Namen Dieren Geografie Gebeurtenissen Sterrenbeelden Bronnen

vorige pagina

volgende pagina

Eurydice 9

Eurydice 9 is de vrouw van, de zichzelf tot koning uitgeroepen, Creon 1 uit Thebe. Zij wordt bij hem de moeder van vijf kinderen. De drie zoons Menoeceus 2 (Megareus 3), Lycomedes 1 en Haemon 2, en twee dochters Megara en Pyrrha 3. Creon 1 staat zijn koningschap af aan Oedipus nadat die de stad gered had van de Sphinx. Zonder dat iemand het beseft trouwt Oedipus met zijn eigen moeder en krijgen ze twee zoons, Eteocles 1 en Polynices. Als de incest vele jaren later bekend wordt vertrekt Oedipus uit Thebe en staat hij de macht af aan zijn twee zoons.

De rouw van Eurydice

De twee broers krijgen echter ruzie en Eteocles 1 verstoot Polynices uit Thebe. Die keert later met een groot leger terug voor de muren van de stad om zijn aanspraken op de troon kracht bij te zetten. De Thebanen zijn ontzet als ze dit grote leger zien, dat wordt geleid door Zeven machtige Aanvoerders uit Argos. Dan voorspelt de ziener Tiresias dat als een zoon van Creon 1 zich vrijwillig van de muur werpt de stad gered zal worden. Daarop besluit Menoeceus 2 zich op te offeren en springt van de muur af. Als zijn dode lichaam op de schouders van enkele inwoners door de stad wordt gedragen barst Eurydice 9 in een jammerklacht uit:

Heb ik je dan grootgebracht om je leven te offeren en te boeten voor Thebe, lieve jongen, alsof ik een waardeloze moeder ben geweest? Welke misdaad heb ik begaan, dat de Goden mij zo haten? Waarom moeten wij boeten voor deze oorlog, zodat de zoons van Oedipus de troon kunnen uitwisselen? Beleeft u hier plezier aan Zeus? Maar waarom klaag ik over mensen en Goden? Jij, Menoeceus 2, haastte je voor iedereen uit om je ongelukkige moeder te doden! Waar kwam deze liefde voor de dood vandaan? Welke vervloekte waanzin nam je geest in beslag? Waar haalde je de wanhopige moed vandaan, die overweldigende voorliefde voor de oorlog. Niets van dit alles komt van je moeder. Hoewel ik bang was voor die mannen uit Argos was het jouw hand die ik had moeten vrezen.’ Zo blijft Eurydice 9 maar jammeren en klagen.

Uiteindelijk wordt ze door vriendelijke handen weggeleid naar het paleis. Het gejammer wordt echter steeds erger waardoor de bedienden zich genoodzaakt zien om Eurydice 9 op te sluiten in haar kamer. Daar rijt ze met haar nagels haar gezicht open, trekt zich de haren uit het hoofd en blijft maandenlang rouwen. Uiteindelijk verliest ze haar stem, kijkt niet meer naar het licht, luistert niet naar smeekbeden en verliest haar verstand.

Stamboom:

- - Menoeceus 1 -
Eurydice 9 Creon 1
Menoeceus 2 (Megareus 3), Lycomedes 1, Haemon 2, Megara, Pyrrha 3

Bronnen:

©2015 Maarten Hendriksz