Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Euphemus 2

Euphemus 2 is de zoon van zeegod Poseidon die in Psamathe 3, op kaap Taenarum in Laconië, werd geboren. Over zijn moeder zijn de mythen minder eenduidig, en worden de drie volgende namen genoemd: Mecionice, Celaeno 2 en de Plejade Europa 3. Als hij een zoon is van Celaeno 2 dan heeft Euphemus 2 twee broers met de namen Nycteus 2 en Lycus 4. Euphemus 2 is de snelste mens op aarde en loopt zo snel dat alleen zijn tenen een beetje nat worden als hij over water rent. Volgens de schrijver Hyginus nam hij in zijn jeugd deel van de Jacht op het Everzwijn 2 van Calydon maar is hij het meest bekend door zijn deelname aan de Tocht van de Argonauten.

Argonaut

Samen met ongeveer vijftig andere jongemannen zeilt Euphemus 2, vanuit Iolcus, met het schip de Argo uit om onder aanvoering van Iason, in Colchis, de Gouden Vacht te veroveren. Tijdens de heenreis moeten ze tussen de Symplegaden doorvaren, twee gevaarlijke rotsen die telkens op elkaar botsen en alles wat zich er dan tussen bevindt, verpletteren. De Argonauten is voorspeld dat de gevaarlijke passage door het schip volbracht kan worden als ze op het juiste moment een duif loslaten en het diertje dan veilig tussen de rotsen doorvliegt. Euphemus 2 krijgt de taak om het diertje, dat van angst sidderde, stevig in zijn handen te houden en op het juiste moment los te laten.

De duif

De Bewegende Rotsen

Als de mannen het punt naderen stapt Euphemus 2 van zijn roeibank op en gaat op de voorplecht staan met de duif in handen. Op bevel van stuurman Tiphys roeien de Argonauten in een kalm tempo, om hun krachten te sparen, op de rotsen af. Bij het ronden van de laatste bocht zien ze de rotsen voor hun ogen bewegen en krijgt Euphemus 2 van Tiphys opdracht om de duif los te laten. Alle mannen kijken angstig toe hoe het diertje op de rotsen afvliegt die elkaar steeds dichter naderen. Op het moment dat ze met donderend geraas op elkaar botsen is de duif net door de opening heen en raken alleen zijn staartveren bekneld.

Veilige passage

Als de rotsen daarna weer uiteenwijken, en Euphemus 2 de duif ziet vliegen, weet hij dat het juiste moment is aangebroken en spoort de Argonauten aan om als waanzinnigen te roeien. Schreeuwend loop hij tussen de roeibanken door en moedigt de mannen aan om zich met al hun kracht op de riemen te werpen. Terwijl ze luide kreten slaken beginnen ze met hun roeiriemen het wateroppervlak te ranselen en, aangespoord door Euphemus 2, krommen de riemen zich als gespannen bogen doordat de helden al hun lichaamskracht gebruiken. Opnieuw komen de rotsen naar elkaar toe terwijl het schip nog midden tussen de rotsen doorvaart. Dan helpt de godin Athena de Argonauten en duwt met haar sterke arm het schip vooruit. Als een pijl snelt de Argo over de golven en raken de rotsen, als ze samenklappen, nog net rand van de achtersteven. Maar de Argonauten zijn veilig de rosten gepasseerd en varen de Zwarte Zee op.

Mariandynië

Voordat de Argonauten Colchis bereiken komen zij aan in het gebied van de Mariandyniërs. Daar wordt de stuurman van het schip, Tiphys, ernstig ziek en overlijdt. De Argonauten zijn in paniek, want zij kennen de weg naar Colchis niet, en liggen verslagen op het strand. Samen met enkele andere mannen meldt Euphemus 2 zich verlangend als nieuwe stuurman aan maar kiezen de Argonauten, na een kort beraad, uiteindelijk Ancaeus 3, die net als Euphemus 2 een zoon van Poseidon was.

Het Tritonmeer

Uiteindelijk arriveren de Argonauten in Colchis waar ze, na vele belevenissen, de Gouden Vacht door een list weten te bemachtigen. Maar koning Aeëtes, die de Vacht in zijn bezit had, is woest en achtervolgt de Argonauten. Hierdoor worden ze gedwongen om een lange omweg te maken en komen uiteindelijk, nadat zij het schip een eind over land hebben gedragen, in het Tritonmeer in Libya terecht. Daar horen ze dat Heracles in de buurt is gesignaleerd en krijgen vijf man, waaronder Euphemus 2, opdracht om de held op de oevers te gaan zoeken. Ze weten niet hoe ze vanuit het meer in zee moeten komen en hopen dat Heracles hen dat kan vertellen. Gebruikmakend van zijn snelheid speurt Euphemus 2 een groot gebied af maar kan de held niet ontdekken. Ook de andere vier keren onverrichter zake terug.

Verschijning Triton

De verschijning van Triton

De Argonauten zeilen daarna het meer vele keren rond om een uitgang naar zee te zoeken maar kunnen die niet vinden. Op aanraden van Orpheus brengen de Argonauten op de oever uiteindelijk een offer aan Apollo en verschijnt de zeegod Triton, met een kluit aarde in zijn handen, uit de golven. Dan zegt de god tegen hen: ‘Aanvaard dit geschenk, vrienden! U bent wellicht op zoek naar de juiste weg naar de zee, wat mensen vaker overkomt die reizen in een onbekend gebied. Mijn eigen vader, Poseidon, maakte mij tot kenner van dit meer en ik ben de heerser van deze kust.’ Euphemus 2 nam geestdriftig de kluit met beide handen aan en antwoordde: ‘Als u wellicht van de zee van Minos 1 gehoord hebt, geef ons dan duidelijk antwoord op de vraag die wij u stellen! Wij zijn niet uit vrije wil hier gekomen maar door vlagen van de Noordenwind op deze kust beland. We hebben dit schip, zwoegend op onze schouders, naar dit binnenwater gedragen maar kunnen de uitgang naar zee niet vinden!

Uitgang naar zee

Daarop wees Triton de zee die in de verte te zien was aan en zei: ‘Zie daar de doorgang naar zee! Daar waar de kleur van het water het donkerst is! Aan beide kanten van de doorgang ziet u het heldere water van een schuimend witte branding. Tussen die beide brandingen loopt een geul die uw schip naar zee brengt uit het meer. Vaar daar doorheen en ga dan naar rechts om thuis te geraken. Vaarwel en ga met blijdschap!’ Daarna nam Triton het offer in handen en verdween in het meer. De Argonauten gaan vlug aan boord, zetten zich vol overgave weer aan de riemen, en volgen de aanwijzingen van Triton. Zo bereiken ze de open zee en zetten koers naar huis.

Een droom

Als ze bijna thuis zijn krijgt Euphemus 2 een droom waarin hij de kluit aarde, die hij van Triton had gekregen, tegen zijn borst drukt. Terwijl die door goddelijke melk werd bevochtigd kwam uit de kluit een vrouw tevoorschijn en, gedreven door een onbeheerst verlangen, bedreef de liefde met het meisje. Hij denkt dat hij met zijn eigen dochter het bed deelt maar dan zegt het meisje: ‘Ik ben een kind van Triton, vriend en wordt de voedster van jouw nakomelingen! Ik ben je dochter niet, want Triton is mijn vader! Zet mij nu neer bij de dochters van Nereus, dan kan ik in zee gaan wonen bij het eiland der Verschijning. Pas in de toekomst zal ik naar het zonlicht gaan om de beschermster van jouw nageslacht te zijn.

Het eiland Thera

De volgende ochtend vertelt Euphemus 2 zijn vreemde droom aan Iason, die een diepe zucht slaakt en zegt: ‘Mijn goede vriend, jou valt een grote eer ten deel! De Goden zullen deze kluit, als jij die in het water werpt, tot een eiland maken waar je kleinkinderen in de toekomst gaan wonen. Triton heeft aan jou, als geschenk, dit stukje grond van Libya gegeven, want hij was het die ons deze gave schonk.’ Daarop werpt Euphemus 2 de kluit aarde in zee en kwam er direct een eiland omhoog. Vele jaren later komt de voorspelling van Iason uit als zijn nakomeling, Theras, het eiland met een groep kolonisten vanuit Sparta bevolkt en het naar zichzelf Thera, noemt. Maar ver voordat dat gebeurde keren de Argonauten terug in Iolcus en komt er een einde aan hun tocht van bijna een jaar.

Stamboom:

Poseidon Europa 3 / Celaeno 2 / Mecionice - -
Euphemus 2 -
-

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz