomedes 1 ook vaak Oenides of Tydeides. Voor zijn vertrek gaat Diomedes 1 eerst langs bij Alcmaeon en vraagt hem of hij zin heeft om mee te gaan. Alcmaeon heeft wel zin in een reisje en stemt toe. In Calydon aangekomen blijkt Oeneus 1 te zijn afgezet door de zoons van Agrius 2, de broer van Oeneus 1 die nu koning over Calydon is. De heetgebakerde Diomedes 1 wordt woedend als hij dit ontdekt en doodt onmiddellijk, samen met Alcmaeon, vier van de zes zoons van Agrius 2 en halen Oeneus 1 uit de gevangenis.

Hinderlaag

Omdat die intussen een oude man is geworden stelt Diomedes 1 Andraemon 1 als nieuwe koning Andraemon 1 aan, de zoon van een dochter van Oeneus 1. Daarop zetten Diomedes 1 en Alcmaeon de achtervolging in op de twee overgebleven zoons van Agrius 2, Onchestus 1 en Thersites, en nemen de oude Oeneus 1 met zich mee. Maar als ze in Arcadië aankomen lopen ze in een hinderlaag die de twee voortvluchtigen hadden gelegd. Diomedes 1 en Alcmaeon weten Onchestus 1 en Thersites uiteindelijk op de vlucht te jagen maar kunnen niet voorkomen dat Oeneus 1 door hen gedood werd. Verdrietig over zijn dood neemt Diomedes 1 het dode lichaam van Oeneus 1 mee naar Argos waar hij hem begraaft op een plek waar nu de stad Oenoe verrijst. (Volgens een andere versie van de mythen bleef Oeneus 1 in leven en stierf pas toen Diomedes 1 terugkeerde uit de Trojaanse Oorlog.)

Epigonen

Eenmaal volwassen gaat Diomedes 1, met de zes andere zoons van de gestorven Aanvoerders uit Argos, met een groot leger naar Thebe om de dood van hun vaders te wreken. Voordat ze naar Thebe vertrokken raadpleegden ze eerst het orakel of hun expeditie succesvol zou zijn. De godheid voorspelde hen succes mits Alcmaeon hen zou aanvoeren. Dit advies namen de aanvoerders over en vertrokken naar Thebe. Deze strafexpeditie zou later bekend worden als de tocht van de Epigonen (De zonen van de Zeven). Aangekomen bij Thebe verwoeste Diomedes 1, en de andere aanvoerders, eerst de omliggende dorpen.

Verovering Thebe

Toen daarna de Thebanen hun stad uitkwamen om de Epigonen te weerstaan werd een dappere strijd uitgevochten maar vluchten zij aan het eind van de dag massaal Thebe weer in. Op advies van de ziener Tiresias ontvluchten de Thebanen op basis van een orakel nog dezelfde nacht hun stad en laten die onverdedigd achter. Als de Epigonen ontdekken dat de Thebanen zijn weggetrokken gaan ze de stad binnen. Daar verzamelen zij veel buit en haalden de oude muren neer die om de stad waren gebouwd. Nadat ze veel van de buit aan Apollo hadden geofferd keren de Epigonen terug naar Argos. Tijdens deze tocht bouwde Diomedes 1 een hechte vriendschap op met Sthenelus 1, die net als hij een van de Epigonen was.

Aanloop Trojaanse Oorlog

Vrijers van Helena

Net als vele andere jonge prinsen in Griekenland dingen Diomedes 1, net als Alcmaeon en zijn broer Amphilochus 1, bij koning Tyndareus in Sparta naar de hand van zijn beeldschone (stief)dochter Helena. Tyndareus, die bang is dat vanwege de vele vrijers er strijd tussen hen zal ontstaan, laat alle vorsten op advies van Odysseus een eed zweren. Ook Diomedes 1 zweert dat hij te hulp zal snellen als de huwelijkse staat van de uitverkoren bruidegom door iemand anders niet gerespecteerd zou worden. Nadat alle vrijers deze eed hebben afgelegd kiest Tyndareus de Spartaan Menelaus als bruidegom voor Helena en keert Diomedes 1 met lege handen naar huis. Terug in Argos wordt Diomedes 1 verliefd op Aegialia, de dochter van zijn andere grootvader Adrastus 1, en trouwt met het meisje.

Schaking van Helena

Kort daarna wordt Helena ontvoerd door de Trojaan Paris wat een grote opschudding teweeg bracht onder de Griekse prinsen. Menelaus en zijn broer Agamemnon voelen zich door de schaking in hun eer aangetast en roepen alle koningen op tot een strijd met de Trojanen. Agamemnon herinnert elke prins aan de eed die hij heeft afgelegd bij Tyndareus en maant hen om met schepen en mannen naar Aulis te komen om een groot leger te vormen dat op een strafexpeditie naar Troje zal gaan. De strijdlustige Diomedes 1 heeft geen enkele aansporing nodig en bericht Agamemnon dat hij, samen met zijn broer, zal deelnemen aan de strijd.

Bezoek Odysseus

Terwijl Diomedes 1 met de voorbereidingen bezig is komt Odysseus bij hem langs. Die vertelt hem dat, willen de Grieken succesvol zijn in Troje, Achilles deel moet uitmaken van het Griekse leger maar dat hij ergens op een geheime plek door zijn moeder Thetis is verborgen. Odysseus heeft echter een voorspelling van de ziener Calchas ontvangen dat die geheime plek het eiland Scyros is, waar Achilles zich schuilhoudt onder de dochters van koning Lycomedes 2. Hij vraagt Diomedes 1 mee te gaan om de jongeman te zoeken en die aarzelt geen moment. Samen met Odysseus neemt hij een van zijn schepen en gaat het tweetal op weg naar Scyros. Via de Cycladen varen zij langs Lemnos en Samos en brengen vlak voor het rotsachtige Scyros een plengoffer aan de Goden om te bidden dat het orakel van Calchas de waarheid vertelde.

Op weg naar Lycomedes 2

Op Scyros aangekomen laten Diomedes 1 en Odysseus de bemanning achter op het schip, om koning Lycomedes 2 niet op te schrikken. Onderweg naar het paleis, terwijl Odysseus een aantal vrouwelijke waren op de markt koopt, vraagt Diomedes 1 hem: ‘Hoe bereiden we ons voor om de waarheid te ontdekken, want ik begrijp niet wat jij met al die vrouwenspullen wil. Wil jij Achilles hiermee bewapenen om zo de ondergang van Troje te worden?’ Glimlachend en met geheimzinnige blik antwoordde Odysseus: ‘Deze spullen, zeg ik je, zullen Achilles naar de strijd lokken, daar ben ik van overtuigd. Laat dit alles snel naar het schip brengen en, wanneer de tijd is aangebroken, aan deze geschenken een zwaard en een schild toevoegen. Laat bovendien de trompetter Agyrtes 2 zijn trompet meebrengen voor een geheim doel.’ Diomedes 1 snapt er niets van maar vertrouwt erop dat Odysseus weet wat hij doet.

Ontvangst bij Lycomedes 2

De onthulling van Achilles

Het tweetal wordt die avond gastvrij ontvangen door koning Lycomedes 2 die hen onthaalt met een feestelijke maaltijd waar ook zijn vele dochters bij aanwezig zijn. Diomedes 1 en Odysseus bekijken de dochters met Argusogen maar kunnen onder hen Achilles niet ontdekken. Aan het eind van de maaltijd geeft Lycomedes 2 zijn dochters, waar hij bijzonder trots op is, opdracht om de volgende ochtend voor zijn gasten hun dans op te voeren waar ze zeer bedreven in zijn. Odysseus antwoordt dat hij dat graag wil zien en belooft de meisjes met prachtige geschenken te belonen als zij hun dans hebben uitgevoerd. Daarop gaat iedereen naar bed en geeft Odysseus aan Diomedes 1 de opdracht om de ingekochte spullen en Agyrtes 2 van het schip te halen zoals ze eerder besproken hadden.

Onthulling

De dag was nauwelijks aangebroken of Diomedes 1 en Agyrtes 2 staan in de hal van het paleis met hun spullen. Als ook de meisjes verschijnen, kijken ze vol bewondering naar de uitgestalde spullen en beginnen daarna aan hun voorstelling. Onder luid applaus voltooien ze hun dans en storten zich dan gretig op de geschenken om elk iets moois uit de stapel te halen. Dan geeft Odysseus bevel aan Agyrtes 2 om op zijn krijgstrompet te blazen. Geschrokken deinzen de meisjes terug, maar één van hen grijpt het schild en het zwaard dat tussen de stapel lag. Onmiddellijk stapt Odysseus eropaf en ontdekt zo Achilles die als meisje was verkleed. Na een korte discussie laat Achilles zich door het tweetal overhalen om met hen terug te keren naar Griekenland en aan de oorlog tegen Troje deel te nemen.

Het Verbond

Teruggekeerd in Argos gaat Diomedes 1 vervolgens, als afgezant van Menelaus en Agamemnon, heel Griekenland rond om de prinsen die de eed hadden gezworen aan te sporen naar Athene te komen en uitrustingen, manschappen en schepen bijeen te brengen. Iedereen herhaalde de eed om de misdaad van Troje te wreken en voor dat doel leger en schepen gereed te maken. Toen iedereen zich vele maanden later in Athene verzameld had, leverde Diomedes 1 de noodzakelijke behoeften om hen zich thuis te laten voelen. Bovendien verdeelde Agamemnon een grote hoeveelheid goud waardoor hun verlangen naar de oorlog nog meer toenam. Om hun verbond te bezegelen liet de ziener Calchas een zwijn brengen dat hij in twee stukken sneed. Toen gaf hij iedereen opdracht om hun zwaard te trekken, langs het offer te lopen, en dat in het bloed te dopen. Zo zwoeren zij te vechten tot geheel Troje vernietigd was. Nadat de eed was afgenomen offerden zij vele offers aan Ares 1 en Eendracht, om zo de steun van de Goden af te smeken.

Benoeming van de aanvoerders

De eerste daad die de prinsen moesten doen is besluiten wie het opperbevel over het leger zal krijgen. In de tempel van Hera vullen ze een stembriefje in waarop zij de naam invullen van de man die zij daarvoor het meest geschikt achten. Agamemnon werd met algemene instemming tot opperbevelhebber verkozen en benoemde men Achilles, Ajax 1 en Phoenix 1 als aanvoerders van de vloot. Daarop gaan Ajax 1, Achilles en Diomedes 1 met grote ijver aan de slag en zorgden voor de bouw van vijftig extra schepen om daarmee een bruggenhoofd te vormen op Trojaans grondgebied.

Op weg naar Troje

Eerste vertrek

Na het offer aan Apollo, waarbij de Draak 1 verscheen en Calchas voorspelde dat de oorlog tien jaar zou duren, maakte het leger zich gereed uit te varen en vertrekt met meer dan duizend schepen, op weg naar Troje. Diomedes 1 had in totaal tachtig schepen met bemanning op de been gebracht en was, samen met Euryalus 1 en Sthenelus 1, de aanvoerder van het leger uit Argos. Omdat men de vaarroute naar Troje niet kende en de wind ongunstig was dreef de vloot richting Mysië. Daar ging een deel van de vloot aan land om te plunderen. Toen Telephus, koning van Mysië, zag hoe het land geplunderd werd, bewapende hij de Mysiërs. Hij joeg de Grieken massaal naar hun schepen en doodde er velen.

Strijd met Telephus

Daarop gaan Achilles en Ajax 1 aan land en weet de eerste uiteindelijk Telephus met een speer in zijn been te raken. Maar Telephus stond snel op nadat hij de speer uit zijn been had getrokken, en ontsnapte aan de dood onder dekking van een groep van zijn mannen die hem te hulp waren gekomen. De gevechten gaan door en uiteindelijk worden de Mysiërs teruggedrongen. Tijdens de gevechten was Thersander 1, de neef van Diomedes 1, gesneuveld nadat hij vele tegenstanders had gedood. Vanwege zijn moed en kracht, en de familieband van hun wederzijdse vaders, nam Diomedes 1 het bebloede lichaam van Thersander 1 op zijn schouders en cremeerde hem met de gebruikelijke riten. Na de strijd verlaten de Grieken Mysië en varen de zee weer op. Maar er stak een hevige storm op waardoor ze uiteengeslagen werden en elk in hun eigen vaderland belandden.

Genezing van Telephus

Uiteindelijk verzamelen de Grieken zich acht jaar later opnieuw in de haven van Aulis maar kenden de route naar Troje nog steeds niet. Maar toen kwam Telephus uit Mysië met zijn wond die maar niet wilde genezen. Apollo had hem gezegd dat Telephus pas genezing zou vinden als degene die de wond veroorzaakt had, als arts zou optreden. Gekleed in vodden kwam hij in Aulis aan en smeekte Achilles om hulp met de belofte dat hij hem de route naar Troje zou wijzen. Omdat de Grieken ook een orakel hadden ontvangen, dat zij Troje niet konden nemen zonder hulp van Telephus, sloten zij onmiddellijk vrede met hem, en smeekten Achilles om hem te genezen. Die doet wat hem gevraagd werd en maken de Grieken zich klaar om opnieuw uit te zeilen.

Belediging van Artemis

Het offer van Iphigenia

Als de vloot in de haven gereed ligt schiet Agamemnon, tijdens de jacht, een hert en pocht dat hij beter is dan Artemis. Hier is de godin zo kwaad over dat zij stormwinden stuurt waardoor de vloot verhinderd wordt om uit te zeilen. Calchas vertelt hen dan over de woede van de godin en beveelt Agamemnon om zijn dochter Iphigenia aan Artemis te offeren om haar te verzoenen. Na veel druk van de aanvoerders geeft Agamemnon uiteindelijk met moeite toestemming en geeft Diomedes 1 en Odysseus opdracht om zijn dochter te gaan halen. Nadat het tweetal met Iphigenia in Aulis is aangekomen wordt zij gereed gemaakt voor het offer. Maar dan valt midden op de dag een plotselinge duisternis in.

Offer van Iphigenia

De donder brulde, de bliksem flitste, en aarde en zee schudden. Uiteindelijk maakt een wervelwind van stof de duisternis compleet. Kort daarop viel er regen en hagel uit de hemel. De Grieken werden heen en weer geworpen tussen angst en verbijstering. In eerste instantie waren zij geschrokken door de plotselinge weersverandering en geloofden dat dit een teken was van de een of andere god, maar daarna werden zij bang dat het leger enige vorm van schade kon ondervinden als zij stopten met het offer. Terwijl zij hun dilemma probeerden op te lossen, hoorden zij een stem uit het bos die zei dat de Goden zo’n offer niet wensten.

Tweede vertrek

Artemis kreeg medelijden met het meisje, hulde haar in een wolk, verving haar voor een hert, en droeg het meisje door de lucht naar Taurië waar zij haar tot een priesteres in haar tempel maakte. Hierna begonnen de winden, bliksem en de felheid van de storm te minderen. Diomedes 1 en de andere aanvoerders waren zeer verheugd, want zij zagen dat de kracht van de storm verminderde en dat de wind gunstig stond om uit te zeilen, terwijl de zee kalm was als in de zomer. Zij gingen naar Agamemnon en troostten hem over de dood van zijn dochter. Enkele dagen later zeilde de vloot uit en ging op weg naar Troje.

Afgezant naar Troje

Ze maken een tussenlanding op Tenedos waar Tenes, de zoon van Cycnus 3 en Proclia, koning was. Toen Tenes zag dat de Grieken op Tenedos afkwamen probeerde hij hen tegen te houden door de vloot met stenen te bekogelen. Daarop gaat Achilles aan land en doodt Tenes, Na de verovering van Tenedos komen de aanvoerders in een raadsvergadering bijeen en werd er besloten om afgezanten naar Priamus, de koning van Troje, te sturen om de teruggave van Helena te eisen. Om deze taak uit te voeren wezen de aanvoerders Odysseus en Menelaus aan, die vergezeld zouden worden van de sterke Diomedes 1 en Acamas 3. In Troje deelde Odysseus de eisen van de Grieken mede aan koning Priamus. ‘Als Helena en de buit,’ zei hij, ‘werden teruggegeven inclusief een passende schadeloosstelling, zouden de Grieken in vrede vertrekken.’ De Trojanen weigeren aan deze eis te voldoen en de gezanten worden weggestuurd.

Landing op de kust

Hierna is de oorlog niet meer af te wenden en vaart de Griekse vloot op de Trojaanse kust af. De felle Diomedes 1 vaart vooraan en is, samen met Achilles, een van de eersten die zijn schepen aan land laat trekken. Daar werden ze door het leger van de Trojanen opgewacht en er ontbrandt onmiddellijk een felle strijd. De Trojanen werden aangevoerd door Hector, de zoon van Priamus, terwijl de Griekse aanvoerders elk hun eigen manschappen aanvoerden. Zo gaat Diomedes 1 met zijn mannen uit Argos op de Trojanen af en ontstaat er een grote slachtpartij, waarin vele dappere mannen sneuvelden, totdat de duisternis een eind aan de vijandelijkheden maakt. De volgende dag werd er een bestand afgesproken om aan beide zijden de vele doden van het slagveld te verwijderen en te begraven.

Eerste jaren van de strijd

Zo sleept de strijd zich negen jaar voort op de vlakte voor de muren van Troje en worden er vele bestanden afgesproken om de doden hun laatste eer te bewijzen. In de tussentijd vallen delen van het Griekse leger de omliggende landen en steden van Troje aan om te voorkomen dat Priamus versterkingen krijgt en tevens hun eigen voedselvoorraden aan te vullen. Zo weet Achilles eens de zoon van Priamus, Polydorus 1, gevangen te nemen en wordt Diomedes 1 opnieuw als gezant naar Troje gestuurd om over de teruggave van Helena te onderhandelen in ruil voor Polydorus 1. Maar al deze pogingen falen en blijven de twee legers op elkaar inslaan. Als er gevochten wordt gaat Diomedes 1 altijd voorop in de strijd en weet vele tegenstanders te doden. Zo verslaat hij onder andere Antiphus 2, Mesthles, Pyraechmes, en Glaucus 4.

Tiende jaar van de oorlog

Pest in het scheepskamp

Dan breekt het tiende jaar van de Oorlog aan en is Diomedes 1 aanwezig in de tent van Agamemnon als deze ruzie krijgt met Achilles en de laatste weigert om nog langer deel te nemen aan de strijd. Bovendien jaagt Agamemnon een priester van Apollo, die om de teruggave van zijn dochter kwam smeken, weg uit het scheepskamp. Deze smeekt zijn god om hem te wreken en Apollo stuurt een verwoestende ziekte naar de Grieken. Terwijl Achilles wrokkend in zijn tent zit beginnen de Grieken massaal te sterven aan de pest en geeft Agamemnon, na lang aandringen door de overige aanvoerders, uiteindelijk toe en stuurt het meisje terug naar haar vader waarna de pest verdwijnt.

Bestandsbreuk

De Trojanen hadden vanaf hun muren echter de vele brandstapels gezien en besluiten een massale aanval op het scheepskamp uit te voeren. Vanwege de weigering van Achilles om nog deel te nemen aan de strijd verdeelt Agamemnon het leger opnieuw onder de aanvoerders en krijgt Diomedes 1 het bevel over de rechterflank. Opnieuw brandt er een woeste strijd op de vlakte tot de duisternis er weer een eind aan maakte en men de volgende dag een bestand afsprak om de doden te begraven. Er wordt ook afgesproken om voor eens en altijd een eind aan de oorlog te maken door een duel tussen Paris en Menelaus. De godin Aphrodite grijpt echter onverwachts in tijdens het duel en voort haar beschermeling Paris weg van de strijd. Dan worden de Grieken laaiend en gaat legerleider Agamemnon zijn aanvoerders langs om hen op te zwepen tot de strijd.

Vermaning van Agamemnon

Zo komt hij ook bij Diomedes 1 die naast zijn strijdwagen staat te wachten en zegt vermanend tegen hem: ‘Je vader wachtte nooit af en wierp zich altijd als eerste in de strijd.’ Zwijgend aanvaardt Diomedes 1 het verwijt terwijl zijn onderbevelhebber, Sthenelus 1, Agamemnon weerspreekt. Dan kijkt Diomedes 1 hem bestraffend aan en zegt: ‘Zwijg, kerel, en spreek niet voor je beurt. Ik neem het Agamemnon niet kwalijk dat hij zijn troepen aanspoort tot de strijd. Verslaan de Grieken de Trojanen dan is de eer voor hem, maar worden wij verslagen dan zal hij moeten leven met de smaad. Kom, het is tijd om ons klaar te maken voor de strijd.

Dood van Phegeus

Diomedes gaat als een wervelwind tekeer op het slagveld.

Even later gaat Diomedes 1 lopend op de Trojanen af en wordt zijn hart door de godin Athena met een stoutmoedige vastberadenheid gevuld terwijl zijn schild en helm gloeien op als een geweldig vuur. Dan wordt Diomedes 1 aangevallen door de wagenstrijder Phegeus 1 die zijn lans naar hem gooit maar mist. Diomedes 1 werpt op zijn beurt zijn lans naar Phegeus 1 en treft hem midden in de borst waarop de Trojaan dood uit de wagen tuimelt. De broer van Phegeus 1, die ook in de wagen stond, verlaat snel de wagen aan de achterkant, bang als hij is voor de geweldige Diomedes 1. Die pakt vervolgens de paarden bij de leidsels en geeft opdracht aan zijn mannen om de dieren naar het scheepskamp te brengen. Daarna stormt hij verder over de vlakten en zaait paniek onder de Trojanen, die her en der voor hem uiteenstuiven en niet in staat blijken hem te weerstaan.

Gewond

Dan besluit de Trojaan Pandarus 1, die hem over het slagveld ziet rennen, een pijl op Diomedes 1 af te schieten. Hij raakt Diomedes 1 in zijn schouder waar de pijlpunt dwars door de plaat van zijn borstharnas heengaat. Bloed begint uit de pijnlijke wond op te wellen en Diomedes 1 loopt terug naar zijn strijdwagen. Hij geeft aan Sthenelus 1 opdracht om de pijl uit zijn schouder te trekken. Die springt uit de wagen en verwijdert de pijl waarna het bloed rijkelijk begon te stromen. Dan bidt Diomedes 1 tot Athena: ‘O, luister naar me Athena. Als je mij in het verleden ooit goed gezind was help me dan nu ook. Breng me binnen een speerworp afstand van Pandarus 1 en laat me hem doden.Athena verhoort zijn gebed en bezielt Diomedes 1 met nieuwe moed. Ze komt naar hem toe en zegt: ‘Thans kun je zonder vrees de Trojanen bestrijden. Ik vervulde je hart met de stoutmoedigheid van je vader. Ik heb tevens de mist voor je ogen weggenomen zodat je de Goden van de mensen kunt onderscheiden. Je moet niet tegen een god strijden als je deze per ongeluk tegen komt, uitgezonderd Aphrodite. Als je haar tegenkomt pak dan je wapen en breng haar een wond toe.

Vele doden

Athena verdwijnt en gaat Diomedes 1, nog driester dan ooit, weer naar voren om in de frontlinie de Trojanen aan te vallen. Als eerste doodt hij de aanvoerder Astynous 1 met zijn speer en daarna Hypeiron met zijn zwaard. De laatste sloeg hij met zoveel geweld dat het wapen dwars door zijn sleutelbeen en rug heen gaat. Zijn slachtoffers laat hij liggen waar ze liggen en gaat achter de twee broers Abas 1 en Polyidus 2 aan die beiden niet opgewassen zijn tegen de held. Vervolgens zijn de twee broers, Xanthus 2 en Thoon 1, aan de beurt. Ook deze piepjonge zoons van Phaenops 1 treft hij dodelijk. Zijn volgende slachtoffers zijn Echemmon 1 en Chromius 2, twee zoons van koning Priamus. Diomedes 1 sleurt de twee, ondanks hun vertwijfelde verweer, uit de strijdwagen en maakt een eind aan hun leven. Ook deze paarden geeft hij aan zijn knechten om naar het scheepskamp te brengen als buit.

Gesprek met Sthenelus

Wanneer de Trojanen Aeneas en Pandarus 1 zien hoe Diomedes 1 als een wilde onder hun strijdmakkers tekeer gaat besluiten ze om hem samen in hun strijdwagen aan te vallen. Sthenelus 1 ziet de twee op Diomedes 1 afkomen en zegt tegen hem: ‘Kom, spring vlug op de wagen en vlucht. Daar komen twee onverschrokken Trojanen aan die het op jou hebben voorzien. De één is een beschermeling van Aphrodite en de ander is een zeer bekwame boogschutter. Ga niet langer tekeer in de voorhoede als je leven je lief is.’ Diomedes 1 kijkt Sthenelus 1 met een duistere blik aan en zegt: ‘Spreek niet van vluchten. Ik ben niet gewend om mij terug te trekken uit de strijd of me op een afstand te houden. Ik voel me nog sterk genoeg om ook die twee te bestrijden. Blijf bij me in de buurt en met hulp van Athena stuur ik die twee naar de Onderwereld. Zorg dat je dan hun paarden te pakken krijgt, want dat zijn volbloeden van het beste ras ter wereld.

Dood van Pandarus

Terwijl ze zo staan te praten komen de twee Trojanen in volle vaart op Diomedes 1 afgereden en werpt Pandarus 1 zijn speer naar de Griek. De bronzen punt gaar dwars door het schild van Diomedes 1 heen maar blijft steken in zijn borstharnas. Juichend roept Pandarus 1Raak, recht in je buik. Nu zal je het niet lang meer uithouden!’ Smalend antwoordt Diomedes 1: ‘Niet raak maar mis. Je hebt me zelfs niet geschampt. En ik heb het idee, dat voordat de dag voorbij is, één van jullie in het stof gaat bijten.’ Na deze woorden gooit hij zijn speer en treft Pandarus 1 aan de neus net naast zijn oog. Het wapen breekt door zijn tanden, snijdt zijn tong af en komt onder bij de kin weer naar buiten. Pandarus 1 is dood nog voordat hij rinkelend in zijn wapenuitrusting uit de wagen op de grond valt.

Inmenging van de Goden

Strijd met Aeneas

Aeneas springt vlug uit de wagen en gaat beschermend over zijn vriend heen staan. Diomedes 1 pakt daarop een grote en zware steen van de grond en werpt die met kracht naar Aeneas. Hij raakt de Trojaan aan de heup. Zijn huid wordt daardoor opengehaald en met een gebroken heupgewricht valt Aeneas op de grond. Hij zou daar gestorven zijn als de godin Aphrodite, zijn moeder, hem niet te hulp was gesneld. Beschermend gooit ze haar mantel over hem uit zodat geen sterveling hem meer kan raken. Heimelijk probeert ze met haar zoon het strijdtoneel te verlaten.

Verwonding Aphrodite

Diomedes 1, met zijn door Athena verhelderde blik, gaat de godin achterna en haalt uit met zijn lans. Aphrodite deinst achteruit maar de punt van de lans raakt de palm van haar hand waarna het godenbloed tevoorschijn komt. Van schrik laat ze, luid klagend, haar zoon op de grond vallen. Juichend roept Diomedes 1 tegen de godin: ‘Scheer je weg van dit strijdperk en bemoei je niet met de oorlog. Ga je liever met de zaken van de liefde bezig houden dan met de oorlog. Doe je dat toch dan zal je in de toekomst alleen al bij het woord oorlog gaan beven van angst.’ Van de schrik en pijn verlaat Aphrodite het slagveld en gaat naar de Olympus om haar wond te genezen.

Ruzie met Apollo

Diomedes 1 valt daarna weer aan op Aeneas, hoewel hij weet dat deze ook door Apollo wordt beschermd. Driemaal valt hij hem aan en evenzoveel keren slaat Apollo het schild van Diomedes 1 weg. Als hij voor de vierde keer de Trojaan aanvalt roept Apollo hem dreigend toe: ‘Pas op, Diomedes 1, en verdwijn uit mijn ogen. Waag het niet je de gelijke van de Goden te voelen. Wij zijn immers veel sterker dan de sterfelijke mensen.’ Huiverend sluipt Diomedes 1 daarop weg en voert Apollo de gewonde Aeneas weg van de strijd.

Aanval van Ares 1

Even later mengt ook de oorlogsgod Ares 1, op verzoek van Apollo, zich in de strijd en vallen de Trojanen, onder leiding van Hector, met hernieuwde moed de Grieken aan. Rustig en onbevreesd wacht Diomedes 1 de aanstromende Trojanen af. Voor de Trojanen uit loopt Ares 1, zwaaiend met zijn speer, en de paniek verspreidende godin Enyo 1. Als Diomedes 1 de Goden ziet wordt hij door angst bevangen. Tegen zijn kameraden zegt hij: ‘Het is niet verwonderlijk dat wij ons altijd verbaasden over de kunde van die Hector. Hij wordt beschermd door Ares 1 die hem ook nog in leven houdt. Trek je terug, maar houdt de vijand in het oog, want we strijden niet tegen Goden.

Athena helpt Diomedes 1

Zo worden de Grieken langzaamaan terug gedreven door de Trojanen en trekt ook Diomedes 1 zich vermoeid terug om naar de wond in zijn arm te kijken. Intussen komen de godinnen Hera en Athena de in het nauw gedreven Grieken te hulp en blazen hen nieuwe moed in. Als Athena bij Diomedes 1 aankomt, legt ze haar hand op zijn wond en spreekt hem toe: ‘Je lijkt weinig op je vader, die vanuit een verloren positie, met mijn hulp, toch wist te winnen. Jou help ik ook graag in de strijd, maar je lijkt moe of ontmoedigd en zo heel anders dan je vader Tydeus.

Steun van Athena

Ik herken u wel, godin.’ zegt Diomedes 1 tegen haar. ‘Ik ben niet moe of ontmoedigd maar denk aan het advies dat u me gaf om niet tegen de onsterfelijken te strijden, Aphrodite uitgezonderd. Ares 1 is daar in het heetst van de strijd bezig en daarom trek ik mij, zoals gezegd, terug en gaf bevel aan de overige Grieken om dat ook te doen.' Dan zegt Athena: ‘Lieve Diomedes 1, die ik met mijn hart liefheb. Heb geen angst voor Ares 1 of één van de andere Goden. Jij hebt mij als hulp, de machtigste van hen allen. Voorwaarts, rijdt naar voren recht op Ares 1 af. Val hem van dichtbij aan en spaar hem niet.’ Daarop stapt ze op de strijdwagen en pakt de leidsels van de paarden.

Strijd met Ares 1

Bezeten van de strijdlust ment ze de dieren recht op de oorlogsgod af terwijl ze de onzichtbaar makende helm van Hades op haar hoofd zet. Als Ares 1 Diomedes 1 op zich af ziet komen rijdt hij in zijn wagen op hem af. Hij steekt zijn lans over de wagenbak heen naar voren om Diomedes 1 te doden maar grijpt Athena snel het wapen beet en smijt dat ver weg. Vervolgens werpt Diomedes 1 zijn speer die, geleid door Athena, in de buik van Ares 1 terecht komt. Met een woeste ruk trekt Athena vervolgens het wapen uit de buik van Ares 1. Alsof het hele leger een brul gaf, zo klonk daarna de woeste brul van Ares 1 en hulde hij zich in een wolk om naar de Olympus op te stijgen.

Ontmoeting met Glaucus 1

Diomedes en Glaucus sluiten vriendschap.

Juichend stormen de Grieken daarna weer op de Trojanen af en doodt Diomedes 1 de Trojaan Axylus en zijn schildknaap Calestius. Vervolgens daagt hij Glaucus 1, de zoon van Hippolochus 1, uit tot een tweegevecht. ‘Ik heb u nog niet eerder gezien op het slagveld, en van wie stamt u af? Of bent u misschien een god, zeg het dan ook want daar strijd ik niet tegen.’ Dan antwoordt Glaucus 1: ‘Wat doet afkomst ertoe.’ Maar desondanks vertelt hij toch uitgebreid aan Diomedes 1 wie zijn voorvaderen zijn en dat hij een kleinzoon van de held Bellerophon is. Als Diomedes 1 het verhaal heeft aangehoord drijft hij zijn speer in de grond en zegt verheugd tegen Glaucus 1: ‘Uw en mijn familie zijn door oude banden verbonden.

Familiebanden

Oeneus 1, mijn grootvader, ontving Bellerophon eens als gast in zijn paleis. Twintig dagen lang verbleef de held er en na afloop wisselden zij geschenken uit zoals gast en gastheer dat plegen te doen. Laten wij ook vrienden zijn en er voor zorgen dat onze speren elkaar mijden. Er zijn genoeg andere Trojanen voor mij om te doden en voldoende Grieken voor u. Laten wij, net als onze voorvaderen, ook geschenken uitwisselen en onze wapenuitrustingen ruilen zodat iedereen kan zien dat wij dezelfde vriendschap koesteren als onze grootvaders deden.’ Zonder nog een woord te zeggen springen de mannen van hun strijdwagens en schudden elkaar, midden op het slagveld, de hand. Ze beloven elkaar plechtig trouw en vriendschap en geeft Diomedes 1 zijn bronzen wapenuitrusting aan Glaucus 1 die hem zijn gouden exemplaar geeft.

Uitnodiging tot een duel

Dan loopt de dag ten einde en besluiten de Goden dat het die dag voorlopig wel genoeg is geweest. Zij fluisteren de Trojaan Hector in dat hij één van de Grieken moet uitdagen tot een tweegevecht. Nadat in eerste instantie geen Griek zich als vrijwilliger wil opwerpen bieden uiteindelijk negen mannen zich aan om het tegen Hector op te nemen. Eén van deze vrijwilligers is Diomedes 1. Het lot wijst echter Ajax 1 aan. Het tweegevecht eindigt onbeslist en de Grieken en Trojanen besluiten, vanwege de invallende duisternis, de strijd voor die dag te staken.

Bevel van Zeus

De volgende ochtend deelt oppergod Zeus de andere Goden mede dat het afgelopen moet zijn met hun inmenging in de strijd. Hij heeft besloten dat de Trojanen voorlopig aan de winnende hand zullen zijn en de Grieken teruggedreven moeten worden in het scheepskamp. Zo geeft hij gehoor aan de smeekbede van Thetis om Achilles te wreken die nog steeds mokkend over de belediging door Agamemnon weigert om aan de strijd deel te nemen. Die ochtend golft de strijd heen en weer en tegen de middag laat Zeus met een geweldige blikseminslag aan de Grieken weten dat hij de Trojanen steunt. De Trojanen vallen met nieuwe energie de Grieken aan, die geen stand weten te houden, en op de vlucht slaan.

Hulp aan Nestor

Als Nestor, de raadsman van de Grieken, in de problemen dreigt te komen omdat één van zijn paarden kreupel is schiet Diomedes 1 de oude man te hulp. ‘Kom, spring op mijn wagen,’ zegt hij, ‘Uw wagenmenner kan u niet helpen en mijn paarden zijn snel.Nestor neemt de teugels in handen en samen rijden ze daarop in volle draf op de Trojaan Hector af. Diomedes 1 werpt zijn speer naar de aanvoerder maar mist hem en treft diens schildknaap Eniopeus in zijn borst. Samen keren Nestor en Diomedes 1 bijna de stormloop van de Trojanen als Zeus niet weer ingegrepen had. Met een verschrikkelijke donderslag laat hij een bliksem neerflitsen valk voor de paarden van Diomedes 1. Nestor, die van schrik de leidsels uit zijn handen had laten vallen zegt tegen Diomedes 1: ‘Keer de paarden en vlucht. Zie je dan niet dat je van Zeus geen hulp mag verwachten. Laten we een andere dag afwachten wanneer Zeus die Trojaan niet helpt. Hoe moedig die man ook is, zonder hulp van Zeus is hij niets waard.

Vermaning van Nestor

Je hebt gelijk, waarde Nestor,’ zegt Diomedes 1, ‘maar toch doet het me pijn aan het hart om voor Hector weg te rijden. Hij zal tegen zijn landgenoten zeggen dat ik voor hem op de vlucht sloeg en niet stopte totdat ik de schepen had bereikt.Nestor reageert met de woorden: ‘Het is dwaasheid wat je daar zegt. En dat te horen uit de mond van de zoon van Tydeus. Laat Hector je een melkmuil noemen zoveel als hij wil. De Trojanen zal hij heus niet weten te overtuigen.’ Zonder nog een woord te spreken keert Nestor de paarden en vlucht naar het scheepskamp, uitgejouwd door de Trojanen die de twee een regenbui van pijlen achterna schieten. Hector roept hem na: ‘Vlucht maar naar je andere vrienden. Deze zullen na vandaag wel anders over je denken nu je er zo tussenuit knijpt.

Vlucht naar het scheepskamp

Toespraak van Diomedes 1

Eenmaal binnen het kamp, en omsingeld door de Trojanen, houden de Grieken krijgsraad. Als koning Agamemnon, met tranen in de ogen, jammert dat hij door Zeus is verslagen en zijn manschappen wil bevelen om op de schepen te vluchten springt Diomedes 1 overeind en spreekt hem vermanend toe. ‘Agamemnon, het is in de eerste plaats tegen uw vervloekte domheid waar ik me tegen verzet. Bent u nu een koning, door Zeus zelf aangesteld? Hij schonk u een zekere wijsheid maar vergat u daarbij ook moed mee te geven. En wat is macht zonder moed? Denkt u nu heus dat de Grieken zo laf zijn om nu te vluchten. Als u er vandoor wilt, bij alle Goden, ga dan! De weg is vrij en uw schepen liggen klaar! Maar de rest van de Grieken blijft hier totdat wij Troje hebben veroverd! Maar nee, laat ook hen maar gaan, dan zullen Sthenelus 1 en ik hier blijven en vechten totdat we ons doel bereikt hebben. Op bevel van Zeus zelf zijn wij immers hier!

Krijgsraad

Krijgsraad in het scheepskamp

De andere leiders juichen de woorden van Diomedes 1 enthousiast toe. Daarop neemt Nestor het woord. Hij vindt ook dat de koning een lafaard is maar dat er nu eerst maatregelen getroffen moeten worden om het scheepskamp te beschermen tegen een nachtelijke overval door de Trojanen. Hij stelt voor om wachtposten rondom het kamp uit te zetten en dat Agamemnon zijn leiders een avondmaaltijd moet aanbieden. 'Als we gegeten hebben laat dan een wijze man advies geven over de strategie die we moeten volgen om de Trojanen buiten het kamp te houden.' Tijdens de maaltijd wordt gesteld dat Agamemnon, onder aanbieding van vorstelijke geschenken, zich bij Achilles moet verontschuldigen en vrede sluiten zodat hij weer bereid is om deel te nemen aan de strijd. Aldus wordt besloten.

Weigering Achilles

Als de delegatie, onder leiding van Odysseus, later die avond van Achilles terugkeert, zitten de leiders nog steeds bijeen in de tent van Agamemnon. Odysseus vertelt dat Achilles botweg heeft geweigerd en er volgt een somber stilzwijgen. Diomedes 1 is daarop de eerste die weer bij zinnen komt en zegt: ‘Agamemnon, het is diep te betreuren dat die Achilles zo koppig is en uw vorstelijke aanbod om het goed te maken afslaat. We moeten die hooghartige man nu maar met rust laten en hem laten betijen. Als zijn geweten spreekt zal hij later vanzelf weer deelnemen aan de strijd. Laten wij nu gaan slapen. Maar wanner de dag aanbreekt, Agamemnon, moet je het leger in slagorde opstellen. Voetvolk en strijdwagens in een boog om de schepen en hen aanmoedigen met woorden en hun een voorbeeld zijn in de strijd.’ Iedereen is het met hem eens en gaan slapen in hun tenten.

Nachtelijke spionagetocht

Extra krijgsraad

Als Diomedes 1 op een ossenhuid buiten zijn tent ligt te slapen wordt hij wakker gemaakt door Nestor en Odysseus. ‘Wordt wakker Diomedes 1, en kom mee, we houden een extra raadsvergadering bij de schutgracht om het kamp.’ Diomedes 1 is in een oogwenk wakker, springt overeind, en zegt tegen Nestor: ‘U bent een krasse, maar meedogenloze oude man, en kennelijk heeft u geen rust nodig. Zijn er geen jonge mannen in het kamp om rond te gaan en de leiders te wekken.' Daarop reageert Nestor: ‘Wat u zegt is waar, ik heb jonge zonen in overvloed die dat zouden kunnen doen, maar er is haast geboden. Haalt u Meges 1 en de kleine Ajax 2 dan wek ik de andere leiders.’ Diomedes 1 voldoet aan het verzoek, haalt de andere mannen op en gaat met hen naar de verzamelplaats net buiten het kamp.

Vrijwilliger

In de vergadering stelt Nestor voor om een spion naar het Trojaanse kamp te sturen. ‘Misschien kan diegene iemand gevangen nemen of een gesprek afluisteren zodat wij hun plannen voor morgen kennen. Als we dat weten kunnen we onze eigen plannen daarop afstemmen. We moeten alleen een vrijwilliger zien te vinden die dit karweitje wil doen. Diegene zal rijkelijk beloond worden door alle aanwezige leiders.’ Onmiddellijk springt Diomedes 1 op en zegt: ‘Dit avontuur is net iets voor mij. Het kamp is dichtbij en ik zal het vereren met een nachtelijk bezoek. Maar ik heb liever dat nog iemand mij vergezelt. Ik zou me dan veiliger voelen en meer geneigd zijn om het gevaar te trotseren. Twee man zijn eerder geneigd de gelegenheid te benutten dan een man alleen dat zou doen.

Metgezel voor de tocht

Onmiddellijk bieden vele leiders zich aan en zegt Agamemnon: ‘Diomedes 1, mijn trouwe vriend, kies de metgezel die je wilt uit degenen die zich nu aanbieden. Laat je niet beïnvloeden door rang, stand of afkomst.’ Maar Diomedes 1 heeft zijn keus al bepaald en zegt: ‘Als ik werkelijk mijn metgezel mag uitkiezen dan neem ik Odysseus, de gunsteling van Athena, die altijd tot elk avontuur bereid is. Samen kunnen wij door vuur gaan en dan nog veilig thuis komen. En van iedereen die ik ken is hij de slimste.’ Snel reageert Odysseus: ‘Beste Diomedes 1, je hoeft me niet zo te prijzen waar iedereen bij is. Maar laten wij liever snel op pad gaan want de nacht is al ver gevorderd.

Twee spionnen

De twee verlaten het kamp en als gunstig voorteken laat Athena rechts van hen een reiger opvliegen. Diomedes 1 hoort de vogel en bidt tot Athena. ‘Vrouwe, help mij, zoals u ook mijn vader geholpen hebt toen hij Thebe binnenging als afgezant van de Grieken. Ik zal u na afloop van de tocht een prachtige eenjarige koe offeren, de hoorns met bladgoud omwikkeld.’ Daarop trekken de twee door de duistere nacht het slagveld over, zich een weg zoekend tussen de lijken en bebloede wapens. Onderweg hoort Odysseus iemand aankomen. ‘Diomedes 1, er komt iemand aan. Misschien een lijkenpikker of een spion. Zullen we hem eerst een klein eindje door laten lopen en hem dan bespringen? Maar als hij te snel is bedreig hem dan met je speer zodat hij de schepen niet kan bereiken of terugkeren naar zijn eigen stad.

Hinderlaag

Ze verlaten het pad en duiken weg tussen de lijken. Geen kwaad vermoedend loopt de Trojaan hen voorbij. Als hij een klein eindje verder is gaan de twee hem achterna. De Trojaan hoort hen aankomen en zet het op een lopen. Maar Diomedes 1 en Odysseus snijden hem de weg terug af en jagen hem richting scheepskamp. Athena geeft Diomedes 1 daarop de kracht om met een geweldige eindsprint de man in te halen. En terwijl hij zijn speer zwaait roept Diomedes 1: ‘Blijf staan of ik rijg je aan mijn speer, en geloof maar niet dat je dan nog lang te leven hebt.’ Al sprekende werpt Diomedes 1 zijn speer waarbij hij opzettelijk zijn doel net mist.

Een gevangene

Van schrik blijft de Trojaan staan en zegt: ‘Neem me levend gevangen en ik beloof u een goede losprijs. Mijn vader is rijk en zal u rijkelijk goud, ijzer en brons geven als hij hoort dat ik levend naar de schepen van de Grieken gebracht ben.Odysseus kijkt de man aan en zegt: ‘Beheers je toch, wie denkt er nu aan dood en verderf? Antwoord liever op mijn vragen. Waarom sluip je hier rond terwijl iedereen slaapt, of heeft Hector je hierheen gestuurd als spion?' De Trojaan, Dolon 1 was zijn naam, antwoordt naar waarheid dat hij op bevel van Hector moet ontdekken of de Grieken ervandoor gaan of dat zij zich gereed maken om morgen toch weer te strijden. Als beloning zou Dolon 1 voor zijn diensten de paarden van Achilles krijgen.

Ondervraging Dolon 1

Odysseus vraagt hem vervolgens waar Hector was toen Dolon 1 hem verliet, waar de paarden grazen, en waar hij zijn wapens heeft opgeslagen. Ook wil hij weten of de Trojanen blijven waar ze nu zijn of dat ze zich terugtrekken naar hun stad. Dolon 1 vertelt hem dat de Trojanen geen speciale wachtposten hebben uitgezet en de bondgenoten het wachtlopen aan de Trojanen hebben overgelaten omdat zij geen vrouwen en kinderen bij zich hebben. Odysseus wil hier meer van weten en vraagt: ‘Hoe bedoel je dat? Slapen de bondgenoten in hetzelfde kamp of gescheiden van de Trojanen? Draai er niet omheen maar vertel.

Dood van Dolon 1

Dood van Dolon

Dolon 1 vertelt Diomedes 1 en Odysseus alles wat hij weet en voegt er tenslotte nog aan toe dat er die dag nieuwe troepen waren gearriveerd, Thraciërs met hun koning Rhesus 1, die apart van iedereen in het veld slapen. ‘Maar wat wil je nu van mij? Me meenemen naar de schepen of mij boeien en hier laten terwijl je zelf eropuit gaat om te onderzoeken of ik de waarheid sprak.’ Daarop kijkt Diomedes 1 hem nors en grimmig aan en zegt: ‘Hoe goed je nieuws ook is, we kunnen je niet vrijlaten want dan zou je onmiddellijk de Trojanen waarschuwen. Neem ik echter hier je leven dan zal je de Grieken nooit meer tot last zijn.’ Daarop trekt Diomedes 1 zijn zwaard en onthoofd de Trojaan.

Dood van Rhesus 1

Diomedes 1 en Odysseus gaan verder en komen bij het kamp van de slapende Thraciërs aan. Hun wapens lagen in ordelijke rijen gerangschikt op de grond en naast iedere man stond een span paarden terwijl hun koning Rhesus 1 daartussen op de grond lag te slapen. Odysseus, die dit ziet, wijst hem Diomedes 1 aan en zegt: ‘Dat is onze man, Diomedes 1. Aarzel niet, wees zo sterk als je nog nooit bent geweest en maak vlug de paarden los. Of doodt jij de mannen terwijl ik voor de paarden zorg?’ Diomedes 1 zegt niets maar trekt onmiddellijk zijn zwaard en gaat met fonkelende ogen op de slapende mannen af, zwaaiend met zijn zwaard, om links en rechts mannen te doden. Afgrijselijke kreten stegen op uit hun kelen terwijl de aarde rood kleurde door hun bloed. Hij doodt er twaalf op rij terwijl Odysseus de mannen opzij sleept om zo vrij baan te maken voor de paarden. De dertiende man waar Diomedes 1 op af gaat is koning Rhesus 1 zelf. De man had een nachtmerrie en stierf zwaar hijgend van angst.

Aansporing van Athena

Als Odysseus naar Diomedes 1 fluit om te vertrekken staat Diomedes 1 te denken of hij de strijdwagen, waarin de gouden wapenuitrusting van de koning ligt, mee zal slepen of dat hij nog meer Thraciërs zal doden. Terwijl hij zo staat te peinzen duikt Athena naast hem op met een waarschuwing. ‘De zoon van de moedige Tydeus zou er goed aan doen om terug te keren naar de schepen als hij er niet in volle paniek naartoe gejaagd wil worden. Er zijn nog andere Goden die wellicht de Trojanen opwekken om tegenstand te bieden.’ Diomedes 1 herkent de stem van de godin en springt onmiddellijk op het paard dat Odysseus voor hem gereed hield. Ze geven de beesten een tik en stormen er als gekken vandoor.

Terugkeer naar het kamp

Onderweg naar het kamp stoppen ze bij de plek waar Dolon 1 ligt en nemen de wapens van de man mee. Aangekomen in het kamp worden ze met luid gejuich onthaald en schudden vele handen van hun vrienden. Nestor vraagt hen om uitgebreid verslag van hun avonturen te doen. De twee vertellen het verhaal van de spion, Dolon 1, en hoe ze aan de paarden komen. Even later wassen ze zich in zee om het vuil van zich af te spoelen en gebruiken een maal om de strijd van de volgende dag af te wachten. Het offer aan Athena stellen zij uit tot later maar brengen haar wel een plengoffer van de wijn die ze drinken bij hun maaltijd.

Strijd om het scheepskamp

De Trojanen vallen aan

De volgende ochtend laait de strijd opnieuw op die heen en weer golft. Aan het eind van de ochtend hebben de Grieken, onder de bezielende leiding van Agamemnon de Trojanen zelfs een heel eind in de richting van de stad gedreven als Zeus opnieuw ingrijpt en Hector onoverwinnelijk maakt. De Grieken worden in één grote charge terug gedreven naar hun kamp. Op dat moment roept Odysseus naar Diomedes 1: ‘Diomedes 1 wat is er met ons aan de hand? Kom hier en stel je naast mij op. Denk aan de schande als die verduivelde Hector erin slaagt om onze schepen te veroveren.' Dan gaat Diomedes 1 naar Odysseus maar is niet optimistisch. ‘Het is duidelijk dat Zeus heeft besloten de Trojanen de overwinning te gunnen.’ Antwoordt hij. Daarna werpt hij een speer naar Thrymbraeus en treft hem links in de borst waarna de Trojaan dood neervalt. Vervolgens werpen zij zich gezamenlijk in de strijd, als een stel wilde zwijnen, om dood en verderf te zaaien onder de Trojanen om zo hun vrienden tijd te geven om zich ordelijk terug te kunnen trekken.

Strijd met Hector

Strijd van Hector met Diomedes

Diomedes 1 valt de zonen van Merops aan, doodt ze, en neemt hen hun wapenrustingen af, terwijl Odysseus twee andere Trojanen overmeestert en plundert. Diomedes 1 gaat door in zijn moordlust en gooit een werpspies naar Agastrophus. Die had zijn wagen ver achter zich gelaten waardoor hij niet meer kon wegkomen wat hem het leven koste. Hector heeft het tweetal intussen in de gaten gekregen en stormt, met vele Trojanen achter ham aan, op Odysseus en Diomedes 1 af. Diomedes 1, die toch voor geen kleintje vervaard is, verbleekt van schrik en zegt: ‘Dit ziet er lelijk voor ons Odysseus, daar komt die geduchte Hector aan. Maar laten we stand houden en hem op de vlucht drijven.’ Terwijl hij zo sprak mikt Diomedes 1 zijn speer en werpt die naar Hector. Het wapen raakt Hector met een zware klap op zijn helm maar dringt er niet doorheen. Onmiddellijk trekt Hector zich terug uit de voorste gelederen en loopt Diomedes 1, dwars door het strijdgewoel, naar de plek waar de speer is neergevallen en ziet hoe Hector vlucht in zijn strijdwagen. Smalend roept hij de Trojaan achterna: ‘Schurftige hond, je ontsnapt weer aan de dood. Maar deze keer was het op het nippertje. Apollo heeft je weer eens gered. Maar we komen elkaar heus nog wel tegen en dan maak ik je af, als ik een god heb gevonden die naar me wil luisteren. Maar nu ga ik me bezig houden met de rest van jouw mannen en hen naar Hades jagen.

Pijlschot van Paris

Diomedes 1 gaat verder met het lijk van Agastrophus te beroven, die hij net geveld had. Maar net als hij het koperen borstharnas los gespt wordt hij in de wreef van zijn rechtervoet getroffen door een pijl van Paris. Deze gaat dwars door zijn voet heen en blijft steken in de grond. Juichend roept Paris: ‘Niet voor niets schoot ik en heb ik je geraakt. Ik had je beter in je buik kunnen treffen dan was je nu morsdood geweest en geen gevaar meer voor de Trojanen.’ Onverstoorbaar reageert Diomedes 1. ‘Jammerlijke schutter, meidengek met je grote mond en je mooie krullen. Als je mij in een tweekamp ontmoette zou je met je armzalige boog niet veel kunnen uitrichten. Je overschat jezelf jongen, alleen mijn voet heb je maar geschramd! Een schot van een lafaard en een melkmuil. Mijn wapens zijn beter en maken meer schade. Als je daardoor geraakt wordt ben je er geweest.’ Terwijl hij zo sprak komt Odysseus naar hem toe en trekt de pijl uit zijn voet. Een vlammende pijn schiet door Diomedes 1 heen en bedrukt strompelt hij naar zijn strijdwagen. Daar geeft hij zijn menner opdracht om direct naar het scheepskamp te rijden.

Gewond in het kamp

In het kamp laat Diomedes 1 zijn wond verzorgen waarna hij moeilijk kon lopen en niet meer aan de strijd deelnemen. Ook Agamemnon en Odysseus zijn gewond geraakt en samen met hen verdrijft Diomedes 1 de tijd. De Trojanen bestormen, onder de bezielende leiding van Hector, ondertussen het kamp en de Grieken raken in paniek. Op een gegeven moment komt Nestor op het drietal af. Agamemnon vraagt aan de oude man wat hij komt doen en waarom hij het bloedbad de rug toekeert terwijl de Grieken zo in het nauw zitten. Nestor vertelt hem dat de Trojanen de muur om het kamp hebben genomen en nu massaal binnenstromen. ‘Overal waar je kijkt zie je vluchtende Grieken, zo groot is de verwarring. We moeten overleggen wat ons te doen staat.Agamemnon, ervan overtuigt dat Zeus de Trojanen helpt, stelt voor om te vluchten en de schepen die het dichtst bij het strand liggen in de zee te trekken.

Steun van Poseidon

Odysseus reageert woedend op die woorden van Agamemnon en maakt hem met veel woorden uit voor een lafaard en slechte aanvoerder. Agamemnon is daarna bereid om naar wijze raad te luisteren. Diomedes 1 neemt het woord en zegt: ‘De man die we nodig hebben is dichtbij. Deze weigert echter om te strijden dus zullen we het zelf moeten klaren. Wij moeten naar het strijdtoneel gaan. Hoewel we niet kunnen strijden is het noodzakelijk dat wij ons aan diegenen laten zien die dat wel kunnen. Daar moeten we hen aansporen en aanmoedigen om de Trojanen te weerstaan.’ De aanwezigen zijn het met dit advies eens en vertrekken naar de frontlinie. Op dat moment komt de god Poseidon op Agamemnon toe en vertelt hem dat hij niet moet wanhopen en hij de Grieken zal steunen. ‘Het moment is nabij dat de Trojanen zullen vluchten naar hun stad en wegstuiven van uw tenten en schepen.

Aanmoediging van de troepen

Op advies van de god hergroeperen de leiders hun leger en lopen langs hun mannen om te zorgen dat de beste strijders de beste wapens krijgen en vooraan komen te staan in de frontlinie. Onder aanvoering van Poseidon gaan de Grieken weer op de Trojanen af en ontstaat er een wilde strijd in het kamp waarbij vele slachtoffers vallen. Hoewel gewoond aan zijn voet weet Diomedes 1 met een trefzekere worp van zijn speer de Trojaan Eumaeus te doden. Maar als de strijd verloren lijkt neemt plotseling Patroclus, de boezemvriend van Achilles, met de Myrmidonen weer deel aan de strijd. Ze jagen de Trojanen uit het kamp maar wordt Patroclus tijdens de gevechten gedood door Hector.

Laatste veldslagen

Achilles doet weer mee

’s Avonds als de strijd gestaakt is en Achilles hoort dat zijn boezemvriend door Hector gedood is, loopt hij woedend en wenend langs het strand en roept alle Grieken op om zich bij hem te verzamelen. Ook Diomedes 1 komt, hinkend en steunend op een stok, naar hem toe. Daar op het strand sluiten Agamemnon en Achilles vrede en leggen hun twist bij. Achilles deelt mede om de volgende dag weer aan de strijd deel te nemen en niet eerder iets te eten tot de moordenaar van zijn boezemvriend ook gedood is. De volgende dag ontbrandt de strijd opnieuw en ontdekken de Trojanen tot hun verbijstering dat Achilles weer deelneemt aan de strijd. Voornamelijk door hem worden ze volledig teruggedreven in hun stad en weet Achilles aan het eind van de dag Hector te doden. Moe van de strijd en de vele doden die zijn gevallen spreken de Trojanen en Grieken een lang bestand af om de doden te begraven en gewonden de tijd te geven om te herstellen.

Begrafenis Patroclus

Enkele weken na de dood van Hector wordt Patroclus, met veel ceremonieel vertoon, gecremeerd en organiseert Achilles begrafenisspelen ter ere van zijn dode vriend. Als eerste wordt een wagenrace gehouden en besluit Diomedes 1 om mee te doen. Hij gebruikt hiervoor de uitstekende paarden die hij van Aeneas roofde. Vijf wagenspannen staan aan de start als Achilles hen in de verte het keerpunt wijst en kort daarna het startsignaal laat geven. Direct maken Eumelus en Diomedes 1 zich snel los van de drie andere tweespannen en rijdt Eumelus voorop.

Wagenrace

Wagenrace

Maar hij voelt de hijgende adem van de paarden van Diomedes 1 in zijn rug en zou door hem ingehaald zijn als Apollo niet had geholpen. Boos als hij op Diomedes 1 is trekt de god hem de zweep uit handen. Van woede en verontwaardiging springen de tranen bij Diomedes 1 in de ogen als hij ziet hoe Eumelus zijn voorsprong vergroot en hij geen middel heeft om zijn paarden aan te sporen. Maar Athena helpt opnieuw haar beschermeling en geeft hem zijn zweep terug. Daarna gaat ze naar het wagenspan van Eumelus en breekt de disselboom van de wagen af zodat voor hem de race is afgelopen. Diomedes 1 zweept intussen zijn paarden ver voor de anderen uit weer aan en wint de wedstrijd. Bij het eindpunt aangekomen brengt Diomedes 1 de zwetende paarden tot staan en springt uit de wagen. Hij laat zijn zweep steunen tegen het juk en geeft Sthenelus 1 opdracht de prijs in ontvangst nemen, een prachtige drievoet en een mooie slavin.

Duel met Ajax 1

Bij de volgende wedstrijd, boksen, neemt Diomedes 1 niet deel maar helpt hij zijn medeaanvoerder Euryalus 1. Hij bindt hem zijn lendeschort om en doet hem de leren boksriemen aan. Tijdens het gevecht moedigt hij hem luid aan. Bij de laatste wedstrijd, een gevecht met strijdwapens, is Diomedes 1 wederom van de partij. Zijn tegenstander is de grote Ajax 1. Uitgerust met hun oorlogswapens vallen zij zo fel op elkaar aan dat de toeschouwers hun adem inhouden. Driemaal proberen zij elkaar te verwonden en bij de vierde poging lukt het Ajax 1 om Diomedes 1’ schild te doorboren. Zijn borstharnas houdt echter de punt van de speer tegen. Diomedes 1 mikt vervolgens herhaaldelijk op de hals van Ajax 1 tot hij hem over boven zijn schild raakt. De toeschouwers, bezorgd om hun helden, roepen de twee toe om de wedstrijd te staken en de prijzen te verdelen. De twee geven toe en Diomedes 1 ontvangt van Achilles het schild, helm en speer die hij veroverd had op Sarpedon. Ajax 1 krijgt het zwaard met bijbehorende schede.

Einde wapenstilstand

De wapenstilstand liep ten einde, en Agamemnon stelde zijn troepen weer op om hen weer naar de strijd te leiden. Het rumoer dat ontstond was groot en opnieuw stierven er aan beide zijden vele mannen. Tijdens de gevechten weet Ajax 1 Paris, die zijn broer Hector verving als legerleider, te doden waarna de Trojanen massaal naar de stad vluchten omdat zij opnieuw hun aanvoerder verloren hadden. Diomedes 1, samen met Sthenelus 1, voert de mannen in een verwoestende aanval aan, doodde zelf Laodocus, en achtervolgde de vluchtende Trojanen tot aan de muren. Toen gaf Agamemnon opdracht om de stad te omsingelen, legerde zijn troepen onderaan de muren, en hield de Trojanen zo opgesloten in hun stad.

De Amazonen

Maar dan krijgen de Trojanen steun van de Amazonen die vanuit hun land, onder aanvoering van koningin Penthesilea, naar Troje waren gekomen. De Trojanen vatten weer moed en komen hun stad uit. Opnieuw brandt er een verwoede strijd los op de vlakte en weten de Trojanen, dankzij de steun van de Amazonen, het machtsevenwicht weer te herstellen. Maar dan weet Achilles de mooie Penthesilea te doden en keert het tij. Diomedes 1 scheidt vervolgens met één meedogenloze slag van zijn zwaard de hoofden van Alcibie en Derimacheia, twee beeldschone Amazonen, van hun schouders waarna die rollend door het stof tot stilstand komen. Opnieuw worden de Trojanen naar hun stad gejaagd en de poorten gesloten voor de aanvallers. Na afloop van de strijd ontstaat er nog een klein meningsverschil tussen Diomedes 1 en Achilles over Thersites. Deze had Achilles bespot, omdat hij verliefd was geworden op de dode Pentheisilea, en daarna door Achilles gedood. Diomedes 1 die opkwam voor zijn familielid, is woeden op Achilles maar de ruzie werd door de andere Grieken snel in de kiem gesmoord.

Laatste schermutselingen

Daarna breken de Trojanen nog één keer uit als uit Ethiopië Memnon met een groot leger naar Troje komt. Opnieuw is de vlakte voor Troje het toneel van vele bloedige gevechten en is Diomedes 1 weer een van de belangrijkste strijders van de Grieken. Hij raakt in gevecht met Glaucus 5, de zoon van Antenor, maar deze wordt door Agamemnon neergeslagen. Dan treft hij de oude Ilioneus en wederom flitste zijn verschrikkelijke zwaard. Het lichaam van de oude man sidderde van angst, stak bevend zijn handen uit, en omknelde de knieën van Diomedes 1 terwijl hij om zijn leven smeekte. Maar Diomedes 1 is onverbiddelijk en zegt: ‘Oude man, eens hoop ik ook jou leeftijd te bereiken, maar terwijl mijn kracht nu nog toeneemt, zal ik geen enkele vijand sparen!’ Na deze woorden dreef hij zijn zwaard door de keel van Ilioneus en ging op zijn volgende tegenstander af en doorboorde met zijn speer Menon2, Amphinous2 en Eurycoon, de zoon van Perimestor.

Dood Achilles

Dood van Achilles

Kort na deze gevechten weet Paris, met hulp van Apollo, een pijl in de kwetsbare hiel van Achilles te schieten waardoor deze sterft. De Grieken zijn enorm aangeslagen door het verlies van hun belangrijkste held en er heerst vele dagen een rouwstemming in het scheepskamp. Na diens crematie organiseert zijn moeder, de Nereïde Thetis, begrafenisspelen voor haar dode zoon. Diomedes 1 doet mee aan het hardlopen en weet deze wedstrijd te winnen. Hij neemt ook deel aan de worstelwedstrijd waar de grote Ajax 1 zijn tegenstander is. De twee geweldenaars voeren een lang gevecht maar zijn niet in staat om elkaar te verslaan. Als het tweetal steeds woester worden, en de omstanders hen toejuichen, maakt Nestor een einde aan het gevecht. Daarop gaf Thetis elk twee van de vier beeldschone slavinnen die zij als prijs had uitgeloofd.

Discussie met Menelaus

Vanwege de dood van Achilles roept Menelaus de overgebleven aanvoerders bijeen en zegt dat hij de strijd op wil geven. ‘Na tien jaar strijd is het nog steeds niet gelukt om de muren van Troje neer te halen en sterven er elke dag weer moedige mannen vanwege zijn overspelige vrouw Helena. Laat Priamus en de Trojanen haar koesteren! Maar laat ons direct vertrekken. Het is beter om te vluchten van die droevige oorlog dan iedereen hier sterft.’ Dan staat Diomedes 1 op en zegt woedend: ‘Laffe hond, welke angst heeft jou aangegrepen, dat je zo tegen ons spreekt? We zullen jouw advies niet opvolgen totdat Troje in het stof ligt. Dapperheid staat voor mannen hoog aangeschreven terwijl vluchten een schande is! Als er iemand is die naar jouw raad wil luisteren, zal ik hem onthoofden met mijn zwaard staal, en het naar beneden rollen voor de vliegen om ervan te smullen. Sta op! Wek al onze strijders in de vloot op om hun speren te scherpen en het pantser te polijsten. Wie uiteindelijk de sterkste is op gindse vlakte zal Ares 1 beslissen.’ Zo sprak hij en ging weer zitten.

Voorspelling Calchas

Calchas voorspelt de val van Troje

Toen stond de ziener Calchas op en zei: ‘Hoor mij aan, strijdminnende Grieken. Eens voorspelde ik jullie dat wij in het tiende jaar van de strijd Troje zouden verwoesten. Dat zijn de Goden nog steeds van plan. De overwinning ligt aan onze voeten maar de Goden eisen dat de zoon van Achilles daarvoor naar Troje moet komen en dat de boog van Heracles hier op het slagveld aanwezig dient te zijn. Laten we Odysseus en Diomedes 1 naar Scyros sturen om hem, Neoptolemus, op te halen waardoor de overwinning dichterbij zal komen.' De mannen schreeuwen hun instemming uit en Odysseus roept Diomedes 1 op om snel te vertrekken. ‘Want als we samen gaan,’ zo zegt hij, ‘zullen we zeker slagen en hem overreden met onze woorden.' Daarop belooft de beschaamde Menelaus om, als de twee in hun missie zouden slagen, Neoptolemus zijn dochter Hermione als vrouw te schenken.

Naar Scyros

Daarop slepen de twee een schip vanaf het strand een schip de zee in en gaan met een kleine bemanning op weg naar Scyros. Daar aangekomen treffen ze Neoptolemus aan terwijl hij druk aan het oefenen was met zijn speer en paarden. Ze vertellen hem over de dood van zijn vader en het orakel en smeken Neoptolemus met hen mee te gaan naar Troje om daar de Stad te veroveren. De jongeman heeft geen verder aansporing nodig en zegt: ‘Als de Grieken mij op bevel van het orakel roepen, laten we dan morgen bij dageraad vertrekken. Laten we nu naar binnen gaan, en een gastmaaltijd gebruiken zoals dat hoort. En wat mijn huwelijk betreft, dit zullen de Goden te zijner tijd wel beslissen.’ Tijdens de maaltijd maakt Deidamia nog wel enig bezwaar maar zij kan haar zoon niet tegenhouden en zo begint het drietal de volgende dag aan de terugreis naar Troje. Bij aankomst kijken de Grieken met verbazing naar Neoptolemus en menen dat Achilles uit de dood was opgestaan, zo leek de zoon op zijn vader.

De boog van Philoctetes

Zodra Neoptolemus was afgeleverd kozen Diomedes 1 en Odysseus opnieuw het ruime sop en gingen op weg naar Lemnos. Vanwege een slangenbeet, die ontzettend was gaan stinken, hadden de Grieken daar tien jaar geleden Philoctetes achtergelaten op het eiland. Hij was in het bezit van de boog van Heracles maar, vanwege zijn achterlating, zeer boos op de Grieken. Na voorzichtig manoeuvreren door Odysseus weten de twee uiteindelijk Philoctetes over te halen en brengen ook hem naar het scheepskamp van de Grieken. Daar geneest Neoptolemus hem van zijn stinkende wond en zijn de Grieken van oordeel dat nu aan alle voorwaarden is voldaan om de stad te vernietigen.

Onthulling Helenus

De volgende dag meldt een verkenner dat Helenus, de zoon van koning Priamus, uit Troje was gevlucht en nu in de buurt rondzwierf. Daarop gaan Diomedes 1 en Odysseus om pad om hem te vangen en hem over Troje uit te horen. Als ze hem vinden beloven ze Helenus dat hij zich de rest van zijn leven in afzondering mag doorbrengen en geeft hij zich aan hen over. Toen hij voor de Grieken werd geleid, vertelde Helenus de reden van zijn vertrek uit Troje maar onthulde ook dat volgens een oud orakel Troje niet verslagen kon worden zolang het Palladium nog in de tempel stond. Samen met Odysseus klimt Diomedes 1 daarop die nacht stilletjes over de muur van Troje en gaan, als bedelaars vermomd, naar de tempel. Nadat ze het beeld hebben gestolen wordt Odysseus herkend door Helena. Ze besloot echter om hem niet te verraden en hielp Odysseus het Palladium te stelen. Nadat Odysseus met hulp van Diomedes 1 veel bewakers gedood had droegen ze vervolgens het beeld naar de schepen.

Einde van de oorlog

Verovering Troje

Zo waren alle voorwaarden voor de vernietiging van Troje vervuld en vervloog alle hoop bij de Trojanen toen zij de volgende dag de diefstal ontdekten. Volgens de schrijver Dictys van Cretensis knoopten de Trojanen daarop vredesbesprekingen aan met de Grieken waarbij Diomedes 1 als één van de onderhandelaars optrad. In deze situatie sluit Aeneas een geheime overeenkomst en zet ’s nacht de poorten open van de stad waarna de Grieken Troje veroveren en verwoesten. De meest gangbare versie is echter die van de list met het houten paard waardoor de Grieken de stad binnen wisten te komen. In de laatste situatie maakte Diomedes 1 deel uit van de mannen die in het paard waren verborgen.

Terugkeer

Zo veroverden de Grieken uiteindelijk na tien jaar zware strijd en gingen op weg naar huis. Bij het vertrek ontstond er veel meningsverschil tussen de aanvoerders, vanwege de verkrachting van Cassandra door de kleine Ajax 2. Omdat Athena hierdoor boos was op de Grieken, en vergelding zocht, waren veel Grieken van mening dat het verstandiger was om te wachten en eerst de godin tevreden te stellen. Diomedes 1 trekt zich van deze discussie niets aan en zeilt, samen met Nestor en Menelaus, direct weg. Eenmaal in Argos aangekomen weigeren de bewoners hem in de stad binnen te laten. Ze waren hiertoe aangezet door zijn vrouw Aegialia nadat die het, valse, bericht had gekregen dat Diomedes 1 een nieuwe vrouw uit Troje had meegenomen om mee samen te leven.

Opnieuw Agrius 2

Diomedes 1 heeft, na tien jaar strijd, geen zin om opnieuw te vechten en gaat met Idomeneus 1 mee naar Corinthe. Daar hoort Diomedes 1 (volgens een alternatieve versie van de mythen) dat zijn grootvader Oeneus 1, toen hijzelf in Troje verbleef, van alle kanten in Calydon door Agrius 2 en zijn zoon Lycopeus was aangevallen. Daarop gaat Diomedes 1 naar Aetolië en doodde Lycopeus, die Oeneus 1 lastiggevallen hadden. Nadat hij zo de orde weer hersteld had verdreef hij Agrius 2 uit het koninkrijk en stelde Oeneus 1 weer als koning over Calydon aan.

Italië

Op de terugweg naar Argos werd Diomedes 1 door een storm overvallen en dreef de Ionische Zee in waar hij strandde op de kust van Italië. Toen Daunus, koning van de Dauniërs, zag wie er aangekomen was, smeekte hij Diomedes 1 om hem te steunen in de oorlog tegen de Messapiërs. Hij beloofde hem een deel van zijn land te schenken en bovendien een huwelijk met zijn dochter als Diomedes 1 hem maar wilde steunen. Diomedes 1 stemde in met het voorstel, stelde zijn mannen op en joeg de Messapiërs op de vlucht. Hij nam zijn land in bezit dat hij toewees aan de Doriërs, zijn volgers. Zo blijft Diomedes 1 in Italië wonen waar de Dochter van Daunus hem twee zoons, Diomedes 3 en Amphinomus 3, schonk. Uiteindelijk sterft Diomedes 1 op hoge leeftijd in het land van de Dauniërs en begroeven de Doriërs hem met groot eerbetoon op het eiland dat zij naar hem Diomedia vernoemden.

Stambomen:

Tydeus Deipyle Adrastus 1 / Aegialeus 1 Amphithea 1 / Comaetho 3
Diomedes 1 Aegialia
-

Tydeus Deipyle Daunus -
Diomedes 1 Dochter Daunus
Diomedes 3, Amphinomus 3

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz