Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Eteocles 1

De in Thebe geboren Eteocles 1 is de oudste zoon van koning Oedipus en zijn vrouw Iocasta, die ook wel Epicasta 1 wordt genoemd. Volgens een enkele mythe was zijn moeder niet Iocasta/Epicasta 1 maar Eurygania, de dochter van Hyperphas. Eteocles 1 heeft een broer, Polynices, en twee zussen Antigone 1 en Ismene 2. Wat niemand weet en beseft is dat Oedipus getrouwd is met zijn moeder, wat ook toen al taboe en ten strengste verboden was. Oedipus en Iocasta weten zelf ook niet dat zij moeder en zoon zijn omdat Oedipus, na zijn geboorte, door zijn vader te vondeling was gelegd en ruim twintig jaar later pas terugkeerde naar Thebe.

Incest

Ruzie over de macht tussen Polynices en Eteocles

Vanwege deze incestueuze verhouding veroorzaakten de Goden een enorme droogte in Thebe, werden de gewassen onvruchtbaar, en verviel de stad tot armoede. Toen Oedipus de ziener Tiresias raadpleegde vanwege deze ellende kwam uiteindelijk de waarheid aan het licht. Er ontstond een enorme commotie in de stad en Eteocles 1 en Polynices schamen zich diep over wat er gebeurd was. Ze veroordelen hun ouders openlijk voor hun daad waardoor Iocasta later, nadat de broers elkaar gedood hadden, uiteindelijk zelfmoord pleegt door zich op te hangen. Oedipus stak van woede en schaamte over deze incest zijn ogen uit en werd door de Thebanen van het koningschap ontheven. Omdat zijn zoons hem niet verdedigden toen hij werd afgezet sprak Oedipus een verschrikkelijk vloek uit over Eteocles 1 en Polynices. Door deze vloek zouden ze de erfenis van hun vader nooit in liefdevolle broederschap delen en zou er strijd tussen de broers heersen.

Broedertwist

Toen Oedipus van het toneel verdwenen was ging het koningschap over op zijn zoons en spraken Polynices en Eteocles 1 met elkaar af om elk om het jaar te regeren als koning over Thebe. Omdat Eteocles 1 de oudste was nam hij het eerste jaar het koningschap op zich. Maar toen het jaar om was beviel de macht hem zo goed dat hij weigerde om het koningschap aan zijn broer Polynices af te staan. Polynices dringt aan bij Eteocles 1, herinnert hem aan de afspraak die ze gemaakt hebben, maar Eteocles 1 blijft weigeren. Uiteindelijk neemt Eteocles 1 een steeds dreigender houding aan en jaagt hij Polynices de stad uit.

Koning van Thebe

Zo blijft Eteocles 1 koning van Thebe en ontwikkelde hij zich van lieverlee tot een tirannieke heerser. Hoewel de Thebanen morren, en op de hand van Polynices zijn, komen zij niet in opstand tegen zijn bewind. Eteocles 1 trouwt in die periode met een onbekend gebleven vrouw en verwekt bij haar een zoon Laodamas 2. Ondanks dat hij zijn broer heeft verdreven is Eteocles 1 er niet gerust op koning te blijven. In zijn dromen wordt hij geplaagd door boodschappers van Zeus die hem vertellen dat zijn broer met een groot leger naar Thebe zal terugkeren om zijn aanspraak op de troon kracht bij te zetten.

Afgezant Tydeus

Enige tijd later komt Tydeus als gezant naar Thebe waar hij, omringd door beschermende speren van zijn edelen, door Eteocles 1 wordt ontvangen. Namens Polynices eist Tydeus dat Eteocles 1 het koningschap afstaat aan zijn broer zoals ze ooit afgesproken hadden. Maar als Eteocles 1 niet aan deze eis voldoet zal Polynices de stad met een groot leger aanvallen. Eteocles 1 weigert botweg waardoor Tydeus in woede uitbarst en, om ze op de proef te stellen, enkele belangrijke edelen van Eteocles 1 een voor een uitdaagt voor een duel. Alle edelen sneuvelen maar Eteocles 1 blijft weigeren om het koningschap af te staan waarna Tydeus stampvoetend van woede vertrekt.

Hinderlaag

Zodra Tydeus de zaal uit was zocht Eteocles 1 uit zijn edelen een groep van vijftig mannen uit en gaf hen opdracht om een nachtelijke hinderlaag voor Tydeus op te zetten en hem te doden. Die nacht kan Eteocles 1 de slaap niet vatten en ligt te woelen op zijn bed. Angstig denkt hij aan de gevolgen van zijn misdadige besluit en twijfelt even later weer of hij te weinig mannen op pad heeft gestuurd. Nu eens voelt hij schaamte over zijn plan, dan heeft hij weer spijt over die schaamte en brengt zo een slapeloze nacht door. De volgende ochtend keert alleen Maeon 1 terug van de vijftig mannen die waren uitgestuurd, en beschrijft hij Eteocles 1 hoe de rest van de groep is gedood door Tydeus. Als Maeon 1 is uitgesproken beschuldigt hij Eteocles 1 van machtsmisbruik en slaat daarna de hand aan zichzelf. Woedend over zijn woorden vaardigt Eteocles 1 daarna het bevel uit dat Maeon 1 niet begraven mag worden en buiten de stad als aas voor de wilde dieren geworpen moet worden. Ook dit zet veel kwaad bloed onder de bewoners van Thebe en de steun voor Eteocles 1 wordt steeds minder en minder.

Leger voor de stad

Strijd bij Thebe

Enkele dagen laat verschijnt het enorme leger van zijn broer Polynices, geholpen door koning Adrastus 1 uit Argos, voor Thebe. Ontzet kijkt Eteocles 1 vanaf de muren naar beneden en ziet dat het leger door zeven belangrijke aanvoerders wordt geleid. Daarop roept Eteocles 1 zijn edelen en de bevolking op om de muren te bemannen, en moedigt ze aan om de stad dapper te verdedigen. Gelijktijdig komen er ook bondgenoten aan die Eteocles 1 had gevraagd hem te helpen in de komende strijd met zijn broer. Bovendien stuurt Eteocles 1 verkenners eropuit om de kracht van zijn tegenstanders te onderzoeken. Maar de grootte van het leger boezemt Eteocles 1 angst in en hij vraagt de ziener Tiresias om zijn talent te gebruiken en te onderzoeken wat er moet gebeuren om de stad te redden. Die voorspelt de Thebanen dat ze zullen overwinnen als Menoeceus 1 zich als offer aan Ares 1 aanbood. Toen Menoeceus 1 dit hoorde, doodde hij zichzelf door van de muur te springen.

Gelofte aan de goden

Om zeker te zijn van de overwinning legt Eteocles 1 bovendien de volgende gelofte af aan de Goden. ‘Aan de Goden die het land en onze stad bewaken beloof ik, als wij overwinnen en de stad gered wordt, dat de altaren rood zullen kleuren met het bloed van schapen en heilige stieren. Ik zal uw tempels kronen met de door speren doorboorde kledingstukken van de vijand. Zelf zal ik zes man opstellen, met mezelf als zevende, als aanvoerder om de vijand tegemoet te treden bij de zeven poorten in de muur.’ Aldus gesterkt stelt Eteocles 1 bij elke poort een van zijn eigen aanvoerders op die het tegen een aanvoerder van één van de Zeven uit Argos moet opnemen. Zelf gaat hij naar de poort waar Polynices zich tegenover had opgesteld en komt, geheel volgens de vloek van hun vader, broer tegenover broer te staan.

Verwoestende strijd

Dan volgt er en verwoestende strijd voor de muren van de stad die enkele dagen duurt. De Thebanen worden echter geholpen door de Goden en al snel sneuvelen vier van de Zeven aanvoerders uit Argos. Elke avond keert Eteocles 1 zegevierend terug in de stad, sluiten de Thebanen hun poorten, en vieren de overwinning. En elke volgende dag leidt Eteocles 1 zijn leger weer naar buiten en begint de bloedige strijd opnieuw. Uiteindelijk zijn van het leger uit Argos alleen de aanvoerders Polynices en Adrastus 1 nog over. Ten einde raad rijdt Polynices uiteindelijk alleen naar de muren van Thebe en schreeuwt daar een uitdaging naar zijn broer om samen voor eens en altijd hun geschil te beslechten in een duel tussen hen tweeën.

Woedende Creon 1

Op de muur kijkt Eteocles 1 lachend naar zijn broer terwijl zijn edelen hem manen om de poorten gesloten te houden en het versplinterde leger uit Argos zich daarop stuk te laten bijten. Maar dan barst Creon 1, de vader van zijn moeder Iocasta, in woede uit. ‘Je zult de strijd met hem aangaan, schurk! Dit land heeft intussen genoeg geleden door jouw woordbreuk. We hebben door jouw eedbreuk nu lang genoeg moeten boeten. Deze stad, eens vol wapens en rijkdom, heb je als de pest naar de vernietiging gevoerd. Het volk wenst niet langer je slaaf te zijn. Waarom ben je kwaad en kijk je naar je gevolg? Het volk wenst dat je gaat, ja, en je straf ondergaat. Je broer bedreigt je met wapens en dood, of hoor je dat niet?

Reactie Eteocles 1

Maar Eteocles 1 kijkt hem minachtend aan en zegt: ‘Je houdt mij niet voor de gek, oude. Je bent niet ontroerd over al die doden want er schuilt ambitie in je woorden. Je dringt bij mij aan om de strijd met mijn broer aan te gaan zodat jij daarna zelf de scepter over deze stad in handen kunt nemen. Maar je hebt gelijk, laat de broers elkaar treffen en zo een eind maken aan deze waanzin. Maar als ik terugkom zal je zwaar moeten boeten voor de woorden die je zojuist gesproken hebt.’ Dan stapt hij van de muur af om zijn broer in het strijdperk te ontmoeten. Onderweg naar de poort smeken zijn moeder en zus Antigone 1, die proberen te voorkomen dat de ene broer de andere broer doodt, om niet op Polynices af te gaan. Maar Eteocles 1 zwijgt en rijdt vastberaden de poort uit.

Ontmoeting van de broers

Door hun smeken begon de woede van Eteocles 1 af te nemen en liet hij zijn paard rustiger lopen toen het in volle hevigheid tot hem doordrong wat hij aan het doen was. Hij kreunde luid terwijl de tranen uit zijn helm dropen en hij schaamde zich diep over zijn daden. Maar hij kan niet meer terug en roept, zodra hij Polynices in het oog krijgt: ‘Hier ben ik, en sta alleen met tegenzin toe dat je de eerste was die de uitdaging uitsprak. Berisp mij niet vanwege de vertraging, mijn moeder en zus hingen aan mijn armen en hielden me tegen.’ Maar Polynices is net zo onverbiddelijk en zegt: ‘Eindelijk ben je trouw, schurk, en kom je naar buiten voor een eerlijk gevecht? O, mijn broer, na vele dagen binden we de strijd weer aan. Geen wet, geen verdrag, maar slechts dit blijft er voor ons over.’ Zo sprak Polynices. Koning Adrastus 1, die in de buurt stond, probeert nog vrede te stichten tussen de broers maar zij willen niet meer luisteren en springen, terwijl ze beledigingen schreeuwen, met de wapens in handen op elkaar af.

Dood van de broers

Dood van Polynices en Eteocles

Eteocles 1 schiet als eerste een pijl op Polynices af die zijn doel mist en hij probeert het direct opnieuw met zijn speer die in het schild blijft steken. Dan doet Polynices een stap naar voren en werpt zijn speer. Het wapen vloog tussen de dij van de ruiter en de flank van zijn paard door en schampte nog net de knie van Eteocles 1. Dan springen beide mannen van hun paarden af en beginnen met hun zwaarden op elkaar in te slaan. Zonder enig mededogen kijken ze met felle ogen door de spleten in hun helmen naar elkaar en proberen de ander zonder genade dodelijk te treffen. Ze gunnen elkaar geen pauze en blijven woest op elkaar inhakken en, hoewel ze geen dodelijke wonden maken, vloeit er toch bloed waardoor de twee steeds woester worden. Uiteindelijk stort Polynices zich naar voren en drijft zijn zwaard diep in het lichaam van Eteocles 1, precies op de plek in zijn lies waar het harnas geen bescherming bood. Eteocles 1 beseft dat hij verloren is, besluit een list toe te passen, en laat zich op de grond vallen. Polynices, die denkt dat zijn broer dood is heft zijn armen zegevierend in de lucht en voelt dan hoe het staal zijn hart doorboort. Verbouwereerd kijkt hij omlaag en ziet dat Eteocles 1 vanaf de grond hem op dezelfde plek in zijn lichaam heeft gestoken. Zo wordt de vloek van Oedipus door de Goden ingewilligd en sterven de broers.

Ruzie tot in de dood

Na de dood van de broers werd Creon 1 koning van Thebe. Deze gaf bevel, in navolging van de opdracht van Eteocles 1, om zijn vijanden op het slagveld te laten liggen voor de roofdieren. Zo werd Eteocles 1 wel gecremeerd en bleef Polynices onbegraven op het slagveld achter. Uiteindelijk weet Antigone 1, ondanks het bevel van Creon 1, toch haar broer Polynices op de brandstapel van Eteocles 1 te leggen en gaan de twee samen onderweg naar het rijk der schimmen. Maar het verhaal gaat dat zelfs de rook, die van de lichamen opsteeg, toen zij werden verbrand niet vermengde en elk een andere kant op ging.

Bovenstaand verloop van de gebeurtenissen is voornamelijk ontleend aan de schrijver Statius. De dichters Aeschylus, Euripides en Sophocles hebben eveneens uitgebreid aandacht besteed aan deze tragedie en er verschillende varianten op bedacht maar volgen, op hooflijnen, het verhaal van Statius.

Stamboom:

Oedipus Iocasta / Eurygania - -
Eteocles 1 -
Laodamas 2

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz